De Reis naar de Maan in 28 dagen en 12 uren
Chapter 8
Eindelijk had het stuk zijn lading binnen. Er schoot niets meer over dan het projectiel in den reusachtigen koker te laten zakken en op de dikke laag schietkatoen te plaatsen.
Maar vooraf moest het noodige in het verblijf der reizigers worden geplaatst. Als Michel Ardan zijn zin had kunnen krijgen, zou hij er een onafzienbare menigte nuttelooze vodden in hebben geladen.
Maar Barbicane was wijzer en alleen wat noodig en nuttig was mocht worden meegenomen, 't Is niet noodig alles optenoemen; barometers, thermometers, kijkers, maankaarten, zagen, houweelen en andere gereedschappen, 3 buksen en 3 karabijnen, kruit en lood in de ruimte; want Michel Ardan was van oordeel dat men niet weten kon met wie men in aanraking zou komen, 't zij menschen of beesten!
Michel Ardan had een zeker aantal dieren willen medenemen, niet juist een paar van ieder, want hij vond niet noodig, tijgers, slangen, krokodillen en dergelijke monsters op de maan over te planten.
»Dat niet," sprak hij tot Barbicane, »maar 't zou toch wel goed zijn, eenige huisdieren, rundvee, ezels en paarden mede te nemen. Wie weet, hoeveel dienst wij er van hebben zouden?"
»Gij hebt gelijk, mijn waarde," antwoordde de voorzitter der Gun-club, »maar ons projectiel is geen arke Noachs. Het is er niet groot genoeg voor en ook niet voor bestemd. Wij blijven dus binnen de grenzen van het mogelijke."
Eindelijk werd besloten, dat men zich zou bepalen tot twee honden, een vervaarlijk grooten en sterken Newfoundlander, benevens een teef, als uitmuntende jachthonden. Voorts eenige doozen met de nuttigste zaden, bij welke Michel Ardan eenige zakken aarde had willen voegen, om er in te zaaien. Van het medenemen van een dozijn zorgvuldig ingepakte heesters was hij niet af te brengen geweest.
Wat de levensmiddelen aangaat, dat sprak van zelf! Men moest er op bedacht zijn, dat men een dor en onvruchtbaar gedeelte der maan kon aantreffen. Barbicane nam proviand mede voor een jaar. Doch vleesch en groenten waren door middel van sterke waterpersen tot den kleinstmogelijken omvang saamgeperst; er was niet veel verscheidenheid van gerechten, maar op zulk een tocht kwam ook geen kieskeurigheid te pas. Van brandewijn had men een paar honderd liter, water voor twee maanden, en dit was zeer ruim, want niemand twijfelde na de laatste ondernemingen der sterrenkundigen, of er is wel water op de maan. Zelfs ook levensmiddelen dacht men er te zullen aantreffen. Michel Ardan hield er zich van verzekerd. Had hij er aan getwijfeld, hij zou niet besloten hebben te vertrekken.
»Bovendien," zei hij eens tot zijn reismakkers, »we zullen niet geheel van onze vrienden op de Aarde afgesloten zijn en zij zullen wel zorgen ons niet te vergeten."
»Zeker niet," verzekerde Maston.
»Hoe meent gij dat?" vroeg Nicholl.
»Doodeenvoudig," antwoordde Ardan, »zal de Columbiad daar niet altijd blijven? Welnu, telkenmale als de maan er een gunstigen stand toe heeft, dat is te zeggen, ééns in het jaar, kan men ons immers bommen met levensmiddelen toezenden, die wij dus op een vasten dag kunnen afwachten."
»Bravo!" juichte Maston.
»Daarentegen zullen wij ook wel een middel vinden om u van ons te doen hooren," merkte Michel Ardan aan.
De laatste benoodigdheden werden ingeladen en Michel Ardan rangschikte alles met voorbeeldigen ijver. Het water werd in de holten geladen, het gas in den houder. De beide potasch-soorten in een hoeveelheid dat zij het twee maanden konden uithouden.
Het projectiel werd naar den top van Stone's Hill gebracht. Sterke kranen hielden het hangende boven het stuk.
Een ontzettend oogenblik! Als éen ketting brak, stortte het gevaarte op het schietkatoen en een vreeslijke ontploffing zou volgen.
Dat gebeurde gelukkig niet. Eenige uren later was het projectiel onmerkbaar zacht op het katoenen kussen gezakt.
»Verloren!" zei kapitein Nicholl, terwijl hij den voorzitter Barbicane 3000 dollar overhandigde.
Barbicane wilde dat geld niet uit de handen van een reisgenoot ontvangen, maar Nicholl stond er op, aan al zijn verplichtingen te voldoen, alvorens hij de aarde verliet.
VIERENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
VUUR!!!
De 1ste December was aangebroken. Een gewichtige dag, want ging het stuk dien avond niet af, en wel te 10 u. 46 min. 40 sec, dan zouden ruim 18 jaren verloopen eer de maan denzelfden stand had, tegelijk in haar naaste punt en in het toppunt.
Het was heerlijk weder, en schoon de winter voor de deur stond, verlichtte de heldere zon de Aarde, die eerlang zou worden verlaten door drie harer bewoners.
Reeds in den vroegen morgen bedekte een onafzienbare menigte den geheelen omtrek. Ieder kwartier bracht de spoortrein andere nieuwsgierigen; ja men meent, dat op dien merkwaardigen dag 9 millioen toeschouwers den grond van Florida betraden.
Reeds sedert een maand waren zij bij duizenden toegestroomd; zij kampeerden rondom Stone's Hill en legden er de grondslagen van een stad, later Ardan Town genaamd. Allerlei natiën waren er vertegenwoordigd, allerlei talen werden er gesproken, allerlei kleederdrachten gezien. 't Waren mannen, vrouwen en kinderen, rijken en armen, in juweelen en lompen, millionnairs en bedelaars. Van alles werd er gegeten en gedronken; menigeen was blijde de maag te kunnen vullen met wat maar eenigszins eetbaar was. Aan kieskeurigheid viel niet te denken.
Het was avond geworden, het sloeg zeven uur. De maan rees statig boven de kimmen. Zij was er prompt op haar tijd. Millioenen jubelkreten begroetten haar.
Daar verschenen de drie koene reizigers. Een nieuw gejubel, zoodat hooren en zien verging. Als door een electrischen stroom ontstoken, hieven de ontelbare scharen tegelijk het Amerikaansche volkslied aan.
Een commissie uit de Gun-club, benevens commissiën uit de Europeesche sterrenwachten begeleidden deze helden van den dag. Barbicane gaf bedaard en koel zijn laatste bevelen. Nicholl stapte met afgemeten tred, de lippen gesloten, de handen op den rug gekruist. Michel Ardan in reiskleederen, met lederen laarspijpen, een reistaschje op zijde, een sigaar in den mond, maakte zich met de ellebogen door de volksmenigte baan.
Het werd tien uur. Het oogenblik van instappen was daar. Eenige minuten waren noodig om in het stuk af te dalen, de sluitplaat vast te schroeven, de stellingen weg te nemen.
Barbicane had zijn chronometers op 1/10 seconde gelijk gezet met dien van den ingenieur Murchison, die de electrische vonk zou ontsteken, zoodat de reizigers het juiste oogenblik konden nagaan waarop zij in de lucht zou worden geschoten.
Het oogenblik des afscheids was daar. Het was een treffend tooneel. Zelfs Michel Ardan was, in weerwil zijner koortsachtige vroolijkheid diep ontroerd. Maston pinkte van onder zijn uitgedroogde oogleden een oude traan weg, zeker voor deze gelegenheid bewaard. Ze viel op het hoofd van zijn waarden voorzitter.
»Als ik eens meêging, het is nog tijd!"
»Onmogelijk, mijn oude Maston!" zei Barbicane.
Eenige minuten later waren de drie mannen binnen het projectiel. Zij hadden de sluitplaat aangeschroefd, en de mond van de Columbiad wendde zich vrij en onbelemmerd naar den hemel.
Nicholl, Barbicane en Michel Ardan waren voor goed in hun metalen gevangenis ingekerkerd.
Wie schildert de ontzettende ontroering, die toen door de verzamelde scharen voer?
De maan gleed statig aan den donkeren hemel. Zij stond in het sterrenbeeld de Tweelingen en was gevorderd tot halverwege den horizon en het zenith. Zij werd begluurd, gelijk het wild door den jager, eer hij losbrandt.
Een sombere stilte woog als lood op dit geheele tooneel. Men durfde nauwelijks ademhalen. Alle blikken zochten den mond van de Columbiad.
Murchison had geen oog van zijn chronometer af. Nog 40 seconden--elke seconde duurde een eeuw.
Na 23 seconden verhieven zich kreten.
»Vijfendertig, zesendertig, zevenendertig, achtendertig, negenendertig, veertig! Vuur!!!"
Murchison drukte op den knop, de vonk vloog door de lading.
Een vreeselijke slag, donderde in de atmosfeer--geen menschelijke taal is in staat het uit te drukken. Een allerverschrikkelijkste vuurgloed deed den grond sidderen, als braakte een vulkaan zijn vlammen uit. De aarde werd opgeheven; slechts aan weinigen gelukte het, in dat oogenblik van schrik het projectiel glorierijk tusschen vlammen en damp opwaarts te zien snellen.
VIJFENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
TELEURSTELLING.
In het oogenblik toen de vlam van het ontplofte schietkatoen als een onmetelijke pluim ten hemel steeg, werd in geheel Florida voor een onberekenbaar kort oogenblik de nacht in helderen dag veranderd. Zelfs in den Atlantischen oceaan werd het lichtverschijnsel waargenomen en in meer dan éen scheepsjournaal aangeteekend.
Het afgaan van de Columbiad werd vergezeld door een wezenlijke aardbeving. Florida schudde tot in zijn ingewanden. Het gas van het schietkatoen, door de hitte uitgezet, verdrong met onvergelijkbaar geweld de luchtlagen, en deze kunstmatige orkaan, honderdmaal sneller dan de natuurlijke, vloog als een hoos door het luchtruim.
Niemand bleef op zijn beenen: mannen, vrouwen, kinderen werden neergeworpen als koren door den storm. Velen werden gewond; Maston, die de onvoorzichtigheid had gehad te dicht bij te komen, werd opgenomen en verscheiden meters achteruit geworpen; hij draaide als een kogel boven de hoofden zijner medeburgers. Ruim 300.000 personen werden op een oogenblik doof.
De luchtpersing wierp tenten en loodsen omver, ontwortelde boomen, ja vernielde te Tampa-Town een honderdtal huizen, benevens de St. Maria-kerk en de nieuwgebouwde beurs. Onderscheidene schepen werden tegen elkander geslagen; van een tiental aan de havenkade vastgemeerde werden de kettingen als katoendraden doorgebroken.
Tot zelfs buiten de grenzen der Vereenigde Staten liet de schok zich voelen. Diep in den Atlantischen oceaan werd hij door westenwinden merkbaar. Een onverwacht noodweer teisterde het eskader van den admiraal Fitz-Roy; onderscheidene schepen werden er door aangegrepen, zonder tijd te hebben zich te bergen; zij sloegen om, onder anderen de _Childe Harold_ van Liverpool, welk ongeluk aanleiding gaf tot zeer ernstige vertoogen van de zijde van Engeland.
Zelfs zegt men--maar hiervoor is geen andere waarborg dan het verhaal van eenige inlanders--dat aan de westkust van Afrika een half uur na het schot een dof geluid als van onder de zee zou gehoord zijn.
Doch wij keeren naar Florida terug. Na het eerste oogenblik van ontsteltenis verhief zich uit aller mond, ook te midden van het klagen en kermen der gekwetsten, de juichtoon: »Leve Ardan! Leve Barbicane! Leve Nicholl!" Ontelbaren staken den neus in de lucht en zetten kijker of lorgnet voor het oog, om het projectiel na te staren. Maar vruchteloos. Men kon er niets van zien en vergenoegde zich met de telegrammen van Long's piek af te wachten. De directeur der sterrenwacht te Cambridge was op zijn post in het Rotsgebergte, en aan dien bekwamen en ervaren sterrenkundige waren de waarnemingen toevertrouwd.
Maar het publiek werd zwaar beproefd door iets dat niet voorzien, en toch gemakkelijk te begrijpen was.
Het weder, tot dusver zoo schoon, veranderde plotseling; de lucht werd geheel en al bewolkt. Het kon ook wel niet anders na de geweldige verplaatsing der luchtlagen tengevolge van het ontploffen van 200,000 kilo schietkatoen. Heeft men, tengevolge van de luchtpersing, na zware veld- of zeeslagen meermalen het weder zien veranderen, dan was na een zoo verschrikkelijken schok wel niets anders te verwachten.
Den volgenden dag--een ondoordringbaar dikke nevel tusschen den hemel en de aarde; en ongelukkigerwijze hing dit gordijn ook boven het Rotsgebergte. Uit allerlei oorden regende het klachten. Maar de natuur stoorde er zich niet aan; nu--hadden de menschen den dampkring in de war gebracht, dan moesten zij het nu zelven bezuren.
Dien geheelen eersten dag trachtte iedereen door het grauwe wolkenkleed heen te boren, maar vruchteloos! En al was de lucht helder geworden, dan nog zou het projectiel niet te zien zijn geweest, want tengevolge van de aswenteling der aarde stond het boven de hoofden der tegenvoeters.
Het werd nacht, maar de maan vertoonde zich even weinig aan den hemel als de zon het overdag had gedaan, zoodat alle waarneming onmogelijk was. Hetzelfde was, blijkens telegram, ook op Long's piek het geval.
Indien intusschen de proef geslaagd was, moesten de reizigers, op 1 December 's avonds te 10 u. 46 min. 40 sec. weggeschoten, den 4den te middernacht op de maan landen. Tot dat tijdstip moest men geduld oefenen, terwijl het ook zeer moeielijk zou zijn een betrekkelijk zoo klein voorwerp waar te nemen, zoolang het onderweg was.
Den 4den December kon de kans bestaan des avonds van 8 tot 12 uur het projectiel te volgen, daar het zich toen als een zwart vlekje op de heldere maanschijf moest vertoonen. Maar de lucht bleef onverbiddelijk bewolkt, zoodat het publiek in woede geraakte en de maan allerlei scheldwoorden toesnauwde.
Maston was wanhopig; hij besloot naar Long's piek te reizen om zelf te zien. Hij twijfelde niet of zijn vrienden hadden het doel hunner reis bereikt. Trouwens men had niet gehoord dat het projectiel ergens op aarde was neergekomen, en Maston dacht er niet eens aan, dat het gemakkelijk in den oceaan kon gevallen zijn, die toch den aardbol voor 3/4 bedekt.
Den 5den, hetzelfde weder. De groote telescopen der Oude wereld, die van Herschel, Rosse, Foucault, waren op de maan gericht, daar het weder in Europa allergunstigst was. Maar de werktuigen waren te zwak voor eenige afdoende waarneming.
Den 6den, hetzelfde weder. Sint Nicolaas bracht wel lekkers voor de kinderen, maar geen helder weer voor de groote menschen. Men begon te vragen of niets aan het weder zou kunnen gedaan worden.
Den 7den eenige hoop, maar 't duurde niet lang: toen de avond viel, dikke, dikke, dikke lucht.
't Werd erg. Den 11den 's morgens 9 u. 11 min. was het Laatste kwartier. Dan werd de stand der maan van dien aard, dat geen helder weder meer helpen zou. Zij zou hoe langer zoo meer afnemen en ten laatste Nieuw worden; zij zou tegelijk met de zon op- en ondergaan, maar de stralen van deze moesten beletten, iets van de maanschijf te zien. Er zat dus niets anders op dan te wachten tot 3 Januari, 44 min. na den middag, om bij Volle maan de waarnemingen te hervatten.
De dagbladen maakten er zich zoo goed mogelijk af en vermaanden het publiek tot engelengeduld.
Den 8sten, geen verandering in den toestand.
Den 9den geen verandering. Algemeen gemor.
Den 10den geen verandering, dan alleen in het hoofd van den secretaris Maston, daar de brave man op het punt scheen het verstand te verliezen, dat hij onder zijn kunstschedel van getah-pertja nog altijd had behouden.
Den 11den zwaar onweder, gevolgd door heldere lucht in den avond. Er kwam....
ZESENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
EEN NIEUWE STER.
In den nacht vloog, met de snelheid van een bliksemstraal, door middel van al de telegraafdraden der Aarde, het navolgend bericht van de sterrenwacht op het Rotsgebergte.
_Long's Piek 12 December._
_Aan de Sterrenwacht te Cambridge_.
»Het projectiel, afgeschoten door de Columbiad op Stone's Hill, is den 12den December, 's avonds te 8 uur 47 min. gezien bij het laatste kwartier der maan.
»Het projectiel heeft de maan niet bereikt; het is er nabij gekomen, nabij genoeg om onder de aantrekkingskracht der maan te geraken.
»De rechtlijnige beweging is veranderd in een kringvormige, zoodat het projectiel een elliptische baan om de Maan beschrijft en een wachter is geworden van den wachter der Aarde.
»De elementen van dit nieuwe hemellichaam kunnen nog niet worden opgegeven. Men kent noch zijn snelheid in de loopbaan, noch die van de aswenteling. De afstand van de oppervlakte der Maan kan voorloopig op 4,500 mijlen worden geschat.
»Twee onderstellingen kunnen zich voordoen en een verandering in den staat van zaken veroorzaken:
»òf, de aantrekking der Maan zal de omwentelingssnelheid overwinnen, zoodat het projectiel toch op de Maan nederkomt.
»òf, het projectiel zal tot aan het einde der eeuwen rondom de Maan blijven zweven.
»De waarnemingen zullen dit eenmaal uitwijzen, maar tot hiertoe heeft de onderneming der Gun-club niets uitgewerkt dan ons zonnestelsel met een nieuw hemellichaam ter verrijken.
J. Belfast."
Tal van vragen vloeiden voort uit dit onverwacht bericht; tal van geheimen werden aan de wetenschap ter ontraadseling voorgelegd. Zoo zou dan, dank zij den moed en de zelfopoffering van drie mannen, deze onderneming: een projectiel naar de maan af te schieten,--en hoe weinig beteekende dat!--tot onberekenbare gevolgen leiden. De reizigers, in den nieuwen wachter opgesloten, mochten dan hun doel niet bereikt hebben,--zij draaiden om de nachtvorstin, zoodat deze haar verborgenheden voor 't eerst aan aardbewoners zou onthullen. De namen van Nicholl, Barbicane en Michel Ardan zouden dus voor altijd beroemd worden in de jaarboeken der sterrenkunde; want terwijl deze waaghalzen den kring der menschelijke kundigheden hadden willen verwijden, waren zij zelven in een kring van sterrenkundige beweging verplaatst.
Hoe het zij, het bericht van den directeur Belfast bracht door de geheele beschaafde wereld een indruk teweeg van verbazing en schrik. Zou men die moedige mannen te hulp kunnen komen? Neen voorzeker, want zij hadden zich begeven buiten de grenzen, aan wezens der Aarde gesteld. Luchtverversching hadden zij voor twee maanden, levensmiddelen voor een jaar. Maar dan?... De ongevoeligste harten klopten angstig bij deze vraag.
Eén man was er, die de zaak niet als hopeloos beschouwde--de secretaris Maston.
Hij verloor hen niet uit het oog. Hij verliet den kijker der Gun-club niet. Zoodra de Maan boven de kimmen kwam, was hij op zijn post, onophoudelijk turende naar de zilveren schijf, op of nabij welke hij het voorwerp hoopte te zien, dat zijn drie vrienden bevatte, en tot ieder, die het hooren wilde, uitte hij de hoop, dat de tijd eerlang zou aanbreken, waarop hij en zij elkander tijding konden toezenden. »Wetenschap en Kunst staat hun," zei hij, »ten dienste, en daarmede kan men doen wat men wil. Gij zult eens zien hoe zij er zich uitredden."
ZEVENENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
GOEDE REIS.
Met klokslag van tienen waren Barbicane, Michel Ardan en Nicholl in het projectiel gegaan; te 10 u. 46 min. 40 sec. zou de Columbiad worden afgeschoten; zij hadden bijgevolg 46 min. 40 sec. op het schietkatoenen kussen door te brengen. Van de buitenwereld waren zij afgesloten zoodra Nicholl de aluminium-plaat die op de opening paste, had vastgeschroefd. Het was stikdonker in hun verblijf.
»Nu moeten wij doen alsof wij thuis zijn," meende Michel Ardan. »Laat dat maar aan mij over, ik weet wel hoe. Eerst wat licht! Voor den drommel, het gas is niet voor de mollen uitgevonden!"
Hij streek een lucifer tegen de zool zijner laars en bracht het vlammetje tegen den gasbek, gemeenschap hebbende met koolwaterstof, dat onder hooge drukking in dier voege was opgesloten, dat voor 144 uren, zes etmalen, vuur en licht voorhanden was.
Bij het gaslicht kon men zien hoe keurig het vertrekje er uitzag, de wand met zijde bekleed, met divans in het rond, alles net gerangschikt: wapenen, instrumenten, gereedschappen. Al het mogelijke was gedaan om de vermetele onderneming te doen slagen. Michel Ardan betuigde zeer tevreden te zijn.
»'t Is een gevangenis," zei hij, »maar een reizende, en als ik den neus buiten het raam kon steken, zou ik er wel voor honderd jaar huur aan willen hebben. Ge lacht, Barbicane? Waar denkt ge aan? Dat dit kamertje uw graf wel zou kunnen zijn? Is het er niet mooi genoeg voor?"
Terwijl Michel Ardan aldus babbelde, hadden de anderen ook nog het een en ander te doen.
De chronometer van Nicholl wees tien uur twintig, toen de reizigers goed en wel binnen waren.
»Nog 27 min. blijven wij op de Aarde," zei Barbicane, den chronometer raadplegend.
»Nog 26 minuten 40 seconden," antwoordde Nicholl.
»Nu ja! maar wij hebben meer te doen dan over seconden te praten."
»Zijn wij dan niet klaar?"
»Zeker, maar wij moeten nog eenige voorzorgen nemen tegen den eersten schok."
»Wij hebben immers watervlakken met schutsels die aan stukken springen, om den schok te breken?
»Ik hoop er het beste van," mompelde Barbicane.
»Hopen!" riep Michel Ardan uit. »Hopen? De grappenmaker is er niet eens zeker van!"
»Nog twintig," merkte Nicholl aan.
»Zouden wij niet op ons hoofd gaan staan, zooals de clown in een paardenspel?" vroeg Michel Ardan.
Barbicane meende, dat het beter was op zijde te gaan liggen. »In allen geval geloof ik, dat het vrij om 't even zal zijn, want wij zijn hier toch ingesloten."
»Dertien minuten dertig seconden," zei de kapitein.
Drie welgevulde matrassen behoorden tot den inventaris van het projectiel. Nicholl en Barbicane legden ze midden op de schijf, die den beweegbaren vloer uitmaakte. De reizigers zouden er zich op uitstrekken als het tijd van vertrekken was.
Ardan speelde inmiddels met de honden, aan wie hij de beteekenisvolle namen Diana en Wachter had gegeven.
»Het is 10 uur 37 minuten 6 seconden," sprak Nicholl.
»Welnu, kapitein, dan hebt gij binnen een kwartier nog 9000 dollars aan den voorzitter te betalen; 4000 omdat de Columbiad niet springt; 5000 omdat het projectiel hooger dan 6 mijlen zal stijgen."
»Ik bezit de dollars," zei Nicholl, op zijn zak kloppende, »en doe niets liever dan betalen."
»Ik zie, Nicholl, dat gij een man van orde zijt; ik heb dat nooit kunnen wezen; maar als ge mij niet kwalijk neemt, gij hebt daar weddenschappen aangegaan die u niet veel voordeel aanbrengen."
»En waarom dat?" vroeg Nicholl.
»Wel, als gij de nu eerstvolgende wint, moet de Columbiad gesprongen zijn en het projectiel ook, maar dan is Barbicane er niet meer om u zijn verlies te betalen."
»Mijn inzet is gedeponeerd bij de Bank te Baltimore," zei Barbicane koeltjes, »en als Nicholl er niet meer is, kunnen zijn erfgenamen het geld opstrijken."
»Gij zijt mannen van zaken," viel Michel Ardan in; »ik bewonder u te meer naar ik u minder begrijpen kan."
»Tien uur twee en veertig," zei Nicholl.
»Nog vijf minuutjes," liet Michel Ardan zich hooren, »en wij zijn opgesloten in een aluminiumdoos, op den bodem van een kanon van 900 voet! en onder die doos zijn opgestapeld 200,000 kilogram schietkatoen, zooveel kracht als 800,000 kilogram kruit. En vriend Murchison staat met zijn chronometer in de hand, zijn duim op den knop, gereed om ons de hemelruimte in te zenden!"
»Al genoeg, al genoeg!" zei Barbicane ernstig.
»Tien uur zesenveertig!" mompelde de kapitein.
Nog 40 seconden! Barbicane draaide het gas uit. Doodstil--men hoorde alleen het tikken van den chronometer....
Een hevige schok, ook maar éen--het projectiel was door 6 milliard liter gas, ontwikkeld door de ontploffing van het schietkatoen, de lucht ingeslingerd.
ACHTENTWINTIGSTE HOOFDSTUK.
HET EERSTE HALFUUR.
Wat was er gebeurd? Welke uitwerking had die geweldige knal gehad? Was de schranderheid der vervaardigers van het projectiel beloond? Waren die vier proppen, de waterkussens, de afgedeelde hokjes voldoende geweest om den schok te breken? Dat was de vraag, ook voor de duizenden toeschouwers. Zij vergaten het doel der reis, om alleen aan het lot der reizigers te denken. Hadden zij eens een kijkje in het projectiel kunnen nemen!...
Zij zouden niets gezien hebben, want het was er stikdonker. Maar de aluminium wanden hadden zich uitmuntend gehouden. Geen scheurtje, geen bultje!
Van binnen lag de boel alleen wat overhoop, doch dit beteekende niets. Dat zou zich wel schikken. De personen intusschen lagen voor dood op den grond.
Voor dood? of waarlijk dood? Gelukkig het eerste: eenige minuten later bewoog zich een arm, een hoofd: Michel Ardan lag op zijn knieën.
»Michel Ardan is compleet. Maar de anderen?"
Hij wilde zich oprichten; maar kon niet staan. Zijn hoofd suizebolde, zijn aangezet bloed maakte hem blind, hij was volkomen als iemand die dronken is.
»Precies alsof ik een paar flesschen champagne naar binnen heb geslagen!" mompelde hij. »Nicholl! Barbicane!"