De strijd tusschen Noord en Zuid Deel 1: Overrompeling eener plantage
Part 11
Buiten stonden ettelijke personen, die met luide stem met elkander praatten, onder aan de trap van het perron te wachten.
»Wie is daar?" vroeg James Burbank.
»Ik ben het, master Burbank," antwoordde een der opzieners van de plantage, die daarbij zijn naam noemde.
»En wat is er?"
»Er is bij de aanlegplaats van de havenkom een vaartuig aangekomen, mijnheer Burbank," antwoordde de opziener.
»En vanwaar komt dat vaartuig?"
»Van de overzijde der rivier."
»Wie bevindt zich aan boord?"
»Een bode, die vanwege de magistraten van Jacksonville naar u toegezonden is."
»Een officieele bode?"
»Ja, master Burbank."
»En, wat verlangt hij?"
»Hij verzoekt u een mededeeling te mogen doen."
»Zoo!"
»Mag hij aan wal stappen?"
»Wel zeker, verzoek hem om hier te komen."
Mevrouw Burbank was haren echtgenoot genaderd. Ook miss Alice was vlug op een der vensters van de hal toegetreden, terwijl master Walter Stannard en master Edward Carrol naar de deur gingen. Zermah, die het handje van de kleine Dy gegrepen had, was opgestaan.
Allen hadden er al een voorgevoel van, dat eene ernstige verwikkeling op til was.
De opziener was naar de aanlegplaats teruggekeerd en tien minuten later bracht hij den bode op Castle-House, die door het vaartuig van Jacksonville naar Camdless-Bay was overgebracht.
Dat was een man, die in de uniform der militie van het graafschap gekleed was. Hij werd de hal binnengeleid en vroeg den heer Burbank te spreken.
»Dat ben ik," antwoordde de eigenaar van Camdless-Bay. »Wat verlangt gij van mij?"
»Mij is opgedragen u dezen brief te overhandigen," antwoordde de bode.
Hij reikte hem een grooten omslag van officiëelen vorm over, die in een der hoeken het zegelstempel van Court-Justice voerde.
James Burbank brak den briefomslag open en las het volgende:
»Bevel van de nieuw opgetreden autoriteiten te Jacksonville, dat iedere slaaf, die, in weerwil der besluiten van de Zuidelijken, in vrijheid zal gesteld zijn, onmiddellijk van het grondgebied van den Staat zal verwijderd worden.
»Aan dezen maatregel zal binnen de tweemaal vierentwintig uren uitvoering gegeven moeten zijn. In geval van weigering zal die verwijdering door den sterken arm geschieden.
»Uitgevaardigd te Jacksonville, den 28sten Februari 1862.
»Texar."
De regeering, waarin de eerlijke lieden vertrouwen konden stellen, was omvergeworpen en de Spanjaard Texar, gesteund door zijne aanhangers, was thans aan het hoofd van het stedelijke bestuur van Jacksonville gekomen.
James Burbank dacht een oogenblik na.
»Wat moet ik antwoorden?" vroeg de bode.
»Niets!" hernam James Burbank.
De bode vertrok en werd naar zijn vaartuig teruggeleid, dat dadelijk van de aanlegplaats afstak en naar de overzijde van de rivier geroeid werd.
Dus op bevel van dien ellendigen Spanjaard zouden de gewezen slaven van de plantage Camdless-Bay verwijderd en heinde en verre verspreid worden! Dus door het feit, dat zij in vrijheid gesteld waren, zouden zij het recht missen om in vrijheid op het grondgebied van Florida te mogen leven! Camdless-Bay zou van zijn geheel personeel verstoken zijn, waarop James Burbank ten volle had kunnen rekenen om de plantage te verdedigen!
»Op die voorwaarden bevrijd?" vroeg Zermah.
»Gij ziet het, Zermah," antwoordde James Burbank, terwijl hij op het noodlottige papier wees. »Kom hier en lees!"
»De vrijheid voor dien prijs!" vervolgde de mestiesche vrouw vertoornd en opgewonden. »Neen, dat nooit! Ik weiger de vrijheid. En daar het gemis mijner vrijheid noodig is, om bij u, waarde meester, te mogen blijven, wil ik liever weer slavin worden!"
En hare bevrijdings-akte grijpende, verscheurde Zermah dat document en viel toen voor de voeten van James Burbank op den grond neder.
IX.
IN AFWACHTING.
Dat waren de eerste gevolgen van de edelaardige opwelling, waaraan James Burbank, door zijne slaven, voordat het federalistisch leger van Sherman het grondgebied van den Staat Florida had overschreden, in vrijheid te stellen, gehoor had gegeven.
Thans voerden Texar en zijne aanhangers gezag in Jacksonville niet alleen, maar over het geheele graafschap. Zij zouden in de gelegenheid zijn, en die voorzeker ook benutten, om allerlei daden van geweld te plegen, die hun door hunne ruwe en woeste geaardheid zouden ingegeven worden, dat wil zeggen, dat zij zich schuldig zouden maken aan de verschrikkelijkste buitensporigheden.
Was het den Spanjaard bij slot van rekening ook al niet gelukt, om door zijne lasterlijke aantijgingen en door zijne valsche en onbewezen beschuldigingen de inhechtenisneming van James Burbank te bewerken, zoo had hij toch desniettemin zijn doel bereikt, door gebruik te kunnen maken van den eigenaardigen toestand van Jacksonville, welker bevolking zeer was geprikkeld geworden door de gevolgde gedragslijn der magistraten bij de behandeling der zaak van den eigenaar van Camdless-Bay.
Nadat de anti-slaven-gezinde kolonist, die de invrijheidstelling van alle de dienstbaren op zijn landgoed geproclameerd had, vrij en frank heen was gegaan, de Noordelijke die zoo kenmerkend getoond had tegen de meening der Zuidelijken gekant te zijn, had Texar de menigte van oneerlijke kerels, die de meerderheid in de stad uitmaakten, opgeroepen en had eene omwenteling in de stad tot stand gebracht.
Nadat de regeering der zoodanig verzwakte autoriteiten omvergeworpen was, had hij hunne plaats doen innemen door de meest woeste zijner partijgangers en had daarvan eenen raad gevormd, waarin de halfblanken voor de eene helft en de bewoners van Florida, die van Spaansche afkomst waren, voor de andere helft de macht in handen kregen.
Verder had hij zich van de medewerking der militie-troepen verzekerd, die reeds lang bewerkt waren, en op het gewichtige oogenblik zich dan ook met de lagere volksklasse verbroederden.
Thans bevond zich het lot van al de bewoners van het geheele graafschap in zijn handen.
Hier ter plaatse dient verteld te worden, dat de handeling van James Burbank hoegenaamd geene goedkeuring bij het meerendeel der kolonisten, wier ondernemingen langs de beide oevers van de Sint John gelegen waren, ondervonden had. Deze konden toch terecht vreezen, dat hunne slaven hen zouden willen dwingen, om het gegeven voorbeeld te volgen. Verreweg het grootste gedeelte dier planters waren voorstanders van de slavernij en als zoodanig dan ook vastbesloten, om zich door alle middelen tegen de eischen van de Noordelijken te verzetten. Zij zagen de vorderingen, welke de federalistische leger-afdeelingen maakten, met leede oogen en verbittering aan. Zij eischten dan ook, dat Florida, evenals de andere Zuidelijke Staten, weerstand zoude bieden.
Had ook al het vraagstuk van de vrijmaking der slaven bij het uitbreken van den oorlog hen wellicht onverschillig gelaten, thans beijverden zij zich, om zich onder de door Jefferson Davis opgestoken vlag te laten inlijven. Zij toonden zich geheel gereed, om de pogingen der oproerlingen tegen het gouvernement van den president Abraham Lincoln met al hun vermogen te steunen.
Men zal zich onder die gegeven omstandigheden volstrekt niet verwonderen, dat het Texar, die begreep, dat hij aller meeningen en den invloed van het belang op zijne zijde had, om diezelfde belangen te verdedigen, gelukt was, zich aan de bevolking op te dringen, hoewel hij slechts weinig achting voor zijn persoon afdwong.
Hij zou voortaan als heer en meester kunnen handelen, niet zoozeer om den weerstand, om de verdediging der Zuidelijken te organiseeren, of om de flottilje van den Commodore Dupont terug te dringen, dan wel om zijne kwade neigingen bot te vieren.
Daarom, maar vooral ten gevolge van den haat, dien hij voor de familie Burbank koesterde, was de eerste zorg van Texar geweest om de invrijheidstelling der slaven van Camdless-Bay te beantwoorden met den maatregel, die, zooals de lezer reeds weet, ieder vrijgeworden slaaf noodzaakte het grondgebied binnen de tweemaal vierentwintig uren te ontruimen.
»Door zoo te handelen," zei hij, »beveilig ik de belangen der kolonisten, die onmiddellijk bedreigd worden. Ja, zij zullen niet anders kunnen dan dien maatregel goedkeuren, daar zijn eerste gevolg zal zijn, den opstand der slaven in het geheele gebied van den Staat Florida te beletten."
De groote meerderheid had dan ook den genomen maatregel door Texar, zonder nevengedachten goedgekeurd, hoewel niemand zich ontveinsde, dat hij zeer willekeurig was.
Ja! willekeurig, onrechtvaardig en onhoudbaar!
James Burbank bleef bij de invrijheidstelling van zijne slaven geheel en al binnen de grenzen van zijn recht. Hij kon dat recht reeds uitgeoefend hebben, voor dat de oorlog eene scheuring ter zake van de quaestie der slavernij tusschen de Vereenigden Staten van Noord-Amerika veroorzaakt had. Nimmer had dat recht mogen aangetast worden, en nimmer zou de maatregel, door Texar getroffen, billijk, noch wettig, noch rechtvaardig genoemd kunnen worden.
Maar, met betrekking tot den toestand van de familie Burbank, valt vooreerst te vermelden, dat door dien maatregel Camdless-Bay van hare natuurlijke verdedigers beroofd zoude worden. Dienaangaande had de Spanjaard zijn doel volkomen bereikt.
Dat begreep men te Castle-House dadelijk en wellicht ware het te wenschen geweest, dat James Burbank met die invrijheidstelling zijner slaven gewacht had, totdat hij zonder gevaar had kunnen handelen.
Maar, zooals men weet, was hij ten aanhoore van de magistraten van Jacksonville beschuldigd geworden, dat zijne daden niet in overeenstemming met zijne grondbeginselen waren; hij had zich verplicht gezien om dadelijk, overeenkomstig die beginselen te handelen en onder den indruk zijner verontwaardiging had hij in het openbaar zijne verklaring afgelegd, en in het openbaar was hij ook tegenover het personeel der plantage er toe overgegaan, om de negers van Camdless-Bay tot vrije lieden uit te roepen.
Daar nu de toestand van de familie Burbank en van hare gasten ten gevolge van dat feit verergerd was, moest in alle haast besloten worden, wat er in de gegeven omstandigheden moest gedaan worden.
En vooreerst--en daarop kwam het voornaamste gedeelte der discussie dien avond neer--zouden er redenen bestaan om op de daad van invrijheidstelling terug te komen? Neen! Want dat zou aan den stand van zaken volstrekt niets veranderen. Texar zou geen rekening willen houden met dien te laten terugtred.
Daarenboven zoude de overgroote meerderheid der negers van de plantage, wanneer zij het ergerlijk besluit door de nieuwe autoriteiten van Jacksonville tegen hen genomen, zouden vernemen, zich niet beijveren het voorbeeld van Zermah te volgen? Zouden al de akten van invrijheidstelling niet verscheurd worden? Ja, waarlijk, om Camdless-Bay niet te verlaten, om niet van het grondgebied van den Staat Florida verjaagd te worden, zouden allen hun toestand van slaaf willen hernemen, totdat bij eene Staatswet bepaald zoude zijn, dat zij het recht zouden hebben om vrij te zijn en te kunnen wonen, waar hun dat zou goeddunken.
Maar, waartoe zou dat alles dienen? Daar zij toch vastbesloten waren om met hunnen meester ook de plantage, die voor hen een waar vaderland geworden was, te verdedigen, zouden zij dat met evenveel geestdrift en toewijding doen, nu zij vrijgemaakt waren. Zermah stelde zich borg daarvoor.
James Burbank was dan ook van oordeel, dat op zijn eenmaal genomen besluit niet mocht worden teruggekomen. En allen deelden dienaangaande zijne meening. En zij vergisten zich niet; want toen den volgenden morgen de nieuwe maatregel, door het bestuur van Jacksonville uitgevaardigd, bekend werd, braken de betuigingen van toewijding, van getrouwheid en verknochtheid van alle kanten op Camdless-Bay los.
»Als Texar zijn besluit wil ten uitvoer leggen," werd er van den eenen kant geroepen, »dan zullen wij weerstand bieden!"
»Wanneer hij geweld wil gebruiken," riep eene andere stem, »dan zullen wij hem met geweld te keer gaan!"
In het heerenhuis dacht men er iets kalmer over.
»De gebeurtenissen zullen nu gaan dringen," zei Edward Carrol. »Binnen twee dagen, misschien wel binnen vier en twintig uren, zal de quaestie der slavernij in Florida haar beslag gekregen hebben."
»Hoe bedoelt gij?" vroeg James Burbank.
»Wel, overmorgen kan de flottilje van de federalisten onder Dupont de mondingen der Sint John bemachtigd hebben."
»Dat is zoo."
»Maar wanneer de militietroepen, gesteund door de legerafdeeling der geconfedereerden, weerstand zullen bieden?" merkte meester Walter Stannard op.
»Wanneer die weerstand bieden, dan kan zulks niet lang duren," antwoordde Edward Carrol. »Hoe zouden zij zich, zonder oorlogsschepen, zonder kanonneerbooten zelfs, tegen het binnenstevenen van den Commodore Dupont, tegen het landen van de debarkementstroepen van Generaal Sherman en tegen de bezetting der havensteden Fernandina, Jacksonville en Sint Augustijn kunnen verzetten?"
»Ik beken, dat het moeielijk is."
»Welnu, wanneer die punten in handen der federalistische zee- en landmacht gevallen zijn, dan is Florida feitelijk in de macht der Noordelijken."
»Dat erken ik ten volle; maar..."
»En dan blijft aan Texar en zijne aanhangers geen ander redmiddel meer over, dan het hazenpad te kiezen."
»O, dat het integendeel toch gelukken moge hem in handen te krijgen!" riep James Burbank uit.
»Dat help ik u van harte wenschen!" zei Walter Stannard.
»Wanneer hij in de macht der gerechtigheid van de Noordelijken zal zijn," vervolgde James Burbank, »dan zullen wij eens zien of hij zich nogmaals op een alibi zal beroepen, om aan de gerechte straf voor zijne misdaden te ontkomen!"
»Ja, op dat gebied is hij slim, dat moet erkend worden," antwoordde Edward Carrol.
»Maar, dan zouden wij toch zien!" mompelde James Burbank dreigend.
De nacht ging voorbij zonder dat de veiligheid van Castle-House bedreigd, zonder dat de stilte zelfs gestoord was geworden. Maar in weerwil daarvan hadden èn mevrouw Burbank èn Miss Alice dien nacht in de grootste ongerustheid doorgebracht.
Den volgenden dag--den 1en Maart--hield men het oor scherp geopend ter waarneming van de geruchten, die zich van buitenaf konden laten hooren. Niet dat de plantage dien dag in het bijzonder bedreigd was. Neen, het besluit van Texar toch hield in, dat de verdrijving der vrijgestelde slaven eerst na tweemaal vierentwintig uren moest geschied zijn.
Daar James Burbank vast besloten was, aan dat willekeurig bevel niet te gehoorzamen, had hij tijd in overvloed, om de verdedigingsmiddelen van Castle-House zooveel als mogelijk was in gereedheid te brengen.
Het voornaamste was, om goed op de hoogte te zijn van hetgeen op het tooneel des oorlogs voorviel. De berichten daarvan konden toch ieder oogenblik den staat van zaken wijzigen.
James Burbank en zijn zwager stegen dus te paard en verlieten bij het aanbreken van den dag Castle-House. Zij reden tot aan den rechteroever der Sint-John, en zich naar den benedenstroom richtende, wilden zij de monding der rivier verkennen. Vooral wilden zij hunne aandacht wijden aan de trechtervormige kom, die deze monding voorafgaat en op een tiental mijlen van de plantage gelegen is, en in de San-Pablo-kaap eindigt, waarop de vuurtoren, die het vaarwater aanduiden moet, verrijst.
Bij dien tocht moesten zij Jacksonville, op den linkeroever der Sint-John gelegen, voorbijrijden. Zij zouden dan zeer gemakkelijk kunnen waarnemen, of vaartuigen bij elkander gebracht waren of werden, hetgeen eenigermate als een teeken kon gelden, dat er een aanslag door de bevolking op de plantage Camdless-Bay ondernomen zoude worden.
Beiden hadden een half uur later de grensscheiding der plantage overschreden en reden steeds in noordelijke richting voort. De lezer weet waarschijnlijk, dat de Sint John van zuid naar noord stroomt.
Middelerwijl wandelden mevrouw Burbank en miss Alice in het park van Castle-House op en neer, waarbij hare gedachtenwisselingen natuurlijk niet van geruststellenden aard waren. Master Walter Stannard poogde later het onmogelijke om haar tot kalmte te stemmen, maar helaas tevergeefs! Zij beweerden het voorgevoel van een op handen zijnd ongeluk te ondervinden.
Zermah van haren kant had zich beijverd naar de barakken der negers te wandelen. Hoewel de bedreiging van verjaagd te worden thans aan allen bekend was, dachten de gewezen slaven er niet aan om er rekening mede te houden. Zij waren eenvoudig aan den arbeid gegaan, zooals zij gewoon waren. Evenals hun meester, waren zij vastbesloten weerstand te bieden, en vroegen zich dan ook in gemoede af: krachtens welk recht zou men hen, nu zij vrij waren, uit hun aangenomen vaderland verjagen? Zermah kon dus hare meesteres van die zijde de meest gunstige berichten mededeelen. Men kon en mocht ten volle op het personeel van Camdless-Bay vertrouwen.
»Ja," zeide zij, »al mijne lotgenooten zouden liever weer slaaf willen worden, zooals ik gedaan heb, dan de plantage te verlaten en de meesters van Castle-House in den steek te laten."
»Maar als men hen daartoe noodzaakt, met geweld noodzaakt?" vroeg mevrouw Burbank.
»Wanneer men hen daartoe zou willen noodzaken," antwoordde Zermah, »welnu.... dan zullen zij hunne rechten verdedigen! Dan zullen zij geweld met geweld keeren!"
»God geve, dat dit onnoodig moge zijn!" zuchtte de echtgenoote van den eigenaar van Camdless-Bay.
»Ja, God geve dat!" herhaalde Zermah.
Er bleef niets anders te doen over dan den terugkeer af te wachten van master James Burbank en van Edward Carrol. Het was volstrekt niet onmogelijk, dat de flottilje der federalisten dien zelfden dag--wij weten dat het den 1sten Maart was--den vuurtoren van San Pablo in het gezicht liep, in welk geval zij geheel gereed zoude zijn, de mondingen van de Sint John te bemachtigen en in bezit te nemen.
De geconfedereerden zouden aan alle hunne militietroepen waarachtig niet te veel hebben om den Noordelijken dien doortocht te betwisten en dan zouden de autoriteiten van Jacksonville, die zich dadelijk en persoonlijk bedreigd moesten gevoelen, niet meer in staat zijn hunne dreigementen ten opzichte der bevrijde slaven van Camdless-Bay ten uitvoer te leggen.
De administrateur, master Perry, ging middelerwijl voort zijn dienst te verrichten, alsof niets buitengewoons gebeurd was. Zoo bracht hij dien ochtend zijn dagelijksch bezoek aan de verschillende inrichtingen en arbeidsketen in de plantage, en kon hij daarbij ook van zijn kant de gunstige gezindheid der negers opmerken. Hoewel hij dat uiterst moeielijk ten aanhoore van anderen erkend zoude hebben, zoo zag hij toch met zijne eigene oogen dat, al was ook al de toestand der negers geheel gewijzigd, hun vlijt en naarstigheid bij het werk, hunne toewijding aan de familie Burbank dezelfde gebleven waren. Ook begreep hij ras, dat zij vastbesloten waren, om iederen aanslag, dien de lagere volksklasse van Jacksonville tegen hen zoude willen ondernemen, met alle kracht te keer te gaan. Maar, volgens de meeningen van master Perry, die meer dan ooit hardnekkig aan zijn denkbeelden van voorstander der slavernij vasthield, konden die mooie gevoelens niet lang duren. De natuur zoude volgens hem hare rechten wel weten te hernemen. Wanneer zij van de onafhankelijkheid geproefd zouden hebben, dan zouden zij uit eigen beweging weer om de invoering der slavernij verzoeken. Zij zouden wederom tot den rang afdalen, die hun door de natuur op de ladder der wezens tusschen den mensch en het dier aangewezen was.
Terwijl hij zoo, in zijne gedachten verdiept, liep rond te drentelen, ontmoette hij den ijdelen en opgeblazen Pygmalion. Die domoor had een nog trotscher en nog snoevender voorkomen dan daags te voren. Wanneer men hem daar fier als eene pauw, met de handen op den rug gekruist, met het hoofd in den nek, en met de borst vooruit als eene kropduif, zag voortstappen, dan gevoelde men inderdaad, dat het een vrij mensch was, die zich daar vertoonde. Vrij was hij, dat is waar, vrij om te doen en te laten wat hij wilde, en als zoodanig maakte hij dan ook van dien toestand gebruik, om zoo min mogelijk te doen, of beter om niets te doen en alles, wat op arbeid betrekking had, na te laten.
»Goeden morgen, master Perry!" zei hij op uiterst voornamen toon.
»Goeien morgen...." knorde de administrateur binnensmonds. »Dat komt er nog bij, dat zoo'n lummel je goeien morgen mag wenschen!"
»Mooi weertje vandaag, master Perry!" vervolgde Pygmalion luchtig.
»Hum, ja.... Wat voer jij hier uit, luiaard?"
»Zooals ge ziet, master Perry, ik wandel."
»Zoo, wandel jij?"
»Heb ik daartoe het recht niet, master Perry?"
»Het recht, uilskuiken?"
»Ja, het recht! Ik ben toch geen ellendige slaaf meer, meen ik, master Perry?"
»Zoo, meen je dat maar, domkop?"
»O, niet alleen dat, ik ben er ook zeker van. Heb ik niet de akte mijner invrijheidstelling in den zak?"
»Wel bekome het je, ezelskop."
»Dank u, master Perry."
»Maar, zeg eens Pyg...."
»Wat is er?"
»Wie zal je voortaan voeden?"
»Wel ikzelf, master Perry."
»Hoe zul je dat doen, Pyg?"
»Wel, master Perry, met mijn mond, door te eten."
»En wie zal je te eten geven, schaapskop?"
»Mijn meester."
»Je meester?... Heb je dan al vergeten, dat je geen meester meer hebt, domkop!"
»Neen, master Perry, ik heb geen meester meer en zal er nooit meer een hebben!"
»Welnu?"
»Maar master Burbank zal mij nimmer heenzenden van de plantage, waarop ik, zonder snoeverij, eenige diensten bewijs, master Perry."
»Integendeel,...."
»Wat integendeel?"
»Hij zal je wel wegzenden!"
»Mij wegzenden?"
»Ongetwijfeld. Toen je hem toebehoordet, toen je zijn eigendom waart, kon hij je houden, zelfs al voerde je niets uit. Maar van het oogenblik, dat je hem niet meer toebehoort, zal hij je, wanneer je voortgaat den luiwammes te spelen en niet te willen werken, de deur goed en wel uitjagen!"
»Mij de deur uitjagen?"
»Ja, en dan zullen wij eens zien, wat je met je mooie vrijheid zult aanvangen, arme dwaas!"
Pygmalion trok een vervaarlijk leelijk gezicht. Het was helder als de dag, dat hij de quaestie der slavernij niet uit dat oogpunt beschouwd had.
»Wat, master Perry," hernam hij, »zoudt gij denken, dat master James Burbank zoo wreed zoude kunnen zijn, om...."
»Daarbij komt geene wreedheid te pas, domoor," antwoordde de administrateur, »zoo iets volgt uit de logica der feiten, begrijp je?"
Pyg schudde met het hoofd. Neen, hij begreep die orakelspreuk niet. Dat was erger dan latijn voor hem.
»Om het even," ging mijnheer Perry voort, »of je het begrijpt of niet. Wat zou ook zoo'n negerkop kunnen begrijpen? Wat je evenwel duidelijk moet zijn, dat is, dat er--het moge master Burbank aanstaan of niet--eene ordonnantie vanwege de autoriteiten te Jacksonville uitgevaardigd is, waarbij de uitzetting van al de bevrijde slaven buiten het grondgebied van Florida bevolen is."
»Is dat dus waar, master Perry?"
»Zeer waar; en wij zullen eens zien, hoe gij en uwe lotgenooten het nu aanleggen zult, om aan den kost te komen, nu gij geen meester meer hebt."
»Ik wil Camdless-Bay niet verlaten!" riep Pygmalion uit.
»Zoo, wil je niet, mijn jongen?" vroeg de administrateur sarcastisch glimlachend.
»Neen, ik wil niet!..." schreeuwde de neger. »Daar ik vrij ben...."
»Juist, Pyg.... je bent vrij om heen te gaan, maar je bent niet vrij om te blijven! Hoor je dat? Ik raad je dus aan om je bullen bijeen te pakken."
»Maar, wat zal er van mij worden, master Perry?"
»Dat zijn zaken, die niemand anders aangaan dan je zelven. Je bent immers vrij!"
»Maar als ik dan vrij ben...." hernam Pygmalion, die maar steeds op zijn stokpaardje terugkwam.
»Dat is niet genoeg, zooals het schijnt."
»Zeg mij, wat ik doen moet, master Perry?"
»Wat je doen moet, domme gans?"
»Ja, master Perry, ik bid u."
»Welnu, luister dan.... en volg mijne redeneering, als je die namelijk vatten kunt."
»O, ik zal ze wel vatten, wees gerust, master Perry. Ga uw gang."
»Je bent een bevrijde slaaf, niet waar?"
»Ja, dat ben ik, master Perry! Dat ben ik! Ik heb de akte van invrijheidstelling in den zak!"
»Welnu, verscheur dat document!"
»Dat nooit!"
»Nooit?"
»Neen nooit!"