De strijd tusschen Noord en Zuid De Zwarte Kreek van Texar
Chapter 5
De veroordeelden werden in hunne gevangenis ten strengste bewaakt. Ook het huis van master Harvey werd met de meeste zorgvuldigheid gadegeslagen. Hoe ware het mogelijk de ontvluchting van de rampzaligen voor te bereiden, zelfs al slaagde men er in, een der gevangenbewaarders om te koopen?
Met het oog op de bemachtiging van de stad, mocht men in het geheel niet rekenen op de troepen der Noordelijken, die eenige dagen te voren te Fernandina ontscheept waren, en welke die hoogst belangrijke strategische stelling in het Noorden van den Staat Florida niet konden verlaten. Neen, die taak viel der kanonneerbooten van den commandant Stevens ten deel. Maar om haar ten uitvoer te kunnen leggen, moesten zij eerst en vooral de zandbank in de Sint John kunnen overschrijden.
Wanneer dat geschied was, dan zoude de afsluitingslijn met sloepen van de Zuidelijken weldra teruggedreven zijn en dan viel er niets anders te doen, dan ter hoogte van de haven van Jacksonville de gevechtstelling in te nemen. En ongetwijfeld, wanneer zij de stad onder hun geschutvuur hadden, zouden de militie-troepen haar in allerijl ontruimen en een toevlucht en een doortocht zoeken in en door de ondoordringbare moerassen van het graafschap.
Texar en zijne partijgangers zouden zich voorzeker haasten dat voorbeeld te volgen, om eene maar al te gerechte weerwraak te ontgaan. De eerlijke lieden zouden dan den bestuurszetel weer kunnen innemen, vanwaar zij zoo schandelijk verjaagd waren. Deze konden dan omtrent de overgave van de stad in onderhandeling treden met de vertegenwoordigers van het gouvernement van Washington.
Maar... maar was die zandbank binnen een zoo beknopt tijdperk te overschrijden?
Bestond er een middel om den materiëelen hinderpaal te overwinnen, die door te geringe diepte aan de vaart der kanonneerbooten werd in den weg gesteld?
Dat was, zooals men zien zal uit den loop van dit verhaal, op zijn minst genomen, zeer twijfelachtig.
En inderdaad, onmiddellijk na de uitspraak van het vonnis, had Texar zich met den bevelhebber der militie-troepen van Jacksonville naar de kade begeven, om de rivier over haar geheel benedengedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. Het kan niemand onzer lezers verwonderen, wanneer wij betuigen dat hunne blikken toen hardnekkig op de afsluiting benedenstrooms gevestigd bleven en dat zij de ooren spitsten, om te vernemen of ook schoten op dat gedeelte der Sint John gewisseld werden.
»Is er niets meldenswaardigs voorgevallen?" vroeg Texar, toen hij op het uiteinde van het staketsel aangekomen was en daar stil stond.
»Niets," antwoordde de commandant.
»Hebt gij u daarvan overtuigd?"
»Ja. Ik heb zelf zoo even eene verkenning in noordwaartsche richting uitgevoerd."
»En?..."
»Ik heb de overtuiging opgedaan, dat de federalistische troepen rustig te Fernandina gebleven en dat zij niet opgerukt zijn naar Jacksonville."
»Dat is al iets," mompelde Texar schier onhoorbaar.
»Zeer waarschijnlijk," ging de commandant der militie-troepen voort, »zullen zij op de grens van Georgië in observatie blijven, totdat de flottiljes van den Commodore Dupont en den commandant Stevens de vaargeul der Sint John zullen bemachtigd hebben."
»Maar kunnen zij geene landingstroepen uit het zuiden laten oprukken?"
»Hoe bedoelt gij?"
»Kunnen zij niet, na zich meester gemaakt te hebben van Sint Augustijn, vandaar opmarcheeren en de Sint John te Piccolata oversteken?" vroeg de Spanjaard.
»Dat denk ik niet," antwoordde de officier.
»En waarop grondt gij die meening?"
»De Commodore Dupont heeft slechts weinig debarkementstroepen ter zijner beschikking, hoogstens genoeg om de havenplaats te bezetten."
»Maar, wat kan hij toch willen?"
»Het is blijkbaar zijn doel, om de blokkade over de geheele kuststrook, van de monding der Sint John af tot voorbij de laatste Floridasche eilandjes, uit te strekken."
»Gij kunt gelijk hebben."
»Van dien kant is dus volgens mij voorshands niets te vreezen."
»Blijft dus nog over het dreigende gevaar vanwege de flottilje van den commandant Stevens," zei Texar.
»Dat valt niet te loochenen."
»Namelijk, wanneer zij er in slaagt de zandbank over te stevenen, waarvoor zij reeds sedert drie etmalen geankerd ligt."
»Dat is een quaestie, die over eenige uren beslist zal wezen."
»Dat is zoo."
»Alles wel beschouwd, stellen zich de Federalisten alleen ten doel: de afsluiting van den benedenstroom van de Sint John, om iedere gemeenschap tusschen de beide havenplaatsen Sint Augustijn en Fernandina zoo niet geheel af te snijden, dan toch zoo moeilijk mogelijk te maken."
»Zou die meening aannemelijk genoemd kunnen worden?"
»Ik herhaal het, Texar, het meest belangrijke voor de Noordelijken is niet zoozeer de inbezitneming van den Staat Florida voor het oogenblik, dan wel om in de gelegenheid te zijn den smokkelhandel in oorlogsmateriëel tegen te kunnen gaan, die langs de zuidelijke vaarwaters gedreven wordt. Het is, geloof ik, niet ver van de werkelijkheid, dat hunne expeditie geen ander doel heeft. Begrijp toch, dat zij, met een meer uitgebreid doel voor oogen, reeds lang met de krijgsmacht, die sedert een tiental dagen het eiland Amelia in bezit genomen heeft, naar Jacksonville zouden opgerukt zijn."
»Gij kunt gelijk hebben, commandant," antwoordde Texar. »Maar, hoe het ook zij, ik zie ongeduldig uit naar de oplossing van het vraagstuk omtrent de toegankelijkheid over de zandbank."
»Dat vraagstuk zal heden nog opgelost zijn."
»Heden nog?"
»Ja, wij zullen heden het hoogste vloedwater hebben."
»Maar, wanneer de kanonneerbooten van Stevens er in slagen de bank over te komen..."
»Welnu?"
»En in slagorde voor de haven zullen verschijnen, wat zult gij dan doen?"
»Wat ik zal doen?"
»Ja, ik vraag u, wat gij dan zult doen?"
»Dat is heel eenvoudig, Texar."
»Laat hooren."
»Ik zou de bevelen uitvoeren, die ik ontvangen heb."
»Maar, hoe luiden die, als je blieft?"
»De militie-troepen naar de binnenlanden te voeren, om zoodoende ieder treffen, iedere aanraking met de Federalisten te mijden."
»Is dat de ware weg, zeg?"
»Laat hen de steden van het graafschap bemachtigen! Zij kunnen ze niet lang bezet houden, daar hunne gemeenschapslijn met Georgië en Carolina weldra afgesneden zal zijn. Dan zullen wij het veroverde wel weer weten terug te winnen."
»Maar in afwachting, zullen wij ons, wanneer zij meester van Jacksonville zullen zijn, al was het ook maar gedurende één dag, op weerwraak van hunnen kant, gereed moeten houden."
»Helaas, ja!"
»Al die zoogenaamde eerlijke lieden, die rijke volkplanters, die anti-slavernij-gezinden zouden dan de teugels van het bestuur weer in handen krijgen, en gij begrijpt, dat... Maar, neen!... dat zal niet gebeuren... En liever dan de stad over te geven en te verlaten, zullen wij haar..."
De Spanjaard voleindigde zijne gedachte niet. Daarenboven, zij was voldoende begrijpelijk. Hij zou de stad niet aan de federalistische troepen overgeven, hetgeen hetzelfde zoude beteekenen, als haar in handen van die magistraten te stellen, die op zijn aanstoken door het gepeupel verjaagd waren. Hij zou haar veel eerder in brand steken, en wellicht had hij reeds maatregelen getroffen, om dat gruwelstuk van vernietiging te kunnen volbrengen.
Dan zou hij en zijne partijgangers met de militie-troepen aftrekken, om in de moerassige wildernissen van het zuidelijk gedeelte van den Staat eene schuilplaats te betrekken, die niet op te sporen zoude zijn en waar zij den loop der gebeurtenissen zonder persoonlijk gevaar konden afwachten.
Intusschen, wij dienen het te herhalen, die gebeurlijkheid was slechts te duchten voor het geval dat de kanonneerbooten van den commandant Stevens er in zouden slagen over de zandbank te geraken en het oogenblik was gekomen, dat de twijfel dienaangaande opgelost zoude worden.
Intusschen bewoog zich een machtige stroom van het gepeupel naar den kant der haven. De kaden waren in een ondeelbaar oogenblik stampvol. Oorverdoovende kreten werden allerwege vernomen:
»De kanonneerbooten komen in beweging!"
»Neen, zij blijven rustig voor anker!"
»Zij stevenen de bank over!"
»Mis! Zij kunnen niet!"
»De vloed heeft zijn hoogsten stand bereikt!"
»Zij pogen, door met alle kracht te stoomen, den hinderpaal te boven te komen!"
»Kijk... Kijk!..."
»Ja, kijk!"
»Er is ongetwijfeld het een of ander te zien," zei de commandant der militie-troepen. »Ziet gij iets, Texar?"
De Spanjaard antwoordde evenwel niet. Zijne oogen peilden zonder ophouden den gezichteinder in de richting van het beneden-gedeelte van de rivier, en waren onafgebroken gevestigd op de rij van sloepen die dwars in den stroom lagen. Op een mijl daarvan verwijderd, werden de masten en de schoorsteenen van de kanonneerbooten van den commandant Stevens ontwaard. Een dikke rook was daar zichtbaar, die door den gestadig aanwakkerenden wind tot bij Jacksonville overgevoerd werd.
Het was blijkbaar, dat een oude zeerob als Stevens was, van den hoogen vloed wenschte gebruik te maken om te passeeren, en dat hij de vuren deed opstoken, alsof hij zijne stoomketels in de lucht wilde doen vliegen, zooals dat wel eens uitgedrukt wordt.
Maar zou hij in zijn pogen slagen? Zou hij water genoeg op de ondiepte aantreffen, om daarover heen te kunnen, al moest hij ook met de kiel zijner kanonneerbooten over het zand schuren?
Waarlijk, er waren redenen te over, om dat gepeupel, hetwelk op den oever der Sint John samengeschoold was, opgewonden te maken.
De gesprekken kenmerkten zich dan ook door uitgelatenheid en luidruchtigheid, naarmate dat de een meende te zien wat de ander niet opmerkte.
»Zij komen!... Zij komen!..."
»Neen!... Neen!..."
»Zij zijn reeds eene halve kabellengte vooruitgeschoven!"
»Neen, zij zijn nog bewegingloos!"
»Zij zijn steeds op hunne ankerplaats!"
»Zouden zij het anker reeds gelicht hebben?"
»Daar is er een die wendt!"
»Waar?"
»Daar!... Daar!..."
»Jawel, maar zij draait dwars, en pivoteert!"
»Dat geloof ik wel... Zij heeft geen water genoeg!"
»Mooi zoo!"
»Drommels, wat een rook!"
»Het is of zij al de steenkolen van de Vereenigde Staten verstoken!"
»En toch zullen zij de bank niet overkomen!"
»Ja, inderdaad niet!"
»Ziet, het getij begint te kenteren!"
»De eb treedt in!"
»Hoerah, voor het Zuiden!"
»Hoerah, voor Jefferson Davis!"
»Hoerah! Hoerah!"
De poging van de flottilje, om over de zandbank te geraken, duurde ongeveer tien minuten, die aan Texar, aan zijne partijgangers en aan allen, wier vrijheid en leven bij eene inneming van Jacksonville door de Noordelijken in gevaar konden komen, eene eeuw toeschenen. Zij wisten zelfs niet waaraan zich te houden of waartoe te besluiten, want de afstand was te groot om gemakkelijk en met juistheid de bewegingen der kanonneerbooten waar te kunnen nemen.
Waren zij, in weerwil van het maar al te voorbarig hoerahgeschreeuw der vijandige menigte, reeds de geul doorgestevend of waren zij op het punt dat te doen? Zoude de commandant Stevens er niet in slagen, wanneer hij allen ballast, alle overtollig gewicht over boord wierp, om zijne bodems te verlichten en hun drijfvermogen te vermeerderen, genoeg veld te winnen om weer in diep water te geraken?
Als dat geschiedde, dan zouden de oorlogsvaartuigen tot bij de haven geen enkelen hinderpaal meer aantreffen.
Dat alles bleef te vreezen--dat begreep Texar zeer goed--zoolang de waterstand nog hoog bleef en de eb nog niet meer afdoende ingetreden was.
Intusschen begon de waterstand reeds te dalen. De kentering, die tijdelijke stilstand van het water, als de vloedstroom ophoudt te werken en de eb nog niet ingetreden is, was geëindigd. Maar, wanneer evenwel de ebstroom met kracht zoude doorkomen, dan zou de waterstand in de Sint John zeer spoedig vallen.
Eensklaps strekten zich alle armen naar het benedengedeelte van de rivier en één kreet beheerschte alle andere geluiden:
»Eene sloep!... Eene sloep!"
»Waar?" riep Texar verrast.
»Daar! Daar!"
En wel honderd vingers wezen hem de richting aan.
En inderdaad, bij den linker oever, waar de werking van den vloedstroom zich nog deed gevoelen, terwijl in het midden van de geul de ebstroom reeds met kracht ingetreden was, kwam een lichtgebouwd vaartuig te voorschijn, hetwelk met alle kracht voortgeroeid werd en dan ook met alle snelheid voortschoot. Op de achterplecht was een officier gezeten, gekleed in de uniform der Floridasche militie-troepen. De sloep schoot het staketsel op zijde, en de officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. Toen hij bovengekomen was, ontwaarde hij Texar. Hij drong daarop door de menigte, die zich tierende samenpakte om hem te zien en te hooren, en stapte naar het hoofd van het oproerige bestuur toe.
»Is er nieuws?" vroeg de Spanjaard.
»Niets!" antwoordde de officier.
»En zal er iets gebeuren?"
»Neen, niets. Wees gerust!"
»Wie zendt u hier heen?"
»De aanvoerder der sloepen."
»En wat komt gij berichten?"
»Dat die sloepen weldra naar de haven zullen kunnen terugkeeren."
»Waarom?"
»Omdat de kanonneerbooten van Stevens, in weerwil dat zij hun overtolligen ballast over boord geworpen en zij de meest mogelijke stoomkracht aangewend hebben, tevergeefs gepoogd hebben de zandbank over te stevenen. Er valt nu geen vrees meer te koesteren..."
»Ja, voor dit getij," meende Texar.
»En ook voor de volgende getijen niet, althans gedurende eenige maanden."
»Waarop grondt gij dat denkbeeld?"
»Wel, de evennachts-springvloed heeft plaats gehad en het water zal in de eerste zes maanden niet weer zoo hoog stijgen."
»Des te beter," antwoordde Texar, met een zucht van verlichting.
»Hoerah!... Hoerah!..." riep het gepeupel.
Dat geschreeuw plantte zich over de geheele uitgebreidheid der stad Jacksonville voort.
De woestelingen, de oproerlingen verdrongen zich om Texar en wenschten hem andermaal geluk met die uitkomst. Hij was toch de man, die hunne afschuwelijke neigingen vertegenwoordigde, ja belichaamde. Het andere gedeelte der bevolking, de gematigden, waren terneergeslagen bij de gedachte, dat zij nog vele dagen onder het juk van het verfoeilijke bestuur en van het opperhoofd daarvan zouden moeten zuchten.
De militie-officier had de waarheid gesproken. De zee-oppervlakte zou van dien dag af in hoogte afnemen en de vloed zou slechts eene geringe hoeveelheid water in de bedding der Sint John stuwen.
Die springvloed van den 12den Maart was een der sterkste van het geheele jaar geweest, en er zouden vele maanden moeten verloopen, alvorens de wateroppervlakte andermaal dezelfde hoogte zou bereiken.
Daar de geul voortaan onbevaarbaar zoude zijn, was het duidelijk dat Jacksonville niet door het geschut van den commandant Stevens te teisteren zoude zijn. Dat was als het ware een verlengingstermijn voor de almacht van Texar, een vrijgeleidebrief voor dezen, om zijne wraakzuchtige plannen geheel en al ten uitvoer te leggen. Al nam men zelfs aan, dat generaal Sherman er toe zoude overgaan, om Jacksonville door de troepen van generaal Wright, die te Fernandina ontscheept waren, te doen bezetten, dan nog zoude die opmarsch een aanzienlijken tijd vorderen. En, zooals wij weten, was de voltrekking van het vonnis over James Burbank en zijn zoon Gilbert uitgesproken, op den volgenden dag bij het rijzen der zon vastgesteld. Niets, niets ter wereld zou hen dus kunnen redden.
De tijdingen, welke door den militie-officier aangebracht waren, verbreidden zich bliksemsnel onder de bevolking der stad. Men zal lichtelijk beseffen welke uitwerking zij hadden op het gepeupel, dat als het ware losgelaten was. De slemppartijen, de dronkemans-samenscholingen werden met nieuwe opgewektheid hervat. De eerlijke lieden, de goedgezinden, die het wel met hun vaderland meenden, konden de grootste uitspattingen vanwege die woestelingen verwachten. De meesten hunner maakten zich dan ook gereed om eene stad te verlaten, die hun geen veiligheid meer aanbood.
Het hoerahgeschreeuw en het schelden en schimpen van het grauw drong tot de gevangenen door en verkondigde hen, dat iedere kans van redding verdwenen was. Helaas, in de woning van master Harvey werden dezelfde kreten vernomen en dezelfde gevolgtrekkingen gemaakt. De wanhoop van master Walter Stannard en van zijne dochter miss Alice te beschrijven, is eenvoudig onmogelijk.
Wat zouden zij thans gaan ondernemen, om James Burbank en zijn zoon Gilbert te redden?
Zouden zij pogen den gevangenbewaarder om te koopen? Zouden zij de ontsnapping der gevangenen door macht van geld kunnen bevorderen?
Helaas, zij zelven konden de woning niet verlaten, waarbinnen zij eene schuilplaats gevonden hadden. Men weet het toch, eene bende aterlingen verloor de woning niet uit het oog, en hun geschreeuw en getier weerklonk onophoudelijk voor de deur in de straat.
Onder die omstandigheden viel de nacht in.
Het weder, dat sedert eenige dagen eene verandering in den dampkring deed voorzien, was aanmerkelijk gewijzigd. De wind, die in de laatste dagen van den landkant gewaaid had, was plotseling in het noordoosten gesprongen. Reeds kwamen dikke, grijsachtige wolken, die in flarden gescheurd schenen en die den tijd niet gehad hadden om haren overvloed van water te ontlasten, met bliksemsnelheid uit volle zee opzetten en ijlden zoo laag door het luchtruim, dat zij de oppervlakte van den Oceaan schenen aan te raken.
De stengen van een fregat eerste klasse zouden voorzeker in die wolkgevaarten onzichtbaar geweest zijn, zoo laag joegen zij door den dampkring.
De barometer was spoedig tot op storm gevallen en toonde nog groote neiging tot daling aan. Alle kenteekenen deden zich voor, dat een orkaan, die op den Atlantischen Oceaan ontstaan was, in aantocht was. En inderdaad, bij het invallen van den nacht ontketende hij zijne krachten met buitengewoon geweld.
Nu bereikte die orkaan, ten gevolge van de richting, welke zijn spiraalvormigen kringloop volgde, de monding van de Sint John en rolde daar de onmetelijke deininggolven van den Oceaan in. Hij deed de wateren van die monding met stormachtige bewegingen rijzen, hij dreef het afstroomend water der rivier terug en veroorzaakte daardoor, evenals bij sommige groote stroomen, zooals de Amazonenrivier, een prororoca of vloedgolf, welker machtig gekuifde kruinen de oeverlanden overstelpen en verwoesten.
Jacksonville werd dus gedurende dien stormachtigen nacht met verschrikkelijk geweld geteisterd. Een gedeelte van het staketsel, dat den ingang der haven vormde, bezweek onder de donderslagen van de hoogopgestuwde golven, die tegen dat paalwerk opvlogen en braken.
Het water overstroomde een groot gedeelte der kaden, waartegen verscheidene loggers verbrijzelden, welker ankertouwen onder den aandrang van golven en wind als spinrag braken.
Het was onmogelijk op de straten of op de pleinen te verwijlen, om de eenvoudige reden, dat men er verjaagd werd door den regen van projectielen, in den vorm van baksteenen, leien, brokken pleisterkalk, balken, enz., die door den storm aan de huizen der stad ontrukt werden en door de lucht vlogen. Het gepeupel, dat nog rondjoelde, was genoodzaakt een toevlucht in de kroegen te zoeken, waarbij hunne keelgaten niets verloren en waar hun gebrul met kans van welslagen met het gehuil van den storm kon wedijveren.
Maar het was niet alleen op de oppervlakte van het vastland, dat die orkaan zijne krachten botvierde en zijnen weg door puinhoopen kenmerkte. In de bedding der Sint John ontstond, door de evenwichtsverbreking van de wateroppervlakte, een zoodanige golfslag, die alles dreigde te vernielen en waarvan de kracht nog door de zoogenaamde grondzeeën vertienvoudigd werd.
De sloepen, welke voor de zandbank, maar aan de binnenzijde daarvan, voor anker lagen, werden door dat noodweer overvallen, alvorens zij de veilige haven konden bereiken. Van sommigen woelden de ankers los of slipten door den ankergrond, zooals de zeelieden dat noemen. Van anderen braken de ankertrossen. En allen werden onweerstaanbaar door den tweeden of nachtvloed, die, geholpen door de windvlagen, hoog kwam opzetten, naar de bovenrivier weggedreven. Enkelen, die alle krachten ingespannen hadden om Jacksonville te bereiken, werden tegen het paalwerk der kaden verbrijzeld, waarbij hunne opvarenden allen in de golven verdwenen, terwijl de anderen de stad voorbijdreven en strandden op de eilandjes of sloegen in de krommingen van de Sint John om, waarbij ook al weer menschenlevens omkwamen. Het was een ware ramp, die door haar plotseling invallen, het nemen van maatregelen, in dergelijke omstandigheden gebruikelijk, had verijdeld.
Maar hoe was het met de kanonneerbooten van den commandant Stevens gesteld?
Hadden die hun anker gelicht en hadden zij met volle kracht gestoomd, om eene toevluchtsplaats in een der vele kreken, in de oevers ingesneden, te zoeken?
Hadden zij door die manoeuvre aan eene geheele vernietiging kunnen ontkomen?
In ieder geval, hetzij dat zij een goed heenkomen gezocht hadden, hetzij zij zich in hunne stelling voor de zandbank gehandhaafd hadden, het was alles om het even, Jacksonville had van die vaartuigen niets meer te duchten, daar de zandbank voor hen een onoverkomelijken hinderpaal daarstelde.
Een dikke duisternis bedekte dien nacht het stroombekken van de Sint John. Het was alsof de dampkring en de rivieroppervlakte ineengevloten waren. Het was alsof de lucht en het water, die voornaamste elementen der Ouden, onder den invloed eener scheikundige verbinding, één waren geworden.
Men stond voor een van die natuurverschijnselen, welke in den equinoxiaal-tijd niet zeldzaam voorkomen; deze orkaan, die thans woedde, overtrof in hevigheid en uitgebreidheid alles, wat men van dien aard in den Staat Florida beleefd had.
Evenwel, juist ten gevolge van die hevigheid waarmede de storm ontketende en woedde, duurde hij slechts kort, hoogstens eenige uren. Vóórdat de zon opkwam, was de orkaan verdwenen en, na het Floridasche schiereiland geteisterd te hebben, voortgeijld naar de Golf van Mexico, alwaar hij geheel uitwoedde.
De dag brak zoo tegen vier uren in den morgen aan en deed een gezichteinder ontwaren, die door den nachtelijken storm geheel schoongeveegd was. De atmosfeer was na zoo geweldige beroering tot rust gekomen. De bevolking begon toen de kroegen te verlaten, waarin zij beschutting tegen het onweder gezocht had en zich in de straten te verspreiden. De militie-troepen namen hunne stellingen weer in, en men haastte zich de door den storm veroorzaakte schade zooveel mogelijk te herstellen. En die was langs de stadskaden natuurlijk zeer aanzienlijk. Men zag daar verwoeste staketsels, verbrijzelde loggerschepen, zwaar beschadigde en lekke vaartuigen, die door den ebstroom van de bovenrivier voor de stad gevoerd werden.
Evenwel ontwaarde men die wrakken op den oever slechts binnen een zeer beperkten gezichtskring. Een dichte nevel spreidde zich toen over de oppervlakte van de Sint John uit en verhief zich tot in de hoogere luchtlagen, die door het onweder afgekoeld waren. De geul was tegen vijf uren nog niet zichtbaar en zou dat ook eerst worden op het oogenblik, dat de eerste zonnestralen den nevel zouden doen optrekken.
Even na vijf uren doorboorden als het ware schrikkelijke losbarstingen plotseling dien dikken mist. Daaromtrent kon niemand zich vergissen. Dat waren geene donderslagen, maar de korte, afgebroken knallen van geschutvuur. Snerpend gefluit werd in de lucht vernomen. Een kreet van schrik ontsnapte aan ieders mond. Zoowel de militie-troepen als de mannen van het gepeupel, die naar den havenkant gedrongen waren, trilden van angst.
Tegelijkertijd schier met de kanonschoten, die herhaaldelijk dreunden, begon de nevel op te trekken. Zijne spiraalwolken, vermengd met den buskruitrook der losbarstingen, scheidden langzamerhand van de oppervlakte van den stroom af.
Wat men toen zag?
De kanonneerbooten van den commandant Stevens lagen daar in gevechtstelling voor Jacksonville en hielden de stad onder hun direct geschutvuur.
»De kanonneerbooten!... De kanonneerbooten!"...