De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 65
Bij vrouwen varieert sexueele onwetendheid tusschen volkomen onwetendheid omtrent het feit, dat de omgang eenige intieme lichamelijke verhouding in zich sluit, tot misverstanden van de meest verschillende soort; sommigen meenen, dat de verhouding bestaat in het naast elkaar liggen, velen, dat de omgang plaats vindt bij den navel, niet weinigen, dat de daad den geheelen nacht in beslag neemt. Het is in een vorig hoofdstuk noodig geweest de algemeene nadeelen van de sexueele onwetendheid te bespreken; het is hier noodig te verwijzen naar de meer speciale nadeelen voor de huwelijksverhouding. Meisjes worden opgevoed met het vage denkbeeld, dat ze trouwen zullen,--volkomen terecht, want de meerderheid van haar trouwt ook,--maar het denkbeeld, dat zij moeten opgevoed worden voor de loopbaan, die van nature voor haar is weggelegd, is een denkbeeld, dat nog nooit bij de opvoedsters van de meisjes schijnt opgekomen te zijn. Haar hoofden worden volgepropt, totdat ze er dom van worden, met de kennis van feiten, die niemand belang kunnen inboezemen, maar de uiterst belangrijke opvoeding voor het leven zijn zij in het geheel niet in staat om te geven. Vrouwen worden geoefend voor bijna ieder beroep onder de zon; voor de hoogste roeping van het vrouw en moeder zijn, worden zij in het geheel nooit geoefend!
Men zegt, naar waarheid, dat de tegenwoordige onvoldoende opleiding van meisjes waarschijnlijk zoolang door zal gaan als de moeders van meisjes er mee tevreden zijn en niets beters eischen. We kunnen ook zeggen, met nog meer waarheid, dat er veel is, wat de kennis van sexueele verhoudingen betreft, dat de moeder zelf het best aan haar dochter kan meedeelen. Verder kunnen we verklaren, volkomen onweerlegbaar, dat de kunst van liefhebben, waarmee we hier meer speciaal te maken hebben, alleen geleerd kan worden door werkelijke ondervinding, die, dank zij onze maatschappelijke traditie voor een deugdzaam meisje moeilijk te verkrijgen is. Zonder te trachten hier het juiste deel te taxeeren van den blaam, die ieder geval treft, blijft het een droevige waarheid, dat een vrouw zoo dikwijls het huwelijk ingaat met de slechtst mogelijke uitrusting van vooroordeelen en misverstanden, zelfs als ze meent, zooals dikwijls gebeurt, dat zij er alles van weet. Zelfs met de beste uitrusting treedt een vrouw, onder de tegenwoordige toestanden, het huwelijk in onder nadeelige omstandigheden. Zij ontwaakt langzamer tot de volle erkenning van de liefde dan de man, en gemiddeld op later leeftijd, zoodat haar ondervindingen van het sexueele leven voor het huwelijk gewoonlijk van een veel beperkter soort zijn dan die van haar echtgenoot [378]. Zoodat, zelfs met de beste voorbereiding, het dikwijls gebeurt, dat een vrouw zich eerst na verscheidene huwelijksjaren duidelijk voor oogen stelt, wat haar eigen sexueele behoeften zijn en met juistheid de geschiktheid van haar man kan taxeeren om die behoeften te bevredigen. We kunnen niet te hooge waarde hechten aan het persoonlijke en maatschappelijke belang van een volkomen voorbereiding voor het huwelijk, en hoe grooter de moeilijkheden zijn, die aan de echtscheiding in den weg worden geplaatst, van des te meer belang is die voorbereiding [379].
Iedereen kent waarschijnlijk wel vele gevallen van de uiterste onwetendheid van vrouwen bij het aangaan van een huwelijk. Het volgende geval van een vrouw van zeven en twintig jaar, die ten huwelijk gevraagd was, is wel ongewoon, maar toch niet heelemaal een uitzondering. "Zij was niet heel zeker van haar gevoel en zij vroeg aan een nicht, wat liefde beteekende. Deze nicht leende haar het geschriftje van Ellis Ethelmer, The Human Flower. Zij leerde daaruit, dat mannen het lichaam van een vrouw begeeren, en dit verschrikte haar zoo, dat ze er dagen lang ziek van was. Den volgenden keer, toen haar minnaar trachtte haar te liefkoozen, vertelde zij hem, dat het "lust" was. Sedert dien tijd heeft zij Sister Teresa gelezen van George Moore, en de wetenschap "dat een vrouw even slecht kan zijn als een man" heeft haar treurig gestemd." De voorvallen, die vermeld zullen worden in de Aanhangsels van de volgende deelen van deze Studies, geven vele voorbeelden van de beklagenswaardige onwetendheid van jonge meisjes over de meest centrale feiten van het sexueele leven. Het is niet te verwonderen, dat onder zulke omstandigheden het huwelijk leidt tot teleurstelling en tegenzin.
Er wordt gewoonlijk gezegd, dat de plicht van het inwijden van de vrouw in de voorrechten en de verplichtingen van het huwelijk eigenlijk berust bij den man. Geheel afgezien echter van het feit, dat het onbillijk is tegenover een vrouw haar te dwingen zich in het huwelijk te binden, voordat ze geheel weet wat het huwelijk beteekent, moeten we zeggen, dat er vele dingen door een vrouw geweten moeten worden, waarvan het onredelijk is te verwachten, dat haar echtgenoot ze haar zal uitleggen. Dit is, bij voorbeeld, het geval met de meer vermoeiende en uitputtende uitwerking van den coïtus op een man, vergeleken met een vrouw. De onervaren bruid kan niet van zelf weten, dat de dikwijls herhaalde prikkelingen, die haar krachtig en stralend maken, een deprimeerenden invloed hebben op haar echtgenoot, en zijn mannelijke trots brengt hem er toe te trachten dit feit te verbergen. De bruid, in haar onwetendheid, weet niet, dat haar genoegen gekocht wordt ten koste van haar echtgenoot, en dat, wat geen overdaad voor haar is, ernstige overdaad voor hem kan zijn, De vrouw, die weet, (zooals bij voorbeeld een weduwe, die hertrouwt) zorgt in dit opzicht voor de gezondheid van haar man, door haar eigen gloed te temperen, omdat zij weet, hoe een man niet wil toegeven, dat hij niet in staat is om de wenschen van zijn vrouw te bevredigen. (G. Hirth heeft er ook op gewezen hoe belangrijk het is, dat de vrouwen voor het huwelijk de natuurlijke grenzen zullen kennen van de mannelijke potentie, Wege zur Liebe, p. 571.)
De onwetendheid van de vrouwen over alles wat de kunst van liefhebben aangaat, en haar volkomen gebrek aan voorbereiding voor de natuurlijke feiten van het sexueele leven, zouden misschien minder slechts voor het huwelijk voorspellen, als ze gecompenseerd werden door de kennis, de handigheid en den tact van den echtgenoot. Maar dat is geenszins altijd het geval. In gewone omstandigheden vinden we in ieder geval in Engeland, de groote groep van mannen, wier kennis van vrouwen vóór het huwelijk voornamelijk beperkt is geweest tot prostituées, en de belangrijke en niet onaanzienlijke groep van mannen, die geen intiemen omgang met vrouwen hebben gehad, wier sexueele ondervindingen beperkt zijn gebleven tot onanie of andere auto-erotische uitingen, en tot flirt. Zeker kan de man van gevoelig en intelligent temperament, wat ook zijn voorbereiding of gebrek aan voorbereiding geweest is, met geduld en tact er in slagen al de moeilijkheden te boven te komen, die op den weg der liefde geplaatst zijn, door de mengeling van onwetendheid en vooroordeelen, die zoo dikwijls bij vrouwen de plaats innemen van een opvoeding voor het erotische deel van haar leven. Maar men kan niet zeggen, dat een van deze beide groepen van mannen goed toegerust is voor hun taak. De oefening en ondervinding, die een man krijgt bij een prostituée, zelfs onder tamelijk gunstige omstandigheden, vormen geenszins de juiste voorbereiding voor het naderen van een vrouw, die geen intieme erotische ondervindingen gehad heeft [380]. Het veel voorkomende resultaat is, dat hij neiging heeft om te weifelen tusschen twee tegenovergestelde wijzen van handelen, die beide verkeerd zijn. Aan den eenen kant zal hij zijn bruid misschien als een prostituée behandelen, of als een nieuwelinge, die ten spoedigste gekneed moet worden in den sexueelen vorm, waarmee hij het best bekend is, en zoo loopt hij kans haar pervers te maken of haar te hinderen. Aan den anderen kant zal hij misschien, erkennende, dat haar reinheid en waardigheid haar in een geheel verschillende klasse plaatsen dan de vrouwen, die hij tevoren gekend heeft, overslaande naar het tegenovergestelde uiterste, haar behandelen met een overdreven eerbied, en zoo er niet in slagen haar erotische behoeften te wekken of te bevredigen. Het is moeilijk te zeggen, welke van deze twee wijzen, van handelen de ongelukkigste is; het resultaat van beide is echter herhaaldelijk, dat een huwelijk in naam nooit een werkelijk huwelijk wordt [381].
Toch kan er niet de minste twijfel aan bestaan, dat de andere groep van mannen, de mannen, die het huwelijk intreden zonder eenige erotische ondervindingen, nog grooter gevaar loopen. Dit zijn dikwijls de beste mannen, zoowel wat persoonlijk karakter aangaat, als in geestkracht. Het is werkelijk verwonderlijk hoe onwetend, zoowel in de praktijk als in de theorie, zeer bekwame en zeer ontwikkelde mannen soms in sexueele zaken zijn.
"Volkomen abstinentie in de jeugd", zegt Freud (Sexual-Probleme, Maart, 1908), "is niet de beste voorbereiding voor het huwelijk bij den jongen man. Vrouwen raden dit en geven de voorkeur aan diegene onder haar minnaars, die zich al mannen getoond hebben bij andere vrouwen". Ellen Key verwijst naar den eisch, die vrouwen soms stellen, van reinheid in mannen (Ueber Liebe und Ehe, p. 96), en vraagt dan, of vrouwen wel de uitwerking kennen van haar bewondering voor den ervaren en zelfvertrouwenden man, die de vrouwen kent, boven den verlegen en aarzelenden jongeling, "die misschien hard gestreden heeft om zijn erotische reinheid te bewaren, in de hoop, dat de gelukkige glimlach van een vrouw de belooning zal zijn voor zijn overwinning, en die er toe veroordeeld is te zien, hoe die vrouw met verheven medelijden op hem neerziet, en met bewondering kijkt naar den niet-vlekkelooze". "Als de minnaar in Laura Holm's Was war es? tot de heldin zegt, "Ik heb nog nooit een vrouw aangeraakt", dan keert het meisje zich met afschuw van hem af, en een koude rilling scheen door haar heen te gaan, een verkillende teleurstelling". Hetzelfde gevoel uit zich in overdreven vorm in den hartstocht, die krachtige meisjes van achttien tot vier en twintig jaar ondervinden voor oude losbollen. (Dit is besproken door Forel, Die Sexuelle Frage, p. 217 et seq.).
Andere factoren doen zich misschien gelden bij de voorkeur van een vrouw voor den man, die andere vrouwen heeft lief gehad. Zelfs de meest godsdienstige en moreele jonge vrouw, merkt Valera op (Dona Luz, p. 205), trouwt graag met een man, die vele vrouwen heeft lief gehad; het geeft grootere waarde aan zijn keuze van haar, het geeft haar ook gelegenheid hem tot hoogere idealen te bekeeren. Als de man zonder ondervinding in het huwelijk een vrouw ontmoet met even weinig ondervinding, dan slagen zij er ongetwijfeld dikwijls in zich aan elkaar aan te passen en dan wordt er een duurzame modus vivendi gevonden. Maar het is in het geheel niet altijd zoo. Als de vrouw leert door instinct of ondervinding, dan bestaat de kans, dat ze gehinderd wordt door de onhandigheid en de hulpeloosheid van den man in de kunst van liefhebben. Zelfs als zij onwetend is, kan zij voor goed vervreemd geraken en chronisch koel worden door de ruwe tactloosheid van haar onwetenden echtgenoot bij het ten uitvoer brengen van wat hij als zijn echtelijke plichten beschouwt. Soms is aan de bruid zelfs ernstig physiek nadeel aangebracht ten gevolge van deze onwetendheid van den man.
"Ik houd het er voor, dat de meeste mannen vóór het huwelijk sexueele verhoudingen hebben gehad", schrijft een correspondent. "Maar ik heb ten minste een man gekend, die tot zijn twintigste jaar zelfs geen denkbeeld had van sexueele zaken. Toen hij een en twintig was, een paar maanden voor zijn huwelijk, kwam hij mij vragen, hoe coïtus uitgevoerd wordt, en vertoonde een onwetendheid, waarvan ik niet zou hebben kunnen gelooven, dat ze bestond in den geest van een overigens verstandig man. Hij had blijkbaar geen instinct om hem te leiden, zooals de wilde dieren en zijn verstand was niet in staat de noodige kennis te verstrekken. Het is zeer merkwaardig, dat de mensch deze instinctieve kennis verliezen kan. Ik heb een anderen man gekend, die bijna even onwetend was. Hij kwam ook naar mij toe om raad in huwelijksplichten. Deze beide mannen masturbeerden, en zij waren normaal hartstochtelijk". Zulke gevallen zijn niet zoo zeldzaam. Gewoonlijk echter is een zekere mate van kennis verkregen uit den een of anderen, meestal onvoldoenden bron, en de onwetendheid bestaat maar voor een deel, hoewel zij op dien grond niet minder gevaarlijk is.
Balzac heeft den gemiddelden echtgenoot vergeleken bij een oerang-oetan, die op de viool speelt "Liefde is, zooals we instinctief voelen, de meest melodieuze harmonie. De vrouw is een heerlijk genotsinstrument, maar men moet er de vibreerende snaren van kennen, de houding er van bestudeeren, het teere toetsenbord, de veranderende en grillige vingerzetting. Hoeveel oerang-oetan-mannen, meen ik, trouwen zonder te weten wat een vrouw is!..... Bijna alle mannen trouwen in de diepste onwetendheid omtrent de vrouwen en de liefde" (Balzac, Physiologie du Mariage, Meditation VII).
Neugebauer (Monatsschrift für Geburtshülfe, 1889, Boek IX, blz. 221 et seq.) heeft over de honderd vijftig gevallen verzameld van vrouwen aan wie bij den coïtus nadeel was toegebracht door den penis. De oorzaken waren ruwheid, dronkenschap van de eene of de andere partij, ongewone positie bij den coïtus, niet geëvenredigd zijn van de organen, ziekelijke toestanden van de organen der vrouw (vergelijk R. W. Taylor, Practical Treatise on Sexual Disorders, hoofdst. XXXV). Ook Blumreich bespreekt de nadeelen teweeggebracht door gewelddadigen coïtus (Senator en Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, deel II, blz. 770-779). C. M. Green vermeldt twee gevallen van breuk van de vagina door sexueel verkeer bij pas getrouwde vrouwen, zonder blijk van eenig geweld. Mylott (British Medical Journal, Sept. 16, 1899) vermeldt een dergelijk geval, dat voorkwam op den avond van het huwelijk. De mate van kracht, die soms bij den coïtus gebruikt wordt, blijkt uit de gevallen, die van tijd tot tijd voorkomen, waarbij verkeer plaats vindt door den urethra.
Eulenburg vindt, (Sexuale Neuropathie, p. 69), dat vaginismus, een toestand van krampachtige samentrekking van de vulva en vergroote gevoeligheid bij de poging tot coïtus, het gevolg zijn van gewelddadige en onhandige pogingen bij den eersten coïtus. Adler (Die Mangelhafte Geschlechtsempfindung des Weibes, p. 160) meent ook, dat de tot litteeken geworden overblijfsels van het hymen, te zamen met pijnlijke herinneringen aan een gewelddadigen eersten coïtus, de meest voorkomende oorzaak zijn voor vaginismus.
De nu en dan voorkomende gevallen echter van physiek nadeel of van pathologischen toestand, teweeg gebracht door gewelddadigen coïtus bij het begin van het huwelijk, vormen maar een klein gedeelte van het bewijsmateriaal, dat dient om de slechte resultaten te doen blijken van de heerschende onwetendheid aangaande de kunst van liefhebben. Wat Duitschland aangaat, schrijft Fürbringer (Senator en Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, deel I, p. 215): "Ik ben er volkomen van overtuigd, dat het aantal jonge, getrouwde vrouwen, die voor goed een pijnlijke herinnering hebben aan haar eerste sexueele verkeer veel grooter is dan het aantal van haar, die het wagen een dokter te raadplegen". Wat Engeland aangaat, is de volgende ondervinding leerzaam: Een dame vroeg aan vijf getrouwde vrouwen na elkaar, in vertrouwen, op den zelfden dag, naar haar ondervindingen toen ze pas getrouwd waren. Voor allen was het sexueele verkeer gekomen als een schok; twee waren geheel onwetend geweest aangaande sexueele zaken; de anderen hadden gemeend, dat ze wisten wat coïtus was, maar waren er niettemin door bezeerd. Deze vrouwen waren van de middelklasse, misschien boven het gemiddelde in verstand; de eene was een dokter.
Breuer en Freud wezen er in hun Studien über Hysterie (p. 216) op, dat de huwelijksnacht in de praktijk dikwijls een verkrachting is, en dat ze soms leidt tot hysterie, die niet overgaat vóór bevredigende sexueele verhoudingen zich hebben gevormd. Zelfs als er geen geweld is, houdt Kisch het er voor (Sexual Life of Woman, deel II), dat onhandige coïtus, die zonder ondervinding uitgevoerd wordt, leidt tot onvoldoende opwinding bij de vrouw, als de voornaamste oorzaak van dyspareunia, of afwezigheid van sexueele bevrediging, hoewel groote onevenredigheid in de afmeting van de mannelijke en de vrouwelijke organen, of ziekte bij een van de twee partijen, soms tot hetzelfde resultaat leidt. Dyspareunia, voegt Kisch er bij, komt verwonderlijk veel voor, hoewel vrouwen er soms zonder rede over klagen om sympathie op te wekken voor zichzelf als slachtoffers op het huwelijksaltaar; het constante teeken is afwezigheid van ejaculatie van de zijde der vrouw. Ook merkt Kisch op, dat defloraties in den huwelijksnacht dikwijls werkelijk verkrachtingen zijn. Een jonge pas getrouwde vrouw, die hij kende, was zoo onwetend omtrent de physieke zijde van de liefde, en zoo verschrikt door de eerste pogingen van haar echtgenoot, dat zij in den nacht uit het huis weg vluchtte, en niets kon haar ooit er toe brengen om weer naar haar man terug te keeren. (Het is de moeite waard om op te merken, dat in de canonieke wet de kerk onder zulke omstandigheden het huwelijk voor ongeldig kon verklaren. Zie Moral Theology van Thomas Slater, deel II, p. 318, en een desbetreffend geval, beide aangehaald door den Reverent C. J. Shebbcare, "Marriage Law in the Church of England", Nineteenth Century, Aug., 1909, p. 263). Kisch meent ook, dat huwelijksreizen niet goed zijn; omdat de vermoeienis, de opwinding, de lange reizen, het gaan zien van merkwaardigheden, valsche bescheidenheid, slechte inrichting van hotels, dikwijls samenwerken om een ongunstigen invloed te hebben op de jonge vrouw en de kiemen van ernstige ziekte te voorschijn kunnen roepen. Dit is ongetwijfeld het geval.
Op het bijzonder groote belang van de wijze, waarop de daad van de defloratie volbracht wordt, wordt in sterke bewoordingen de nadruk gelegd door Adler. Hij beschouwt ze als een veel voorkomende oorzaak van duurzame sexueele anæsthesie. "Dit eerste oogenblik, als de individualiteit van den man zijn volle rechten verkrijgt, beslist dikwijls over het geheele leven. De onhandige, opgewonden echtgenoot kan dan de kiem leggen voor vrouwelijke ongevoeligheid, en door voortgezette onhandigheid en ruwheid kan hij die ontwikkelen tot duurzame anæsthesie. De man, die bezit neemt van zijn rechten met roekelooze, ruwe mannelijke kracht, veroorzaakt zijn vrouw angst en pijn, en vermeerdert met iedere herhaling van de daad haar tegenzin... Een groot aantal van de koude vrouwen zijn slachtoffers van mannen, hetzij als gevolg van onbewuste onhandigheid, of soms van bewuste ruwheid jegens de teedere plant, die had moeten gekweekt worden met bijzondere zorg en liefde, maar die nu beroofd is van den glans van haar ontwikkeling. Haar leven lang zal een angstige, sidderende vrouw de herinnering bewaren aan een ruwen huwelijksnacht, en dikwijls genoeg blijft het een voortdurend bezwaar iederen keer, dat de man opnieuw zijn wenschen tracht te bevredigen, zonder zich aan te passen aan de wenschen naar liefde van zijn vrouw" (O. Adler, Die mangelhafte Geschlechtsempfindung des Weibes, blz. 159 et seq., 181 et seq.). "Ik heb een fatsoenlijke vrouw zien sidderen van schrik bij de nadering van haar man", schreef Diderot lang geleden in zijn verhandeling "Sur les Femmes"; "ik heb haar zich in het bad zien dompelen en zich nooit voldoende afgewasschen gevoeld van de vlek van haar plicht". Hetzelfde kan nog gezegd worden van een groot aantal vrouwen, slachtoffers van een noodlottig systeem van moraal, dat haar valsche denkbeelden geleerd heeft over "huwelijksplichten" en dat aan haar echtgenooten niet de kunst geleerd heeft van liefhebben.
Als bij de vrouwen haar mooie natuurlijke instincten niet hopeloos verdraaid zijn door de preutschheden en vooroordeelen, waarmee zij zoo ijverig zijn opgevuld, dan begrijpen zij de kunst van liefhebben gemakkelijker dan mannen. Zelfs als ze nog weinig meer zijn dan kinderen, kunnen zij den wenk, die haar gegeven wordt, dikwijls volkomen begrijpen. Veel meer dan het geval is met mannen, in ieder geval in beschaafde landen, is de kunst van liefhebben bij haar een kunst, die de Natuur maakt. Zij weten altijd meer van de liefde, zooals Montaigne lang geleden gezegd heeft, dan mannen haar kunnen leeren, want "c'est une discipline née dans leur sang" [382].
De uitgebreide onderzoekingen van Sanford Bell (loc. cit.) geven er blijk van, dat de aandoeningen van sexueele liefde al met het derde jaar zich kunnen vertoonen. We moeten ons ook herinneren, dat physiek zoowel als psychisch, meisjes vroeger rijp zijn dan jongens (zie bv. Havelock Ellis, Man and Woman, vierde uitgave, blz. 34 et seq., 200 etc). Zoo heeft, tegen den tijd dat zij den leeftijd der puberteit bereikt had, een meisje den tijd gehad om een volleerde meesteres te worden in de kleinere liefdekunsten. Dat de leeftijd van de puberteit voor meisjes de leeftijd schijnt te zijn voor de liefde, blijkt in ruimen kring erkend te zijn door den volksgeest. Zoo zingt in een populair liedje van Bresse, een meisje:
"J'ai calculé mon age, J'ai quatorze à quinze ans. Ne suis-je pas dans l'âge D'y avoir un amant?"