De strijd tusschen Noord en Zuid De Zwarte Kreek van Texar

Chapter 19

Chapter 192,312 wordsPublic domain

Toch zou Zermah onmogelijk Texar hebben kunnen ontkomen. De lucht toch werd, nadat de laatste losbarsting een korte poos geleden geschied was, weder inadembaar.

Maar toen werden andermaal losbarstingen vernomen--ditmaal losbarstingen van vuurwapenen.

Het was het federalistisch detachement, hetwelk de partijgangers der Zuidelijken zoo ter juister tijd aantastte. Deze laatsten waren in een ondeelbaar oogenblik omsingeld door de zeelieden van kapitein Howick, en moesten de wapens afgeven. In dat oogenblik stootte Texar, die Zermah andermaal aangegrepen had, den dolk in de volle borst.

»Het kind!... ontvoer het kind!" riep hij Squambo toe.

De Indiaan had het kind gegrepen en vluchtte reeds naar den kant van het meer, toen plotseling een geweerschot weerklonk. Door een kogel in het hart getroffen, welke Gilbert Burbank op hem afgezonden had, stortte hij dood op den grond.

Allen waren thans vereenigd in dat cypressenbosch: master James Burbank, Gilbert Burbank, Edward Carrol, Mars, de negers van Camdless-Bay, de mariniers van kapitein Howick, die met aangelegd geweer de Zuidelijken bedreigden. Texar stond met opgeheven hoofd naast het lijk van Squambo.

Eenige der partijgangers hadden evenwel kunnen ontvluchten en waren naar den kant van het eiland Garneral geijld.

Wat kan dat schelen? Niemand sloeg er acht op. Allen voelden zich gelukkig. Lag toch het kleine kind, het verloren meisje niet in de armen haars vaders, die haar vol vreugde maar toch angstig omklemde, alsof hij vreesde dat zij hem andermaal ontrukt zoude worden. Gilbert Burbank en Mars waren op een knie naast Zermah neergezeten en poogden hare levensgeesten op te wekken. De arme vrouw ademde nog, maar kon niet spreken. Mars ondersteunde haar hoofd, riep haar, omhelsde haar....

Zermah opende de oogen. Zij zag het kind in de armen van haren vader, zij herkende Mars, die haar met kussen overdekte, zij glimlachte hen toe. Daarna sloot zij de oogen weer.

Mars stond op en zag toen eerst Texar. Hij sprong op hem toe, terwijl hij de woorden uitkreet, die hem zoo dikwijls ontvallen waren:

»Texar dooden!... Texar dooden!"

»Laat af, Mars," zei kapitein Howick. »Laat het aan ons over dien ellendeling recht te plegen en hem zijn verdiend loon te geven!"

Daarop zich tot den Spanjaard wendende:

»Gij zijt Texar, van de Zwarte Kreek?" vroeg hij.

»Ik heb daarop niet te antwoorden," hernam Texar.

»Master James Burbank, de luitenant Gilbert, Edward Carrol en Mars kennen en herkennen u."

»En wat zou dat?"

»Gij zult doodgeschoten worden!"

»Ga uw gang!"

Toen riep de kleine Dy tot verwondering van allen uit, terwijl zij zich tot haren vader wendde:

»Vader," zei zij, »het zijn twee broeders.... twee booze mannen... die op elkander gelijken."

»Twee mannen?..."

»Ja!... Zermah heeft mij zeer op het hart gedrukt, u dat te zeggen."

Het zou uiterst moeielijk geweest zijn te begrijpen, wat deze zonderlinge woorden van het kind moesten beteekenen. Maar de verklaring werd er als het ware dadelijk van gegeven en wel op de meest onverwachte wijze.

Texar was toch naar den voet van een boom geleid. Daar stond hij eene sigarette te rooken, die hij, zonder de minste vrees te laten blijken, aangestoken had en keek master James Burbank onbeschaamd in het gezicht. Plotseling, toen het executie-peloton, dat hem zou doodschieten, reeds aangetreden en gericht stond, sprong een man te voorschijn, die zich naast den veroordeelde plaatste.

Dat was de tweede Texar, wien de ontvluchte partijgangers op het eiland Garneral de gevangenneming van zijn broeder medegedeeld hadden.

Het gezicht van die twee mannen, wier gelijkenis zoo treffend juist was, verduidelijkte thans de woorden, door het meisje gesproken. Men had thans de onthulling voor zich van dat misdadige leven, dat als het ware door onverklaarbare alibi's beschermd was geworden.

En thans verrees het geheele verleden der Texars, door hun beider tegenwoordigheid voldoende verklaard en getuigde tegen hen.

Intusschen veroorzaakte toch de tusschenkomst van den laatst aangekomen broeder eene zekere aarzeling bij de ten uitvoerlegging der bevelen van den Commodore.

Inderdaad, de last om Texar dadelijk dood te schieten, door Dupont verstrekt, gold slechts den schuldige aan de verraderlijke hinderlaag, waarbij de officieren en zeelieden van de federalistische sloepen te Kissimmee omgekomen waren. Wat den schuldige aan de plundering en brandstichting van Camdless Bay en aan de ontvoering der beide vrouwelijke wezens betrof, die moest naar Sint Augustijn overgevoerd worden, om daar voor een krijgsraad terecht te staan.

En toch, kon men de beide broeders niet als even schuldig beschouwen aan die lange reeks van misdaden, die zij ongestraft hadden kunnen bedrijven?

Voorzeker! Maar uit eerbied voor de wet, rekende kapitein Howick zich verplicht, hen de volgende vraag te stellen:

»Wie uwer bekent de schuldige te zijn aan de slachting te Kissimmee?"

Geen antwoord.

De beide Texars waren klaarblijkelijk vast besloten, om niet te antwoorden op de vragen, die hen gesteld zouden worden.

Zermah alleen zou aanwijzingen hebben kunnen geven omtrent ieders aandeel in de gepleegde misdaden. Inderdaad, diegene der twee broeders, die bij haar op den 22sten Maart in de Zwarte Kreek gebleven was, kon de dader niet zijn van den overval, dienzelfden dag op een afstand van honderd mijlen in het zuiden van Florida gepleegd, maar deze, de ware schuldige aan de ontvoering, deze zou door Zermah ongetwijfeld herkend worden.... Maar was de arme vrouw niet dood?...

Neen, dat was zij niet. Ondersteund door haren echtgenoot, verscheen zij in dien kring van mannen. Daar aangekomen, sprak zij met nauw verstaanbare stem:

»Hij, die schuldig aan de ontvoering van de kleine Dy en van mij is, is op den linkerarm getatoueerd...."

Bij die woorden zag men een glimlach van minachting op het gelaat der beide broeders ontluiken. Zij stroopten hun mouw op en vertoonden hun linkerarm, die van beiden getatoueerd was.

Tegenover deze nieuwe onmogelijkheid, om hen den een van den ander te onderscheiden, vergenoegde kapitein Howick zich deze vraag te stellen:

»Wie is de dader van den overval te Kissimmee? Die moet gefusilleerd worden."

»Ik," antwoordden beide broeders tegelijkertijd.

Op dat antwoord legde het executie-peloton op de veroordeelden aan, die elkander voor het laatst omhelsden.

De kommandeerende officier gaf een teeken. Slechts één knal werd vernomen. Met de hand in elkander geklemd, vielen beiden.

Zoo eindigde het leven van die twee mannen, met misdaden beladen, welke hunne buitengewone gelijkenis hen veroorloofd had gedurende een geheele reeks van jaren straffeloos te bedrijven.

Het eenige menschelijke gevoel, dat zij ooit ondervonden hadden, was die onbedwingbare vriendschap van den eenen broeder voor den anderen, die hen bezield had en tot in den dood gevolgd was.

XVI.

BESLUIT.

De burgeroorlog ging voort met afwisselende kansen te woeden.

Eenige gebeurtenissen hadden plaats gegrepen, waarvan master James Burbank, sedert zijn vertrek van Camdless-Bay, geen kennis had kunnen bekomen, maar die hij bij zijn terugkeer op de plantage vernam.

Het scheen dat, alles bij elkander genomen, de geconfedereerden, die gedurende dat tijdperk zich rondom Corinthe geconcentreerd hadden en tegenover de federalisten de stelling Pittsburg Landing willende bezetten, in het voordeel waren.

Het leger der secessionisten had tot algemeen aanvoerder de generaal Johnston, en deze had tot onderbevelhebbers de generaals Beauregard, Hardie, Braxton-Bagg en de bisschop Polk, die vroeger leerling op de militaire school te West Point was. Dat leger maakte behendig gebruik van de zorgeloosheid der Noordelijken.

Den 5den April hadden deze laatstbedoelden zich te Shiloh laten overvallen, hetgeen ten gevolge had gehad, dat de brigade Peabody uiteengejaagd werd en dat generaal Sherman den terugtocht moest aannemen.

Intusschen betaalden de geconfedereerden dat succes zeer duur; hun aanvoerder toch, de heldhaftige generaal Johnston sneuvelde aan het hoofd zijner troepen, terwijl hij het federalistische leger terugdrong.

Zoo was het op den 5den April, dien eersten dag van den veldslag toegegaan.

Den 7den April werd het gevecht over de geheele linie hervat, en gelukte het Sherman, om Shiloh te heroveren. Toen moesten de soldaten van het geconfedereerde leger wijken voor de troepen van generaal Grant. De veldslag was zeer bloedig; want van de tachtig duizend man, die in het vuur gebracht werden, werden twintig duizend gewond of sneuvelden.

Dat was de laatste gebeurtenis op het terrein des oorlogs, welke master James Burbank en zijne makkers daags na hunne aankomst te Castle House vernamen.

Die terugkeer in het heerenhuis van de plantage Camdless-Bay had in den ochtend van den 7den April plaats gehad.

En inderdaad waren zij, nadat de beide broeders Texar doodgeschoten waren, kapitein Howick gevolgd, die zijn detachement en zijne krijgsgevangenen naar het Floridasche kustland geleidde. Een der schepen van het smaldeel, hetwelk die kust bekruiste, lag bij kaap Malabar ten anker en wachtte de landingstroepen op. Dat vaartuig nam hen aan boord en voerde hen naar Sint Augustijn over. Vandaar vertrokken de bewoners van Castle House naar Piccolata, vanwaar eene kanonneerboot hen naar de pier van Camdless-Bay overvoerde.

Allen waren dus op Castle-House terug. Allen, ja allen, zelfs Zermah, die hare verwondingen overleefd had. Zij was door Mars en zijne makkers aan boord van het federalistisch oorlogsschip overgebracht, en daar hadden de goede zorgen haar niet ontbroken. Wat evenwel het meest tot de genezing der brave vrouw bijbracht, was het zalige bewustzijn, de kleine Dy gered en al diegenen, welke zij liefhad, weergevonden te hebben. Hoe zou zij onder zulke gezegende omstandigheden kunnen sterven?

De lezer zal beseffen, welke vreugde de familie Burbank thans, na zoovele en zoo wreede beproevingen genoot. Haar ledental was nu geheel vereenigd, om niet meer gescheiden te worden. Met de gezondheid van mevrouw Burbank ging het, nu zij haar kind weer bij zich had, aanmerkelijk vooruit. Hoe kon het anders! Haar echtgenoot, haar zoon, miss Alice Stannard, die op het punt stond haar dochter te worden, Dy, Zermah en Mars omringden haar en gevoelden zich tevreden en gelukkig. En wat nog het meest er toe bijbracht, om het liefderijke hart van de zoo innig bedroefde vrouw vrede en gerustheid te verschaffen, was het stellige bewustzijn, dat zij van den ellendeling--of beter gezegd: van de beide ellendelingen,--wier medeplichtigen zich in handen der federalistische autoriteiten bevonden, bevrijd was.

Men zal evenwel niet vergeten hebben, dat zich intusschen een gerucht verbreid had, waarvan trouwens in het gesprek der beide broeders Texar, zooals men zich wel herinneren zal, op het eiland Garneral gewaagd werd, namelijk dat de bezettingstroepen der Noordelijken Jacksonville zouden ontruimen, dat de Commodore Dupont zijne bedrijvigheid tot het blokkeeren der Floridasche kusten zou bepalen en derhalve de noodige maatregelen wilde treffen, om de kanonneerbooten, die de veiligheid op de Sint John verzekerden, bij zijn eskader aan te trekken.

Dat plan kon klaarblijkelijk de veiligheid der kolonisten, wier sympathie voor de anti-slavengezinden men kende, in gevaar brengen. En onder die behoorde in de eerste plaats master James Burbank.

Het gerucht was gegrond.

Inderdaad, op den 8sten April, dus daags na den terugkeer van de geheele familie op Castle-House, volbrachten de federalistische troepen de ontvoering van Jacksonville.

Het gevolg daarvan was, dat eenige bewoners van de hoofdplaats van Florida, die zich Noordelijkgezind betoond hadden, zich niet meer veilig achtten, en de wijk hetzij naar Port Royal, hetzij naar New-York namen.

Master James Burbank evenwel vermeende hun voorbeeld niet te moeten volgen.

De negers waren op de plantage weergekeerd, evenwel niet als in slavernij, maar als vrijgelatenen, als vrije arbeiders, en hunne tegenwoordigheid bracht er veel toe bij, om de veiligheid van Camdless-Bay te verzekeren. Daarenboven, de Secessieoorlog was een tijdperk ingetreden, dat gunstig voor de Noordelijken kon heeten. Dit veroorloofde ook aan den luitenant Gilbert Burbank, om eenigen tijd te Castle-House te kunnen verwijlen, ten einde zijn huwelijk met miss Alice Stannard te voltrekken.

De werkzaamheden van de plantage waren dus hervat geworden en de exploitatie van dat heerlijke landgoed was weldra in vollen gang.

Er was natuurlijk geen quaestie meer, om master James Burbank te noodzaken het dwaze besluit ten uitvoer te leggen, waarbij de vrijgelaten slaven van het grondgebied van Florida verbannen werden.

Texar en zijne partijgangers waren er niet meer, om het schuim der bevolking in opstand te brengen. Daarenboven, de kanonneerbooten, die toch nog op de kust verwijlden, zouden zoo spoedig mogelijk de rivier binnenstevenen, om de rust te Jacksonville te herstellen, wanneer die mocht gestoord worden.

Wat de oorlogvoerenden betreft, die zouden nog gedurende drie jaren strijd voeren. En zelfs Florida was bestemd, om er andermaal den weeromstuit van te ondervinden.

Inderdaad verschenen de vaartuigen van den Commodore Dupont in de maand September van hetzelfde jaar ter hoogte van Sint-Johns-Bluffs, stevenden de riviermonding in, om Jacksonville aan te tasten. Die hoofdplaats werd toen voor de tweede maal ingenomen.

In 1868 kwam generaal Seymour aan het hoofd van eene federalistische legerafdeeling haar voor de derde maal bezetten, bij welke operatie hij geen ernstigen weerstand ondervond.

Bij proclamatie van Abraham Lincoln, President der Vereenigde Staten van Noord-Amerika, werd onder dagteekening van 1 Januari 1863 de slavernij over de geheele uitgestrektheid van de groote Republiek afgeschaft.

De oorlog eindigde evenwel eerst op 9 April 1865.

Op dien datum gaf Lee, generaal der geconfedereerden, zich met zijne geheele legermacht bij verdrag, dat voor beide partijen eervol was, aan Generaal Grant der Noordelijken over.

Er had dus gedurende vier volle jaren een hardnekkige oorlog tusschen het Noorden en het Zuiden geheerscht.

Die oorlog heeft gekost aan geld twee milliard en zevenhonderd millioen dollars, of in Nederlandsche munt de som van zesduizend, zevenhonderd vijftig millioen guldens, en aan menschenlevens meer dan een half millioen.

Maar de slavenhandel was dan ook over de geheele uitgestrektheid van Noord-Amerika afgeschaft.

Zoo werd de ondeelbaarheid van de Republiek der Vereenigde Staten bevestigd, dank zij de kracht van die Amerikanen, wier voorouders eene eeuw vroeger hun land in eenen roemrijken onafhankelijkheidsoorlog vrij vochten.

EINDE.

AANTEEKENINGEN

[1] De Nederlanders moeten maar eens denken aan hunnen heilloozen Atjeh-oorlog.--Vert.

[2] Des krijgsmans zelfverloochening is een zwaarder lijdenskruis dan dat van den martelaar. Men moet het lang getorst hebben, om er de verhevenheid en het gewicht van te beseffen.--Vert.

[3] Volgens J. Verne schijnt het bij de Amerikanen reçu, dat de luitenants de kapiteins ondervragen.--Vert.

End of Project Gutenberg's De strijd tusschen Noord en Zuid, by Jules Verne