De Slavernij: Vervolg en Sleutel op De Negerhut

Part 45

Chapter 453,645 wordsPublic domain

"Er waren zes slaven met mij in het schip naar Baltimore gekomen, die aan M. D. toebehoorden, en werden teruggezonden omdat zij zeer ziekelijk waren.

"Er kwam iemand in de gevangenis om mij te zien, toen ik weer te Baltimore was teruggekomen, die mij zeide dat ik moest zeggen, eene slavin van den heer Schoolfield te zijn, en dat, als ik het niet deed, hij mij de eerste keer de beste, dat er kans op was om hals zou brengen. Hij zeide dat Rachel (hare zuster) gezegd had, dat zij van Baltimore kwam en de slavin was van den heer Schoolfield. Daarna kwamen er eenige heeren bij mij (regter Campbell en regter Bell van Philadelphia en William Horris, Esq. van Baltimore), en ik zeide hun, dat ik de slavin van den heer Schoonfield was. Zij zeiden dat zij vrienden van mij waren en ik hun de waarheid moest zeggen. Ik zeide hun dus wie ik was, en verhaalde dus alles van stukje tot beetje.

"Toen ik in New Orleans was, geeselde Mc C. mij omdat ik gezegd had, dat ik vrij was."

Volgens haar eigen hierboven meêgedeeld verhaal, werd Elisabeth gevat en van Pennsylvanië weggevoerd, op den 6den of 13den December 1851, hetwelk door andere getuigschriften bevestigd werd.

Het is bekend dat zulke zaken, als zij voor de hoven van het Zuiden gebragt worden, over het algemeen met groote naauwgezetheid en onpartijdigheid worden onderzocht. De agent die Northrops zaak behandelde getuigt dit, en het is een algemeen aangenomen feit; maar waarschijnlijk is het, dat een van de honderd gevallen slechts voor de regtbank kunnen worden gebragt,--want van de tallooze, die door den altoos grooter wordende maalstroom worden verslonden, komt er slechts nu en dan een enkel boven, dat er aan ontsnapt.

Het volgende hoofdstuk van advertentiën zal den lezer het bewijs leveren, hoe veelvuldig zulke slagtoffers waarschijnlijk zich daar opdoen.

HOOFDSTUK IX.

DE SLAVEN ZOO ALS ZIJ VOLGENS DE GETUIGENIS HUNNER MEESTERS ZIJN.

Het onderzoek naar den werkelijken staat der slavenbevolking in het Zuiden gaat met vele moeijelijkheden gepaard. Er zijn zoo vele zaken voor en tegen aangevoerd--zoo vele met betrekking tot het eene gestaafd en met betrekking tot het andere ontkend, dat de uitkomst tot niet veel helders heeft geleid.

Door sommigen wordt ons verhaald, dat het leven der slaven een leven vol gezegende tevredenheid is; dat zij niet naar vrijheid wenschen; dat men slechts nu en dan hunne dierbaarste banden van bloedverwantschap verbreekt; dat zij een dom geslacht zijn, bijna tot den staat van redelooze dieren gezonken; dat zij gewoonlijk goed behandeld worden, enz.

Bij het doorlezen van eenige honderde nieuwsbladen uit het Zuiden, werd schrijfster dezes getroffen door de zeer naauwkeurige en omslagtige beschrijvingen van weggeloopen slaven, die er in voorkomen. Uit deze beschrijving kunnen wij zeer vele zaken vernemen; de schrijfster geeft hier eenige voorbeelden van.

Als een bewijs van den tevreden staat waarin de slavenbevolking leeft, dient dat men in elk van die honderde zuidelijke nieuwsbladen, twee of drie advertentiën voor weggeloopen slaven aantreft.

Bij het lezen der volgende schets van "slaven zoo als zij zijn," lette de lezer vooral op:

1. De kleur en gelaatstrekken van het meerendeel hunner.

2. De gewoonte van òf de slaven te beschrijven door eenig likteeken, òf te zeggen, "men herinnert zich geen likteekens."

3. De opgave van het verstand der vlugtelingen.

4. Het getal dat voorgeeft vrij te zijn, en dat verkocht moet worden om de onkosten te betalen.

Ieder dezer slaven heeft zijne geschiedenis,--eene geschiedenis van ongeluk, misdaad, onteering, lijden en onregt. Last ons beginnen.

South-side Democrat, 28 October 1852. Petersburg, Virginia.

Vijf en twintig dollars belooning,

Met teruggave van alle mogelijke voorschotten, zullen gegeven worden voor de aanhouding en uitlevering van mijn neger Karel, zoo hij gevat wordt op de Appomattox rivier of in de omstreken van Petersburg. Hij ontvlugtte eene week geleden en zal, als hij den omtrek verlaat, ongetwijfeld naar Farmville vertrekken; hij is een mulat, beneden de gewone lengte, maar goed geëvenredigd, zeer werkzaam en gevoelig, zoo wat 27 jaar oud, met een zachtaardig en gedwee uitzigt, en zal ongetwijfeld de teekenen eener pas ondergane geeseling behouden hebben. Men vertrouwe hem aan de zorg toe van Peebles, White, Davis & Co.

25 October. R. H. de Jarnett. Lunenburg.

Arme Karel!--mulat!--heeft een zachtaardig, gedwee uitzigt, en zal waarschijnlijk de teekens vertoonen eener pas ondergane geeseling!

Kosciusko Chronicle, 24 November 1852.

Gevangen gezet

In de gevangenis van Attila County, op den 8sten dezer maand een negerjongen, zich Green noemende en voorgevende aan James Gray, van Winston County toe te behooren. De jongen voornoemd is 20 jaar oud, geel van kleur, rond van gelaat, met een likteeken op zijn gezigt, een op zijn linker dij en een in zijn linkerhand. Hij is ongeveer 5 voet 6 duim lang. Toen hij gevat werd, droeg hij een katoenen hemd, nieuw lakenschen pet en bereed een groot mager bruin paard van 12 á 14 jaar oud. De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijne aanspraak te bewijzen, de kosten te betalen, en hem meê te nemen, daar hij anders verkocht wordt om de onkosten te dekken.

12 October 1852. E. B. Sanders, Cipier.

Capitolian, Vis-à-Vis, West Baton Rouge, 1 November 1852.

Honderd dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende in Randolph County, op den 18den October, een geelkleurige jongen, Jim genaamd. Hij is 19 jaar oud, een mulat, met door de zon verbrand, doch geen wollig haar, juist 5 voet 7 duim lang, en van zwakken ligchaamsbouw. Bij zijn vertrek droeg hij een zwart lakenschen pet en broek, een mantel en lederen schoenen. Honderd dollars zullen betaald worden voor de uitlevering van dien jongen zoo hij buiten, en vijftig zoo hij binnen den Staat gevat wordt.

4 November 1852. Mrs. S. P. Hall, Huntsville.

American Baptist, 20 December 1852.

Twintig dollars belooning voor een Prediker.

De volgende advertentie verscheen in een vorig nummer van de New Orleans Picayune:

Van de plantage van den ondergeteekende ontvlugt een neger, Shedrick geheeten, een prediker, 5 voet, 5 duim lang, omtrent 40 jaar oud, maar slechts het voorkomen hebbende van 23, met een brandmerk, N. E. op de borst, en afgesneden teenen. Hij is zeer donker; heeft kleine flikkerende oogen en een onbeschoft uitzigt; is zeer goed gekleed en reeds eens voor drie jaren, als weggeloopene gevangen genomen te Donaldson-ville. De bovenstaande belooning zal voor zijne arrestatie betaald worden, bij aanmelding aan de heeren gebroeders Armant, St. James parish, of A. Miltenberger & Co., 30 Carondelet-street.

Dit is een prediker, op de borst gebrandmerkt en de beide pinken afgesneden,--die er toch nog onbeschoft uitziet! Dat gaat waarlijk te ver!

Jefferson Inquirer, 27 November 1852.

Honderd dollars belooning.

Weggeloopen van mijne plantage, in Bolivar County (Mississippi), een neger, May genaamd, 40 jaar oud, 5 voet, 11 duim lang, koperkleurig; met goede wijduitstaande tanden, breede schouders en eenige likteekens op zijn rug, die nog al door geeseling ontveld is; als hij geen water bij de hand heeft, heeft hij gewoonlijk den hik; hij werd nagejaagd tot in Ozark County, en daar werd de vervolging gestaakt. Ik ben bereid de bovengenoemde belooning voor zijne gevangenneming uit te betalen, wanneer ik hem in handen krijg.

13 November. James H. Cousar. Victoria, Bolivar County, Mississippi.

Welk een prettig meester om tot terug te keeren!

De Alabama Standard heeft voor motto:

"Verzet tegen tirannen is gehoorzaamheid aan God."

In dat blad van den 29sten November treft men de volgende advertentie aan:

Gevangen gezet

In Choctaw County, door den regter Young, van Marengo County, een weggeloopen slaaf, Billy genaamd, en voorgevende het eigendom te zijn geweest van William Johnson en nu in dienst te zijn van John Jones, bij Alexandria, Louisiana. Hij is omtrent 5 voet, 10 duim lang, zwart, 40 jaar oud, heeft een aantal likteekens op zijn gelaat en hoofd en is zeer verstandig.

De eigenaar wordt verzocht op te komen met de noodige bewijzen en hem uit de gevangenis te halen, daar hij anders, volgens de wet, als slaaf verkocht wordt.

1 December 1852. S. S. Houston, Cipier.

Wordt gevraagd: of deze zeer verstandige Billy niet door het schoone motto van den Standard is verleid geworden?

Knoxville (Tennessee) Register, 3 November.

Onderzoek naar Vlugtelingen! Vijf en twintig dollars belooning!

Weggeloopen van den ondergeteekende in den nacht van 26 Julij, eene negerin, Harriët genaamd. Deze vrouw is 5 voet, 5 duim lang, met uitstekende kaken, grooten mond en goede voortanden, nog al mager en 26 jaar oud. Wij veronderstellen dat zij door eenige negers, niet ver van John Mynatt in Knox County, geherbergd wordt, van waar zij waarschijnlijk naar een vrijen Staat poogt te komen; ook kan zij verborgen zijn door eenige negers (hare bloedverwanten) in Anderson County, nabij Clinton. De bovenstaande belooning zal uitbetaald worden, wanneer zij in eene of andere gevangenis, binnen den Staat, wordt vastgezet, of 50 dollars, ingeval zulks buiten den Staat geschiedt.

3 November. H. B. Goens, Clinton, Tennessee.

De Alexandria Gazette van den 29sten November 1852, met het vignet der vrijheid, die een tiran vertrapt, en tot motto, "sic semper tyrannis" bevat het volgende:

Vijf en twintig dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende in Rappahannock County, op Dingsdag jl., Daniel, een mooije mulat, omstreeks 5 voet, 8 duim lang, omstreeks 35 jaar, zeer verstandig; hij was gedurende een aantal jaren koetsier en is vrij goed bekend van Richmond tot Alexandria. Hij noemt zich Daniel Turner; zijn hair krult, zonder wollig te zijn, hij heeft een likteeken op de wang en zijn linkerhand is erg bezeerd door een pistoolschot; hij was schraaltjes gekleed toen men hem het laatst zag. Ik zal de bovenstaande belooning geven, als hij buiten dit graafschap gevat en in de gevangenis gebragt wordt, of 10 dollars, als hij binnen dit graafschap wordt gegrepen.

Rappahannock Co., Virginia, 29 November. A. M. Willis.

Al weder een "zeer verstandig man" met krulhaar. Wie was zijn vader?

De New Orleans Daily Crescent, kantoor No. 93. St. Charlesstreet; Dingsdag morgen, 13 December 1852.

In de gevangenis van dit district gebragt:

Nancy, ongeveer 34 jaar oud, 5 voet, 1 3/4 duim lang, een likteeken in de linker borst en voorgevende aan Mad. Wolf te behooren.

Karel Hall, een zwarte, omstreeks 15 jaar oud, 5 voet, 6 duim lang; geeft voor vrij te zijn, maar is vermoedelijk een slaaf.

Philomonia, eene mulattin, 10 jaar oud, 4 voet, 3 duim lang; zij zegt dat zij vrij is, maar men vermoedt dat zij eene slavin is.

Columbus, omtrent 21 jaar oud, 5 voet, 5 3/4 duim; geeft voor vrij te zijn, maar is vermoedelijk een slaaf.

Seymour, een zwarte, omstreeks 21 jaar, 5 voet, 1 3/4 duim; geeft voor vrij te zijn, maar is vermoedelijk een slaaf.

De eigenaars zullen de goedheid hebben, met hen overeenkomstig de wet te handelen.

New Orleans, 14 Dec. 1852. J. Worrall, Warden.

Welk een vooruitzigt voor deze arme schepselen, die voorgeven vrij te zijn?

Vijftig dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende, te Unionville, Frederik County, op Zondag morgen, den 17den dezer, een donker mulatten-meisje, van 18 jaar, 5 voet, 4 à 5 duim lang, van een nog al bevallig uiterlijk, zeer vlug sprekende, vrij goed iemand kunnende onderhouden en ervaren in het lezen. Men denkt dat zij eene roode merinos japon, zwarten doek en een purperen muts droeg, daar deze zaken vermist worden.

Eene belooning van vijf en twintig dollars zal voor haar worden betaald, als zij binnen den Staat gevat, of vijftig dollars, zoo zij elders achterhaald en in eene gevangenis gezet wordt, zoodat ik haar terug kan krijgen.

13 October. G. R. Sappington.

Kosciusko Chronicle, Mississippi.

Twintig dollars

Zullen ter belooning worden gegeven, voor de uitlevering van mijn slaaf Walker, 28 jaar oud, 5 voet, 8 of 9 duim lang en zwart van kleur; hij glimlacht als men tot hem spreekt, heeft eene zachte, welluidende stem, en mooije tanden.

Adres in Tehoupitoulas-street, no. 26, op de eerste verdieping.

Walker is naar het schijnt weggeloopen; hij trekke in vrede!

Vijf en twintig dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende te White's Store in Anson County, op den 5den Mei een lichte mulat, Bob genaamd; hij is vijf voet lang, 130 pond zwaar en 22 jaar oud, met een korten baard en lang hair, zijn linker been is iets langer dan zijn regter, waardoor hij min of meer hinkt; hij heeft een groot gezigt, en ziet er bijna als een blanke uit. Misschien is hij met een voerman of koopman meêgeloopen of heeft hij vrijbrieven en tracht hij voor vrij door te gaan.

Ik zal vijf en twintig dollars geven voor de uitlevering van dien jongen, of voor zijne gevangenzetting, zoo ik hem terug kan bekomen.

30 Junij 1852. Clara Lockhart, bij Adam Lockhart.

Southern Standard, 16 October 1852.

Vijftig dollars belooning.

Weggeloopen, of gestolen, van den ondergeteekende nabij Aberdeen, eene lichte mulattin, klein van gestalte en omtrent 28 jaar oud; zij heeft lang zwart haar, dat zij gewoonlijk goed in orde houdt. Toen zij wegliep droeg zij of een witte, of eene bruin calico japon, en een roode muts. Zij kleedt zich zeer netjes. Doorgaans noemt zij zich Mary Ann Poing, en kan gedrukt schrift lezen; zij heeft sproeten op haar gelaat en handen; en had eenige ringen aan hare vingers en schoenen van no. 4. De bovenstaande belooning zal voor haar gegeven worden, als zij buiten den Staat, en 25 dollars als zij binnen den Staat gevat wordt.

6 October 1852. U. Mcallister.

Deze beschrijving van Mary Ann levert veel stof tot overweging op. Het lang, zwart haar, gewoonlijk goed in orde, de doorgaans nette kleeding, en de ringen aan hare vingers, de kennis van het lezen, het feit dat zij verstandig is en goed kan praten, verdienen wel te worden opgemerkt.

Twintig dollars belooning.

Weggeloopen op den 9den Augustus, mijn slaaf Hendrik, 14 of 15 jaar oud, een lichte mulat met donkere oogen; hij loopt een weinig gebogen, en stottert als hij verlegen is. Hij droeg, bij zijne vlugt, een witte broek, een lange zomerjas en een hoed van palmbladen. Ik zal de bovenstaande belooning geven, als hij in Virginia gevat wordt, of 30 dollars zoo dit in een der naburige Staten geschiedt, maar in beide gevallen moet hij zoodanig verzekerd worden dat ik hem terug kan bekomen.

7 October. Edwin C. Fitzhugh.

Arme Hendrik! slechts 14 of 15 jaar.

Gevangen gezet

In Lowndes County, Mississippi, op den 9den Mei door J. K. Peirce Esq., een weggeloopen slaaf, Roland genaamd, die voorgeeft aan Miss Cathey van Marengo County, Alabama, te behooren, en aan dezen door Hendrik Williams, een slavenhandelaar uit het Noorden, te zijn verkocht.

Genoemde neger is omtrent 35 jaren, 5 voet, 6 à 8 duim lang, van eene donkere gelaatskleur, 150 pond zwaar; zijn middelste vinger van de regterhand is bij het tweede lid afgesneden; toen hij gevat werd was hij gekleed in een zwarten jas van zomerlaken en had een zwarten zijden hoed op.

De eigenaar wordt verzocht met voldoende bewijzen op te komen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of men zal met hem handelen overeenkomstig de wet.

6 Junij 1852. L. H. Willeford, Cipier.

Richmond Semi-weekly Examiner, 29 October 1852.

Vijftig dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende in Halifax, omtrent het midden van Augustus, een neger, Ned, 30 of 40 jaar oud, van middelbare gestalte, koperkleurig, met een groot voorhoofd en vooruitstekende kaken.

Men kan zich geen likteekens herinneren, behalve dat een van zijne vingers stijf en krom is. De man is in Richmond van den heer Robert Goodwin gekocht, en heeft eene vrouw in dien omtrek. Men heeft hem in de buurt gezien, en vermoedt dat hij over de bergen ontvlugt is, en nu als vrij man in eene of andere fabriek arbeidt, daar hij van iemand vrijbrieven ontvangen moet hebben. De bovenstaande belooning zal betaald worden voor het aanhouden en uitleveren van dien slaaf aan R. H. Dickinson en broeders in Richmond, of aan den ondergeteekende in Halifax, en vijf en twintig, als bij in eene of andere gevangenis der republiek gezet wordt, zoodat ik hem kan terugkrijgen.

Jas. M. Chappell, (Firma Chappell en Tucker.)

Het schijnt dat dit ongelukkig koperkleurig meubel naar zijne vrouw is om gaan zien.

Kentucky Wigh, 22 October 1852.

Twee honderd dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende, nabij Mount Sterling, Kentucky, in den nacht van den 22 October, een neger, Porter genaamd. Hij is zwart van kleur, 22 jaar oud, zeer forsch en werkzaam, 165 of 170 pond zwaar, en een knappe kerel, die duidelijk spreekt, zonder eenige negeruitspraak, en bijzondere likteekens. Hij had een paar halfversleten schoenen aan, zijne overige kleeding is men vergeten; hij is te Sharpsburg, in Bath County opgevoed door Harrison Caldwel en zal waarschijnlijk in dien omtrek ronddwalen, als hij Ohio niet kan bereiken.

Ik zal de bovenstaande belooning geven, als hij binnen den Staat gevat wordt; 50 dollars, wanneer dit binnen een of anderen Staat aan de Ohio geschiedt, en 25, wanneer hij hier achterhaald en in verzekerde bewaring gesteld wordt.

Men gelooft dat hij een geelachtig paard bereed, 15 handen en 1 duim hoog, met geel hair en manen, vijf jaar oud en een goede harddraver.

21 October 1852. G. W. Proctor.

Men herinnert zich geen bijzondere likteekens!

St. Louis Times, 14 October 1852.

Bekendmaking.

Gevangen gezet te Rockbridge, in Ozark County, op den 31sten Augustus ll., een weggeloopen slaaf, Mozes genaamd; bij zijne gevangenneming droeg hij een bruine broek, een oud katoenen hemd, een blaauwe jas, en een oud prul om zijn hoofd gewonden; hij is 6 voet lang, zwart van kleur, heeft een likteeken over het linkeroog, en is vermoedelijk omstreeks 27 jaar oud.

De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt op den neger te bewijzen, en alle wettige kosten te betalen, of de neger zal op Maandag, 10 December, volgens de wet in die gevallen bepaald, aan het Raadhuis in de stad Rockbridge, publiek verkocht worden.

9 September 1852. Robert Hicks, Sheriff.

Charleston Mercury, 15 October 1852.

Vijftig dollars belooning.

Weggeloopen op Zondag den 6den dezer, van de Zuid-Carolina Spoorweg-maatschappij, de hier onlangs aangekochte neger Sam; hij is in Cumberland opgevoed, en laatst van Richmond gebragt; hij is 5 voet, 6 3/4 duim lang, koperkleurig, met eenige likteekens op den linkerarm en het regter been, en ziet er overigens goed uit. De bovengenoemde belooning zal voor zijne aanhouding en gevangenzetting in een of ander slavenhuis van den Staat, zal betaald worden door

12 Junij. J. D. Petsch.

Kosciusko Chronicle, 24 November 1852.

Gevangen gezet

In Attila County, den 7den October 1852, een neger, Hambleton geheeten, voorgevende aan den predikant Willem Young te behooren; hij is 26 of 27 jaar oud, omtrent 5 voet, 8 duim lang, donker van kleur, met twee of drie likteekenen op den rug en eene kleine snede op de linker heup. Hij droeg, toen hij gevat werd, een blaauw katoenen broek, een witte onderbroek en nieuw hemd van dezelfde stof, een paar laarzen en een wollen hoed.

De eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt van eigendom te bewijzen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of er zal overeenkomstig de wet met hem gehandeld worden.

12 October 1852. E. B. Sanders, Cipier.

Frankfort Commonwealth, 21 October 1852.

Gevangen gezet

Een negerjongen, Adam, te Muhlenburg, op den 26sten Julij 1852; genoemde jongen is zwart van kleur, 16 à 17 jaar oud, 5 voet, 8 à 9 duim lang en 150 pond zwaar. Hij heeft een gedeelte van zijn regterhand en de groote teen van zijn linkervoet verloren. Hij beweert dat hij aan Wm. Mosley toebehoort, die men zegt dat van Mississippi naar Virginia verhuisd is, en geeft voor, verloren en niet weggeloopen te zijn. Zijn eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn eigendom te bewijzen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen, of er zal overeenkomstig de wet met hem worden gehandeld.

24 Augustus 1852. Samuel Adwell, Cipier.

In hetzelfde blad zijn twee nog armer kerels aangekondigd, die nu waarschijnlijk reeds verkocht zijn om de onkosten te betalen.

Bekendmaking.

Door M. H. Brand is, den 22sten dezer, als weggeloopen slaaf aangehouden een neger, Karel Warfield, omtrent 30 jaar oud, maar van een veel ouder uitzigt, 6 voet lang, geen bijzondere teekens, heeft geen vrijbrieven, maar geeft voor vrij te zijn, en is van Pennsylvanië geboortig, en in Fayette County.

Gezegde neger is den 22sten gevat, en de eigenaar wordt verzocht op te komen, zijn regt te bewijzen, de onkosten te betalen en hem meê te nemen.

3 Augustus 1852. C. W. Hull, Cipier. Kentucky County.

Gevangen gezet

In Graves County, op den 4den dezer, een neger, Dave of David genaamd, die voorgeeft vrij te zijn en vroeger aan Samuel Brown van Prince William County, Virginia, behoord te hebben; hij is zwart van kleur, 5 voet, 10 duim lang, omtrent 180 pond zwaar, en vermoedelijk 45 jaar oud; hij droeg een bruine broek en een gestreept hemd en had een oud geweer, een pistool en eenige oude kleêren bij zich. Hij heeft mij ook gezegd aan eene gevangenis te Dyersburg ontsnapt te zijn, waar hij 9 maanden was opgesloten geweest. De eigenaar wordt verzocht op te komen; enz.

28 Junij 1852. L. B. Holefield, Cipier.

Charleston Mercury, 29 October 1852.

Twee honderd dollars belooning.

Weggeloopen van den ondergeteekende, in Maart jl., zijne dienstmaagd Lydia, die zich vermoedelijk te Charleston ophoudt. De bovenstaande belooning wordt uitgeloofd aan degenen, die haar aanhouden, of eenig berigt geven waar zij zich ophoudt, en 50 dollars aan hem die haar in eene of andere gevangenis zet, zoodat ik haar kan krijgen. Lydia is eene mulattin, 25 jaar oud, 4 voet, 11 duim lang; met een rond gelaat en lang, zwart krullend hair; haar voorste tand is valsch, hetwelk men bemerkt in haar spreken, daar men dan het goud waarmede hij is ingezet, goed kan onderscheiden: zij heeft een likteeken onder haar kin, en 2 vingers der eene hand zijn stijf, van het eerste lid.

16 Junij. C. T. Scaife.

Vijf en twintig dollars belooning.