De Vrouw: Haar bouw en haar inwendige organen

Chapter 5

Chapter 52,368 wordsPublic domain

De ruimte in de baarmoederholte is niet groot genoeg om de vrucht een gemakkelijke houding te verschaffen. Deze is gedwongen zich te behelpen en zoo te gaan liggen, dat zij de kleinst mogelijke ruimte inneemt. Daarom kromt zij den rug sterk naar voren, legt de kin op de borst, trekt de beenen tegen den buik, buigt de knieën, en legt de onderbeenen met de voeten gekruist en met de hielen naar onderen. De bovenarmen worden tegen de borstkas gedrukt, de onderarmen en handen over de borst gekruist. In de ruimte, die tusschen armen en beenen vrij blijft, vindt dan de navelstreng een plaats. _Fig. 13_.

Het hoofdje ligt daarbij meestal naar onderen, de rug naar voren, eenigszins links of rechts en de billen en voeten naar boven gekeerd. Dit is de meest voorkomende ligging van de vrucht op het einde der zwangerschap, doch talrijke afwijkingen doen zich voor.

Gedurig tracht de vrucht haar ongemakkelijke houding te veranderen, een verandering, die bijna altijd gering en snel voorbijgaande is, waardoor dan de kleine, stootende bewegingen veroorzaakt worden, die door de moeder als »het leven van het kind« worden gevoeld.

Op het einde van de 40e week drijft de moeder de vrucht uit de baarmoederholte door het halskanaal van de baarmoeder en door de scheede naar buiten.

De uitdrijving, de baring, komt tot stand door samenwerking van twee verschillende krachten. Deze vinden haar oorsprong in samentrekkingen van den baarmoederwand, die wegens de daardoor veroorzaakte pijn als »weeën« worden aangeduid, en in samentrekkingen van buikspieren en middelrif, die als »buikpers« dienst doen.

De weeën volgen elkander met korte tusschenpoozen op. Zij zijn in den aanvang zwak en de pijn gering, doch hoe verder de baring vordert, des te krachtiger en pijnlijker worden zij. Dan komt ook de buikpers onwillekeurig in werking en helpt krachtig mede aan de uitdrijving van de vrucht. Eerst komt het hoofd naar buiten, daarna met een paar volgende weeën gewoonlijk het overige gedeelte van het kind.

Na de geboorte wordt de navelstreng met bandjes dichtgebonden en doorgeknipt. Spoedig volgen dan eenige samentrekkingen van de baarmoeder en worden de moederkoek en de eivliezen (de nageboorte) uitgedreven.

Zoodra het kind geboren is, verkondigt het zijn intrede in de wereld door eenige flinke schreeuwen. Met dit schreeuwen vangen tevens de eerste ademhalingsbewegingen aan.

Het eindje navelstreng, dat aan zijn lichaam is blijven hangen, verdroogt spoedig en valt na 4 of 5 dagen af.

Onmiddellijk nadat de nageboorte is uitgedreven, beginnen de geslachtsorganen tot den toestand terug te keeren, waarin zij zich vóór de zwangerschap bevonden. Bij vrouwen, die het kind zoogen, maken de borstklieren hierop een uitzondering. Eerst ongeveer 6 weken na de bevalling is de vroegere toestand, met uitzondering van de hiervoor reeds genoemde blijvende verandering van sommige organen, weder teruggekeerd.

BESCHRIJVING DER PLATEN.

Plaat II. De Spieren.

De linker lichaamshelft vertoont de oppervlakkig gelegen spieren; de rechter lichaamshelft geeft een aantal dieper gelegen spieren te zien, die eerst zichtbaar worden, als de daarboven gelegene verwijderd zijn.

1. Voorhoofdsbeen. (Os frontis.) 2. Peesachtige schedelkap. (Galea aponeurotica cranii.) 3. Voorhoofdsspier. (Musculus frontalis.) 4. Slaapspier. (Musculus temporalis.) 5. Wenkbrauwfronser. (Musculus corrugator supercilii.) 6. Sluitspier van het ooglid. (Musculus orbicularis orbitae.) 7. Aantrekker van het oor. (Musculus attrahens auriculae.) 8. Nederdrukker van den neus. (Musculus depressor alae nasi.) 9. Oplichter der bovenlip. (Musc. levator labii sup. proprius.) 10. Oplichter van den neusvleugel en bovenlip. (Musc. levator alae nasi et labii superioris.) 11. Sluitspier van den mond. (Musculus orbicularis oris.) 12. Kauwspier. (Musculus masseter.) 13. Wangspier. (Musculus buccinator.) 14. Kinspier of opheffer van de kin. (Musculus levator menti.) 15. Schuine halsspier. (Musculus sterno-cleido-mastoideus.) 16. Schouderblad-tongbeenspier. (Musculus omo-hyoideus.) 17. Borstbeen-tongbeenspier. (Musculus sterno-hyoideus.) 18. Voorste scheefhoekige halsspier. (Musculus scalenus anticus.) 19. Middelste scheefhoekige halsspier. (Musculus scalenus medius.) 20. Optrekker van het schouderblad. (Musculus levator scapulae.) 21. Monnikskapspier. (Musculus cucularis.) 22. Sleutelbeen. (Clavicula.) 23. Borstbeen. (Sternum.) 24. Bovenarmbeen. (Humerus.) 25. Sleutelbeenspier. (Musculus subclavius.) 26. Kleine borstspier. (Musculus pectoralis minor.) 27. Groote getande spier. (Musc. serratus anticus major.) 28. Groote borstspier. (Musculus pectoralis major.) 29. Onderschouderbladspier. (Musculus subscapularis.) 30. Ravenbeksarmspier. (Musculus coraco-brachialis.) 31. Tweehoofdige armspier. (Musculus biceps brachii.) 32. Deltaspier. (Musculus deltoideus.) 33. Binnenste hoofd van de driehoofdige armspier. (Musculus triceps.) 34. Binnenste armspier. (Musculus brachialis internus.) 35. Rechte buikspier met peesstrooken. (Musculus rectus abdominis.) 36. Witte buiklijn. (Linea alba.) 37. Buitenste schuine buikspier. (Musculus obliquus abdominis externus.) 38. Binnenste schuine buikspier. (Musculus obliquus abdominis internus.) 39. Band van Poupart. (Ligamentum Poupartii.) 40. Inwendige opening van het lieskanaal. (Apertura interna canalis inguinalis.) 41. Lieskanaal. (Canalis inguinalis.) 42. Uitwendige opening van het lieskanaal. (Apertura externa canalis inguinalis.) 43. Middelste bilspier. (Musculus glutaeus medius.) 44. Het lange hoofd van de vierhoofdige uitstrekspier van het onderbeen (musculus extensor cruris quadriceps); slechts het bovenste gedeelte is zichtbaar. 45. Kamspier. (Musculus pectineus.) 46. Lange aantrekkende spier van het been. (Musculus adductor magnus.) 47. Het buitenste hoofd van de vierhoofdige uitstrekspier van het onderbeen. 48. Lange beenspier of kleermakersspier. (Musculus sartorius.) 49. Dunne dijspier. (Musculus gracilis.)

Plaat III. De Bloedsomloop.

De rood gekleurde bloedvaten zijn de slagaderen (arteriae), de blauw gekleurde de aderen (venae).

1. Linker hartkamer. (Ventriculus sinister.) 2. Rechter hartkamer. (Ventriculus dexter.) 3. Rechter voorkamer met hartoor. (Atrium dexter.) 4. Linker hartoor. (Auriculum sinistrum.) 5. Opstijgende tak van de groote lichaamsslagader (aorta), die uit de linker hartkamer ontspringt. (Aorta ascendens.) 6. Aorta-boog. (Arcus aorta.) 7. Neerdalende tak van de aorta. (Aorta descendens.) 8. Longslagader (Arteria pulmonalis), die uit de rechter hartkamer ontspringt. 9. Bovenste holle ader. (Vena cava superior.) 10. Onderste holle ader. (Vena cava inferior.) Beide storten haar bloed in de rechter voorkamer. 11. Naamlooze slagader (Arteria anonyma), die uit de aorta voortkomt. 12. Gemeenschappelijke halsslagader (Carotis communis); door haar vertakkingen voorziet zij het hoofd van bloed. 13. Buitenste kaakslagader. (Arteria maxillaris externa.) 14. Oppervlakkige slaapslagader. (Arteria temporalis superficialis.) 15. Diepe slaapslagader. (Arteria temporalis profundis.)

De naamlooze slagader levert ook het bloed voor den arm door de:

16. Sleutelbeenslagader. (Arteria subclavia.) 17. Okselslagader (Arteria axillaris), en: 18. Bovenarmslagaderen. (Arteriae brachialis.)

Uit het buikgedeelte der aorta komen de:

19. Korte buikslagaderen. (Arteria coeliacae) (afgesneden.) 20. Bovenste darm- of darmscheilslagader. (Arteria mesenterica superior.) (eveneens afgesneden). 21. Nierslagader. (Arteria renalis.) 22. Onderste darm- of darmscheilslagader. (Arteria mesenterica inferior) (afgesneden). 23. Linker binnenste zaadslagader (Arteria spermatica interna); de rechter ontspringt meestal uit de nierslagader.

De binnenste zaadslagaderen voorzien de geslachtsorganen van bloed.

Door de vorkvormige verdeeling der aorta in de twee:

24. Gemeenschappelijke bekkenslagaderen (Arteriae iliacae communes) worden de beenen van bloed voorzien. Voor dit doel geven zij af de: 25. Dijslagader (Arteria cruralis) en haar in de diepte gaanden tak, de: 26. Diepe dijslagader. (Arteria profunda femoris.)

De bovenste holle ader stort het veneuze bloed uit het bovenste gedeelte van het lichaam in de rechter voorkamer. Zij ontstaat door vereeniging van de beide:

27. Naamlooze aderen. (Venae innominatae.)

Deze ontvangen het veneuze bloed uit den arm door de:

28. Sleutelbeenader (Vena subclavia) en de: 29 en 30. Huidaderen van den arm (Venae subcutaneae brachii) en uit het hoofd door de: 31. Inwendige strotader. (Vena jugularis interna.) 32. Uitwendige strotader. (Vena jugularis externa.)

De onderste holle ader stort eveneens haar bloed in de rechter voorkamer. Zij ontvangt dit uit de aderen van het onderste gedeelte van het lichaam.

Haar takken zijn:

33. Leveraderen. (Venae hepaticae.) 34. Nierader. (Vena renalis.) 35. Inwendige zaadader. (Vena spermatica int.) 36. Gemeenschappelijke bekkenader. (Vena iliaca communis.) 37. Dijader. (Vena cruralis).

Plaat IV. Het zenuwstelsel.

Een doorsnede van het hoofd en de wervelkolom geeft ten deele een overzicht van hersenen en ruggemerg, terwijl de armen en beenen zoodanig zijn afgesneden, dat men den aanvang der voor hen bestemde zenuwen kan overzien.

1. Groote hersenen. (Cerebrum.) 2. Brug van Varol (Pons Varolii), die de beide kleine hersenhalfronden verbindt. 3. Verlengde merg. (Medulla oblongata.) 4. Halsgedeelte van het ruggemerg. (Medulla spinalis.) 5. Borstgedeelte van het ruggemerg. 6. Mergkegel. (Conus.) 7. Lendengedeelte van het ruggemerg. 8. Paardestaart (Cauda equina.)

Uit de hersenen ontspringen 12 paar hersenzenuwen, waarvan evenwel op deze plaat slechts de oorsprong te zien is van de:

9. Buitenste oogspierzenuw. (Nervus oculomotorius.) 10. Drielingszenuw. (Nervus trigeminus.) 11. Aangezichtszenuw en gehoorzenuw. (Nervus facialis et acusticus.) 12. Tong- en keelzenuw. (Nervus glosso-pharyngeus.)

Uit het ruggemerg ontspringen 31 paar ruggemergszenuwen. De voorste takken van de 4 onderste halszenuwen vormen de:

13. Halszenuwvlecht. (Plexus cervicalis.)

De voorste takken van de 4 onderste halszenuwen vormen de:

14. Armenzenuwvlecht. (Plexis brachialis), welke op de plaat zichtbare takken naar den arm zendt. 15. Huidzenuwen van den arm. (Nervi cutanei brachii.) 16. Middelarmzenuw. (Nervus medianus.) 17. Elleboogzenuw. (Nervus ulnaris.) 18. Spier-huidzenuw. (Nervus musculo-cutaneus). Verder kan men nog het begin zien van de: 19. Achtste halszenuw. (Nervus cervicalis.) 20. Eerste borstzenuw. (Nervus thoracicus.) 21. Twaalfde borstzenuw. (Nervus thoracicus.) 22. Eerste lendenzenuw. (Nervus lumbalis.) 23. Heup-bekkenzenuw. (Nervus ilio-hypogastricus.) 24. Heup-lieszenuw. (Nervus ilio-inguinalis.) 25. Huidzenuw van het bovenbeen. (Nervus cutaneus femoris.) 26. Heupkomzenuw. (Nervus obturatorius.) 27. Dijzenuw. (Nervus cruralis.) 28. Schaambeenzenuw. (Nervus genito-cruralis.) 29. Eerste heiligbeenzenuw. (Nervus sacralis.) 30. Verbindingsstreng van den sympathicus. (Nervus sympathicus.) 31. Heupzenuw. (Nervus ischiadicus.)

Plaat V. Het Geraamte (gedeeltelijk) en de inhoud van borst- en buikholte.

Van de schedelbeenderen ziet men slechts:

1. Voorhoofdsbeen. (Os frontis.) 2. Kruin- of wandbeen. (Os parietale.) 3. Slaapbeen. (Os temporum.) 4. Jukbeen. (Os zygomaticum.) 5. Bovenkaakbeen. (Os maxillare superius.) 6. Onderkaak. (Mandibula.) Verder ziet men: 7. Zevende halswervel. (Vertebra prominens.) 8. Eerste borstwervel. (Vertebra thoracicus.) 9. Twaalfde borstwervel. (Vertebra thoracicus.) 10. Vijfde lendenwervel. (Vertebra lumbalis.) 11. Kruis- of heiligbeen. (Os sacrum.) 12. Stuitbeen. (Os coccygis.) 13. Sleutelbeen. (Clavicula.) 14. Borstbeen. (Sternum.) 15. Eerste rib, (Costa.) 16. Twaalfde rib, (Costa.) 17. Schouderblad. (Scapula.) 18. Bovenarmbeen. (Humerus.) 19. Voorgebergte. (Promontorium.)

Het heupbeen (Os innominatum), dat in verbinding met het heiligbeen en stuitbeen het eigenlijke bekken vormt, is samengesteld uit:

20. Darmbeen (Os ilei.) 21. Schaambeen. (Os pubis.) 22. Zitbeen. (Os ischii.)

No. 23 toont het Dij- of bovenschenkelbeen (Femur) aan.

De Ingewanden.

24. Strottenhoofd. (Larynx.) 25. Luchtpijp. (Trachea.) 26. Luchtpijpstakken. (Bronchi.) 27. Rechter en linker long. (Pulmones dexter et sinister.) 28. Hart. (Cor.) 29. Linker hartkamer van binnen. 30. Rechter hartkamer van binnen. Gedeeltelijk ziet men in beide hartkamers de uitgespreide hartkleppen. (Valvulae.) 31. Rechter voorkamer van het hart. 32. Linker hartoor. 33. Groote lichaamsslagader. (Aorta.) 34. Longslagader. 35. Bovenste holle ader. 36. Linker voorkamer van het hart. 37. Onderste holle ader. 38. Keelholte. (Pharynx.) 39. Slokdarm. (Oesophagus.) 40. Maag. (Ventriculus.) 41. Milt. (Lien.) 42. Alvleeschklier. (Pankreas.) 43. Twaalfvingerige darm. (Intestinum duodenum) (gedeeltelijk geopend.) 44. Dunne darm (nuchtere darm en kronkeldarm.) (Intestinum jejunum et ileum.) 45. Blinde darm (Intestinum coecum) met het wormsgewijze verlengsel. (Processus vermicularis.) 46. Karteldarm. (Colon.) 47. Aars- of endeldarm. (Intestinum rectum.) 48. Lever. (Hepar.) 49. Galblaas. (Cystis fellea.) 50. Middelrif. (Diaphragma.) 51. Nier. (Ren.) 52. Nierbekken. (Pelvis renalis.) 53. Pisleider. (Ureter.) 54. Pisblaas. (Vesica urinaria.) 55. Uitwendige geslachtsorganen. (Genitalia.) 56. Scheede. (Vagina.) 57. Baarmoedermond. (Orificium uterinum.) 58. Baarmoeder. (Uterus.) 59. Eierstok. (Ovarium) (rechter is geopend.) 60. Eileider. (Oviductus of Tuba Fallopiana.) 61. Breede baarmoederband. (Ligamentum latum.) 62. Ronde baarmoederband. (Ligamentum rotundum.) 63. Op plaat 1 vinden wij de opengelegde borstklier (Mamma), die eveneens tot de geslachtsorganen behoort. 64. Groote lendenspier. (Musculus psoas major.)

INHOUD.

Voorwoord Inleiding Eerste afdeeling.

Huid Geraamte Spieren Bloedsomloop Zenuwstelsel Spijsverteringsorganen Ademhalingsorganen Pisorganen

Tweede afdeeling.

Geslachtsorganen

Beschrijving der platen

Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen en in elken soliden Boekhandel te bekomen:

_Anatomische Atlas van het Paard en de Koe_, met 10 gekleurde, beweegbare Platen en Verklaring. Prijs f 0.90.

Dr. D.J. BLOK, _Het Menschelijk Oog_. Bouw, Verrichting en Verzorging. Met beweegbare, gekleurde platen en figuren tusschen den verklarenden tekst. Prijs f 1.75.

A. TEN BOSCH N.Jzn., _Booglampen en Booglampverlichting_, met 2 beweegbare Modellen. Prijs f 2.-.

----_De Zuiggasgenerator_, met 41 Illustraties en een gekleurd uitslaand Model. Prijs f 2.50.

W. COOL, _Luchtschip en Vliegmachine_, met 2 uitslaanbare Modellen. Prijs f 3.-.

E. HEIMANS, _De Honingbij_. Een schets uit het Bijenleven, met figuren en 2 beweegbare Modellen. (Koningin en Dar). Prijs f 1.50.

----_Het Lichaam van den Visch_, met uitvoerige, geïllustreerde Determineerlijst van onze voornaamste Zoetwatervisschen en een gekleurd, uitslaand Model van een Karper. Prijs f 0.90.

F. A. HOLLEMAN Jr., _Electriciteitsmeters en Stroomleveringstarieven_, met beweegbaar Model. Prijs f 1.75.

Dr. J. L. HOORWEG, _a_. _De Gas- en Petroleum-motoren._ Beknopte uiteenzetting van de inrichting en werking dezer motoren. Aanschouwelijk voorgesteld door een beweegbaar Model en opgehelderd door vele illustraties tusschen den verklarenden tekst. Prijs f 2.-.

----_b_. Beknopte uiteenzetting van de inrichting en werking van den _Petroleum-motor van Diesel_. Aanschouwelijk voorgesteld door een groot beweegbaar Model. Prijs f 1.50.

_a_ en _b_ samen f 3.25.

F. KERDIJK, _De Stoomturbine_, met 41 afbeeldingen in den tekst en een gekleurd uitslaand Model. Prijs f 2.25.

Dr. J. KONING, _De Telephoon_, afgebeeld en verklaard. Met een beweegbaar Model in 8 gekleurde platen en ophelderende figuren in den tekst. Prijs f 1.25.

C. KREDIET en G. DE VOOGT, _Model eener liggende Stoommachine_. Geschiedkundig overzicht en verklarenden tekst, met 8 gekleurde, beweegbare platen en vele illustraties. Prijs f 1.50.

H. M. KROON, _De Koe_, haar lichaamsbouw en hare inwendige organen, met 5 beweegbare, gekleurde platen en geïllustr., verklarenden tekst en vele _Rasafbeeldingen_. Prijs f 1.50.

_De Koe, in half levensgroote_, beweegbare platen, aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld. Prijs met Handleiding f 15.-.

----_Het Varken_, zijn lichaamsbouw en zijn inwendige organen, met 5 beweegbare, gekleurde platen, _Rasafbeeldingen_ en geïllustreerden, verklarenden tekst. Prijs f 1.25.

QUADEKKER, _Het Paard_, zijn lichaamsbouw en zijne inwendige organen, met 5 beweegbare, gekleurde platen en geïllustreerden, verklarenden tekst. Prijs f 1.50.

_Het Paard, in half levensgroote_, beweegbare platen, aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld. Prijs met Handleiding f 15.-.

Dr. H. SCHMIDT, _Het Menschelijk Lichaam_, zijn bouw en zijne inwendige organen, aanschouwelijk voorgesteld door 5 beweegbare, gekleurde platen en met geïllustreerden, verklarenden tekst. Prijs f 1.25.

_Het Menschelijk Lichaam, in levensgroote_, beweegbare platen, aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld. Prijs met Handleiding f 15.-.

W. S. STÜVEN, _De Hond_, zijn lichaamsbouw en zijn inwendige organen, aanschouwelijk voorgesteld door 5 beweegbare, gekleurde platen en met _55 Rasafbeeldingen_ tusschen den verklarenden tekst. Prijs f 1.50.

A. VOSMAER, _Stoomverdeeling door Schuiven, Kranen en Kleppen_, met beweegbaar Model. Prijs f 2.50.

* G. J. VAN DE WELL, _De Accumulator_. Aanschouwelijk in- en uitwendig voorgesteld door beweegbare, gekleurde platen en met geïllustreerden, verklarenden tekst. Prijs f 1.50.

*----_De Dynamo_. Aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld door beweegbare, gekleurde platen en met geïllustreerden, verklarenden tekst. Prijs f 2.50.

*----_De Elektromotor_, voor gelijk-, wissel- en draaistroom. Aanschouwelijk uit- en inwendig voorgesteld door beweegbare, gekleurde platen en met geïll. verklarenden tekst. Prijs f 2.50.

* Deze drie te zamen genomen f 5.50.

_Hoogst Belangrijk! :: Alles Beweegbaar! :: Natuurgetrouw!_