De Reis naar de Maan in 28 dagen en 12 uren
Chapter 4
Eindelijk Engeland. Men wist dat dit land sterk tegen het voorstel Barbicane gekant was. De Engelschen hebben enkel gevoel voor de 36 millioen inwoners van Groot-Brittannië. Zij gaven te verstaan, dat de onderneming der Gun-club in strijd was met het beginsel van non-interventie en schreven nog voor geen dubbeltje in.
Dit vernemende, haalde de Gun-club de schouders op, en nadat Zuid-Amerika, namelijk Peru, Chili, Brazilië, de la Plata-provinciën en Columbia hun 300,000 dollar hadden overgemaakt, bleek voorhanden te zijn:
Uit de Vereenigde Staten 4,000,000 dollar. Uit verschillende landen 1,446,675 dollar. --------- Samen 5,446,675 dollar.
Voor de zaak was dit niet zoo overvloedig. Het gieten, het uitboren, het metselwerk, het vervoer der werklieden, hun onderkomen in een bijna onbewoond land, het bouwen van ovens en loodsen, het gereedschap der werkplaatsen, het projectiel, de onvoorziene uitgaven--dat alles zou bijna de geheele som wegnemen. In den Amerikaanschen oorlog zijn wel kanonnen van 1000 dollar gebruikt, en waarom zou dat van Barbicane, dat eenig zou zijn in zijn soort, niet 5000 maal zooveel kunnen kosten?
Den 8sten October, werd een overeenkomst aangegaan met de gieterij der firma Goldspring, bij New-York, die in den oorlog aan Parrott zijn beste kanonnen geleverd had.
Deze firma zou, gelijk tusschen de contracteerende partijen werd overeengekomen, het voor het gieten van de Columbiad benoodigde materiëel naar Tampa-Town in Zuid-Florida vervoeren.
De onderneming moest uiterlijk den 15den October des volgenden jaars voltooid zijn en het kanon in goeden staat opgeleverd, op verbeurte van 100 dollar daags tot op het oogenblik dat de maan zich andermaal in denzelfden stand zou bevinden, dat is 18 jaren en 11 dagen later.
Het in dienst nemen van de werklieden, hun loon en de noodige onkosten kwam voor rekening der firma Goldspring.
Deze overeenkomst werd in dubbel opgemaakt en onder goedkeuring van het daarin vervatte geteekend, ter eene zijde door I. Barbicane, als voorzitter der Gun-club, en J. Murchison als directeur der firma Goldspring, ter andere zijde.
ELFDE HOOFDSTUK.
HET TERREIN.
Zoodra zich over het uitgestrekte grondgebied der Vereenigde Staten de mare verspreid had, dat Florida de hoogbegunstigde plek was, waar het monsterkanon zou gegoten worden, toog iedereen aan het bestudeeren der aardrijkskunde van dat schiereiland. Bartram's _Travel in Florida, Natural history of East and West Florida_ van Roman, _Territory of Florida_ van William en andere werken over Florida werden als vet verkocht; de eene nieuwe druk moest na de andere het licht zien.
Barbicane had meer te doen dan lezen: hij wilde het terrein zelf opnemen en de plaats aanwijzen, waar de Columbiad zou gegoten worden. Hij bezorgde zijn zaken, stelde een behoorlijke geldsom in handen van de sterrenwacht te Cambridge ten einde daarvoor een telescoop te laten maken, en ging met het huis Breadwill en Comp. te Albany een overeenkomst aan om het projectiel van aluminium te vervaardigen. Vervolgens ging hij op reis, vergezeld door den secretaris Maston, majoor Elphiston en den directeur der firma Goldspring.
Zij kwamen gelukkig te New-Orleans, scheepten zich in aan boord van het stoomschip Tampico en landden twee dagen later, den 22sten October, te 7 uur des avonds, te Tampa-Town, dat, zooals iedere schooljongen, iedere knappe schooljongen namelijk, weet, in het noordwestelijk gedeelte van het schiereiland ligt en door de golf van Mexico bespoeld wordt.
De inwoners dier stad, de verdiensten van den voorzitter der Gun-club waardeerende, hadden hem een luisterrijke ontvangst bereid; maar Barbicane onttrok zich aan alle eerbewijzen en liet door zijn secretaris onmiddellijk alles in orde brengen tot een uitstapje naar het uitgekozen terrein.
Ik mag den lezer niet ophouden met een aardrijkskundige beschrijving van Florida; 't is alleen noodig te zeggen, dat dit terrein een allergunstigsten indruk op den voorzitter der Gun-club maakte uit hoofde van de glooiing des bodems.
Hij deed Maston opmerken, dat een eerste vereischte was, een hoogen grond te hebben tot het gieten van de Columbiad.
»Misschien om dichter bij de maan te zijn?" vroeg de secretaris der club.
»Waarachtig niet!" antwoordde Barbicane. »Wat maakt een voet of wat? Neen! maar in een hooge streek zal het werk beter vlotten. Wij zullen geen last hebben van water, en dat is geen kleinigheid als men een gat van 900 voet diepte te graven heeft."
»Beter is het zeker," meende de ingenieur Murchison, »maar wij hebben werktuigen genoeg om het water weg te werken."
»Toch moeten wij een honderd voet of wat boven den waterspiegel der zee zijn; in allen gevalle zou ik gaarne de eerste spade in den grond steken," sprak Barbicane.
»En ik de laatste," riep Maston levendig uit.
»Het zal best gaan," merkte de ingenieur aan; »de firma Goldspring zal u geen boete voor overtijd werken behoeven te betalen."
»'t Zou anders een aardig sommetje zijn, 100 dollar daags over 18 jaar en 11 dagen. Weet ge wel hoeveel?"
»Neen," zeide de ingenieur droogjes, »en 't is mij ook glad onverschillig."
Het was een prachtige natuur, vruchtbaar bovenmate, maar Barbicane zag daar alleen dit van, dat die vruchtbaarheid hem zoo bijzonder niet aanstond, want deze was hem een kenteeken van vochtigen grond, en hij zocht allereerst naar droog terrein.
»Hier moeten wij zijn!" riep hij opeens uit.
Waar waren zij?
Dat vroeg de voorzitter ook, en wel aan een man van het sterke geleide dat zij--dit moet nog worden verhaald--veiligheidshalve te Tampa-Town hadden aangenomen, een vijftigtal ruiters, met karabijnen op zijde en revolvers in de holsters. Men kon wilden aantreffen!
»Het heet daar Stone's-Hill," onderrichtte de ruiter.
Barbicane steeg af. Zonder een woord te spreken, nam hij zijn instrumenten en begon ze te stellen.
Juist op dat oogenblik ging de zon door het zuiden--het was middag. Barbicane schoot de zon, bekeek zijn barometer en maakte in zijn zakboekje met potlood een kleine berekening.
»Dit punt ligt," zeide hij, »900 meter boven de zee, op 27°7' Noorderbreedte en 5°7' Westerlengte. Naar mij toeschijnt is het wegens droogte en hardheid van den grond volkomen geschikt voor onze zaak. Hier zullen wij dus onze magazijnen, onze werkplaatsen, onze ovens, de hutten onzer werklieden opslaan, en hier"--bij deze woorden stampte hij met den voet op den top van den heuvel, die Stone's-Hill heet--»hier zal ons projectiel het luchtruim invliegen."
Dienzelfden avond keerden zij naar Tampa-Town terug. De ingenieur Murchison reisde met de Tampico naar New-Orleans terug. Hij moest een geheel leger werklieden aanwerven en het grootste gedeelte van het materiëel aanvoeren. De leden der Gun-club bleven te Tampa-Town, teneinde de voorbereidende werkzaamheden aan te vangen met behulp van volk uit den omtrek.
TWAALFDE HOOFDSTUK.
BEGIN VAN HET WERK.
Weldra was een groote menigte werklieden, als het ware een landverhuizing, ter plaatse van hunne bestemming. In allerijl was een spoorweg van Tampa-Town naar Stone's-Hill aangelegd--dat is in Amerika een kleinigheid--en reeds den 1sten November kon Barbicane, de ziel der geheele onderneming, Tampa-Town verlaten met een onoverzienbare bende. Even snel verrees op het terrein eene stad van als uit den grond verrezen hutten, waar een levendigheid, eene bedrijvigheid heerschte, alsof men zich in een der groote Amerikaansche steden bevond.
Op den 4den November vereenigde Barbicane de opzieners en hoofden om zich en opende de eigenlijke werkzaamheden met de volgende toespraak:
»Gij kent allen, mijne vrienden, de reden, voor welke ik u in dit woeste gedeelte van Florida heb doen komen. Het geldt hier de vervaardiging van een kanon, metende 9 voet inwendige doorsnede, met wanden van 6 voet dikte en een steenen bemanteling van 9 1/2 voet. De kuil moet derhalve 60 voet wijd en 900 voet diep zijn. Dit groote werk moet in acht maanden voltooid wezen; gij hebt dus 2.543.400 kubiek voet grond uit te graven in 250 dagen; dat maakt in ronde cijfers 10.000 kubiek voet daags. Dat zou niets zijn voor 1000 werklieden, als men de armen vrij had, maar in een zeer nauwe ruimte zal het lastiger zijn. Toch moet het gebeuren; het zal ook gebeuren, en ik reken evenzeer op uwen moed als op uwe handigheid."
Des morgens te 8 uur werd de eerste spade gestoken, en van dat oogenblik af waren houweel en schop geen oogenblik uit de handen der gravers. De werklieden wisselden elkaar viermaal daags af.
Hoe reusachtig overigens het werk was, toch overschreed het de kracht der handen niet. Verre vandaar. Hoevele werken zijn niet voltooid, die grooter moeielijkheden opleverden en waarbij de natuur-zelve zich verzette! En, om niet te spreken van dergelijke ondernemingen, zal het genoeg zijn de Jozefs-putten te noemen die bij Kaïro door sultan Saladin zijn gegraven, en dat in een tijd, toen de werktuigkunde nog niet in staat was den menschelijken arbeid honderdvoudig te versterken--een werk, dat zelfs afdaalde tot den waterspiegel van den Nijl, op een diepte van 300 voet! En dan die andere put, te Coblentz gegraven door markgraaf Johan van Baden, 600 voet diep! Wat was hier te doen! Eenvoudig deze diepte te verdriedubbelen, maar op tienmaal meer wijdte, waardoor het uitgraven veel gemakkelijker werd. Er was dan ook geen opziener en geen werkman, die aan den goeden uitslag twijfelde.
Een belangrijk besluit door den ingenieur Murchison in overleg met den voorzitter Barbicane genomen, leidde nog tot bespoediging van het werk. Een der artikelen van de overeenkomst hield in, dat de Columbiad zou omzet worden met banden van smeedijzer. Men achtte dit gansch onnoodig, daar het stuk sterk genoeg zou zijn zonder deze sluitringen, zoodat deze bepaling werd weggenomen. Dit bespaarde veel tijd; want men kon nu gebruik maken van een nieuw stelsel van uitgraving, daarin bestaande, dat het metselwerk van den kuil onmiddellijk met het graven voortgaat. Dientengevolge behoefde men de aarde niet meer van stutten te voorzien; het muurwerk strekte tot een stevigen dam en zakte door zijn eigen zwaarte naar gelang van het uitgraven dieper. Doch deze wijze van arbeiden kon eerst dan gevolgd worden, wanneer het houweel den vasten grond zou bereikt hebben.
Den 4den November groeven 50 werklieden in het midden der vooraf afgepaalde ruimte, op het hoogste gedeelte van Stone's-Hill, een rond gat van 60 voet wijdte.
Men vond eerst een laag zwarte teelaarde, 9 duim dik, die zeer gemakkelijk door te steken was; daarna 2 voet fijn zand, dat zorgvuldig bewaard werd, als bruikbaar bij het maken van den binnenvorm. Vervolgens witachtig leem, veel gelijkende naar het mergel in Engeland, 4 voet dik.
Na deze aardlagen stootte het houweel op een harde rotslaag, bestaande uit versteende schulpen, zeer droog, zeer vast. Zoover 6 1/2 voet, gekomen, begon men met het metselwerk.
Op den bodem van den gegraven kuil vervaardigde men een soort van schijf van eikenhout, stevig met ijzeren bouten bevestigd; deze schijf had in haar midden eene opening, even groot van doorsnede als de doorsnede van den buitenwand der Columbiad. Op deze schijf rustten de benedenste lagen van het metselwerk, waarbij men door best tras de steenen ijzervast aaneenverbond. Toen de werklieden van den omtrek naar binnen hadden gemetseld, stonden zij in een put van 21 v. doorsnede.
Na dezen arbeid togen de gravers opnieuw aan het werk, om de rots onder de schijf weg te hakken, de schijf zelve onderschragende. Zoodra zij 2 voet gevorderd waren, werden de stutten achtereenvolgens weggenomen; de schijf zakte van lieverlede en tegelijk het metselwerk, op welks bovenste laag onmiddellijk weder werd voortgewerkt, zorg dragende om luchtgaten open te laten, ten einde bij het gieten de gassen te laten ontsnappen.
Deze arbeid eischte bij de werklieden een zeer groote handigheid en onafgebroken oplettendheid; meer dan een werd bij het arbeiden onder de schijf gevaarlijk, enkelen zelfs doodelijk, gewond door vallende rotsblokken; maar de ijver verflauwde geen oogenblik en de arbeid ging dag en nacht door; daags onder een hitte, eenige maanden later van 40° C, in die kale vlakte; bij nacht bij electriek licht, onder het getik der houweelen op den rotsgrond, het donderend geraas der vallende stukken, het gonzen der machines, terwijl onophoudelijke rook- en dampwolken mensch en dier in den geheelen omtrek schrik aanjoegen.
Onder dat alles ging de arbeid geregeld voort; de stoomkranen haalden onophoudelijk het uitgegravene weg; onvoorziene hindernissen kwamen weinig voor, wel moeilijkheden, maar die men had voorzien, en men was er tegen gewapend.
Na een maand was de kuil zoo diep geworden als voor dien tijd berekend was: 120 voet. In December het dubbele, in Januari het driedubbele. In Februari hadden de werklieden het te kwaad met een waterader, die dwars uit den grond sprong. Men moest sterke pompen en andere werktuigen bezigen, ten einde de bron te stoppen, gelijk men een lek aan boord van een vaartuig stopt. Eindelijk was men die lastige besproeiing meester. Doch nu zakte, tengevolge der losheid van den bodem, de schijf ongelijk en week uit, zoodat het muurwerk van 75 voet hoogte neerzakte, hetgeen aan onderscheiden werklieden het leven kostte en 3 weken arbeid eischte eer het ongeval hersteld was. Maar dank zij der bekwaamheid van den ingenieur en der kracht der machines--alles kwam weder in orde en het werk ging ongehinderd voort, zoodat den 10den Juni, 20 dagen vóór het door Barbicane berekende tijdstip, de kuil de diepte van 900 voet bereikt had en van een stevigen muurwand voorzien was. Op den bodem rustte het metselwerk op een massieven teerling van 30 voet dikte terwijl het boveneinde met den beganen grond gelijk kwam.
De voorzitter Barbicane en de leden der Gun-club wenschten den ingenieur Murchison geluk met de voltooiing van dezen voorbereidenden arbeid, die, ja, aan eenige onvoorzichtigen en ongelukkigen het leven had gekost; maar dit is met elke groote onderneming van dien aard allicht het geval, en den voorzitter Barbicane komt de lof toe, tijdens acht maanden lang ongemoeid in het touw geweest te zijn en zoo voor het voortgaan van het werk als voor de gezondheid en het welzijn der werklieden uitstekende zorg te hebben gedragen.
DERTIENDE HOOFDSTUK.
HET GIETEN.
Acht maanden waren verloopen nadat de eerste spade op Stone's-Hill in den grond gestoken was. Er was veel in dien tijd gedaan.
Op 600 yard afstand van den kuil verhieven zich in het rond 1200 smeltovens, ieder 6 voet breed, op een onderlingen afstand van een voet of drie. De kring, door deze ovens gevormd, was omtrent 3600 meter lang. Al die ovens waren naar hetzelfde model gebouwd en hadden een hoogen vierkanten schoorsteen. Maston had er verbazend veel schik in; het herinnerde hem de monumenten te Washington; naar zijn oordeel was er nooit, zelfs niet in Griekenland, iets zoo schoons geweest.
De lezer herinnert zich zeker, dat de commissie in haar derde zitting besloten had, de Columbiad van ijzer te gieten, als zijnde daartoe het allergeschiktste metaal.
Maar indien het ijzer slechts éenmaal tot een massa gesmolten is, komen de allicht verschillende ijzersoorten niet volkomen goed dooreen en wordt het geen zuivere specie; daarom bewerkstelligt men bij voorkeur een tweede gieting, opdat de ijzermassa goed doorgemengd zij en alle vreemde bestanddeelen verwijderd worden.
Daarom was ook het voor de Columbiad bestemde ijzer, eer het naar Tampa-Town werd afgezonden, in de hoogovens der firma Goldspring naar eisch in puddelovens met kool en cilicium onder sterke hitte behandeld; eerst daarna werd het naar Stone's Hill vervoerd. Maar het gold hier bij de 70 millioen kilo, en het zou te duur uitkomen die met den spoortrein te verzenden; het ijzer zou daardoor tot den dubbelen prijs gestegen zijn. Het scheen dus verkieslijker, het in gegoten baren ijzer te New-York in schepen te laden. Daartoe had men niet minder noodig dan 68 bodems van 1000 ton--een vloot, die den 3den Mei de reede van New-York verliet en den 10den voor Tampa-Town ankerde. Vandaar werd het ijzer over den Stone's Hill-spoorweg vervoerd en was omstreeks half Mei ter plaatse zijner bestemming.
Men begrijpt lichtelijk, dat het van 1200 ovens niet te veel gevergd was op denzelfden tijd deze 60.000 ton ijzer te smelten. Elke oven kon zeer ruim 50.000 kilo metaal bevatten, men had ze gebouwd naar het model van die, welke voor het gieten van het kanon Rodman dienden. Zij waren in allen deele geschikt voor het doel en leverden de beste waarborgen voor het goed gelukken der gieting.
Daags nadat het metsel- en het graafwerk voltooid waren, liet Barbicane aan den binnenvorm beginnen. In het midden van den kuil moest een cylinder komen van 900 voet hoogte en 9 voet dikte, juist de grootte van de ziel der Columbiad. Deze cylinder was vervaardigd uit een mengsel van leemaarde en zand, onder bijvoeging van hooi en stroo. De ruimte tusschen dezen vorm en het metselwerk moest worden gevuld door het gesmolten ijzer, ter dikte alzoo van 6 voet.
Om dezen cylinder in evenwicht te houden, moest hij vastgezet worden met ijzeren ankers, van afstand tot afstand naar het muurwerk schietende; deze ankers zouden bij het gieten tusschen de gesmolten gietmassa geraken; maar dat hinderde niets.
»Dat gietfeest zal een schoone plechtigheid zijn," sprak Maston tot zijn vriend Barbicane.
»Voorzeker," antwoordde deze, »maar geen publiek feest."
»Hoe?" vroeg Maston, »zult gij de hekken in de afpaling niet voor iedereen openzetten?"
»Ik zal er wel op passen, Maston; het gieten van de Columbiad is een moeilijk, om niet te zeggen gevaarlijk werk; ik wil het liever met de deuren dicht doen. Als het projectiel wegvliegt, mag men feestvieren zooveel men wil, maar nu niet."
De voorzitter had gelijk; het werk kon onvoorziene gevaren opleveren, het verhelpen waarvan een groote toevloed aanschouwers licht hinderen zou. Men moest vrij blijven in alle bewegingen. Niemand werd dus binnen de omheining toegelaten, met uitzondering van een commissie uit de leden der Gun-club, daartoe overgekomen. Zij bestond uit den vroolijken Bilsby, Tom Hunter, kolonel Blomsberry, majoor Elphiston, generaal Morgan en nog eenige anderen. Maston had zich belast met de taak om hen te geleiden en alles te laten zien: magazijnen, werkplaatsen, machines, ja al de 1200 ovens, den eenen na den anderen. Juist op den middag moest het gieten aanvangen; den vorigen dag was elke oven gevuld met 50.000 kilo ijzer aan baren; de noodige zorg voor den vrijen luchtstroom was gedragen. Sedert den morgen braakten de 1200 schoorsteenen hun vlam en rook; de grond trilde van doffe schuddingen.
De hitte werd weldra ondraaglijk binnen den kring der ovens, waarvan het trekken een gerommel als van den donder deed hooren, dat gevoegd bij het fluiten van vele luchtkokers, die zuurstof naar de geweldige vuren joegen, een helsche harmonie vormde.
Zou het gieten hoop op goeden uitslag geven, dan moest het met snelheid geschieden. Op het teeken van een kanonschot moest iedere oven zich openen en het vloeibaar metaal volkomen in den kuil uitstorten.
Toen alle beschikkingen genomen waren, verbeidden hoofden en werklieden het beslissend oogenblik met ongeduld, tevens niet zonder een zekere mate van ontroering. Er was niemand meer binnen de omheining en iedere onderbaas-gieter was op zijn post bij de gietgaten.
Barbicane en zijn ambtgenooten stonden op een nabij geplaatste tribune. Vóór hen stond een geladen kanon, gereed om los te branden op een teeken van den ingenieur.
Eenige minuten voor het middaguur begonnen de eerste droppeltjes metaal uit te sijpelen; de ontvangbakken raakten langzamerhand gevuld, en toen het ijzer volkomen vloeibaar was, hield men het eenige oogenblikken in rust, teneinde het verwijderen van vreemde omstandigheden gemakkelijker te maken.
Het sloeg twaalf uur. Een kanonschot liet zich hooren, en 1200 gietmonden gingen tegelijk open, en 1200 slangen van vuur kronkelden in gloeiende bochten naar den kuil. Aan den rand gekomen, stortten zij zich met een vreeselijk geraas 900 voet in de diepte. Het was een ontzettend, maar prachtig schouwspel. De grond beefde, terwijl de gloeiende vuurstroomen, onder het hemelwaarts krullen van dikke rookwolken, zich in den afgrond stortten met donderend geraas en de vochtdeelen uit den kuil in gloeiende dampen zich verhieven. Zij rolden en krulden en stegen tot 500 voet hoogte. Men zou uit de verte het trotsche schouwspel aanstarende, hebben gemeend, dat plotseling een vulkaan uit het midden van Florida was opgerezen; en toch was het daar noch vulkaan-uitbarsting, noch hoos, noch onweder, noch strijd der elementen, noch een der vreeslijke verschijnselen, zooals de natuur kan teweegbrengen. Neen! de mensch alleen heeft ze doen ontstaan, die roodachtige dampen, die reusachtige vlammen als van een vulkaan, die trillingen van den grond, welke aan een aardbeving deden denken, dat ontzettende gedruisch van orkanen en onweders; het was de hand des menschen, die een Niagara van gloeiend ijzer deed stroomen in een kuil, door dezelfde hand gegraven.
VEERTIENDE HOOFDSTUK.
DE COLUMBIAD.
Of de gieting gelukt was? Men kon het slechts gissen. Doch alles deed het beste denken, daar de vorm al het gesmolten metaal had opgenomen. Hoe het zij, het zou nog lang onmogelijk blijven er iets zekers van te zeggen.
En inderdaad, majoor Rodman moest wel twee weken wachten alvorens zijn kanon van 80,000 kilo bekoeld was. En hoe lang zou het dan wel duren eer men de Columbiad kon ontblooten? 't Was moeilijk te berekenen.
Het bestuur der Gun-club werd gedurende dien tijd op een harde proef gesteld. Maar men kon er niets aan doen. Twee weken na het gieten steeg nog een dikke rook opwaarts en de grond brandde onder de voeten, tot wel 200 passen van Stone's Hill.
De dagen verliepen tot weken, maar er was geen middel om den geweldigen cylinder te bekoelen. Men kon er zelfs onmogelijk bij komen. Wachten was al wat er op zat.
»Daar hebben we nu den 10den Augustus," zei Maston op zekeren morgen. »Nog een kleine vier maanden, en het is December. De binnenvorm moet nog worden weggenomen, de ziel klaar gemaakt, het stuk geladen.... Wij komen niet klaar! Men kan er nog niet eens bij! Zal dat ding dan nimmer bekoelen? Dat zou toch wat te zeggen zijn."
't Gelukte niet den ongeduldigen secretaris tot bedaren te krijgen. Barbicane zei niets, maar dit zwijgen toonde, dat hij inwendig het land had. Hij was in de macht van iemand tegen wien hij niets vermocht--den tijd; het valt hard zich machteloos te voelen.
Toch duidde de dagelijksche waarneming een zekere verandering in den aard van den grond aan. Omstreeks half Augustus begonnen de dampen aanmerkelijk te verminderen. Eenige dagen later was het slechts de onbeduidende adem van het monster in zijn steenen kist. Langzamerhand bedaarden de aardschuddingen; de hitte werd minder; de stoutmoedigsten durfden naderbij komen....
»Eindelijk!" kon de voorzitter uitroepen.
Denzelfden dag werd het werk hervat. Men ging onmiddellijk over tot het uitnemen van den binnenvorm, teneinde de ziel van het stuk te ledigen; allerlei werktuigen werden ter hand genomen om het kanon uit te boren. Gemakkelijk ging dat niet, want leem en zand waren door de hitte zeer hard geworden, maar de machines deden haar plicht en de heete massa werd met zooveel zorg weggebracht, dat den 3den September van den geheelen vorm niets meer te zien of te vinden was.
Daarop begon dadelijk het afdraaien en eenige weken later was de binnenwand der reusachtige buis volmaakt rond, terwijl de ziel van het stuk zoo glad was als een spiegel.
Den 22sten September, nog geen jaar na het voorstel van Barbicane, stond het kanon tot laden gereed. Men behoefde naar niets meer te wachten dan naar de maan, maar men wist dat deze er wel op haar tijd zou zijn.