De Wallis-eilanden De Aarde en haar Volken, 1886

Part 2

Chapter 2 1,306 words Public domain Markdown

Het college van Lano is eene van de merkwaardigste scheppingen van Monseigneur Bataillon; eene statige kerk, geheel van steen opgetrokken, werd opzettelijk voor het college gebouwd; zij staat op den top van een heuvel, en heeft eene lengte van honderd, bij eene breedte van vijf-en-dertig voet, met een dwarsschip van tachtig voet. Het grootste gedeelte der jeugd van de Wallis-eilanden ontvangt zijne opvoeding te Lano. Op een vrij hoogen heuvel verheft zich de school voor jonge meisjes, die door zusters wordt bestuurd; aan den anderen kant der vallei vindt men de jongensschool, die omstreeks honderd-vijftig leerlingen telt en aan het hoofd waarvan pater Bonzigue staat, die onderwijs geeft in lezen, schrijven en rekenen. Onder zijne leerlingen heeft hij de vlugsten uitgezocht, om hun latijn te leeren; reeds zijn er eenigen, die de klassieke schrijven beginnen te lezen. Lano is het college voor het geheele eiland; maar bovendien heeft iedere parochie hare eigene school, het schoolbezoek--en daar kan hier wel geen bezwaar tegen bestaan, waar het onderwijs in zoo uitmuntende handen is,--is verplicht; er zijn bepaalde ambtenaren aangewezen om daarop toezicht te houden, de redenen van het schoolverzuim te onderzoeken, en de nalatigen, zoo noodig, te straffen.

Des avonds begaf ik mij met mijne kameraden, de officieren, die niet aan boord moesten blijven, naar de woning van den missionaris. Voor en onder de veranda van eene ruime hut, zitten omstreeks vijftig jonge meisjes in een halven kring op den grond; zij zijn uitgedost voor het feest, haar zwarte weelderige lokken zijn met schitterend gekleurde bloemen versierd. Zij groeten ons vriendelijk en reiken ons in het voorbijgaan de hand.

Op uitnoodiging van den missionaris nemen wij plaats in het midden van den kring; rechts en links scharen zich inlandsche mannen en vrouwen, als wij toeschouwers bij het feest. Het was een aardig gezicht, al die jonge meisjes, wier gelaat van vreugde straalde nu zij fransche officieren als gasten in haar midden zagen, en die brandden van ongeduld om het feest te beginnen, maar toch stil en roerloos zaten.

De maan rees omhoog aan den blauwen, hier en daar met witte wolkjes bezaaiden hemel, en goot haar licht uit over het liefelijke landschap, waar kokosboomen hunne bladeren zachtkens wiegelden op den adem van het koeltje; links, in de schaduw, teekende zich de donkere massa der kerk. Het teeken wordt gegeven, en het gezang begint. Het is eene eenvoudige melodie, die door het koor in twee partijen gezongen wordt; de meisjes klappen daarbij in hare handen en maken met hare armen zeer bevallige bewegingen, zoodat oog en oor tevens worden gestreeld. Bij een ander lied buigen de meisjes het bovenlijf op de maat heen en weer, als wilden zij de beweging van een schip nabootsen.

Nadat eenige liederen gezongen waren, wordt de kring verbroken en gaan de jonge meisjes heen. Eenige kinderen groepeeren zich, gewapend met stokken. Een paar stemmen beginnen een vroolijk, levendig gezang, dat door de kinderen wordt geaccompagneerd.

Daarop verschijnt een jong meisje, dansende. Haar beenen zijn bloot tot aan de knie; een jurk van levendige kleur bedekt hare borst; aan haar gordel hangen lange, sierlijke bladeren; haar hoofd is met bloemen gekroond; haar armen zijn bloot. Van verschillende zijden naderen nu ook andere meisjes; zij nemen deel aan het gezang en schikken zich ten dans. Nu eens draaien zij, in de handen klappende, op één voet; dan naderen zij, met eene hand op het hart en de andere uitgestrekt, om plotseling om te keeren, haar lange haarlokken schuddende: maar altijd zijn hare bewegingen bevallig.

In eene pauze, tusschen twee dansen, komen eenige jonge meisjes met bloemkransen in de hand naar ons toe; eene van haar draagt een beker met welriekende olie. Ieder van ons ontvangt een krans; na ons daarmede versierd te hebben, besprenkelen de jonge meisjes onze hoofden met de geurige olie. Tevens wordt ons kava gepresenteerd, die zoo even door een paar jonge vrouwen is klaar gemaakt.

Weldra begon het feest op nieuw: er werd nu een rondedans uitgevoerd, waarbij de kinderen op de maat in de handen klapten, terwijl de meisjes, al zingende, en het hoofd buigende, nu eens sneller, dan langzamer, in een kring dansten. Als zij langs ons heen zweefden, keerden zij haar gelaat naar ons toe en bestrooiden ons met bloemen. Zij waren letterlijk onvermoeid, en zouden zeker gaarne den gansenen nacht hebben voortgedanst, als wij niet eindelijk waren opgestaan, daarmede het teeken gevende dat het feest ten einde was.

Zij kwamen allen naar ons toe, om ons de hand te drukken, en ons haar bloemkransen ten geschenke te geven, onder het uitspreken der woorden: "Tayos tayos! (vrienden, vrienden)."

Eenige dagen later, toen wij op het punt stonden, de eilanden te verlaten, gingen wij afscheid nemen van pater Padel. De vriendelijke missionaris liet nu door eenigen zijner leerlingen spelen uitvoeren.

Met lansen en knotsen gewapend, leverden de flinke, schoone jongelingen een spiegelgevecht; zij hanteeren hunne wapenen met groote behendigheid, zij werpen ze hoog in de lucht, en vangen ze van achteren met hunne hand weer op. Een van hunne meest geliefkoosde uitspanningen is de sika: dit spel bestaat in het werpen met een soort van spies, aan het einde voorzien van een aan de beide punten eenigszins spits uitloopenden cylinder; die werpspies moet den grond raken, weer opspringen en een eind verder neervallen. Hij, wiens werpspies den grootsten afstand aflegt, is overwinnaar: ditmaal bedroeg die afstand honderd-zestig meter.

De eilanders bedienen zich tegenwoordig niet meer van zulke verouderde wapenen als lansen en knotsen; in de plaats daarvan hebben zij zeer goede, nieuwerwetsche geweren. Zij vormen eene op europeesche wijze geoefende krijgsmacht, naar het fransch model gekleed. Schoenen beschouwen de eilanders als een weeldeartikel, en de kepi is geheel overbodig: de monumentale haardos van de jonge inlanders is niet in een europeesch hoofddeksel te sluiten. Zij leeren exerceeren onder kommando van een Franschman; zij zijn zeer ingenomen met hunne mooie wapenen en schieten zeer gaarne.

De eerwaarde pater Padel deelde ons ook eenige bijzonderheden mede omtrent de staatsinrichting der eilanden. De koninklijke waardigheid is erfelijk, niet echter in de rechte lijn, maar in den eersten zijtak. De koningin is bekleed met het soevereine gezag: zij beschikt over leven en dood van haar onderdanen; zij kan oorlog verklaren en vrede sluiten; zij kan ook over personen en zaken het _taboe_ uitspreken. Dit _taboe_ is een soort van wijding, een verbod om zoodanig persoon of voorwerp aan te raken; de schending, zelfs de onwillekeurige overtreding van dit verbod wordt met eene soort van excommunicatie gestraft.

Slechts een persoon heeft het recht, vertoogen tot de koningin te richten; dit is de eerste minister, wiens waardigheid, insgelijks in de zijlijn, erfelijk is, en die den titel voert van _kivalu_. Hij deelt de bevelen der koningin aan de _matapules_, de dorps- en stamhoofden, mede, die dan voor de verdere uitvoering hebben te zorgen.

De koningin Amélie vraagt van haar onderdanen geene belasting; zij leeft van de opbrengst harer landerijen en van de geschenken, die de inlanders haar geven. De grond is onvervreemdbaar: de koningin verpacht aan vreemdelingen landerijen voor den tijd van tien jaren, tegen eene jaarlijksche vergoeding van honderd piasters; die vergoeding is ook verschuldigd als een vreemdeling land van een inlander pacht--koopen kan hij het nooit;--maar dan betaalt hij aan den eigenaar nog bovendien vijf-en-twintig of dertig piasters als huur.

Een paar dagen nadat de koningin, vergezeld van den bisschop en den eersten minister, bij ons aan boord een bezoek had gebracht, was het oogenblik van vertrek gekomen. Over de borstwering van het achterschip geleund, wierp ik een laatsten blik op deze gezegende eilanden, stralende in den laatsten gloed der haastig dalende zon. Langzaam zonk de kust weg; spookachtig teekende zich het wrak van de _Lhermitte_ tegen den witten schuimgordel der riffen. Daar dreunde een kanonschot door de eindelooze ruimte... dat was het afscheid. Weldra omving de duisternis onze boot, drijvende op de wateren van den Stillen-oceaan.