De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij

Part 76

Chapter 763,371 wordsPublic domain

Voornamelijk in Duitschland zijn in de laatste jaren de wetgevers de hervormsters nagevolgd, door meer of minder volkomen de afschaffing van de straf op de afdrijving aan te raden. Een zoo beroemd autoriteit als Von Liszt zegt in een persoonlijken brief aan Camilla Jellinek (op. cit.), dat hij de straf op de afdrijving beschouwt als "van zeer twijfelbaar recht", hoewel hij meent, dat het niet praktisch is ze geheel af te schaffen; hij meent dat afdrijving kon worden toegestaan in de eerste maanden van de zwangerschap, en komt zoo op het oude standpunt terug. Hans Gross zegt als zijn opinie (Archiv für Kriminal-Anthropologie, Bd. XII, p. 345), dat de tijd niet ver af is, waarop afdrijving niet meer gestraft zal worden. Radbruch en Von Lilienthal spreken in denzelfden geest. Weinberg heeft een verandering in de wet aangeraden (Mutterschutz, 1905, afl. 8), en Kurt Hiller (Die Neue Generation, April 1909), beweert, ook van den kant der wet, dat afdrijving alleen strafbaar moest zijn als ze bewerkt werd door een getrouwde vrouw, zonder voorkennis en toestemming van haar echtgenoot.

De medische stand, die in den nieuweren tijd de eerste schrede gedaan heeft tot autoriseeren van de afdrijving, heeft tot nog toe geen verdere stappen gedaan. Hij is er mee tevreden geweest de grondstelling te verkondigen, dat, als de belangen van de moeder staan tegenover die van den foetus, deze laatste opgeofferd moeten worden. Hij heeft geaarzeld den verderen stap te doen en de afdrijving te plaatsen op de basis der eugeniek en het recht te eischen op afdrijving aan te dringen ieder keer, dat de medische en hygiënische belangen van de maatschappij zulk een stap eischen. Deze houding is volkomen te begrijpen. Men heeft de geneeskunde altijd geïdentificeerd met het behouden van leven, zelfs van waardeloos en erger dan waardeloos leven. "Houdt alles in het leven! Houdt alles in het leven!" riep Sir James Paget nerveus. De geneeskunde heeft zich beperkt tot de nederige taak kwalen te genezen, en begint eerst tegenwoordig de grooter en edeler taak te ondernemen van ze te voorkomen.

"De schrede van het dooden van het kind in den schoot, tot het vermoorden van een persoon buiten den schoot, is een gevaarlijk kleine schrede", merkt een medisch schrijver van later tijd op, en hij spreekt waarschijnlijk voor vele anderen, die zich op eene of andere wijze blind houden voor het feit, dat deze "gevaarlijk kleine schrede" door het menschdom gedaan is, lang voordat afdrijving in de wereld bekend was.

Hier en daar echter hebben medische schrijvers van naam de verdere uitbreiding aangeraden van de afdrijving, met voorzorgen, en onder behoorlijk toezicht, als een hulp bij den vooruitgang der eugeniek. Zoo is Professor Max Flesch (Die Neue Generation, April, 1909) voor een verandering in de wet om afdrijving toe te staan (mits ze gedaan wordt door den medicus) in speciale gevallen, zooals wanneer de zwangerschap van de moeder door verkrachting is teweeg gebracht, als zij verlaten is geworden, of als, in het belang van de gemeenschap, het wenschelijk is de verspreiding te voorkomen van krankzinnige, misdadige, alcoholische of tuberculeuze personen.

In Frankrijk heeft een medicus, Dr. Jean Darricarrère een merkwaardigen roman geschreven, Le Droit d'Avortement (1906), waarin de stelling wordt verkondigd, dat een vrouw altijd volkomen het recht heeft op afdrijving, en dat zij de hoogste rechter is wat de vraag betreft of zij de pijn en de gevaren der geboorte van kinderen wil ondergaan of niet. De kwestie berust hier echter, klaarblijkelijk, niet op medische, maar op philantropische en feministische grondslagen.

Wij hebben gezien, dat zoowel van de zijde der praktijk als van die der theorie, in de laatste jaren een groote verandering heeft plaats gevonden in de houding jegens de afdrijving. Het moet echter duidelijk erkend worden, dat, in tegenstelling met de contrôle op de verwekking door methoden tot het voorkómen van de conceptie, facultatieve miskraam nog niet opgenomen is in onze aangenomen maatschappelijke moraal. Als ik hier een persoonlijke opinie mag invoegen, dan zou ik willen zeggen, dat het mij toeschijnt, dat onze moraal zich hier tamelijk verstandig gedraagt [435]. Ik ben bepaald van meening, dat een onbeperkte permissie aan vrouwen om afdrijving in haar eigen belang toe te passen, of zelfs voor gemeenschappen om ze toe te passen in het belang van het ras, niet zou passen bij onze tegenwoordige maatschappij. Zooals Ellen Key met kracht betoogt, een beschaving, die zonder protest toelaat, dat haar zorgvuldig uitgekozen volwassen mannen in den oorlog op barbaarsche wijze worden geslacht, heeft nog niet het recht verkregen met opzet ook maar zelfs haar meest inferieure levensproducten in den schoot te vernietigen. Aan een gemeenschap, die schuldig is aan zoo'n roekelooze verspilling van levens, kan niet veilig deze oordeel-vereischende functie worden toevertrouwd. De blinde en doellooze bezorgdheid om de meest hopelooze en verlaagde levensvormen te koesteren, zelfs van het ongeboren leven, mag wel een zwakheid heeten, en daar het dikwijls leidt tot grenzenloos lijden, een misdaad. Maar tot nog toe is er een onoverkomelijke hinderpaal, die vooruitgang in deze richting in den weg staat. Voordat wij gerechtigd zijn opzettelijk een leven te vernietigen om een leven te behouden, moeten wij leeren, hoe we het kunnen behouden door het afschaffen van die vernielende invloeden--oorlog, ziekte, slechte arbeidsvoorwaarden--die gemakkelijk binnen onze maatschappelijke macht als beschaafde naties liggen [436].

Er is verder een andere overweging, waarvan het mij toeschijnt, dat ze gewicht in de schaal legt. De vooruitgang van de beschaving gaat in de richting van grootere voorzorg, meer voorkómen, een verminderde behoefte om te strijden tegen het roekelooze gebrek aan vooruitzien. De noodzakelijkheid tot afdrijving is juist een van die resultaten van roekeloos handelen, die de beschaving neiging heeft om te verminderen. Terwijl we kunnen toegeven, dat bij een gezonder toestand van de beschaafde maatschappij er nog enkele gevallen zouden kunnen voorkomen, waarin het opwekken van miskraam wenschelijk zou kunnen zijn, schijnt het wel waarschijnlijk, dat het aantal van zulke gevallen eer zal afnemen dan toenemen. Om de behoefte aan afdrijving uit den weg te ruimen, en om de propaganda ten gunste er van tegen te gaan, moeten wij ons aan den eenen kant voornamelijk verlaten op een grootere zorgvuldigheid bij het bepalen van de conceptie en een meerdere kennis van de middelen ter voorkoming van de conceptie [437], en aan den anderen kant op een betere zorg door den Staat voor zwangere vrouwen, getrouwde en ongetrouwde gelijkelijk, en een erkenning in de praktijk van aanspraken binnen zekere perken, van de moeder op de maatschappij [438]. Er kan maar weinig twijfel aan zijn, dat, bij menige aanklacht wegens misdadige afdrijving, het werkelijke vergrijp ligt bij hen, die hun sociale en hun beroepsplicht niet hebben vervuld van het bekend maken van de meer natuurlijke en onschuldige voorbehoedmiddelen tegen de conceptie, of die anders door hun maatschappelijke houding de positie van de zwangere vrouw ondragelijk gemaakt hebben. Door werkdadige maatschappelijke hervorming in deze twee richtingen kan de nieuwe beweging ten gunste van de afdrijving in toom gehouden worden, en men heeft zelfs gevonden, dat, door het bevorderen van zulk een hervorming, die beweging weldadig is geweest.

Wij hebben gezien, dat de opzettelijke beperking van de conceptie een deel geworden is van onze beschaafde moraal, en dat de praktijk en de theorie van de facultatieve afdrijving vasten voet onder ons gekregen hebben. Er blijft nog een derde en meer radicale methode over ter controleering van de verwekking, de methode van het geheel wegnemen van de mogelijkheid van de verwekking door het castreeren, of door andere kleinere operaties, die eenzelfde verhinderende uitwerking hebben op de voortplanting. De andere twee methoden hebben alleen invloed op een enkele vereenigingsdaad of de gevolgen daarvan, maar castratie heeft invloed op alle volgende daden van sexueele vereeniging en vernietigt gewoonlijk voor goed de voortbrengende kracht.

Castratie voor verschillende maatschappelijke en andere doeleinden is een oude en ver verspreide gewoonte, die toegepast wordt op menschen en op dieren. Er heeft echter, over het geheel, een soort van vooroordeel tegen bestaan, als ze werd toegepast op menschen. Vele volken hebben een groote heilige waarde gehecht aan de ongeschondenheid van de sexueele organen. Bij sommige natuurvolken is het verwijderen van deze organen beschouwd geworden als een speciaal wreede beleediging, die alleen gedaan kon worden in oogenblikken van groote opgewondenheid, zooals na een veldslag. De geneeskunde heeft zich gekant tegen iedere inmenging met de sexueele organen. De eed, die de Grieksche medici afleggen, schijnt castratie te beletten: "Ik wil niet snijden" [439]. In moderne tijden heeft er een groote verandering plaats gevonden, castratie wordt zoowel aan mannen als aan vrouwen gedaan bij ziekelijke toestanden; dezelfde operatie wordt soms aangeraden en nu en dan gedaan in de hoop, dat zij sterke en abnormale sexueele impulsen uit den weg zal ruimen. En in de laatste jaren is de castratie te hulp geroepen, wegens haar meer radicaal karakter, in zake de negatieve eugeniek, en waarlijk in grootere mate, omdat ze een meer radicaal karakter heeft dan het voorkomen van de conceptie of de afdrijving.

De beweging, die de castratie begunstigt, schijnt begonnen te zijn in de Vereenigde Staten, waar verschillende pogingen gedaan zijn ze in de wet opgenomen te krijgen. Ze werd eerst uitsluitend aangeraden als een straf voor misdadigers, en vooral voor sexueele vergrijpen, door Hammond, Everts, Lydston en anderen. Van dit standpunt schijnt ze echter onvoldoende te zijn en misschien onwettig. In vele gevallen is castratie in het geheel geen straf en inderdaad een positieve weldaad. In andere gevallen, als ze gedaan wordt tegen den wil van de persoon, die het aangaat, kan ze zeer hinderlijke geestelijke gevolgen hebben, die bij reeds gedegenereerde of wilszwakke personen kunnen leiden tot krankzinnigheid, misdadigheid, en tegen-maatschappelijke neigingen, die veel gevaarlijker zijn dan de oorspronkelijke toestand. Overwegingen der eugeniek, die later op den voorgrond kwamen, vormen een veel grooter argument vóor castratie; in dit geval wordt de castratie geenszins verricht om een barbaarsche en vernederende straf op te leggen, maar, met toestemming van den geopereerde, om de gemeenschap te beschermen tegen het gevaar van nuttelooze en verkeerde leden.

Het feit, dat castratie eigenlijk niet langer als een straf kan beschouwd worden, blijkt wel uit de mogelijkheid de operatie met opzet te doen verrichten enkel voor het gemak, als een meer te verkiezen en uiterst werkdadig surrogaat voor het gebruiken van voorbehoedmiddelen bij het sexueele verkeer. Ik ken op het oogenblik maar eén geval, waarin deze gedragslijn gekozen is. Dit geval is van een medicus (van een Puriteinsch Nieuw Engelsche familie) met wiens sexueele geschiedenis, die volkomen normaal is, ik sinds lang bekend ben. Hij is nu negen en dertig jaar oud. Eenige jaren geleden begon hij voorbehoedmiddelen te gebruiken, omdat hij een voldoend groot gezin had. De daarop volgende gebeurtenissen verhaal ik met zijn eigen woorden: "De last, de voorzorg, enz., noodig gemaakt door voorbehoedmiddelen werden mij meer en meer hinderlijk naarmate de jaren voorbij gingen, en eindelijk legde ik de zaak voor aan een anderen medicus, en op zijn verantwoording en na rijp overleg met mijn vrouw, werd ik spoedig daarop geopereerd en steriel gemaakt door het aan beide zijden bloot leggen van het "vas deferens", en het tusschen twee zijden draden afbinden ervan. Dit werd gedaan nadat het door cocaine infiltratie ongevoelig gemaakt was, en was niet buitengewoon pijnlijk, hoewel de pijn, die het gaf, (het uittrekken van het koord door de spleet) zeer moeilijk te verdragen scheen. Ik behoefde mijn werk geen dag na te laten, en was op geenerlei wijze ernstig uit mijn doen. Na zes dagen werd het laatste naaisel verwijderd en na drie weken kon ik het verband weglaten, dat noodig was gemaakt door de uiterste gevoeligheid van de testikels en van den zaadstreng.

"De operatie is op alle wijzen gebleken een volkomen succes te zijn. De sexueele functies zijn op geenerlei wijze aangedaan. Er bestaat geen gevoel van ongemak of onbehagen in de genitaliën zelf, en wat mij het vreemdst van alles toeschijnt, is het feit, dat het zaad, voor zoover men kan waarnemen door gewone waarnemingsmiddelen, onverminderd is in hoeveelheid en onveranderd in kwaliteit. (Natuurlijk zou het microscoop de essentieele, beslissende verandering doen blijken).

"Mijn vrouw is verrukt, nu alle vrees uit onze liefde verbannen is, en, alles bij elkaar genomen, schijnt het, dat het leven voor ons beiden meer waarde heeft. Toevallig schijnen wij beiden gezonder dan gewoonlijk, en dit is vooral het geval bij mijn vrouw; zij schrijft dit toe aan den gunstigen invloed, die er door bereikt wordt, dat de zaadvloed op volkomen normale wijze wordt aangebracht en in aanraking blijft met de afscheidingen van de vagina, totdat hij op natuurlijke wijze verwijderd wordt.

"Daar deze operatie betrekkelijk nieuw is, en tot nog toe niet dikwijls op anderen gedaan is dan op krankzinnigen, misdadigers, enz., dacht ik, dat ze u misschien zou interesseeren. Als ik ook maar de geringste lichtstraal geworpen heb op dit grootste van alle menschelijke problemen, dan zal ik werkelijk blij zijn".

Zulk een geval, met zijn tot nu toe bevredigende resultaten, verdient zeker wel vermelding, hoewel het misschien nog niet veel navolging zal vinden.

De eerste, die, voor zoover ik heb kunnen vinden, de castratie als maatregel der negatieve eugeniek heeft aangeraden, en dat voor het speciale "doel van prophylaxis, als toegepast op de verbetering van het ras en de bescherming van de maatschappij", is Dr. F. E. Daniel, uit Texas, in het jaar 1893 [440]. Daniel verwarde echter castratie als methode tot zuivering van het ras, een methode, die uitgevoerd kan worden in verstandhouding met het individu, dat geopereerd wordt, met castratie als een straf, die opgelegd moet worden voor verkrachting, sodomie, beestachtigheid en zelfs masturbatie uit gewoonte, terwijl de wijze van uitvoering bovendien buitengewoon barbaarsch en primitief is, n.l. het geheel wegnemen van de genitaliën. In de laatste jaren zijn eenigszins meer gepaste, praktische en wetenschappelijke methoden der castratie aangeraden, die niet het verwijderen van de geslachtsklieren of organen in zich sluiten, en niet als een straf, maar eenvoudig ter bescherming van de gemeenschap en het ras tegen den last van waarschijnlijk onproductieve en mogelijk gevaarlijke leden. Näcke heeft, van 1899 af, herhaaldelijk de maatschappelijke voordeelen opgesomd van dezen maatregel [441]. Het vermeerderen van de minderwaardige elementen van de maatschappij, zegt Näcke, brengt ongeluk in het gezin en is een bron van groote uitgaven voor den Staat. Hij beschouwt castratie als het eenige krachtige voorbehoedmiddel, en hij komt daarom tot het besluit, dat we het moeten aannemen, zooals we ook de vaccinatie aangenomen hebben, er voor zorgende, dat we ons verzekeren van de toestemming van den persoon zelf of van zijn voogd, van de burgerlijke autoriteiten, en zoo noodig van een commissie van deskundigen. Ook Professor Angelo Zuccarelli uit Napels heeft van 1899 af, den nadruk gelegd op het belang van de castratie, voor het steriel maken van de epileptici, de krankzinnigen van verschillende klassen, de alcoholici, de tuberculeuzen en de instinctieve misdadigers, terwijl de keuze van gevallen ter operatie gedaan moet worden door een commissie van deskundigen, die schoolkinderen, candidaten voor openbare betrekkingen, of personen, die op het punt waren te trouwen, zouden moeten onderzoeken [442]. Deze beweging won spoedig veld, en in 1905, bij de jaarlijksche vergadering van Zwitsersche krankzinnigen-artsen, waren de leden het er algemeen over eens, dat het steriel maken van krankzinnigen wenschelijk is, en dat de kwestie wettelijk geregeld moet worden. In Zwitserland zijn, wat Europa betreft, de eerste stappen gedaan om de castratie als maatregel van maatschappelijke prophylaxe ten uitvoer te brengen. Het zestiende jaarlijksche rapport (1907) van het kantonale krankzinnigengesticht te Wil geeft vier gevallen van castratie, twee bij mannen en twee bij vrouwen,--gedaan met de toestemming van de patienten en de burgerlijke autoriteiten--uit maatschappelijke beweegredenen; beide vrouwen hadden tevoren onwettige kinderen gehad, die een last waren voor de maatschappij, en alle vier de patienten waren sexueel abnormaal; de operatie stelde de patiënten in staat van hun lasten bevrijd te worden en te werken, en de resultaten werden beschouwd als in alle opzichten bevredigend voor allen, die er bij betrokken waren [443].

Het invoeren van de castratie als een methode der negatieve eugeniek is vergemakkelijkt door het gebruik van nieuwe methoden om ze zonder gevaar uit te voeren, en zonder de testes en de ovariën te verwijderen. Voor mannen is daar de eenvoudige methode van vasectomie, zooals ze wordt aangeraden door Näcke en vele anderen. Voor vrouwen is er de hiermee overeenkomende, en bijna even eenvoudige en onschuldige methode van Kehrer door doorsnijding en onderbinding van de Fallopiaansche buizen, aanbevolen door Kisch, of het zeer daarop gelijkende proces van Rose, dat door een ervaren hand in een paar minuten wordt ten uitvoer gebracht, zooals aanbevolen wordt door Zuccarelli.

Men heeft gevonden, dat herhaald blootstellen aan x-stralen steriliteit teweeg brengt bij beide seksen, bij dieren zoogoed als bij menschen, en menschen, die met x-stralen werken, moeten verschillende voorzorgsmaatregelen in acht nemen om niet onder deze werking te lijden. Men heeft de onderstelling geopperd, dat het aanwenden van x-stralen een goed surrogaat zou zijn voor castratie: het schijnt, dat de uitwerking van de toepassing waarschijnlijk maar een paar jaren zal duren, en dat zou, in sommige gevallen, een voordeel wezen. (Zie British Medical Journal, Aug. 13, 1904; ib., Maart l.l., 1905; ib., Juli 6, 1907).

Het is welhaast niet mogelijk, naar het mij toeschijnt, de castratie als methode van negatieve eugeniek met groot enthusiasme te beschouwen. Bovendien moest de roekeloosheid, waarmee men soms voorstelt ze bij de wet toe te passen--waarschijnlijk ten gevolge van het feit, dat ze klaarblijkelijk niet zoo terugstootend is als het minder radicale proces van de afdrijving--ons zeer voorzichtig maken. Wij moeten ook het denkbeeld van castratie als een straf laten varen; als zoodanig is ze niet alleen barbaarsch, maar vernederend en is het niet waarschijnlijk, dat ze een gunstigen invloed zal hebben. Als methode van negatieve eugeniek behoort ze nooit in praktijk gebracht te worden zonder toestemming van den persoon, die het aangaat. Het feit, dat het in sommige gevallen noodig zou kunnen zijn om iemand te isoleeren, als hij niet overging tot castratie, zou ongetwijfeld een feit zijn, dat invloed zou uitoefenen ten gunste van het geven van toestemming; maar de toestemming is absoluut noodzakelijk als de persoon, die de operatie ondergaat, voor vernedering zal worden bewaard. Een mensch, die vernederd is en verbitterd door een opgedrongen castratie, zou niet gevaarlijk zijn voor het nageslacht, maar zou gemakkelijk een gevaarlijk lid kunnen worden van de maatschappij, waarin hij daadwerkelijk leefde. Met gepaste voorzorgsmaatregelen en veiligheidsmaatregelen kan de castratie ongetwijfeld een zekere rol spelen bij de verheffing en de verbetering van het ras [444].

De methoden, die we in overweging hebben genomen, in zooverre zij de kracht tot voortbrengen beperken van de minder gezonde en werkdadige families in een gemeenschap, zijn methoden der eugeniek. Men moet echter niet meenen, dat zij de geheele eugeniek zijn, of dat zij op eenigerlei wijze behooren tot het wezen van het plan der eugeniek. De eugeniek heeft betrekking op alle werkingen, die de menschelijke nakomelingschap verheffen en verbeteren; afdrijving en castratie zijn middelen, die tot dit doel gebruikt worden, maar het zijn geen middelen, die iedereen goedkeurt, en het is ook niet uitgemaakt, of de doeleinden, die zij bereiken niet beter bereikt kunnen worden door andere middelen; in ieder geval zijn het methoden der negatieve eugeniek. Blijft over het veld van de positieve eugeniek, die betrekking heeft niet op het doen verdwijnen van minderwaardige families, maar op het uitmaken van wat de betere families zijn en op het bevorderen van hun kracht tot voortplanting.

Terwijl de noodzakelijkheid van zich van voortplanting te onthouden niet langer een hinderpaal is voor het huwelijk, blijft de kwestie of twee personen met elkaar moeten trouwen in het meerendeel der gevallen een ernstige kwestie uit het standpunt van positieve en negatieve eugeniek beide, want het normale huwelijk moet wel kinderen in zich sluiten, zooals ook werkelijk het voornaamste en meest gewenschte doel ervan is. Wij moeten niet alleen in overweging nemen welke de families zijn, die niet geschikt zijn om nageslacht voort te brengen, maar ook welke de families of individuen zijn, die het meest geschikt zijn om nageslacht voort te brengen en onder welke voorwaarden de verwekking het best kan worden tot stand gebracht. De tegenwoordige onvolledigheid van onze kennis in deze zaken legt den nadruk op de behoefte aan zorg en voorzichtigheid bij het naderen tot deze vragen.