De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 1 van 2 De Spaansche Avonturier

Part 20

Chapter 203,863 wordsPublic domain

Na deze woorden ging hij heen en liet haar aan haar gedachten over. Hij hoopte, dat na de redenen, welke hij had aangevoerd om haar deugd te sterken tegenover de neiging van haar hart, zij uit zich zelf zou besluiten de vrouw te worden van den connetable. Hij bedroog zich niet, maar wat kostte het de ongelukkige Blanche niet, dit besluit te nemen! De smart, dat haar voorgevoel over de ontrouw van Enrique verwezenlijkt was en dat zij gedwongen was, hem te verliezen en te worden overgeleverd aan een man, dien zij niet kon beminnen, veroorzaakte haar zulk nameloos wee, dat haar bestaan ondragelijk werd. "Indien mijn ongeluk vaststaat," riep zij uit, "hoe kan ik er mij dan tegen verzetten zonder te sterven? Meedoogenloos noodlot, waarom hebt gij mij met de zoetste hoop gevleid, wanneer gij mij toch in een afgrond van rampen werpen moest? En gij trouwelooze minnaar, geeft je aan een ander, terwijl je mij eeuwige trouw hebt beloofd! Heb je dan zoo spoedig kunnen vergeten, wat je me gezworen hebt? Om je te straffen voor het feit, dat ge mij zoo wreed bedrogen hebt, geve de hemel, dat de echtelijke legerstede het tooneel worde van verdriet en niet van genot en dat de liefkoozingen van Constance uw trouweloosheid vergiftigen. Moge je huwelijk even afschuwelijk wonden als het mijne! Ja, verrader, ik zal den connetable huwen, dien ik niet bemin, om mijzelf te straffen, dat ik mijne genegenheid zoo slecht had geplaatst. Waar mijn godsdienst verbiedt de hand aan mijn leven te slaan, zie ik, dat de dagen die mij overblijven, in rouw en ellende voorbij zullen gaan. Als gij nog eenige liefde voor mij gevoelt, zal ik mij op je wreken door mij in de armen van een ander te werpen, en indien gij mij geheel hebt vergeten, zal Sicilië ten minste er zich op kunnen beroemen een vrouw te hebben voortgebracht, die zich zelf gestraft heeft omdat zij te lichtvaardig over haar hart had beschikt."

In een dergelijken toestand bracht dit treurig slachtoffer van de liefde en den plicht den nacht door, voorafgaande aan haar huwelijk met den connetable. Siffredi, die haar den volgenden dag bereid vond aan zijne wenschen te voldoen, haastte zich van de gunstige gelegenheid te profiteeren. Hij liet den connetable den zelfden dag nog te Belmonte komen, en voltrok in het geheim het huwelijk in de kapel van het kasteel. Welk een dag voor Blanche! Het was nog niet genoeg een kroon te verliezen, afstand van een minnaar te doen en zich aan iemand te moeten geven dien zij haatte; doch zij moest daarbij nog hare gevoelens verbergen voor een echtgenoot, die een grooten hartstocht voor haar koesterde en van nature jaloersch was. Deze echtgenoot, blijde haar te bezitten, was steeds aan haar voeten. Hij liet haar zelfs niet den schralen troost in het geheim haar ongeluk te kunnen beweenen. Toen de nacht aanbrak, voelde de dochter van Leontio haar smart verdubbelen. Maar wat moest zij doen, toen hare vrouwen, na haar ontkleed te hebben, haar alleen lieten met den connetable? Hij vroeg eerbiedig naar de oorzaak van de bedruktheid, waarin zij scheen te verkeeren. Deze vraag bracht Blanche in verlegenheid en zij veinsde zich onwel te voelen. Eerst nam haar echtgenoot dit aan, maar lang bleef hij niet in deze dwaling. Daar hij werkelijk ongerust was over haar toestand, drong hij bij haar aan om naar bed te gaan, zij legde dit aandringen verkeerd uit en vormde zich daarvan zulk een wreed beeld, dat zij tenslotte in tranen uitbarstte. Welk een schouwspel voor een man, die meende zijn vurigst verlangen bereikt te hebben. Hij twijfelde niet langer of de ziekte van zijn vrouw was noodlottig voor zijne liefde. Ofschoon deze gedachte zijn toestand bijna even ellendig maakte als die van Blanche, had hij wilskracht genoeg om zijn vermoeden te verbergen. Hij verdubbelde zijn attenties en drong er bij haar op aan naar bed te gaan, haar verzekerend dat hij de rust, die zij noodig had, niet zou verstoren. Hij bood zelfs aan haar vrouwelijke bedienden te roepen, indien zij oordeelde dat die hulp haar verlichting kon brengen. Blanche, door deze belofte gerustgesteld, zei dat zij alleen rust noodig had om de zwakte, waarin zij zich bevond, te overwinnen. Hij deed, alsof hij haar geloofde. Zij gingen samen naar bed en brachten een nacht door, hemelsbreed verschillend van dien, welke de liefde geeft aan minnenden.

Terwijl de dochter van Siffredi zich overgaf aan haar smart, ging de connetable in zich zelf na, waardoor zijn huwelijk zoo noodlottig kon zijn. Hij begreep, dat hij een mededinger had, maar toen hij hem wilde ontdekken, kwam hij op geen enkel spoor. Hij wist alleen, dat hij de ongelukkigste van de mannen was. Hij had reeds twee derden van den nacht met overdenkingen doorgebracht, toen hij een gerucht hoorde. Hij was verrast te hooren hoe iemand zachtjes door de kamer liep. Hij meende zich te bedriegen, want hij herinnerde zich zelf de deur gesloten te hebben, nadat de vrouwelijke bedienden zich hadden verwijderd. Hij opende de gordijnen om zich met eigen oogen te overtuigen wat de oorzaak was van het geluid, dat hij hoorde: het licht op den schoorsteen was echter uitgegaan en weldra hoorde hij een zachte stem, die herhaaldelijk Blanche riep. Zijn jaloersche vermoedens kregen nu de overhand en daar zijn eer er mede gemoeid was en hem verplichtte op te staan om een beleediging te voorkomen of deze te wreken, nam hij zijn degen en liep naar de zijde vanwaar de stem kwam. Hij voelt een degen den zijne kruisen. Hij gaat vooruit, waarop de ander zich terugtrekt. Hij vervolgt, maar de ander wijkt achteruit. Hij zoekt hem, die tracht te vluchten in alle hoeken van de kamer voor zoover de duisternis het toelaat en vindt niets. Hij blijft staan, luistert en hoort niets meer. Het lijkt toovenarij. Hij denkt dat de belager van zijn eer door de deur gevlucht is, maar de grendel was er op als tevoren. Daar hij niets van dit avontuur begreep, riep hij zijn dichtstbijzijnde bedienden en terwijl hij hun de deur opende, bleef hij in de doorgang staan en was op zijn hoede om zijn tegenstander niet te laten ontsnappen. Op zijn herhaald geroep kwamen eenige dienaren met toortsen. Hij nam een kaars en stelde met ontblooten degen een onderzoek in. Hij vond echter niemand, noch eenig spoor, dat er iemand geweest was. Hij kon geen geheime deur ontdekken, noch eenige opening, waardoor men toegang had kunnen krijgen; hij kon echter nu niet blind blijven voor den omvang van zijn ongeluk. Van Blanche mocht hij geen opheldering verwachten, daar zij te groot belang er bij had de waarheid te verbergen. Hij besloot zijn hart bloot te leggen aan Leontio, nadat hij de dienaren had weggezonden, zeggende, dat hij eenig gerucht had gehoord, maar zich vergist had. Hij ontmoette zijn schoonvader, die op het lawaai uit zijn slaapvertrek was gekomen, en vertelde hem wat er was voorgevallen onder onmiskenbare teekenen van opgewondenheid en diepe smart.

Siffredi was verrast over het avontuur. Ofschoon het hem niet natuurlijk scheen, achtte hij het toch waarschijnlijk, en daar hij alles mogelijk achtte van de liefde des konings, werd hij hevig door die gedachte ontroerd. Maar verre van voedsel te geven aan de jaloersche vermoedens van zijn schoonzoon, stelde hij hem gerust met de verklaring, dat de stem, welke hij had meenen te hooren en den degen, welke den zijne had gekruist, niets anders konden zijn dan de spooksels van een door jaloerschheid verhitte verbeelding; dat het onmogelijk was voor iemand de kamer van zijn dochter binnen te komen, dat de smart, welke hij bij zijne vrouw had opgemerkt, misschien was veroorzaakt door eenige ongesteldheid; dat de eer niet verantwoordelijk moest gesteld worden voor veranderingen van het temperament; dat de verandering van een meisje, gewend in afzondering te leven, en die zich plotseling ziet gegeven aan een man, dien zij nog niet kende en dus niet kon beminnen, de oorzaak wel eens kon zijn van deze tranen en zuchten en de ongesteldheid waarover zij klaagde; dat de liefde in het hart van meisjes van edelen bloede slechts ontstond door den tijd en toewijding; dat hij hem aanmaande zijn ongerustheid te kalmeeren, zijn teederheid te verdubbelen om Blanche beter te stemmen en dat hij hem bad naar haar terug te keeren, overtuigd dat dit wantrouwen en die ongerustheid hare deugd beleedigden.

De connetable antwoordde niets op de argumenten van zijn schoonvader; hetzij dat hij begon te gelooven zich werkelijk vergist te hebben, hetzij dat hij het beter oordeelde te veinzen dan te trachten den grijsaard te overtuigen van een feit, dat zoo onwaarschijnlijk scheen. Hij keerde in het vertrek zijner vrouw terug, vleide zich naast haar neer en trachtte door den slaap zijn onrust te kalmeeren. Blanche van haar kant, de treurige Blanche, was evenmin bedaard. Zij had maar al te goed dezelfde geluiden als haar echtgenoot gehoord en zij kon een avontuur, waarvan zij het geheim en de redenen kende, niet voor een illusie houden. Zij verbaasde zich, dat Enrique in haar slaapvertrek trachtte door te dringen, nadat hij zoo plechtig zijn woord aan Constance had gegeven. Inplaats van zich over dezen stap te verheugen, beschouwde zij deze als een nieuwe beleediging en haar hart werd door oprechten toorn vervuld.

Terwijl de dochter van Siffredi in haar vooringenomenheid den jongen koning schuldiger dan alle mannen vond, wenschte deze ongelukkige vorst, meer dan ooit op haar verliefd, haar te spreken om zich vrij te pleiten van den schijn, die tegen hem was. Hij zou voor dit doel wel eerder te Belmonte gekomen zijn, maar de bezigheden, welke hij te verrichten had, lieten dat niet toe, en zoo kon hij zich eerst dezen nacht uit het paleis verwijderen. Hij kende te goed de omstreken van de plaats waar hij was opgevoed, om moeite te hebben met het vinden van een toegangsweg tot het kasteel van Siffredi, vooral waar hij nog den sleutel bezat van een geheime deur, die toegang verleende tot de tuinen. Hierlangs bereikte hij zijn vroeger appartement en vandaar betrad hij vervolgens de kamer van Blanche. Verbeeld u de verwondering van dezen vorst, toen hij er een man aantrof en een degen zich tegenover den zijne stelde. Het scheelde weinig, of hij had zich vergeten en op de plaats den vermetele gestraft, die zijn hand had durven op te heffen tegen zijn eigen koning, maar de gedachte, dat hij de dochter van Leontio voor alle gepraat moest bewaren, kalmeerde zijn toorn. Hij trok zich op dezelfde manier terug als hij gekomen was en gejaagder dan ooit sloeg hij den weg naar Palermo in. Eenige oogenblikken vóór het aanbreken van den dag kwam hij daar aan en sloot zich in zijn vertrekken op, te overspannen om te kunnen denken. Hij dacht slechts aan zijn terugkeer naar Belmonte. Zijn veiligheid, zijn eer en vooral zijn liefde stonden hem niet toe de opheldering van dit avontuur uit te stellen. Zoodra het dag was, liet hij zijn jachtrijtuig voorkomen en onder voorwendsel van dit vermaak, betrad hij het woud van Belmonte met eenige hovelingen. Eenigen tijd bleef hij jagen om zijn plannen te verbergen en toen hij zag, dat ieder ijverig de honden volgde, verwijderde hij zich en sloeg den weg naar het kasteel van Leontio in. Hij kende dien zeer goed en in zijn ongeduld zijn paard niet ontziende, had hij in weinig tijd de ruimte afgelegd, welke hem scheidde van het voorwerp zijner liefde. Hij zocht naar een geschikt voorwendsel om zich in het geheim een onderhoud met de dochter van Siffredi te verschaffen, toen hij een hoek omslaande, twee vrouwen opmerkte, dichtbij aan den voet van een boom gezeten. Hij twijfelde niet of deze vrouwen behoorden tot het kasteel en dit gezicht ontroerde hem, maar deze ontroering werd nog grooter, toen hij Blanche herkende, die bij het hooren van den galop het hoofd had omgewend. Zij was met Nise, een harer vrouwelijke bedienden, die zij kon vertrouwen, het kasteel ontvlucht om tenminste onbespied te kunnen weenen.

Hij vloog naar haar toe, wierp zich aan hare voeten en in haar oogen de sporen ziende van groote smart, riep hij verteederd: "Schoone Blanche, wees niet langer droevig. Volgens den schijn ben ik schuldig, ik beken het, maar wanneer gij zult vernemen het plan, dat ik voor u gevormd heb, zal hetgeen u nu een misdaad schijnt, een bewijs blijken van mijn onschuld en mijne groote liefde." Door deze woorden meende Enrique haar te kunnen kalmeeren, maar het werd slechts erger. Zij wilde antwoorden, maar snikken smoorden haar stem. De prins was hierover zeer verwonderd en zei: "Hoe, mevrouw, kan ik uw verdriet niet lenigen? Door welk ongeluk heb ik uw vertrouwen verloren, ik, die mijn kroon in de waagschaal stel en zelfs mijn leven om mij aan u te wijden."

De dochter van Leontio, zich beheerschend, zei hem: "Seigneur, uwe beloften zijn waardeloos. Voortaan kan niets mij meer aan u binden."--"Ach, Blanche," viel Enrique haar in de rede, "welke wreede woorden voegt gij mij toe! Wie kan u aan mijn liefde onttrekken, wie zal zich bloot willen stellen aan de woede eens konings, die geheel Sicilië in vuur zal zetten, liever dan de hoop op te geven u te bezitten."--"Al uwe macht, Seigneur," antwoordde langzaam de dochter van Siffredi, "wijkt voor de hinderpalen, die ons scheiden. Ik ben de vrouw van den connetable." "De vrouw van den connetable!" riep de prins uit, eenige schreden teruggaande. Hij kon den volzin niet voleindigen. Door dezen onverwachten slag begaven zijn krachten hem. Hij liet zich vallen aan den voet van een boom, welke achter hem stond. Hij was bleek, ontdaan en slechts zijn oogen, welke hij op Blanche vestigde, zeiden haar hoe zeer het ongeluk hem trof. Zij keek hem aan en hij zag, dat hare gevoelens weinig van de zijne verschilden; en deze beide gelieven bewaarden onderling een verschrikkelijk stilzwijgen. Eindelijk was de prins een weinig bekomen, kon weder spreken en zei zuchtend tot Blanche: "Mevrouw wat hebt gij gedaan? Gij hebt mij ten verderve gebracht en gij zijt zelf ook verloren door uwe lichtgeloovigheid."

Het griefde Blanche, dat de vorst haar verwijten scheen te doen, terwijl zij meende zeer gegronde redenen te hebben zich over hem te beklagen. "Hoe, Seigneur," antwoordde zij, "verzwaart ge uw ontrouw nog door huichelarij! Zoudt gij willen, ondanks alles wat ik gehoord en gezien heb, dat ik u voor onschuldig hield? Neen Seigneur, ik beken u, dat ik daartoe niet in staat ben."--"Evenwel, mevrouw," antwoordde de koning, "hebben deze getuigen, die u zoo trouw schijnen, u misleid." Zij zelf hebben geholpen om u te bedriegen en zoowaar gij de vrouw van den connetable zijt, ben ik onschuldig en trouw gebleven aan u."--"En Seigneur," hernam zij, "heb ik u niet tegenover Constance hooren bevestigen, dat gij haar uw hand en uw hart schenkt; hebt gij niet aan de rijksgrooten verklaard, dat gij de wenschen van den overleden vorst zoudt nakomen, en heeft de prinses niet de hulde van uwe nieuwe onderdanen ontvangen in de hoedanigheid van koningin en echtgenoote van prins Enrique? Waren mijne oogen dan betooverd? Zeg liever, trouwelooze, dat gij niet verwachtte, dat Blanche in uw hart het belang van een troon kon vergoeden en beken zonder te veinzen wat gij niet meer gevoelt of nooit gevoeld hebt, dat de kroon van Sicilië u veiliger toescheen met Constance dan met Blanche. Gij hebt gelijk, mijnheer, een schitterende troon was ik evenmin waard dan een prins als gij. Ik was te ijdel om het te gelooven, maar gij moest mij niet in deze dwaling gelaten hebben. Gij weet mijn ongerustheid, dat ik u zou verliezen. En waarom hebt gij mij gerust gesteld? Was het noodig mijn vrees te verdrijven? Ik zou eerder het noodlot dan u hebben aangeklaagd en gij zoudt tenminste mijn liefde hebben behouden, mijn hand zou nooit een ander dan gij verworven hebben. Thans is het niet het juiste oogenblik, om u te rechtvaardigen. Ik ben de vrouw van den connetabel en om mij een onderhoud, dat mijne eer zou bezoedelen, te besparen, moet gij dulden, seigneur, dat ik, zonder in eerbied voor u te kort te schieten, een vorst verlaat, dien ik niet langer mag aanhooren."

Bij deze woorden verwijderde zij zich met zooveel spoed, als de omstandigheden haar veroorloofden. "Blijf staan, mevrouw," riep de vorst uit; "breng een vorst niet tot wanhoop, die eerder geneigd is een troon omver te werpen, dien ik, zooals ge mij verwijt, boven u zou hebben verkozen, dan aan de verwachtingen van zijne onderdanen te voldoen."--"Deze nieuwe opoffering is thans onnoodig," antwoordde Blanche. "Waar ik niet meer vrij ben, kan het mij weinig schelen of Sicilië in de asch wordt gelegd en aan wie gij uw hand schenkt. Hoewel ik zwak genoeg was, mijn hart te laten overrompelen, zal ik tenminste de kracht hebben die neiging te onderdrukken en aan den nieuwen koning van Sicilië toonen, dat de vrouw van den connetabel niet meer de minnares is van vorst Enrique." Zoo sprekend, ging zij plotseling met Nisa naar binnen en de deur achter zich sluitend, liet zij den vorst overstelpt door smart achter. Hij kon zich niet herstellen van den slag, dien Blanche hem had toegebracht door de tijding van haar huwelijk. "Onrechtvaardige Blanche," riep hij uit, "gij hebt de herinnering aan onze belofte vergeten. Ondanks mijn eeden en de uwe, zijn wij gescheiden. De gedachte, welke ik nog had gekoesterd uwe liefde te bezitten, was dus slechts ijdele waan. O wreede vrouw, wat kost het mij niet, dat ik u mijn liefde heb betoond!"

Vervolgens drong het beeld van het geluk van zijn medeminnaar zich op aan zijn geest met alle verschrikkingen der jaloezie; en deze hartstocht beheerschte hem eenige oogenblikken zoodanig, dat hij op het punt stond zich te wreken op den connetabel zoowel als op Siffredi. De rede kalmeerde echter langzamerhand de heftigheid van zijn toorn. De onmogelijkheid om Blanche af te brengen van de meening over zijn ontrouw, maakte hem wanhopig. Hij hoopte deze te kunnen wijzigen, wanneer hij nog eens met haar zou kunnen spreken. Om daartoe te geraken oordeelde hij het noodig den connetabel te verwijderen en hij besloot hem te laten arresteeren als verdacht van een samenzwering. Hij gaf daartoe bevel aan den kapitein van zijn lijfgarde, die naar Belmonte ging, zich bij het aanbreken van den nacht van zijn persoon verzekerde en hem naar het kasteel te Palermo voerde. Dit incident veroorzaakte te Belmonte groote opschudding. Siffredi vertrok terstond om bij den koning voor de onschuld van zijn schoonzoon in te staan en hem de noodlottige gevolgen onder het oog te brengen van zulk een willekeurige arrestatie. De vorst, voorbereid op dezen stap van den minister, en die zich minstens een ongestoord onderhoud met Blanche wilde verzekeren, alvorens den connetabel los te laten, had uitdrukkelijk bevolen, dat hij door niemand vóór den volgenden morgen wilde worden lastig gevallen. Maar Leontio stoorde zich niet aan dit bevel en trad het vertrek des konings binnen.

"Seigneur," zei hij, "wanneer het een eerbiedig en trouw onderdaan veroorloofd is zich over zijn meester te beklagen, kom ik tot u met een klacht over uzelf. Welke misdaad heeft mijn schoonzoon begaan? Heeft Uwe Majesteit wel gedacht aan de eeuwige schande voor mijn familie en aan de gevolgen van eene arrestatie, die uw voornaamste staatsdienaren van u kunnen vervreemden?" "Ik heb zekere inlichtingen," antwoordde de koning, "dat de connetabel een complot heeft gesmeed met den infant don Pedro."--"Een complot?" viel de verbaasde Leontio hem in de rede. "Ach Seigneur, geloof het niet, men heeft u voorgelogen. Het verraad is nog nooit in de familie Siffredi binnengeslopen; en het is voor den connetabel voldoende, dat hij mijn schoonzoon is, om boven iedere verdenking te staan. De connetabel is onschuldig, maar geheime beweegredenen leidden u bij zijne arrestatie."

"Waar gij zoo openlijk tot mij spreekt," antwoordde de koning, "zal ik het ook doen. Gij beklaagt u over de gevangenhouding van den connetabel. En heb ik mij niet meer over uwe wreedheid te beklagen? Gij zijt het, barbaarsche Siffredi, die mij mijn gemoedsrust hebt ontnomen en er mij toe gebracht hebt door uwe heimelijke zorgen het lot van den meest gewonen sterveling te benijden. Want gij moet u niet vleien, dat ik mij aan uwe gedachtengang stoor. Tot mijn huwelijk met Constance werd tevergeefs besloten...."

"Hoe Seigneur," riep Leontio ontroerd uit, "gij zoudt de prinses niet huwen na haar voor de oogen van uw volk met deze hoop te hebben gevleid?"--"Indien ik hunne verwachting teleurstel," antwoordde de koning, "is dit slechts aan u zelf te wijten. Waarom hebt gij mij genoodzaakt haar iets te beloven, dat ik niet kan nakomen? Wie verplichtte u een brief, dien ik uwe dochter had gegeven, met den naam van Constance in te vullen? Gij waart niet onbekend met mijn plannen; waarom moest gij het hart van Blanche geweld aandoen door haar een man te laten huwen, dien zij niet beminde? En welk recht hebt gij op het mijne, dat gij er over durft te beschikken ten gunste van een prinses, welke ik haat. Zijt gij vergeten, dat zij de dochter van die wreede Mathilda is, die de rechten van het bloed en de menschelijkheid met voeten tredend, mijn vader liet omkomen in een hardvochtige gevangenschap? En nu zou ik haar huwen? Neen Siffredi, laat die hoop varen, eerder dan dit weerzinwekkend huwelijk, zult gij Sicilië in vlammen zien en zijn landouwen overstroomd van bloed."

"Heb ik goed gehoord?" riep Leontio uit. "Och Seigneur wat voorspelt gij mij! Welke verschrikkelijke bedreigingen. Maar ik maak mij ten onrechte ongerust," vervolgde hij, van toon veranderend. "Gij houdt te veel van uwe onderdanen, om hen zulk een treurig lot te berokkenen. Gij zult u niet door de liefde laten vervoeren, gij zult uwe deugden niet bezoedelen door te vervallen in de zwakheden van den gewonen mensch. Indien ik mijne dochter aan den connetabel heb gegeven, heb ik dat alleen gedaan, seigneur, om uwe majesteit een dapper onderdaan te bezorgen, die door zijn arm en het leger, waarover hij beschikt, uwe belangen kan voorstaan tegenover don Pedro. Ik heb gemeend door hem met zoo nauwe banden aan mijne familie te...." "En het zijn juist die banden," riep vorst Enrique uit, "het zijn die vervloekte banden, welke mij verderven, wreede vriend, waarom hebt gij mij zulk een gevoeligen slag toegebracht? Had ik u opgedragen mijn belangen te behartigen ten koste van mijn hart? Waarom liet gij mij zelf niet daarvoor zorgen? Ontbreekt het mij aan moed om de onderdanen te onderwerpen, die zich tegen mij zouden willen verzetten? Ik zou den connetabel wel hebben weten te straffen als hij mij niet had gehoorzaamd. Ik weet, dat vorsten geen tyrannen mogen zijn, dat het geluk van hun volk hun eerste plicht is; maar moeten zij daarom de slaven zijn van hunne onderdanen? En op het oogenblik, dat de hemel hen uitkiest om te regeeren, verliezen zij dan het recht, dat de natuur aan alle menschen geeft, om zelf over hunne genegenheid te beschikken? Ach, indien zij niet als de minste stervelingen mogen genieten, neem dan deze souvereine macht terug, waarvan gij mij hebt willen verzekeren ten koste van mijn rust."