Part 15
Op zekeren dag, toen ik aan de oevers van de Uruguay jaagde, werden mij sommige boomen gewezen, waar deze dieren steeds heenloopen, om, zoo het heet, hunne klauwen te scherpen. Ik zag drie welbekende boomen: aan de voorzijde was de bast oogenschijnlijk door de borst van het dier licht gesleten, en aan weerszijden waren diepe schrammen of liever groeven, die schuins afloopend bijna een yard lang waren. De schrammen waren van verschillenden ouderdom. Een gewoon middel om zich te vergewissen of een jaguar in de buurt is, bestaat hierin, dat men deze boomen onderzoekt. Ik stel mij voor, dat deze gewoonte van den jaguar volkomen gelijk is aan die, welke men dagelijks bij de huiskat zien kan, als deze met gestrekte pooten en uitgestoken nagels den poot van een stoel schraapt; en ik heb gehoord, dat jonge vruchtboomen in een boomgaard in Engeland hierdoor zeer geleden hadden. Ongeveer eene dergelijke gewoonte moet ook den puma eigen zijn, want menigmaal heb ik op den kalen harden bodem van Patagonië kepen gezien zóo diep, dat een ander dier ze niet kon gemaakt hebben. Ik geloof, dat het doel dezer handeling is de gescheurde punten van hunne klauwen af te vijlen, en niet, zooals de Gauchos denken, om ze te scherpen. De jaguar wordt zonder veel moeite gedood door middel van honden, die hem door hun geblaf in een boom jagen, waar hij met kogels wordt afgemaakt.
Ten gevolge van slecht weder bleven wij twee dagen aan onze tuien liggen. Ons eenig vermaak bestond in het vangen van visch voor ons middageten; en de talrijke soorten die er waren, lieten zich alle goed smaken. Een visch, genaamd de armado of wentelaar (Silurus), is merkwaardig om het harde, knarsende geluid, dat hij maakt als hij met lijn en haak gevangen wordt, en dat duidelijk gehoord wordt als de visch onder water is. Dezelfde visch heeft het vermogen om voorwerpen, zooals een riemblad of vischlijn met de sterke graten van zijn borst- of rugvin stevig vast te grijpen. Des avonds was het weêr bepaald tropisch, en stond de thermometer op 79°. Tal van vuurvliegen fladderden rond, en de muskieten waren zeer lastig. Slechts vijf minuten stak ik mijne hand uit, en weldra zag zij er zwart van; ik geloof dat er niet minder dan vijftig waren--alle druk aan het zuigen.
[15 October.]
Wij gingen op weg en voeren langs Punta Gorda, waar eene kolonie van tamme Indianen is uit de provincie Missiones. Snel zeilden wij den stroom af; maar wegens eene kinderachtige vrees voor slecht weêr, draaiden wij vóor zonsondergang bij in een smallen arm van de rivier. Ik nam de boot en roeide een eind deze kreek in. Zij was zeer smal, bochtig en diep; aan weerszijden een dertig tot veertig voet hooge muur van boomen, door slingerplanten omkronkeld, die aan de kreek een bijzonder duister aanzien gaf. Ik zag hier een zeer zeldzamen vogel, den Schaarbek (Rhynchops nigra). Hij heeft korte pooten, zwemvoeten, vleugels met buitengewoon lange punten, en is ongeveer zoo groot als eene zeezwaluw. De bek is zijdelings afgeplat, namelijk in een vlak loodrecht op dien van den lepelaar of eend. Hij is zoo plat en buigzaam als een ivoren vouwbeen, en de onderste kinnebak is, in tegenstelling met alle andere vogels, anderhalve inch langer dan de bovenste.
In een meer nabij Maldonado, waaruit het water bijna weggevloeid was, en dat bijgevolg krioelde van zwermen kleine visschen, zag ik vele van deze vogels, meest in troepjes, snel voor- en achteruit dicht boven de oppervlakte van het meer vliegen. Zij hielden hunne bekken wijd open, en de onderste kinnebak half in het water gedompeld. Zoo scherend langs de oppervlakte, kliefden zij die in hunne vlucht; het water was geheel effen, en het zien van zulk een zwerm, waarvan elke vogel zijn smal spoor op het spiegelend oppervlak achterliet, vormde een zeer vreemd schouwspel. In hunne vlucht zwenken zij telkens met verbazende rapheid om, en manoeuvreeren voortdurend met hunne uitstekende onderkinnebak om vischjes op te duiken, die door de kortere bovenhelft van hun schaarvormigen bek gegrepen worden. Dit feit zag ik herhaaldelijk, terwijl zij, evenals zwaluwen, gestadig voor- en achteruit langs mij heen vlogen. Als zij soms de oppervlakte van het water verlieten, werd hunne vlucht wild, ongeregeld en snel; dan stieten zij ook luide, harde kreten uit. Gedurende het visschen, komt het voordeel van de lange eerste slagveêren hunner vleugels, waardoor deze droog blijven, duidelijk aan het licht. Wanneer zij zoo bezig zijn, gelijken hunne vormen op het symbool, waardoor vele kunstenaars zeevogels voorstellen. Hunne staarten worden veel gebruikt om hunne onregelmatige vlucht te sturen.
Deze vogels wonen ver landwaarts in langs den loop van de Rio Parana; men zegt, dat zij hier het geheele jaar blijven en in de moerassen broeden. Overdag rusten zij in zwermen op de grasvlakten, op eenigen afstand van het water. Toen wij, zooals ik gezegd heb, in een der diepe kreken tusschen de eilanden in de Parana voor anker lagen, daagde, bij het vallen van den avond, plotseling een dezer schaarbekken op. Het water was geheel stil, en vele kleine visschen kwamen naar boven. Langen tijd scheerde de vogel over de oppervlakte, en vloog op wilde, ongeregelde wijs de smalle kreek op en neer, die door de toenemende duisternis en de schaduw der overhangende boomen bijna geheel donker was. Te Montevideo bespeurde ik, dat eenige groote zwermen over dag op de modderbanken aan het havenhoofd bleven, op dezelfde manier als op de grasvlakten bij de Parana; en iederen avond vlogen zij zeewaarts. Op grond van deze feiten vermoed ik, dat de Rynchops in 't algemeen bij nacht vischt, als wanneer vele lagere dieren in groote menigte naar de oppervlakte komen. M. Lesson verklaart, dat hij deze vogels de schelpen der in de zandbanken op de Chileensche kust begraven mactrae [141] heeft zien openen; maar hun zachte snavel met ver vooruitspringende onderkinnebak, hunne korte pooten en lange vleugels maken het zeer onwaarschijnlijk, dat deze gewoonte algemeen is.
Toen wij de Parana afzakten, merkte ik slechts drie andere vogels op, wier eigenschappen der vermelding waard zijn. De een is een kleine ijsvogel (Ceryle Americana), die een langeren staart heeft dan de Europeesche soort, en daardoor niet in zulk eene stijve en rechte houding zit. Ook is zijn vlucht, in stede van recht en snel als de loop van een pijl, mat en slingerend, evenals bij de zachtsnavelige vogels. Hij stoot een lagen toon uit, die op het samentikken van twee kleine steenen gelijkt. Een kleine groene papegaai (Conurus murinus) met grijze borst, schijnt de hooge boomen op de eilanden als bouwterrein boven elke andere plek te verkiezen. Een aantal nesten zijn zoo dicht bij elkander geplaatst, dat zij éene groote massa takjes vormen. Deze papegaaien leven altijd in troepen, en richten groote verwoestingen aan in de korenvelden. Men verzekerde mij, dat er bij Colonia 2500 in den loop van een jaar gedood waren. Een vogel met een gespleten staart, die in twee lange vederen eindigt, (Tyrannus savana) en door de Spanjaarden Schaarstaart genoemd, komt bij Buenos Aires zeer veel voor. Gewoonlijk zit hij op een tak van een ombu-boom in de nabijheid van een huis, jaagt van daar in korte vlucht de insecten na, en keert naar dezelfde plek terug. In de vlucht vertoont hij in zijn wijze van vliegen en zijn voorkomen in 't algemeen eene spottende gelijkenis met de gewone zwaluw. Hij is in staat zeer korte draaien in de lucht te maken, waarbij hij zijn staart opent en sluit, soms in horizontale of zijdelingsche, dan in verticale richting--volkomen als eene schaar.
[16 October.]
Eenige mijlen ten zuiden van Rosario wordt de westelijke oever der Parana door loodrechte klippen begrensd, die zich in eene lange lijn tot nabij San Nicolas uitstrekken, zoodat die oever meer op eene zeekust dan op die eener zoetwater-rivier gelijkt. Het is een groot nadeel in het natuurschoon der Parana, dat het water ten gevolge van de zachte gesteldheid harer oevers zeer modderig is. De Uruguay, die door eene granietstreek vloeit, is veel helderder; en waar de beide rivieren zich in den mond der La Plata vereenigen, kan men hare waters op verren afstand aan de zwarte en roode kleuren onderscheiden.--Daar des avonds de wind niet zeer gunstig was, gingen wij, als naar gewoonte, onmiddellijk voor anker; en toen het den volgenden dag wat frisch woei, was de schipper, ondanks den gunstigen stroom, te vadzig om aan varen te denken. Te Bajada was hij mij beschreven als een hombre muy aflicto (zeer zwaartillend man): als iemand, die altijd traag vooruitkwam; maar het moet gezegd worden, dat hij alle vertraging met bewonderingswaardige gelatenheid droeg. Hij was een oude Spanjaard, en had vele jaren in dit land gewoond. De Engelschen mocht hij graag lijden; maar hij beweerde stoutweg, dat de slag bij Trafalgar (1805, Nelson) alléén gewonnen was, omreden alle Spaansche kapiteins waren omgekocht, en dat de eenige werkelijk dappere daad aan beide zijden door den Spaanschen admiraal verricht was. Mij trof het eenigszins kenmerkende feit, dat deze man liever zou willen, dat zijne landgenooten voor de slechtste verraders werden aangezien, dan voor onbekwaam of laf.
[18 en 19 October.]
Langzaam, doordien de stroom ons weinig hielp, zakten wij de statige rivier af. Gedurende dien tocht ontmoetten wij zeer weinig schepen. Een van de beste natuurlijke gaven in zulk een groot verbindingskanaal, nl. eene rivier, waarin schepen uit eene gematigde streek met een even verrassenden rijkdom van sommige producten als een gemis van andere, zouden kunnen varen naar eene streek met een tropisch klimaat en met een bodem, die volgens den besten beoordeelaar, Bonpland, misschien nergens ter wereld zijn weêrga vindt in vruchtbaarheid--die gave schijnt hier moedwillig te worden verworpen. Hoe verschillend zou de aanblik van deze rivier geweest zijn, indien Engelsche kolonisten het geluk hadden gehad 't eerst de Plata op te varen! Welke fraaie steden zouden thans hare oevers hebben bedekt! Tot den dood van Francia, Dictator van Paraguay, moeten deze beide landen gescheiden blijven, als lagen zij op tegenovergestelde punten van den aardbol! En als de oude bloeddorstige tyran de eeuwige rust is ingegaan, zal Paraguay door omwentelingen worden verscheurd, even heftig, als het er vroeger onnatuurlijk kalm was. Dit land zal moeten leeren, evenals elke andere Zuidamerikaansche Staat, dat eene republiek niet slagen kan, voordat zij een zeker corps mannen bezit, die doordrongen zijn van de beginsels van recht en eer.
[20 October.]
Bij onze aankomst in den mond der Parana, ging ik, gedreven door een sterk verlangen om Buenos Aires te bereiken, te Las Conchas aan land, met het plan er heen te rijden. Nauwelijks aan wal, of ik ontdekte tot mijne groote verrassing, dat ik in zekeren zin een gevangene was. Wegens het uitbreken van eene hevige omwenteling, waren alle havens onder arrest gesteld. Ik kon niet naar mijn schip terugkeeren; en over land naar de stad te gaan--daar was geen sprake van. Na een lang onderhoud met den commandant, kreeg ik verlof den volgenden dag naar Generaal Rolor te gaan, die een troep oproerlingen aan dezen kant van de hoofdstad commandeerde. Des morgens reed ik naar het kamp. De generaal verscheen met al zijne officieren en soldaten, die er uitzagen alsof zij groote schurken waren. Des avonds voordat hij de stad verliet, was de generaal vrijwillig naar den gouverneur gegaan, en had met de hand op het hart zijn eerewoord gegeven, dat hij althans tot het laatste trouw zou blijven. De generaal vertelde mij, dat de stad zeer streng geblokkeerd werd, en dat al wat hij doen kon was, mij een paspoort geven aan den hoofdaanvoerder der rebellen te Quilmes. Daar zouden wij een grooten omweg om de stad moeten maken en slechts met veel moeite paarden kunnen krijgen.
Mijn ontvangst in het kamp was zeer beleefd; doch men zeide mij, dat mij onmogelijk kon worden toegestaan in de stad te komen. Ik wenschte dit juist zeer gaarne, daar ik de Beagle in zijn vertrektijd van de Rio Plata vóór was. Nadat ik echter verteld had hoe voorkomend Generaal Rosas aan de Colorado jegens mij geweest was, veranderde dit gesprek nog sneller dan bij tooverslag. Terstond werd mij gezegd, dat, al kon men mij geen paspoort geven, ik toch voorbij hunne schildwachten mocht, mits ik mijn gids en mijne paarden wilde achterlaten. Ik nam dit voorstel met genoegen aan, en een officier werd mij mede gegeven om te zorgen, dat ik niet aan de brug werd tegengehouden. Drie mijlen ver was de weg geheel verlaten. Ik ontmoette een troep soldaten, die zich vergenoegden met mijn oud paspoort ernstig in te kijken, en bevond mij eindelijk tot mijne niet geringe vreugde in de stad.
Bijna zonder voorwendsel van grieven was deze revolutie uitgebroken; maar in een staat, die in den loop van negen maanden (van Februari tot October 1820) vijftien veranderingen in bestuur onderging, terwijl elk gouverneur volgens de grondwet voor drie jaren gekozen werd--zou het zeer onredelijk zijn naar voorwendsels te vragen. In dit geval verliet een troep mannen, die aan Rosas gehecht waren en een afkeer hadden van den Gouverneur Balcarce, ten getale van 70 de stad--en onder de kreet van: "Rosas!" greep het geheele land naar de wapenen. De stad werd toen geblokkeerd, en levensmiddelen, vee noch paarden werden toegelaten; ook werd er nu en dan geschermutseld, waarbij dagelijks enkele mannen vielen. De belegerende partij wist wel, dat zij, door den toevoer van vleesch af te snijden, zeker de overwinning zou behalen.
Generaal Rosas kon van den opstand niet afweten; maar dit scheen volkomen met de bedoelingen zijner partij te strooken. Een jaar geleden was hij tot gouverneur gekozen; doch hij weigerde, tenzij de Sala (Kamer) hem ook buitengewone macht wilden verleenen. Dit werd geweigerd, en sedert dien tijd heeft zijne partij getoond, dat geen ander gouverneur zijn plaats kan behouden. De strijd werd openlijk aan beide zijden gerekt, totdat men van Rosas bericht kon hebben. Enkele dagen nadat ik Buenos Aires verliet, kwam er een brief, waarin de generaal het afkeurde, dat de vrede verbroken was, maar verklaarde, dat de belegerende partij volgens zijne idee het recht aan haar kant had. Alleen op de ontvangst van dit bericht, vloden gouverneur, ministers en een deel der militairen, ten getale van eenige honderden, de stad uit. De oproerlingen kwamen binnen, kozen een nieuwen gouverneur, en werden ten getale van 5500 man voor hunne diensten betaald. Uit deze feiten bleek duidelijk, dat Rosas ten slotte Dictator zou worden: want in den koningstitel heeft het volk in deze, zoowel als in andere republieken een bepaalden tegenzin. Sedert wij Amerika verlieten, hebben wij gehoord, dat Rosas met dictatoriale macht was gekozen, en zich een tijd lang lijnrecht tegen de grondwettelijke beginsels der Republiek heeft gekant.
HOOFDSTUK VIII.
OOST-BANDA EN PATAGONIË.
Nadat ik omstreeks 14 dagen in de stad was opgehouden, was ik blijde aan boord van een beurtschip, dat naar Montevideo voer, te kunnen ontsnappen. Eene geblokkeerde stad moet altijd een onaangename woonplaats zijn; maar in dit geval bestond daarenboven gestadig vrees voor roovers binnen. De schildwachten waren de ergste van allen; want zoowel door hun beroep als omdat zij wapenen in handen hadden, stalen zij met eene brutaliteit, welke andere lieden niet konden navolgen.
Onze overtocht was zeer lang en vervelend. De Rio de la Plata heeft op de kaart eene trotsche uitmonding, maar in werkelijkheid is die zeer arm. Eene wijde uitgestrektheid modderig water bezit grootschheid noch schoonheid. Op zekeren tijd van den dag konden de twee oevers, die beide uiterst laag zijn, nog juist van het dek af onderscheiden worden. Bij mijne aankomst te Montevideo hoorde ik, dat de Beagle eenigen tijd niet zou zeilen; en dit deed mij besluiten toebereidselen te maken voor een korten uitstap in dit gedeelte van Oost-Banda. Al wat ik omtrent de streek bij Maldonado gezegd heb, is toepasselijk op Montevideo; het land is echter veel vlakker, met uitzondering alleen van den 450 voet hoogen Green Mount, waaraan het zijn naam ontleent. Van de golvende grasvlakte is zeer weinig omheind; maar bij de stad zijn enkele haagdammen, die met agaven, cactussen en venkel begroeid zijn.
[14 November.]
Wij verlieten Montevideo in den namiddag. Ik was voornemens naar Colonia del Sacramiento te gaan, eene plaats op den noordelijken oever der Rio Plata en tegenover Buenos Aires gelegen; van daar de Uruguay te volgen tot aan het dorp Mercedes aan de Rio Negro (een der vele rivieren van dien naam in Zuid-Amerika), en van dit punt rechtstreeks naar Montevideo terug te keeren. Wij sliepen in het huis van mijn gids te Canelones. Des morgens stonden wij vroeg op, in de hoop een flinken afstand te kunnen rijden; doch vruchteloos, want alle rivieren waren overstroomd. In booten staken wij de stroomen Canelones, Santa Lucia en San José over, waarmeê veel tijd verloren ging. Op een vorigen uitstap stak ik de Lucia bij hare monding over, en ontdekte tot mijne verrassing hoe gemakkelijk onze paarden, ofschoon niet gewoon te zwemmen, over eene breedte trokken van minstens 600 yards. Toen ik dit te Montevideo vertelde, werd mij gezegd, dat in de Plata eens een schip met eenige kunstenmakers en hunne paarden vergaan was, bij welke gelegenheid een paard zeven mijlen ver naar het strand zwom.
In den loop van den dag vermaakte ik mij met de behendigheid, waarmede een Gaucho een koppig paard dwong eene rivier over te zwemmen. Hij trok zijne kleeren uit, sprong het dier op den rug, en reed het water in tot waar het te diep werd. Toen liet hij zich van het kruis zakken, greep den staart en maakte, telkens als het paard wilde omkeeren, het dier bang door water in zijn gezicht te spatten. Zoodra het paard aan de overzijde grond raakte, sprong de man er op, en zat al stevig met den teugel in de hand, voordat het paard den oever bereikte. Een naakt man op een even naakt paard is een fraai schouwspel; ik had niet gedacht, dat die twee zoo goed bij elkander pasten. De staart van een paard is een zeer nuttig aanhangsel. Eens ben ik met vier man eene rivier overgestoken in eene boot, die op gelijke manier gesleept werd als straks de Gaucho. Als een man en paard eene breede rivier moeten oversteken, doet de man het best met de eene hand den zadelknop of de manen vast te houden, en zich met den anderen arm zelf te helpen.
Wij sliepen en bleven den volgenden dag aan de Cufre-post. Des avonds kwam de postman of brievenbesteller. Hij was een dag over zijn tijd, doordien de Rosario overstroomd was. Dit verzuim zou echter niet vele gevolgen hebben; want ofschoon hij door enkele van de voornaamste steden in Oost-Banda was gegaan, bestond zijn geheele bagage uit twee brieven! Het huis had een aangenaam uitzicht: eene golvende groene vlakte, met sporen van de Plata in 't verschiet. Het komt mij voor, dat ik deze provincie met een geheel ander oog aanzie, dan toen ik er voor 't eerst kwam. Ik herinner mij, dat ik haar bijzonder vlak vond; maar nu, na mijn galop over de Pampas, is mijn eenige verwondering deze: wat mij toen bewogen kon hebben haar vlak te noemen. Het land is eene aaneenschakeling van golvingen, op zichzelven misschien niet zoo hoog, maar toch ware bergen vergeleken bij de vlakten van Santa Fé. Door deze oneffenheden ontstaan tal van kleine riviertjes of beken, en het gras is groen en welig.
[17 November.]
Wij trokken over de diepe en snelstroomende Rosario, gingen door het dorp Colla, en kwamen des middags te Colonia del Sacramiento. De afstand bedraagt 20 leagues, door eene streek die met fraai gras begroeid, maar dun gezaaid is met vee en menschen. Ik werd uitgenoodigd in Colonia te slapen, en den volgenden dag een heer naar zijne estancia te vergezellen, waar eenige kalksteen-rotsen waren. De stad is op een steenen voorgebergte gebouwd, eenigszins in denzelfden geest als bij Montevideo. Zij is zeer versterkt, maar stad en forten hadden in den Braziliaanschen oorlog veel te lijden. De onregelmatige straten, alsook de omringende boschjes, oranje- en perzikboomen gaven aan deze oude stad een schilderachtig aanzien. De kerk is eene merkwaardige ruïne: voorheen als kruitmagazijn gebruikt, werd zij in een van de tallooze onweersbuien, die boven de Rio de la Plata woeden, door den bliksem getroffen. Twee derden van het gebouw vloog tot aan den grond in de lucht; en het overschot staat nu als een verbrijzeld en zeldzaam monument der vereenigde krachten van bliksem en kruit.
Des avonds wandelde ik om de halfgesloopte wallen der stad. Zij was de hoofdzetel van den Braziliaanschen oorlog, die voor dit land zoo schadelijk is geweest: niet zoozeer in zijne onmiddellijke gevolgen, als omdat hij aanleiding gaf tot het benoemen van een menigte generaals en alle andere officiers-rangen. In de Vereenigde La-Plata-Provinciën zijn meer generaals benoemd (maar niet betaald), dan in het Vereenigde Groot-Brittannië. Deze heeren hebben behagen leeren scheppen in macht, en zijn niet afkeerig van wat schermutselen. Vandaar dat velen altijd op den uitkijk staan om onrust te stoken, en eene regeering omver te werpen, die tot heden nooit op vasten grondslag rustte. Niettemin nam ik hier en in andere plaatsen eene zeer algemeene belangstelling waar in de eerstvolgende presidentsverkiezing; en dit schijnt een goed teeken voor de welvaart van dit kleine land. De inwoners eischen niet veel opvoeding in hunne vertegenwoordigers. Ik hoorde eenige lieden de verdiensten bespreken van die voor Colonia, waarbij gezegd werd, dat al waren die vertegenwoordigers ook geen mannen van zaken, zij toch allen hunne namen konden teekenen! Hiermede, schenen zij te denken, moest elk redelijk mensch tevreden zijn!
[18 November.]
Ik reed met mijn gastheer naar zijne estancia bij de Arroyo de San Juan. Des avonds deden wij een rondrit om zijn landgoed: het besloeg 2 1/2 vierkante leagues, en lag in wat genoemd wordt een hoek, hetgeen zeggen wil: aan eene zijde begrensd door de Plata-rivier, en aan de twee andere beveiligd door ondoorwaadbare beken. Er was eene uitmuntende haven voor kleine schepen, en een overvloed van klein bosch, dat een gezochte brandstof levert voor Buenos Aires. Ik was benieuwd de waarde van zulk eene volledige estancia te kennen. Zij telde 3000 stuks horenvee en zou er drie- of viermaal zooveel kunnen voeden; dan waren er 800 merries met 150 afgerichte paarden, en 600 schapen. Er was overvloed van water en kalksteen, een ruw gebouwd huis, uitstekende corrals en een perzikboomgaard. Voor dit alles was hem £ 2000 geboden, doch hij verlangde slechts £ 500 meer en zou het waarschijnlijk voor minder verkoopen. Het hoofdbezwaar op eene estancia is, het vee wekelijks tweemaal naar eene aangewezen plaats te drijven, om het mak te maken en te tellen. Waar 10 of 15.000 stuks bijeen zijn, zou dit laatste terecht een moeilijk werk worden geacht. Het wordt verricht volgens het beginsel, dat het vee zich onveranderlijk verdeelt in kleine troepen of tropillas van af 40 tot 100 stuks. Elke tropilla wordt aan enkele bijzonder gemerkte dieren herkend, terwijl haar aantal bekend is: zoodat, als er een van de 10.000 verloren is, zulks hieraan ontdekt wordt, dat aan een der tropillas een dier ontbreekt. In een stormachtigen nacht mengt het vee zich dooreen; maar den volgenden morgen scheiden de tropillas zich weer als vroeger, zoodat elk dier zijn maat moet kennen onder 10.000 anderen.