De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij

Part 85

Chapter 853,821 wordsPublic domain

[366] In Duitschland alleen worden ieder jaar 100.000 "onwettige" kinderen geboren, en het aantal neemt snel toe; in Engeland is het maar 40.000 per jaar, daar het sterke vooroordeel, dat dikwijls bestaat tegen zulke geboorten in Engeland (zooals ook in Frankrijk) aanleiding geeft tot het in wijden kring toepassen van middelen ter voorkoming van de conceptie.

[367] "Waar zijn werkelijk monogamisten te vinden?" vroeg Schopenhauer in zijn verhandeling "Ueber die Weiber". En James Hinton was gewoon te zeggen: "Wat is de bedoeling van het in stand houden van de monogamie? Is er eenige kans om ze te krijgen, zou ik wel eens willen weten? Noemt gij het Engelsche leven monogaam?"

[368] "Bijna overal", zegt Westermarck van de polygynie (die hij in den breede bespreekt in de hoofdstukken XX-XXII van zijn History of Human Marriage) "is ze beperkt tot het kleinste gedeelte van de menschen en het grootste deel is monogaam". Maurice Gregory (Contemporary Review, Sept. 1906) geeft statistieken, die aantoonen, dat er bijna overal een neiging tot gelijkheid in aantal van de geslachten te vinden is.

[369] In een polygaam land is een man natuurlijk door zijn verplichtingen evenzeer gebonden aan zijn tweede vrouw, als aan zijn eerste. Bij ons wordt de tweede vrouw onteerd door den naam maitres, en hoe slechter de man haar en haar kinderen behandelt, des te meer wordt zijn moraal goedgekeurd, evenals de Katholieke kerk, toen ze trachtte het coelibaat onder de geestelijkheid in te stellen, meer goedkeuring had voor den priester, die onwettige verhoudingen had met vrouwen, dan den priester, die fatsoenlijk en openlijk trouwde. Als zijn verwaarloozing er de maitres van een getrouwd man toe brengt haar verhouding tot hem bekend te maken, dan heeft de man recht haar te vervolgen, en zijn advocaat zal, van de algemeene sympathie verzekerd, voor het gerechtshof zeggen, dat "deze vrouw zoo slecht is geweest van te schrijven aan de vrouw van den klager!"

[370] Howard, in zijn oordeelkundige History of Matrimonial Institutions (deel II, blz. 96 et seq.), kan niet nalaten de aandacht te vestigen op den bijna krankzinnig opgewonden aard van de taal, die in Engeland nog maar weinige jaren geleden gebruikt werd door hen, die waren tègen het huwelijk met de zuster van de overledene vrouw, en hij stelt die tegenover de meer redelijke houding van de Katholieke kerk. "Er zijn voorbeelden gegeven", merkt hij op, "van de moreele anarchie, die zulke huwelijken moeten te voorschijn roepen, en die zijn door opmerkers uit Amerika, uit de koloniën en van het vasteland gelezen met een ongerustheid, die niet onvermengd was met tegenzin, en het zijn werkelijk merkwaardige illustraties van het uiterst insulair karakter van den Engelschen geest". Nog in A.D. 1908 werd er een wetsontwerp gebracht in het House of Lords, hetwelk voorstelde, dat verlating zonder oorzaak twee jaren lang een reden zou zijn tot echtscheiding, een redelijke en menschelijke maatregel, die als wet geldt in de meeste deelen van de beschaafde wereld. De Lord Kanselier (Lord Loreburn), een liberaal, en een verlicht en scherpzinnig leider in de sfeer van de politiek, verklaarde, dat zulk een voorstel "absoluut onmogelijk" was. Het Huis verwierp het voorstel met 61 tegen 2 stemmen. Zelfs de huwelijksbesluiten van het concilie van Trente werden niet door zulk een overweldigende meerderheid aangenomen. Inzake de huwelijkswetgeving is Engeland nog nauwelijks ontwassen aan de Middeleeuwen.

[371] Quaestionum Convivalium, lib. III, quaestio 6.

[372] E. D. Cope, "The Marriage Problem" Open Court, Nov. 1888.

[373] Columbusmeeting van de American Medical Association, 1900.

[374] Ellen Key, Ueber Liebe und Ehe, p. 24.

[375] In een bewonderenswaardig artikel over Friedrich Schlegel's Lucinde (Mutterschutz, 1906, Heft 5) beschouwt Heinrich Meyer-Benfey, die er op wijst, dat de Katholieke opvatting van het huwelijk liefde toestond, maar ze niet verhief, Lucinde, met hare gebreken, als de eerste uitdrukking van de eenheid van de zinnen en de ziel, en, als zoodanig als de basis van de nieuwe zedeleer der liefde. We moeten er echter bijvoegen, dat vier honderd jaar geleden Pontano deze zelfde eenheid der liefde veel krachtiger en veel gezonder uitgesproken had dan Schlegel, hoewel het Latijnsche vers, frisch en vol leven als het is, zonder invloed bleef. Pontano's Carmina, met de "De Amore Conjugali", zijn eindelijk door Soldati in een schooluitgave herdrukt.

[376] Van de dertiende tot de zeventiende eeuw was Ovidius inderdaad de meest populaire en invloedrijkste van de klassieke dichters. Zijn werken speelden een groote rol bij het vormen van de literatuur van de Renaissance, niet het minst in Engeland, waar Marlowe zijn Amores vertaalde, en Shakespeare, tijdens de eerste jaren van zijn literaire werkzaamheid, hem veel verschuldigd was (zie bv. Sidney Lee, "Ovid and Shakespeare's Sonnets", Quarterly Review, April 1909).

[377] Dit is reeds in hoofdstuk II besproken.

[378] Op den leeftijd van vijf en twintig jaar, naar G. Hirth opmerkt (Wege zur Heimat, p. 541) heeft een energiek en sexueel aangelegd man in een groote stad meestal al verhoudingen gehad met ongeveer vijf en twintig vrouwen, misschien al wel met vijftig, terwijl een wel opgevoede en beschaafde vrouw op dien leeftijd eerst begint de langzaam zich opeenhoopende opwindingen van de sekse te realiseeren.

[379] In zijn studie over "Conjugal Aversion" (Journal Nervous and Mental Disease, Sept., 1892) wijst Smith Baker op de waarde van voldoende sexueele kennis voor het huwelijk voor het verminderen van de gevaren voor zulk een aversie.

[380] "Het mag tot eer van de mannen gezegd worden", merkt Adler naar waarheid op, (op. cit., p. 182), "dat het misschien niet dikwijls hun bewuste brutaliteit is, die in deze zaak het kwaad sticht, maar alleen gebrek aan handigheid en gebrek aan begrijpen. De man, die niet speciaal door de natuur en door de ondervinding begaafd is voor den psychischen omgang met vrouwen, zal waarschijnlijk niet, door zijn vroegeren omgang met Venus vulgivaga, eenige nuttige kennis mee ten huwelijk brengen, hetzij psychisch of physiek".

[381] "Den eersten nacht", schrijft een correspondent over zijn huwelijk, "vond zij de daad zeer pijnlijk en was zij verschrikt en verwonderd over de grootte van mijn penis, en daarover, dat ik zoo plotseling op haar af kwam. Wij hadden vóór het huwelijk zeer openlijk over sexueele zaken gesproken, en het kwam nooit bij mij op, dat ze de bijzonderheden van de daad niet kende. Ik dacht, dat het haar zou hinderen over deze zaken te spreken; maar ik zie nu in, dat ik haar de dingen had moeten uitleggen. Vóór ik trouwde was ik tot de conclusie gekomen, dat de eerbied, die men aan zijn vrouw verschuldigd is, niet vereenigbaar was met een wijze van spreken, die indecent zou kunnen schijnen, en ook had ik besloten niet tot haar te spreken over wat ik toen meende, dat vuile dingen waren, zelfs over het naakt zijn, en haar naakt te hebben. Ik was inderdaad het slachtoffer van onware ingetogenheid; het was een kunstmatige reactie op het leven, dat ik vóór mijn huwelijk geleid had. Nu schijnt het mij natuurlijk toe, dat als men een vrouw liefheeft, men met haar doet wat in u of in haar opkomt. Als ik het niet als een fout gevoeld had zulke daden tusschen ons aan te moedigen, dan zou er zich tusschen ons een sexueele sympathie hebben kunnen vormen, die mij nauwer aan haar zou verbonden hebben".

[382] Montaigne, Essais, boek III, hoofdstuk V. Het is een feit van beteekenis, dat zelfs in de kwestie van inlichting, vrouwen, niettegenstaande veel onwetendheid en onervarenheid, dikwijls beter toegerust zijn voor het huwelijk dan mannen. Naar Fürbringer opmerkt (Senator en Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, deel I, p. 212), hoewel de vrouw gewoonlijk kuischer is bij het huwelijk dan de man, "is zij toch gewoonlijk beter ingelicht in zaken, die tot den huwelijkschen staat behooren, niettegenstaande nu en dan voorkomende verwondering wekkende bekentenissen."

[383] Een fijnvoelend man schrijft in een brief over zijn vrouw: "Zij verliest nooit haar gevoel van eigenwaarde, noch mijn respect voor haar, eenvoudig omdat wij wanhopig op elkander verliefd zijn, en alles, wat wij beiden doen--en wat menige prostituée weigeren zou--voor ons slechts de altijd nieuwe poging is om onzen hartstocht in handelingen om te zetten. Nu eerst begrijp ik, wat de woorden "den reine is alles rein" beteekenen, en dat hij, die liefheeft, zich over geen koenheid te schamen heeft. Ik heb het altijd gevoeld, dat haar lief te hebben beteekent een emancipatie tot het hoogere". Het is duidelijk, dat alleen het innemen van zulk een houding, het voor een kuische vrouw mogelijk maakt, hartstochtelijk te zijn.

[384] "Werkelijk verstaan te worden" naar Rafford Pyke terecht zegt, "te zeggen wat zij wil, haar innigste gedachten op haar eigene wijze te uiten, de traditioneele conventies, die haar hinderen en drukken op zij te schuiven iemand bij zich te hebben, met wien ze volkomen vrij kan zijn, en toch te weten, dat geen syllabe van wat zij zegt verkeerd uitgelegd of verkeerd begrepen zal worden, maar eer juist begrepen, zooals zij het alles voelt--hoe wonderheerlijk is dit voor iedere vrouw, en hoe weinig mannen zijn er, die het haar kunnen geven!"

[385] In de jongste tijden is ze besproken geworden in verband met het veel voorkomen van spontane nachtelijke emissies.

[386] Naar Zenobia's gewoonte verwijst Gibbon Decline and Fall, ed. Bury. dl. I, p. 302. De beslissing van de Koningin van Arragon wordt vermeld door een jurist uit Montpellier, Nicolas Bohier (Boerius) in zijn Decisiones, etc., ed. van 1579, p. 563; er wordt door Montaigne naar verwezen in zijn Essais, Bk. III, hoofdst. V.

[387] Haller, Elementa Physiologiae, 1779, deel III, p. 57.

[388] Hammond, Sexual Impotence, p. 129.

[389] Fürbringer, Senator en Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, deel I, p. 221.

[390] Forel, Die Sexuelle Frage, p. 80.

[391] Guyot, Bréviaire de l'Amour Expérimental, p. 144.

[392] Erb, Ziemssen's Handbuch, Band XI, II, p. 148. Guttceit beschouwde het ook zoo, dat de zeer ruime variaties, die gevonden worden, aangeboren en natuurlijk zijn. We kunnen er aan toevoegen, dat sommigen meenen, dat er rasverschillen zijn. Zoo is er geconstateerd, dat de aanleg van de Engelschen gering is, en die van de Franschen (vooral uit Provence, Languedoc, en Gascogne) groot, terwijl Loewenfeld meent, dat het Germaansche ras het Fransche overtreft in geschiktheid tot het veelvuldig herhalen van de geslachtsdaad. Het is waarschijnlijk, dat deze meeningen niet veel waarde hebben, en dat de voornaamste verschillen eerder individueel zijn dan dat ze tot het ras behooren.

[393] Ribbing, L'Hygiène Sexuelle, p. 75. Kisch spreekt dezelfde opinie uit in zijn Sexual Life of Woman.

[394] Mohammed, die dikwijls égards voor vrouwen vertoonde, die zeer zeldzaam zijn bij de stichters van godsdiensten, is een uitzondering. Zijn voorschrift van eens per week was het recht van de vrouw, geheel onafhankelijk van het aantal vrouwen, dat een man zou kunnen hebben.

[395] Hoe broos de aanspraak is van de "huwelijksrechten" kan voldoende blijken uit het feit, dat velen het er nu voor houden dat het woord "huwelijksrechten" zelf op een schrijffout berust, terwijl men voor "rights" (rechten) het evenzoo klinkende woord "rites" (riten) had moeten schrijven (zie Notes and Queries, 16 Mei 1891, 6 Mei 1899). Deze uitleg, moeten we er aan toevoegen, heeft alleen betrekking op den geijkten term, want er kan geen twijfel aan zijn, dat het denkbeeld, dat er aan ten grondslag ligt, zijn bestaan heeft, geheel onafhankelijk van het woord.

[396] "In de meeste huwelijken die niet gelukkig zijn", zegt Rafford Pyke in zijn interessant geschrift over "Husbands and Wives" (Cosmopolitan, 1902), "is het eer de vrouw dan de man, die de meeste malen teleurgesteld is".

[397] Het wordt echter door erotische schrijvers wel erkend, dat vrouwen soms een tamelijk actieve rol spelen. Zoo zegt Vatsyayana, dat de vrouw soms de positie van den man inneemt, en met bloemen in heur haar en met glimlachen en zuchten en met gebogen hoofd, hem liefkoozend en haar borsten tegen hem aandrukkende, zegt: "Je bent mijn veroveraar geweest; het is nu mijn beurt je om genade te doen smeeken".

[398] Zoo wordt, volgens Zache, onder de Swahili op den derden dag na het huwelijk den bruidegom door de zede toegestaan om de defloratie te voltooien, Zeitschrift für Ethnologie, 1899, II-III, p. 84.

[399] De l'Amour, deel II, blz. 57.

[400] Robert Michels, "Brautstandsmoral", Geschlecht und Gesellschaft, Jahrgang I, Heft 12.

[401] Hier is b.v. op gewezen door Rutgers, "Sexuelle Differenzierung", Die Neue Generation, Dec., 1908.

[402] Zoo zegt Rasmussen, dat onder de Eskimo's, die nu en dan van vrouwen verwisselen, "een man gewoonlijk ontdekt dat zijn eigen vrouw, ondanks alles, de beste is".

[403] "Ik heb altijd gemeend met den nu overleden Professor Laycock", merkt Clouston, (Hygiene of Mind, p. 214) "die een zeer fijn opmerker van de menschelijke natuur was, dat een getrouwd paar niet altijd samen behoeft te zijn om gelukkig te zijn, en dat in werkelijkheid tamelijk lange tijden van afwezigheid en scheidingen leiden kunnen tot een eindelijke en nauwere vereeniging". Dat het lang stand houden van den hartstocht alleen bestaanbaar is met afwezigheid behoeft wel nauwelijks gezegd te worden; zooals Mary Wollstonecraft lang geleden gezegd heeft (Rights of Woman, original ed., p. 61), alleen bij afwezigheid of in het ongeluk is de hartstocht duurzaam. We kunnen er echter bij voegen, dat zij in haar liefdesbrieven aan Imlay schreef: "Ik heb altijd gezegd, dat twee menschen, die te zamen willen leven, niet lang gescheiden moeten wezen".

[404] "Uit een ruim gezichtspunt beschouwd", zeide Arnold L. Gesell, in zijn belangwekkende studie over "Jealousy" (American Journal of Psychology, Oct. 1906), schijnt jaloezie een zoo noodzakelijk begeleidingsverschijnsel van het biologisch gedrag, midden in den concurrentiestrijd, dat men geneigd is ze genetisch als een van de oudste gemoedsbewegingen te beschouwen, die bijna synoniem is met den wensch om te leven, en ze bijna niet minder fundamenteel te maken dan vrees of toorn. Waarlijk, jaloezie gaat gemakkelijk over in toorn, en ze is zelf een soort van vrees.... In maatschappelijkheid en wederzijdsche hulp zien we de keerzijde van de medaille; maar de jaloezie, hoe tegenmaatschappelijk ze ook mag zijn, behoudt een functie in de zoölogische anatomie: b.v. om het individu in bescherming te nemen tegen de groep. Het is het groote verbeteringsmiddel van de natuur tegenover de zuiver maatschappelijke gevoelens.

[405] Vele voorbeelden hiervan vindt men bij Gesell in zijn studie over "Jealousy".

[406] Jaloezie is soms bij lagere rassen vermomd of gewijzigd door gewoonten van den stam. Zoo zegt Rasmussen (People of the Polar North, blz. 65), als hij verwijst naar het verwisselen door de Eskimo's van hun vrouwen: "Een man heeft me eens verteld, dat hij zijn vrouw alleen sloeg, als ze geen andere mannen wilde ontvangen. Zij wilde met niemand iets te doen hebben dan met hem--en dat was haar eenige gebrek!" Rasmussen toont ergens anders aan, dat de Eskimo's in staat zijn tot groote jaloezie.

[407] Zie b.v. Moll, Sexualleben des Kindes, blz. 158; vergelijk van Gesell "Study of Jealousy".

[408] Jaloezie is bij dronkaards een algemeen bekend verschijnsel. Naar K. Birnbaum aantoont ("Das Sexualleben der Alkoholisten", Sexual-Probleme, Jan. 1909), is deze jaloezie in de meeste gevallen min of meer gegrond, want de vrouw, die genoeg heeft van haar man, zoekt natuurlijk elders sympathie en gezelschap. Toch gaat de jaloezie der drankzuchtigen veel verder dan haar basis, de feitelijke aanleiding er toe, en hangt samen met waandenkbeelden en hallucinaties. (Zie b.v. G. Dumas, "La Logique d'un Dément", Revue Philosophique, Febr. 1908; ook Stefanowski, "Morbid Jealousy", Alienist and Neurologist, Juli 1893).

[409] Ellen Key, Over liefde en huwelijk, blz. 335.

[410] Schrempf wijst er op ("Von Stella zu Klärchen", Mutterschutz, 1906, afl. 7, p. 264), dat Goethe in Egmont getracht heeft aan te toonen, dat een vrouw teruggestooten wordt door de liefde van een man, die niets anders kent dan zijn liefde voor haar, en dat het voor haar gemakkelijk is zich te wijden aan den man, wiens plannen liggen in de grootere wereld buiten haar. Er is een diepe waarheid in deze wijze van zien.

[411] Eene bespreking over "Platonische vriendschap" van deze soort door verschillende auteurs, meest vrouwen, wier opinies bijna gelijkelijk verdeeld waren, kan men, bij voorbeeld, vinden in de Lady's Realm, Maart, 1900.

[412] Er zijn ongetwijfeld belangrijke uitzonderingen. Zoo was de beroemde vriendschap van Mérimée met Mlle. Jenny Dacquin, die vervat is in de Lettres à une Inconnue misschien volkomen Platonisch aan den kant van Mérimée, terwijl Mlle. Dacquin zich aan die houding aanpaste. Vergelijk A. Lefebvre, La Célèbre Inconnue de Mérimée, 1908.

[413] De minnebrieven van al deze beroemde personen zijn uitgegeven. Rosa Mayreder (Zur Kritik der Weiblichkeit, blz. 229 et seq.) bespreekt de nederige en absolute wijze, waarop zelfs mannen van het meest mannelijke en heerschzuchtige genie zich overgeven aan de inspiratie van de geliefde vrouw. Het geval van de Brownings, die genoemd zijn "de held en de heldin van de mooiste liefdesgeschiedenis, die de wereld kent", is vooral bekend; (Ellen Key heeft in Menschen over de Brownings geschreven uit dit gezichtspunt, en we kunnen verwijzen naar een artikel over de minnebrieven van de Brownings in de Edinburgh Review, April, 1899). Het is nauwelijks noodig te zeggen, dat een erotische verhouding van veel belang kan zijn voor personen van groote intellectueele bekwaamheid, zelfs als de uitslag niet gelukkig is; van Mary Wollstonecraft, een van de op intellectueel gebied meest beroemde vrouwen kan gezegd worden, dat de brieven, die haar liefde bevatten voor den onwaardigen Imlay, tot de meest hartstochtelijke en pathetische minnebrieven behooren, die er in het Engelsch bestaan.

[414] Spencer and Gillen, Northern Tribes of Central Australia, p. 330.

[415] Académie de médecine de Paris, 31 Maart 1908.

[416] The Origin and Development of the Moral Ideas, deel II, blz. 405.

[417] Population and Progress, p. 41.

[418] Vergelijk Reibmayr, Entwicklungsgeschichte des Talentes und Genies, Bd. II, p. 31.

[419] "De schuld, die we hebben aan hen, die vóór ons gekomen zijn, kunnen we alleen maar terugbetalen aan hen, die na ons komen", zegt Haycraft (Darwinism and Race Progress, p. 106).

[420] Mardrus, Les Mille Nuits, dl. XVI, p. 158.

[421] Sidney Webb, Popular Science Monthly, 1906, p. 526 (vroeger gepubliceerd in de London Times, Oct. 11, 16, 1906). In hoofdstuk IX van dit werk hebben we reeds de beteekenis moeten bespreken van het woord "zedelijkheid".

[422] Zoo was in Parijs, in 1906, in de rijke wijken, het geboortecijfer op de 1000 inwoners 19.09; in welgestelde wijken 22.51; en in arme wijken 29.70. Hier zien we, dat, terwijl het geboortecijfer valt en stijgt met de maatschappelijke klasse, het geboortecijfer zelfs onder de arme en minst beperkte klasse nog maar weinig hooger is dan het algemeen gemiddelde voor Engeland, waar voorbehoedmiddelen in zeer ruimen kring verspreid zijn, en zeer aanmerkelijk lager dan het gemiddelde (dat nu snel daalt) in Duitschland. Het blijkt duidelijk, dat er onder de arme klassen een neiging is om in deze zaak met de hoogere klassen gelijk te komen.

[423] Ik heb deze punten meer in bijzonderheden ontwikkeld in twee artikelen in het Independent Review, November 1913 en April 1914. Zie ook Bushee, "The Declining Birthrate and Its Causes", Popular Science Monthly, Aug. 1913.

[424] Francis Place, Illustrations and Proofs of the Principle of Population, 1882, p. 165.

[425] Zie b.v. een belangrijk hoofdstuk in het Sexualleben und Nervenleiden van Löwenfeld, een van de meest oordeelkundige autoriteiten op het gebied der sexueele pathologie. Vijf en twintig jaar geleden werd, zooals velen zich zullen herinneren, den student in de medicijnen gewoonlijk geleerd, dat het gebruik van voorbehoedmiddelen bij het verkeer leidde tot allerlei ernstige nadeelen. Toen schijnen echter roekelooze en ongewenschte voorbehoedmiddelen meer voorgekomen te zijn dan tegenwoordig.

[426] Michael Ryan, Philosophy of Marriage, p. 9. Het in staat stellen van de "behoudende kracht van den Schepper" om zich uit te strekken tot de myriaden spermatozoën, die zelfs één man in zijn leven afscheidt, zou een wereld vol vrouwen noodig maken, terwijl het hiermee overeenkomende probleem wat een vrouw aangaat, heelemaal te moeilijk is om te verwezenlijken. Het proces, waardoor het leven opgebouwd wordt, wel verre van een proces te zijn van algemeen behoud, is een proces geweest van strenge keuze en groote vernieling; het proces, dat in de beschaafde wereld wordt uitgevoerd, bestaat in het maken van dit blinde proces tot een door het verstand bestuurde daad.

[427] Zoo werd in België, in 1898 (Sexual-Probleme, Febr. 1909, p. 136) een dokter (Dr. Mascaux), die op den voorgrond was getreden bij het bevorderen van de kennis van voorbehoedmiddelen voor de conceptie, veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor "een misdrijf tegen de zeden!" In zulk een geval, zegt Dr. Helene Stöcker (Die Neue Generation, Jan., 1909, p. 7), is "zeden" een andere naam voor onwetendheid, verlegenheid, huichelachtigheid, preutschheid, ruwheid, en gebrek aan geweten. Wij moeten echter in herinnering houden, als uitleg van dit onbillijke oordeel, dat eenige jaren lang de clericale partij in België den boventoon heeft gevoerd.

[428] Tegen het gebruik van de condom is ingebracht, dat hij niet gebruikt kan worden door de allerarmsten om de kosten, maar Hans Ferdy toont in een in bijzonderheden gaand geschrift aan (Sexual-Probleme, Dec. 1908), dat het gebruik van den condom gebracht kan worden binnen het bereik van de allerarmsten, als men er maar voor zorgt hem in water te bewaren, als hij niet gebruikt wordt. Nyström, (Sexual-Probleme, Nov. 1908, p. 736) heeft een blaadje uitgegeven ten bate van zijn patiënten en anderen, waarin hij den condom aanbeveelt, en uitlegt hoe hij gebruikt moet worden.

[429] Zoo besluit Kisch, in zijn Sexual Life of Woman, nadat hij de verschillende voorbehoedmiddelen voluit besproken heeft, ten gunste van den condom. Fürbringer komt ook (Senator en Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, dl. I, blz. 232 et seq.) tot het besluit, dat de condom "betrekkelijk het meest volmaakte voorbehoedmiddel tegen de conceptie is". Forel (Die Sexuelle Frage, p.p. 457 et seq.) bespreekt de kwestie ook in den breede; ieder bezwaar, dat er gemaakt wordt tegen den condom, voegt Forel erbij (p. 544), berust op het feit, dat wij er niet aan gewend zijn; "een bril is niet speciaal æsthetisch, maar de poëzie van het leven heeft niet buitengewoon veel te lijden door het gebruik ervan, en in vele gevallen, kan men er niet buiten".

[430] L'Avortement, p. 43.

[431] Er zijn in de Romeinsche wet en de Romeinsche gewoonte eenige punten van kwestie aangaande de afdrijving; zij worden besproken in het belangrijke werk van Balestrini, Aborto. blz. 30 et seq.

[432] Augustinus, De Civitate Dei, Boek XXII, hoofdstuk XIII.

[433] De ontwikkeling van de publieke opinie en van de wet aangaande de afdrijving is nagespoord door Eugène Bausset, L'Avortement Criminel, Thèse de Paris, 1907. Voor een overzicht van de gebruiken van verschillende volken met betrekking tot de afdrijving zie men W. G. Sumner, Folkways, hoofdst. VIII.

[434] Die Neue Generation, Mei 1908, p. 192. We mogen hieraan toevoegen, dat in Engeland het opleggen van straf op de afdrijving, als ze plaats vindt in de eerste maanden der zwangerschap (voordat er "leven" is), enkel een moderne nieuwigheid is.