De Scheepsjongen van "De Gouden Leeuw"
Part 9
Zijn moeder gevoelde het. En toen nu Marie weer Moeders hand in die van haar zoon legde en de oude vrouw dadelijk voelde, hoe hij die hand vastgreep als een drenkeling, -- toen brak er iets in dat onwrikbare hart.
Het was, alsof Witte dit op het eigen oogenblik besefte. Weer sloeg hij zijn arm om moeder heen, en kuste haar, -- hij het eerst.
Toen streelde zij met haar oude hand over zijn haren, en zijn hoofd tot zich buigend, rustten haar lippen eenige oogenblikken op zijn voorhoofd....
* * *
Niet in Lagerwoude bleef Witte. Tijdelijk had hij een kosthuis in Hellevoetsluis genomen. In elk opzicht was hij dan meer eigen baas, en bleef dicht bij de zeevaart.
Lang zou hij niet meer aan wal blijven. In de vier jaren van zijn loopbaan had hij een prachtige carrière gemaakt. Niet alleen -- waar in de wereld veel op aankomt -- de aandacht getrokken van de hooge oome's, en dat wel van niemand minder dan van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, die hem gaarne voor goed aan zijn dienst verbonden zou hebben. Maar ook om zijn werkelijke begaafdheid als zeeman, waardoor kapitein Schapenham het toch op Jan Pieterszoon Coen gewonnen had.
Op de zee lag nu eenmaal zijn toekomst. Uitgevaren als een voor die tijden veel te laat in het vak gekomen kajuitsjongen, was hij van den eenen graad tot den anderen opgeklommen, en in het vaderland teruggekeerd als stuurman. Bij het afmonsteren had kapitein Schapenham hem verzocht als schipper, dat was op een oorlogsschip in rang de hoogste na dien van kapitein, er met hem weder op uit te varen, doch Witte had eerst eenige maanden met en bij de zijnen willen leven. Met geen ledigen buidel toch was hij uit Indië teruggekeerd, en natuurlijk had hij allerlei geschenken meegebracht. Ook wat leuks voor zijn ouden patroon en diens vrouw, en die wilde hij er zelf brengen.
Met Hans was hij erheen gegaan, maar de aardigheid was er voor laatstgemelden plaaggeest af. Want door een knecht van Lagerwoude had het echtpaar, al denzelfden dag van zijn komst op de hofstede, van Witte's terugkeer vernomen. Vrouw Stoffelsen had het er wel over op haar heupen gehad, dat zij en haar man er zoo doorgehaald waren, en natuurlijk kreeg mr. Jochum weer alles op zijn hoofd, omdat hij zoo stom was geweest. Doch hij had haar bezworen nu eens lief en toegevend te zijn. Want diezelfde zeeman, die hem zoo voor 't lapje gehouden had, zou een pak komen aanmeten, en zijn maat, die hij beloofd had mede te brengen, zou zeker wel van 't zelfde laken een rok moeten hebben.
Die kameraad nu bleek niemand anders dan Witte te zijn. Toen kwamen de cadeautjes voor den dag en meester moest er maar eens uitscheiden met prikken en met zijn vrouw in de taveerne komen, om op kosten van de gasten onthaald te worden en dat wel met de bekende zeemansjovialiteit!....
"De zaak blijft toch doorgaan," schertste Witte, in een bij hem haast ongekende vroolijkheid, en ter verduidelijking wees hij op den leerjongen, die thans op de kleermakerstafel zat.
"Die?!" riep vrouw Stoffelsen uit, en daar gingen haar handen weer de hoogte in, "die kan niets anders dan...."
"Dan eten en drinken," veronderstelde Hans.
"Neen, dan vergeten en suffen!" barstte moeder Stoffelsen uit.
"Kom, kom, moeder," troostte Witte, "zoo erg als ik dat indertijd gedaan heb, zal het toch bij hem niet zijn."
"Mensch, zwijg stil!" weeklaagde zij. "Hij is, net als jij, van buiten de stad, maar zeg-jij me eens, heb jij ooit voor je moeder een pond vleesch bij den slager besteld en het toen vergeten mee te nemen?"
Witte sloeg een gat in de lucht.
"Neen, zoo kras heb ik nooit gesuft."
"En dàt wil wat zeggen," voegde vrouw Stoffelsen eraan toe.
Hans kreeg medelijden met den jongen, die stil was blijven doorwerken, maar een kleur gekregen had als bloed.
Terwijl de anderen naar de taveerne gingen, greep hij den lans bij een oor.
"Weet-je, waarom Witte zoo sufte?"
De jongen knikte van ja.
Hans dwong hem nu zijn gezicht naar hem toe te wenden.
"Suf-jij daar ook over?"
De jongen lachte even, maar zei niets.
"Geef me je hand, lansje."
Hij drukte die stevig.
"Tot ziens, hoor!.... Ergens op de wijde zee..." De jongen voelde een geldstuk in zijn hand.
Hij wilde bedanken, maar Hans was al weg.
Toen sloeg het baasje de kijkers op, open en rond. Het waren een paar heldere kijkers, heelemaal van geen droomen.
"Tot ziens," zei ook hij, maar heel zachtjes.
Zijn handen vielen slap neer op zijn werk, en met zijn heldere oogen zag hij in de wijde oneindigheid, suffend over de eeuwig aantrekkelijke en aantrekkende zee.
"Tot ziens!" dat zei in de maand December van hetzelfde jaar ook Witte, toen hij wederom het Goereesche zeegat uitzeilde, in den rang van schipper op een maandgeld van 24 gld. -- een mooi inkomen voor dien tijd -- op het oorlogsschip "de Gelderland," dat koers zette naar Gribaltar, waar het bij het smaldeel kwam, dat onder het commandement van den Zeeuwschen admiraal stond. "Tot ziens!" dat had hij tegen zijn moeder, zijn zuster, zijn broeder, en nicht Maertje, óók tegen het echtpaar Stoffelsen gezegd, maar tegen niemand zoo hartelijk als tegen zijn verloofde. En wie dat mooie, blonde meisje was, dat hem tot Hellevoetsluis had weggebracht en toen heel erg in haar wiek geslagen op de steê bij haar moeder terugkeerde -- nu, dat behoef ik u niet te vertellen.
"Kom, kind," zoo bestrafte haar nicht Maertje, "als alle meisjes van zeelieden zooveel tranen voor haar jongen over hadden, kwam er nog meer zout water dan er nu al in de zee is."
Daar moest Marie toch even om glimlachen. "Wel zeker, kind," troostte haar nu haar moeder, "'t is immers, met Gods wil, geen adieu voor altijd, maar een tot ziens!" --
In de Serie JONG HOLLAND
Ing. f 1.25 -- slechts -- Geb. f 1.95 verschijnen jongensboeken in mooie uitvoering vol platen -- en met goede inhoud.
---- ----
No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden Leeuw.
Beschrijft de 1e reis van Admiraal WITTE DE WITH.
No. II. DANIËL DEFOE. De avonturen van Kapitein Bob.
Een boeiend boek van den schrijver van ROBINSON CRUSOË.
No. III. F. REMINGTON. De Witte Otter.
Een boeiend indianen-verhaal.
---- ----
In deze serie verschijnen slechts boeken met goede inhoud -- en goed verzorgd -- voor :-: :-: billijken prijs. :-: :-:
[Transcriber's notes
De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:
[waneer men strak] -> [wanneer men strak]
[een plokje menschen] -> [een plukje menschen]
[Omdat men Gode] -> [Omdat men God]
[haar zoon niet en is] -> [haar zoon niet is]
[Kan die het het] -> [Kan die het]
[zulke kwajongens als wij] -> [zulke kwâjongens als wij]
[dat alles vermohct] -> [dat alles vermocht]
[En al durf ik je best staan,] -> [En al durf ik je best slaan,]
[verkoopars van] -> [verkoopers van]
[den huilenden NoordOoster] -> [den huilenden Noord-Ooster]
[van het huis zittend leven] -> [van het thuis zittend leven]
[eerenaam van "bestevaer"] -> [eerenaam van "bestevaêr"]
[Alevel gaven zij] -> [Al gaven zij]
[neemaar] -> [nee maar]
[Want op die maneer] -> [Want op die manier]
[naar Gribaltar] -> [naar Gibraltar]
[zoo bestrafte haar nicht] -> [zoo bestrafte ze haar nicht]
Enkele gevallen waarin het beletselteken [...] aan het eind van een zin is gebruikt in combinatie met een vraagteken, zijn gecorrigeerd van [?...] naar de meest voorkomende vorm: [...?]
Op de laatste bladzijde wordt reclame voor enkele boeken gemaakt waaronder dit boek. De titel is daar echter verkeerd geschreven: [No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden Leeuw.] -> [No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van De Gouden Leeuw.]
Inconsequent gebruik van achtervoegsels in rangtelwoorden is gecorrigeerd. Alle voorkomende gevallen zijn aangepast naar de achtervoegsels -sten en -den. Alleen in de HTML-versie is aangegeven waar dit is aangepast. De volgende vormen zijn aangepast:
[1e] -> [1ste] [3en] -> [3den] [10en] -> [10den] [13en] -> [13den] [17e] -> [17den] [18en] -> [18den] [20e] -> [20sten] [27en] -> [27sten] [29en] -> [29sten]
Er zijn ook enkele interpunctie fouten gecorrigeerd maar worden hier niet verder genoemd.
Een inhoudsopgave ontbrak. Voor het gemak van de lezer is deze aan het begin toegevoegd.
De 'platte tekst'-versie simuleert met [_] italic, en met [~] gespatieerde tekst-fragmenten.
]