De schippersjongen, of Leiden in strijd en nood

Part 18

Chapter 18163 wordsPublic domain

"Zoo, ja! Men moet maar eenen goeden kruiwagen hebben, al zeg ik het zelf. Ik heb ook veel gedaan voor de stad en ik kreeg niemendal. Ik heb de Koppieren-kade doorgestoken, en...."

"Zijt gij dan Schooneman?"

"Precies! Maar ik dutte toen ik wakker moest zijn."

"Ja, man, met dutten als men waken moet, komt men niet ver. Zoo we dat in '74 niet begrepen hadden, dan zouden we het nooit zoo ver gebracht hebben," zeide Cornelis.

Zoo pratende kwamen ze eindelijk te Leiderdorp. Schooneman ging aan den wal, doch toen de schuit alweer wegvoer, keek hij ze na en zeide zuchtend: "Gelijk heeft hij, wie vooruit wil komen, moet niet dutten, als het geen tijd van slapen is. Die Leidenaars hebben door te waken maar een stout stuk bedreven, dat is zoo, en al ben ik er ook slecht afgekomen, toch ben ik er grootsch op, dat Leiden in mijn Vaderland ligt. Zulke steden zijn er niet veel, al zeg ik het zelf."