De Zwervers van het Groote Leger: Historisch verhaal uit het tijdperk 1810-1813

Part 17

Chapter 172,947 wordsPublic domain

Maar toont het volk een Vaderlandsch Bestuur aan het hoofd der stad; laat het namen hooren, die het oude ontzag en vertrouwen doen herleven: die klank alleen zal reeds eerbied inboezemen, zal het verschiet van betere tijden openen! Zoo zal de hoop ontluiken, en met haar de kalmte; bandelooze woede zal voor zachtere gewaarwordingen plaats maken; en duizenden handen, die nu slechts brandstichting en vernieling dreigen, zullen zich wapenen voor de vrijheid! Aanvaardt dan de regeering van Amsterdam, die wij u opdragen. Of vraagt gij, wat ons daartoe wettigt? Wij zouden uit naam van het Fransch Bestuur zelve, u dit nieuw gezag kunnen aanbieden. Maar gij wilt niet, dat het uit zulk een bron zal vloeien. Al wat in de stad goed of eer te verliezen heeft roept u in, om haar te beschermen tegen den moedwil. Het Vaderland, dat uit zijn asch herrijzen zal, roept u in, als de eersten om het te behouden. En zoudt gij voor die stem uw ooren dan willen sluiten? Gij _kunt_ het niet!"

Na deze overtuigende toespraak verklaarden zeventien van de twintig aanwezigen zich bereid, om deel te nemen aan het voorloopig bestuur.

De aanstelling van dit nieuwe bestuur werd nu openlijk aan het volk verkondigd, en de rustverstoorders onder bedreiging van strenge straffen aangemaand, zich van alle baldadigheden te onthouden en tot orde en rust terug te keeren. In plechtigen optocht, onder escorte van een gedeelte der schutterij--welken naam de nationale garde reeds weer had aangenomen--trokken de benoemde raadsleden bij fakkellicht door de straten, luide toegejuicht door alle weldenkenden, die door herhaalde hoezee's hun vertrouwen op het nieuw stadsbestuur te kennen gaven. De genomen maatregelen hadden het beoogde gevolg, de stad kwam tot rust.

Nog dienzelfden avond werd het gebeurde te Amsterdam aan de verbondenen in Den Haag bekend.

De Haagsche heeren begrepen, dat nu ook voor hen de tijd van handelen gekomen was. Den volgenden morgen vertoonden zich Van Stirum en de zonen van Van Hogendorp met de oranjecocarde op den hoed in de straten. Waar zulke mannen dit waagden, daar twijfelde niemand, of de dageraad der vrijheid was waarlijk aangebroken. Binnen weinige oogenblikken prijkte de oranjekleur op aller hoofd of borst; welhaast zag men haar ook voor de vensters en wapperde zij voor alle winkeldeuren. Huizen en werkplaatsen liepen leeg, de gansche bevolking kwam op de straat, de lucht weergalmde van gejuich en gelukwenschingen en uit veler oogen vloeiden vreugdetranen! En schoon het aan geen verwenschingen van de Franschen ontbrak, schoon welhaast hun adelaars en wapenschilden ook hier niet langer geduld werden, nergens toch werd geweld gepleegd, en nergens ontdekte men sporen der voormalige tweedracht.

De graaf Van Limburg Stirum aanvaardde nog dienzelfden dag, in naam van den Prins van Oranje, de betrekking van gouverneur van Den Haag en weldra trok de Fransche bezetting bij minnelijke schikking af.

Het eerste werk der Haagsche heeren was nu, de prinsgezinde oud-regenten bijeen te roepen, om te beraadslagen over de instelling van een algemeen landsbestuur. Deze vergadering leidde echter tot niets, evenals een tweede, waarbij ook voormalige tegenstanders van het Huis van Oranje waren genoodigd. Uit angst waren velen der opgeroepenen thuis gebleven en voorzichtigheidshalve weigerde de overgroote meerderheid der aanwezigen, vooreerst aan het voorgestelde doel mede te werken, daar de uitslag van den opstand geheel zou afhangen van het oorlogsbeloop in het buitenland. Van Hogendorp en Van der Duyn van Maasdam echter, begrijpende dat het volk niet moest wachten, totdat het door vreemde wapenen werd verlost, maar de gelegenheid diende aan te vatten om zich zelf te bevrijden, aanvaardden den 21sten November het hooge landsbewind tot de aankomst van den Prins van Oranje. Niet wetende of deze in Engeland of in Duitschland was, zond men twee deputaties af, waarvan de eene hem in Engeland aantrof.

Het algemeen bestuur ontsloeg onmiddellijk alle Nederlanders van den eed van trouw aan den keizer der Franschen, doch aanvankelijk ondervond die stoute daad niet de gewenschte medewerking bij het Nederlandsche volk, al sloten zich ook verscheidene Hollandsche steden bij den opstand aan. Amsterdam echter, van de eene zijde uit Utrecht, van de andere uit Naarden bedreigd, bleef bij de onzijdige houding volharden, die het van het begin af had aangenomen en die hierop neerkwam, dat men zich nòch vóór den Prins, noch tegen den Keizer verklaarde.

Den 24sten kwam daarin verandering. Op den morgen van dien dag verscheen namelijk een voorhoede van tweehonderd Kozakken voor de Muiderpoort, die door de burgerij met de uitbundigste vreugde werd ontvangen. De verschijning dier woeste gasten was als die van beschermende Engelen. En hoe weinig ook die 200 man beteekenden, hoe ook Molitor met zijn 4000 Franschen Amsterdam bleef bedreigen--de overtuiging, dat de verbonden mogendheden zich Holland's zaak aantrokken, vooral de ijverige pogingen van Falck, brachten thans de stadsregeering er toe, zich bij het Algemeene Bestuur aan te sluiten.

Ook Jakob en Reinier zagen dien morgen de aangekomen Kozakken, maar niet met de opgewondenheid hunner stadgenooten. Het stemde hun bitter, dat diezelfde ellendige, smerige kerels, die luizige schooiers in vodden van kleeren gehuld, zittend op oude schonkige knollen, zonder zadel, met den voet in een touw bijwijze van stijgbeugel, een oud verroest pistool als vuurwapen, een stok met een verroesten spijker er aan in plaats van een lans,--diezelfde eeuwig naar brandewijn stinkende schooiers, welke als een troep gieren het stervende Groote Leger hadden omzwermd, maar de vlucht namen bij het minste verweer,--het stemde hun bitter dat die paar honderd hongerige lafaards door de Amsterdamsche burgerij als vrijheidshelden werden verwelkomd en dat de komst van zóó'n bende het weifelend stadsbestuur bemoedigde, om zich bij den opstand te voegen.

Evenwel, toen dit besluit, onder het uitsteken der oranjevlag, van de pui van het stadhuis afgelezen, opnieuw het volk in geestdrift bracht,--toen waren toch ook zij van harte verheugd, dat Amsterdam eveneens voor de zaak der vrijheid was gewonnen.

Dordrecht, dat zich dadelijk had aangesloten, sloeg een aanval der Franschen moedig af, doch Woerden had nog een allerschandelijkste plundering der troepen van Molitor te doorstaan. Intusschen waren de Kozakken de grenzen overgetrokken en hadden de Noordelijke provinciën bezet. De Pruisen drongen tegelijkertijd Gelderland binnen en vermeesterden den 30sten November Arnhem, terwijl de Zeeuwen in hun opstand door de Engelschen ondersteund werden. Bij het einde van 1813 waren nog slechts enkele vestingen in de macht der Franschen.

Wel stond 's Gravenhage dus niet zoo heel lang alleen, wel werd ook Utrecht den 28sten door Molitor ontruimd en den volgenden dag door Kozakken bezet, doch zoolang men niets van den Prins van Oranje vernam, in wiens naam men handelde, stond het te vreezen, dat de minste tegenspoed de zoo lang gerekte en telkens weer opgewonden geestdrift zou ter neder slaan. Gelukkig kwam er Zondag den 28sten een brief van den Prins, waarin de vorst zijn blijdschap over de gebeurtenissen in Holland te kennen gaf, zijn goedkeuring betuigde ten opzichte der genomen maatregelen en de belofte deed, dat hij binnen weinige dagen zou overkomen.

Op het Engelsche fregat »~The Warrior~" stak hij in zee en kreeg den 30sten November Scheveningen in het gezicht. Men drong den Prins om, alvorens te landen, kondschap in te winnen omtrent den staat van zaken, doch Willem Frederik wees dit voorstel van de hand. Hij ging van 't oorlogsschip in een pink over en werd vervolgens, onder het gebulder der kanonschoten van het fregat, met een wagen aan wal gebracht. 't Bericht dat Oranje naderde, was reeds te 's Gravenhage verspreid vóór ~The Warrior~ het anker wierp en vandaar dat strand, duinen en gansch Scheveningen vervuld waren met tallooze scharen, die den langgewenschten vorst verbeidden en hem jubelend welkom heetten. Van Hogendorp, Van der Duin en de graaf van Stirum ontbraken niet, om den Prins te begroeten, die nu in een open rijtuig, te midden der feestvierenden, naar 's Gravenhage reed.

Mijnheer Vermaat bevond zich juist in Den Haag, waarheen hij door zijn patroon was gezonden, om een hangende kwestie met een daar gevestigde firma, zoo mogelijk, tot klaarheid te brengen. En schoon hij nooit op redenaarstalenten had mogen bogen, werd de goede man zelfs welsprekend, toen hij 's anderendaags aan zijn huisgenooten 's Prinsen aankomst ging verhalen.

»De reis van Scheveningen naar Den Haag," vertelde hij, »was een zegetocht, door het fraaiste weer begunstigd en onder de toejuiching van duizenden! Nooit heb ik menschelijke blijdschap zich op zóó verschillende manier zien uiten. Hier staarden de menschen wezenloos, alsof zij niet geloofden wat zij zagen; dáár stonden er met gloeiende wangen, anderen weer waren doodsbleek van ontroering. De een barstte los in gejuich, de oogen van den ander stonden vol tranen. Nooit hoorde ik zóóveel gejubel, nooit zag ik zóóveel geestdrift! Sommigen snikten, anderen vielen elkander om den hals, ja, de menschen ontzagen vaak hoeven noch wielen en lieten zich bijna overrijden door de Prinselijke koets, om maar een blik of een glimlach van den Vorst op te vangen. Hoeden werden gezwaaid, doeken werden gewuifd, het Oranjeboven galmde uit ieders mond. 't Was, of de bejaarden een zoon, of de mannen een broêr, of de jongelingen een vader uit den dood hadden terug gekregen!

De Prins stapte in het Voorhout bij Van Stirum af. De deuren van het hôtel bleven open en ieder had vrijen toegang tot den Vorst.

Weinige uren na zijn aankomst liet de Prins een proclamatie afkondigen, waarin hij verklaarde, al het verledene te vergeven en te vergeten en al zijn landgenooten opriep, om zich met hem te vereenigen tot bevestiging van Holland's onafhankelijkheid."

»Die proclamatie heb ik gelezen," zei Reinier. »Die is van morgen ook hier in Amsterdam aangeplakt. Maar tegelijk nog een andere, van Fannius Scholten en Kemper, waarin zij verklaren dat de vorst, die het Nederlandsche volk terug heeft gevraagd, niet is Willem de Zesde, van wien de natie niet weet wat zij eigenlijk te hopen of te verwachten heeft, maar Willem de Eerste, die als een souverein vorst, zijn volk aan de slavernij van een schandelijke buitenlandsche overheersching zal ontrukken."

»Mooi zoo," riep mijnheer Vermaat, »dat is de beste manier om de oude partijschappen nooit meer te laten herleven en nieuwe verdeeldheid te voorkomen."

Niet minder groot dan te 's Gravenhage was de geestdrift, toen de Prins den volgenden dag zijn intocht in de hoofdstad deed. Meer dan twee volle uren duurde het, eer de stoet den Dam bereikt had. Dat was een andere intocht dan die, welke, twee jaar te voren, Napoleon in dezelfde hoofdstad had gedaan. Toen schreeuwden gehuurden en gedwongenen het »Vive l'Empereur!"--~nu~ klonk uit duizenden monden het hartelijk en welgemeend: »Oranje-boven!"

En de drie zwervers van het Groote Leger, hoe verheugd zij ook den voet weer in het vaderland gezet hadden, zij kregen eigenlijk pas thans het rechte, heerlijke gevoel van weer thuis te zijn!

[Decoratieve Illustratie]

Taco de Minstreel

[Illustratie]

door P. VISSER.

Met 8 platen van J. H. ISINGS Jr.

Prijs in prachtband f 1.90.

De schrijver heeft voor zijn geschiedenis uit den tijd der graven van het Hollandsche huis de beste bronnen voor het tijdvak geraadpleegd. Trouwens de heer Visser is geen onbekende en het boek geen eersteling. Integendeel, velen weten hoe voortreffelijk hij vertelt van dingen, die onze jongens wel moeten interesseeren. Vooral in dit nieuwe werk ontwikkelt de schrijver een romantische kracht, die aan den beroemden Van Lennep doet denken.

De Laatsten der Arkels

[Illustratie]

door P. VISSER.

Met 8 platen van J. H. ISINGS Jr.

Prijs in prachtband f 1.90.

In dit werk stelt de schrijver zich ten doel den tragischen ondergang van het machtige Arkelsche huis te schetsen en tevens een beeld te geven van het schier niets ontziende streven der landheeren om zich van het eenhoofdig gezag meester te maken. Zonder overdrijving of ongezonde spanning is de schrijftrant levendig en boeiend. Hij laat u mee-trekken, mee-strijden, mee-vluchten, mee-feesten naar het voorkomt.

Behalve door de vele illustraties wordt de geschiedenis toegelicht ook door een kaart van Gorkum uit den tijd, waarin het verhaal speelt.

Het Beleg van Alkmaar

door P. VISSER. -:- Geïllustreerd door H. C. LOUWERSE.

Tweede Druk. :: Prijs in prachtband f 1.25.

Het Beleg van Alkmaar is beschreven door den Heer P. VISSER, die hier een zeer boeiend en blijkbaar historisch zeer nauwkeurig verhaal heeft gegeven van het beroemde beleg, waarvan de victorie begon. Twee kaartjes en vier illustraties verduidelijken het werk zeer.

Heemskerck op Nova-Zembla

door P. VISSER. -:- Geïllustreerd door A. H. GOUWE.

Derde Druk. :: Prijs in prachtband f 1.25.

De ontdekkingstochten in de Noordelijke IJszee leveren een prachtige stof voor avontuurlijke verhalen met een geschiedkundigen ondergrond. Over den tocht der Hollanders onder Heemskerck en Barendsz is het boek van P. VISSER zeer aanbevelenswaardig.

Heemskerck voor Gibraltar

door P. VISSER. -:- Geïllustreerd door H. C. LOUWERSE.

Tweede Druk. :: Prijs in prachtband f 1.25.

Een aanbevelenswaardig geschiedkundig verhaal is »Heemskerck voor Gibraltar" door P. VISSER; de schrijver verstaat de kunst, den lezer te doen meeleven met zijn personen uit het verleden. Hij weet maat te houden en wordt niet langdradig; vandaar dat zijn boeken een bescheiden omvang hebben, 't geen een deugd is in een kinderboek.

De Vliegende Hollander

door P. VISSER. -:- Geïllustreerd door A. RÜNCKEL.

Tweede Druk. :: Prijs in prachtband f 1.25.

Kapitein van Halen, de uitvinder van een snelzeilend fregat, wordt door zijn tijdgenooten miskend, en snijdt allen omgang met zijn medemenschen af. Hij verwerft den bijnaam van »de Vliegende Hollander" en zijn schip speelt een rol in de geschiedenis der Boekaniers, die in dien tijd West-Indië onveilig maakten.

Prins Almanzor's Makker

door =Marie Boddaert=. Geïll. door =B.= en =J. Midderigh-Bokhorst=.

=Prijs in prachtband f 1.90=.

[Illustratie]

Prins Almanzor's makker is, zijn besluiteloosheid, zijn zucht tot weifelen, belichaamd in de gestalte van zijn sprekend op hem gelijkenden voedsterbroeder Manuel. En het middel om hem van die karakterzwakheid te genezen, vindt de »Wijze van het Woud," door Almanzor met Manuel een avontuurlijke reis vol gevaren te laten maken, waarbij de zwakke wil van zijn voedsterbroeder den kroonprins hoe langer hoe duidelijker wordt. En daardoor leert hij niet alleen zichzelf kennen, maar ook zichzelf zoo flink aanpakken, dat hij aan het einde van het boek met het volste vertrouwen kan zeggen: »Ik wil ook."

Marie Boddaert heeft deze mooie paedagogische gedachte met veel talent uitgewerkt en zij is er volkomen in geslaagd de belangstelling van haar lezers door het geheele boek heen te behouden.

Gebr. Kluitman hebben alle eer van deze uitgave die, versierd met prachtige illustraties van B. en J. Midderigh-Bokhorst een rustig voornamen indruk maakt.

De Schipper van de Jacomina

door MARIE BODDAERT. Geïll. door LOUIS RAEMAEKERS.

=Prijs in prachtband f 1.90=.

Dit nieuwe werk van de begaafde schrijfster speelt op Walcheren in de jaren toen de bevolking het vreemde dwangjuk moede was en de wensch en wil wakker werden, dat de Prins van Oranje weer mocht terugkeeren en 't als van ouds »Oranje Boven" zou worden. De overheerschers keken scherp toe en waar zij vrienden van Oranje vermoedden, straften zij even scherp. Vreedzame burgers werden opgebracht, hun huizen doorsnuffeld, hun papieren in beslag genomen en zij zelf zonder vorm van proces achter slot en grendel gezet.

In die atmosfeer van geheimzinnigheid, waarin wij ook vaak smokkelaars aantreffen op avonden dat de storm loeit en Walcheren's kust door de zee wordt gebeukt, speelt Koen Lievensz een eervollen rol. Het is een waagstuk, van de kust, bewaakt door gendarmes, in een wrakke boot af te steken, door de branding heen naar de Engelsche vloot te gaan om berichten over te brengen en daarna met tijdingen van de buitenwereld op het eiland terug te keeren. Als ten slotte de Franschen zijn verjaagd, spreekt schipper Bot deze woorden, welke als een profetie klinken: »_'k Hoop dat Nederland in de toekomst geen verdere les zal noodig hebben_," en met het oog op zijn Gillis en Marees en Koen. »_Met zulke jongens? Dat's best mogelijk!_"

De Page van Napoleon

door =S. J. Andriessen=. Geïllustreerd door =J. H. Isings Jr.=

=Prijs in prachtband f 1.90=.

[Illustratie]

Een historisch verhaal uit de dagen van Napoleon, dat elke jongen met de grootste belangstelling zal lezen.

Hector d'Albas, de jeugdige afstammeling van een oud adellijk geslacht vervalt door de revolutie tot groote armoede, maar komt door allerlei wederwaardigheden aan het hof van Napoleon en wordt tot page bevorderd. Hoe hij zich in deze betrekking gedraagt en ook wel eens misdraagt, wordt in dit boek op onderhoudende wijze beschreven. De mooie teekeningen van J. H. Isings Jr., verleenen aan dit royale en met zorg uitgevoerde boek een groote attractie.

NAPOLEON

Tweede Druk.

=Prijs in prachtband f 2.90=.

door H. TH. CHAPPUIS en A. H. P. BLAAUW.

Het beste werk in onze taal over den grooten keizer is dat van den overste H. Th. Chappuis. Het is waarlijk een standaardwerk, dat de Napoleontische reuzenfiguur inderdaad op de meest voortreffelijke wijze schetst. Er is van dit werk thans bij de gebroeders Kluitman te Alkmaar in fraaie uitgave een tweede geheel omgewerkte druk verschenen, waaraan de heer A. H. P. Blaauw, leeraar in de geschiedenis aan de Cadettenschool te Alkmaar zijn medewerking heeft verleend. Met genoegen maken wij van deze uitgave melding. _Rotterdamsch Nieuwsblad._

Het groote Napoleon-boek van Generaal Chappuis, met 32 platen, een boek voor de groote jongens over den grooten man, historisch wèl-gedocumenteerd en voorzien van kaarten en plattegronden: Wagram, Waterloo, is, omgewerkt door den samensteller, met behulp van den leeraar in de geschiedenis aan de Alkmaarsche cadettenschool A. H. P. Blaauw, in tweeden druk verschenen bij Gebr. Kluitman te Alkmaar. Uiterlijke zoowel als innerlijke verzorging zijn den prijs waard. _Alg. Handelsblad._

Van dit voortreffelijke boek is eene tweede druk verschenen, met platen naar oorspronkelijke schilderijen. De heer Blaauw, leeraar aan de Cadettenschool te Alkmaar, heeft het werk van den heer Chappuis, toen deze bezweek, overgenomen. De tweede druk is aldus omgewerkt en verbeterd en tot een standaardwerk geworden. _Prov. Groninger Courant._