De Slavernij In Suriname Of Dezelfde Gruwelen Der Slavernij Die

Chapter 3

Chapter 31,266 wordsPublic domain

De adressanten achten de slavernij, gelijk zij in de gindsche gewesten bestaat, een uitvloeisel van den afschuwelijken Afrikaanschen slavenhandel, onvereenigbaar met de voorschriften, den geest en de strekking van het Evangelie, en mitsdien ongeoorloofd. Zij vermeenen evenzeer met vertrouwen te mogen beweeren, dat eene vooruitziende staatkunde gebiedt om de leiding van de vrijmaking der slaven in handen te nemen en deze gewigtige aangelegenheid niet over te laten aan den onwederstaanbaren drang der omstandigheden.

Van deze beginselen uitgaande, moeten de ondergeteekenden den vurigen wensch koesteren, dat Uwer Majesteits Regering gepaste maatregelen berame om de slavernij in de koloniën van den Staat, zij het ook met geldelijke opofferingen, ten behoeve van hen, wier eigendomsregt eenmaal erkend is, af te schaffen.

Uit het Reglement op het beleid der Regering in 's Rijks West-Indische Bezittingen, in de vorige zitting der Staten-Generaal als Wets-Ontwerp aangeboden, ontwaarden de addressanten dat de hooge Regering, voorzeker mede de vrijlating der negerslaven beschouwende als een onderwerp, dat het belang der koloniën, zoowel als de groote belangen der menschheid van nabij betreft, had besloten een eersten en niet onbelangrijken stap te doen, om het gewenschte doel te bereiken, door namelijk in gezegd Reglement de bepaling op te nemen dat de kinderen, die voortaan uit slaven zullen geboren worden, vrij zouden zijn.

Gevoelig leed zou het den adressanten doen, wie het droevig lot van den slaaf naa uw ter harte gaat, wie het met schaamte vervult, dat de slavernij zóó lang onder een Christenvolk heeft kunnen blijven bestaan, indien door het momentaneel vervallen van bovengemelden wetsvoordragt de door hen opgevatte hoop zou worden verijdeld en de slavernij in de Nederlandsche West-Indische koloniën op nieuw bestendigd.

Welke menschlievende bepalingen toch mogen zijn gemaakt of in het vervolg zouden mogen worden vastgesteld ter verzachting van het lot van den slaaf, de ondervinding ook van de laatste jaren is daar, om te bewijzen, dat zoo lang het regt van eigendom van den meester erkend wordt, daardoor zelf de heilzaamste maatregelen van evengemelden aard zonder vrucht blijven, immers onmagtig zijn om de mishandelingen te verhinderen of de zedeloosheid te keer te gaan, waartoe het bestaan der slavernij zelf noodzakelijk aanleiding geeft.

Het doel, waarmede de ondergeteekenden zich tot Uwe Majesteit wenden, is dan ook Haar eerbiedig, maar tevens dringend te verzoeken, dat hetzij door eenige bepaling van het bovengemeld Reglement, waarvan thans de wederaanbieding als Wetsontwerp aan de Staten-Generaal wordt te gemoet gezien, hetzij door middel van een afzonderlijken wets-voordragt moge worden tot stand gebragt eene verordening, geschikt om de geheele verdwijning der slavernij binnen het kortst mogelijk tijdsverloop te doen plaats hebben,

Wenden alzoo de ondergeteekenden zich tot Uwe Majesteit met het verzoek,

Sire!

Dat het Haar moge behagen gepaste maatregelen te nemen om de vrijwording der slaven in 's Lands Overzeesche Bezittingen tot stand te brengen.

Hetwelk doende enz.

Toont uwe belangstelling door dergelijke adressen in te zenden. Sluit u aan de Nederlandsche maatschappij aan. De toetreding tot haar is gemakkelijk gemaakt; het lidmaatschap kost slechts f 2,50 in het jaar of 5 cent in de week; terwijl zelfs de geringste gift dankbaar zal aangenomen worden.

Deze maatschappij is op de volgende grondslagen gevestigd:

Art. 1. De naam der Maatschappij is: Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de afschaffing der slavernij.

Art. 2. Haar doel is volledige afschaffing der slavernij in de Nederlandsche Koloniën, ten nutte der Overzeesche Bezittingen, in het belang der slaven; en vooral ook om hen te brengen tot de kennis van het Evangelie van onzen grooten God en Zaligmaker Jezus Christus.

Art. 3. Hare grondbeginselen zijn:

a. de slavernij, gelijk zij ook in de Nederlandsche Koloniën bestaat, is onvereenigbaar met de voorschriften, den geest en de strekking van Gods heilig Woord. b. eene vruchtbare Evangelie-prediking wordt door de instandhouding der slavernij belemmerd. c. eene waarlijk heilzame vrijlating moet plaats hebben naar Christelijke beginselen en met Christelijke opleiding gepaard gaan. d. bij de afschaffing der slavernij behoort het punt der schadevergoeding in het oog te worden gehouden.

Art. 4. Onder de middelen, door de Maatschappij te bezigen zijn:

a. het inwinnen van inlichtingen omtrent den toestand der slaven in de Nederlandsche Koloniën, de gevolgen der vrijlating in de Engelsche Bezittingen, en al wat verder tot het onderwerp behoort. b. de openbaarmaking dezer inlichtingen door vertaling of opstel. c. de aanbeveling dezer zaak aan het Openbaar Gezag op grondwettige wijze.

Art. 5. Elk lid betaalt eene jaarlijksche contributie van minstens twee gulden vijftig cents.

Art. 6. Het hoofdbestuur bestaat uit een president, twee vice-presidenten, twee leden en een algemeenen secretaris, die tevens penningmeester is, allen bij meerderheid van stemmen te benoemen voor den tijd van drie jaren. Het is gevestigd te 's Gravenhage, waar alle leden, met uitzondering van de vice-presidenten, woonachtig zijn.

Art. 7. De president benoemt Agenten. Waar zich een genoegzaam aantal leden opdoet, kan zich eene Afdeeling vestigen, die met het Hoofdbestuur in overleg treedt.

Art. 8. Op den laatsten Woensdag der maand April van elk jaar, zal eene algemeene Vergadering van het Hoofdbestuur en de Afgevaardigden der Afdeeling worden gehouden te 's Gravenhage. De Vergadering wordt geopend en gesloten met een gebed. Er zal verslag en rekening gedaan worden. Die Vergadering zal kunnen worden bijgewoond door alle leden der Maatschappij. Er zal hoofdelijk worden gestemd.

Men wordt vriendelijk verzocht het Bewijs van Deelneming franco te zenden aan den laatst ondergeteekende, of wel aan

's Gravenhage, 6 Junij 1853. GROEN VAN PRINSTERER, Presid. ELOUT VAN SOETERWOUDE. J. A. SINGENDONCK. J. W. GEFKEN, Secret. [2]

De maatschappij bedoelt dus de bevordering der emancipatie op echt Christelijke wijze, op een' wettigen weg, niet overhaastend, niet revolutionnair, maar bedaard, ordelijk; en zoo kan zij, door velen ondersteund wordende, zoo zij sympathie in het hart des volks vindt, onder Gods zegen veel ten nutte in dezen doen.

Reeds zijn er verscheidenen uit den lande toegetreden, maar er moet veel meer belangstelling komen, om met vrucht te kunnen werkzaam zijn. Onbekendheid met de zaak is zeker hiervan bij velen de oorzaak.

Mogt dit weinige iets bijdragen, om het meer algemeen bekend te doen worden, de belangstelling iets op te wekken; hartelijk zouden wij den Heer hiervoor danken.

Een ding kunt gij allen ter bevordering dezer goede zaak doen, zoowel de allerarmste als de aanzienlijkste, namelijk: hiervoor bidden; den Heere bidden dat Hij weldra het juk van den hals des armen slaafs afneme; dat de slaaf weldra bevrijd moge zijn van de banden, die hij voelt drukken; dat hij ook als een door den Zoon vrijgemaakte van de banden van zonde en duivel naar ligchaam en ziel in ware vrijheid daar heen wandele onder zijne blanke broeders, die nu niet langer zijne onderdrukkers zijn.

Doet dit allen, gij, die u verheugt in de liefde Gods, in Jezus Christus betoond; gij, die u verheugt en verblijdt dat Hij Zijn dierbaar bloed gestort heeft ter vergeving onzer zonden.

Keert u in den geest naar Golgotha en zie aldaar den Christus lijden, uit liefde voor eene zondige wereld, dus ook voor u. Getroffen door zooveel liefde wendt gij u tot den armen verdrukten broeder in Suriname. De liefde van Christus dringt.

Zij dringe u allen, om u hun lot te doen aantrekken, te doen wat ook in dezen uwe hand vindt om te doen.

Ieder zal wel iets kunnen doen. Hij doe het met alle magt. God de Heer zegene de pogingen! Zoo zij het.

AANTEEKENINGEN

[1] Over deze tuchtigingen, onder opzigt der policie, straks nader.

[2] Op eene vroegere vergadering is benoemd tot Vice-President voor Amsterdam: de heer H. J. Koenen, en voor Rotterdam: de heer H. W. A. van Oort.

End of Project Gutenberg's De slavernij in Suriname,, by Julien Wolbers