De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij

Part 83

Chapter 833,734 wordsPublic domain

[215] Het is een dikwijls aangehaalde passage, maar ze kan haast niet dikwijls genoeg herhaald worden: "Ge ziet dat deze ijzeren plaat niet geheel plat is: ze heeft een bult, hier aan den linkerkant. Hoe moeten we ze plat krijgen? Natuurlijk, zult ge antwoorden, door op het uitstekende deel te slaan. Nu, hier is een hamer, en ik geef de plaat een slag, zooals ge aanraadt. Harder, zegt ge. Nog geen resultaat. Nog een slag? Nu, vooruit maar, en nog een en nog een. De verhevenheid blijft, ziet ge: het kwaad is even groot als vroeger--ja, zelfs grooter. Maar dat is niet alles. Kijk eens, hoe de plaat aan den anderen kant krom getrokken is. Waar ze tevoren plat was, daar is ze nu gebogen. We hebben ze mooi verknoeid. In plaats dat we het oorspronkelijke kwaad verbeterd hebben, hebben we er een tweede bij gemaakt. Als we een werkman gevraagd hadden, die ervaren was in het "pletten", zooals het genoemd wordt, dan zou hij ons vertellen, dat er geen goed te doen was, niets dan kwaad, door op het uitstekende deel te slaan. Hij zou ons geleerd hebben verschillend gerichte en speciaal geplaatste slagen met een hamer op een andere plaats te doen: zoo het kwaad aan te vallen, niet door directe, maar door indirecte handelingen. Het vereischte proces is minder eenvoudig dan ge gedacht had. Zelfs een metalen plaat kan niet met succes behandeld worden op die verstandige wijze, waarin ge zooveel vertrouwen hebt. Wat zullen we dan zeggen over een maatschappij?... Is de menschheid gemakkelijker in orde te krijgen dan een ijzeren plaat?" (The Study of Sociology, p. 270).

[216] Het is waarschijnlijk, dat Schopenhauer een meer dan speculatief belang bij deze zaak had. Bloch heeft goede gronden gevonden om te meenen, dat Schopenhauer zelf in 1813 syphilis kreeg, en dat dit een factor was die er toe bijdroeg zijn opvatting van de wereld te vormen en zijn constitutioneel pessimisme te bevestigen (Medizinische Klinik, Nos. 25 en 26, 1906).

[217] Havelburg, bij Senator en Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, deel 1, p. 186-189.

[218] Dit is de zeer bepaalde overtuiging van Lowndes na een ondervinding van vier en vijftig jaar in het behandelen van venerische ziekten in Liverpool (British Medical Journal, Feb. 9, 1907, p. 334). Verder wordt ze bevestigd door het feit (als het een werkelijk feit is) dat sedert 1876 zoowel de kindersterfte als de algemeene sterfte door syphilis in Engeland afneemt.

[219] "Er is niet de minste twijfel aan, dat syphilis toeneemt in Londen, te oordeelen naar het hospitaalwerk alleen", zegt Pernes (British Medical Journal, March 30, 1907). Syphilis heerschte echter ook zeer veel, een paar eeuwen geleden, en er is geen reden om met zekerheid aan te nemen, dat ze tegenwoordig méér heerscht.

[220] Zie b.v., A. Neisser, Die experimentelle Syphilisforschung, 1906, en E. Hoffmann (die samenging met de ontdekking van Schaudinn), Die Aetiologie der Syphilis, 1906; D'Arcy Power, A System of Syphilis, 1908, enz.; F. W. Mott, "Pathology of Syphilis in the Light of Modern Research", British Medical Journal, February 20, 1909; ook, Archives of Neurology and Psychiatry, deel IV, 1909.

[221] Er is eenig verschil van opinie over dit punt, en hoewel het waarschijnlijk schijnt te zijn, dat vroege en grondige behandeling de ziekte gewoonlijk in een paar jaar geneest en verdere complicaties hoogst onwaarschijnlijk maakt, is het niet mogelijk, zelfs onder de meest gunstige omstandigheden, met absolute zekerheid iets over de toekomst te zeggen.

[222] "Dat syphilis geweest is, en nog is, een van de voornaamste oorzaken van de physieke degeneratie in Engeland, kan niet ontkend worden, en het is een feit, dat van alle kanten erkend wordt", schrijft Luitenant-Kolonel Lambkin, de commandant van het Londensche Garnizoens-Hospitaal voor venerische ziekten. "Te worstelen met de syphilis onder de burgerbevolking van Engeland moest het voornaamste doel zijn van hen, die belang stellen in de meest brandende kwestie, de physieke degeneratie van ons ras" (British Medical Journal, August 19, 1905).

[223] F. W. Mott, "Syphilis as a Cause of Insanity", British Medical Journal, October 18, 1902.

[224] Het kan zelden in meer dan tachtig percent van de gevallen bewezen worden, maar in twintig percent van oude gevallen van syphilis is het gewoonlijk onmogelijk sporen te vinden van de ziekten of een geschiedenis ervan te verkrijgen. Crocker vond, dat hij maar in tachtig percent van absoluut zekere syphilitische huidziekten een geschiedenis kon verkrijgen van syphilitische infectie, en Mott vond precies hetzelfde percentage in absoluut zekere syphilitische hersenveranderingen; Mott meent (bv. "Syphilis in Relation to the Nervous System", British Medical Journal, January 4, 1908), dat syphilis de essentieele oorzaak is van algemeene paralyse en van tabes.

[225] Andry, La Semaine Médicale, 26 Juni, 1907. Als Europeanen syphilis overbrengen naar landen, die bewoond worden door menschen van een lager ras, dan zijn de resultaten dikwijls zeer veel erger dan bovengenoemde. Zoo vond Lambkin, als resultaat van een speciale zending, om onderzoek te doen naar de syphilis in Uganda, dat in sommige districten wel negentig percent van de menschen aan syphilis lijden en dat vijftig tot zestig percent van de kindersterfte het gevolg is van deze oorzaak. Uganda wordt bewoond door de Baganda, een stam, intelligent, krachtig en goed georganiseerd, totdat zij door de syphilis in het volle genot kwamen van de beschaving en van het Christendom; dit laatste is (zooals Lambkin zegt) in hooge mate de oorzaak geweest van het verspreiden van de ziekte, doordat het maatschappelijke gewoonten omverwerpt en de vrouwen vrij maakt. Het Christendom is machtig genoeg om een oude moraal omver te werpen, maar niet machtig genoeg om een nieuwe op te bouwen (British Medical Journal, October 3, 1908, p. 1037).

[226] Zelfs binnen de grenzen van het Engelsche leger vindt men in Indië (H. C. French, Syphilis in the Army, 1907), dat venerische ziekten tienmaal meer voorkomen onder Engelsche troepen dan onder de troepen, die door inboorlingen gevormd worden. Als men de uit de volken zelf voortkomende legers niet mederekent, blijkt uit statistieken van ziekenhuizen en sterftetabellen, dat de Vereenigde Staten verreweg bovenaan staan, wat het veel voorkomen van venerische ziekten betreft; ze worden gevolgd door Engeland, dan Frankrijk en Oostenrijk, Rusland en Duitschland.

[227] Er bestaat geen strijd over den ouderdom van de gonorrhoe in de oude wereld, zooals over de syphilis. Ongetwijfeld was de ziekte al heel vroeg bekend. Zelfs Esar Haddon, de bekende koning van Assyrië, over wien in het Oude Testament gesproken wordt, werd door de priesters behandeld voor een kwaal, die, naar beschreven wordt in de op steenen geschreven mededeelingen van dien tijd, alleen gonorrhoe kan geweest zijn. Deze ziekte was ook bekend aan de oude Egyptenaren, en kwam blijkbaar veel voor, want zij vermeldden allerlei voorschriften voor de behandeling ervan. (Oefele, "Gonorrhoe 1350 vor Christi Geburt", Monatshefte für Praktische Dermatologie, 1899, p. 260).

[228] Zie: Memorandum by Sydney Stephenson, Report of Ophthalmia Neonatorum Committee, British Medical Journal, May 8, 1909.

[229] Het veelvuldig verspreid zijn van deze droeve gevolgen der gonorrhoe wordt b.v. in een uitgebreide verhandeling van Taylor, American Journal Obstetrics, January 1, 1908 uiteengezet.

[230] Neisser vermeldt cijfers, die betrekking hebben op het veel voorkomen van de gonorrhoe in Duitschland, Senator en Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, deel II, p. 486-492.

[231] Lancet, September 23, 1882. Wat vrouwen aangaat, heeft Dr. Francis Ivens (British Medical Journal, Juni 19, 1909) in Liverpool gevonden, dat 14 percent van de gynaecologische gevallen blijk gaven van de aanwezigheid van gonorrhoe. De patienten waren gewoonlijk arme fatsoenlijke getrouwde vrouwen. Waarschijnlijk is het aantal zoo groot, doordat Liverpool een drukke zeehaven is, maar het is minder dan de taxatie van Sänger op 18 percent.

[232] E. H. Grandin, Medical Record, May 26, 1906.

[233] E. W. Cushing, "Sociological Aspects of Gonorrhoea", Transactions American Gynecological Society, vol. XXII, 1897.

[234] Alleen in heel kleine gemeenschappen, geregeerd door een autocratische macht met absolute autoriteit om toestanden te controleeren en menschen van beide seksen te onderzoeken, heeft reglementeering eenig effect. Dit wordt door Dr. W. E. Harwood aangetoond, die het systeem beschrijft, dat hij organiseerde in de mijnen van de Minnesota Iron Company (Journal American Medical Association, December 22, 1906). De vrouwen in de bordeelen op het grondgebied van deze onderneming waren van den laagsten stand, en er heerschte veel ziekte. Zorgvuldig onderzoek van de vrouwen werd ingesteld, en contrôle op de mannen, die, zoodra zij ziek werden, verplicht waren te zeggen, door welke vrouw zij geïnfecteerd waren geworden. De vrouw moest de rekening van den dokter betalen van den man, dien zij geïnfecteerd had, en zelfs zijn onderhoud, als hij voor zijn werk ongeschikt was, en de vrouwen werden gedwongen een fonds te onderhouden voor haar eigen verplegingskosten, als die noodig waren. Op deze wijze werden venerische ziekten, hoewel ze niet geheel uitgeroeid werden, toch aanmerkelijk verminderd.

[235] Een duidelijke en begrijpelijke uiteenzetting van den tegenwoordigen stand van zaken wordt door Iwan Bloch gegeven, Das Sexualleben unserer Zeit, hoofdst. XIII-XV. Hoezeer het systeem van politieregeling zonder resultaat is, zelfs in Duitschland, waar inmenging van de politie in zoo hooge mate verdragen wordt, kan duidelijk blijken uit het geval van Mannheim. Hier is de reglementeering van de prostitutie zeer streng en grondig; toch toonde een nauwkeurig onderzoek van de dokters van Mannheim (waarvan er twee en negentig in bijzonderheden gaande verslagen inzonden), in 1905 aan, dat van de zes honderd gevallen van venerische ziekten bij mannen, bijna de helft opgedaan was bij prostituées. Ongeveer de helft van de overige gevallen van infectie, (bijna een kwart van het geheel) had plaats gevonden door kellnerinnen en buffetjuffrouwen; dan volgden dienstmeisjes (Lion en Loeb, in Sexualpädagogik, the Proceedings of the Third German Congress for Combating Venereal Diseases, 1907, p. 295).

[236] Een zesde, minder talrijke klasse zou men hier aan toe kunnen voegen van de jonge meisjes, dikwijls niet meer dan kinderen, die verkracht zijn door mannen, die meenen, dat omgang met een maagd een geneesmiddel is voor hardnekkige venerische ziekte. In Amerika wordt dit dikwijls geloofd door Italianen, Chineezen, negers, enz. W. Travis Gibb, de medicus, die de onderzoekingen doet voor de New Yorksche maatschappij ter voorkoming van wreedheid aan kinderen, heeft meer dan 900 kinderen, die verkracht waren, onderzocht (maar een klein aantal van de gevallen, die werkelijk voorkomen, zegt hij), en vindt, dat dertien percent venerische ziekten hebben. Een tamelijk groot aantal van deze gevallen, onder meisjes van twaalf tot zestien jaar zijn, naar hij zegt, gewillige slachtoffers. Ook Dr. Flora Pollack, van de polikliniek van het Johns Hopkins Hospital, taxeert, dat in Baltimore alleen van 800 tot 1.000 kinderen tusschen den leeftijd van een en vijftien ieder jaar met venerische ziekten worden geïnfecteerd. Het grootste aantal, vindt zij, is op den leeftijd van zes, en de voornaamste oorzaak schijnt te zijn, niet wellust, maar bijgeloof.

[237] Voor een bespreking van de geërfde syphilis zie men b.v. Clement Lucas, Lancet, February 1, 1908.

[238] Veel kwaad is in sommige landen gedaan door de dwaze en verkeerde gewoonte van genootschappen en ziektekassen om geen notitie te nemen van venerische ziekten, en geen vrije medische hulp te verschaffen of ziekte-toelage aan die leden, die er aan lijden. Deze gewoonte heerschte bv. in Weenen tot 1907, toen er een meer humane en verlichte gedragslijn ingevoerd werd, en venerische ziekten op hetzelfde niveau geplaatst werden als andere ziekten.

[239] Actieve maatregelen tegen de venerische ziekten werden in Zweden ingevoerd in het begin van de vorige eeuw; ook verplichte en kostelooze behandeling. Verplichte aangifte werd vele jaren geleden in Noorwegen ingevoerd, en in 1907 verminderde het aantal gevallen van venerische ziekten zeer; er is verplichte behandeling.

[240] Zie bv. Morrow, Social Diseases and Marriage, hoofdst. XXXVII.

[241] Een commissie van de Medical Society van New-York, in 1902 benoemd om deze kwestie te overwegen, bracht rapport uit ten gunste van de aangifte zonder namen en adressen te geven, en Dr. C. R. Drysdale, die een werkzaam aandeel nam in de Internationale Conferentie in Brussel van 1899 raadde een dergelijk plan aan voor Engeland, British Medical Journal, Februari 3, 1900.

[242] Zoo werd in München, in 1908 een man, die een dienstmeisje met gonorrhoe geïnfecteerd had, om deze reden voor tien maanden naar de gevangenis gezonden. De stand der meeningen in Duitschland tegenwoordig over dit onderwerp wordt geresumeerd door Bloch, Sexualleben unserer Zeit, p. 424.

[243] A. Després, La Prostitution à Paris, p. 191.

[244] F. Aurientis, Etude Médico-légale sur la jurisprudence actuelle à propos de la Transmission des Maladies Venériennes, Thèse de Paris, 1906.

[245] In Engeland kan tegenwoordig "een echtgenoot, die willens en wetens zijn vrouw infecteert met een venerische ziekte, niet strafrechterlijk veroordeeld worden, nòch wegens aanranding, nòch wegens het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel" (N. Geary, The Law of Marriage, p. 479). Dit werd besloten in 1888, in het geval van R. v. Clarence, door negen tegen vier rechters (Court for the Consideration of Crown Cases Reserved).

[246] Het moderne democratische gevoel kant zich er tegen, dat een prostituée opgesloten zou kunnen worden, alleen omdat zij ziek is. Maar er kan niet de minste redelijke twijfel aan zijn, dat, als een geïnfecteerde prostituée een ander persoon infecteert, en niet in staat is de zeer hooge schadevergoedingen te betalen, die in zulk een geval gevraagd moesten worden, zij opgesloten behoorde te worden en aan een behandeling onderworpen. Dat is noodig in het belang van de gemeenschap. Maar faciliteiten voor medische behandeling zijn ook noodig, om te voorkomen dat er een premie gesteld wordt op het begaan van de overtreding, die kostelooze behandeling en onderhoud voor een prostituée zonder middelen ten gevolge zou hebben.

[247] Er is echter door het Parijsche Hof van Appel beslist, dat, als een man trouwt, als hij weet, dat hij lijdende is aan een venerische ziekte en die ziekte op zijn vrouw overbrengt, dit een voldoende oorzaak is voor echtscheiding (Semaine Médicale, Mei, 1896).

[248] Het groote boekdeel, getiteld Sexualpädagogik, dat de verhandelingen van het derde van deze congressen bevat, gaat nauwelijks in op het speciale onderwerp der venerische ziekten, en is gewijd aan de kwesties, die zich bezig houden met de algemeene sexueele opvoeding van jonge menschen, die, zooals vele van de sprekers hebben staande gehouden, beginnen moet met het kind aan den schoot van zijn moeder.

[249] "Werklieden, soldaten, en zoo voort", merkt Neisser op (Senator en Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, vol. II, p. 485) "kunnen gemakkelijker meisjes van hun eigen stand vinden, die geen prostituée zijn, en toch bereid met hen in liefdesbetrekkingen te treden, die uitloopen op sexueelen omgang, en daarom zijn zij minder blootgesteld aan het gevaar van infectie, dan zij, die bijna uitsluitend hun toevlucht moeten nemen tot prostituées". (Zie ook Bloch, Sexualleben unserer Zeit, p. 437).

[250] De aard van zulke lezingen en hoever zij gaan moeten, wordt volkomen beschreven in de Verhandelingen van het Derde Congres van het Duitsche Genootschap ter Bestrijding van Venerische Ziekten, Sexualpädagogik, 1907.

[251] Ik laat buiten beschouwing, als buiten het bestek van dit werk, de hulpmiddelen, die bij het onderdrukken van venerische ziekten geleverd worden door de veelbelovende nieuwe methoden, die men eerst nu begint te begrijpen. (Zie, b.v. Metchnikoff, The New Hygiene, 1906).

[252] Max von Niessen, "Herr Doktor, darf ich heiraten?" Mutterschutz, 1906, p. 352.

[253] B.v., E. Belfort Bax, Outspoken Essays, p. 6.

[254] Zulke redenen staan in verband met het welvaren van de gemeenschap. "Alle immoreele daden leiden tot ongeluk van de gemeenschap, alle moreele daden tot geluk van de gemeenschap", zooals Prof. A. Mathews opmerkt, "Science and Morality", Popular Science Monthly, March, 1909.

[255] Zie Westermarck, Origin and Development of the Moral Ideas, deel I, blz. 386-390, 522.

[256] Westermarck, Origin and Development of the Moral Ideas, blz. 9, 159; ook het geheele hoofdstuk VII. Daden, die in overeenstemming zijn met de gewoonte geven aanleiding tot de algemeene goedkeuring; daden, die niet in overeenstemming zijn met de gewoonte, geven aanleiding tot algemeene afkeuring, en Westermarck komt met machtige argumenten om te bewijzen, dat die goedkeuring en die afkeuring de grondslag zijn van moreele oordeelvellingen.

[257] Dit wordt ook door rechtsgeleerden (bv. E. A. Schroeder, Das Recht in der Geschlechtlichen Ordnung, blz. 5) erkend.

[258] W. G. Sumner, (Folkways, p. 418) acht het zelfs wenschelijk den vorm van het woord te veranderen om den nadruk te leggen op de werkelijke en fundamenteele beteekenis van de moraal, en hij stelt het woord mores voor, om aan te duiden "populaire gewoonten en tradities, die leiden tot maatschappelijke hervorming". "Immoreel", zegt hij, "beteekent nooit iets anders dan tegengesteld aan de mores van tijd en plaats". Het is echter nergens voor noodig het goede oude woord "moraal" af te schaffen of er iets aan toe te voegen, zoolang wij ons duidelijk voor oogen stellen dat, aan den praktischen kant, het in zijn wezen beteekent gewoonte.

[259] Westermarck, op. cit., deel I, blz. 19.

[260] Zie bv. "Exogamie and the Mating of Cousins", in Essays Presented to E. B. Tylor, 1907, p. 53. "In het primitieve leven vinden wij veelal een naïef verlangen om, als het ware, de natuur te helpen, in het bekrachtigen van wat normaal is, om dan later de gevonden regels te bevestigen door den categorischen eisch van recht en gewoonte en wet. De neiging bestaat nog in onze beschaafde gemeenschappen en is als vereering van het normale dikwijls een doodsvijand van het abnormale en excentrieke, en verlamt maar al te dikwijls de originaliteit".

[261] De geest van het Christendom, zooals hij geïllustreerd is door Paulus, in een van zijn brieven, was uit Romeinsch oogpunt, naar Dill opmerkt (Roman Society, p. 11), "een afstand doen niet alleen van het burgerschap, maar van al de met moeite verkregen vruchten van beschaving en maatschappelijk leven".

[262] Zoo is het, dat, zooals Lecky in zijn History of European Morals zeide, "van alle afdeelingen van de zedenleer de kwesties over verhoudingen van de seksen en de juiste positie van de vrouw degene zijn, over welker toekomst de grootste onzekerheid bestaat". Misschien is er eenige vooruitgang gekomen sinds deze woorden geschreven werden, maar ze gelden toch nog voor de meerderheid der menschen.

[263] Aangaande het economisch huwelijk als een overblijfsel zie men b.v. Bloch, The Sexual Life of Our Time, p. 212.

[264] Senancour, De l'Amour, deel II, p, 233. De schrijver van The Question of English Divorce schrijft het ontbreken van een algemeene afkeer voor sexueele vrijheid toe aan de dwaze starheid van de wet.

[265] Bruno Meyer, "Etwas von Positiver Sexualreform", Sexual-Probleme, Nov. 1908.

[266] Elsie Clews Parsons, The Family, p. 351. Dr. Parsons beschouwt zulke verbintenissen terecht als een maatschappelijk kwaad als zij de ontwikkeling tegengaan van de persoonlijkheid.

[267] Vergelijk ook Rudeck, Geschichte der öffentlichen Sittlichkeit in Deutschland, 1897, blz. 146 et seq.

[268] Voor bewijsmateriaal aangaande de algemeene afwezigheid van het celibaat bij natuurvolken, zie men b.v. Westermarck, History of Human Marriage hoofdstuk VII.

[269] Er zijn b.v. twee millioen ongetrouwde vrouwen in Frankrijk, terwijl in België dertig percent van de vrouwen en in Duitschland soms zelfs vijftig percent ongetrouwd zijn.

[270] Zulk een positie zou biologisch niet onredelijk zijn, gezien de in hooge mate overwegende rol, die door de vrouw gespeeld wordt bij het sexueele proces, dat het behoud van het ras verzekert. "Als het sexueele instinct alleen maar van zijn physieke zijde beschouwd wordt", zegt D. W. H. Busch (Das Geschlechtsleben des Weibes, 1839, deel I, p. 201), "kan de vrouw niet beschouwd worden als het eigendom van den man, maar met gelijk en grooter recht kan de man beschouwd worden als het eigendom van de vrouw".

[271] Herodotus, deel I, hoofdst. CLXXIII.

[272] Dat macht en familiebetrekking geheel verschillende dingen zijn, werd vele jaren geleden aangetoond door L. von Dargun, Mutterrecht und Vaterrecht, 1892. Westermarck (Origin and Development of the Moral Ideas, deel I, p. 655), die geneigd is te denken, dat Steinmetz niet uitsluitend bewezen heeft, dat moederafstamming minder gezag in zich sluit van den echtgenoot over de vrouw, maakt de belangrijke opmerking, dat het gezag van den echtgenoot schade ondervindt als hij te midden van de familieleden van zijn vrouw leeft.

[273] Robertson Smith, Kinship and Marriage in Early Arabia; J. G. Frazer heeft er op gewezen, (Academy, March 27, 1886), dat de gedeeltelijk Semitische volken van den Noordelijken grens van Abyssinië, die niet onderworpen zijn aan het revolutionaire proces van den Islam, een systeem onderhouden, dat precies gelijkt op het beena huwelijk, zoowel als sommige sporen van het tegenovergestelde systeem, door Robertson Smith genaamd het ba'al huwelijk, waarbij de vrouw door koop verkregen wordt en een deel van den eigendom wordt.

[274] Spencer en Gillen, Northern Tribes of Central Australia, p. 356.

[275] Rhys en Brynmor-Jones, The Welsh People, blz. 55-6; vergelijk Rhys, Celtic Heathendom, p. 93.

[276] Rhys en Brynmor-Jones, op. cit., blz. 214.

[277] Crawley (The Mystic Rose, blz. 41 et seq.).

[278] Revillout, "La Femme dans l'Antiquité", Journal Asiatique, 906, deel VII p. 57. Zie ook Victor Marx, Beiträge zur Assyriologie, 1899, Bd. IV, Heft 1.

[279] Donaldson, Woman, blz. 196, 241 et seq. Nietzold, (Die Ehe in "Ägypten", p. 17), meent, dat het gezegde van Diodorus, dat geen kinderen onwettig waren, nadere toelichting behoeft, maar dat het onwettige kind in Egypte geen maatschappelijk nadeel ondervond.

[280] Amélineau, La Morale Egyptienne, p. 194; Hobhouse, Morals in Evolution, deel I, p. 187; Flinders Petrie, Religion and Conscience in Ancient Egypt blz. 131 et seq.

[281] Maine, Ancient Law, hoofdst. V.

[282] Donaldson, Woman, blz. 109, 120.

[283] Mercator, IV, 5.

[284] Digest XLVIII, 13, 5.

[285] Hobhouse, Morals in Evolution, deel I, p. 213.

[286] Voor een verslag van het werk van sommige van de minder bekende van deze pioniers, zie men een serie artikelen door Harriet McIlquham in de Westminster Review, vooral Nov. 1898 en Nov. 1903.

[287] De invloed van het Christendom op de positie der vrouwen is in den breede besproken door Lecky, History of European Morals, deel II, blz. 316 et seq., en nu onlangs door Donaldson, Woman, Bk. III.

[288] Migne, Patrologia, deel CLVIII, p. 686.

[289] Rasmussen (People of the Polar North, p. 56), beschrijft een verwoeden twist tusschen een man en vrouw, die elkaar om de beurt tegen den grond sloegen. "Een poosje later, toen ik naar binnen keek, lagen ze liefderijk te slapen, met hun armen om elkaar heen".

[290] Hobhouse, Morals in Evolution, deel II, p. 367. Dr. Stöcker wijst, in Die Liebe und die Frauen ook met nadruk op de beteekenis van dezen factor van persoonlijke verantwoordelijkheid.