De Wedergeboorte van Nederland

Part 23

Chapter 233,502 wordsPublic domain

[426] _Br. en Ged._ V, 54; Falck's _Gedenkschriften_ 137; Fauchille 130; _Ged._ VII, 52, 55 (Clancarty aan Hamilton, onder-staatssecretaris, van buitenlandsche zaken te Londen, 9 Febr. 1814: »The Prince of Orange has been playing the very devil in attempting to agitate the public mind in the Low Countries to tender the sovereignty to him; in some parts among the very lowest rabble he has succeeded, but as these efforts have been directly against the opinions of the better and more respectable inhabitants, who are equally hostile to French rule, but who wish for the return of their old Government, or in default of this to be disposed of by the Allies with the consent of the Emperor who they think will consult their interests, these movements have had little effect, and indeed except in the immediate neighbourhood of General Bülow's force have scarcely appeared at all").

Intusschen vervloog het geheele voorloopig gouvernement van den Souvereinen Vorst in rook. Onmiddellijk toen Bülow en de hertog van Weimar te Brussel kwamen richtten zij er een voorloopig bestuur in[427] waarbij eerlang namens de centrale commissie twee Pruisen als commissarissen optraden: von Lottum en Delius. Van den Souvereinen Vorst werd bij dit alles met geen woord gesproken. Dit was voor dezen te bedenkelijker, daar Bülow en de hertog van Weimar de Belgen toeriepen, dat hun onafhankelijkheid niet twijfelachtig meer was.[428] De Belgen konden hieronder kwalijk anders verstaan, dan dat de toestand van vóór 1795 zou terugkeeren. Hoe zouden Bülow en de hertog van Weimar ook van de vereeniging met Holland hebben kunnen spreken? Zij hadden nog niet de minste orders daaromtrent uit het hoofdkwartier.

[427] Coremans, _Ephémérides Belges_ (in: Compte-rendu Comm. Royale 1847), bl. 135. De te Brussel wonende oud-Oostenrijksche diplomaat, geboren Luxemburger, baron Feltz, schrijft aan Metternich 11 Febr. 1814, dat de Pruisische generaal Borstell bij het binnentrekken van Brussel links en rechts verklaarde »que les Pays-Bas retourneraient sous la domination autrichienne, si pas immédiatement au moins à titre de suzeraineté, ces provinces passant selon toute probabilité à l'archiduc Charles." Feltz vraagt hier den hertog van Weimar naar, die antwoordt: »qu'il croyait que chacune des puissances reprendrait ce qu'elle avait perdu, que tel était le principe général de l'alliance; que les événemens s'étant précipités contre toute attente, on ne connaissait pas de disposition particulière sur les Pays-Bas; qu'il serait urgent que des députés de la Belgique allassent en solliciter une au quartier général des puissances alliées; qu'en attendant il fallait composer un gouvernement provisoire" (_Ged._ VII, 326).

[428] »Qu'elle renaisse cette Belgique jadis si florissante....; l'indépendance n'en est plus douteuse" (proclamatie van 4 Febr.; Coremans 133).

Castlereagh begreep, dat nu de Pruisen te Brussel waren, het zaak werd door te tasten. In het begin van Februari had hij de uitgebreidste verzekeringen gegeven van Engelands bereidwilligheid tot teruggave van koloniën, indien Engelands oogmerken op het vasteland konden worden bereikt. De Deensche koloniën zou Denemarken terugbekomen om het te doen berusten in het verlies van Noorwegen; tot verdere belooning van Zweden voor zijn hulp in Duitschland werd het Fransche eiland Guadeloupe bestemd. De Hollandsche koloniën behalve de Kaap kwamen aan Holland terug, »provided Holland could be rendered so effectually independent of France as to make it clear that we were strengthening an ally, and not an enemy". Tot beter verzekering van dit doel zal Engeland twee millioen pond sterling geven voor den opbouw van een nieuw frontier tegen Frankrijk. De grens van Holland wordt thans voorgesteld geheel zooals Castlereagh zich die 22 Jan. reeds had gedacht: Noordzee-Givet-loop der Maas tot Maastricht-Keulen-loop van den Rijn; de toewijzing van wat er tusschen Maas, Rijn en Moezel overblijft bezuiden de lijn Maastricht-Keulen zal nader zijn te bepalen. Aan Frankrijk, indien het bewilligt in den door de bondgenooten te stellen eisch van terugkeer binnen zijn oude grenzen, alle veroverde eilanden terug behalve Guadeloupe, dat aan Zweden is toegezegd, en Mauritius en Bourbon, die Engeland behouden wil om dezelfde reden waarom het de Kaap behoudt: de verzekering van zijn bezit in Indië[429].

[429] Castlereagh aan Liverpool, 6 Febr. 1814 (_Ged._ VII, 44): »The explanation throughout was received with general satisfaction. The possibility of something being found to give France in exchange for Guadeloupe and the Mauritius was thrown out, and prince Metternich suggested the idea of such a sacrifice on the part of Spain and Holland. I observed that this was a proposition which could not originate with the British government; that it was not their practice to call upon their allies to pay the price of acquisitions made by Great Britain; that I saw no reason why France after such a war should be relieved from all direct sacrifice".

Als 15 Februari de bondgenooten zich nog niet op dit alles verklaard hebben, en onderwijl met Napoleon onderhandeld wordt te Châtillon, zoodat het gevaar ontstaat van een vrede met Frankrijk eer Engeland zelf een vast accoord heeft met de vastelandsmogendheden, wordt Castlereagh dringend: »it is not reasonable that His Britannic Majesty should be called upon to make extensive sacrifices of his conquests to France for the general security of Europe, without being at least assured as to those arrangements on the continent which most concern the interests of Great Britain". Hij legt dus de bondgenooten vier artikelen voor, waarvan er twee voor ons van belang zijn:

»1st. That the Belgian Provinces as far as the Meuse, as comprehended between the ancient frontier of France and that river, together with the country in advance of that river, bounded by a line to be drawn from the said river at Maestricht by Aix-la-Chapelle and Duren to Cologne on the Rhine, shall be ceded to the Prince of Orange as Sovereign of the United Netherlands, to be annexed for ever to Holland as an integral part thereof.

2d. That the other territories on the left bank of the Rhine, if not annexed in whole or in part to Holland, shall be disposed of with a due regard to the military security and protection of that State and the North of Germany; and no arrangement of this sort can be made without the full consent of His Britannic Majesty".[430]

[430] _Ged._ VII, 63. Naar de plaats waar zij voorgesteld en door Oostenrijk en Pruisen aangenomen zijn, hebben deze artikelen den naam behouden van conventie van Troyes; door Rusland zijn zij eerst 1 Maart te Chaumont geteekend.--Eigenlijk heeft men niet met eene conventie _in forma_ te doen, maar met een wisseling van nota's waarbij men zich verbindt de artikelen als deel van een eventueel tractaat te zullen accepteeren.

Oostenrijk verklaarde zich onmiddellijk bereid deze artikelen aan te nemen[431]; Pruisen ook, doch met een voorbehoud: het wilde, zoo het zelf tusschen Maas en Moezel geplaatst werd, niet al het land benoorden de lijn Keulen-Maastricht aan Holland laten, opdat de nieuwe Pruisische provincie niet afgesloten zou komen te liggen van de Pruisische bezittingen rechts van den Beneden-Rijn[432]. Rusland wilde, vóór het zich tot teekening verbond, door Castlereagh den eisch zien ingewilligd omtrent de Russische schuld; het stelde dien eisch thans in dezen vorm, dat Engeland en Holland gezamenlijk die schuld voor hun rekening zouden nemen[433]. De Britsche minister wilde er eerst weinig van hooren: »why pay Russia, rather than Austria or Prussia? It comes, as a condition, with the worse grace, after our gratuitous cessions to Denmark to fulfil a Russian engagement".[434] Doch Rusland teekende niets, eer het in het bezit was van een mondelinge toezegging van Castlereagh aan den Tsaar, dat de zaak zou worden aanbevolen in de welwillende overweging van het Britsche gouvernement, en men had Ruslands onderteekening noodig, niet slechts voor de conventie, maar voor de groote alliantie van Chaumont (1 Maart 1814) waarbij Rusland, Oostenrijk en Pruisen, voor het geval Napoleon de hem te Châtillon gestelde voorwaarden verwierp, zich verbonden aan den tegen Frankrijk voort te zetten oorlog ieder met 150,000 man deel te nemen, tegen het genot van Engelsche subsidiën. De vier mogendheden beloofden elkander, ook na den vrede verbonden te blijven en een genoegzame krijgsmacht op de been te houden tot bevestiging der nieuwe Europeesche orde. Die orde zelf wordt nog slechts in hoofdtrekken geschetst: »l'Allemagne composée de princes souverains unis par un lien fédéral.........; la fédération suisse placée sous la garantie des grandes puissances......; l'Italie partagée en Etats indépendans......; l'Espagne dans ses anciennes limites......; la Hollande, état libre et indépendant, sous la souveraineté du Prince d'Orange, avec un accroissement de territoire et l'établissement d'une frontière convenable"[435]. Tegelijk nu met dit tractaat zijn de artikelen van Troyes ook door Rusland aangenomen, en hierop wisselden, ingevolge de mondelinge afspraak met Alexander, Nesselrode en Castlereagh 6 Maart stukken van den volgenden inhoud: Rusland verstaat zijne onderteekening alzoo, »que lorsque les arrangemens projetés a l'égard des limites de la Hollande auront reçus leur exécution et auront été cimentés par la paix, le Prince d'Orange, Souverain de la Hollande, se chargera de la dette de la Russie dans ce pays"; Engeland is vrij, »en considération des avantages essentiels que l'agrandissement de la Hollande lui procure", Holland van een voeglijk deel van dat bezwaar te ontlasten, door het zelf op zich te nemen. »Parmi tant de puissances rendues à la vie politique", heet het ter motiveering, »non seulement la Hollande est celle dont l'indépendance avait été le plus complètement abolie, et qui pouvait le moins se flatter de la recouvrer un jour, mais elle va voir encore par les arrangemens que la sûreté de l'Europe a fait juger nécessaires, son territoire et sa population s'agrandir presque de moitié. S. M. Impériale ne regrette point les sacrifices prodigieux qui ont amené d'aussi heureux résultats, mais elle doit à ses peuples de leur en alléger le fardeau par tous les moyens auxquels Elle peut recourir avec justice".[436] In antwoord verzekert Castlereagh, dat hij voor het ontvangen stuk bij privaat schrijven de welwillende aandacht verzoekt van zijn regeering.[437] »You will observe", schrijft hij aan Lord Liverpool, »that the request is wholly founded upon the previous successful execution of our views for uniting Brabant with Holland. I certainly consider the advantage by no means unimportant of giving Russia _a direct interest_ in the execution of our views.... The demand in itself appears to me much more one of policy than of justice". Verder heeft hij van den Tsaar meenen te verstaan dat Rusland desnoods genoegen zou nemen met een schikking waarbij Rusland, Engeland en Holland ieder één derde van den last zouden dragen[438].

[431] Metternich aan Castlereagh, 15 Febr. 1814 (_Ged._ VII, 63).

[432] Hardenberg aan Castlereagh, 15 Febr. 1814 (_Ged._ VII, 65; vgl. aldaar, 61).

[433] Nesselrode aan Castlereagh, 17 Febr. 1814 (_Ged._ VII 65; vgl. aldaar, 62).

[434] Castlereagh aan Clancarty, 20 Febr. 1814 (_Ged._ VII, 62).

[435] F. de Martens, _Recueil_ III, 194.

[436] _Ged._ VII, 80.

[437] _Ged._ VII, 87.

[438] Castlereagh aan Liverpool, 8 Maart 1814 (_Ged._ VII, 86).

De Engelsche regeering wist nu tot welken prijs de eindelijke bewilliging van Rusland in de vereeniging van Holland en België alleen was te verkrijgen. Zij moest zich wel executeeren, maar stelde Rusland natuurlijk niet tevreden vóór die vereeniging, met Ruslands medewerking, inderdaad tot stand was gebracht. Als de mogendheden, waaronder Rusland, bij protocol van 21 Juni 1814, de vereeniging eindelijk uitspreken, wordt van de zaak nog geen verder gewag gemaakt dan in de vage slotwoorden: »Les demandes des puissances à la charge de la Hollande et de la Belgique seront l'objet d'une transaction particulière avec le Prince d'Orange, à laquelle l'Angleterre prêtera sa médiation. La négociation pour cet objet aura lieu à Vienne".[439] Den 11den Juli geeft daarop Castlereagh aan Nesselrode te kennen, dat te Weenen enkel onderhandeld kan worden op de basis eener verdeeling van de schuld in drie gelijke deelen, waarvan één voor Rusland blijft; en hier moet tegenover staan »that the commercial system of Russia towards Great Britain should be previously placed upon a different and more friendly footing than has latterly prevailed".[440] Eerst 19 Mei 1815 is eindelijk het verdrag geteekend, waarbij Engeland en Nederland elk de betaling der rente van 25 millioen gulden Russische schuld op zich nemen; dus minder dan één derde deel ieder; de vergrooting van Holland had ook niet zulk een omvang gekregen, als Engeland zich te Troyes had voorgesteld. De betalingen zullen ophouden wanneer de Koning der Nederlanden de Belgische provinciën zou mogen verliezen.[441]

[439] _Ontstaan_ II, 33.

[440] _Ged._ VII, 160.

[441] Lagemans I, 72.

Moest dus Rusland met geld worden tevreden gesteld, ook Pruisen had een voorbehoud gemaakt. Wat het daarmede bedoelde, zette Hardenberg 29 April 1814 in een uitvoerig stuk uiteen. Hij vroeg vooreerst alle oude Pruisische bezittingen, ook die op den linker Rijnoever, terug; voorts het geheele koninkrijk Saksen; en eindelijk wilde hij den ganschen Rijn van Mainz tot Emmerik tot een Pruisischen stroom maken; beide oevers moesten tot den Pruisischen staat behooren. Hiertoe was noodig dat de verschillende takken van het Nassausche huis (waarvan Nassau-Dillenburg er één was) hun bezittingen aan Pruisen afstonden. Nassau-Usingen en Nassau-Weilburg zouden worden schadeloos gesteld op den rechter Maasoever tusschen Aken en Spa; Nassau-Dillenburg vond zijn schadeloosstelling in de vergrooting van Holland. Aan dit land zouden volgens het Pruisische plan op den rechter Maasoever slechts halvemanen komen om de vestingen Venlo en Roermond heen, en tegenover Maastricht en Luik; voorts (afgezonderd) Gulik met een rayon, en Luxemburg. Om deze laatste vesting te kunnen insluiten moest het Hollandsche gebied in een langen, smallen tong worden uitgerekt langs den geheelen loop der Fransche grens tusschen Maas en Moezel[442]. Terwijl dus Pruisen niet in eerste linie tegen Frankrijk wilde staan, begeerde het de beide Rijnoevers tot de oude grens van Nederland toe.

[442] _Ged._ VII, 113.

Nog in een ander opzicht liep het den Souvereinen Vorst tegen. Het voorloopig gouvernement, dat de Pruisen te Brussel hadden opgericht, werd onder een anderen commissaris gesteld, maar niet onder den zijnen. In het hoofdkwartier te Chaumont waren de Belgische aanzienlijken verschenen, om van de bondgenooten te vernemen wat het lot van hun land zou zijn.[443] Zij hielden bij Keizer Frans aan, dat deze België onder zijn hoede nemen zou; was het herstel van het Oostenrijksch bestuur zelf onmogelijk, dan hoopten zij een afzonderlijke mogendheid te mogen worden onder een Oostenrijksch prins. De Keizer nam alle hoop weg, zoowel op het een als op het ander, en men gaf aan de deputatie te verstaan, dat de toekomstige vereeniging met het Noorden een uitgemaakte zaak was.[444] Om de Belgen echter zooveel mogelijk genoegen te geven werd beloofd dat de Pruisische commissarissen door een Oostenrijkschen zouden worden vervangen; tevens gaf men hun schriftelijk de verzekering dat door de bondgenooten op hunne belangen zou worden gelet, wat betreft godsdienst, handel, schuldenlast en vertegenwoordiging.[445] Den nieuwen commissaris Vincent, Belg van geboorte, werd opgedragen de bevolking zoo geleidelijk mogelijk op de vereeniging met Holland voor te bereiden.[446]

[443] Hiervóór, bl. 205.

[444] Castlereagh aan Clancarty, 13 Maart 1814, (_Ged._ VII, 90).

[445] »Les souverains alliés auront à coeur de maintenir la religion du peuple belgique, de protéger son commerce contre toute entrave contraire à la raison et à la nature de sa position, et d'empêcher qu'on ne le charge de dettes dont en justice il ne saurait être grevé. Ils employeront leur haute influence et autorité pour lui procurer une existence politique propre à lui assurer les avantages d'un systême de gouvernement sage et libéral, jointe à une étendue de pouvoir et de ressources qui lui permette de jouir avec sécurité de la liberté et de l'indépendance qu'il est décidé à conquérir" (Note verbale adressée aux députés belges, 14 Maart 1814; _Ged._ VII, 92).

[446] Metternich aan Vincent, 1 Mei 1814 (_Ged._ VII, 334).

Een gevoel van onbehagen maakte zich van de Belgen meester. Wat hun het liefst ware geweest, onafhankelijkheid onder een Oostenrijksch prins, werd hun ontzegd. Buiten hen om was tot de vereeniging met het Noorden besloten; met een kettersche macht, klaagden de clericalen; met een overwegend burgerlijke maatschappij, de groote heeren; met lieden die drie modes ten achter zijn, de Franskiljons. Wie nog het minst tegen de vereeniging opzagen waren de gezeten liberale burgers, fabrikanten, »acquéreurs de biens nationaux", zooals de heeren Huyttens en Bauwens. Maar hun vrijheid verloor het groote Fransche afzetgebied, en wist niet wat zij er voor terug zou krijgen. Over de hoogste belangen van het land zou worden beslist, zonder dat één Belg stem in het kapittel had. Onderwijl werd de weinig militaire natie tegelijk tot het oprichten van een eigen leger, en tot het onderhouden van talrijke vreemde troepen genoodzaakt. Hadden wij dan toch eindelijk een souverein, weeklaagt de algemeene raad van het departement van de Dijle, om ons armen te beschermen![447] En onderwijl drongen geruchten door omtrent een aanstaande verdeeling van bij elkander behoorende landen. Bleef men er bij de Maas tot grens te nemen, dan werden oud-Luik en oud-Namen in tweeën gereten, waardoor tal van belangen werden geschaad.

[447] »Qu'il nous soit enfin permis de nous jeter aux pieds du Souverain que la Providence et Vos Majestés doivent nous donner, en le conjurant de sauver son peuple prêt à périr"! (Le conseil général du département de la Dyle aux Souverains alliés, 27 April 1814; _Ged._ VII, 123).

Intusschen hadden de bondgenooten Napoleon overwonnen; zij konden den vrede voorschrijven te Parijs. Het gansche geheel der nieuwe regelingen, die de val van het Keizerrijk noodzakelijk maakte, kon daar nog niet worden getroffen; veel moest worden overgelaten aan het te Weenen te vergaderen Europeesch congres. De geheime artikelen van het vredestractaat (30 Mei) bepalen ten aanzien der Hollandsch-Belgische zaken niet meer, dan dat Holland zou worden vergroot met België tot de Maas; dat zijn grens op den rechter Maasoever zou worden geregeld »naar vereisch eener goede verdediging van Holland en van zijn naburen"; dat de Schelde geopend zal zijn; dat de landen op den linker Rijnoever, die sedert 1792 bij Frankrijk waren ingelijfd, zouden toevallen aan Holland, aan Pruisen en aan andere Duitsche staten[448]. De kwestie tusschen Holland en Pruisen bleef dus, tot groote ergernis van den Souvereinen Vorst, geheel open, en het tractaat zeide niet, dat men de provinciën Luxemburg, Namen en Luik ongedeeld zou laten. Ook van voorwaarden ter verzekering van de Belgische belangen, aan de deputatie te Chaumont beloofd, was in het tractaat niets te vinden.

[448] Lagemans I, 15.

De mogendheden hadden den Souvereinen Vorst om advies gevraagd omtrent de vervulling hunner aan de Belgen gedane belofte. Hij was daarop 20 Mei naar Parijs vertrokken met eenige artikelen die van hemzelf afkomstig waren, en bij welker vaststelling hij, behalve met het antwoord aan de deputatie te Chaumont, rekening gehouden had met bezwaren, die van Belgische zijde aan zijn commissaris bij het voorloopig bestuur te Brussel, van der Capellen, waren opgegeven[449]. Men had daar, behalve van de reeds vroeger opgegeven punten van godsdienst, handel, schulden en vertegenwoordiging, ook van de residentie van den vorst en van het onderhoud der Hollandsche dijken gesproken, 't welk men, van plaatselijke Hollandsche toestanden blijkbaar volstrekt onkundig, vreesde dat aan de Belgen een zwaren last zou opleggen. Op dit punt was de geruststelling gemakkelijk: de dijken werden in Holland niet uit de kas van het gemeene land onderhouden. Wat het punt van den godsdienst betreft, verwees men de Belgen naar de artikelen der Hollandsche grondwet, die de gelijkstelling der gezindten uitspraken voor de wet, en de gelijke benoembaarheid van alle ingezetenen tot staatsambten. Verder verklaarde de Vorst zich voor een volkomen gemeenmaking van lusten en lasten: vrije Scheldevaart dus en vrije vaart op de Hollandsche koloniën; amalgama van schulden. De beide helften zouden in de Staten-Generaal vertegenwoordigd kunnen zijn tot een gelijk getal.[450] De Vorst zou een gedeelte van elk jaar te Brussel doorbrengen, en de Staten-Generaal zouden afwisselend bijeenkomen in een stad van het Noorden en in een stad van het Zuiden.[451] De vereeniging zal dus zoo innig mogelijk zijn; de Hollandsche grondwet zal voor het geheele rijk gelden, »modifiée d'un commun accord d'après les nouvelles circonstances".

[449] Er bestaan van de bekende »acht artikelen" vier staten. Zij zijn, na het inkomen der brieven van Capellen van 10 en 11 Mei (_Ontstaan_ II, 10 vv.) in alle hoofdpunten ontworpen door den Souvereinen Vorst zelf, in een brief aan van Nagell van 16 Mei (_Ontstaan_ II, 14); vervolgens door van Nagell in den vorm van een diplomatiek stuk gebracht 20 Mei (_Ontstaan_ II, 18). De Souvereine Vorst neemt dit stuk mede naar Parijs, waar Clancarty den inhoud overgiet en tevens beredeneert in een uitvoerige, voor de bondgenooten bestemde memorie, die hij 25 Mei aan de goedkeuring van den Souvereinen Vorst onderwerpt (_Ontstaan_ II, 19), welke hem, in antwoord, 30 Mei de acht artikelen toezendt in hun definitieven vorm, als artikelen die hij gereed is ten uitvoer te leggen wanneer zij bij tractaat zullen zijn bekrachtigd (_Ontstaan_ II, 26). Zij waren, naar 's Vorsten aanwijzingen, door Falck geredigeerd (Falck's Brieven no. 105; Falck's _Gedenkschriften_, 138 vv.) en zijn, zonder verandering, 21 Juni te Londen door de bondgenooten gearresteerd (_Ontstaan_ II, 32), en vervolgens 21 Juli door hun werkelijken auteur, den Souvereinen Vorst, officieel aangenomen (_Ontstaan_ II, 46).

[450] Zoo in het stuk van 20 Mei.--In de acht artikelen: »les provinces belges seront convenablement représentées".

[451] Het stuk van 20 Mei bepaalt, dat het Zuiden een afzonderlijken Raad van State zal hebben.--Niet in de acht artikelen overgenomen.