De strijd tusschen Noord en Zuid Deel 1: Overrompeling eener plantage

Part 12

Chapter 123,657 wordsPublic domain

»Welnu, als je weigert dat middel te baat te nemen, dan ken ik nog slechts een, namelijk als je in den Staat Florida wilt blijven."

»En dat is, master Perry."

»Om van kleur te veranderen, domoor! Laat je bleeken, Pyg, laat je bleeken! En als je wit zult geworden zijn, dan zul je het recht verkregen hebben om op Camdless-Bay te blijven. Anders niet!"

Pygmalion, verwoed over die scherts, droop grommend af,

De administrateur zette, grinnikend van de pret over de bestraffing, die hij Pygs ijdelheid had doen ondergaan, zijne wandeling voort.

De neger bleef eerst diep in gedachten verzonken. Hij gevoelde wel, dat er meer noodig was om in dienst van Castle-House te blijven, dan slechts een in vrijheid gestelde slaaf te zijn. Vooreerst zou hij blank moeten zijn. Maar, voor den drommel! hoe zou hij het moeten aanleggen, om blank te worden, nu de natuur hem met eene huid van het fraaiste ebbenzwart begiftigd had?

Toen Pygmalion zich naar de bedienden-gebouwen van Castle-House begaf, krabde hij zich dan ook het lichaam, alsof hij de zwarte opperhuid wilde afscheuren.

Het hielp hem natuurlijk niet veel.

James Burbank en Edward Carrol waren even vóór het middaguur op Castle-House wedergekeerd. Zij hadden niets onrustbarends in de omstreken van Jacksonville bespeurd. Het meerendeel der vaartuigen lag op zijne gewone plaats, een gedeelte vastgemeerd aan de kaden der haven, de anderen voor anker in het vaarwater en op de reede. Toch had men eenige beweging onder de troepen-gedeelten op den anderen oever der rivier waargenomen. Verscheidene detachementen der landmacht van de geconfedereerden hadden zich op den linkeroever der Sint John vertoond, die in noordelijke richting naar het graafschap Nassau oprukten.

Voor Camdless-Bay was evenwel niets dreigends ontwaard.

Toen James Burbank en zijn tochtgenoot bij de riviermonding aangekomen waren, hadden zij hunne blikken natuurlijk zeewaarts gericht. Maar geen enkel zeil werd in de verte bespeurd. Geen rook of damp van eene stoomboot, die de tegenwoordigheid of de nadering van een smaldeel te kennen kon geven, vertoonde zich bij of boven den gezichteinder. Wat de maatregelen betrof, die ter verdediging genomen waren, die waren totaal nul. Geene strandbatterijen, geene schouderweringen van aarde opgeworpen. Geen enkel werkje om het binnenloopen van de monding door een schip of door een flottilje te beletten. Wanneer de schepen der federalisten zich zouden vertoonen, hetzij voor de Nassaukreek, hetzij voor de monding der Sint John, zouden zij zonder de minste verhindering naar binnen kunnen stevenen. Alleen de verlichting van den vuurtoren San Pablo was buiten werking gesteld. De lantaarn van die inrichting was uit elkander genomen en kon derhalve den toegang van de vaarwaters niet aanduiden. Dat kon evenwel slechts moeielijkheden baren, wanneer de vijandelijke flottilje zoude beproeven des nachts naar binnen te stevenen.

Ziedaar, wat de Heeren James Burbank en Edward Carrol berichtten, toen zij op Castle-House teruggekeerd waren.

Alles bij elkander genomen, kon de toestand als vrij geruststellend beschouwd worden, daar te Jacksonville geen enkele beweging waargenomen was, die op een aanstaanden aanslag op Camdless-Bay duidde.

»Gij kunt gelijk hebben," beaamde master Walter Stannard met een hoofdknik.... »Ik zie evenwel het geruststellende van den toestand zoo nog helder niet in."

»Wat bedoelt gij?" vroeg James Burbank.

»Integendeel, ik vind het een verontrustend feit, dat de schepen van den Commodore Dupont nog niet in het gezicht zijn. Dat is eene vertraging, die mij raadselachtig en vreemd voorkomt."

»Mij ook," zei Edward Carrol. »Wanneer die flottilje voorgisteren zee gekozen en de baai Sint Andrews verlaten heeft, dan moest zij nu ter hoogte van Fernandina aangekomen zijn!"

»Wij hebben sedert eenige dagen slecht weer gehad," antwoordde James Burbank op kalmeerenden toon.

»Ja, maar voor een eskader als het onderwerpelijke...."

»Het is mogelijk," vervolgde de eigenaar van Camdless-Bay, »dat ten gevolge van de hevige oostenwinden, die eene zware branding hebben doen ontstaan, de Commodore Dupont genoodzaakt is geweest de kust te mijden en zijn heil in volle zee te zoeken. Maar de wind is sedert heden ochtend veel gevallen, zoodat het niemand verwonderen zou, wanneer dezen nacht...."

»Dat de hemel u verhoore, waarde James!" zei mevrouw Burbank, »en dat hij ons ter hulpe kome!"

»Waarde heer James," merkte miss Alice op, »hoe zal de flottilje, nu de vuurtoren van San Pablo niet meer verlicht is, de Sint John kunnen binnendringen?"

»De Sint John binnendringen, dat zou zeer moeielijk en zeer gevaarlijk, ik durf wel zeggen: onmogelijk zijn, lieve Alice."

»Dus...." wilde mevrouw Burbank zeggen.

»Dus zullen de federalisten, alvorens de mondingen van den stroom te bemachtigen," ging haar echtgenoot voort, »eerst het eiland Amelia moeten bezetten, zoo ook het stadje Fernandina, ten einde meester te zijn van de spoorbaan naar Cedar-Keys. Ik denk voor het naaste, dat de schepen van den Commodore Dupont de Sint John eerst over drie of vier dagen zullen opstevenen."

»Eerst dan," zuchtte mevrouw Burbank.

»Dat is wel laat," sprak miss Alice op hare beurt bedrukt.

»James heeft gelijk," sprak Edward Carrol. »Dat binnendringen kan eerst over een viertal dagen geschieden en in de tegenwoordige omstandigheden is dat een lang tijdperk; maar ik koester de hoop, dat de bemachtiging van de havenplaats Fernandina voldoenden indruk zal teweegbrengen, om de geconfedereerden te noodzaken den terugtocht aan te nemen. Misschien zullen zelfs de militie-troepen de aankomst van de kanonneerbooten der federalisten niet afwachten, maar Jacksonville dadelijk ontruimen. In dat geval zou Camdless-Bay buiten gevaar zijn en niet meer door de muitende bende van Texar bedreigd worden...."

»Dat alles is mogelijk, vrienden!" zei James Burbank. »Laat ons dus hopen, dat de federalistische troepen den voet maar zetten op het grondgebied van Florida; meer is niet noodig om onze veiligheid te verzekeren. En dat zal spoedig genoeg geschieden!--Maar, om over iets anders te spreken: Is er geen nieuws op de plantage?"

»Neen, mijnheer Burbank," antwoordde miss Alice. »Van de trouwe Zermah vernam ik, dat de negers hunne gewone bezigheden in de constructie-keten en werkplaatsen, als ook bij den houtaankap in de bosschen hervat hadden. Zij verzekert, dat die menschen steeds vol toewijding zijn en zich gereed verklaren, Camdless-Bay te verdedigen tot de laatste hunner gevallen is."

»Laten wij hopen, dat van hunne verknochtheid die proef niet zal gevergd behoeven te worden!" zeide James Burbank.

»Ja, laten wij dat hopen!" prevelde mevrouw Burbank; »maar laten wij tevens God bidden, dat onze hoop vervuld worde!"

»Het zou mij zeer verwonderen," vervolgde James Burbank, »wanneer de ellendelingen, die zich door daden van geweld aan de eerlijke lieden tot bestuurders opgedrongen hebben, niet de vlucht zullen nemen, wanneer er geseind zal worden, dat de flottilje der federalisten ter hoogte van Florida zal aangekomen zijn. Intusschen moeten wij voorzichtig zijn, blijven uitkijken en geen enkelen veiligheidsmaatregel veronachtzamen!"

»Ja, zeker, wij moeten de grootst mogelijke waakzaamheid blijven betrachten!" zei Edward Carrol.

»Juist," hernam James Burbank, »en daarom, Stannard en Carrol, gaat gijlieden na het ontbijt met mij mede, om een bezoek te brengen aan het meest blootgestelde gedeelte van de plantage?"

»Wat wilt gij daar gaan doen?" vroeg Walter Stannard.

»Gij weet: »het oog des meesters enz."; maar vooral, waarde vriend, wil ik er mij van overtuigen, dat gij en onze lieve Alice hier op Castle-House niet door grootere gevaren zult bedreigd worden dan te Jacksonville. Waarlijk, wanneer de zaken slecht liepen, zou ik het mij zelven nimmer vergeven, dat ik u herwaarts heb doen komen."

»Waarde James," antwoordde master Walter Stannard, »wanneer wij in onze woning te Jacksonville gebleven waren, dan zouden wij zeer waarschijnlijk nu aan de knevelarijen der thans aan het roer zijnde autoriteiten blootgesteld zijn, zooals het allen geschiedt, die de meeningen der voorstanders van de slavernij niet toegedaan zijn."

»In ieder geval, mijnheer Burbank," vulde miss Alice aan, »wanneer zelfs de gevaren hier grooter mochten zijn, dan vraag ik nog: of het niet beter is, dat wij ze samen deelen?"

»Ja, waarde dochter!" antwoordde James Burbank.

»Ja, zeker, Alice!" zei haar vader.

»Kom!" ging master James Burbank voort. »Ik koester veel hoop en ik vermeen, dat Texar zelfs den tijd niet zal hebben, om het tegen ons geslagen besluit ten uitvoer te kunnen leggen!"

»Het is te hopen!" zuchtte mevrouw Burbank, die zich als een drenkeling aan dat strootje poogde vast te klemmen.

James Burbank en zijne beide vrienden bezochten in de namiddaguren de verschillende barakken, bij welk bezoek de administrateur, master Perry, hen vergezelde. Zij konden zich daarbij overtuigen, dat de stemming der negers uitmuntend was.

Bij die gelegenheid meende James Burbank de aandacht van den waardigen administrateur te moeten vestigen op den ijver, waarmede de nieuw bevrijden den arbeid hervat hadden.

»Jawel!... Jawel!..." antwoordde master Perry. »Het is een nieuwtje, en gij kent het spreekwoord omtrent de nieuwe bezems, master Burbank."

»Ja, maar dat is hier niet toepasselijk, master Perry," meende James Burbank.

»Best mogelijk, master Burbank.... Maar dan zal nog te bezien staan, hoe het afgeleverde werk zal zijn."

»Ja, maar Perry, is dat nu een argument?"

»En een goed argument, master Burbank!"

»Die brave zwarte kerels zullen, bij wisseling van toestand, toch niet hunne handen verwisseld hebben, meen ik."

»Neen, nog niet, master Burbank," antwoordde de onverbeterlijke stijfkop. »Maar gij zult weldra ontwaren, dat zij niet meer dezelfde handen aan het uiteinde hunner armen bezitten, of beter uitgedrukt, dat hun de handen geheel verkeerd staan!"

»Kom, kom, master Perry," zei James Burbank glimlachend. »Hunne handen zullen steeds vijf vingeren hebben en hunne handen zullen op dezelfde wijze aan het polsgewricht bevestigd blijven; wees daaromtrent onbekommerd, en waarlijk, meer kan toch niet van hen gevorderd worden!"

Pruttelend ging de administrateur heen.

»Wie heeft ooit van eene negerhand hooren spreken?" mompelde hij. »Van een negerpoot, dat's wat anders!"

Zoodra dat bezoek afgeloopen was, keerden James Burbank en zijne beide tochtgenooten naar Castle-House terug.

De avond ging rustiger voorbij dan de avond te voren. Bij gebrek aan tijdingen van Jacksonville, was men weer begonnen te hopen, dat Texar er van afgezien had zijne dreigementen ten uitvoer te leggen of dat de tijd hem daartoe zou ontbreken.

Evenwel werden toch de nauwkeurigste veiligheidsmaatregelen voor den nacht getroffen. Perry met zijne opzieners zouden op de grenzen van de plantage ronden verrichten, voornamelijk op den oever der Sint John. De negers waren gewaarschuwd geworden, dat zij bij aanval of alarm dadelijk moesten terugtrekken op de met palissaden omheinde binnenruimte, terwijl eene sterke wacht bij de buitenpoterne opgesteld werd.

Dat alles getuigde, dat de eigenaar van Camdless-Bay, in weerwil van de gekoesterde hoop, een goed overzicht van den stand van zaken had.

James Burbank en zijne vrienden losten elkander herhaalde malen af, om zich buiten Castle-House te gaan overtuigen, dat hunne bevelen stipt opgevolgd en geen der veiligheidsmaatregelen verwaarloosd werden. Toen de zon aan den gezichteinder verscheen, had geen enkel voorval de rust van de bewoners en gasten van het heerenhuis gestoord.

X.

DE DAG VAN DEN 2DEN MAART.

Daags daarna--dus den 2den Maart--ontving James Burbank tijdingen van een zijner opzieners, wien het gelukt was onbemerkt de rivier over te steken, binnen Jacksonville te dringen en zonder achterdocht opgewekt te hebben, van die stad weer te keeren.

Die tijdingen, welker waarheidlievendheid niet in twijfel te trekken was, waren zeer belangrijk. De lezer zal uit het ondervolgende er over kunnen oordeelen.

De Commodore Dupont, bevelhebber van het eskader, dat bestemd was tegen de Staten Georgië en Florida te ageeren, was in de baai Sint-Andrews, ten oosten van de Georgische kust gelegen, ten anker gekomen. De Wabash, die den wimpel van den opperbevelhebber voerde, stond aan het hoofd van een smaldeel, hetwelk uit zes en twintig vaartuigen bestond, waarvan achttien kanonneerbooten, een kotter, een transportvaartuig, dat behoorlijk van geschut voorzien, als oorlogsschip dienst kon doen, en daarenboven nog zes gewone transportschepen, die de brigade van den Generaal Wright aan boord hadden.

Zooals Gilbert Burbank het in zijn laatsten brief medegedeeld had, vergezelde Generaal Sherman deze expeditie.

De Commodore Dupont, wiens komst door het heerschende slechte weer zeer vertraagd was, beijverde zich om dadelijk maatregelen tot bemachtiging der toegangen tot het vaarwater van Sint-Mary te treffen. Dit vaarwater, hetwelk zeer moeilijk te verkennen is, levert toegang tot de monding van eene rivier van dien naam, ten noorden van het eiland Amelia, op de grenzen van de Staten Georgië en Florida gelegen.

Fernandina, de havenplaats en de voornaamste stelling van het geheele eiland, werd verdedigd door het fort Clinch, dat, door stevige dikke steenen muren beveiligd, eene bezetting van ruim vijftien honderd man bevatte. Zouden de Zuidelijken, in die sterkte, waarin eene langgerekte verdediging zeer mogelijk was, weerstand bieden aan de federalistische troepen? Dat was zeer goed mogelijk.

Toch gebeurde dat niet.

Volgens het medegedeelde door den opziener, liep het gerucht te Jacksonville, dat de geconfedereerden het fort Clinch ontruimd hadden op het oogenblik, dat het smaldeel van den Commodore Dupont voor de baai Sint-Mary verscheen. Zij zouden niet alleen het fort Clinch verlaten hebben, maar ook de havenplaats Fernandina, het eiland Cambesland, alsook dit geheele gedeelte der Floridasche kust.

Tot zoover luidden de tijdingen te Castle-House aangebracht.

Het zal onnoodig zijn om nog verdere klem te leggen op hare bijzondere belangrijkheid, vooral ten opzichte van de plantage Camdless-Bay.

Daar de federalistische troepen eindelijk in Florida ontscheept waren, kon het niet missen of het geheele grondgebied van dien Staat moest weldra in hunne macht vallen. Blijkbaar zouden nog eenige dagen moeten voorbijgaan, alvorens de kanonneerbooten de bank van de Sint John zouden kunnen overstevenen. Hunne nabijheid evenwel zoude eene heilzame vrees inboezemen aan de autoriteiten van Jacksonville. En het was te hopen dat, voor weerwraak beducht, Texar en zijne aanhangers niets tegen de plantage zouden durven uitvoeren van een Noordelijke, waarop de algemeene aandacht zoozeer gevestigd was als James Burbank.

Dat was inderdaad eene geruststelling voor de familie, die haar, wel wat al te spoedig, van te groote vrees tot te groote hoop, dus van het eene uiterste tot het andere deed overslaan.

Maar, zoowel voor miss Alice Stannard als voor mevrouw Burbank hadden die tijdingen het voordeel haar de zekerheid te verschaffen, dat Gilbert niet meer ver af was, dat zij dus de hoop mochten koesteren de eene om haren bruidegom, de andere om haren zoon binnen kort weer te zien, zonder dat voor zijne veiligheid behoefde gevreesd te worden.

En, inderdaad, de jeugdige luitenant zoude slechts dertig mijlen af te leggen gehad hebben, om van Sint-Andrews af de kleine havenkom van de plantage Camdless-Bay te bereiken.

Hij bevond zich in dat oogenblik op de kanonneerboot Ottawa, en die kanonneerboot had door eene schitterende krijgsdaad uitgeblonken, welker weerga in de maritieme geschiedrollen nog niet aangetroffen was.

Ziehier wat er dien morgen van den 2den Maart voorgevallen was.

Het is waar, dat de opziener, welke de tijdingen naar Camdless-Bay overgebracht had, dat feit gedurende zijn verblijf te Jacksonville nog niet had kunnen vernemen; maar wij deelen het bericht er van mede, omdat de lezer het moet kennen voor de duidelijkheid der ernstige gebeurtenissen, die volgen gaan.

Zoodra de Commodore Dupont kennis bekomen had, dat de bezetting der geconfedereerden het fort Clinch ontruimd had, zond hij eenige vaartuigen van weinig diepgang, langs het vaarwater van Sint-Mary.

De blanke bevolking had zich reeds in het gevolg der zuidelijke troepen naar het innerlijke des lands teruggetrokken en de steden, de dorpen, de gehuchten en de plantages, langs de kust gelegen, verlaten.

Het was inderdaad een panische schrik, die allen bezielde, veroorzaakt door de gedachte aan weerwraak, welke de secessionisten ten onrechte aan de hoofden van de federalistische troepenafdeelingen toeschreven.

Maar niet alleen in Florida, maar overal op de grenzen van Georgië, in dat geheele gedeelte van dien Staat, hetwelk tusschen de baaien van Ossabaw en van Sint-Mary gelegen is, sloegen de inwoners overhaast op de vlucht, om aan de debarkementstroepen van de brigade Wright te ontkomen.

In die niet voorziene omstandigheden hadden de vaartuigen van den Commodore Dupont geen enkel kanonschot te lossen gehad, om het fort Clinch en de havenplaats Fernandina in bezit te nemen. Alleen de kanonneerboot Ottawa, waarop Gilbert Burbank, die steeds den mesties Mars bij zich had, als eerste officier dienst deed, kwam in de gelegenheid van hare vuurmonden gebruik te moeten maken.

De zaak droeg zich navolgender wijze voor:

De havenstad Fernandina is met het westerstrand van Florida, hetwelk de golf van Mexico omzoomt, door eene spoorbaan verbonden, die naar de haven van Cedar Keys voert, Die spoorbaan volgt eerst de kust van het eiland Amelia, maar alvorens het vaste land te bereiken, steekt zij de Nassau-kreek over langs eene zeer lange brug op palen gebouwd.

Juist toen de Ottawa in het midden van die kreek aankwam, stoomde een spoortrein die brug op. Daarmede vluchtte de bezetting van Fernandina, die al haar mondvoorraad en krijgsbehoeften medevoerde. Bij die bezetting hadden zich eenige aanzienlijken der stad gevoegd. Dadelijk stoomde de kanonneerboot met volle kracht naar de brug en gaf vuur uit hare jaagstukken zoowel op het paalwerk der brug als op den voortijlenden trein. Gilbert Burbank bevond zich op het voorschip en regelde de richting der kanonstukken. Door zijne juistheid van richten werden eenige gelukkige schoten gedaan, Onder anderen trof eene granaat het laatste rijtuig van den trein, waarvan de assen en de verbindingskrammen werden verbrijzeld. De trein, die onmogelijk in dit kritiek oogenblik stoppen kon, was verplicht dat rijtuig in den steek te laten. Hij spoorde dan ook met volle kracht en was alzoo in weinige oogenblikken in zuid-westelijke richting te midden van het dichtbegroeide gedeelte van het Floridasche schiereiland uit het oog verdwenen. Juist in dit oogenblik verscheen een detachement der federalistische troepen, te Fernandina ontscheept, die de spoorwegbrug dadelijk bestormden. In een oogwenk waren de reizigers in dat rijtuig gezeten, allemaal civielen, gevangengenomen. Deze krijgsgevangenen werden den hoofdofficier, den kolonel Gardner, die te Fernandina bevel voerde, in handen gesteld. Om een voorbeeld te stellen, weerhield men hen gedurende vier-en-twintig uren op een van de vaartuigen van het smaldeel, waarna men hen liet gaan.

Toen de spoortrein uit het gezicht verdwenen was, moest de Ottawa zich vergenoegen met een vaartuig aan te vallen, hetwelk met oorlogsmaterieel geladen was en dat eene toevlucht in die baai gezocht had. De kanonneerboot bemachtigde het gemakkelijk.

Die gebeurtenissen waren wel geschikt om de troepen der geconfedereerden en de bewoners der Floridasche steden sterk te ontmoedigen. Dit gebeurde in de hoogste mate te Jacksonville. De monding der Sint John zou weldra evenals die der Sint Mary in handen der Noordelijken zijn. Dit leed geen twijfel, en zeer waarschijnlijk zouden de Unionisten evenmin te Jacksonville weerstand ondervinden als te Sint Augustijn en in de overige plaatsen van het graafschap.

Dat alles bracht het zijne er toe bij, om James Burbank gerust te stellen.

Onder die omstandigheden moest men wel gelooven, dat Texar geen gevolg zou durven geven aan zijne dreigementen. Hij en zijne aanhangers zouden verjaagd worden en binnenkort zouden, alleen door den drang der omstandigheden, de eerlijke lieden weer aan het bestuur komen, dat hen door eene muiterij van de lagere volksklasse aan de handen ontwrongen was.

Er bestond blijkbaar alle reden toe om zoo te denken en bijgevolg ook om goede hoop te koesteren. Toen dan ook het personeel der plantage van Camdless-Bay die belangrijke tijdingen vernomen had, die ook te Jacksonville dadelijk verspreid waren, toonde het zijne vreugde door luidruchtige hoerakreten, waarvan onze bekende Pygmalion een groot deel voor zijne rekening nam.

Evenwel mochten de veiligheidsmaatregelen, die nog gedurende eenigen tijd betracht moesten worden en die zooveel konden bijbrengen om aan ieders gemoedsstemming eene zekere mate van gerustheid te schenken, niet verwaarloosd worden, althans niet tot het tijdstip, dat de federalistische kanonneerbooten in de wateren van de Sint John zouden verschijnen.

Neen, dat mocht vooral niet! Hoewel noch James Burbank, noch een der zijnen dat gissen of ook maar veronderstellen kon, zou ongelukkig nog eene geheele week moeten voorbijgaan, alvorens de Noordelijken de noodige maatregelen zouden getroffen hebben om de Sint John te kunnen opstevenen en meester van zijn stroomgebied te zijn.

En hoeveel gevaren zouden intusschen Camdless-Bay kunnen bedreigen!

Inderdaad, hoewel de Commodore Dupont Fernandina bezet had, zoo was hij toch verplicht met eene zekere mate van omzichtigheid te werk te gaan. Het behoorde tot zijn plan om de federalistische vlag op alle punten, bereikbaar voor zijne vaartuigen, te vertoonen. Hij was dus verplicht zijn eskader in verscheidene onderdeelen te splitsen. Eene kanonneerboot werd de rivier Sint-Mary opgezonden, om de kleine stad van dien naam in bezit te nemen en verder het land een twintig mijlen ver binnen te dringen. Ten noorden zouden drie andere kanonneerbooten, onder de bevelen van den kapitein ter zee Gordon, de baaien onderzoeken, zich meester maken van de eilanden Jykill en Sint-Simon en verder bezit nemen van de kleine stad Brunswijk en van de iets grootere stad Darier, die evenwel door hare bewoners verlaten waren. Zes stoomvaartuigen van geringen diepgang waren bestemd om onder de bevelen van den kommandant Stevens de Sint John op te stevenen en Jacksonville aan te tasten.

Wat de rest van het expeditionnaire smaldeel betreft, dat maakte zich gereed om andermaal zee te kiezen, ten einde Sint-Augustijn te bemachtigen en de geheele kuststrook van Florida tot Mosquito-Inlet te blokkeeren. Daardoor zouden dan de mondingen van de Mosquitolagune voor den smokkelhandel in oorlogs-materieel gesloten zijn.

Maar die samengestelde bewegingen konden niet in vier-en-twintig uren volbracht worden, en vier-en-twintig uren waren meer dan voldoende om het geheele grondgebied aan de verwoestingen van de Zuidelijke kwaadgezinden over te leveren.

Het was ongeveer drie uren in den namiddag toen James Burbank de eerste tijdingen kreeg, dat er iets tegen Camdless-Bay op til was. De administrateur master Perry, die eene verkenning langs de grensscheiding van de plantage was gaan uitvoeren, kwam buiten adem naar Castle-House loopen.

»Master James!... Master James!..." riep hij.

»Wat is er, Perry?"

»Men heeft eenige verkenners bespeurd, die Camdless-Bay langzaam naderen!"

»Van welken kant, Perry?"

»Van de noordzijde, master James!"

»Van de noordzijde!... Dat is ernstig."

Al heel spoedig verscheen Zermah, die van de kleine havenkom terugkeerde en haren meester mededeelde, dat verscheidene vaartuigen den stroom overstaken en naar den rechteroever aanhielden.

»Komen zij van den kant van Jacksonville, Zermah?" vroeg James Burbank.

»Voorzeker, master James."

»Laten wij dan onzen intrek in Castle-House nemen," sprak James Burbank.