De Strijd Tusschen Noord En Zuid Deel 1 Overrompeling Eener Pla

Chapter 15

Chapter 153,767 wordsPublic domain

Zoo deed zij, en wij hebben gezien, hoe zij in de nabijheid van het heerenhuis aangekomen was.

Daar viel mevrouw Burbank bewegingloos op den grond neder en stond miss Alice naast haar, die zelf onmachtig was overeind te blijven.

In dit oogenblik was het detachement militietroepen, gevolgd door de bende plunderaars, na den stormaanval gestaakt te hebben, reeds ver van de omwalling verwijderd.

Men hoorde geene kreten meer noch buiten noch binnen het heerenhuis.

Miss Alice kon inderdaad meenen, dat de aanvallers, na Castle-House ingenomen te hebben, het verlaten hadden, zonder er een der verdedigers levend achtergelaten te hebben.

Toen overviel haar een doodelijke angst. Uitgeput viel ook zij op den grond neder; maar zij had nog de kracht een laatste gejammer te uiten, een laatsten kreet om hulp te doen hooren.

En die kreet was gehoord geworden!

James Burbank en zijne makkers waren toen naar buiten geijld en nu wisten zij alles, wat bij de Marino-kreek voorgevallen was. Wat kon het hun thans schelen of de vijanden afgetrokken waren? Wat ging het hun aan, dat zij het vreeselijke lot niet meer te duchten hadden van in hunne handen te kunnen vallen? Dat alles liet hen koud en gevoelloos. Een vreeselijke ramp had hen getroffen, die hen gevoelloos voor alles maakte. De kleine Dy was in de macht van Texar!

Ziedaar, wat miss Alice met horten en stooten en meermalen afgebroken door zuchten en snikken verhaalde.

Ziedaar, wat mevrouw Burbank onder een stortvloed van tranen vernam, toen zij van hare onmacht bijgebracht was.

Ziedaar, wat James Burbank, Walter Stannard, Edward Carrol, master Perry en hunne overige lotgenoten vernamen.

Dat arme kleine meisje ontvoerd, meegesleept God weet waar, en... wat het ergst was... in handen van den wreedsten vijand haars vaders!...

Wat was er erger te bedenken?... En zou het mogelijk zijn, dat de toekomst nog zwaardere rampen voor deze familie voorbereidde?

Allen waren ten zeerste terneer geslagen door dien slag. Zij waren inderdaad vernietigd.

Mevrouw Burbank werd naar hare kamer gebracht en te bed gelegd, en miss Alice bleef tot hare verpleging liefderijk bij haar.

Beneden in de hal trachtten James Burbank en zijne vrienden tot overeenstemming te geraken, omtrent hetgeen verricht moest worden, om de kleine Dy op het spoor te komen en haar met Zermah uit de handen van Texar te verlossen.

Ongetwijfeld zou de getrouwe en verknochte mestiesche vrouw alles beproeven om het kind te verdedigen! Daartoe zou zij zelfs haar leven veil hebben! Maar zij was de gevangene van een ellendeling, die een persoonlijken haat jegens haar koesterde. En zou die er niet op uit zijn, haar met haar leven te doen boeten voor de in zijn oogen zoo groote misdaad, dat zij hem vroeger voor de rechtbank aangeklaagd had?

Toen beschuldigde James Burbank zich, dat hij zijne echtgenoote genoodzaakt had Castle-House te verlaten, dat hij een ontvluchtingsmiddel had uitgedacht, hetwelk zoo verkeerd gewerkt had.

Maar, was het aan het toeval wel alleen te danken, dat Texar zich juist bij die ontvluchting bij de Marino-Kreek bevonden had?

Zeker niet. Blijkbaar had de Spanjaard op de een of andere wijze kennis bekomen van het bestaan van de tunnel. Hij had begrepen, dat de verdedigers van Camdless-Bay pogen zouden daar langs te ontsnappen, wanneer zij het in het heerenhuis niet meer zouden kunnen houden. En na zijn troep op den rechteroever der rivier overgebracht te hebben, na de palissadeering der omwalling bemachtigd te hebben, na James Burbank genoodzaakt te hebben met de zijnen een toevluchtsoord achter de beschermende muren van Castle-House te zoeken, toen ongetwijfeld had hij het strijdperk verlaten, om met eenigen zijner afschuwelijkste medeplichtigen in de nabijheid van de Marino-Kreek post te komen vatten.

Daar had hij eensklaps de beide negers overvallen, die op de sloep pasten en die bij de ontvluchting behulpzaam moesten zijn. Hij had die ongelukkigen doen afmaken, wier hulpgeschreeuw te midden van het geknetter der geweerschoten en het verdere tumult van het gevecht niet vernomen was geworden.

Toen had de Spanjaard geduldig gewacht totdat Zermah en een oogenblik na haar de kleine Dy te voorschijn traden. Toen hij die twee alleen zag verschijnen, moest hij wel denken, dat noch mevrouw Burbank, noch haar echtgenoot, noch diens vrienden tot de ontruiming van Castle-House hadden kunnen besluiten. Hij moest zich dus met die prooi vergenoegen.

Hij had toen het kleine meisje en de mestiesche vrouw ontvoerd, om ze naar eene onbekende schuilplaats te brengen, alwaar het onmogelijk zoude zijn ze op te sporen!

Dat was wel de wreedste slag, waarmede die ellendeling de familie Burbank had kunnen treffen.

Zou hij dien vader, die moeder meer hebben doen lijden, wanneer hij hun het hart uit het lijf had gerukt? Ja, de ontvoering van dat kleine meisje was eene onmenschelijke daad!

De overgebleven verdedigers van Camdless-Bay brachten een vreeselijken nacht door.

Moesten zij daarenboven niet vreezen, dat de aanvallers zouden terugkomen en dan talrijker en beter bewapend dan bij den eersten inval, om de laatste verdedigers van Castle-House te noodzaken zich over te geven?

Gelukkig geschiedde dat niet. De dag brak eindelijk aan, zonder dat James Burbank en zijne lotgenooten door een nieuwen aanval verontrust werden.

Het kon evenwel nuttig geacht worden, te weten waarom daags te voren die drie kanonschoten gelost waren, en waarom de aanvallers op dat sein hun stormaanval gestaakt hadden? Toen was het toch voor iedereen duidelijk, dat een laatste pogen, dat de volharding slechts gedurende een uur, het heerenhuis in hunne handen zoude doen vallen!

Mocht men gelooven, dat die terugroeping veroorzaakt werd door een aanvallend vertoon van de federalistische scheepsmacht bij de monding van de Sint John?

Hadden de vaartuigen van den Commodore Dupont Jacksonville reeds bemachtigd?

In het belang van James Burbank en de zijnen was natuurlijk niets wenschelijker. Zij zouden dan volkomen veilig de meest ijverige nasporingen hebben kunnen beginnen en voortzetten, om de kleine Dy en Zermah weer te vinden. Zij zouden dan Texar in persoon aansprakelijk hebben kunnen stellen, namelijk wanneer de Spanjaard niet met zijne handlangers de vlucht genomen hadden, en hem vervolgen als de opstoker, de belhamel bij de verwoestingen, op Camdless-Bay aangericht, en vooral als de schuldige aan de dubbele schaking van de mestiesche vrouw en het kind.

Wanneer ook al aanvankelijk betwijfeld werd of Texar aan het hoofd van die booswichten gestaan had, die Camdless-Bay aangevallen hadden,--wij weten toch dat John Bruce, de bode van master Harvey, dienaangaande aan master James Burbank niets met zekerheid had kunnen mededeelen; thans had de laatste kreet van Zermah dien twijfel verdreven en genoegzaam onthuld, welk aandeel hij in die ontvoering had of beter wie de eenige schuldige was. Daarenboven, had miss Alice hem niet herkend, op het oogenblik toen hij zich met zijne sloep verwijderde?

Ja, de gerechtigheid der federalisten zou dien ellendeling wel weten tot bekentenis te brengen, waarheen hij zijn slachtoffers vervoerd had! Ja, zij zou hem weten te straffen en ernstig te straffen, wegens de gruwelijke misdaden, die hij niet meer zoude kunnen loochenen.

Ongelukkig, niets kwam de veronderstellingen van James Burbank, met betrekking tot de aankomst van de flottilje der Noordelijken in de wateren der Sint John, bevestigen.

Op dien datum--den 3den Maart--had nog geen enkel vaartuig de baai Sint-Mary verlaten. Dat bleek weldra maar al te zeer uit de tijdingen, die een der opzieners van de plantage Camdless-Bay op den anderen rivieroever was gaan inwinnen.

Geen enkel vaartuig was nog ter hoogte van den vuurtoren van Pablo verschenen. Tot nu toe hadden de federalisten er zich bij bepaald, de havenplaats Fernandina en het fort Clinch te bezetten.

Het scheen, dat de Commodore Dupont slechts met de uiterste omzichtigheid tot in het hart van Florida wilde doordringen. Wat Jacksonville betrof, daar was de partij der muiters steeds de baas. Texar had zich na den verwoestingstocht op Camdless-Bay weer in de stad vertoond. Hij bereidde de verdediging voor, voor het geval dat de kanonneerbooten van Stevens zouden beproeven de bank in de rivier over te stevenen.

Zonder twijfel was het een valsch bericht, hetwelk hem daags te voren met zijne aanhangers naar Jacksonville had teruggeroepen.

Maar was, alles wel beschouwd, de wraakgierigheid van Texar niet voldoende bevredigd? De geheele plantage was toch verwoest, de timmerwerven waren door de vlammen verteerd, de negers waren verjaagd en in de omliggende bosschen van het graafschap heinde en ver verspreid zonder huisvesting, daar hunne barakken verbrand waren, en eindelijk de kleine Dy was aan hare ouders ontroofd en niemand kon op het spoor van het ontvoerde kind komen.

James Burbank kreeg van dit laatste de zekerheid, toen hij en Walter Stannard de rivier langs den rechteroever den volgenden ochtend opvoeren; tevergeefs doorzochten zij de verschillende inhammen, de kleinste kreken, nergens vonden zij eenig teeken, dat hen op het spoor kon brengen der richting, welke het vaartuig, dat het kind ontvoerde, genomen had.

Maar deze nasporing had toch slechts zeer onvolledig kunnen geschieden, want om er eenige meening op te kunnen bouwen, had men haar ook over den linkeroever moeten uitstrekken.

Was dat evenwel in de tegenwoordige tijdsomstandigheden mogelijk?

Zou het niet beter zijn te wachten, totdat Texar en zijne aanhangers door de aankomst der federalistische troepen tot onmacht gedoemd zouden zijn?

Zou het niet meer dan onvoorzichtig moeten heeten, wanneer men èn mevrouw Burbank, in den toestand waarin zij zich bevond, èn miss Alice, die de waardige vrouw onmogelijk verlaten kon, èn Edward Carrol, die tengevolge zijner wel is waar lichte verwonding toch bedlegerig was, alleen in Castle-House zou achterlaten, daar immers een terugkeer van den woesten troep tot de mogelijkheden, ja tot de waarschijnlijkheden gerekend moest worden?

En wat den toestand nog wanhopiger maakte, dat was dat master James Burbank er niet aan denken kon om Texar aan te klagen noch wegens de verwoesting der plantage, noch wegens de ontvoering van Zermah en van het kleine meisje. Aan wien zou hij zich toch met zijne klacht moeten wenden? De eenige magistraat, die haar immers in ontvangst had kunnen nemen, was de misdadiger zelf.

Hij moest dus wachten, totdat de geregelde rechtspleging te Jacksonville weer uitgeoefend kon worden.

»James," sprak master Walter Stannard, »al zijn ook de gevaren, die uw kind bedreigen, groot en verschrikkelijk te noemen, toch is het een troost voor u, te weten, dat Zermah bij het lieve meisje is. En niet waar? de toewijding van die goede vrouw is zoo onbegrensd, dat..."

»Dat zij haar leven voor het kind zal opofferen, dat is waar," zeide James Burbank, »maar... wanneer..."

Hij aarzelde voort te gaan.

»Wat wilt ge zeggen?" vroeg Walter Stannard.

»Maar... wanneer Zermah dood zal zijn..."

»Dat zou verschrikkelijk wezen, James!"

»Niet waar?... O, die gedachte foltert mij!" steende James Burbank.

»Luister evenwel, waarde James," hernam Walter Stannard. »Als wij goed nadenken, dan brengt het belang van Texar niet mede om het tot dat uiterste te drijven."

»Dunkt u?"

»Zoo is mijne overtuiging, James. Texar heeft Jacksonville nog niet verlaten, niet waar?"

»Dat is zoo."

»Welnu, zoolang hij daar zal verwijlen, zal van zijn kant geene gewelddadigheid te duchten zijn. Zal hij in uw kind niet een soort van bescherming, van gijzelaar zien tegen de weerwraak, die hij te vreezen heeft, zoowel van uwe zijde als van den kant der federalistische gerechtigheid, wegens het omverwerpen der wettelijke regeering te Jacksonville en wegens het verwoesten eener plantage, aan een Noordelijke toebehoorende?"

»Daar is wel iets van aan!"... aarzelde James Burbank te erkennen.

»Dat is voor mij helder als de dag," ging Walter Stannard voort. »Zijn belang brengt mede, die vrouw en dat meisje te sparen en te ontzien, en in dit geval moeten wij geduldig wachten, totdat de Commodore Dupont en de Generaal Sherman meester van het grondgebied van Florida zullen zijn, om tegen hem te kunnen handelen."

»Maar, wanneer zullen zij meester zijn?"... riep James Burbank wanhopig uit.

»Morgen,... heden reeds wellicht!... Ik herhaal het u: de kleine Dy is onbewust de beschermster van Texar."

»Welaan!"

»Daarom heeft hij de gelegenheid aangegrepen, om haar te ontvoeren, geloof mij!"

»Slechts daarom?" vroeg James Burbank bitter.

»O, hij wist ook, dat hij u daarmede het hart verbrijzelen zou, arme James, en de ellendeling is daarin maar al te wel geslaagd!"

Zoo redeneerde master Walter Stannard en zoo trachtte hij zijn vriend een hart onder de riem te steken. Toch moet erkend worden, dat ernstige motieven voor de juistheid zijner redeneering pleitten. Maar gelukte het hem James Burbank te overtuigen? Ongetwijfeld, neen. Of slaagde hij er in, hem eenige hoop in te boezemen? Ook dat niet. Helaas, dat was het onmogelijke verlangen!

Toch begreep James Burbank, dat hij zich dwingen moest om in tegenwoordigheid zijner echtgenoote te redeneeren, zooals Walter Stannard tegenover hem gedaan had. Als hij anders handelde, als hij de hoop in het moederlijke hart niet zou weten aan te kweeken, dan zou mevrouw Burbank die laatste ramp zeer zeker niet overleven.

Toen hij dan ook in het heerenhuis teruggekeerd was, deed hij al die argumenten, waaraan hij zelf zoo bitter weinig geloofde, krachtig gelden.

Middelerwijl liep master Perry, de administrateur, met zijne ondergeschikten, de opzieners, Camdless-Bay rond, om de plantage in oogenschouw te nemen.

Helaas, het was een treurig tooneel, dat zij te zien kregen; zelfs zoo treurig, dat het een diepen indruk op Pygmalion, die hen bij dien tocht vergezelde, scheen te maken. Die »vrije man" had gemeend de bevrijde slaven, op last van en door Texar uiteen gejaagd, niet te moeten volgen. Die vrijheid om in het woud te moeten gaan slapen, om daar honger, dorst en koude te gaan lijden, kwam hem een beetje al te dwaas voor. Hij verkoos dan ook op Castle-House te verblijven, al zou hij, om daartoe het recht te verkrijgen, ook, evenals Zermah gedaan had, zijne acte van invrijheidstelling hebben moeten verscheuren.

»Gij ziet het, Pyg?" vroeg hem de administrateur Perry. »Gij ziet het."

»Ja, ik zie het, master Perry."

»De plantage is verwoest, onze werkplaatsen zijn verbrand. Alles is vernield!"

»Ja, ja, master Perry, het is erg."

»Zie, dat zijn de gevolgen, wanneer men de vrijheid geeft aan lummels van uw kleur!"

»Master Perry," antwoordde Pygmalion, »het is toch mijne schuld niet, dat..."

»Het is integendeel wel je schuld, domme neger!" hernam de administrateur.

»Dat zou ik wel eens willen vernemen."

»Wanneer gij en uwe gelijken niet al die schreeuwers, die tegen de slavernij donderden en preekten, toegejuicht hadt; wanneer gij ernstig tegen de denkbeelden van de Noordelijken geprotesteerd hadt; wanneer gij de wapenen opgevat hadt!..."

»Om wat te doen, master Perry" vroeg de neger verbouwereerd.

»Om de federalistische troepen terug te drijven, dom dier! Ziet, dan zou master James Burbank nimmer op de gedachte gekomen zijn om ulieden vrij te verklaren en dan zouden de rampen van Camdless-Bay ver verwijderd gebleven zijn!"

Pygmalion stond bij die redeneering geheel versteld.

»Maar wat kan ik er thans aan doen?" vroeg hij met beklemd gemoed. »Zeg, goede master Perry, wat kan ik er thans aan doen?"

»Wat je er aan doen kunt?... Luister, ik zal het je zeggen, Pyg. En als je nog een enkel grijntje gevoel van rechtvaardigheid in het lijf hebt, dan..."

»Dan, master Perry?"

»Dan zul je doen, wat ik je zeggen zal. Doe goed je zwarte ooren open, Pyg."

»Ik luister, master Perry."

»Je bent vrij, niet waar?"

»Ja, het schijnt zoo."

»Bijgevolg behoor je aan niemand anders toe dan aan je zelven, niet waar?"

»Ongetwijfeld, master Perry."

»En als je je zelven toebehoort..."

»Hoe zegt gij, master Perry?"

»Als je de eigenaar van je eigen persoon bent... begrijp je thans?"

»O, ja."

»Welnu, dan kan je over je lichaam beschikken, zooals je wilt, niet waar?"

»Voorzeker, master Perry!"

»Dat kan niemand je beletten, niet waar?"

»Neen, niemand."

»Welnu, als ik in je plaats was, Pyg, dan zou ik geen oogenblik aarzelen..."

»Wat zoudt ge dan doen, master Perry?" vroeg Pygmalion.

»Ik zou mij op de naastbij gelegen plantage gaan aanbieden. Ik zou mij zelven daar als slaaf verkoopen en ik zou de opbrengst of beter het bedrag van dien verkoop aan mijn ouden meester brengen, om hem schadeloos te stellen voor het nadeel, dat ik hem toebracht, door mij in vrijheid te laten stellen. Ziedaar, beste Pyg, nu weet je, wat ik doen zou, als ik met een zwart vel bedeeld was en in jou geval verkeerde."

Sprak de administrateur ernstig of gekscheerde hij slechts? Wie zal dat uitmaken? De goede man was tot alles in staat, zelfs tot het spreken van wartaal, van onzin, wanneer hij zijn stokpaardje besteeg.

In ieder geval stond de dwaze Pygmalion daar, verbouwereerd te kijken en wist niet wat te antwoorden.

Intusschen was het onbetwistbaar waar, dat de daad van edelmoedigheid, door James Burbank bedreven, ongeluk, verwoesting en verderf over de plantage gebracht had. De materieele verwoesting en de daaruit voortspruitende geldelijke nadeelen zag men voor oogen en moest tot een vrij hoog bedrag becijferd worden. Van de barakken was niets overgebleven; zij waren door de vlammen verteerd, nadat zij door die ellendige bandieten geplunderd waren. Van de houtzagerijen, van de werkplaatsen, van de loodsen, van de timmerwerven bleef niets anders over dan een hoop asch en eenige zwaar verkoolde balken en stijlen. Uit die treurige overblijfselen van den gewoed hebbenden brand ontsnapten hier en daar nog eenige blauwachtige rookwolken, die spiraalvormig naar boven kronkelden.

Ter plaatse waar de keten stonden, die tot opschuring dienden van de reeds gezaagde en afgewerkte houtdeelen, ter plaatse waar de fabrieken verrezen, waarin de werktuigen aanwezig waren, om de katoenvlokken uit de zaaddoozen te halen en, zonder de vezel te verbreken, van de vrucht te scheiden, waarin de hydraulische persen werkten, die de katoen tot balen, voor het vervoer geschikt, moesten verwerken, waarin de rietmolens, de diffusie-machineriën en de vacuumpannen van de rietsuikerkokerijen te vinden waren, stonden niets meer dan eenige geblakerde en roetzwarte muurpanden, die ieder oogenblik konden omstorten. Men zag er slechts hoopen baksteenen, die ter plaatse, waar de schoorsteenen der fabrieken zich hoog verheven hadden, eenmaal door het heftige vuur der ovens roodgloeiend gemaakt waren.

Ter plaatse waar eenmaal lachende koffietuinen, met hun fraai glinsterend groen, aangetroffen werden, waar de halmen der rijstvelden onder den zachten druk der bries golfden, waar de groenten, voor de tafel des meesters bestemd, geteeld werden, waar de fourages voor het slacht- en trekvee der plantage, voor de paarden en het pluimgedierte verbouwd werden, werden niets anders dan sporen van vernieling en verwoesting aanschouwd. De vernielzucht had zoodanig gewoed, dat het was, alsof wilde dieren gedurende langen tijd op de plantage huisgehouden hadden.

Bij het gezicht van die bewijzen der misdadige bedoelingen van de aanvallers, kon master Perry zijne verontwaardiging niet meer inhouden. Zijn toorn ontlastte zich in een vloed van verwenschingen en dreigementen. Pygmalion voelde zich niets op zijn gemak, wanneer hij de woeste blikken van den bulderenden administrateur op zich voelde rusten. Hij besloot dan ook hem alleen te laten en naar Castle-House te sluipen, »om," zooals hij zeide, »meer op zijn gemak te kunnen nadenken over het voorstel om zich zelven te koop aan te bieden, hetwelk de administrateur hem gedaan had." En voorzeker was een dag niet voldoende om zijn gedachtengang dienaangaande te bepalen; want toen de avond gevallen was, had hij nog geen besluit genomen.

Toch waren eenige oude slaven dienzelfden dag heimelijk op Camdless-Bay teruggekeerd. Men zal zich wel kunnen voorstellen, hoe groot hunne droefheid was, toen zij allen hunne hutten verbrand vonden.

James Burbank verstrekte dadelijk de noodige bevelen, opdat zooveel mogelijk in de behoeften van die arme drommels voorzien zou worden. Een zeker getal van die zwarten kon binnen de omwalling gehuisvest worden, namelijk in de bijgebouwen, die door den brand gespaard waren geworden. Men zette hen dadelijk aan den arbeid, en hun eerste werk was om de lijken te begraven van hunne makkers, die bij de verdediging van Castle-House gesneuveld waren, alsook de lijken der aanvallers, die bij het beleg omgekomen waren. De woeste troep had bij zijn aftocht slechts de gekwetsten medegenomen.

Ook werden de beide ongelukkige negers, die in de kleine Marino-kreek vermoord waren, toen zij door Texar en zijne medeplichtigen overvallen werden, terwijl zij de sloep bewaakten, waarmede de vrouwen van Castle-House zouden ontvluchten, met alle plechtigheid ter aarde besteld.

Toen dat gedaan was, kon James Burbank nog niet aan de reorganisatie van zijne plantage denken. Daarmede moest hij wachten tot het hoofdgeschil tusschen de Noordelijken en Zuidelijken in den Staat Florida beslecht was. Maar middelerwijl bestormden hem andere beslommeringen, die hem dag en nacht bezig hielden. Hij wendde natuurlijk alle mogelijke pogingen aan, om zijn dochtertje op het spoor te komen. Van een anderen kant was de gezondheidstoestand van mevrouw Burbank, ten gevolge van al die wederwaardigheden, ten gevolge van den doorgestanen angst en schrik, zeer bedenkelijk geworden en boezemde dit haren echtgenoot groote bekommering. Miss Alice verliet haar geen oogenblik en verzorgde en verpleegde haar met kinderlijke toegenegenheid. Maar in weerwil daarvan verergerde de toestand en het werd dringend noodig, dat geneeskundige hulp ingeroepen werd.

Te Jacksonville woonde een geneesheer, die het vertrouwen der familie Burbank volkomen bezat. Deze aarzelde geen oogenblik om naar Camdless-Bay te komen, toen hij daarheen geroepen werd. Ja, de waarde Esculaap schreef geneesmiddelen voor, maar kon men daarvan ook maar de geringste uitwerking verwachten, zoolang de kleine Dy niet aan hare moeder zou weergegeven zijn?

Terwijl Edward Carrol, die genoodzaakt was eenige dagen zijn kamer te houden, op het heerenhuis achterbleef, gingen James Burbank en Walter Stannard dagelijks nasporingen op de beide rivieroevers doen. Zij doorzochten de eilandjes van de Sint John; zij ondervroegen de bewoners der landstreek; zij strekten hunne verkenningen tot in de kleinste gehuchten van het graafschap uit; zij loofden geld, veel geld uit aan hen, die eenige aanwijzing omtrent het verdwenen meisje konden doen.

Alles, alles vruchteloos!

Hoe toch zou men te weten hebben kunnen komen, dat die ellendige Spanjaard zich in de Zwarte Kreek schuil hield? Dat was niemand bekend. En daarenboven kon Texar, om zijne slachtoffers des te beter aan iedere nasporing te onttrekken, haar niet naar het boven-gedeelte van de Sint John vervoerd hebben? Het grondgebied was groot genoeg. Er waren genoeg schuilplaatsen in de uitgestrekte bosschen van het binnenland, te midden van de onmetelijke moerassen van Zuid-Florida in de streek van de onbereikbare Everglade, waar Texar de beide vrouwen zoo goed zoude kunnen verbergen, dat niemand tot haar zoude kunnen komen.

Door dien geneesheer, die dagelijks op Camdless-Bay kwam, kreeg James Burbank geregeld tijdingen en werd hij zoo op de hoogte gehouden van hetgeen zoowel te Jacksonville als in het noordelijk gedeelte van het graafschap Duval gebeurde.

De federalistische krijgsmacht had nog geene nieuwe demonstratie tegen het Floridasche grondgebied ondernomen. Dat was onbetwistbaar.

Waren nu bijzondere voorschriften door de Regeering te Washington uitgevaardigd, waarbij bevolen werd om op de grens halt te houden en haar niet te overschrijden?