De Zuidster, het land der diamanten

Chapter 22

Chapter 221,087 wordsPublic domain

"Waarlijk," riep Cyprianus uit met de voldoening van iemand, die eindelijk een moeilijk raadsel opgelost ziet. "In dat geval wordt alles verklaard. De breekbare ster heeft voorzeker aan den krop van Dada de beschermende laag vet ontleend en die heeft haar tot heden bewaard. Waarlijk, zij had beter gedaan met vier maanden vroeger uit elkander te springen, dat zou ons het reisje door de Transvaal uitgespaard hebben!"

Men lette thans op John Watkins, die zich ongeduldig in zijn leuningstoel heen en weer bewoog.

"Hoe kunt gij zoo'n ramp zoo licht opnemen?" zei hij eindelijk, terwijl hij rood van verontwaardiging was. "Gij zit daar allen over die vijftig millioenen, die in rook verdwenen zijn, te wauwelen, alsof het eene eenvoudige cigarette gold."

"Dat bewijst u, dat wij wijsgeeren zijn," antwoordde Cyprianus. "Waarachtig, het is nu wel tijd om de wijsbegeerte te beoefenen, nu wij niet anders kunnen."

"Wijsgeer zooveel ge wilt!" pruttelde de Engelschman, "maar vijftig millioenen zijn vijftig millioenen en die vindt men niet onder den hoef van een paard!.... Kijk, Jacobus, gij hebt mij heden waarlijk een grooten dienst bewezen, zonder het evenwel te weten. Ik geloof, dat ook ik uit elkander zou gesprongen zijn als een kastanje in de heete asch, wanneer de _Zuidster_ mijn eigendom ware gebleven!"....

"Om het even," viel Cyprianus hem in de rede, terwijl hij daarbij met een liefdevollen blik het frissche gelaat van miss Watkins, die naast hem zat, aankeek, "ik heb heden avond een zoo kostbaren diamant veroverd, dat het verlies van elken andere mij geheel onverschillig laat en mij niet kan deren!"

Zoo eindigde plotseling, als eene verwisseling van dekoratief op een tooneel, het veel bewogen maar korte bestaan van den grootsten geslepen diamant, die ooit op de wereld aanwezig was. Een zoodanig einde bracht, zooals men wel begrijpen kan, niet weinig het zijne er toe bij, om de bijgeloovige meeningen, die op zijne rekening in omloop waren, te bevestigen en te bestendigen. Meer dan ooit waren èn de Kaffers, èn de mijnwerkers van meening, dat zulke groote diamanten slechts ongeluk aanbrengen.

Jakobus Vandergaart, die hem geslepen had, en Cyprianus, die het plan gevormd had om hem aan het museum van de Mijnschool aan te bieden, ondervonden meer spijt over dat onverwachte verdwijnen van den steen, als zij wel wilden bekennen. Maar in weerwil daarvan bleef de wereld toch hare baan ongestoord vervolgen en niemand kan verklaren, dat zij bij het verdwijnen van de _Zuidster_ veel verloren heeft.

Alle die gebeurtenissen, die opeenvolging van pijnlijke aandoeningen, het verlies van zijn vermogen, gevolgd door het verlies van de _Zuidster_, misten hunne uitwerking op John Watkins niet. Zijne gezondheid was zeer ondermijnd. Hij werd bedlegerig, kwijnde gedurende eenige dagen en ging als eene kaars uit. Noch de zorgen vol toewijding zijner dochter, noch die van Cyprianus, noch de mannelijke vermaningen van Jakobus Vandergaart konden baten. De oude Engelschman voelde zich getroffen in zijn hoogmoed, in zijne eigenaars-voorliefde, in zijne zelfzucht, in alle zijne gewoonten. Neen, hij gevoelde dat hij verloren was. Op een avond trok hij Alice en Cyprianus tot zich, legde hunne handen in elkander en blies zonder een woord te spreken, den laatsten adem uit. Hij had zijne geliefde _Zuidster_ geen veertien dagen overleefd.

Weinige weken later werd het huwelijk van Cyprianus Méré met Alice Watkins op de meest eenvoudige wijze voltrokken. Alice was thans de echtgenoote van Cyprianus!.... Wat kon zij, wat kon hij meer verlangen?

Maar al was het vermogen van John Watkins verdwenen, toch was de ingenieur rijker dan zijne jonge vrouw kon vooronderstellen, rijker dan hij zelf wist. Tengevolge van de vondst van de _Zuidster_ was zijn claim toch buitengewoon in waarde gestegen. Gedurende zijne reis naar de Transvaal had Thomas Staal de ontginning voortgezet en daarbij veel geluk gehad. De aanbiedingen stroomden Cyprianus dan ook toe om zijn gedeelte te verkoopen. Hij verkocht dat dan ook vóór zijn vertrek naar Europa voor vijftigduizend gulden.

Nu draalden Alice en Cyprianus niet meer om Grikwaland te verlaten, teneinde naar Frankrijk terug te keeren. Zij volvoerden dat plan evenwel niet dan nadat zij de toekomst van Li, van Bardik en van Makatit verzekerd hadden. Jacobus Vandergaart bracht daartoe het zijne bij.

De oude diamantslijper had toch de Kopjes-mijn verkocht aan eene vennootschap, die door den ex-makelaar Nathan bestuurd werd. Toen die likwidatie afgeloopen was, vertrok hij naar Frankrijk, om bij zijne aangenomen kinderen te leven.

Deze vonden het geluk in hun wederzijdsch bezit. Cyprianus verwierf evenwel, dank zij zijne werkkracht, zijne algemeen erkende verdiensten en de waardeering, die hij van wege de geleerde wereld ondervond, een onafhankelijk vermogen.

Thomas Staal keerde naar Lancashire terug met een kapitaaltje van ongeveer twee en een halve ton. Hij is daar getrouwd, neemt als een gentleman trouw aan de vossenjacht deel en drinkt alle avonden zijn flesch Portwijn leeg.

Dit laatste mag niet als het fraaiste van zijn geschiedenis beschouwd worden.

De Vandergaart-Kopjes-mijn is nog niet uitgeput. Zij levert nog steeds ongeveer het vijfde gedeelte van de diamanten, die van de Kaapstad uitgevoerd worden; maar niemand heeft meer het goede of kwade gesternte gehad,--zooals men wil,--om andermaal eene _Zuidster_ te vinden.

Einde.

AANTEEKENINGEN

[1] De Engelsche mijl bedraagt 1609 Meters.

[2] Een groot getal Boeren of Hollandsche landlieden, die in Zuid-Afrika wonen, stammen af van Franschen, die ten gevolge van de intrekking van het édict van Nantes naar Holland uitgeweken en van daar naar de Kaapkolonie vertrokken zijn.

[3] 4800 gulden.

[4] 1080 gulden.

[5] Weegt zuiver, 0,2052 gram.

[6] Die Boer heette Jacobs. Een zekere Niekerk, Hollandsch handelaar, die daarin die streken in gezelschap van een struisvogelen-jager, O'Reilly genaamd, reisde, herkende in de handen der kinderen van dien Boer een steen, waarmede zij speelden, een echten diamant, dien hij voor weinige stuivers kocht en dien hij voor zes-duizend-twee-honderd-vijftig gulden van de hand zette aan sir Philip Woodehouse, Gouverneur van de Kaapkolonie. Deze steen, die onmiddellijk geslepen naar Parijs gezonden werd, verscheen op de Parijsche tentoonstelling op het Marsveld in 1867 gehouden. Sedert dat tijdstip is er gemiddeld voor een jaarlijksche bedrag van twintig millioen aan diamanten uit den bodem van Grikwaland te voorschijn gehaald. Een zeer wetenswaardige bijzonderheid is, dat het bestaan der diamanthoudende legeringen in dat land vroeger bekend, maar sedert in het vergeetboek geraakt was. Er bestaan oude kaarten van de XVe eeuw, waarop deze vermelding te lezen staat: _Here diamonds_, hetgeen beteekent: Hier zijn diamanten te vinden.

[7] Dit werk werd geschreven in 18.... Sedert is, zooals men weet, heel wat verandering in dien toestand gekomen. (_De Vertaler_).

[8] Historisch.

End of Project Gutenberg's De Zuidster, het land der diamanten, by Jules Verne