Part 57
[272] In Shropshire heb ik hooren opmerken, dat het water van de Severn veel troebeler is, als de rivier ten gevolge van aanhoudende regens buiten hare oevers treedt, dan wanneer dit veroorzaakt wordt door het smelten van sneeuw in de bergen van Wallis. Als D'Orbigny (deel I, blz. 184) de oorzaak van de verschillende kleuren der Zuidamerikaansche rivieren verklaart, merkt hij op, dat die met blauw of helder water op de Cordilleras ontspringen, waar de sneeuw smelt.
[273] Lower White Chalk in Engeland, en Turonien (naar de aloude provincie Touraine, thans het departement Indre-et-Loire) in Frankrijk, zijn de equivalente namen der tweede of middelste onderafdeeling van de bovenste hoofdafdeeling der Krijtformatie. In Engeland en Noord-Frankrijk wordt zij gevormd door witte of lichtgrijze, fijne en weeke mergels: de zoogen. krijtmergels. De onderste lagen van het Turonien hebben uitloopers, die men door het zuiden en zuidoosten van Frankrijk tot in Zwitserland kan vervolgen.
[274] De uitbarsting dezer granietkoppen moet in het Tertiaire Tijdvak hebben plaats gehad.
(Vert.)
[275] Het Spaansche woord puna beteekent letterlijk "ijskoude onbewoonbare streek."
(Vert.)
[276] Dr. Gillies in "Journal of Nat. and Geograph. Science," Aug. 1830. Deze schrijver geeft de hoogte der passen aan.
[277] Ongeveer 3720 meter. De eigenlijke naam van dezen vulkaan is Pico de Teyde.
(Vert.)
[278] Een casucha is een klein armzalig huisje: een barak of loods.
[279] De Franschman Denis Papin (1647-1712), die vanaf 1673 adsistent bij Huijgens was, verliet in 1680 als Calvinist zijn geboorteland, en was van af 1688 hoogleeraar te Marburg. Hij vond in 1681 den naar hem genoemden pot (la marmite de Papin), welke ten doel had water en de daarin te koken spijzen hooger te verhitten, dan zulks in open kookpannen mogelijk was, en zoodoende het koken te bespoedigen en meer volkomen te maken. Zijne eerste gedachte was, dat men daarin wellicht beenderen in een bruikbaar voedingsmiddel kon veranderen.
(Vert.)
[280] Deze structuur in bevroren sneeuw was sedert lang door Scoresby waargenomen in de ijsbergen bij Spitsbergen, en onlangs nauwkeuriger door Kolonel Jackson (Journ. of Geogr. Soc., deel V, blz. 12) op de Newa. Charles Lyell (Principles of Geology) heeft de spleten, waardoor de zuilvormige structuur schijnt bepaald te worden, vergeleken bij de voegen die bijna alle gesteenten doorkruisen, maar die het best te zien zijn in ongelaagde massa's. Ik wil hier opmerken, dat de zuilvormige structuur, in het geval van de bevroren sneeuw, moet worden toegeschreven aan eene metamorphische werking (eene chemisch-physische omzetting), en niet aan eene werking gedurende den "neerslag."
[281] Dit is slechts eene toelichting op de merkwaardige wetten, het eerst door Charles Lyell vastgesteld, betreffende het feit, dat geologische veranderingen van invloed zijn geweest op de geographische verspreiding der dieren. De geheele redeneering berust natuurlijk op de hypothese van de onveranderlijkheid der soorten, anders zou het verschil tusschen de soorten in de twee gewesten beschouwd kunnen worden als in lengte van tijd te zijn ontstaan.
[282] Populierenlaan, of openbare wandelplaats.
[283] Cumbre beteekent: bergtop.
(Vert.)
[284] Deze reusachtige woestijncactus Cereus atacamensis levert zelfs sterke balken, planken en brandhout aan de tropische landen.
(Vert.)
[285] Arbeiders, die de ertsen of delfstoffen naar buiten brengen.
[286] Zoo noemde men de kolonisten, die in de 16de en 17de eeuw uit Frankrijk naar St.-Domingo gingen, en hier op wilde ossen jacht maakten. Later veranderden zij in stroopers, roofjagers en kapers. De naam stamt af van het Karaïbische woord boucan (een houten rooster waarop vleesch wordt gerookt).
(Vert.)
[287] Van deze schelpen heeft Prof. E. Forbes eene lijst gezien.
[288] Tegenwoordig staat het koper, wat zijne productie betreft, bovenaan. Terwijl in 1806 slechts vier kopermijnen bij Copiapó in exploitatie waren, bedroeg dit cijfer in 1842 reeds 40, en in 1853 zelfs 116. Van 1861 tot 1864 produceerde Chili voor eene waarde van 49.102871 pesos (1 peso = francs 1.91 of ruim 90 cents), of gemiddeld 12.275718 pesos per jaar. In 1881 steeg dit bedrag tot 16.359809 pesos. In 1902 werd geëxporteerd:
voor 17.123000 pesos aan koper. voor 2.520000 pesos aan zilver. voor 1.624000 pesos aan goud.
(Vert.)
[289] Copiapó werd ook verwoest in 1773, 1796 en 1819. Het grootste deel der zilverertsgangen ligt in de provincie Atacama, waarvan Copiapó de hoofdstad is. Behalve het zilverdistrict Chagnarcillo, zijn ook beroemd die van Tres Puntas en Caracoles. Zij liggen allen in de Jura-formatie, welke in Chili zeer sterk ontwikkeld is, en zich van de vlakte uit tot ver in de dalen der Cordilleras uitstrekt.
(Vert.)
[290] Deel II en IV van Relation historique. Voor de opmerkingen over Guyaquil: zie Silliman's Journal, deel XXIV, blz. 384. Voor die over Tacna door Hamilton: zie Transact. of British Association 1840. Voor die over Coseguina: zie Caldcleugh in Philos. Transact. 1835. In de eerste uitgaaf verzamelde ik verscheidene berichten over het gelijktijdig optreden van aardbevingen en plotselinge dalingen van den barometer, alsook van aardbevingen en luchtverschijnselen.
[291] G. P. J. Scrope (1797-1876) vermaard Engelsch geoloog, vooral bekend door zijne studiën over vulkanen. Hij schreef o.a.: Considerations on Volcanoes (1825); Volcanoes (2de Ed. 1872); Extinct Volcanoes of Central France (1858), behalve eene menigte verhandelingen.
(Vert.)
[292] "Observac. sobre el Clima de Lima," blz. 67--Azara's Reizen, deel I, blz. 381--Ulloa's Reis, deel II, blz. 28--Burchell "Travels," deel II, blz. 524--Webster "Description of the Azores," blz. 124--"Voyage à l'Isle de France par un officier du Roi," deel I, blz. 248--"Description of Sint Helena," blz. 123.
[293] Carl Ochsenius stelt dien afstand gelijk aan acht Duitsche of geographische mijlen. Zie "Chile, Land und Leute."
(Vert.)
[294] Die geraamten werden daar gevonden met de beenderen van uitgestorven quartaire zoogdieren.
(Vert.)
[295] Temple zegt in zijne Reizen door Opper-Peru of Bolivia: "Ik zag op mijn tocht van Potosi naar Oruro de puinhoopen van vele Indiaansche dorpen of woningen, zelfs tot aan de toppen der bergen, welke getuigden van eene vroegere bevolking op plaatsen, die nu geheel verlaten zijn."--Elders doet hij soortgelijke opmerkingen; maar ik kan niet zeggen of deze verlatenheid een gevolg is van gebrek aan bevolking, dan van eene veranderde gesteldheid van het land.
[296] Algarroba is de Spaansche naam van het Johannisbrood (vrucht). De boom zelf heet Algarrobo, Algarrobero of Algarrobera Ceratonia siliqua of Procopis siliquastrum.
(Vert.)
[297] Edinburg Phil. Journ., Jan. 1830, blz. 74; en April 1830 blz. 258. Zie ook Daubeny: A description of active and extinct Volcanoes, London 1858; en Bengal Journal, deel VII, blz. 324.
[298] Iquique telde omstreeks 1882 nog 9000 en thans circa 40100 inwoners. Zij is de hoofdstad der salpeterrijke provincie Tarapacá, die vroeger tot Peru behoorde, maar na den oorlog tusschen Chili en de geallieerden (Peru en Bolivia) in 1879 in het bezit van Chili kwam.
(Vert.)
[299] 18 gallons zijn ongeveer gelijk aan 81,78 liter.
(Vert.)
[300] In 1881 bedroeg de uitvoer 26.473511 pesos, en in 1902 zelfs 126.407000 pesos, of respect. circa 50.564400 en 241.437300 francs. In 1908 steeg de uitvoer zelfs tot 440 mill. francs. In Europa dient het Chili- of natronsalpeter als meststof en tot bereiding van het voor de kruitfabricatie noodige kalisalpeter.
(Vert.)
[301] "Essai politique sur le Royaume de la Nouvelle Espagne." (Engelsche vertaling: Political Essay on the Kingdom of New Spain, deel IV, blz. 199).
[302] Een dergelijk belangwekkend geval wordt medegedeeld in de "Madras Medical Journal," 1839 blz. 340. Dr. Ferguson toont in zijn uitnemend opstel (Edinburg Royal Transact., deel 9) duidelijk aan, dat het gif bij het drogings-proces ontstaat. Vandaar dat droge, heete landen dikwijls het ongezondst zijn.
[303] Peru werd onafhankelijk verklaard (van Spanje) op 28 Juli 1821. Zijne constitutie dateert van 18 Oct. 1856 en 25 Nov. 1860.
(Vert.)
[304] In October 1820.
[305] Tijdens deze aardbeving werden in de eerste 24 uren 200 schokken gevoeld. Van de 23 groote en kleine schepen, die in de haven van Callao lagen, zonken er 19, terwijl de 4 andere--waaronder een fregat--door het geweld der golven op het strand werden gezet. Slechts 200 van de 4000 inwoners ontkwamen den dood. Een klein stuk van het fort Vera Cruz was al hetgeen van de stad overbleef.
(Vert.)
[306] Enkele tientallen van jaren geleden waren de meeste geleerden--waaronder ook Darwin--van meening, dat de mensch geen tijdgenoot kon geweest zijn van de in het Diluvium uitgestorven zoogdieren. Wel was met voldoende zekerheid aangetoond, dat onze voorouders bij het begin der beschavingsgeschiedenis--minstens 12,000 jaren geleden--op een vrij hoogen trap van cultuur stonden, wat landbouw, veeteelt, metaalbewerking en pottenbakkerskunst betrof. In de laatste jaren zijn echter een aantal skeletten en skeletdeelen van menschen gevonden, die, gevoegd bij eene menigte in holen en rotsnissen verzamelde steenen werktuigen van grover en fijner maaksel, de geleerden in staat hebben gesteld het bestaan van den mensch veel verder in het verleden te vervolgen, en wel door het geheele diluviale tijdvak heen (met inbegrip van den ijstijd), tot ongeveer aan het begin. De duur van het Diluvium wordt geschat op minstens 150,000 (door Penck zelfs op ± 700,000) jaren. Vooral de karakteristieke ruwe vuursteenen bijl--de zoogenaamde Chelléen-bijl, heeft als wegwijzer gediend. Deze bijl komt algemeen voor in Frankrijk en België, verder ook in Engeland, Duitschland, Italië, Spanje, Noord-Afrika, en in Noord- en Zuid-Amerika. Daaruit blijkt, dat de mensch reeds in het oud-diluvium een groot deel der Oude en Nieuwe Wereld bewoonde, en dus een tijdgenoot was van de meeste groote zoogdieren, als: mammoethen (en nog oudere soorten van olifanten), holenberen, holentijgers (waaronder van 3 met. lengte), reuzenherten, voorwereldlijke paarden en vele andere dieren, waarop hij jacht maakte en die sedert uitgestorven zijn.
De wetenschap heeft echter haar onderzoek voortgezet en vrij overtuigende bewijzen gevonden, dat de mensch reeds in de oud-plioceen periode (nl. de jongste afdeeling van het Tertiaire Tijdvak) steenen werktuigen heeft vervaardigd, die intusschen zeer primitief zijn. Skeletdeelen van menschen uit die overoude periode zijn echter tot heden niet gevonden. Den tijd, die sedert het oud-plioceen verloopen is, schat Penck op 2-4 millioenen jaren; maar ook al schat men dien (om met Prof. Steinmann te spreken) op het minimum van slechts 400,000 jaren, dan wijst dit cijfer toch op dien buitengewoon hoogen ouderdom van het menschengeslacht. De meening van verscheidene geleerden (Haeckel, Credner e. a.), als zou de ontwikkeling van den mensch uit placenta-zoogdieren (nl. uit de meest volkomen menschapen) in het midden- of laatste gedeelte van het Tertiaire Tijdvak hebben plaats gehad, heeft dus door de jongste onderzoekingen nieuw voedsel gekregen.
(Noot van den Vert.)
[307] Wanneer vulkanische asch--hetzij onmiddellijk door nedervallen uit de lucht of door stroomend water--in neptunische afzettingen geraakt, ontstaat een middenproduct tusschen eene vulkanische en eene neptunische stof. Dit is de vulkanische tuf. Zij kan ontstaan zoowel op het vasteland in vlakten en meren, als in zee.
(Vert.)
[308] Op de kaart ook Chatam gespeld.
[309] Waartoe o.a. de Wolfsmelk behoort.
[310] De geheele archipel, met eene landoppervlakte van 7643 vierkante kilom., telde in 1903 niet meer dan 400 inwoners (Almanach de Gotha, 1904). Hij behoort tot de republiek Ecuador, en ontleent zijn naam aan de schildpadden (galápago wil zeggen "schildpad"), die er vroeger zeer talrijk waren.
[311] Meelachtige wortelknollen van Convolvulus batatus, welke veel als voedsel worden gebruikt.
(Vert.)
[312] Dat de rat, die in de Nieuwe Wereld niet inheemsch was, op schepen uit Europa is overgebracht, is een feit. Evenzoo is de Noorsche rat (Mus decumanus) in Engeland ingevoerd, waar zij in huizen en schepen zulke verwoestingen aanricht. Op gelijke wijze zijn vele andere dieren overgebracht: bijv. de groote adder (Fer de lance), even vergiftig als de ratelslang, kwam door den mensch op Martinique en Santa Lucia. De Europeesche huisvlieg is door schepen naar alle Zuidzee-Eilanden overbracht. Ondanks de koude in Noordwestelijk Europa heeft de kakkerlak (Blatta orientalis) zich hier gevestigd, en maakt zich de warmte in bakkersovens en troggen ten nutte. De Aphis (bladluis) kwam uit Indië; en onze beruchte paalworm (Teredo navalis) was oorspronkelijk een bewoner der equatoriale zeeën.
(Vert.)
[313] Dat Darwin er toen niet geheel zeker van was, als zouden van de 26 soorten landvogels 25 aan deze eilanden eigen zijn, blijkt uit den verderen tekst, en uit zijn werk "The Origin of Species", dat, zooals men weet, eerst in Nov. 1859--dus lang na de uitgave van "Voyage round the World"--verscheen. Op blz. 543 (uitg. 1906) zegt hij: "In the Galapagos Islands there are 26 land-birds; of these 21 (or perhaps 23) are peculiar..."
(Vert.)
[314] of kersenvink (Coccothraustes vulg.)
[315] Fringilla coelebs.
[316] Verder onderzoek heeft geleerd, dat sommige dezer vogels, die men toen tot de eilanden beperkt achtte, op het vasteland van Amerika voorkomen. De uitstekende ornitholoog Sclater deelt mij mede, dat zulks het geval is met Strix punctatissima en Pyrocephalus nanus, en waarschijnlijk ook met Otis (Trapgans) Galapagoensis; zoodat het getal inlandsche vogels tot 23 of waarschijnlijk tot 22 wordt teruggebracht. Volgens denzelfden geleerde zouden één of twee dezer inlandsche vormen veeleer als variëteiten dan als soorten moeten worden opgevat, hetgeen mij steeds als waarschijnlijk voorkwam.
[317] Dr. Günther verklaart (Zoolog. Soc. 24 Jan. 1859), dat deze slang eene bijzondere soort is, die, voor zoover men weet, geen ander land bewoont.
[318] "Voyage aux Quatre Iles d'Afrique." Zie, wat de Sandwich-Eilanden betreft: "Tyerman and Bennet's Journal," deel I, blz. 434; voor Mauritius: "Voyage par un Officier," enz. deel I, blz. 170. Volgens Webb en Berthelot: "Histoire Naturelle des Iles Canaries," zijn er geen kikvorschen op de Kanarische Eilanden. Ik zag er geen op Sint Jago van de Kaap-Verdische Eilanden, en op Sint Helena ontbreken zij.
[319] of Lacertilia volgens Haeckel.
(Vert.)
[320] of perikardion = hartzakje.
[321] ongeveer 329 meter.
[322] Iguana is de Spaansche naam; op Haïti heet zij Leguaan.
(Vert.)
[323] De Ulvae (zeelatuwe of watersalade) behooren tot de zoogenaamde Groene Algen (Chlorophyceae of Coniervea); het donkerroode gewas, waarvan Darwin spreekt, tot de Bruine Algen (Phaeophyceae of Fucoideae).
(Vert.)
[324] Amblyrhynchus wil zeggen "Stompsnuit," van ambl'uc (stomp) en (snuit).
(Vert.)
[325] Diptera of Tweevleugelige insecten (zooals vliegen, enz.) Hymenoptera of Vliesvleugelige insecten (zooals bijen, wespen) met vier vleugels.
[326] Ann. and Mag. of Nat. Hist., deel XVI, blz. 19.
[327] "Voyage in the U. S. ship Essex," deel I, blz. 215.
[328] Linnean Trans., deel XII, blz. 496. Het meest abnormale feit in dit verschijnsel dat ik ontmoet heb, is de wildheid der kleine vogels in de arctische of poolstreken van Noord-Amerika (beschreven door Richardson in zijne Fauna Borealis, deel II, blz. 332), waar zij nooit vervolgd worden, naar men zegt. Dit geval is des te vreemder, wijl men beweert, dat sommigen van dezelfde species in hunne winterkwartieren in de Vereenigde Staten tam zijn. Terecht merkt Richardson op, dat er in de verschillende graden van schuwheid en zorg, waarmede vogels hunne nesten bouwen, veel voorkomt, dat in hooge mate onverklaarbaar is. Hoe zonderling is het niet, dat de Engelsche woudduif, een in 't algemeen zoo wilde vogel, zeer dikwijls zijn jongen opkweekt in heesterboschjes, in de nabijheid van menschelijke woningen!
[329] Deze oostelijk van Tahiti gelegen archipel is een Fransche kolonie en voert den officiëelen naam van Tuamotu-Eilanden. Het woord Tuamotu wil zeggen "Afgelegen." Zijne verdere namen zijn Paumotu- of Overwonnen-Eilanden; Lage Eilanden (volgens Krusenstern); Gevaarlijke Archipel (volgens Bougainville); en eindelijk de Paarlen-Eilanden (volgens de handelaren). Dien laatsten naam ontleenen zij aan hun kostbaarst product: de paarlen. De schoonste parel, die hier gevonden werd en later aan de Koningin van Engeland toebehoorde, werd met f 72000 betaald. Zeer groote en kostbare exemplaren zijn echter zeldzaam. Van de 78 eilanden der groep, die 700 vierkante kilom. groot is en in 1897 5373 inwoners telde, hebben 35 parelbanken in hunne lagunen.
(Vert.)
[330] Pomaré is de naam van eene voormalige dynastie op Tahiti. Zij ving aan in 1793, en de laatste koning van dien naam, Pomaré V, deed afstand van den troon in 1880.
(Vert.)
[331] Caprifolium.
[332] Jasminum.
[333] Rosa canina.
[334] James Cook ontdekte Nieuw-Zeeland en de oostkust van Australië in de jaren 1768-1771.
(Vert.)
[335] Tot de Maleiers--de vijfde der twaalf species.
[336] Moritz Retzsch (1779-1857) bekend door zijn prachtige illustratiën bij de werken van Goethe en Schiller.
(Vert.)
[337] Daarbij heeft het eiland eene zeer geringe bevolkingsdichtheid, want op eene oppervlakte van 268.461 vierkante kilom. (achtmaal Nederland) wonen, volgens de telling in 1908, slechts ongeveer 1,008,000 zielen, waaronder 47,731 Maoris.
(Vert.)
[338] Ook Dámmara australis genoemd. Hij behoort tot de Coniferae en groeit ook op de Philippijnen, waar hij onder den naam van Dámmara-den of Fakkelboom bekend is. Hij levert de bekende dámmara-hars (resina dammarae), evenals de planten dámmara en xylopia op de Molukken. Deze boom, die in vele gevallen 40-50 meter hoog wordt, heeft voor zijne ontwikkeling eene vochtige zeelucht en een drogen kleibodem noodig, en groeit alleen op het noordwestelijk deel van het noordelijkste der twee groote eilanden, waaruit N.-Zeeland bestaat. Zijn hout komt nog het meest overeen met dat van den witten of zilverden in West-Europa, en is zoo duurzaam, dat stammen (veel gebruikt voor masten, mijnstutten, spoorliggers, enz.) die 50 jaren in de aarde hadden gestaan, niets geleden hadden. De kauri-pijnboom is voor het oerwoud in de noordelijke warmere streken van N.-Zeeland, wat de mammoeth-boom is in Californië, en de ceder van den Libanon in Voor-Azië. Dámmara komt van het Hindostansche woord dâmar, dat "hars" beteekent.
(Vert.)
[339] Men kent op N.-Zeeland 115 soorten van varens (varenkruiden en varenboomen). In de wouden vindt men varenboomen (Dicksonia en Cyathea) van 10-13 meter hoogte.
(Vert.)
[340] Tegenwoordig is wol het belangrijkste uitvoerartikel van Nieuw-Zeeland. In 1901, bijv., werd uitgevoerd aan wol voor £ 3.699.000; aan vleesch voor £ 2.369.000; aan goud voor £ 1.754.000; aan boter voor £ 882.000; aan Kaurihars voor £ 746.000; aan huiden voor £ 405.000; aan hout voor £ 295.000; aan kaas voor £ 239.000; en aan steenkool voor £ 142.000.
(Vert.)
[341] In vierkante Engelsche mijlen is de oppervlakte 103,700.
(Vert.)
[342] Deze Amerikaan leefde van 1755-1836.
[343] Het is opmerkelijk, hoezeer dezelfde ziekte in verschillende klimaten gewijzigd wordt. Op het eiland St.-Helena wordt de invoering van scharlakenkoorts als eene plaag gevreesd. In sommige landen worden vreemdelingen en inboorlingen door sommige besmettelijke ziekten even verschillend aangetast, als waren zij verschillende dieren. Van dit feit heeft Chili eenige voorbeelden gegeven, en, volgens A. von Humboldt, ook Mexico. (Essai politique sur la Nouvelle Espagne).
[344] De Maoris op N.-Zeeland zeggen: "Wij zullen ondergaan, evenals onze reuzenvogel, de Dinornis. Evenals de klaver het varenkruid doodde en de Europeesche hond den hond der Maoris; evenals onze rat vernietigd werd door de Pakeha-rat, zoo zal ook ons volk door de Europeanen verdrongen en vernietigd worden."
(Vert.)
[345] "Narrative of Missionary Enterprise," blz. 282.
[346] Kapitein Beechy zegt (Deel I, hoofdstuk 4), dat de bewoners van het eiland Pitcairn (in de Zuidzee met eene oppervlakte van 5 vierkante km. en 126 zielen) vast overtuigd zijn, dat zij na aankomst van elk schip aan huid- en andere aandoeningen lijden. Hij schrijft dit toe aan de diëetverandering tijdens het bezoek. Dr. Macculloch ("Western Isles", deel II, blz. 32) zegt: "Men verzekert, dat bij aankomst van een vreemdeling op St.-Kilda, alle bewoners volgens de gewone zegswijze eene verkoudheid opdoen."--Hijzelf beschouwt de geheele zaak als belachelijk, hoewel zij vroeger dikwijls bevestigd is, doch voegt er bij: "Toen wij den inwoners de vraag voorlegden, verklaarden zij eenstemmig, dat het verhaal juist was." In de Reis van Vancouver vindt men eene ongeveer gelijke mededeeling over Otaheite. Dr. Dieffenbach zegt in eene noot bij zijne vertaling van dit "Dagboek", dat hetzelfde feit algemeen geloofd wordt door de bewoners van de Chatham-Eilanden (ten oosten van N.-Zeeland, 971 vierkante Km.) en in sommige gedeelten van Nieuw-Zeeland. Onmogelijk kon zulk een geloof algemeen ingang hebben gevonden in het noordelijk halfrond, bij de Tegenvoeters en in den Stillen Oceaan, zonder dat er een goede grond voor bestond. Humboldt zegt in zijn Essai politique sur la Nouvelle Espagne, dat de groote besmettelijke ziekten in Panama en Callao "gekenmerkt" zijn door de komst van schepen uit Chili, omdat de menschen uit die gematigde luchtstreek het eerst de noodlottige werking der heete landen ondervinden. Ik wil hier bijvoegen, dat ik in Shropshire heb hooren verzekeren, dat schapen, welke op schepen ingevoerd en bij anderen in hetzelfde hok worden gebracht, dikwijls ziekten onder de kudde voortbrengen, ofschoon zijzelven in gezonden staat verkeeren.
[347] "Travels in Australia", deel I, blz. 154. Voor verscheidene belangwekkende persoonlijke mededeelingen, betreffende deze groote valleien in Nieuw-Zuid-Wallis, moet ik den heer Mitchell mijn dank betuigen.
[348] Macropus en Hypsiprimnus behooren beide tot de Macropodidae, eene familie van de Kangoeroes (Poëphaga), welke eene Orde zijn van de Marsupialia of Buideldieren.
(Vert.)
[349] Ook wel Casuarius emeu genoemd.
[350] Dit dier behoort tot de Monotremata--eene onderklasse der zoogdieren, welke zich hierdoor onderscheidt, dat de individuën slechts ééne opening (tr=hma = gat) bezitten voor het verwijderen der uitwerpselen.
(Vert.)
[351] Met belangstelling vond ik hier den hollen kegel- of trechtervormigen val van de leeuwenmier (Myrmeleon formicarius), of een ander insect. Eerst viel eene vlieg de verraderlijke helling af en verdween onmiddellijk; toen kwam eene groote maar onvoorzichtige mier. Bij de hevige pogingen, welke deze deed om los te komen, wierp de leeuwenmier snel hoopjes zand naar het verwachte slachtoffer (Volgens Kirby en Spence zou de leeuwenmier dit met haren staart doen). Maar de mier had een beter lot dan de vlieg en ontkwam aan de noodlottige kaken, die op den bodem van den hollen trechter verborgen waren. De val van de Australische leeuwenmier was ongeveer slechts half zoo groot als die van de Europeesche.
[352] Traan is sedert lang niet meer een hoofdartikel. In 1901 waren de voornaamste uitvoer-artikelen naar volgorde in millioenen ponden sterl.: goud (17.9); wol (17.8); zilver (4.2); kaas (3.1); dieren (2.9); vleesch (2.7); koper (2.3); huiden (1.9); steenkool (1.9); boter (1.8); suiker (1.3); leder (0.8); talk (0.7).
[353] Hobart Town heet sedert 1 Juni 1881 eenvoudig Hobart. Volgens de telling van 3 Maart 1881 waren er 21.118 zielen en in geheel Tasmanië 115.705. In 1908 bedroegen die cijfers respect.: 40,330 en 185,800.