De Reis om de Wereld

Part 58

Chapter 582,155 wordsPublic domain

[354] De Tasmaniërs (tot de Papoea's behoorende), die men in 1815 nog op 5000 zielen schatte, zijn nu geheel uitgestorven. In 1867 stierf Truganini, ook wel Lalla Rookh genaamd, als laatstovergeblevene.

(Vert.)

[355] Tasmanië = 67894 vierkante Kilometer; Ierland = 84,253.

[356] Een stam ging naar het Zwanen-Eiland, drie andere naar het eiland Gun-Carriage; doch later bracht men allen naar het Flinders-Eiland.

(Vert.)

[357] De stammen van Eucalyptus globulus (Blauwe Gomboom) bereiken hier eene hoogte van 100 meter en daarboven. Sommige boomen hebben 1 meter boven den grond een omtrek van 20 meter, en op 40 meter hoogte bedraagt die omtrek nog 13 meter.

(Vert.)

[358] Men onderscheidt Casuarina stricta, C. torulosa en C. tuberosa. De twee eersten noemen de kolonisten Shea-oak, den laatsten Beefwood, naar de hardheid van hun hout, dat zeer gezocht is. Van de Eucalypti komt hier het meest in wouden voor: E. marginatus (Jarrah- of Westaustralische Mahagoniboom), waarvan het hout noch door de termieten, noch door den paalworm wordt aangetast.

(Vert.)

[359] Hun geslachtsnaam is Xanthorrhoea of Kingia.

(Vert.)

[360] Deze planten zijn beschreven in de Annals of Nat. History, 1838, deel I, blz. 337.

[361] Holman's Travels, deel IV, blz. 378.

[362] Kotzebue "First Voyage", deel III, blz. 155.

(De Radack- of Ratack-Archipel maakt deel uit van de Marshall-Eilanden, waarvan hij de oostelijke groep vormt; de westelijke groep heet de Ralick-Archipel.

(Vert.)

[363] Waarschijnlijk is deze vogel eene soort van vijverhoen (Gallinula). Zie Marshall "Zoölogie".

(Vert.)

[364] De dertien species behooren tot de volgende Orden: Coleoptera met één kleinen springkever (Elater); Orthoptera met een Gryllus en een Blatta; Hemiptera met ééne species; Homoptera met twee; Neuroptera met een Chrysopa; Hymenoptera met twee mieren; Lepidoptera nocturna met een Diopaea en een Pterophorus (?); en eindelijk van de Diptera twee species.

[365] Tridacnidae geheeten. Zij behooren tot de Orde der Chamacea.

[366] Eenige inboorlingen, die door Kotzebue naar Kamtsjatka werden gebracht, verzamelden steenen om mede naar hun land te nemen.

[367] Deze species, ook Birgus geheeten, behoort tot de Decapoda, eene Onderorde van de Pantserkreeften (Thoracostraca)--eene Orde van de Hoogere Kreeften (Malacostraca).

(Vert.)

[368] Door de zoölogen ook Thuroidea en Holothuriae genoemd.

(Vert.)

[369] Daaronder reken ik natuurlijk niet eenigen grond, die uit Malakka en Java op schepen hierheen is gevoerd, evenmin als eenige kleine, door de golven aangespoelde stukken puimsteen. Ook moet het eene blok groensteen op het noordelijke eiland worden uitgezonderd.

[370] Deze werden het eerst voorgedragen in de "Geological Society" in Mei 1837, en zijn later breedvoerig beschreven in een afzonderlijk deel, getiteld: The Structure and Distribution of Coral Reefs, 1842.

[371] Behoort tot de Maldivische Eilanden.

[372] Of Heyou genaamd. Zij ligt in den Lagen of Tuamotu-Archipel.

(Vert.)

[373] Het verdient opmerking, dat Lyell reeds in de eerste uitgaaf van zijne "Principles of Geology" tot de slotsom kwam, dat de maat van inzinking in den Stillen Oceaan, die der rijzing moet hebben overtroffen, omreden de landoppervlakte zeer klein is in verhouding tot de organische en physische krachten, die daar land helpen vormen, n.l., de groei der koralen en de vulkanische werking.

[374] Ook Borabora geheeten en met 24 vierkante kilom. oppervlakte, behoort tot de voorheen "onafhankelijke" eilanden onder den wind. Deze vormen de westelijke groep der Gezelschaps-Eilanden en zijn door een breed kanaal gescheiden van de oostelijke groep, waartoe o.a. Tahiti behoort.

(Vert.)

[375] Hogoleu (een der Karolinen Eilanden) met eene oppervlakte van 132 vierkante kilom., draagt ook den naam van Roug.

(Vert.)

[376] Tot mijne groote tevredenheid vind ik in een vlugschrift van den heer Couthouy, een der natuuronderzoekers bij de groote zuidpool-expeditie der Vereenigde Staten, de volgende zinsnede:

"Na persoonlijk onderzoek van een groot aantal koraaleilanden, en een verblijf van acht maanden op de vulkanische eilanden met strand- en gedeeltelijk met walriffen, veroorloof ik mij de verklaring, dat mijne eigen waarnemingen mij hebben overtuigd van de juistheid van Darwin's theorie."

De natuuronderzoekers van deze expeditie verschillen echter met mij in enkele punten, de koraalvormingen betreffende.

[377] Op blz. 175 van zijn werk The structure and Distribution of Coral Reefs, 3e uitgaaf 1889, noemt Darwin de eilanden welke Quoy en Gaimard bezocht en in de Annales des Sciences Naturelles, deel VI, blz. 279 beschreven hadden. Zij waren Mauritius, Timor, Nieuw-Guinea, de Mariannen of Dieven-Eilanden, en de Sandwich-Eilanden.

(Vert.)

[378] Het kanaal tusschen de atollen Ross en Ari (ook in dezen archipel) is 150 vademen diep, en dat tusschen de noordelijke en zuidelijke atollen Nillandoo 200 vademen.

(Vert.)

[379] Op deze fraaie kaart ziet men, dat dit vooral het geval is met de Karolinen-, de Marshall- en Gilbert-Eilanden; met de Gezelschaps- en Tuamotu-Eilanden, het groote walrif op Australië's oostkust en de naburige atollen. De dicht bij elkander liggende Laccadiven, Malediven, Chagos- en Saya de Malha-Eilanden zijn allen donkerblauw gekleurd.

(Vert.)

[380] Van de vulkanen dezer eilanden is de Tofua de belangrijkste. Deze wierp in 1792 groote lavastroomen uit. Een andere vulkaan, de Amargura, had eene uitbarsting op 9 Juli 1847.

(Vert.)

[381] De dieptegrenzen van ongeveer 37-55 Met., door Darwin als levensvoorwaarde van de rif- of kolonievormende koralen genoemd, zijn door later onderzoek eenigszins gewijzigd. De meeste koraalgeslachten gedijen tusschen 30 en 40 Met. diepte, maar men heeft een rif gevonden, waarop zeer enkele geslachten leefden op eene diepte van 50-90 Met. Ook hunne geographische verspreiding volgt een bepaalden regel, en de uitzonderingen daarop bevestigen dien slechts. Men vindt koraalriffen alleen in warme zeeën, ongeveer tusschen 25° N. en Z.Br.--daar waar de gemiddelde jaartemperatuur van het water minstens 20° C. is. In de Roode Zee en in den Stillen Oceaan liggen de noordelijke riffen respect. op 30° en 28°30' breedte, terwijl de koraalriffen der Bermuda-Eilanden in den Atlant. Oceaan, onder invloed van den warmen Golfstroom nog op 32° 15' N.B. gedijen.

Verder heeft de wetenschap geleerd, dat het verschijnsel, of liever, het proces der rifvorming veel ingewikkelder is, dan Darwin en na hem de Amerikaansche geoloog Dana (in 1849) onderstelden. Men heeft nl. in den Westindischen Archipel, op de Philippijnsche, de Salomons-, Palau- en Andamans-Eilanden koraalvormingen ontdekt, welke onder andere omstandigheden moeten ontstaan zijn, dan die in het midden van den Stillen Oceaan. Darwin's theorie, ofschoon langen tijd een onbeperkt gezag uitoefenende, en nog in de jaren 1880-1890 der geologen als Suesz, Neumaijr en Bonney verdedigd, wordt dan ook door verscheidene geologen en zoölogen (Geikie, Murray, Guppy, Semper, Rein, Poutalès, Studer, Agassiz e.a.) niet aangenomen. Toch geeft zij nog de natuurlijkste verklaring van alle koraaleilanden in de Stille en Indische Oceanen, die onder een helling van 60°, of zelfs loodrecht honderden meters hoog boven den zeebodem verrijzen. Zij vond een wezenlijken steun in het geologisch onderzoek van de riffen uit vroegere perioden der aardgeschiedenis. Men heeft nl. zulke riffen ontdekt in alle formaties--van af de Cambrische periode--behalve tot nu toe in die van het Tertiaire Tijdvak. De dikte dier voorwereldlijke riffen is menigmaal ontzaglijk; in het Devoon bedraagt die soms 700, in het Trias zelfs 1500 Met. Doch eerst in 1897/98 werd Darwin's theorie proefondervindelijk ook voor de tegenwoordige riffen bevestigd. Bij boringen op het eiland Funafuti (een der Ellice-Eilanden in den Stillen Oceaan) stiet men tot op eene diepte van 390 Met. door koraalkalk.

De verschillende theorieën over het ontstaan der koraaleilanden en koraalriffen vindt men zeer goed omschreven in R. Langenbeck "Koralleninseln", Leipzig 1890; en in W. May "Korallen und andere gesteinsbildende Tiere", Leipzig 1909.

(Noot v. d. Vert.)

[382] Volgens eene telling in 1901 had Port-Louis 53,897 inwoners met hare voorsteden. Het geheele eiland, dat eene oppervlakte bezit van 1826 vierkante kilom., telde er toen 371,023.

(Vert.)

[383] Volgens de vermaarde theorie der Erhebungskratere van Leopold von Buch, E. de Beaumont, Dufrénoy e.a., ontstond de conische gedaante van een vulkaankegel voornamelijk door eene opheffing of zwelling van den grond rondom de spleet, waaruit de eruptie-stoffen naar buiten werden gedreven. Dit zou o.a. het geval zijn geweest met den Vesuvius (wegens de groote helling der lavalagen) en de Etna. Scrope, Prévost en Lyell hebben de onhoudbaarheid dezer theorie bewezen.

(Vert.)

[384] Naar men weet, zat Napoleon hier van 1815 tot 1821 gevangen, in welk jaar hij aan maagkanker stierf. Eerst in 1840--dus vier jaren, nadat Darwin het eiland bezocht--werd zijn lijk naar Frankrijk overgebracht.

(Vert.)

[385] De bevolking van St. Helena, dat eene oppervlakte heeft van 122 vierkante kilom., telt thans ongeveer 3600 zielen.

(Vert.)

[386] Het verdient opmerking, dat al de talrijke exemplaren van deze schelp, die door mij op éene plek gevonden zijn, als eene duidelijke variëteit verschillen van een ander stel exemplaren, op eene tweede plek bijeengebracht.

[387] Beatson's St.-Helena. Inleiding, blz. 4.

[388] Ongeveer 809 hectaren.

[389] Gestorven in 1592.

[390] Van deze weinige insecten vond ik tot mijne verwondering een kleinen Aphodius (Nieuwe soort) en een Oryctes; die met buitengewoon veel individuën onder mest voorkwamen. Daar het eiland bij zijne ontdekking stellig geen enkelen viervoeter bezat, behalve misschien eene muis, is het eene zeer moeilijke quaestie om uit te maken, of deze mestetende insecten later toevallig zijn ingevoerd, of zoo zij inheemsch zijn, van welk voedsel zij vroeger leefden. Aan de oevers van de Rio de la Plata, waar, in gevolge het groot aantal paarden en vee, de fraaiste grasvlakten rijkelijk bemest zijn, zoekt men te vergeefs naar de vele soorten mestkevers, die in Europa zoo overvloedig voorkomen. Alleen ontdekte ik een Oryctes (de insecten van dat geslacht leven in Europa meestal van rottende plantaardige stof), en twee soorten van Phanaeus, welke op zulke plaatsen algemeen zijn. Aan de overzijde der Cordilleras, op Chiloë, komen zeer talrijke individuën voor van eene andere soort van Phanaeus, die den mest van het vee in groote aarden balletjes onder den grond begraaft. Er is reden om te gelooven, dat het geslacht Phanaeus, vóór den invoer van vee, als straatvegers werkte van den mensch. In Europa is het getal kevers, die hun voedsel vinden in de stof welke reeds dienst heeft gedaan in het leven van andere en grootere dieren, zoo talrijk, dat er stellig veel meer dan honderd verschillende soorten van bestaan. Dit in aanmerking nemende, en opmerkend welk eene hoeveelheid voedsel van dien aard op de vlakten van La Plata verloren gaat, meende ik hier een voorbeeld te zien van een geval, dat de mensch het verband heeft gestoord, waardoor zoo vele dieren in hun vaderland onderling vereenigd zijn. Op Van-Diemensland vond ik echter vier soorten van Onthopagus, twee van Aphodius en ééne van een derde geslacht met zeer talrijke individuën onder koemest, ofschoon koeien toen slechts 33 jaren geleden waren ingevoerd. Vóór dien tijd waren de Kangoeroe en eenige andere kleine dieren de eenige viervoeters; en hun mest is van een geheel ander gehalte dan die hunner opvolgers, welke de mensch heeft ingevoerd. In Engeland hebben de meeste mestetende kevers een beperkten eetlust: d.w.z., zij zijn, wat hunne voedingsmiddelen betreft, in de keus van viervoeters niet onverschillig. De verandering in leefwijze, die op Van-Diemensland moet hebben plaats gehad, is daarom hoogst merkwaardig. Het is aan den Eerwaarden F. W. Hope, dat ik de namen der bovenstaande insecten te danken heb, en die mij daarom wel zal toestaan hem mijn leermeester in de Insectenkunde te noemen.

[391] Ascension heeft eene oppervlakte van 88 vierkante kilom., met een bevolking van 120 zielen.

(Vert.)

[392] Karl Fuchs in zijn werk "Vulkane und Erdbeben," Blz. 334, noemt den berg Green Mountains en stelt zijne hoogte op 2870 voet. De berg bestaat uit zwarte basaltlava.

(Vert.)

[393] of wonderboom (Ricinus communis).

[394] Monatschr. der Königl. Akad. d. Wiss. zu Berlin, April 1845.

[395] Volgens A. W. Sellin "Das Kaiserreich Brasilien" (1885) is Pernambuco door de Hollanders gesticht. Enkele huizen alsmede de forten Brum, Cinco-Pontas en Buraco dateeren nog uit dien tijd. De stad schijnt na Darwin's tijd zeer verbeterd te zijn, want Sellin zegt: "P. ist eine der schönsten Städte Brasiliens, mit 130.000 Einwohnern." In 1890 telde zij slechts 111,556, maar volgens eene latere opgaaf van Hübner circa 150,000 inwoners.

(Vert.)

[396] Ook wortel- of steltboomen genoemd. Deze zeldzame boomen met luchtwortels bezitten een 10 tot 18 meter hoogen stam.

[397] Naar dit 5 tot 6 kilom. lange rif is de stad oorspronkelijk Cidade do Recife (Rifstad) genoemd.

[398] 200 M.

(Vert.)

[399] Ik heb dezen dam uitvoerig beschreven in de Lond. and Edinb. Phil. Mag. deel 19 (1841), blz. 257.

[400] Of Kaapsche Wolken. Deze voor den sterrenkundige zoo hoogst belangrijke objecten zijn twee lichte vlekken niet ver van de Zuidpool des hemels; de grootste met 42 vierkante graden oppervlakte ligt in het Sterrenbeeld Dorado of den Zwaardvisch, de kleinste met 10 vierkante graden in de Mannelijke Waterslang. Oogenschijnlijk zijn zij losgeraakte stukken van den Melkweg, doch inderdaad is er geen verband met deze sterrenzone, evenmin als tusschen de Wolken onderling. In beiden, en vooral in de groote, liggen tallooze kleine sterren van de 7de tot de 13de grootten, vele sterrenhoopen en in 't bijzonder nevelvlekken in alle stadiën van ontwikkeling. Rondom de Wolken zijn zeer weinig sterren.

(Vert.)