De strijd tusschen Noord en Zuid Deel 1: Overrompeling eener plantage
Part 13
»En wat zal ik doen, meester?" vroeg de mestiesche.
»Gij, gij moogt het heerenhuis onder geen voorwendsel meer verlaten, Zermah. Hebt gij verstaan?"
»Ja, meester."
Toen James Burbank te midden der zijnen teruggekeerd was, kon hij hun niet ontveinzen, dat de toestand weer zeer onrustbarend geworden was. Daar een aanslag op Camdless-Bay nu als zeker kon aangenomen worden, achtte hij het verkieselijk, dat iedereen verwittigd was.
»Dus," zei master Walter Stannard, »zouden die ellendelingen, die op het punt staan verpletterd te worden, durven om....."
»Ja," antwoordde James Burbank koelbloedig, »zeker zullen zij durven. Texar zal zulk eene gelegenheid om zich op ons te wreken, niet willen laten voorbijgaan. Let er op...."
»Waarop?"
»Dat hij spoorloos verdwijnen zal, wanneer aan zijne wraakgierigheid voldaan zal zijn."
Allen zaten een oogenblik stil in nadenken verzonken.
Daarna vervolgde James Burbank, die zich bij de gedachte aan zoo iets opwond:
»Maar zullen de misdaden van dien kerel steeds ongestraft blijven?" zei hij... »Zal hij dan steeds een uitvlucht vinden?.... Inderdaad, het is om aan de menschelijke gerechtigheid niet alleen, maar ook aan de Goddelijke gerechtigheid te doen twijfelen!"...
»James," viel mevrouw Burbank in, »o, beschuldig God niet en dat juist op het oogenblik, dat wij misschien van niemand anders hulp te verwachten hebben dan van Hem!..."
»Laten wij ons onder Zijne Heilige hoede stellen!" zei miss Alice Stannard.
Allen keken een oogenblik, in vrome aandacht verzonken, voor zich heen.
James Burbank herkreeg zijne koelbloedigheid en hield zich onledig met het geven van bevelen, om Castle-House in staat van verdediging te stellen.
»Zijn de negers reeds gewaarschuwd?" vroeg Edward Carrol.
»Nog niet," antwoordde James Burbank.
»Dan wordt het toch tijd, dunkt me."
»Het zal dadelijk geschieden."
»Maar hoe denkt gij de verdediging van Camdless-Bay te voeren?" vroeg master Walter Stannard.
»Volgens mijne opvatting," antwoordde de eigenaar der plantage, »moeten wij ons bepalen de omheining te verdedigen, die het park en het woonhuis omgeeft."
»Is dat wel goed ingezien?"
»Mijns inziens, kan het niet anders."
»Geef uw denkbeeld duidelijk aan."
»Wij kunnen er niet aan denken," ging James Burbank voort, »een gewapenden troep op de grens van die plantage tot staan te brengen."
»Waarom niet?"
»Omdat de aanvallers zeer zeker in grooten getale zullen komen opzetten. Het komt mij dus doelmatig voor, de verdedigers achter de borstwering op te stellen."
»Ja, maar als de palissadeering bemachtigd wordt?"
»Dan trekken wij op Castle-House terug," antwoordde James Burbank.
»En dan?"
»Ja, dan... Het heerenhuis is stevig en sterk. Het heeft menigen aanval der Seminool-Indianen glansrijk doorstaan; zoodat ik hoop, dat wij ons daarin ook tegen de bandieten van Texar zullen kunnen verdedigen."
»Hebt gij nog andere bevelen, James?" vroeg master Walter Stannard.
»Ja, dat mijne vrouw, Alice en Dy, en dat Zermah, aan wie ik die toevertrouw, Castle-House zonder mijn verlof niet mogen verlaten."
»Maar...."
»Voor het geval dat onze toestand er te gevaarlijk mocht worden, is alles in gereedheid gebracht, dat zij langs de tunnel, die in de kleine baai van Marino en dus ook in de Sint John uitkomt, de vlucht kunnen nemen. Daar zal eene sloep tusschen de hooge biezen van den oever verborgen liggen, waarin zich twee vertrouwde mannen zullen bevinden. En... hoort gij naar mij, Zermah?..."
»Ja, master Burbank," antwoordde de kleurlinge.
»En in dat geval, Zermah, moet gij de rivier opstevenen, om eene schuilplaats in het paviljoen van de Ceder-Rots te zoeken. Hebt gij dat begrepen?"
»Ja, master Burbank! En uw bevel zal behoorlijk uitgevoerd worden!"
»Maar, gij, James?" vroeg mevrouw Burbank.
»Maar, gij, vader?" vroeg miss Alice.
De twee liefderijke wezens hadden ieder een arm gegrepen, de eene dien van haren echtgenoot James Burbank, de andere dien van haren vader Walter Stannard, alsof het oogenblik reeds daar was om te ontvluchten en Castle-House in allerijl te verlaten.
»Wij zullen allen het mogelijke doen, om ons bij ulieden te voegen, wanneer de stelling niet meer houdbaar zal zijn," antwoordde James Burbank. »Maar gij moet mij ernstig beloven, dat wanneer het gevaar te groot, te dreigend zal worden, gij veiligheid in die schuilplaats van de Ceder-Rots zult gaan zoeken."
»Ja, maar...."
»Hier gelden geen maren, waarde vrouw, beste Alice. Wanneer wij overtuigd zijn dat gij in veiligheid zijt, dan zullen wij meer moed hebben, dan zal ons meer stoutmoedigheid bezielen, om die misdadigers terug te drijven of om weerstand te bieden, totdat de laatste patroon verschoten zal zijn."
Dat was een uiterst treurig vooruitzicht, maar de aangegeven maatregel was toch nog de beste, die te volvoeren was, namelijk wanneer de aanvallers, in dichte drommen oprukkende, er in slaagden de omwalling te bemachtigen en het park binnen te dringen, om dan tot den onmiddellijken aanval op Castle-House over te gaan.
James Burbank hield zich nu terstond onledig met zijn personeel samen te trekken.
Perry en de andere opzieners ijlden naar de verschillende barakken, om de bewoners daarvan bijeen te roepen en hen het park te doen bezetten. In minder dan een uur waren de negers geheel strijdvaardig in de nabijheid der poterne achter de palissadeering gerangschikt. Hunne vrouwen en kinderen evenwel hadden vooraf eene toevlucht moeten zoeken in de bosschen, die in de nabijheid van Camdless-Bay aangetroffen werden.
Ongelukkig waren de middelen tot het voeren van eene ernstige verdediging op Castle-House zeer beperkt. In de tegenwoordige tijdsomstandigheden, dat wil zeggen van af het uitbreken van den oorlog, was het zoo goed als onmogelijk te noemen geweest om wapenen en munitie in voldoende hoeveelheid, voor de verdediging der plantage benoodigd, aan te kunnen schaffen. De poging om ze te Jacksonville aan te koopen, zou volkomen vruchteloos geweest zijn, en men moest zich tevreden stellen met hetgeen, na den laatsten strijd, gevoerd tegen de Seminool-Indianen, in het heerenhuis was overgebleven.
Om kort te gaan: in hoofdzaak bestond het plan van James Burbank, om Castle-House tegen brandstichting en tegen overrompeling te beveiligen. Het geheele landgoed te willen beschermen, de werkplaatsen, de keten, loodsen en timmerwerven te willen redden, de barakken der negers te willen verdedigen, te willen beletten dat de plantage veroverd werd, dat zou eenvoudig onmogelijk zijn. Hij dacht er dan ook niet aan. Ternauwernood had hij vierhonderd negers, in staat om den aanvallers weerstand te kunnen bieden, ter zijner beschikking, en dan nog zouden die brave lieden nog zeer onvoldoende gewapend zijn. Eenige dozijnen geweren werden aan de meest behendige schutters uitgereikt, waarbij de zekerheidswapenen natuurlijk afzonderlijk gehouden waren voor James Burbank en zijne vrienden, alsook voor master Perry en zijne opzieners.
Allen begaven zich naar de poterne. Daar hadden zij hunne manschappen op zoodanige wijze opgesteld, dat zij den stormaanval, die op de buitenomwalling ondernomen mocht worden, zoolang mogelijk weerstand konden bieden. Die buitenomwalling werd daarenboven door de rondgaande gracht versterkt en de nadering derhalve zeer bemoeielijkt, daar die gracht den voet der palissadeering bespoelde.
Het zal wel niet behoeven medegedeeld te worden, dat de wufte Pygmalion zich te midden van al die drukte, uiterst bedrijvig en uiterst bewegelijk betoonde, en dat hij heen en weder liep zonder eenigen dienst te bewijzen. Men zou hem gevoegelijk voor een van die clowns van een kermis-paardenspel hebben kunnen houden, die zich het voorkomen geven alles voor het vermaak van het publiek te doen, maar wier bedrijvigheid al bitter weinig om het lijf heeft.
Pyg beschouwde zich als te behooren tot de bijzondere verdedigers van het woonhuis en dacht er dus volstrekt niet aan om zich bij zijne makkers te voegen, die daar buiten opgesteld waren. Nimmer had hij zijne borst van zooveel toewijding voor James Burbank voelen ontgloeien!
Toen alles ter verdediging in gereedheid gebracht was, wachtte men natuurlijk.
De voornaamste quaestie was thans, te weten te komen, van welken kant de aanval ondernomen zoude worden.
Wanneer de aanvallers zich op de noordelijke grens van de plantage zouden vertoonen, dan zoude de verdediging met meer klem gevoerd kunnen worden. Wanneer daarentegen de aanval van den kant der rivier zou ondernomen worden, dan zou de zaak meer moeielijkheden aanbieden, daar Camdless-Bay van dien kant geheel open lag.
Wel is waar, kan een debarkement steeds als eene lastige onderneming beschouwd worden. In ieder geval zou een vrij groot aantal vaartuigen benoodigd zijn, om een gewapenden troep met spoed van den eenen oever der Sint John naar den anderen over te voeren.
Dat waren de gebeurlijkheden, die James Burbank en zijne vrienden Edward Carrol en Walter Stannard bezighielden en waarover zij druk van gedachten wisselden, terwijl zij den terugkeer der verkenners afwachtten, die zij naar de grenzen der plantage gezonden hadden.
Men zou niet lang behoeven te wachten, om behoorlijk ingelicht te worden omtrent de wijze hoe de aanval geschieden zou en hoe hij geleid zoude worden.
Tegen half vijf in den avond, keerden de verkenners, na de noordelijke grens van de plantage ontruimd te hebben, in allerijl op de hoofdstelling terug en brachten hun rapport uit.
Eene kolonne van gewapende mannen, welke van dien kant kwam, rukte tegen Camdless-Bay op.
Was het eene afdeeling der militietroepen van het graafschap of was het slechts een gedeelte van het grauw, dat, op plundering belust, zich belast had, het besluit van Texar tegen de vrijgelaten slaven ten uitvoer te brengen?
Dat kon toen nog niet met zekerheid gezegd worden, maar vooral was reeds zeker, dat die kolonne meer dan duizend man sterk was, waaruit volgde, dat het onmogelijk geacht moest worden aan die macht met het geringe personeel van de plantage weerstand te bieden. Men mocht evenwel hopen, dat wanneer ook al de gepalissadeerde omheining stormenderhand genomen werd, Castle-House evenwel een meer ernstigen en meer langdurigen weerstand zou kunnen bieden.
Maar wat al dadelijk helder bleek, dat was dat die kolonne geen debarkement had willen beproeven in de kleine havenkom of op den oever van de Sint John, waar die Camdless-Bay bespoelde, dat niet van moeielijkheden ontbloot was; maar dat zij de rivier beneden Jacksonville door middel van een vijftigtal vaartuigen overgestoken was. Ieder dier sloepen had evenwel drie of viermaal den overtocht moeten bewerkstelligen om dien troep over te voeren.
Het kon dus als een doelmatige maatregel geroemd worden, dat James Burbank al het personeel der plantage in de binnenruimte van het park van Castle-House had doen terugtrekken. Het zou toch onmogelijk geweest zijn de grens van het landgoed aan een behoorlijk gewapenden troep te betwisten, die daarenboven het vijfvoudige van de verdedigers bedroeg.
Maar wie voerde de aanvallers aan? Was dat Texar in persoon? Dat mocht met grond betwijfeld worden. De Spanjaard toch zou er wel op bedacht zijn geweest, dat het roekeloos mocht heeten zich aan het hoofd zijner benden te stellen, in dit tijdperk dat de federalistische troepen naderden. Intusschen, mocht het zijn, dat hij zoo handelde, dan kon dat daarop duiden, dat hij besloten was, wanneer zijne wraak gekoeld, wanneer de plantage verwoest, de familie Burbank vermoord of in zijne handen gevallen zoude zijn, te vluchten naar de Zuidelijke graafschappen, wellicht naar de Everglades, dien moerassigen uithoek van Zuid Florida, waar het zeer moeielijk zoude zijn hem te gaan opsporen.
Die gebeurlijkheid kon als de ergste van allen beschouwd worden, en zij was het dan ook, die het brein van James Burbank voornamelijk bezighield. Om die reden had hij besloten zijne echtgenoote, zijn dochtertje en Alice Stannard, die hij allen aan de toewijding van Zermah toevertrouwd had, in die schuilplaats van de Ceder-Rots in veiligheid te stellen.
Wanneer hij en zijne vrienden genoodzaakt zouden worden om Castle-House te ontruimen, dan zouden zij pogen zich daar bij hunne lievelingen, hun kroost te voegen en daar dan te verwijlen totdat de zekerheid en veiligheid der eerlijke lieden onder de hoede van het federalistisch leger zouden gewaarborgd zijn.
Eene sloep lag dan ook, onder de bewaking van twee te vertrouwen negers verscholen tusschen de biezen van den oever der Sint John, te wachten bij het uiteinde van de tunnel, die het woonhuis in verborgen gemeenschap stelde met de Marino kreek.
Maar alvorens tot die scheiding, tot dat uiterste middel zijne toevlucht te nemen, moest men zich verdedigen. Men zou eenige uren weerstand moeten bieden, althans tot aan het vallen van den nacht. Dan zou de sloep, begunstigd door de duisternis, heimelijk de rivier kunnen opstevenen, zonder gevaar te loopen door de verdachte vaartuigen, die men op de Sint John zag zwerven, achtervolgd en ingehaald te worden.
XI.
DE AVOND VAN DEN 2DEN MAART.
James Burbank, zijne beide makkers en het meerendeel der negers waren geheel tot het gevecht gereed.
Zij hadden slechts den aanval af te wachten. Alle maatregelen waren genomen, om zich eerst achter de palissadeering der omwalling, die het park omgaf, te verdedigen, vervolgens achter de muren van Castle-House, alwaar men beschutting zoude zoeken voor het geval namelijk, dat het park door de overmacht overrompeld en genomen zoude worden.
Het was omstreeks vijf uren, toen verwijderd geschreeuw, dat evenwel reeds duidelijk weerklonk, er op duidde dat de aanvallers niet meer ver af waren. Op hun getier afgaande, was het gemakkelijk te gissen, dat zij thans het geheele noordelijke gedeelte van de plantage bezetten. Op menig punt dwarrelden dikke rookwolken boven het woud, dat aan dien kant den gezichteinder begrensde.
De houtzaagmolens waren in brand gestoken, zoo ook de barakken der negers, nadat zij vooraf geplunderd waren geworden. Die arme sukkels hadden den tijd niet gehad, om hunne schamele have en goed in veiligheid te brengen en die zij nu hadden moeten achterlaten in hunne hutten, waarvan zij na hunne invrijheidstelling door schenking van den eigenaar van Camdless-Bay, ruim een dag geleden, bezitters waren geworden.
Men kan begrijpen, welke wanhoopskreten, welke kreten van woede het gehuil van den aanvallenden troep beantwoordden. Het was toch hun goed, dat daar door die onverlaten, die de plantage overvielen, vernield werd.
Het geschreeuw en getier naderde inmiddels langzamerhand Castle-House. Angstverwekkende vuurstralen verlichtten den noordelijken gezichteinder, alsof de zon in die richting bloedrood ware ondergegaan. Soms joeg de wind met een zwarten rook, een heeten luchtstroom naar den kant van het heerenhuis. Geweldige knallen, afkomstig van het brandende droge hout, dat in de timmerwerven en in de houtstapelplaatsen van de plantage opgehoopt lag, werden vernomen. Weldra duidde eene nog geweldiger losbarsting aan, dat een stoomketel van een der houtzaagmolens in de lucht gesprongen was.
In één woord, de naderende verwoesting uitte zich onder de verschrikkelijkste vormen.
James Burbank, Edward Carrol en Walter Stannard bevonden zich in dit oogenblik voor de poterne der binnenomwalling. Daar verbeidden zij de laatste detachementen negers, die op het heerenhuis terugtrokken, en stelden hen doelmatig op. Men moest er op bedacht zijn, dat de aanvallers ieder oogenblik te voorschijn konden treden. Een sterker onderhouden geweervuur zou ongetwijfeld het tijdstip aankondigen, dat zij zich nog slechts op een korten afstand van de palissadeering zouden bevinden.
Zij zouden de omwalling des te gemakkelijker kunnen berennen, daar de eerste boomgroepen zich op slechts vijftig passen van de palissadeering bevonden, zoodat het hen mogelijk was gedekt te naderen en hunne kogels af te zenden nog vóór dat hunne geweren ontwaard werden.
Na een oogenblik beraadslaagd te hebben, achtten James Burbank en zijne vrienden het oogenblik gekomen, om hun personeel achter de palissadeering in veiligheid te brengen. Daar zouden diegenen der negers, die gewapend waren, minder blootgesteld zijn, wanneer zij door den hoek, gevormd door de aangepunte uiteinden van twee aan elkander grenzende palissaden, vuur zouden geven.
Wanneer de aanvallers dan zouden willen beproeven om den overgang van de ringgracht te bewerkstelligen, dan zou men wellicht er in slagen, hen met groot verlies terug te drijven.
Die maatregel werd ten uitvoer gelegd.
De negers rukten naar binnen, en de poterne zou gesloten worden, toen James Burbank nog een blik op het voorgelegen terrein willende werpen, eensklaps een man ontwaarde, die uit al zijn macht rende, alsof hij te midden der verdedigers van Castle-House eene toevlucht wilde komen nemen.
Dat was ook blijkbaar het doel van dien man. Eenige geweerschoten, op hem gelost, knalden hem achterna, zonder hem evenwel te treffen; met een sprong als het ware vloog hij het bruggetje over en bevond hij zich weldra in de omheining, waarvan de poort dadelijk achter hem gesloten, behoorlijk gegrendeld en verzekerd werd, in veiligheid.
»Wie zijt gij?" vroeg hem James Burbank.
Maar de man kon hem niet antwoorden, zoozeer was hij buiten adem van het snelle loopen.
Na een poos gewacht te hebben, ten einde hem tijd te gunnen om tot verhaal te komen, herhaalde de eigenaar van Camdless-Bay zijne vraag:
»Wie zijt gij?"
»Een der geëmployeerden van master Harvey, uwen correspondent te Jacksonville," antwoordde de man.
»Zijt gij door mijnheer Harvey gezonden?"
»Ja, master Burbank."
»Om eene mededeeling over te brengen?"
»Ja, en daar de rivier streng bewaakt werd, kon ik onmogelijk den kortsten weg langs de Sint John nemen."
»Hoe hebt gij toen gedaan?"
»Ik heb mij bij de militietroepen gevoegd."
»Bij de militietroepen? Bij de aanvallers dus?" vroeg James Burbank.
»Ja, master Burbank."
»Maar hoe hebt gij dat kunnen doen?"
»Die troepen worden door een geheele bende plunderaars gevolgd..."
»En?"
»Ik heb mij onder hen gemengd en ben met hen meegegaan."
»Maar, verder?"
»Verder is er niets. Toen ik hier in de nabijheid kwam en de kans schoon zag om de plaat te poetsen, heb ik dat gedaan en had slechts het gevaar van eenige achterna gezonden geweerschoten te trotseeren."
»Ik dank u, mijn vriend, voor uw opofferend moedbetoon," antwoordde James Burbank.
»Mij moet gij niet danken, maar master Harvey, die mij gezonden heeft."
»Gij hebt zeker een brief van Harvey aan mijn adres?"
»Ja, master Burbank. Hier is hij."
»Ik dank u, mijn vriend."
James Burbank nam den brief en las dien met alle aandacht.
De heer Harvey zeide daarin, dat hij alle vertrouwen kon stellen in John Bruce, zijn bode, omtrent wiens toewijding hij verzekerd kon zijn. Na dien man in verhoor genomen te hebben, zou de eigenaar van Camdless-Bay overwegen, wat ter beveiliging zijner familieleden en zijner makkers gedaan moest worden.
Maar in dit oogenblik knetterden buiten een twaalftal geweerschoten. Daar was dus iets aan de hand en er mocht natuurlijk geen tijd verloren worden. Toen hij zich evenwel omtrent den stand van zaken vergewist had, kwam hij haastig bij John Bruce terug.
»Wat laat master Harvey door uwe tusschenkomst mij weten?" vroeg hij.
»Vooreerst, dat de gewapende troep, die de rivier overgestoken is," antwoordde John Bruce, »om tegen Camdless-Bay op te rukken, veertien- of vijftienhonderd man sterk is."
»Ik had hem ook op die sterkte geschat," zei master James Burbank. »Maar verder?"
»Wat wenscht gij verder te weten, master Burbank?"
»Staat Texar aan het hoofd van dien troep?"
»Dat heeft master Harvey onmogelijk kunnen te weten komen," antwoordde John Bruce. »Wat evenwel voor zeker aangenomen kan worden, dat is, dat Texar zich sedert vier-en-twintig uren niet meer te Jacksonville bevindt."
»Daarachter moet weer eene nieuwe kuiperij van dien ellendeling schuilen, meent gij ook niet?" vroeg James Burbank.
»Ja, master Burbank," antwoordde John Bruce.
»En wat denkt uw heer er van?"
»O, master Harvey deelt dezelfde meening. Daarenboven...."
»Wat wilt ge zeggen?"
»Daarenboven, master Burbank, Texar heeft niet noodig tegenwoordig te zijn om het bevel tot uiteenjaging der vrijgestelde slaven ten uitvoer te doen brengen..."
»Uiteenjaging?..."
»Ja, uiteenjaging, master Burbank, dat is tegenwoordig de gebezigde term."
»Uiteenjaging!..." ging James Burbank vertoornd voort. »Uiteenjaging... ja door brandstichting en plundering!"
»Master Harvey is dan ook van meening..."
»Spreek vrij uit, John Bruce!"
»Dat nu het nog tijd is, gij wèl zoudt doen met uw gezin in veiligheid te stellen..."
»Hoe bedoelt gij?"
»Ik bedoel niets, master Burbank. Ik spreek slechts uit naam van master Harvey."
»Nu, wat bedoelt master Harvey dan?"
»Dat uw gezin dadelijk Castle-House moet verlaten," antwoordde John Bruce.
»Maar Castle-House is in staat om weerstand te bieden," hernam James Burbank. »Ik ben vast besloten het heerenhuis niet te verlaten, dan wanneer de toestand onhoudbaar zal worden."
»Dat is een onvoorzichtig besluit, master Burbank."
»Dat is mogelijk; maar... ik kan niet anders handelen.--Is er overigens geen nieuws te Jacksonville?"
»Niets, master Burbank."
»Hebben de federalistische troepen nog geene beweging naar de grenzen van Florida gemaakt?"
»Geen enkele, sedert zij de havenplaats Fernandina en de baai Sint-Mary bezet hebben."
»Het doel van uwe zending is dus, master Bruce...?"
»Vooreerst om u mede te deelen, dat het uiteenjagen der vrijgestelde slaven slechts een voorwendsel is..."
»Een voorwendsel?..."
»Ja, een voorwendsel, om uwe plantage te kunnen verwoesten en om uwen persoon in handen te krijgen!"
»Weet gij dus niet," drong James Burbank verder aan, »of Texar zich aan het hoofd van die bende boosdoeners bevindt?"
»Neen, master Burbank. De heer Harvey heeft al het mogelijke gedaan om dat te weten te komen, maar te vergeefs."
»Dat is jammer."
»Ik zelf heb, sedert ik in gezelschap van de bende plunderaars Jacksonville verlaten heb, daaromtrent niets, volstrekt niets kunnen vernemen."
»Zijn er veel mannen van de militietroepen bij die bende aanvallers aanwezig?"
»Hoogstens een honderdtal, master Burbank."
»Dat is niet veel."
»Neen, maar...."
»Maar wat?"
»Dat grauw, hetwelk in hun gevolg medegekomen is, bestaat uit de ergste misdadigers van het geheele land. Texar heeft die gemeene kerels doen wapenen, en...."
»Nu, ga voort, master Bruce."
»En het is te vreezen, dat dezen zich aan de grootste uitspattingen zullen schuldig maken. Ik herhaal het, master Burbank, dat het de meening van master Harvey is, dat gij wèl zoudt doen door Castle-House dadelijk te verlaten."
»Dat is onmogelijk! Waar zou ik heen moeten gaan met de mijnen?"
»Gij laat mij niet uitspreken, master Burbank."
»Welnu dan, ga voort."
»Bij dien raad heeft master Harvey mij tevens opgedragen, u mede te deelen, dat hij zijn buiten Hampton Red ter uwer beschikking stelt."
»Hampton Red?... Waar ligt dat?"
»Ongeveer tien mijlen bovenstrooms, op den rechteroever der Sint John. Daar zult gij althans gedurende eenige dagen in veiligheid zijn...."
»Ja.... dat zou kunnen...."
»Welnu, ik kan er uw gezin en ook u zelven, zonder dat iemand zulks gewaar zal worden, brengen, evenwel onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat gij Castle-House dadelijk zult verlaten, om te voorkomen dat u de nu nog mogelijke aftocht afgesneden wordt..."
»Ik dank den heer Harvey en ook u, goede vriend..." antwoordde James Burbank.
»Dat is alles goed en wel... Maar neemt gij het voorstel aan?... Gij moet dadelijk beslissen."
»Integendeel, master Bruce.... Zoo erg zie ik den toestand niet in."
»Zooals gij wilt, master Burbank," antwoordde John Bruce. »Ik blijf in ieder geval ter uwer beschikking...."
»Keert gij niet naar Jacksonville terug?"
»Neen, ik blijf bij u, voor het geval gij mijne hulp mocht behoeven."
»Dat blijft dan afgesproken," zei James Burbank, terwijl hij hem de hand drukte.