De zonderlinge avonturen van "Zijne Excellentie de Generaal"
Part 7
"Daar de Markies arm was en an lager wal--néé, als edelman zijnde heeft hij mijn nooit zijn geheime verteld--vroeg hij an mijn: "zelle we same geen rol uitvoere?"--"Nou"--zeg ik--"dat kenne we van de week wel 's zien, want rolle-bestudeere is geen dagelijksch werk."--Daarop benne we same gaan loogeere in een eersterang hôtel en ik betaalde voor zijn.
"Daar ondergeteekende alle dage de dagblade lees ... in alle vreemde tale, en ook wel eens een adresboek raadpleeg,--merk ik uit het Vaderland op dat een generaal, welks naam ik verzwijg, uit Indië terug is gekomme en gevestigd te Haarlem, an de Schouteweg. Toe' antwoord ik 's morges bij mijn ontwake an de Markies de Touard: "ik heb 't gevonde, maar we motte er nog een man bij hebbe." Ik bedoelde netuurlijk me eige door te late gaan as bedoelde generaal: generaal-inspecteur, op reis met z'n staf, want naar ik erbij had geleze was hij met groot-verloftijd van drie jaar in Nederland, maar most immediatement weges familie-omstandighede na Amerika ...
"Die rol ging ik toe an 't bestudeere; en na me eige idees zat daar geld in. 'k Zeg tege de Markies: we gaan terug na De Haag voor die 'k hebbe mot, want die rol zal me same spele. 't Kost drie weke studie,--en eerst mot de echte generaal Nederland uit. Toe heb ik de Markies dus netjes angekleed en an 't bewuste adres late informeere, waarop die lakei antwoordde: de generaal was daags tevore per scheepsgelegenheid vertrokke uit Rotterdam, en dan per spoor verder na Grand Rapids Bizoean ...
"Dus ik speelde de rol, en zullie ware me knechs.--Nou begin ik dat stuk: Daar ondergeteekende speciaal bekend is met de dienst van soldaat tot generaal, en zijn staf twee gesjochte jonges ware, moest ik die eerst dresseere. Na zeve dage had ik de derde persoon in De Haag gevonde: een man van anleg, maar met die dienst niet op de hoogte. Hij was een Italiaansche boekhouwer, die een val had gedaan en twaalf jaar in Leeuwarde doorgebracht had,--o, dat geeft niks, in de gevangenis zit de grooste geest. Heb je ooit wat uit te voere, zoek dan 'n recidivist en hij volbrengt 't!
"Ik vond 'm in de Lange Nieuwstraat,--'n temijezaak, 't "café Anna". Ja, da's bargoensch. Ondergeteekende spreekt nege tale, èn de dievetaal. Hij was groot van postuur, en ijzer-sterk. Maar de Markies ging alleenig binne, om rede de generaal z'n eige nooit met geen vrouwe inlaat,--en ik erge kwetsie met die madam Anna gehad had. Dus vroeg de Markies haar verlof om die klant de deur uit te sleepe, en dat 't haar geen windeiere legge zou. Nou, dit alles geschiedde onder 'n toilet dat wij vermomd ware, ik, en de Markies as mijn cavalier,--dus die dame, niet anders dan een meisje van plezier zijnde, gaf da'lijk toe ... Nee, nie waar, dat most allemaal gebeure buite de deur, want alle mure hebbe oore. Waarop wij gonge na 't Haagsche bosch, een heel end weg voorbij de societeit, om, gebruik makende van de natuur, met z'n drieë onder de bloote hemel te beprate wat er an de hand was.
"Hij hiette ... Ferdinand van Haamsberg, maar ik had 'm van Brakelen van Brandenburg getituleerd, wat de naam was van de adjudant van de generaal. En al 'n end op de Leische weg zeit ie: "as ik er geen kwaad bij kan, gaan ik mee, al was 't na Londen."--Nou, dàt was 'n span, want de Markies had met de ouwe wet óók zes jaar en acht maande gehad--zes pond en acht ons, onder ons, gesjochte jonges--in 't detensiehuis in Hoorn, voor diefstal met braak en poging tot moord: 'n lid eerste klas, dus. Máár ... in z'n doen en late 'n chevalier ... d'industrie!
"De volgende middag al zitte we in Amsterdam in die fijne dames-zaak op 't Rokin, 't Groene Huis, Maison Verte, met z'n twee en twintige an tafel in een bonte rij, om an mijn adjudante die etiquette te leere, en de omgang met de edelvrouwe in zij en satijn, gepoeierd èn gedecolleteerd, en hoe ze die als d'r cavaliers bediene motte, dat ze later, as ik an die grootelui's tafels wier genood, geen flater zouwe make, door bevoorbeeld maar toe te taste na wat die gravinne en freules zoo bloot an d'r buurlui late zien. En we hebbe 't daar vol gehouwe,--àcht dage lang van 's morgens tot 's avens. ... Maar as d'r dan weer een z'n poote uitstak, of met z'n jatte at uit die schale, of z'n lijfelijke rommeling niet bedwong,--floep, dan kreeg ie 'n lik, pardoes in z'n ponum. Want ik was de baas, hè? 'k Had de kaptale, en ... tucht bovenal. Ja, dat het wat 'n cente gekost, zal jij denke. Nou, zoo merakel veel niet, want 't was geen maison eerste klas. En overdag ging ik met me staf na de manege om ze paard te leere rije, en na vier dage les galloppeerde we zoo same al ventre à terre door de stad. Nou, en ik had netuurlijk in Indië bij de cavelerie gelege, en later jare bar veel gereje toe 'k in Parijs nog boekhouwer bij Rothschild was ...
"Zie zoo, dacht ik, die staf van mijn, nou kenne ze de dames-bediening óók,--en op de goeiekoopste manier, want ik betaalde er enkel 't ete maar, wees d'rlui hoe ze d'r vorke moste vasthouwe, en as ze vroege uit welke rede, dan zei ik waarom.
"Toe' ben me van Amsterdam na 's-Gravenhage, onze residensieplaas, terug gereisd, want daar haal ik nou eenmaal altijd mijn geest vandaan, en studeerde ik precies 't model van hoe die generaals uitgemonsterd benne, die je daar bij bossies ziet rondloope met d'r bijpassende officiere. Nou, Haagsche kleermakers ben nooit te vertrouwe, waarop mijn logementbaas zei: "gaat 's in Gorrekum neuze."
"Zoo gezeid, zoo gedaan. Die kleermaker daar vraag 'k onder vier ooge te spreke, waarop hij zijn vrouw met acht kindere laat verwijdere, en mij afvraagt: "a'k er geen kwaad bij kan, wil 'k je wel helpe, want jij speelt 'n valsche rol. Denk er dus om, want na je ziet zit ik hier met 'n k'nijnehok vol, en is de negende alweer op de komst."--"Wees gerust"--zeg ik--"alles wat ik doen, dat is in 'n geslote graf",--en meteen geef 'k hem vierhonderd gulde, omdat ie ook maar 'n arme donder is, en dat ie 't lake kon koope, waarop ie direct mijn de maat nam.
"Ik koos dus een generaalspak van: dolman, rijbroek èn twee pantalons met bijpassende kaplaarze. Maar voor de garniture, de gouwe kraag en de vangsnoere ging ik werom na de Haag, èn voor de rooje bieze in de pantalon. Me pet met breeje gouwe rand kocht ik in een andere winkel, mèt me hoed met pluime voor grand tenu en dito voor me twee collega's. Maar an me ridderordes en Kraton-medalje, me expeditiekruize met twee gepse had ik veel moeite, want die ware momenteel in geen een winkel voorhande. Daar werd ik an geholpe door tusschekomst van 'n vierde persoon, in Rotterdam.... Me kruis van de Militaire Willemsorde mèt kroontje heb ik voor f 8.75 van een gesjochte ridder gekocht, na hem mijn geheim onder vier ooge te hebbe onthuld. En de rest van me dure borst dee' ik hier en daar op, me eereteeke van Tonkin bij 'n eerste luit'nt, me eereteeke van 1881 met de Eikekroon bij 'n tweede...
"Toe was alles present,--en na twaalf dage was ook de kleeremaker klaar. Maar die had netuurlijk geen spiegel, die bij eerste-klasse tailleurs anwezig is, want die is wel zoo groot van de zolder tot de vloer met dito vis-a-vis voor 't bekijke van achtere. Zooeen heb ik er toe' late hale en voor hem betaald, waarop we 'n paar uur moste wachte. Maar toe deje we vast onze vermomminge an uit Parijs: Mijn grijze baard met dito pruik à la Napolitaine--van dat lange polkahaar, weet je? Me eerste-luitenant, de Markies, 'n zwarte ringbaard, op z'n Engelsch weg, maar van z'n eige, want die was natuur. En me tweede-luitenant 'n dito baard op z'n Engelsch, maar in 't blond, óók afkomstig van de kapper van 't Théâtre français in Parijs. Daarvoor nam een coiffeur hier eerst de maat. Dit alles kostte kappitale van geld.
"Wij kleedde daarop onze politieke pakkies uit. Vier en twintig uur van te vore had ik drie nieuwe koffers an late komme, en daar werde die ingedaan met onze bijpassende pantalon en betiens, die we niet noodig hadde ... En de generaal met zijn staf kleedde zich an, bekeke zich rechsomkeerd, en 't zat model .... As 't nou maar goed uitloopt! Ik voor m'n eige ben wel nooit benauwd. En as er geen verraad in 't spel komt, zal ik de rol ten ende make.
"Toe 'k bel, komt de kleermaker binne, slaat an voor zijn eksjellentie, wenscht hem veel geluk met zijn rol, en daarop worde die kiste dicht gedaan. Eigehandig zet ik daar 't adres op van Z. Exc. baron van T. v. S., generaal-inspecteur van het Nederlansch-Indische leger, met zijn staf. Onze bediende brenge die na 't spoor.
"Nog 'n uur blijve we bij die kleeremaker, omdat ik daar dejeuneer met me staf--'t was voor de eerste maal same in uniform, mèt me vermomming. Waarop ik 'n telegram schreef an de Ouwe Doele te Middelburg om plaats voor de generaal en gevolg. Vijf en dertig menute daarna kwam 't antwoord, dat onze vereerde ankomst hoogst angenaam was.
"Tot hiertoe had de dressage van me adjudante, mèt die uniforme mijn rond f 4900 gekost. Daarop stapte we de deur uit, en omdat er in Gorrekum geen militaire legge, werde we door tusschekomst van de burgemeester en de politie in alle eer na 't station gebracht.
"Da's de eerste pessage. Nou komt de tweede, de moeilijkste, waarbij ik erg zenewachtig wier; maar me knechs bleve normaal, want die steunde op mijn capaciteite..."
HOOFDSTUK XIV.
"A'je die eerste pessage nou goed in je 'oofd 'eb"--vervolgde de vagebond, naar lichaam en ziel in zijn rol, zóó, dat hij nu opeens zelfs in 'n wonderlijke affectatie herhaaldelijk weer de h's uit zijn woorden wegliet--"a'je dat nou allegaar in je kop 'eb gestoke, dan krijg je me twééde bedrijf, dat in Middelburg speelt...
"Let nou op: In 'n rijtuig met twee paarde wordt z'n eksjellentie de generaal en z'n twee onder'oorige van 't station afgeäald,--beneves 'n vigelant voor 'ullie bagazie, waarmee ondergeteekende ree' na't'ôtel. Daar was van te vore 'n rooje markies bove die poort uitge'ange, en er lagge allegaar tapijte: eerst zwarte, toen rooie, toe' witte, tot an dat rijtuig over die straat. Links van de ingang stane vier kelners opgesteld in zwarte rokke, en rechts ... drie. In 't midde op dat tapijt daar legge na alder'oogste etiquette geknield die 'otel'ouwer met z'n dame.--Netuurlijk 'ad die militaire macht mijn van 't spoor af met volle meziek opgebrocht...
"Volges dressage stap ik 't eerste dat rijtuig uit, me eerste-luitenant nommer twee en alles na venant. Zullie spreke geen woord. En die 'otelouwer met dat wijf, gekleed in grijze satijn, staan op en zegge: "Zijne eksjellentie, welkom in Nederland."
"Met d'rlui rugge achteruit, gaan zij mijn voor na me appartemente en me begazie na die chambre à coucher. Dertig menute later kwam baron Sch. v. d. O.--toentertijd dienstdoend kaptein van 't 'ollansche leger--om introductie van die 'otelouwer, dat ie mijn wou verwelkomme in Nederland. We sliepe netuurlijk met ons drieë, ik en me knechs, in één kamer, want ik mos 'ullie 's nachs vanzelf 'ullie rolle opgeve.
"Nou klopt die 'otelhouwer an de deur, slaat an--gekleed in zwarte rok mèt witte das--, en vraagt: "Zijn eksjellentie, ister altemet geen belet?"--"Nee" zeg ik, "'k geef gedurende 'n uur audiëntie"--ja, audiëntie, zeg, zoo mot je 'r dat bijzette.--Waarop die kaptein binnekwam, en ik opsting en 'ij mijn die 'and reikte, en tege die 'otel'ouwer zee: "belam, twee glaze water met mekander kenne niet zoo'n vergelijking geve as deze generaal, want 'ij is 't spreked. 'k Eb 'm toevallig zien rije op die Schouteweg in 'aarlem."--Nou, dat snap ie zoo, é? Ik liep erg trotsch, zooas 'ij gewend was te loope, en 'ieuw me dus met mijn mindere niet op.--En netuurlijk 'ad die 'ôtelouwer geen wantrouwe, en ik vroeg geen rekening en niet wat ik daags most betale. Want we leefde die eerste dag op de aldergrooste schaal,--om mijn zinne te verzette, en dronke wel twintig flessche champagne ... 'adde goed gedineerd en gesoupeerd... Toe' liet ik tachetig brieve, die ik zelf geschreve 'ad an mezelf, na alle plaasse verzende, en die weer terugkwamme an Z. Eksj. de generaal v. T. v. S... Dus bij gevolg dacht die bollebof: die generaal is alom bekend en van grooten 'uize,--da's de fijnste clandisie voor mijn 'ôtel.
"Je ken dus zoo nagaan: die eerste dag zette ik geen voet op die straat.
"'s Anderedags--a 'k 'n segaar krijg kan 'k beter door prakkezeere--'s anderedags, ja, toe ginge we na die manege, waar ondergeteekede drie paarde vroeg, bestaande uit 'n bruine, 'n vos met witte pootjes, wat genoemd wordt 'n bles, èn 'n schimmel voor z'n eksjellentie. Die 'ortsikke werde opgezadeld, en toe stuurde ik me eerste educan met 'n briefie, dichtgevouwe à l'étiquette de Louis XV--allemaal volges 't militarisme--om S. v. d. O. op te 'ale, die toe me eerste-luitenant volgde: te paard. Waarop me tweede-luitenant mijn peerd nam--da's volges die etiquette, want anders 'ad die kaptein netuurlijk gezeid: da's geen zuivere koffie,--en ik opsteeg, en die kaptein ree links volges die etiquette, me eerste rechs, de generaal in 't midde,--en me tweede volgde ons op tien passe afstand... Ja, of 'k 'n goeie comediant zou zijn, nou!
"Waarop 'ij onderweg vroeg: "Zijn eksjellentie, waar is de reis natoe?"--"Ik wou die klas van disepline is inspecteere in Vlissinge"--zeg ik; waarop wij stapsgewijze Middelburg uitgonge, en in galop op de Vlissingsche weg na de klas reje.
"Bij ankomst stane al die klassiane voor mijn in parade an die deur, waarop de kaptein afstijgt--da's nou zijn plicht--en mijn paard 'ieuw, waarop ik afsteeg. An die poort stane vier 'oofdofficiere,--van welke range 'eb ik niet bekeke, daar 't regenachtig weer en ik in zenuwachtige toestand was. Ik liet op die binneplaas die klassiane diffileere ... à la baguette langs mijn 'een, en gaf zèlf die ordes. Toe gong ik bove die zale specteere, waar twee klassiane an 't lijntrekke ware, één op 'n stoel en één op ze krip. Angezien die alreeds in de eerste categórie ware--op 't laast van d'r straftijd--vroeg ik: "'eb gij voor God en uws gewete geen spijt van wat je misdreve heb tege Koningin en Vaderland?"--Maar ze zeie asdat die drank erlui zoo ver had gebracht, de eene voor drie deserties en de andere twee. Waarop ik me eige omkeerde en de dienstdoende officier verordeneerde om die twee klassiane immediatement na 'ullie regemente terug te sture ..."
"Had je te doen met die kerels?" vroeg ik bemoedigend, omdat nu de tranen over Raciers glimmende jukbeenderen glisten.
"Ajjemenou,--zèg?! 'k Mos toch èrges voor komme, as eksjellentie zijnde? Of was 'k soms vroeger niet zèlf door 'n generaal uit de klas gepardonneerd?--Waarop ik me eige verwijderde te peerd en wou zien of die kaptein goed rije kon, en ree ventre à terre na Middelburg werom... Maar netuurlijk, daar in de stad ging 'k weer op stap.--"Met uws verlof, eksjellentie"--zeit die baron buite asem--"rij je in Indië óók altijd zoo 'ard?"--"Onverschillig in welk klimaat"--kom ik leuk--"want ik ben 'n netuurkind, die an geen G..." Haast a'k me daar 'n atheïstische steek late valle ...
"Dit alles geschiedde zonder betale, want wie vertrouwt er geen generaal? Maar telkes bij ankomst stinge daar twee schildwachs, die 'un plicht voor mijn deje as eerbewijzing ... Mot je dènke, ik saleweerde nooit werom, dee net of 'k 'ullie niet zag. En dan naast mijn eige zaal 'n kamer, daar moch' nooit niemand op, en me slaapkamer, salonkamer, conversatiekamer,--alles voor mijn alléénig ... Toe die 'ôtelouwer vijf menute na ankomst weer antikt en binnekomt,--gekleed in zwàrte rok, want die mos mijn altijd eiges bediene--, met mijn correspondencie, waaronder 'n brief was, waarop mijn oog viel, zoo'n raar schrift as dat was. En geen wonder: van Jhr. v. d. L. d. C., villa Dolle roze, te Middelburg. Die in'oud luidde: Z'n eksjellentie, angezien ik ge'oord en gezien 'eb asdat u in 't land ben, wenschte ik graag of u mijn met 'n bezoek wou vereere,--en dan die eerbewijzing, begrijp je wel, met onderteekening as de luitenant-kolonel van die infanterie.
"Waarop ik mijn twee collega's vroeg: "wat dunkt u daarvan?" Waarop de Markies de Touard zeit: "nou gane me de lik in, want dat zou me sterk bewondere of t'er nou al geen s..... an die knikker is." Waarop ik antwoordde: "Jij ben mesjogge",--en mijn vesitekaartje nam mèt titel. Volges etiquette-gewijs draaide ik an die rechterkant 't puntje om, stak 't in een passend envelop, en liet 't wegbrenge door mijn éducan .... à pied.--Zie je, 'k laat er inspres veel Fransche woorde in doorvloeie, dat staat wel prachtig!
"Waarop me educan wier binnegelate bij die luitenant-kolonel en wat gebruikte wat op dat oogeblik de tijd vereischte, waarop 'ij met 't adreskaartje van die Jhr. v. d. L. de C., mèt omgeboge kantje an die linker'and, per rijtuig terug wier vervoerd na mijn.--Dat plooie van dat randje an die linker kant beduidt: die receptie is angenome.--Snap je nou effe wat die opvoeding van al die etiquettes 'n groote rol speelt in 'n mensch z'n leve?
"Nou, die educan bracht mijn de bewuste envelop en antwoordde mijn onder vier ooge privé: "Racier, 'k ben machtig in 't lef, maar dàt zakie durf 'k belàm niet te wage; want 't zou me sterk ontvalle of die dinertafel zat stijf van die ofciere."--Waarop ik antwoord: "Vertrouw op mijn, mijn dappere Markies, ik zal me rol net spele as dat ie be'oort",--waarop die allebei zich verwijderde en ik alleenig in die salonkamer ging zitte prakkezeere voor 't raam an de Mart, en me rol bestudeerde, onder 't gebruik van een bouteille de St. Estèphe, een 'eel zachte wijn voor die koerazjie, waarbij 'n kissie sigare-van-75-cente-'t-stuk op dat tafeltje stinge, die ik 'ad besteld.
"Zoo welgedaan en gesterkt--och, as je 't maar fijn 'ebt op de wèreld, is 't geen kunst om d'r link bij te blijve--zoo kom 'k na 'n uur bij me twee educans werom en gelast 'un: "stroop je rijbroeke af, trek je pantalonne an en zet je in grand tenu",--'t geen de generaal zelf óók dee'...
"'Alf uur later sting 't rijtuig al voor ons drieë klaar om ons af te 'ale: koesier en palfenier, stijf in 't goud, getrokke door twee edele zweetschimmels, en waar de luitenant-kolonel in polletiek zelf óók in zat. Netuurlijk nam ik plaats naast m'n ami, want in tijd van oorlog is hij volges rang en stand me vrind, en me twee educans in uniform d'honneur zatte vlak vóór mijn. Onder 't rije merk ik best op, dat de Markies de Touard erg zat te knijpe, waarom ondergeteekende de grooste schik 'ad in z'n eige.
"Volges die etiquette confronteerde de gast'eer mijn toe an ze vrouw, waarop ik volges die etiquette van 't militarisme 'aar de 'and reikte onder 't uitspreke van de woorde: "edelvrouwe angename kennismaking en ik 'eb de eer uwe jonkvrouwe voor te stelle an zijn eksjellentie de generaal met zijn staf van bovegenoemde name."--Waarop wij na de rookkamer gonge--zoo noeme ze dat in die groote wèreld--en ons vijf 'oofdofficiere afwachtte; waaran ik door de luitenant-kolonel, gevolgd door zijn edelvrouw, ook geconfronteerd wier, dezelfde beweging dee' as straksies vermeld, en wij onder 't gebruik van een flesch wijn koetjes en kalfies sprakke over dat leve in Indië, vóór wij an tafel gonge:
"Volges oud gebruik van diners en recepsies is de generaal 't 'oofd van die tafel. De edelvrouwe des 'uizes 'ad drie dochters: een van 21, een van 23 en een van 27 jaar, beeldschoone dames,--och, man, hou op!--en eerstgenoemde een barre lief'ebster van paardrije, nou! Dit alles geschiedde onder de 'oogste etiquette.--Ja, je ken daar zóó uit de 'oek gaan schiete, want er wier netuurlijk op mijn en me staf fel gespionneerd of wij 't wel ware, en dan mot je derec tege zukke mokkels beginne: mag 'k je 's ... 'n smokkeltje geve, lekker dier?--An elkeen wier dus z'n plaas beweze, uitgezonderd de generaal; die mot zelf wete waarof tie zit.
"Me twee educans plaasse zich vlak vóór mijn, en naast 'ullie de dochters,--de ouste met de gastedelvrouw, en zoo bleve ze 'een en weer loope, waarbij ik 'ullie vergezelde. Me dege 'ong netuurlijk an die portemanteaux; dat zou anders te lastig weze bij dat rondkuiere over die kleeje ...
"Toe ik die beweging zag dat de tafel 'n anvang zou neme, nam ik me plaas, voor mijn bestemd, met de edelvrouw rechs en dat ouste hippie links van mijn, en zoo allegaar verder navenant met d'r galakleeren an van zwarte zij, en rose zij,--de vijf ofciere met 'ullie medams, en daartusschenin de polletieks, mijn tot 'ede nòg onbekend, daar 't van de 'oogste aristokráássie was, wat later beweze te zijn de graaf v. P., gepensionneerd kamenier van zemajesteit Willem III en die z'n ordonnancies ... in buitengewone dienst!
"Dus 'oe of ik daar tussche zat?--en dat voor 'n gesjochte jonge, daar klopt 'eel Nederland voor in ze 'ande,--maar nou staat de Generaal dan ook weer in de rij voor 't Toevlucht van 't Leger des 'eils en vraagt z'n eksjellentie om 'n kom zweet met 'n 'omp brood,--as 't zijn kan zonder kachel'outjes te 'akke.
"Waarop dat diner een anvang nam, en alle ooge gevestigd ware op mijn en me educans ... Nou, die zatte netuurlijk heel skrikkelijk in d'r knijpert, maar gelukkigerwijs 'ad ik ze goed gedresseerd daar in Amsterdam in dat 'uis met die namaak-edel-vrouwe om 't op te leere en 'k 'ieuw mijn ooge niet van erlui af, dat ze geen flaters konne begaan door d'r menaziekleppe ope te zette. Ze zwege dan ook as 't graf. Want niemand spreekt dan, as de generaal alleenig! En zullie bediende 'ullie twee dames, en ik mijn dame an stuur- en an bakboord,--en, christeneziele noggetoe dat ouwe dirazie keek mijn maar met van die smullige ooge an, da'k dacht ... "nou, daar ga je"--zei ik dan maar--"sla noggeris om, 't is je gegund"... Maar dit alles wier netuurlijk geschied onder de grooooooste etiquette!
"Onder 't ete 'eb 'k toe' 't meeste gesproke over de toestande en 't leve in Indië, mijn als kloniaal partekelier bekend,--maar 'k 'ieuw 'n wachter tege me lippe voor àl te peperige gijntjes. Zullie vroege maar raak, en ik antwoordde minzaam: van soldaat tot generaal ...
"Ja man, wat 'ebbe me dáár fijn geschranst... oef! Me ooge beginne nòg te kolle as 'k er weer an denk: vijftien, zestien, zeventien koeverte ... Eerst soep. Dan neem je daar 'n lepeltje van en schep je dames op, maar denk er an dat je niet op de rand van d'r bord spat. Krijg je dàt in de gate, dan neem je je servet of 'n slippie van dat tafellake en veeg je 't er fijntjes weer af. Die bediendes zette die koeverte maar áls naast je neer. Na de soep zes, zeve soorte van vleesch, èn kip, en dessert met fijne suikerwerkies na. Da's dan koud. Overal neem je maar een klein likkie van, en wat je daar dan van opzet, eet je op volges etiquette ... Maar voor elk menu krijg je een nieuw schoon bord. Dat ònderste alleenig blijft in die groote wèreld altijd staan voor die podding... Of ik er lekker gebikt heb?--o christenziele, en hoe! 'k Vrat me temet 'ne duizeling!
"Die wijne worre volges die etiquette op tafel gezet; je ontkurkt de flesch maar met 'n kurketrekker van masief zilver òf compesisie; dan maak je dat nekkie met 't borsteltje schoon, schenkt dat glas van je dames op drie vingers na vol, en zet je flesch dan weer neer.
"Op 't eerste glas is de generaal verplicht om overend te gaan staan en je drinkt op de gezondheid van je tafel waarop 'n elkeen opstaat en 't bewijs van eer tege mijn glas geeft.--Zoo 'ebbe we daar geëte: twéé en 'n 'àlf uur lang,--ja, wat 'n merakel!--en ze vrage je tusschebeie van de vinijnigste strikvrage. Maar ik wou netuurlijkerwijze dat karakter van die luitenant-kolonel scherp opneme,--ja, wat 'n wonder, want ik had éérst goed geschranst, en nou mos 'k geld zien óók... Nogal wiedas! Dach 'ie soms da'k dat miek voor me eige vermaak en voor louw?--Maar a'k je eerlijk de waarheid vertel, mot je nie' kwaad worde, 'oor je.