De Zonderlinge Lotgevallen Van Gil Blas Van Santillano Deel 1 V

Chapter 19

Chapter 193,705 wordsPublic domain

Het plan van Aurora scheen mij onzinnig toe. Maar hoe onredelijk ik het ook mocht vinden, wachtte ik mij wel haar daarop te wijzen. Integendeel begon ik de pil te vergulden en ik wist te bewijzen, dat dit dwaze plan slechts een aangenaam, ongevaarlijk spelletje was. Ik weet niet meer wat ik zooal zeide; maar zij was 't met mij eens; verliefde menschen zijn erg gemakkelijk wanneer men hunne dolzinnige verbeelding slechts vleit. Wij beschouwden dus deze gewaagde onderneming slechts als eene comedie, waarvan alleen de opvoering goed verzorgd moest worden. Wij kozen onze acteurs onder de bedienden en verdeelden vervolgens de rollen, wat zonder getwist of krakeel geschiedde, omdat wij geen beroepsacteurs waren. Besloten werd, dat juffrouw Ortiz de tante van Aurora zou zijn onder den naam van dona Kimena de Guzmann, dat men haar een bediende en een dienstmeisje zou geven; en dat Aurora, als edelman, mij tot kamerdienaar zou hebben en een der dienstmaagden, verkleed als page, om haar ter zijde te staan als kamenier. Na aldus alles geregeld te hebben, keerden wij naar Madrid terug, waar wij vernamen, dat don Louis er nog was, maar weldra naar Salamanca zou vertrekken. Wij laadden alle noodige kleeren in de diligence, mijne meesteres liet het toezicht op haar huis over aan haar zaakgelastigde en vervolgens vertrokken allen, die een rol in dit stuk hadden te spelen, met haar naar Salamanca. Wij waren reeds oud Castilië doorgereden, toen de as van onze karos brak. Het was tusschen Aula en Villaflor op 300 of 400 pas van een kasteel, dat aan den voet van een berg lag. Het werd nacht en wij zaten leelijk verlegen; gelukkig kwam er een boer voorbij, die ons uit de moeilijkheid redde. Hij vertelde ons, dat het kasteel vóór ons behoorde aan dona Elvira, weduwe van don Pedro de Pinares, en hij vertelde zooveel goeds van deze dame, dat mijne meesteres mij vooruit zond om nachtverblijf. Elvira logenstrafte het verhaal van den boer niet; weliswaar kwijtte ik mij van mijn opdracht op eene wijze, die haar zou hebben bewogen ons te ontvangen, zelfs wanneer zij niet de beleefdheid in eigen persoon ware geweest. Wij waren weldra op het kasteel, waar de weduwe van don Pedro ons aan de deur opwachtte. Ik zal de beleefdheidsfrasen, die gewisseld werden, stilzwijgend voorbijgaan. Alleen dient gezegd, dat Elvira eene oude dame was, die uitstekend de plichten der gastvrijheid verstond. Zij geleidde Aurora naar een prachtig appartement en wijdde haar aandacht daarna aan alles wat ons betrof. Toen het souper gereed was, liet zij in de kamer van Aurora opdienen, waar beiden aan tafel gingen. De weduwe van don Pedro was niet een dier personen, welke een maaltijd oneer aandoen door er droomerig of verdrietig bij te zitten. Zij was opgeruimd en wist uitstekend het gesprek gaande te houden. Zij wist zich uitstekend uit te drukken, ik bewonderde haar geestigheid en schoonen vorm, welken zij aan haar gedachten gaf. Aurora scheen er evenzeer door bekoord als ik. Zij sloten vriendschap en beloofden elkaar te zullen schrijven. Daar onze karos eerst den volgenden dag gerepareerd kon worden, zouden wij zoolang op het kasteel blijven. Wij werden op onze beurt onthaald en wij sliepen niet minder goed dan wij gedineerd hadden. Den volgenden dag vond mijne meesteres nieuwe aantrekkelijkheid in den omgang met Elvira. Zij dineerden in een groote zaal, waar verscheidene schilderijen hingen. Er was er een, waarvan de figuren uitstekend waren geteekend, maar het geheel bood een treurigen aanblik. Een doode edelman, achterover liggende, badende in zijn bloed, was erop geschilderd, tot in den dood was zijn blik nog dreigend. Naast hem op den grond lag een jonge dame in een andere houding met een degen in de borst te sterven, terwijl zij haar blik gevestigd hield op een jongen man, die doodelijk bedroefd scheen haar te moeten verliezen. De schilder had de schilderij verder voltooid met een persoon, welke mijn aandacht niet ontging. Het was een grijsaard met schoon gelaat, die diep geroerd over hetgeen hij zag, niet minder getroffen scheen dan de jonge man. De zielsbedroefde grijsaard scheen overstelpt van smart, terwijl bij den jongen man woede en droefheid om den voorrang streden. Alles was met zooveel nauwkeurigheid en vol uitdrukking geschilderd, dat wij niet konden nalaten er steeds naar te kijken. Op de vraag van mijne meesteres zei Elvira, dat deze schilderij eene trouwe voorstelling was van de ongelukken in hare familie. Het antwoord maakte de nieuwsgierigheid van Aurora gaande en de weduwe van don Pedro beloofde deze te bevredigen. Ortiz, haar beide kameraden en ik bleven op onze beurt ook na afloop van den maaltijd talmen. Onze meesteres wilde ons wegzenden, maar Elvira, die wel zag hoe wij van nieuwsgierigheid brandden, liet ons blijven, zeggende, dat de geschiedenis geen geheim was. Een oogenblik daarna begon zij aldus:

HOOFDSTUK IV

Het huwelijk uit wraak.

Roger, koning van Sicilië, had een broeder en eene zuster. Deze broeder, Monfroi, kwam tegen hem in opstand, waardoor het land in vuur en vlam werd gezet hij had echter het ongeluk twee veldslagen te verliezen en in handen des konings te vallen, die zich tevreden stelde als straf hem zijne vrijheid te ontnemen. Deze goedertierenheid deed Roger echter in de oogen van een gedeelte zijner onderdanen doorgaan voor een barbaar. Zij zeiden dat hij zijn broeder het leven slechts gelaten had om eene langzame en onmenschelijke wraak te genieten. Anderen, beter ingelicht, schreven de hardvochtige behandeling van Monfroi in de gevangenis toe aan zijn zuster Mathilda. Deze prinses had steeds den prins gehaat en hield niet op hem te kwellen, zoolang hij leefde. Zij leefde slechts kort, hetgeen als een gerechte straf werd beschouwd voor hare ontaarde gevoelens.

Monfroi liet twee zonen na; zij waren nog jong. Roger had wel lust zich van hen te ontdoen uit vrees dat zij, ouder geworden, het verlangen om hun vader te wreken, hen er toe zou brengen een partij aan te voeren, die niet genoeg onderdrukt was om nooit meer moeilijkheden te veroorzaken. Hij deelde zijn plan mee aan senator Leontio Siffredi, zijn minister, die het niet goedkeurde en om hem er af te brengen, zich met de opvoeding van Enrique, den oudste, belastte en hem aanraadde aan den connetable van Sicilië den jongsten zoon toe te vertrouwen, die don Pedro heette. Roger vond het goed, overtuigd, dat zijn neven door deze beide mannen zouden worden opgevoed in de onderworpenheid, welke zij hem verschuldigd waren. Zelf zorgde hij voor de opvoeding van zijne nicht Constance, eenige dochter van Mathilda en even oud als Enrique. Hij gaf haar dienstmaagden en leermeesters en spaarde geen kosten.

Leontio Siffredi had een kasteel binnen twee mijlen van Palermo in een bosch, Belmonte geheeten. Daar beijverde de minister zich om Enrique eenmaal de troon van Sicilië waardig te maken. Hij merkte allereerst in dezen prins zulke beminnelijke eigenschappen op, dat hij zich aan hem hechtte alsof hij geen kinderen had. Hij had evenwel twee dochters. De oudste, Blanche, een jaar ouder dan de prins, was een volmaakte schoonheid en de jongste, Portia, die bij hare geboorte den dood van hare moeder had veroorzaakt, lag nog in de wieg. Blanche en prins Enrique beminden elkaar, zoodra zij daartoe in staat waren, maar hadden geen gelegenheid zich samen te onderhouden. De prins wist er echter nu en dan iets op te vinden. En hij maakte zoo'n goed gebruik van die enkele kostbare oogenblikken, dat hij de dochter van Siffredi wist over te halen haar toestemming te geven voor de uitvoering van een door hem beraamd plan. Toevallig moest Leontio een reis ondernemen naar een der meest verwijderde provincies van het koninkrijk en tijdens zijne afwezigheid liet Enrique een gat maken in den muur van zijn vertrek, dat grensde aan de kamer van Blanche. Deze opening werd met een houten deur gesloten en deze was zoo kunstig gemaakt in de lambriseering, dat het niet te zien was. Een kundig architect maakte dit werk met even grooten ijver als discretie.

Door deze opening kwam de verliefde Enrique eenige malen in de kamer van zijne maitresse, maar maakte geen misbruik van hare goedheid. Indien zij al de onvoorzichtigheid had gehad hem te ontvangen, was dit alleen geschied op zijne verzekering, dat hij nooit meer zou eischen dan de onschuldigste liefdesbewijzen. Op een nacht vond hij haar zeer ongerust; zij had vernomen dat Roger zeer ziek was en dat hij Siffredi als grootkanselier van het rijk bij zich ontboden had om hem zijn laatste wilsbeschikking mee te deelen. Zij dacht zich haar lieven Enrique reeds op den troon en de angst hem in dezen hoogen rang te verliezen, veroorzaakte eene vreemde ontroering, zij had zelfs tranen in de oogen. "Gij weent mevrouw," zei hij, "wat moet ik denken van de droefheid waaraan gij u overgeeft?"--"Seigneur," antwoordde Blanche, "ik kan u mijn onrust niet verbergen, de koning uw oom zal weldra sterven en u zijn plaats nalaten. Wanneer ik bedenk, hoezeer uwe nieuwe grootheid u van mij gaat verwijderen, beken ik ongerust te zijn. Een monarch ziet de zaken uit een ander oogpunt dan een minnaar en dat, wat zijn verlangen uitmaakte, toen er nog een macht boven de zijne was, laat hem slechts koud op den troon. Misschien is het mijn verstand, of slechts een voorgevoel, maar het verontrust mij en mijn vertrouwen in uw goedheid kan deze onrust niet bedaren. Ik twijfel niet aan de standvastigheid uwer gevoelens; ik maak mij slechts ongerust over mijn geluk."

"Beminnelijke Blanche," antwoordde de prins, "uwe vrees rechtvaardigt mijn gehechtheid aan uwe bekoorlijkheden, maar uw buitensporig wantrouwen beleedigt mijn liefde en als ik het zeggen mag, de achting welke gij mij verschuldigd zijt. Neen, neen, denk niet dat uw lot van het mijne kan worden gescheiden, geloof eerder, dat gij alleen altijd mijne vreugde en geluk zult uitmaken. Laat dus uwe ijdele vrees varen. Laat zij niet deze zoete uren vergallen." "Ach Seigneur," antwoordde Blanche, "zoodra gij gekroond zijt, kunnen uw onderdanen u vragen eene prinses te huwen, welk schitterend huwelijk nieuwe rijken bij de uwe voegt; en misschien komt gij hunne verwachtingen na, zelfs ten koste van uw innigste wenschen." "En waarom," hernam Enrique, "vormt gij u zelf zulk een droevig beeld van de toekomst en kwelt u zelf daarmee? Indien de hemel over mijn oom beschikt en mij meester van Sicilië maakt, zweer ik bij alles wat ons heilig is, dat ik mij aan u zal geven te Palermo in tegenwoordigheid van mijn gansche hof."

Deze uitingen stelden de dochter van Siffredi een weinig gerust. Verder spraken zij over de ziekte des konings. Enrique liet zijn goed hart spreken; hij beklaagde zijn oom, ofschoon hij niet veel reden had om er getroffen door te zijn; de macht van het bloed deed hem den vorst beklagen, wiens dood hem een kroon zou bezorgen. Blanche kende nog niet alle ongelukken, welke haar bedreigden. De connetable van Sicilië, die eens voor gewichtige aangelegenheden op het kasteel van Belmonte was gekomen en haar ontmoet had terwijl zij uit het vertrek van haar vader kwam, was door hare schoonheid getroffen. Hij vroeg reeds den volgenden dag om haar hand aan Siffredi, die zijn aanzoek aannam; in deze dagen was echter de ziekte van Roger tusschenbeide gekomen, waardoor het huwelijk werd uitgesteld en Blanche had er nog niet over hooren spreken.

Op zekeren morgen, terwijl Enrique bezig was zich te kleeden, zag hij plotseling Leontio binnenkomen, gevolgd door Blanche. "Seigneur," zei de kanselier, "de tijding welke ik u kom brengen, zal u bedroeven, maar de troost die haar vergezelt, zal uwe smart lenigen. De koning uw oom is gestorven en door zijn dood laat hij u zijn scepter na. Sicilië is onderworpen aan u. De grooten van het rijk wachten uwe orders te Palermo. Zij hebben mij ermee belast ze uit uwen mond te vernemen en ik kom, seigneur, met mijne dochter, u de eerste en oprechte eerbewijzen brengen, welke uwe nieuwe onderdanen u verschuldigd zijn." De prins die wist, dat Roger al twee maanden aan een loopende ziekte leed, was niet verwonderd bij het hooren van deze tijding. Evenwel getroffen door de plotselinge verandering van positie, voelde hij duizend verschillende gewaarwordingen bij zich opkomen. Hij peinsde een oogenblik en sprak vervolgens: "Wijze Siffredi, ik beschouw u steeds als mijn vader. Het zal mij een eer zijn mij door u te laten raden en gij zult veeleer over Sicilië regeeren dan ik." Na deze woorden ging hij naar een tafel, waarop schrijfgereedschap lag en een blank vel papier nemend schreef hij zijn naam onder aan de pagina. "Wat wilt gij doen Seigneur?" vroeg Siffredi. "U mijne erkentelijkheid en mijne achting betoonen," antwoordde Enrique. Hij gaf daarop het papier aan Blanche en zei: "Ontvang, mevrouw, dit bewijs van mijn trouw en de macht die ik u geef." Blanche nam het blozend aan en antwoordde: "Seigneur, ik ontving met eerbied de gunstbewijzen van mijn koning, maar ik ben afhankelijk van een vader, en gij zult goed vinden, dat ik hem het papier ter hand stel, om er het gebruik van te maken, dat zijn wijsheid hem zal ingeven."

Zij gaf werkelijk de handteekening van Enrique aan haar vader. Deze bemerkte nu eerst wat tot dusver zijn aandacht was ontsnapt. Hij wachtte zich echter wel op de zaak in te gaan en zei: "Uwe majesteit zal mij niets te verwijten hebben. Ik zal er geen misbruik van maken."--"Waarde Leontio, welk gebruik gij er ook van zoudt willen maken, ik zal mijne belofte nakomen. Maar kom," vervolgde hij, "keer naar Palermo terug, laat de toebereidselen voor mijne kroning gereed maken en zeg aan mijne onderdanen, dat ik dra volg om van hen den eed van trouw te ontvangen en hun mijne genegenheid te betuigen". De minister gehoorzaamde aan de bevelen van zijn nieuwen meester en ging met zijne dochter op weg naar Palermo.

Eenige uren na hen vertrok de prins ook uit Belmonte meer denkende aan zijn liefde dan aan zijn hoogen rang. Toen men hem de stad zag binnenkomen, juichte men hem toe; hij betrad onder gejuich van het volk het paleis, waar alles reeds gereed was voor de plechtigheid. Hij vond er prinses Constance in rouwkleederen. Zij scheen zeer onder den indruk van den dood van Roger. Op gepaste wijze condoleerden zij elkander wederkeerig met den dood van dezen vorst, maar Enrique deed dit met meer koelheid dan de prinses, daar zij ondanks de familie-onaangenaamheden dezen prins nooit had kunnen haten. Hij plaatste zich op de troon en de prinses ging naast hem zitten op een ietwat lageren stoel. De grooten des rijks namen hun plaats in, ieder volgens zijn rang. De plechtigheid begon en Leontio als grootkanselier en bewaarder van het testament las dit luide voor. In hoofdzaak bevatte dit geschrift, dat bij Roger's kinderloos overlijden de oudste zoon van Montfroi tot zijn opvolger benoemd werd, op voorwaarde, dat hij prinses Constance zou huwen en dat, wanneer hij hare hand weigerde, de kroon van Sicilië zou toebehooren aan don Pedro zijn broeder, op dezelfde voorwaarden.

Deze woorden brachten voor Enrique eene verrassing en wel eene zeer onaangename, die er niet beter op werd toen Leontio na het geheele testament te hebben voorgelezen, tot de aanwezigen sprak: "Mijne heeren, toen ik de laatste wenschen van wijlen den koning aan onzen nieuwen vorst overbracht, stemde deze edelmoedige prins er in toe prinses Constance, zijn nicht, zijn hand aan te bieden." Enrique wilde den kanselier in de rede vallen: "Leontio," zei hij, "denk aan het papier van Blanche...." Maar Siffredi liet den vorst geen tijd eene verklaring te geven: "Seigneur", zei hij, "zoo is het. De edelen van het koninkrijk," vervolglde hij en toonde het papier, "zullen er uit lezen door uwe doorluchtige handteekening bekrachtigd, hoe groot de achting is, welke gij voor de prinses koestert, en den eerbied, welken gij de laatste wenschen van wijlen den koning, uw oom bewijst."

Hierna las hij het papier voor, dat hij zelf had ingevuld. De nieuwe koning beloofde daarin onomwonden prinses Constance te zullen huwen volgens de bedoelingen van Roger. De zaal weerklonk van vreugdegejuich. "Leve onze grootmoedige koning Enrique," riepen zij die tegenwoordig waren. Want bekend als men was met den tegenzin, welken deze prins voor de prinses getoond had, vreesde men niet zonder reden dat hij tegen deze bepaling van het testament in verzet zou komen en twist over het koninkrijk zou brengen; door deze verklaring waren zij echter gerustgesteld. De algemeene toejuichingen verscheurden echter het hart van den vorst.

Constance, die gedreven door eerzucht en door haar teedere gevoel wat meer dan eenig ander belang bij de zaak had, gebruikte dit oogenblik om den koning haar erkentelijkheid te betuigen. De vorst wist zich bijna niet goed te houden. Hij ontving de dankbetuiging van de prinses met zooveel onrust, hij was zoo verward, dat hij zelfs niet kon antwoorden, wat de welvoeglijkheid van hem eischte. Eindelijk, zich niet langer kunnende beheerschen, naderde hij Siffredi, wiens opdracht hem dicht bij den koning hield, en zei zacht: "Wat doet gij Leontio? Het papier dat ik uw dochter gaf, was hiervoor niet bestemd, gij verraadt...."

"Seigneur," antwoordde Siffredi, "denk aan uwen roem. Indien gij de wenschen van wijlen uw oom niet nakomt, verliest gij de kroon van Sicilië." Na deze woorden verwijderde hij zich uit de nabijheid des konings om een antwoord te voorkomen. Enrique voelde zich in groote verlegenheid. Hij was verbitterd op Siffredi, hij kon niet besluiten Blanche te verlaten en verdeeld tusschen haar en zijn roem, wist hij niet welke keuze hij moest doen. Eindelijk meende hij toch het middel gevonden te hebben om de dochter van Siffredi te behouden zonder van den troon afstand te doen. Hij deed alsof hij zich aan de wenschen van Roger onderwierp en nam zich voor onderwijl te Rome dispensatie aan te vragen van zijn huwelijk met zijn nicht, door zijn weldaden de grooten van het rijk voor zich te winnen, en op deze wijze zijn macht zoo goed te vestigen, dat men hem niet zou dwingen de voorwaarden van het testament na te komen.

Zoodra hij dit plan gevormd had, werd hij rustiger en zich naar Constance keerende, bevestigde hij wat de grootkanselier reeds had medegedeeld. Op het oogenblik echter, dat hij haar trouw zwoer, kwam Blanche binnen om op bevel haars vaders aan de prinses hare verknochtheid te betuigen en hoorde de woorden van Enrique. En daar Leontio bij haar geen twijfel wilde laten omtrent haar ongeluk, stelde hij haar aan Constance voor met de woorden: "Mijne dochter, betuig uwe koningin uwe hulde: wensch haar eene bloeiende regeering en een gelukkig huwelijk." Deze verschrikkelijke slag deed de ongelukkige Blanche bijna hare bezinning verliezen. Tevergeefs trachtte zij hare smart te verbergen, beurtelings werd zij rood en bleek en haar geheele lichaam beefde. De prinses vermoedde echter niets: zij schreef haar onsamenhangende woorden toe aan verlegenheid van een meisje, dat opgevoed in een woestijn weinig gewend was aan het hof te verkeeren. De vorst begreep het echter wel beter. De wanhoop, die hij in haar oogen las, bracht hem van streek. Hij twijfelde niet of zij moest, oordeelend naar den schijn, hem voor trouweloos houden. Hij zou minder ongerust geweest zijn, indien hij haar had kunnen spreken, doch hoe moest hij het middel daarvoor vinden, nu geheel Sicilië als 't ware het oog op hem gevestigd had. Overigens liet de wreede Siffredi hem geen kans. De minister, die in de harten van deze beide minnenden las en de ongelukken wilde voorkomen, die hun liefde over den staat kon veroorzaken, nam zijne dochter weldra mee naar Belmonte en besloot haar zoo spoedig mogelijk uit te huwelijken om meer dan één reden.

Toen zij thuis waren aangekomen, bracht hij haar in kennis met het verschrikkelijk lot, dat voor haar was weggelegd. Hij zei haar, dat hij den connetabel het ja-woord had gegeven. "Rechtvaardige hemel," riep zij uit, door den schrik bevangen, "welke vreeselijke folteringen hebt gij voor de ongelukkige Blanche weggelegd?" Hierna viel zij buiten kennis in de armen van haar vader. Hoewel deze medelijden met haar had, veranderde zijn eerste besluit toch niet. Eindelijk kwam Blanche weer bij, meer door het groot verdriet dat zij had dan door het water dat Siffredi haar in het gelaat wierp en hare droevige oogen openende zag zij hem zich beijverende om haar te helpen.

"Seigneur," zei zij met doffe stem, "ik schaam mij, dat ik u mijn zwakheid heb laten zien, maar de dood, welke spoedig een einde zal maken aan mijne kwellingen, zal u spoedig verlossen van eene ongelukkige dochter, welke over haar hart heeft beschikt zonder uwe voorkennis." "Neen, lieve Blanche," antwoordde Leontio, "gij zult niet sterven, en uw deugd zal haar macht over u herwinnen. Het aanzoek van den connetabel doet u alle eer; het is de beste partij in den Staat...." "Ik acht zijn persoon en zijn verdienste," antwoordde Blanche, "maar seigneur, de koning had mij doen hopen...." Doch toen viel Siffredi haar op zijn beurt in de rede, "ik weet alles wat ge daarover zeggen wilt. Ik ben niet onbekend met uwe liefde voor dezen vorst, en ik zou haar in andere omstandigheden niet afkeuren, gij zoudt zelfs zien, dat ik mij zou beijveren u de hand te verzekeren van Enrique, wanneer het belang van zijn roem en dat van den staat hem niet noodzaakten met Constance te huwen. Op voorwaarde alleen, dat hij met deze prinses zou huwen, heeft de gestorven koning hem als opvolger aangewezen. Wilt gij, dat hij aan u de voorkeur geeft boven de kroon van Sicilië? Geloof, dat ik ook diep getroffen ben door den doodelijken slag, welke u is toegebracht. Maar waar wij niet tegen het noodlot kunnen strijden, moet gij moedig zijn; gij moet er een eer in stellen om niet aan het geheele koninkrijk te laten zien, dat gij een ijdele hoop gekoesterd hebt. Uwe toegenegenheid voor den koning zou zelfs aanleiding geven tot lasterpraatjes over u en het eenige middel om deze te voorkomen is te trouwen met den connetabel. Kortom, Blanche, er is niets meer aan te doen. De koning doet afstand van u voor een troon: hij trouwt met Constance. De connetable heeft mijn woord, kom dit na bid ik u; en als het noodig is om u ertoe te bewegen, dat ik van mijn gezag gebruik maak, dan beveel ik het u."