De Reis naar de Maan in 28 dagen en 12 uren

Chapter 17

Chapter 173,722 wordsPublic domain

Op 27° 7' N. Br. en 41° 37' W. L., 13 December, te 1 u. 27 min. 's morgens, projectiel Columbiad in zee gevallen. Sein beschikkingen, Blomsberry, commandant der Susquehanna."

Het duurde geen vijf minuten, of de geheele stad San-Francisco wist het nieuws. Vóór zes uur in den avond vernamen de verschillende Staten der Unie de groote gebeurtenis. En na middernacht was geheel Europa bekend met den uitslag der Amerikaansche proefneming.

Wij zullen ons niet wagen aan het beschrijven van den indruk, dien deze onverwachte ontknooping allerwege maakte.

Zoodra de secretaris van het marine-departement het telegram had ontvangen, telegrapheerde hij naar de Susquehanna, dat zij in de baai van San-Francisco wachten moest zonder haar vuren uit te dooven. Dag en nacht moest zij zich gereed houden om zee te kiezen.

De sterrenwacht te Cambridge hield een buitengewone vergadering, in welke, met de kalmte die het kenmerk is van geleerde lichamen, de zaak uit wetenschappelijk oogpunt werd in behandeling genomen.

Bij de Gun-club heerschte een groote beweging. Alle artilleristen waren bijeen. Juist las de tweede voorzitter Wilcome de tijding voor, bij welke Maston en Belfast berichtten, het projectiel in den reusachtigen kijker op Long's piek te hebben waargenomen. Deze mededeeling meldde tevens, dat het projectiel, onder den invloed van de aantrekking der Maan, de wachter van een wachter in het zonnestelsel was geworden.

De lezer weet reeds wat er van de zaak was.

In den boezem der Gun-club vormden zich twee partijen, toen het telegram van Blomsberry was ontvangen en daarmede dat van Maston lijnrecht tegengesproken. Aan de eene zijde stonden diegenen, die den val van het projectiel, en derhalve de terugkomst der reizigers, voor waar hielden. Een andere partij hield zich aan de waarnemingen van Long's piek, en verklaarde uit dien hoofde het telegram van Blomsberry voor een dwaling. In het oog der laatsten was het vermeende projectiel niets anders dan een vuurkogel, die in zijn val den steven der korvet had gehavend. Men kon tegen deze opvatting weinig zeggen, want de snelheid van het vallend voorwerp had een nauwkeurige waarneming zeer moeten bemoeielijken. De commandant en de officieren der Susquehanna hadden zich gewis te goeder trouw kunnen vergissen. Eén bijzonderheid sprak niettemin tot hun voordeel: dit namelijk, dat indien het projectiel op den aardbol gevallen was, het alleen op 27° noorderbreedte had kunnen neerkomen, en indien men den verloopen tijd benevens de aswenteling der aarde in rekening bracht--tusschen de 41° en 42° westerlengte.

Hoe het zij, met eenparigheid van stemmen werd in de Gun-club besloten, dat de leden Blomsberry, Bilby en majoor Elphiston onverwijld naar San-Francisco zouden vertrekken, ten einde middelen te beramen om het projectiel uit de diepte des oceaans op te visschen.

Deze ijverige mannen togen op reis zonder een oogenblik te verliezen; de spoorweg die weldra geheel midden-Amerika moet doorsnijden, bracht hen te St. Louis, waar vlugge diligences hen zouden opnemen.

Bijna op hetzelfde oogenblik, waarop de secretaris van het departement der marine en de onderdirecteur der sterrenwacht te Cambridge het telegram uit San-Francisco ontvingen, beleefde Maston het vreeslijkst oogenblik van zijn geheele leven, waarin hij misschien nog zekerder zijn leven had ingeschoten dan bij het springen van zijn vermaard kanon, en waarbij hij zeer zeker nog meer naam zou gemaakt hebben.

De lezer zal zich herinneren, dat de secretaris der Gun-club zich onmiddellijk na het afschieten der Columbiad naar zijn post in het Rotsgebergte, en bijna even snel als het projectiel had begeven. De geleerde directeur der sterrenwacht te Cambridge, mijnheer Belfast, vergezelde hem. Ter plaatse hunner bestemming aangekomen, hadden zij de noodige beschikkingen genomen en verlieten den mond van den reusachtigen telescoop niet.

Reeds is verhaald, dat deze groote kijker een spiegeltelescoop was, waar men van boven inzag. Hij was boven een refractor gekozen, opdat men zoo weinig mogelijk licht zou verliezen en het voorwerp waarop men het richtte, de meestmogelijke helderheid behouden. Ten gevolge dier inrichting plaatsten zich Belfast en Maston boven aan het instrument. Zij kwamen er langs een wenteltrap, een meesterstuk van lichtheid. Er aldus inziend, namen zij waar hetgeen de spiegel op den bodem der reusachtige buis van 280 voet lengte terugkaatste.

De twee waarnemers brachten dus al hun tijd door op den omgang aan den mond van den telescoop, grommende over het weder, dat de Maan aan hun gezicht onttrok en alle waarneming aan den hemel onmogelijk maakte.

Men stelle zich dan voor, hoe groot hun vreugde was, toen, na eenige dagen wachtens, in den nacht van 5 December, het voertuig dat hun vrienden bevatte, zich aan hun blikken vertoonde! Op die vreugde volgde een smartelijke teleurstelling, toen zij in vertrouwen op onvolledige waarnemingen hun eerste telegram overal lieten verspreiden, dat het projectiel een wachter van de Maan was geworden en zich in een onveranderlijke baan om haar bewoog.

Sedert dat oogenblik had het gevaarte zich niet meer aan hun oog vertoond; en dit was zeer natuurlijk, daar het zich toen bewoog boven de van ons afgekeerde zijde der Maan. Maar toen het weder op de voor ons zichtbare maanschijf moest te zien zijn, was er projectiel noch wat erop geleek te bespeuren! Men verbeelde zich het ongeduld van den opgewonden Maston en zijn geleerden metgezel, die niet minder ongeduldig was dan hij! Elk oogenblik van den nacht meenden zij het voertuig te zien, maar 't geleek er niet naar! En dit gaf tusschen hen aanleiding tot gedurige kibbelarijen. Belfast beweerde: het projectiel was er niet, Maston hield stijf en sterk staande, dat het hem als vlak voor de oogen stond.

»'t Is het projectiel!" zie Maston nog eens.

»Neen, zeg ik u," antwoordde Belfast. »Het is een sneeuwval die van een maanberg naar beneden rolt."

»Welnu, morgen zullen wij het wel zien."

»Wij zullen het nimmer meer zien; het is nu in de hemelruimte verdwenen."

»Neen."

»Ja."

En in die oogenblikken, waarin de ja's en neen's ratelden als hagel, was de welbekende prikkelbaarheid van den secretaris der Gun-club een altijddurende kwelling voor Belfast.

Zulk een leven zou weldra onhoudbaar geworden zijn, maar een onverwacht voorval maakte een einde aan dat eeuwigdurend overhoopliggen.

In den nacht van 14 op 15 December waren de twee onvermoeide kampioenen bezig met het waarnemen der Maan. Maston schold naar gewoonte op den geleerden Belfast, die zijnerzijds ook geen troef verzaakte. De secretaris der Gun-club beweerde voor de duizendste maal, dat hij het projectiel zag, er zelfs bijvoegende, dat hij het gelaat van Michel Ardan voor een der kijkglaasjes had gezien. Hij bevestigde zijn verzekeringen met een reeks gebaren, die eenigszins verontrustend werden door het zwaaien met zijn haak.

Op dit oogenblik verscheen de bediende van Belfast op den omgang; het was 10 uur in den avond--de bediende overhandigde een telegram aan zijn meester. 't Was van den commandant der Susquehanna.

Belfast brak den omslag open en slaakte een kreet.

Maston kuchte.

»Het projectiel?"

»Welnu?"

»Is op de aarde gevallen."

Een nieuwe kreet, ditmaal een akelig gehuil!

Belfast keerde zich naar Maston. De ongelukkige had onvoorzichtig genoeg een weinig te veel over den rand van de telescoopbuis gehangen; hij had het evenwicht verloren en was er in gevallen! Een val van 280 voet, om op een harden spiegel terecht te komen! Belfast zag hem na met angstige blikken.

Maar, o geluk! Maston was met zijn haak aan een schoorijzer van de buis blijven hangen. Hij jammerde en gilde, maar hield zich toch vast.

Belfast riep om hulp. Er daagden menschen op; zij haalden touwen, die men om Maston wist te slaan, en met groote moeite trok men eindelijk den onvoorzichtigen secretaris der Gun-club uit den telescoop.

»'t Zou wat te zeggen zijn geweest," was zijn eerste woord, »als ik den spiegel eens had gebroken!"

»Dan hadt gij hem kunnen betalen," antwoordde Belfast droogjes.

»Waar is dat satansche projectiel gevallen?" vroeg Maston.

»In de stille zee."

»Laat ons gaan."

Een kwartier later daalden de beide sterrenkundigen af langs de helling van het Rotsgebergte, twee dagen later waren zij tegelijk met hun vrienden uit de Gun-club te San-Francisco, na onderweg vijf paarden doodgereden te hebben.

Elphiston, Blomsberry van de club en Bilsby hadden zich bij hun aankomst bij hen gevoegd.

»Wat nu?" riepen zij uit.

»Naar het projectiel visschen," antwoordde Maston, »en wel hoe eer zoo beter."

ZEVENENVEERTIGSTE HOOFDSTUK.

DE REDDING.

De plaats, waar het gevaarte in de diepte der zee nederzonk, was nauwkeurig genoeg bekend, maar 't ontbrak nog aan werktuigen en gereedschappen om het te bereiken en naar boven te brengen. Deze moesten eerst nog worden uitgevonden, vervolgens vervaardigd. De Amerikaansche ingenieurs konden met zulk een kleinigheid niet bemoeielijkt worden. Waren de dreggen eenmaal gereed en was er stoom opgemaakt, dan waren zij er zeker van, den puntkogel te zullen ophalen, in weerwil van zijn gewicht, waarvan hij trouwens in het water zooveel verloor als het gewicht bedroeg van het water dat hij verplaatste.

Maar 't was niet genoeg het projectiel op te hijschen. Men moest ook aan de reizigers denken. Niemand twijfelde eraan, of zij zouden nog wel in leven zijn.

»Ja," herhaalde Maston onophoudelijk met het grootste zelfvertrouwen, »die kerels zijn bij de hand; zij kunnen niet als weerloozen gevallen zijn. Zij zijn levend, springlevend, maar wij moeten ons reppen om hen nog levend te krijgen. Over levensmiddelen en water bekommer ik mij niet. Daar hebben zij voorraad genoeg van. Maar de lucht, de lucht! Die zullen zij tekortkomen. Daarom haastje, repje!"

En men haastte en repte zich. Men maakte de Susquehanna gereed voor haar nieuwe bestemming. Haar krachtige machines werden ingericht om op de ophaalkettingen te werken, het aluminium-projectiel woog slechts een kleine 10,000 kilo, vrij wat minder dan de onderzeesche kabel, die in den Atlantischen oceaan werd gelegd onder dergelijke omstandigheden. De eenige moeielijkheid bestond dus daarin, dat men een projectiel van cylindervorm met kegelpunt moest ophalen, zonder dat men er aanvatsels of uitsteeksels aan had tot het vasthechten der kettingen.

Met het oog daarop liet de ingenieur Murchison, die zich ijlings naar San-Francisco had begeven, sterke dreggen aanbrengen, die den vorm hadden van tanden, welke het projectiel, als zij het eenmaal hadden vastgegrepen, niet weder zouden loslaten. Ook liet hij duikertoestellen maken, waarmee men veilig tot op den bodem der zee kon afdalen. Hij bracht ook aan boord van de Susquehanna toestellen voor ineengeperste lucht, zeer schrander bedacht en gemaakt. Het waren inderdaad kamertjes met glasruiten; door het water in afzonderlijke ruimte in te laten, konden deze tot op groote diepten neerzinken. Deze toestellen waren te San-Francisco voorhanden; zij hadden er gediend bij het leggen van een onderzeeschen dijk. En dat was zeer gelukkig, want tijd om ze te maken zou er niet zijn geweest.

Intusschen, in weerwil van de deugdelijkheid dier toestellen en in weerwil van de schranderheid dergenen die er zich van zouden bedienen, was de uitslag nog volstrekt zoo zeker niet, want het gold hier niets minder dan een zoo zwaar lichaam uit een diepte van 20,000 voet te voorschijn te halen! Voorts--wanneer zelfs het projectiel naar de oppervlakte der zee zou geheschen zijn, hoe zou het er met de drie reizigers uitzien? Hadden zij den schok weerstaan, dien 20,000 voet water misschien niet geheel hadden kunnen breken?

Doch praten en bedenkingen baten niet--er moesten onverwijld spijkers met koppen worden geslagen. Maston zweepte de werklieden dag en nacht voort. Hij was gereed, 't zij om het duikerspak aan te trekken, 't zij om de luchttoestellen te beproeven, ten einde zich te vergewissen van den toestand waarin zijn vrienden zich bevonden.

Wel zette men allen mogelijken spoed achter het vervaardigen der verschillende takels en andere toestellen; wel werd alles gedaan om de zaak in orde te krijgen; wel stelde de Regeering der Unie aanzienlijke geldsommen ter beschikking van de Gun-club--toch duurde het vijf lange dagen,--vijf eeuwen--eer de voorbereidende werkzaamheden voltooid waren. Gedurende dien tijd was de openbare meening tot het uiterste gespannen. Telegrammen vroegen uit alle wereldoorden hoe het er mee stond, en telegrammen seinden naar alle wereldoorden het antwoord. De redding van Barbicane, Nicholl en Michel Ardan werd nog meer de algemeene zaak der menschheid beschouwd als vroeger het gieten en afvuren van de Columbiad. Inzonderheid overal waar men ingeschreven had tot het dragen der kosten, liet men zich ijverig aan het lot der reizigers gelegen liggen.

Eindelijk werd alles aan boord van de Susquehanna gebracht, hijschkettingen, luchthouders, dreggen, windassen--kortom alles. Maston, de ingenieur Murchison en de afgevaardigden der Gun-club betrokken hunne hutten. Men was gereed om te vertrekken.

Den 21sten December 's avonds te 8 uur, stak de korvet in zee. Het was vrij koud, met fraai weder en een matig koeltje blies uit het noord-oosten. De geheele bevolking van San-Francisco verdrong zich op de kade, verbaasd, verstomd--zij bewaarde haar juichkreten voor de terugkomst.

De stoom werd tot de hoogste drukking gebracht en de schroef der Susquehanna bracht de korvet met snelheid uit de baai.

't Is nutteloos uit te weiden over de gesprekken aan boord tusschen de officieren, matrozen en passagiers. Allen hadden slechts éen gedachte. Aller hart klopte voor dezelfde zaak. Wat zouden Barbicane en zijn vrienden doen, terwijl men hun te hulp snelde! Wat was er van hen geworden? Waren zij in staat eenige stoutmoedige proeven te nemen ten einde hunne vrijheid te heroveren? Niemand kon daarvan iets zeggen. Blijkbaar waren al hun hulpmiddelen uitgeput. Meer dan 20,000 voet onder de oppervlakte van den oceaan lag hun kerker, en die metalen kerker spotte met alle mogelijke pogingen der gevangenen.

Den 23sten December, te 8 uur 's morgens, moest de Susquehanna ter plaatse van het ongeluk zijn aangekomen. Men diende tot den middag te wachten om het bestek nauwkeurig te maken. De boei, aan de lijn vastgebonden, was niet in het gezicht.

Op den middag schoot kapitein Blomsberry de zon, geholpen door zijn officieren en in tegenwoordigheid der afgevaardigden van de Gun-club. Het was een oogenblik van angstige spanning. Toen haar stand bepaald was, bleek dat de Susquehanna zich eenige minuten ten westen bevond van het punt, waar het projectiel in de diepte was verdwenen.

De korvet moest dus den steven naar dat punt richten.

De boei werd 47 minuten na twaalven gezien. Zij lag in volmaakte orde en kon weinig afgedreven zijn.

»Eindelijk!" riep Maston uit.

»Beginnen wij nu?" vroeg kapitein Blomsberry.

»Zonder een seconde te verliezen," antwoordde Maston.

Alle maatregelen werden genomen om de korvet zoo goed als onbeweeglijk te doen bijleggen.

Alvorens het grijpen van het projectiel te beproeven, wilde de ingenieur Murchison eerst onderzoeken in welken stand het op den bodem lag der zee. De luchttoestellen, daartoe bestemd, werden gevuld. Ze te hanteeren is niet zonder gevaar, want op de diepte van 20,000 voet en bij zulke geweldige drukking staan zij bloot aan breken en dit is een van de verschrikkelijkste gevolgen.

Maston, Blomsberry van de Gun-club en de ingenieur Murchison namen plaats in de duikerklok, van de luchttoestellen voorzien. De commandant bestuurde het werk, gereed om op het minste teeken zijn kettingen te vieren of aan te halen. De schroef was buiten werking gesteld en al de kracht der machines, overgebracht op den kaapstander, kon in een oogenblik de toestellen aan boord hijschen.

Te 1 uur 25 minuten na den middag werden de duikers nedergelaten; zij verdwenen onder den waterspiegel.

De belangstelling der officieren en matrozen verdeelde zich nu tusschen de gevangenen in het projectiel en de gevangenen in de duikerklok. De laatsten dachten niet aan zich zelven: zij keken met aandacht door de glaasjes naar het water dat zij doorkliefden.

De daling ging snel. Te 2 ure 17 minuten had de duikerklok den bodem der Stille zee bereikt. Maar zij zagen niets dan een zandgrond, zonder dieren, zonder planten. Bij het licht hunner lampen, die voorzien waren van sterke spiegels, konden zij de duistere waterlagen tot op vrij verren afstand overzien, maar van het projectiel ontdekten zij niet het minste spoor.

Het ongeduld dezer stoutmoedige duikers is niet te beschrijven. Daar hun toestel in electrische gemeenschap was met de korvet, gaven zij het afgesproken teeken, en de Susquehanna haalde hen eenige meters op, ten einde zich en daardoor ook hen wat te verplaatsen.

Aldus doorzochten zij den geheelen omtrek onder water, maar werden telkens misleid door gezichtsbedrog dat hun door het hart sneed. Hier een rots, daar een heuveltje, hielden zij voor het projectiel, maar gedurig ontdekten zij hun dwaling en zij werden wanhopend.

»Maar waar zijn zij toch? Waar zijn zij?" riep Maston.

En de arme man riep met luider stem: »Nicholl! Barbicane! Michel Ardan!" alsof zijn ongelukkige vrienden hem hadden kunnen hooren of antwoorden!

Hun zoeken werd voortgezet totdat de bedorven lucht in de klok de duikers noodzaakte het sein tot ophalen te geven.

Men begon daarmede tegen 6 uur in den avond en eerst te middernacht waren zij boven.

»Tot morgen!" zuchtte Maston, toen hij voet op de korvet zette.

»Ja," zei Blomsberry.

»En dan op een andere plek."

»Ja."

Maston twijfelde nog niet aan den uitslag, maar de anderen, niet langer zoo opgewekt als de eerste uren, begrepen al de moeielijkheid der onderneming. Hetgeen hun te San-Francisco gemakkelijk toescheen, bleek hier, in volle zee, zoo goed als onuitvoerbaar. De kansen van slagen namen zeer sterk af, en van een gelukkig toeval alleen was het vinden van het projectiel te verwachten.

Den volgenden dag, 24 December, werd de onderneming hervat, in weerwil der teleurstelling van het vorig etmaal. De korvet verhaalde telkens na eenige minuten een weinig naar het westen, en de toestel, van versche lucht voorzien, nam dezelfde personen nogmaals op, om de diepten van den oceaan te doorzoeken.

De geheele dag verliep hiermee vruchteloos. De bedding der zee was een woestijn. De volgende dag gaf even weinig; ook de 26ste December niet.

Het was om wanhopig te worden. Men dacht aan niets dan aan de ongelukkigen die nu 26 dagen in het projectiel opgesloten zaten. Misschien werden zij in deze oogenblikken aangegrepen door de eerste aanvallen van verstikking, indien zij tot hiertoe waren ontsnapt aan de gevaren van hun val! De lucht was zeker uitgeput, en daarmede ongetwijfeld hun moed, hun geestkracht!

»De lucht--dat kan zijn," zei Maston zeer beslist, »maar de geestkracht--nimmer!"

Den 28sten December, na nog twee dagen zoekens, was alle hoop vervlogen.

Het projectiel was immers een stofje in dezen onmetelijken oceaan! Men moest het opgeven.

Toch wilde Maston van geen opbreken hooren. Hij verkoos de plaats niet te verlaten zonder althans het graf zijner vrienden te hebben gevonden. Maar de commandant Blomsberry kon het niet langer volhouden; in spijt van al de vertoogen, door den secretaris der Gun-club ingebracht, gaf hij last om te vertrekken.

Den 29sten December, 's morgens te 9 uur, zette de Susquehanna koers naar de baai van San-Francisco.

Het was 10 uur. De korvet stoomde met halve kracht, alsof zij noode de plaats verliet, toen de uitkijk in den mast naar omlaag riep: »een boei aan stuurboord!"

De officieren wendden het oog in de aangewezen richting. Met hun kijkers zagen zij inderdaad een ton, zooals men ze in afgepeilde vaarwaters ziet liggen. Maar tot hun groote bevreemding ontwaarden zij er een vlag op. De boei stak een voet of vijf, zes boven het water uit en blonk in de stralen der zon, alsof zij met zilveren platen beslagen was.

De commandant Blomsberry, Maston en de afgevaardigden der Gun-club waren op rolpaarden geklommen en gluurden naar het op de watervlakte dobberend voorwerp.

Allen zagen in koortsachtige spanning uit. Niemand sprak een woord. Niemand durfde de gedachte uitspreken die allen door de ziel vloog.

De korvet was tot op ruim twee kabellengten genaderd.

Een siddering voer door aller leden.

Het was de Amerikaansche vlag!

Op dit oogenblik hoorden de schepelingen een vreeslijk gebrul. Het was Maston, die een gil uitstiet en voor dood op den grond stortte. Vergetende dat zijn rechterarm door een ijzeren haak vervangen was en dat een getah-pertja kapje zijn hersenen bedekte, had hij zich een geduchten slag toegebracht.

Men snelde op hem toe en hief hem op. Tot zich zelven gebracht riep hij uit: »Stommelingen die wij zijn! Drie- en viermaal apen! Ellendelingen! Ezels!"

»Maar wat is er dan toch?" riepen allen uit één mond.

»Wat er is?"....

»Maar spreek dan toch!"

»Wat er is? Dat het projectiel nóg geen 10,000 kilo weegt."

»En wat zou dat?"

Dat het een watergewicht van 28 ton verplaatst en bijgevolg _dat het drijven moet_.

Onbeschrijfbaar is de nadruk, dien de waardige man op het woord »drijven" legde. En het was ook zoo! Allen, ja allen hadden zij de waterweegkundige wet vergeten, dat het projectiel, na door de kracht van den val tot in de diepte van den oceaan gedoken te zijn, onfeilbaar weder naar de oppervlakte moest rijzen. En nu dreef het zachtjes op den oceaan....

Sloepen werden gestreken; Maston en zijn vrienden sprongen er in. De spanning klom ten top. Aller harten klopten hoorbaar, terwijl de vletten naar het projectiel roeiden. Wat zou het bevatten? Levenden of dooden? Levenden, ja! Levenden, indien namelijk Barbicane en de anderen niet waren omgekomen nadat zij die vlag hadden geplant!

De diepste stilte heerschte in de sloepen. Alle inzittenden hielden den adem in. Hun vochtige oogen zagen niets meer. Een der venstertjes was open. Eenige stukjes glas, die in de sponning waren blijven zitten, bewezen dat het stukgestooten was. Dat venstertje bevond zich vijf voet boven den waterspiegel.

Een sloep naderde, die waarin Maston stond. Hij keek in de opening....

Op datzelfde oogenblik hoorden zij een heldere stem, ze was van Michel Ardan, overluid juichende: »Gesloten, Barbicane, hier blank en daar blank!"

Barbicane, Michel Ardan en Nicholl zaten domino te spelen.

ACHTENVEERTIGSTE HOOFDSTUK.

SLOT.

Zeker herinneren zich de lezers dezer geschiedenis, hoe algemeen de belangstelling in de drie reizigers was bij hun vertrek. Had de aanvang der onderneming zooveel opspraak verwekt in de Oude en in de Nieuwe wereld, welke geestdrift, moest dan hun terugkomst niet teweegbrengen? Die millioenen toeschouwers, naar Florida heengestroomd, zouden immers niet onverschillig zijn aangaande de teruggekeerde waaghalzen? Zouden die scharen vreemdelingen, uit alle oorden samengevloeid naar de Amerikaansche stranden, het grondgebied der Unie verlaten zonder Barbicane, Nicholl en Michel Ardan te hebben teruggezien! Neen voorzeker! Zelfs moest de feestelijke stemming van het publiek op waardige wijze beantwoorden aan de grootschheid der onderneming. Menschelijke wezens, die den aardbol hadden verlaten en terugkeerden van hunne allerzonderlingste reis door de hemelruimte, konden niet op alledaagsche wijze ontvangen worden. Elk wenschte hen eerst te zien en dan te hooren.

Deze wensch moest verwezenlijkt worden, wilde bijna de geheele bevolking der Vereenigde Staten voldaan zijn.