De Slavernij: Vervolg en Sleutel op De Negerhut

Part 46

Chapter 463,542 wordsPublic domain

Weggeloopen van den ondergeteekende, op 1 Mei jl., zijn negerjongen, George, 18 jaar oud, 5 voet lang, van sterken ligchaamsbouw en welbespraakt. Hij behoorde vroeger aan den heer J. D. A. Murphy, te Blackville, en heeft eene moeder, die het eigendom is van den heer Lorrick, in Lexington; Vermoedelijk heeft hij een paspoort, en zal in den omtrek van Branchville of Charleston ronddwalen.

De bovenstaande belooning zal betaald worden aan hem, die George in eene of andere gevangenis zet, waaruit ik hem kan krijgen.

Orangeburg, 7 Augustus 1852. J. J. Andrews.

Bekendmaking.

In Colleton District is als weggeloopen slaaf gevangen genomen een neger, Jordan, omtrent 30 jaar oud, voorgevende aan Dobson Coely van Pulaski, Georgia County, te behooren. De eigenaar wordt verzocht, zijn regt te bewijzen en hem meê te nemen.

Waterboro, 7 Sept. 1852. L. W. Molants, Regter.

De volgende advertentiën zijn door de Commonwealth meestal uit New Orleansche couranten getrokken. De karakteristieke beschrijvingen der negers zijn opmerkenswaardig.

Vijf en twintig dollars belooning

zullen door den ondergeteekende betaald worden voor de uitlevering der negerin Maria, die omstreeks den 15den Oct. jl. van Phoenix Huis is weggeloopen. Zij is omtrent 45 jaar oud, 5 voet, 4 duim lang, van een sterken ligchaamsbouw en spreekt goed Fransch en Engelsch; zij is gekocht van Chass. Deblanc.

H. Bidwell & Co.

Vijf en twintig dollars belooning.

Weggeloopen den 25sten dezer, een lichte mulat, Allen, ongeveer 22 jaar oud, 6 voet lang, goed gekleed, van zwakken ligchaamsbouw en zeer onachtzaam in het loopen. Toen hij ontvlugtte droeg hij een paar snorren. Hij behoort aan J. P. Harrison, van deze stad; nadere inlichtingen te bekomen op Bank Place, No. 10.

Honderd dollars belooning

voor de aanhouding van onzen lichten mulat, Seabourn, 20 jaar oud, 5 voet, 4 duim lang, sterk, welgemaakt en bij uitstek bedrijvig. Hij is min of meer geschikt voor tooneelspeler in een paardenspel, waardoor hij gemakkelijk herkend kan worden, daar hij altijd zijne gymnastische oefeningen vertoont. Hij liep weg op den 3den dezer; behalve deze belooning zullen alle redelijke onkosten betaald worden.

W. & H. Starkhouse. No. 70, Tchoupitoulas.

Vijf en twintig dollars belooning

voor de aanhouding van mijn mulat, Severin, 25 jaar oud, 5 voet, 6 of 8 duim lang; de meeste zijner voortanden zijn uitgeslagen, en op beide zijne armen zijn de letters C. V. met O. I. inkt geteekend. Hij spreekt Fransch, Engelsch en Spaansch en behoorde eertijds aan Mr. Courcell, in het derde District. Behalve de bovenstaande belooning zullen 5 dollars uitbetaald worden voor informatie, die er toe leiden de personen te ontdekken, welke hem verbergen.

John Ermon.

Vijf en twintig dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende in New Orleans, in Februarij jl., een negerjongen, Stephen genaamd. Hij is omtrent 5 voet, 7 duim lang, een zeer lichte mulat met blaauwe oogen en bruin haar; hij gaat een weinig voorover, slaat meestal zijne oogen naar den grond en is sterk van ligchaamsbouw. Hij zal zijn naam en eigenaar niet noemen, daar het zijne gewoonte is weg te loopen, en werd ergens in den enkel geschoten, toen hij uit Baton Rouge-gevangenis ontvlugtte. De bovenstaande belooning zal met alle uitgaven bij zijne uitlevering betaald worden, of voor zijne gevangenzetting, zoodat ik hem in handen krijg.

A. L. Bingaman.

Vijf en twintig dollars belooning

zal gegeven worden aan hem, die de slavin Sarah aan Mr. Guisonnet, hoek van St. John Baptiste- en Racestreet, behoorende, in eene of andere gevangenis zal zetten. Gezegde slavin is 28 jaar, 5 voet lang, heeft een goedaardig gelaat en fraaije tanden en spreekt Fransch en Engelsch. Scheeps- en stoomboots-kapiteinen worden gewaarschuwd haar niet aan boord te ontvangen, onder de bij de wet bepaalde straf.

Gebroeders Avet, Hoek Brenville en Old Leveestreet.

Lynchburg Virginia, 6 Nov:

Twintig dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende, aan den Virginia-Tennessee-spoorweg, den 20sten Junij, een neger, Karel, 6 voet lang, koperkleurig, verscheidene tanden missende, omtrent 25 jaar, een weinig langzaam in zijn antwoorden, doch van een voorkomend uiterlijk. Bij zijn vertrek droeg hij een lakenschen pet en een blaauwe jas; hij is in Tennessee gekocht en daar heen gebragt door Mr. M. Connell, van Lynchburg, waar hij bleef tot ik hem 4 maanden geleden kocht. Het is meer dan waarschijnlijk dat hij naar Tennessee vlugten zal, dewijl zijne vrouw daar tegenwoordig woont, of misschien keert hij naar Lynchburg terug, waar hij bekenden heeft. De bovenstaande belooning zal voor hem betaald worden, als hij binnen den Staat, of 40 dollars als hij buiten den Staat gevat wordt.

George W. Kyle.

Winchester Republican (Virginia), 26 Nov.:

Honderd dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende, bij Culpepper, Ct. House (Virginia) omstreeks den 1sten October, een neger, Alfred, 5 voet, 7 duim lang, 25 jaar oud, buitengewoon sterk en werkzaam, donker van kleur, doch niet zwart, met een zachtaardig, voorkomend uiterlijk. Hij heeft zich verleden winter in het tweede lid van zijn tweeden of middelsten vinger gebrand, zoodat deze nog stijf is. Hij heeft eene vrouw, die bij den heer Thomas G. Marshall, niet ver van Farrowville, woont, in welke streek hij verkocht wenscht te worden, en waartoe ik niet ongenegen ben hem te verkoopen.

De bovenstaande belooning zal uitbetaald worden, als hij buiten den Staat, of 50 wanneer hij daar binnen gevat wordt.

29 Oct. 1852. W. B. Slaughter.

Uit het Louisville Daily Journal, 23 Oct. 1852;

Honderd dollars belooning.

Van den ondergeteekende in deze stad is op Vrijdag, den 28sten Mei, een negerjongen, Wyatt genaamd, weggeloopen. Gezegde jongen is 25 of 26 jaar oud, omstreeks 5 voet 11 duimen groot, van een breeden ligchaamsbouw en langzaam en zwaar van gang; hij heeft zeer groote handen en voeten, kleine bakkebaarden, en een hoofd met zwaar haar, dat hij op zijde kamt; een zeer prettig voorkomen, en voldoet algemeen. Ik kocht hem onlangs van Mr. Garrett, en zijne vrouw is het eigendom van Thomas G. Rowland Esq., alhier wonende. Ik zal bovengenoemde som voldoen als men hem aanhoudt en mij overlevert buiten, of 50 dollars als men hem binnen den Staat achterhaalt.

2 Junij. David W. Yandell.

Twee honderd dollars belooning.

Een neger en eene negerin zijn van den ondergeteekende ontvlugt. De man heet Meles. Hij is omtrent 5 voet, 8 duim lang, donkerbruin van kleur, met een groot likteeken op zijn voorhoofd, als van eene brandwond, 25 jaar oud, en heeft twee reiszakken bij zich, een linnen en een lederen; ook een paspoort van Louisville naar Owenton, Owenton County (Kentucky) en terug. De negerin heet Julia, zij is lichtbruin van kleur, klein en zeer gezet, nog al van een goed uiterlijk, met een likteeken op haar voorhoofd; bij haar vertrek droeg zij een zijden kleed en nam andere kleederen mede; zij ziet er uit alsof zij 16 jaar is.

De bovenstaande belooning zal betaald worden, voor den man als hij buiten den Staat gevat wordt, of 100 dollars voor het meisje; 100 dollars voor den man, als hij binnen den Staat wordt gevat, en 50 voor het meisje. In beide gevallen moeten zij zoo verzekerd worden, dat ik hen kan krijgen.

5 October. John W. Lynn.

De volgende advertentiën zijn allen uit Shelby County, in Kentucky, gedateerd:

Cipiers-kennisgeving.

Er is in Shelby gevangen gezet eene negerin, zich Juda noemende, zwart van kleur, 20 jaar oud, 5 voet lang, 120 pond zwaar, zonder likteekens, en voorgevende aan James Wilson, in Denmark, Tennessee, te behooren. De eigenaar dier slavin wordt verzocht op te komen, zijn regt te bewijzen, onkosten te betalen en haar meê te nemen; of er zal overeenkomstig de wet met haar gehandeld worden.

27 October. W. H. Eanes, Cipier, Shelby County.

Cipiers-kennisgeving.

In Shelby gevangen gezet, op den 28sten Oct., een neger die zich John William Loyd noemt, licht van kleur, 25 jaar oud, 150 pond zwaar, 5 voet 9 of 10 duim lang, met drie likteekens op zijn linkerbeen, door den beet eens honds veroorzaakt. Gezegde jongen zegt vrij te zijn. Als hij een meester heeft, wordt deze verzocht op te komen, zijn regt van eigendom te bewijzen en hem mede te nemen, of men zal volgens de wet met hem handelen.

3 November.

Alsmede--terzelfder tijd hier gevangen gezet een negerjongen, Patrick, van eene lichte kleur, omstreeks 30 jaar oud, 140 pond zwaar, 6 voet lang, zijn gelaat is vol likteekens, welke hij zegt dat door eene klierziekte ontstaan zijn. Deze ziekte is de oorzaak van het verlies van zijn neus- en kakebeen. Hij geeft voor aan Dr. Wm. Cheathum in Nashville te behooren. De eigenaar van dien slaaf wordt verzocht op te komen, zijn regt te bewijzen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of men zal volgens de wet met hem handelen.

3 November.

Alsmede--terzelfder tijd nog gevangen gezet een neger, zich Claiborne noemende, zwart van kleur, 22 jaar oud, omtrent 140 pond zwaar, 5 voet lang, geen likteekens te zien; hij geeft voor aan kolonel Rousell, in de Soto te behooren. De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt van eigendom te bewijzen, of men zal volgens de wet met hem handelen.

3 November. W. H. Eanes, Cipier van Shelby County.

Cipiers-kennisgeving.

In de gevangenis van Shelby gezet een neger, die zich George noemt, zwart van kleur, omtrent 25 of 30 jaar oud, 5 voet, 9 à 10 duim lang, 140 pond zwaar, geen likteekens, en aan Malley Bradford, in Issaquena, Mississippi, behoorende. De eigenaar wordt verzocht op te komen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of men zal overeenkomstig de wet met hem handelen.

10 November. W. H. Eanes, Cipier van Shelby County.

Cipiers-kennisgeving.

In de gevangenis van Shelby gezet op den 30sten October eene negerin, die zich Nancy noemt, licht van kleur, 20 of 21 jaar oud, 140 pond zwaar, ongeveer 5 voet lang, zonder likteekens, en voorgevende aan John Pittman in Memphis te behooren. De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt te bewijzen, de onkosten te betalen, en haar meê te nemen of er zal volgens de wet met haar gehandeld worden.

10 November. W. H. Eanes, Cipier van Shelby County.

De ontvlugting der slaven gaat hier zeer sterk!

Natchez (Mississippi) Free Trader, 6 November 1852.

Vijf en twintig dollars belooning.

Van den ondergeteekende weggeloopen op den 17den October een neger, Allen, 23 jaar oud, 6 voet lang, een donkere mulat, geen likteekens, behalve één door den beet van een hond veroorzaakt; hij droeg, toen hij wegliep, een katoenen hemd en broek; leest stotterend, kan goed rekenen en is in het bezit van een paspoort. Hij spreekt ongemeen levendig en snel en lacht als hij spreekt.

Ik ben bereid de bovenstaande belooning uit te reiken aan dengenen, die hem in eene of andere gevangenis zet, waaruit ik hem kan krijgen.

6 November. Thos. R. Cheatham.

Newberry Sentinel (Zuid-Carolina), 17 November 1852.

Kennisgeving.

Ontvlugt van den ondergeteekende, den 9den Julij, mijn jongen Willem; een fraaije mulat, 26 jaar oud, 5 voet 9 of 10 duim lang, zwak van ligchaamsbouw, zeer verstandig, vlug van spraak en gang. Gezegde jongen werd van Virginia gebragt en zal er nu waarschijnlijk terug gekeerd zijn. Eenige onderrigting aangaande dien jongen zal in dank ontvangen worden door

3 November. J. M. Mars.

Het Raleigh Register en Richmond Enquirer zullen 4 maal in de week deze advertentie plaatsen en brieven aan dit bureau zenden.

Greensboro' Patriot (Noord-Carolina), 6 November.

Tien dollars belooning.

Uit mijne dienst ontvlugt, in Februarij 1851, een neger, Edward Winslow, klein, nog al gezet, een Indiaan, en een eerste tooneelspeler. Gezegde Winslow was uit Guilford-gevangenis verkocht, om de onkosten van vijf jaar gevangenhouding te betalen, en werkt nu waarschijnlijk op den spoorweg ergens in Davidson County als vrij man. De bovenstaande belooning zal gegeven worden voor zijne gevangenzetting in Guilford; of voor zijne uitlevering aan mij in het Zuiden van dien Staat. Mijn adres is Long's Mills, Randolph, Noord-Carolina.

27 October 1852. P. C. Smith.

De True Delta van New Orleans van den 11den Januarij 1853, bevat de volgende kennisgeving:

Groote verloting van een harddraver en eene Negerslavin.

De ondernemende kolonel Jennings zal eene verloting houden, die al zijne vroegere ondernemingen in dit opzigt zal overtreffen. De prijzen zijn: de beroemde harddraver Star met sjees en gareel, en eene negerin van meer dan 900 dollars waarde. Zie de onderstaande advertentie in eene andere kolom.

Verloting. Mr. Joseph Jennings

heeft de eer aan zijne vrienden en aan het publiek bekend te maken, dat hij op verzoek van een aantal zijner bekenden, van den heer Osborn van Missouri een paard gekocht heeft; het is de vermaarde harddraver Star, 5 jaar oud, met eene nieuwe ligte sjees en gareel; ook de goede Mulattodeerne Sara, 20 jaar oud, en eene flinke werkmeid, op 900 dollars geschat. Zij zullen verloot worden des middags ten 4 ure van den 1sten Februarij 1853, in welk logement de inteekenaren zullen goedvinden.

Diegenen, welke verlangen mogen aandeelen in deze verloting te nemen, zullen ongetwijfeld volmaakt met de regeling dezer zaak genoegen nemen.

Vijftien honderd loten, een dollar het lot.

Het geheel wordt juist op 1500 dollars geschat.

Deze verloting zal bestuurd worden door heeren, die door de inteekenaren zullen worden gekozen; en de verloting zal gedurende 5 avonden plaats hebben. Beide artikelen zijn in mijn magazijn, no. 78 Common-Street, de tweede deur van Camp, te bezigtigen van des morgens 9 tot des namiddags 2 uur.

Het hoogste lot kan kiezen; het laagste lot krijgt het overblijvende artikel, en de gelukkige winners moeten twintig dollars voor ververschingen betalen.

9 Januarij. J. Jennings.

Daily Courier (Natchez, Mississippi), 20 November 1852.

Vijf en twintig dollars belooning

zal betaald worden voor de aanhouding en gevangenzetting mijns negers Hardy, op den 9den Augustus jl. van den ondergeteekende, wonende aan het meer St. John, bij Rifle-Point, ontvlugt. Hardy is een bijzonder schoone neger, geheel vrij van teekens, likteekens of beschadigingen; 6 voet lang, zwart van kleur, schoon van gelaatstrekken, met mooi hair en fraaije oogen en tanden.

Adres aan den ondergeteekende te Rifle-Point.

30 October. Robert Y. Jones.

Welk een ongelukkige meester--een artikel te verliezen geheel vrij van "teekens, likteekens of beschadigingen." Zoo iets is zeldzaam!

Savannah Daily Georgian, 6 September 1852.

Gearresteerd

omstreeks 3 weken geleden, onder verdachte omstandigheden eene negerin Phebe of Phillis, voorgevende vrij te zijn, en van Beaufort (Zuid-Carolina) komende. Zij is 50 jaar oud, sterk van ligchaamsbouw, minzaam in het spreken, 5 voet, 4 duim lang en 140 pond zwaar. Na een vlijtig onderzoek, vermeen ik dat zij weggeloopen is. De eigenaar kan haar terug krijgen, indien hij zich met grondige bewijzen aanmeldt.

Savannah, 25 October 1852. Waring Russell, County Constable.

Twee honderd dollars belooning.

Omstreeks het begin van verleden jaar is van Sparta ontvlugt mijn neger George. Hij is een goed timmerman, 35 jaar oud, een lichte mulat, lang, en van een goed uitzigt. Hij is omtrent 3 jaar geleden uit St. Mary's gebragt, en had, toen hij wegging, aldaar eene vrouw, die het eigendom van een zekeren heer Holzendorff was; ik geloof van hem gehoord te hebben, dat hij in den omtrek van Macon geweest was en een broeder in Savannah had. Hij is zeer verstandig, en ik zal de bovenstaande belooning geven voor zijne gevangenzetting, zoodat ik hem krijg. Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij Rabun en Whitehead, Savannah (Georgia).

Oxford (Georgia), 13 Aug. 1852. W. J. Sassnet.

Uit deze en honderd soortgelijke advertentiën kan men het volgende opmaken:

1o. Dat de drangredenen tot het in slavernij houden der negers niet toepasselijk zijn op het meerendeel hunner. 2o. Dat het slavenras niet, zoo als de meesters zeggen, een dom geslacht is. 3o. Dat zij niet over-tevreden zijn. 4o. Dat zij geene redenen daartoe hebben. 5o. Dat vele menschen, die zeggen vrij te zijn, als slaven verkocht worden.

Met betrekking tot de gelaatskleur dezer slaven, zijn eenige punten onze beschouwing overwaardig. De schrijfster voegt er de volgende advertentiën bij, uitgegeven door Wm. I. Bowditch, in zijne brochure getiteld: "Slavernij en de Grondwet."

Uit de Richmond (Virginia) Whig.

Honderd dollars belooning

Voor de aanhouding van mijn neger (?) Edmund Kenney. Hij heeft lang haar en is zoo blank van kleur dat een vreemdeling niet zou vermoeden, dat hij Afrikaansch bloed in de aderen heeft; hij was met mijn jongen Dick eenigen tijd geleden in Norfolk, en bood deze daar te koop aan; hij werd echter aangehouden, doch ontvlugtte onder voorwendsel dat hij een blanke was.

6 Januarij 1836. Anderson Bowles.

Uit de Republican Banner en Nashville Whig, van den 14den Julij 1849.

Twee honderd dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende, op den 23sten Junij jl., eene lichte mulattin Julia, omtrent 25 jaar oud. Zij is van middelbare lengte, bijna blank en ziet er goed uit. Zij is eene goede naaister, kan een weinig lezen, en zal zeker trachten voor een blanke vrouw door te gaan. Zij heeft haar kind Anna meêgenomen, van acht of negen jaar, dat zij netjes kleedt, en dat veel donkerder is dan hare moeder. Eens is zij het eigendom van den heer Helin, van Columbia, Tennessee, geweest. Ik zal eene belooning geven van 50 dollars voor de negerin en haar kind, als zij mij uitgeleverd, of in eene gevangenis binnen den Staat aangehouden worden, zoodat ik ze kan krijgen; 100 dollars indien zij in een anderen Staat gevat worden, en 200 als zij in een of anderen vrijen Staat gevat en in eene goede gevangenis in Kentucky of Tennessee worden gezet.

Nashville, 9 Julij 1849. A. W. Johnson.

De drie volgende advertentiën zijn uit Alabama nieuwspapieren getrokken.

Weggeloopen

Van den ondergeteekende, op de plantage van kolonel H. Tinker, een lichte mulat, Alfred, 18 jaar oud, welgemaakt, met blaauwe oogen, vlasblond haar, en eene sproetachtige huid. Hij zal voor een vrijgeborene trachten door te gaan.

Green County, Alabama. S. G. Stewart.

Honderd dollars belooning.

Van den ondergeteekende ontvlugt een lichte mulat, Sam genaamd. Licht lang haar, blaauwe oogen, een roode kleur, en zoo blank, dat hij zeer goed voor een vrijen blanke kan doorgaan.

22 April 1837. Edwin Peck.

Weggeloopen

Op den 15den Mei eene negerin Fanny, zij is 20 jaar oud, groot van gestalte, kan goed lezen en schrijven, en heeft vermoedelijk een valsch paspoort voor zich gemaakt. Zij heeft een paar oorringen en een roodmarokijnen bijbel meêgenomen, is zeer vroom, bidt zeer dikwijls, en was, zoo het scheen, tevreden en gelukkig. Zij is even wit als de meeste blanke vrouwen, met lang licht haar en blaauwe oogen. Ik zal 500 dollars voor hare aanhouding en uitlevering geven. Zij is zeer verstandig.

Tuscaloosa, 29 Mei 1845. Jan Black.

Uit den Newbern (Noord Carolina) Spectator:

Vijftig dollars belooning.

Zal voor de aanhouding en uitlevering der volgende slaven betaald worden. Samuel en Judy zijne vrouw met 4 kinderen, die aan wijlen Sacker Duberly hebben behoord.

Ik zal 10 dollars geven voor de aanhouding van William Duberly, mijn slaaf, omtrent 19 jaar oud, en geheel blank, zoodat men hem niet voor een slaaf zou aanzien.

13 Maart, 1837. John J. Lane.

De twee volgende advertentiën zijn uit de New Orleans Picayune, van den 2den September 1846.

Vijf en twintig dollars belooning.

Van de plantage van Mevr. Fergus Duplantier, is op den 27sten Junij 1846 ontvlugt, een lichte mulat Ned, van een sterken ligchaamsbouw, 5 voet 11 duim lang, Engelsch en Fransch sprekende, omtrent 35 jaar oud, en hinkende in zijn gang. Hij zal zeker trachten voor een blanke door te gaan, daar hij blank van kleur is. De bovenstaande belooning zal uitgereikt worden aan dengenen, die hem terug brengt op de plantage van Mevr. Duplantier in Manchae, of hem in eenige gevangenis zet waaruit men hem gemakkelijk kan krijgen.

Twee honderd dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende een witte neger, ongeveer 35 jaar oud, 5 voet, 8 of 9 duim lang, met blaauwe oogen, wollig haar, en zeer schoone huid.

Dit zijn de kenmerken van drie rassen. De koperkleurige huid duidt het Indiaansche bloed aan. De andere zijn de gemengde rassen van negers en blanken. Het is bekend, dat de arme overblijfselen van Indiaansche geslachten meerendeels gedwongen zijn geworden, om slaven te zijn. Het is niet minder zeker dat blanke kinderen nu en dan gestolen en als slaven verkocht worden. De eerwaarde heer George Bourne, uit Virginia, een Presbyteriaansch predikant, die reeds in 1816 tegen de slavernij heeft geschreven, verhaalt ons van een jongeling, die op zijn zevende jaar van zijne ouders gestolen en verkocht werd, nadat zijne kleur door traan veranderd was, en wien het na veertienjarige slavernij gelukte te ontsnappen. De verandering van gelaatskleur is thans niet meer noodig, want verscheidene slaven hebben eene schoone blanke huid. Er bestaat reden te gelooven, dat de grootmoeder der arme Emily Russell een blank meisje was, door zieldrijvers gestolen. Dat zieldrijvers kinderen kunnen stelen en verkoopen, is uit het voorgaande genoegzaam gebleken.

De schrijfster heeft eene quadrone-moeder zien vlugten, met hare twee kinderen, een jongen van tien maanden en een meisje van drie jaar. Beide waren uitstekend schoon, het meisje had blaauwe oogen en goudgeel haar. De moeder en hare kinderen zouden juist verkocht worden, en dit was de reden hunner ontvlugting.

Als de geest eenmaal gemeenzaam is geworden met den loop der slavernij, om eerst negers, dan Indianen, vervolgens mulatten en eindelijk quadronen tot slaaf te maken; en als blaauwe oogen en goudgeel haar, als eigenschappen van negers beschouwd worden,--welke bescherming blijft er dan over voor het arme blanke volk, daar het vooral onder de tegenwoordige wet op de slavernij meêgevoerd en verkocht kan worden, zonder eenig regtsgeding?