Part 39
Des nachts sliep ik in het huis van den eigenaar van een der salpetermijnen. Het land is hier even onvruchtbaar als bij de kust, maar door het graven van putten kan men water krijgen, dat eenigszins brak en bitter van smaak is. Daar er bijna geen regen valt, is het water blijkbaar niet hiervan afkomstig, want in dat geval moest het zoo zout als pekel zijn, omdat de geheele omtrek met eene korst van verschillende zoutachtige stoffen bedekt is. Wij moeten daaruit besluiten, dat, hoewel de Cordilleras vele mijlen ver liggen, het water van daar af onder den grond is doorgezijpeld. In die richting liggen enkele dorpjes, waar de inwoners, in 't bezit van wat meer water, eenig land kunnen besproeien en hooi verbouwen, waarmee zij de ezels en muildieren voeden, die bij het salpetervervoer gebruikt worden. Het natronsalpeter werd nu tot aan het schip verkocht voor veertien shillings de honderd pond; de hoofdonkosten komen op het vervoer er van naar de zeekust. De mijn bestaat uit eene harde, tusschen twee en drie voet dikke laag van het salpeterzure zout, vermengd met wat zwavelzure soda (Na2SO4) en zeer veel steenzout (NaCl). Het ligt dicht bij de oppervlakte, en volgt over eene lengte van honderd vijftig mijlen den rand eener groote dalkom of vlakte, die, naar hare grenzen te oordeelen, blijkbaar eens een meer moet zijn geweest, of, wat waarschijnlijker is, een landwaarts in zich uitstrekkende zeearm, gelijk uit de aanwezigheid van jodiumzouten in de zouthoudende laag zou mogen worden afgeleid.
[19 Juli.]
Wij ankerden in de Baai van Callao, de zeehaven van Lima, dat de hoofdstad van Peru is. Hier bleven wij zes weken; maar wegens de troebelen op staatkundig gebied, zag ik zeer weinig van het land. Tijdens den geheelen duur van ons bezoek was het klimaat op verre na zoo aangenaam niet, als meestal wordt voorgesteld. Eene donkere, zware wolkbank hing onafgebroken boven het land, zoodat ik gedurende de eerste zestien dagen slechts eens de Cordilleras achter Lima in 't oog kreeg. De aanblik dezer bergen, zooals ik hen door openingen in de wolken in verdiepingen boven elkander zag, was zeer grootsch. Het is bijna spreekwoordelijk, dat in het lagere gedeelte van Peru nooit regen valt. Toch kan dit moeilijk juist zijn, want bijna elken dag van ons bezoek hing er een dikke, natte mist, wel in staat om de straten modderig en de kleêren vochtig te maken. Het volk belieft dit Peruaanschen dauw te noemen! Dat er niet heel veel regen valt, is zeer zeker; want de huizen zijn slechts met platte daken van geharde modder gedekt; en op den havendam waren scheepsladingen tarwe opgestapeld, die zoo weken lang zonder eenige beschutting werden gelaten.
Ik kan niet zeggen, dat het zeer weinige wat ik van Peru zag, mij beviel; doch men beweert, dat het klimaat des zomers veel aangenamer is. In alle jaargetijden lijden zoowel inwoners als vreemdelingen aan hevige aanvallen van koorts. Deze ziekte komt voor langs de geheele Peruaansche kust, maar is in het binnenland onbekend. De ziekte-aanvallen, die door smetstof ontstaan, zijn altijd hoogst geheimzinnig van aard. Het is zóó moeilijk uit het voorkomen van een land te beoordeelen of het al dan niet gezond is, dat, zoo men iemand gezegd had binnen de keerkringen een oord te kiezen, hetwelk voor de gezondheid gunstig leek, hij zeer waarschijnlijk deze kust genoemd zou hebben. De vlakte, welke het gebied van Callao omgeeft, is spaarzaam met grof gras bedekt; en op sommige punten zijn enkele, ofschoon zeer kleine plassen stilstaand water. Naar alle waarschijnlijkheid ontstaat daaruit de smetstof; want de stad Arica verkeerde in dezelfde omstandigheden, en door het droogleggen van enkele kleine plassen werd hare gezondheidstoestand zeer verbeterd. Miasma ontstaat niet altijd door den invloed van een heet klimaat op een weligen plantengroei; want vele gedeelten van Brazilië, zelfs die waar een krachtige plantengroei gepaard gaat met moerassen, zijn veel gezonder dan deze onvruchtbare kust van Peru. De dichtste wouden in eene gematigde luchtstreek, zooals op het eiland Chiloë, schijnen op den gezondheidstoestand der lucht niet den minsten invloed te hebben.
Het eiland St.-Jago van de Kaap-Verdische Eilanden is een ander sterk sprekend voorbeeld van een land, dat naar ieders verwachting uitermate gezond moest zijn, maar zeer het tegendeel daarvan is. Bij den aanvang van dit boek heb ik gezegd, dat de kale en open vlakten gedurende eenige weken na het regenseizoen een lichten plantengroei bezitten, die onmiddellijk verwelkt en verdroogt; in dezen tijd schijnt de lucht geheel vergiftigd te worden, want dikwijls hebben zoowel inboorlingen als vreemdelingen van hevige koortsen te lijden. Daarentegen is de Galápagos-Archipel, in den Stillen Oceaan met een dergelijken, periodiek aan hetzelfde plantengroei-proces onderworpen bodem, volmaakt gezond. Humboldt heeft opgemerkt, dat in de heete luchtstreek "de kleinste moerassen het gevaarlijkst zijn, wanneer zij, zooals te Vera Cruz en Carthagena, omringd zijn door een dorren zandgrond, die de temperatuur der omringende lucht doet stijgen." [301] Op de kust van Peru is de temperatuur echter niet bijzonder hoog, en zijn misschien daardoor de intermitteerende koortsen niet van de boosaardigste soort. In alle ongezonde landen loopt men het grootste gevaar door op het strand te slapen. Is dit te wijten aan de gesteldheid van het lichaam gedurende den slaap, of aan eene grootere hoeveelheid smetstof op zulke tijden? Het schijnt een feit te wezen, dat zij die aan boord van een schip blijven, ook al ligt dit op slechts korten afstand van de kust voor anker, in 't algemeen minder lijden, dan zij die op het strand zijn. Daarentegen heb ik een merkwaardig geval gehoord, dat er koorts uitbrak onder de bemanning van een oorlogsschip op ongeveer honderd mijlen van de Afrikaansche kust, op denzelfden tijd toen te Sierra Leone een van de gevreesde sterfte-perioden begon. [302]
Sedert de onafhankelijkheidsverklaring [303] heeft geen Staat in Zuid-Amerika meer van anarchie te lijden gehad, dan Peru. Tijdens ons bezoek streden vier aanvoerders gewapenderhand om de oppermacht in de regeering. Kreeg een hunner voor eenigen tijd veel macht, dan spanden de anderen tegen hem samen; maar nauwelijks behaalden dezen de overwinning, of zij werden elkander weer vijandig. Den volgenden dag, op het Jaarfeest der Onafhankelijkheid, werd eene hoogmis gevierd, waarbij de president het sacrament gebruikte. Nu had onder het Te Deum laudamus het ongehoorde feit plaats, dat elk regiment in stede van de Peruaansche vlag, eene zwarte vlag waarop een doodshoofd stond, ontplooide. Denk u eene regeering, waaronder bij zulk eene plechtige gelegenheid bevel kan worden gegeven tot eene vertooning, welke op zoo sprekende wijze getuigde van hunne vastbeslotenheid om zich dood te vechten! Deze staat van zaken heerschte op een voor mij zeer ongelukkigen tijd, daar ik verhinderd werd uitstapjes te doen ver buiten de grenzen der stad. Het kale eiland San Lorenzo, dat de haven vormt, was bijna de eenige plek waar men veilig kon rondloopen. Het bovendeel, ter hoogte van ongeveer 1000 voet, ligt gedurende dit jaargetijde (des winters) beneden de onderste wolkengrens; en dientengevolge bedekt een rijkdom van kryptogamen, benevens enkele bloemen den top. Op de heuvels bij Lima, waar de grond slechts weinig hooger is, vindt men dien bedekt met een tapijt van mos en bedden prachtige gele leliën, Amancaes geheeten. Dit wijst op een veel hoogeren graad van vochtigheid, dan er heerscht op een gelijke hoogte te Iquique. Verder noordwaarts boven Lima wordt het klimaat vochtiger, totdat wij aan de oevers van Guayaquil (Ecuador), bijna onder den evenaar, de weligst begroeide wouden vinden. Volgens de beschrijving, echter, geschiedt deze overgang van de onvruchtbare Peruaansche kust tot dit vruchtbare land eenigszins plotseling op de breedte van Kaap Blanco, twee graden ten zuiden van Guayaquil.
Callao is eene morsige, slecht gebouwde, kleine zeehaven. Zoowel hier, als te Lima, vertoonden de inwoners alle denkbare tinten van vermenging tusschen Europeesch, Neger en Indiaansch bloed. Zij schijnen een verbasterd, verloopen slag van menschen. De lucht is vervuld met kwade geuren, en die eigenaardige reuk, welke in bijna iedere stad binnen de keerkringen kan worden waargenomen, was hier zeer sterk. Het fort, dat het langdurige beleg van Lord Cochrane doorstond, [304] heeft een indrukwekkend voorkomen. Maar tijdens ons verblijf verkocht de president de koperen kanonnen, en begon enkele gedeelten te ontmantelen. Als reden daarvan werd opgegeven, dat hij geen officier had, dien hij het bevel over zulk een gewichtigen post kon toevertrouwen. Persoonlijk had hij alle redenen om zoo te denken, daar hij het presidentschap had verworven door muiterij te plegen terwijl hij commandant was van dezelfde vesting! Na ons vertrek uit Zuid-Amerika kreeg hij zijne straf op de gewone manier: door eerst te worden overwonnen, toen gevangen genomen, en eindelijk onthoofd.
Lima ligt op eene vlakte midden in eene vallei, die gedurende het langzame wijken der zee gevormd is. Haar afstand tot Callao bedraagt zeven mijlen, en hare hoogte boven deze plaats 500 voet; maar wijl de glooiing zeer geleidelijk is, schijnt de weg volkomen horizontaal. Dit verklaart waarom men, te Lima gekomen, moeilijk zelfs kan gelooven dat men één honderd voet gestegen is. Humboldt heeft op dit eigenaardige, bedriegelijke feit gewezen. Steile, kale heuvels verrijzen als eilanden uit de vlakte, die door rechte modderbanken in groote, groene velden is verdeeld. Met uitzondering van enkele wilgen, en hier en daar eene groep banaan- en oranjeboomen, groeit op deze velden bijna geen enkele boom. De stad Lima verkeert nu in een treurigen staat van verval; de straten zijn bijna ongeplaveid, en in alle richtingen ontwaart men hoopen vuil, waaruit de zwarte gallinazos, tam als kippen, stukken aas oppikken. De huizen hebben in 't algemeen eene bovenverdieping, die om de aardbevingen van gepleisterd houtwerk is gemaakt; maar eenige oude, welke nu door verscheidene familiën bewoond worden, zijn verbazend groot en zouden in hunne rijen van vertrekken met de fraaiste huizen van elders kunnen wedijveren. Lima, de Stad der Koningen, moet weleer eene weelderige stad geweest zijn. Het bijzonder groot aantal kerken geeft haar, zelfs nog heden, een eigenaardig en treffend karakter, vooral wanneer men dit alles van nabij ziet.
Op zekeren dag ging ik met eenige kooplieden in de onmiddellijke nabijheid der stad op jacht. Onze vangst was zeer karig; maar ik had gelegenheid de puinhoopen van een oud Indiaansch dorp te zien, met zijn grafheuvel, evenals een natuurlijke heuvel, in het midden. De overblijfsels der huizen, omheiningen, besproeiingskanalen en grafheuvels, welke over deze vlakte verspreid liggen, laten niet na den bezoeker een hoog denkbeeld te geven van de maatschappelijke welvaart en de talrijkheid der oude bevolking. Let men op hun aardewerk, wollen kleederen en sierlijk gevormd keukengereedschap van het hardste gesteente; op hunne koperen werktuigen, versieringen van edelgesteenten, hunne paleizen en waterleidingwerken--dan moet men wel eerbied koesteren voor de verbazende vorderingen, door hen in de beschavingskunsten gemaakt. De grafheuvels, Huacas genaamd, zijn inderdaad verbazingwekkend, al schijnen zij ook op sommige plaatsen natuurlijke heuvels te wezen, die afgestoken en vervormd zijn. Men vindt hier nog eene andere en zeer verschillende soort van ruïnen, welke eenige belangstelling verdienen, namelijk die van oud Callao, dat door eene zeegolf die de groote aardbeving van 28 October 1746 vergezelde, overstroomd werd. [305] De verwoesting moet toen zelfs nog grooter geweest zijn dan te Talcahuano. Hoopen grof keizand verbergen bijna de fundamenten der muren, en groote stukken metselwerk schijnen als kiezelsteenen door de golven rondgedraaid te zijn. Men heeft beweerd, dat het land tijdens deze gedenkwaardige aardbeving zonk (dat een deel der kust bij Callao in eene baai veranderde, zegt Lyell duidelijk in zijne Principles of Geology); maar hiervan kon ik geen bewijs ontdekken. Toch lijkt mij dit verre van onwaarschijnlijk; want sedert de stichting der oude stad moet de kust zeker eenige verandering ondergaan hebben, daar niemand, die bij zijn gezonde verstand is, vrijwillig de smalle strook zand tot woonplaats zou hebben gekozen, waarop nu de puinhoopen staan. Sedert onze reis, is Tschudi door vergelijking van oude en nieuwe kaarten tot de gevolgtrekking gekomen, dat de kust ten noorden en ten zuiden van Lima zonder twijfel gezonken is.
Op het eiland San Lorenzo zijn zeer voldoende bewijzen van landrijzing in het hedendaagsche tijdperk--wat natuurlijk niet in strijd is met de meening, dat later eene kleine daling van den grond heeft plaats gehad. De zijde van het eiland tegenover de Baai van Callao is in drie onduidelijke terrassen uitgehold, waarvan het onderste eene mijl ver bedekt is met eene bedding of laag, bijna geheel uit schelpen bestaande, die tot 18 thans in de naburige zee levende soorten behooren. De hoogte dezer bedding bedraagt 85 voet. Vele van deze schelpen zijn ver weggeteerd, en zien er veel ouder en verweerder uit, dan die op 500 of 600 voet hoogte op de kust van Chili. Zij zijn vergezeld van veel steenzout, een weinig zwavelzure kalk (beiden vermoedelijk ontstaan door indroging en verdamping van het zeeschuim, terwijl het land langzaam rees), benevens zwavelzure soda en chloorcalcium (CaCl2). Zij rusten op brokstukken van den onderliggenden zandsteen, en zijn eenige inches dik met rotspuin bedekt. De hooger op dit terras liggende schelpen bleken, bij onderzoek, af te schilferen en vielen tot een fijn poeder uiteen. Eindelijk vond ik op een boventerras, ter hoogte van 170 voet, alsmede op eenige aanmerkelijk hoogere punten, eene laag zoutachtig poeder van volmaakt hetzelfde voorkomen, en betrekkelijk evenzoo gelegen. Ik twijfel niet of deze bovenlaag vormde oorspronkelijk eene bedding schelpen, evenals die op de 85 voet hooge klip; maar thans bezit zij geen spoor meer van organische structuur. De heer Reeks heeft het poeder voor mij onderzocht: het bestond uit sulphaten en chloriden van calcium en natrium, met zeer geringe bijmengsels van koolzure kalk. Het is bekend, dat groote hoeveelheden steenzout en koolzure kalk, eenigen tijd vermengd zijnde, elkander gedeeltelijk ontleden, wat echter met kleine opgeloste hoeveelheden niet gebeurt. Daar de half vergane schelpen in de lagere gedeelten vergezeld zijn van veel steenzout, benevens eenige van de zouthoudende stoffen die de zoutachtige bovenlaag vormen; daar verder deze schelpen op merkwaardige wijze verteerd en vervallen zijn, vermoed ik sterk, dat deze dubbele ontleding hier heeft plaats gehad. In dat geval moeten de resulteerende zouten zijn: koolzure soda en chloorcalcium, waarvan het laatste wèl, het eerste niet aanwezig is. Dit leidt mij tot de onderstelling, dat de koolzure soda door tot nu toe onverklaarbare werkingen in het zwavelzure zout wordt omgezet. Het is duidelijk, dat de zoutlaag niet bewaard had kunnen blijven in een land, waar nu en dan overvloedig regen valt; maar tevens is juist deze omstandigheid--namelijk, dat het steenzout niet is weggespoeld geworden--welke op het eerste gezicht zoo uiterst gunstig lijkt voor het langdurige behoud van onbeschutte schelpen, waarschijnlijk de zijdelingsche oorzaak geweest van hare ontbinding en vroegtijdig verval.
Met zeer veel belangstelling vond ik, 85 voet hoog op het terras, eenige stukjes katoendraad, gevlochten bies, en den knop van een Indiaansch-hoornen stok: alles bedolven tusschen de schelpen en velerlei afval, dat uit zee was aangespoeld. Ik vergeleek deze overblijfsels met andere van dien aard, welke uit de Huacas of oude Indiaansche grafheuvels waren opgedolven, en vond dat zij er eender uitzagen. Bij Bellavista, op het vasteland tegenover San Lorenzo, ligt eene uitgestrekte, effen en ongeveer honderd voet hooge vlakte, waarvan het benedengedeelte bestaat uit afwisselende lagen zand en onzuivere klei, benevens wat grint; terwijl de oppervlakte drie tot zes voet diep uit een roodachtig leem bestaat, met hier en daar enkele zeeschelpen, en verder talrijke kleine stukken grof rood aardewerk, welke op sommige plaatsen menigvuldiger zijn dan op andere. Eerst was ik geneigd te gelooven, dat deze bovenbedding wegens hare groote uitgestrektheid en effen oppervlakte onder de zee moest afgezet zijn; maar later vond ik eene plek, waar bleek, dat zij op een kunstvloer van ronde steenen lag. Het komt mij daarom hoogst waarschijnlijk voor, dat er in een tijd toen het land op lager peil stond, eene vlakte was, zeer gelijkend op die welke thans Callao omringt en, door een strand van grof grint beschermd, slechts zeer weinig boven den zeespiegel gerezen is. Ik stel mij voor, dat op deze vlakte met hare onderliggende roode-kleibeddingen de Indianen hunne aarden potten maakten; voorts, dat de zee gedurende eene hevige aardbeving over het strand sloeg en de vlakte in een tijdelijk meer veranderde, zooals in 1713 en 1746 rondom Callao gebeurde. Het water zou dan modder hebben afgezet, waarin stukken steengoed uit de pannenbakkerijen, die op sommige plekken talrijker waren dan op andere, vermengd met zeeschelpen. Deze bedding met haar fossiel aardewerk ligt op ongeveer dezelfde hoogte als de schelpen op het benedenterras van San Lorenzo, waarin de katoendraden en andere overblijfselen begraven lagen. Uit dit feit mogen wij met zekerheid besluiten, dat er in het Indiaansche tijdvak der geschiedenis van het menschdom eene rijzing is geweest van meer dan 85 voet, zooals wij boven zeiden, want van die rijzing is een klein deel verloren gegaan, omdat de kust sedert de vervaardiging der oude kaarten gedaald is. Ofschoon de rijzing te Valparaiso in de 220 jaren vóór ons bezoek niet meer dan 19 voet kan hebben bedragen, is daar echter na 1817 eene deels onmerkbare, en gedurende de aardbeving van 1822 deels plotselinge rijzing geweest van tien of elf voet. De ouderdom van het Indiaansche ras alhier--te oordeelen naar de 85-voet hooge rijzing van het land sedert de overblijfsels bedolven werden--is des te merkwaardiger, wijl de Macrauchenia (de uitgestorven dieren, wier geraamten in de Pampas van Zuid-Amerika gevonden worden) nog leefde op de kust van Patagonië, toen het land daar ongeveer evenveel voeten lager stond; maar wijl de kust van Patagonië op eenigen afstand van de Cordilleras ligt, is de rijzing daar mogelijk langzamer geweest dan hier. Te Bahia Blanca heeft de rijzing slechts één voet bedragen, sedert de talrijke reusachtige viervoetige dieren er begraven werden; en zooals algemeen wordt aangenomen, bestond de mensch nog niet toen deze uitgestorven dieren leefden. Misschien staat echter de rijzing van dat gedeelte der Patagonische kust in geen enkel verband tot de Cordilleras, maar eerder tot eene reeks oude vulkanische gesteenten in Oost Banda, zoodat zij oneindig langzamer geschied kan zijn dan op de kusten van Peru. Het is intusschen wel duidelijk, dat al deze bespiegelingen vaag moeten zijn; want wie zal durven zeggen, dat er niet verscheidene perioden van daling zijn geweest, zich inschakelend tusschen de rijzende bewegingen? Weten wij niet met zekerheid, dat er langs de geheele kust van Patagonië in de rijzende werking der opstuwende krachten vele en langdurige tijdperken van rust geweest moeten zijn? [306]
HOOFDSTUK XVII.
DE GALÁPAGOS-ARCHIPEL.
[15 September 1835.]
Deze archipel bestaat uit tien hoofdeilanden, waarvan vijf de anderen aanmerkelijk in grootte overtreffen, en ligt onder den evenaar, op een afstand van vijf- tot zeshonderd mijlen van de Amerikaansche kust. Zij zijn allen uit vulkanische gesteenten gevormd, want enkele stukken graniet van eene eigenaardige, door de hitte gewijzigde kristallijnen structuur, kunnen nauwelijks als eene uitzondering worden beschouwd. Sommige kegels of kraters, die zich op de grootere eilanden verheffen, zijn verbazend groot en bezitten eene hoogte van 3000 tot 4000 voet. Hunne hellingen zijn bezaaid met tallooze kleinere openingen. Bijna zonder aarzelen durf ik zeggen, dat er in den geheelen archipel minstens 2000 kraters zijn. Deze bestaan òf uit lava en slakken, òf uit fijn gelaagde, zandsteenachtige tuf. [307] Kraters van laatstgenoemde soort, waarvan de meesten een fraaien symmetrischen vorm bezitten, hebben hun ontstaan te danken aan uitbarstingen van vulkanische modder zonder lava. Het is een opmerkelijk feit, dat bij alle 28 tufsteen-kraters die onderzocht werden, de zuidelijke hellingen òf veel lager dan de andere zijden, òf geheel vernield en gesloopt waren. Daar al deze kraters klaarblijkelijk in zee zijn gevormd, en de door den passaatwind voortgezweepte golven benevens de deining uit volle zee hare krachten hier op de zuidelijke kusten van al deze eilanden samentrekken, laat die zonderlinge overeenstemming in den gebroken vorm der uit de zachte en buigzame tuf samengestelde kraters, zich gemakkelijk verklaren.
Zoo men bedenkt, dat deze eilanden onmiddellijk onder den evenaar liggen, dan is het klimaat verre van buitengewoon heet. Dit schijnt in hoofdzaak een gevolg van de bijzonder lage temperatuur van het omgevende water, hetwelk door den grooten Zuidpool-stroom hierheen wordt gevoerd. Eene korte poos uitgezonderd, regent het hier zeer weinig en dan nog ongeregeld; maar de wolken hangen meestal laag. Dit heeft ten gevolge, dat, terwijl de lagere gedeelten der eilanden zeer dor zijn, de bovengedeelten ter hoogte van een duizend voet, en daarboven, een vochtig klimaat met een rijken en weligen plantengroei bezitten. Vooral is dit het geval aan de windzijden der eilanden, welke de vochtdeelen uit den dampkring het eerst ontvangen en verdichten.
Op den morgen van den 17den landden wij op het eiland Chatham, [308] dat, evenals de andere, een vlakronden omtrek heeft, hier en daar afgebroken door lage, verspreid staande heuvels--de overblijfsels van vroegere kraters. Niets kon minder aantrekkelijk zijn dan de eerste aanblik van dit eiland. Men stelle zich voor eene woest golvende oppervlakte van zwarte basaltlava, die in de wildste stroomen heeft gevloeid, doorsneden van groote scheuren, en overal bedekt met een kwijnend, verschroeid kreupelhout, dat weinig teekenen van leven vertoont. Door de middagzon verwarmd, verwekte die droge, geblakerde oppervlakte een gevoel van drukkende hitte in de lucht, evenals die van een kachel; ik verbeeldde mij zelfs, dat de struiken branderig roken. Ofschoon ik al mijn best deed zooveel planten te verzamelen als mogelijk was, kon ik er maar weinige bijeenbrengen; en die kleine kruiden zagen er zoo armzalig uit, dat zij beter bij eene arctische dan bij eene equatoriale flora gepast zouden hebben. Op eenigen afstand gezien, schijnt het kreupelhout even bladerloos als onze boomen in den winter; en het duurde eenigen tijd voor ik ontdekte, dat niet alleen bijna elke plant nu geheel in blad stond, maar dat de meesten ook in bloei stonden. De meest voorkomende struik behoort tot de Euphorbiaceae, [309] terwijl eene acacia en een groote, vreemd uitziende cactus de eenige boomen zijn, die eenige schaduw geven. Men zegt, dat na het seizoen der hevige regens de eilanden er korten tijd gedeeltelijk groen uitzien. Het vulkanische eiland Fernando Noronha, dat in vele opzichten in bijna gelijke omstandigheden verkeert, is de eenige andere plek waar ik een plantengroei gezien heb, geheel gelijk aan die der Galápagos-Eilanden.