De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij

Part 44

Chapter 443,501 wordsPublic domain

Het principe der gedwongen aangifte van venerische ziekten schijnt het eerst ingesteld te zijn in Pruisen, waar het dateert van 1835. Het systeem is echter niet geheel doorgevoerd, daar het niet verplichtend is in alle gevallen, maar alleen als naar de opinie van den dokter geheimhouding schadelijk zou kunnen zijn voor den patient of voor de gemeenschap; ze is alleen verplicht als de patient soldaat is. Deze methode van aangifte staat inderdaad op een verkeerde basis, ze is niet een deel van een uitgebreid gezondheidssysteem, maar alleen een hulpmiddel voor politiemethoden om prostitutie te behandelen. Volgens het Scandinavische systeem berust aangifte, hoewel ze niet een essentieel deel van dit systeem is, op een totaal verschillende basis.

Het Scandinavische stelsel is in een gewijzigden vorm onlangs in Denemarken ingevoerd. Dit kleine land, dat zoo dicht bij Duitschland ligt, volgde eenigen tijd lang in deze zaak het voorbeeld van zijn grooten nabuur en nam de politieregeling van de prostitutie en der venerische ziekten aan. De andere verhoudingen van het dieper in Scandinavië liggende Denemarken deden zich echter gelden, en in 1906 werd het systeem van contrôle afgeschaft en besloot Denemarken zich geheel op de systematische doorvoering van het reeds aangenomen gezondheidsprincipe te verlaten, hoewel er nog iets van den Duitschen invloed bestaat in de strikte reglementeering van de straten, en de straffen opgelegd aan de bordeelhouders, terwijl ze de prostitutie zelf vrij laat. Het essentieele punt van het tegenwoordige systeem is echter, dat de gezondheidsautoriteiten nu uitsluitend medici zijn. Iedereen, wat zijn maatschappelijke of finantieele positie ook is, heeft recht op vrije behandeling van venerische ziekten. Of hij daar gebruik van maakt of niet, hij is in ieder geval verplicht zich te laten behandelen. Ieder ziek persoon is dus, voor zoover dat bereikt kan worden, onder dokter's handen. Alle dokters hebben over zulke gevallen hun instructies; zij moeten niet alleen hun patiënten meedeelen, dat zij niet trouwen kunnen zoolang er nog gevaren voor infectie geacht worden te bestaan, maar ook, dat zij verantwoordelijk zijn voor de onkosten van de behandeling, zoowel als voor de gevaren, die geleden worden door personen, die ze misschien infecteeren. Hoewel het niet mogelijk geweest is het systeem in alle opzichten geheel werkzaam te doen zijn, wordt het algemeene succes ervan aangetoond door het groote vertrouwen, dat er nu in gesteld wordt, en het afschaffen van de politiecontrôle op de prostitutie. Een systeem, dat veel geleek op dat van Denemarken, werd eenige jaren geleden in Noorwegen ingesteld. Het principe van de behandeling van venerische ziekten op algemeene kosten bestaat ook in Zweden zoowel als in Finland, waar behandeling verplicht is [239].

Het kan nauwelijks gezegd worden, dat het principe van aangifte tot dusverre op groote schaal op venerische ziekten behoorlijk is toegepast. Maar het wordt voortdurend in ruimer kring voorgestaan, meer speciaal in Engeland en de Vereenigde Staten [240], waar het nationale temperament en de politieke tradities het systeem van politiecontrôle op de prostitutie onmogelijk maken--zelfs als het meer effect had dan het in de praktijk heeft--en waar het systeem van de behandeling der venerische ziekten op de basis van algemeene gezondheid erkend moet worden niet alleen als het beste, maar ook als het eenig mogelijke systeem [241].

In verband hiermee is het noodig, zooals ook steeds in ruimer kring erkend wordt, dat er de grootste faciliteiten moeten bestaan voor de kostelooze behandeling van venerische ziekten; vooral het algemeen oprichten van vrije, 's avonds geopende poliklinieken is noodig, want velen kunnen alleen op dezen tijd hulp en raad zoeken. In ruime mate wordt aan het systematisch invoeren van faciliteiten voor kostelooze behandeling de enorme vermindering van venerische ziekten in Zweden, Noorwegen en Bosnië toegeschreven. Het zijn de afwezigheid van deze faciliteiten voor behandeling en het stilzwijgend erkende gevoel, dat de slachtoffers van venerische ziekten geen lijders zijn, maar alleen misdadigers, die geen recht hebben op verzorging, die in het verleden zoo ongelukkig gewerkt hebben; deze twee invloeden zijn mede oorzaak van het verspreiden van ziekten, die te voorkomen waren geweest, of onder contrôle gebracht hadden kunnen worden.

Als wij afstand doen van de voorvaderlijke methoden van politieregeling, als wij ons verlaten op de algemeene principes van medische hygiëne, en als we voor de rest de verantwoordelijkheid voor zijn eigen goede of slechte daden aan het individu zelf overlaten, dan is er nog een verdere schrede te doen, die in principe reeds ten volle erkend is. Wij moeten ieder mensch verantwoordelijk stellen voor de venerische ziekten, die hij overbrengt. Zoolang wij weigeren de venerische ziekten te erkennen op hetzelfde niveau als andere besmettelijke ziekten, en zoolang wij geen volle en gunstige faciliteiten bieden voor de behandeling ervan, is het onrechtvaardig het individu verantwoordelijk te stellen voor het verspreiden der ziekten. Maar als wij het gevaar van venerische ziekten openlijk erkennen, en als we aan het individu vrijheid laten, dan moeten we onvermijdelijk met Duclaux zeggen, dat iedere man of iedere vrouw verantwoordelijk moet gesteld worden voor de ziekten, die hij of zij verspreidt.

Volgens het Oldenburger strafwetboek van 1814 was het een strafbare overtreding voor een venerisch ziek persoon om sexueelen omgang te hebben met een gezond persoon, hetzij infectie het gevolg was of niet. In Duitschland is tegenwoordig echter geen wet van deze soort, hoewel eminente Duitsche wets-autoriteiten, vooral von Liszt, meenen, dat een paragraaf aan het wetboek toegevoegd moest worden die zou moeten bepalen, dat sexueele omgang van de zijde van een persoon, die weet dat hij ziek is, gestraft moest worden met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar; deze wet niet toe te passen op getrouwde paren, tenzij op aanvrage van een van de partijen. Tegenwoordig is in Duitschland het overbrengen van venerische ziekten alleen maar strafbaar als een bijzonder geval van het toebrengen van lichamelijk letsel [242]. In deze zaak is Duitschland achter bij de meeste Scandinavische landen, waar persoonlijke verantwoordelijkheid voor venerische ziekten wel erkend en in de praktijk doorgevoerd wordt.

In Frankrijk worden, hoewel de wet niet streng en bevredigend is, aanklachten voor het overbrengen van syphilis met succes voor den rechter gebracht. Men is er hier beslist meer vóor dit vergrijp te straffen dan in Duitschland. In 1883 besprak Després de zaak en overwoog de bezwaren. Weinigen zullen misschien van de wet profiteeren, merkt hij op, maar allen zouden voorzichtiger worden door de vrees haar te overtreden; terwijl de moeilijkheden voor het nasporen en bewijzen van de infectie niet grooter zijn, zooals hij zegt, dan die van het nasporen en bewijzen van het vaderschap in het geval van onwettige kinderen. Després wenschte met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar, iedere persoon te straffen, die, terwijl hij wist dat hij ziek was, een venerische ziekte overbracht en hij wilde hen, die de besmetting overbrachten door onvoorzichtigheid, terwijl ze niet wisten, dat ze ziek waren, alleen beboeten [243]. De kwestie is niet lang geleden besproken door Aurientis in een thèse de Paris. Hij zegt, dat de tegenwoordige Fransche wet op het overbrengen van geslachtsziekten aanleiding geeft tot twijfelen en moeilijk toe te passen is, maar het is zeker rechtvaardig, dat zij, die besmet zijn geworden en op deze wijze nadeel hebben ondervonden, gemakkelijk schadevergoeding zullen kunnen krijgen. Hoewel het in principe toegegeven wordt, dat het overbrengen van syphilis bij de gewone wet, een overtreding is, is hij het eens met hen, die het als een speciale overtreding zouden willen behandelen, en er een nieuwe en meer praktische wet voor zouden willen maken [244]. Groote schadevergoedingen worden ook in den tegenwoordigen tijd aan de Fransche rechtbanken verkregen van mannen, die jonge vrouwen bij sexueelen omgang geïnfecteerd hebben, en ook van de dokters en de moeders van met syphilis besmette kinderen, die de minnen geïnfecteerd hebben, aan wie ze toevertrouwd waren. Hoewel de Fransche strafwet in het algemeen het openbaar maken van beroepsgeheimen verbiedt, is het toch de plicht van den behandelenden medicus de min in zulk een geval te waarschuwen tegen het gevaar, dat zij loopt, maar zonder de ziekte te noemen; als hij deze waarschuwing nalaat, kan hij verantwoordelijk gesteld worden.

In Engeland, zoowel als in de Vereenigde Staten, is de wet meer onbevredigend en meer ontoereikend, wat deze klasse van overtredingen aangaat, dan in Frankrijk. De ongelukkige en barbaarsche opvatting, waar we al over gesproken hebben, die een venerische ziekte beschouwt als het resultaat van onwettigen omgang en waarbij ze geduld moet worden als een rechtvaardige straf van God, schijnt in deze landen nog met noodlottige hardnekkigheid te blijven voortbestaan. In Engeland is het overbrengen van venerische ziekten door onwettigen omgang geen onrecht, waarover men een aanklacht kan indienen, als de geslachtsdaad uit vrije wil gedaan is, zelfs als de partij, die de infectie overbrengt, haar ziekte met opzet verzwegen heeft. Ex turpi causâ non oritur actio, heet het bondig; want er sluimert veel deugd in een Latijnschen stelregel. Geen wettige overtreding is begaan als een echtgenoot zijn vrouw besmet, of een vrouw haar man [245]. De "vrijheid", die in deze zaak genoten wordt door Engeland en de Vereenigde Staten wordt geïllustreerd door een Amerikaansch geval, door Dr. Isidore Dyer uit New Orleans aangehaald, in zijn verslag op de Brusselsche conferentie ter voorkoming van venerische ziekten, in 1899: "Een patiënt met primaire syphilis weigerde zelfs kostelooze behandeling en had een speciaal schrift waarin zij boek hield van het aantal mannen, dat zij geïnfecteerd had. Toen ik haar voor het eerst zag verklaarde zij, dat het aantal twee honderd negentien was geworden, en dat zij zich niet wilde laten behandelen, voordat zij wraak had genomen op vijfhonderd mannen". In een gemeenschap, waar ook maar de allereerste regels van rechtvaardigheid heerschten, zouden faciliteiten bestaan om deze vrouw in staat te stellen schadevergoeding te verkrijgen van den man, die haar nadeel toegebracht had, en tevens te bewerken, dat hij veroordeeld werd tot een tijd gevangenisstraf. Terwijl ze eenige schadevergoeding kreeg voor het kwaad haar aangedaan, en de "wraak" kon genieten, waar ze naar snakte, zou zij meteen aan de maatschappij een dienst bewezen hebben. Zij is uitgesloten van iedere handeling jegens de persoon, die haar in het verderf gestort heeft; maar als een soort van compensatie mag zij een brandpunt worden van de ziekte, mag veel levens verkorten, veel gevallen van dood veroorzaken, en onafzienbare schade aanrichten; en dat alles kan zij doen binnen haar wettige rechten. Een gemeenschap, die dezen stand van zaken aanmoedigt, is niet alleen immoreel, maar dom.

Er schijnt echter, zoowel in Engeland als in de Vereenigde Staten langzamerhand een opvatting op den voorgrond te komen, die het overbrengen van venerische ziekten strafbaar stelt met zware boete of met gevangenisstraf [246].

In ieder geval zou er in de wet geen nadruk op gelegd moeten worpen, dat de infectie "met voorkennis" overgebracht is. Iedere formeele beperking van deze soort is onnoodig, omdat in zulk een geval het hof altijd de onwetendheid of zelfs maar de nalatigheid van dengene, die het misdrijf doet, in aanmerking neemt, en ze is nadeelig, omdat ze een verordening zonder resultaat kan maken en een premie kan stellen op onwetendheid; de echtgenooten, die hun vrouwen met gonorrhoe infecteeren onmiddellijk nà het huwelijk, hebben dat gewoonlijk uit onwetendheid gedaan en het moest in elk geval noodig voor hen zijn te bewijzen, dat zij in hun onwetendheid versterkt zijn door medischen raad. Er wordt soms gezegd, dat de bestaande wet gebruikt zou kunnen worden om processen van deze soort te doen voeren, en dat er geen grootere faciliteiten gegeven moeten worden, uit vrees voor toenemende pogingen tot afpersing. De nutteloosheid van de wet op het oogenblik blijkt uit het feit, dat het zelden of nooit gebeurt, dat er eenige poging gedaan wordt om haar te gebruiken, terwijl er niet alleen een aantal bestaande strafbare overtredingen zijn, die het onderwerp zijn van pogingen tot afpersing, maar afpersing kan zelfs voorkomen in compromitteerende handelingen, die in het geheel niet wettig strafbaar zijn. Bovendien is de poging om geld af te persen op zichzelf een overtreding, die in de gerechtshoven altijd streng behandeld wordt.

Er is een begin aan te wijzen van een erkenning, dat het overbrengen van een venerische ziekte een zaak is, waarvan wettig nota kan genomen worden in de Engelsche gerechtshoven. Het is nu een uitgemaakte zaak, dat het infecteeren van een vrouw door haar echtgenoot beschouwd kan worden als de wreedheid, die, volgens de tegenwoordige wet, bewezen moet worden, gevoegd bij echtbreuk, voordat een vrouw echtscheiding van haar echtgenoot kan verkrijgen. In 1777 stelde Restif de la Bretonne voor in zijn Gynographes, dat het overbrengen van een venerische ziekte op zichzelf een voldoende grond zou wezen voor echtscheiding; dit wordt echter tegenwoordig niet algemeen aangenomen [247].

Er wordt soms gezegd, dat het zeer juist is het individu wettelijk verantwoordelijk te stellen voor de venerische ziekte, die hij overbrengt, maar dat de moeilijkheden om die verantwoordelijkheid te doen aanvaarden toch zouden blijven bestaan. En zij, die deze moeilijkheden toegeven, antwoorden dikwijls, dat wij in het ergste geval een middel in handen moesten hebben om het verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen; den man, die willens en wetens het gevaar liep zulk een infectie over te brengen, zou men moeten doen voelen, dat hij niet meer binnen zijn wettige rechten was, maar dat hij een slechte daad gedaan had. Zoo komen wij tot wat nu algemeen begint erkend te worden als de voornaamste en centrale methode voor het bestrijden van venerische ziekten; wij moeten aannemen, dat het principe van individueele verantwoordelijkheid in deze levenssfeer heerscht. Georganiseerde sanitaire en medische voorzorgen, en behoorlijke wettelijke bescherming voor hen, die schade geleden hebben, hebben geen uitwerking zonder den opvoedenden invloed van elementaire hygiënische voorlichting, gesteld in het bezit van iederen jongen man en iedere jonge vrouw. In een sfeer, die noodzakelijk zoo intiem is, kunnen medische organisatie en wettelijke hulp nooit afdoende zijn; kennis is noodig bij iedere schrede van ieder individu, om te leiden en zelfs te wekken dien zin van persoonlijke moreele verantwoordelijkheid, die hier altijd heerschen moet. Overal, waar het belang van deze kwesties duidelijk begint erkend te worden--en vooral op de Congressen van de Duitsche Maatschappij ter Bestrijding van Venerische Ziekten--lost het probleem zich voornamelijk op in een van opvoeding [248]. En hoewel de publieke opinie en de praktijk tegenwoordig in Duitschland meer geavanceerd zijn dan ergens anders, begint de overtuiging van deze noodzakelijkheid nauwelijks minder uitgesproken te worden in alle andere beschaafde landen, in Engeland en Amerika evenzeer als in Frankrijk en de Scandinavische landen.

Een bekendheid met de gevaren van ziekte bij sexueelen omgang, zoowel in als buiten het huwelijk--en ook geheel afgezien van sexueelen omgang,--is een verder stadium van die sexueele opvoeding, die, zooals wij reeds gezien hebben, wat de elementen aangaat, op een zeer jongen leeftijd moet beginnen. Jonge mannen en jonge meisjes moesten leeren, zooals de beroemde Oostenrijksche economist Anton von Menger, kort voor zijn dood in zijn uitstekend boek Neue Sittenlehre schreef, dat het voortbrengen van kinderen een misdaad is als de ouders syphilitisch zijn of op andere wijze door chronische overerfelijke besmettelijke ziekten niet geschikt. Inlichtingen over venerische ziekten moeten echter niet gegeven worden voor het intreden van de puberteit. Het is niet noodig en niet wenschelijk medische kennis te verstrekken aan jonge jongens en meisjes en ze te waarschuwen tegen gevaren, waarvan er nog weinig kans is, dat ze er aan blootgesteld zullen worden. Het is als de leeftijd der sterke sexueele instincten begint, hetzij deze werkelijk of alleen maar mogelijk zijn, dat de gevaren van het toegeven aan de instincten onder sommige omstandigheden, duidelijk voor den geest moeten gesteld worden. Niemand, die nadenkt over de werkelijke feiten van het leven, behoeft er aan te twijfelen, dat het in de hoogste mate wenschelijk is, dat iedere jonge man en ieder jong meisje, dat den volwassen leeftijd nadert, eenige elementaire kennis moest verkrijgen van algemeene feiten betreffende venerische ziekten, tuberculose en alcoholisme. Deze drie "geesels der beschaving" zijn zoo wijd verspreid, zoo fijn en menigvuldig in hun uitwerking, dat iedereen in zijn leven er mee in aanraking komt, en dat ieder de kans loopt te lijden, zelfs voordat hij er op verdacht is, misschien hopeloos en voor altijd, door de gevolgen van deze aanraking. Vage declamaties over immoraliteit en nog vagere waarschuwingen er tegen hebben geen effect en hebben geen zin, terwijl rhetorische overdrijving onnoodig is. Een zeer eenvoudige en beknopte uiteenzetting van de werkelijke feiten der gevaren, die het leven bedreigen, is volkomen voldoende. Deze behoefte voorbij te zien is alleen mogelijk voor hen, die een gevaarlijk lichtzinnige levensbeschouwing hebben.

De jonge vrouw, evenzeer als de jonge man, heeft behoefte aan deze voorlichting. Er zijn nog altijd menschen, die meenen, dat, hoewel het noodig kan zijn den jongen man in te lichten, het 't beste is zijn zuster rein te laten, zooals zij het noemen, onbekend met de feiten van het leven. Dit is juist wat we niet moeten doen. Het is inderdaad wenschelijk, dat allen bekend zullen zijn met de feiten, die van zooveel belang zijn voor ieder mensch, zelfs als hij er zelf niet persoonlijk mee in aanraking komt. Maar het meisje komt er nog meer mee in aanraking dan de man. Een man heeft de zaak meer in zijn macht, en als hij dat wenscht, kan hij al de grovere gevaren van aanraking met venerische ziekten vermijden. Maar met de vrouw is dat anders. Hoe rein zij zelf ook moge zijn, zij kan er niet zeker van zijn, dat ze niet te waken zal hebben tegen de mogelijkheid van ziekten in haar toekomstigen echtgenoot zoowel als in hen, aan wie zij misschien het geluk van haar kind toevertrouwt. Het is een mogelijkheid, die de vrouw van beschaving, wel verre van ervan vrij te zijn, meer kans heeft te ontmoeten dan de vrouw uit den werkmansstand, want venerische ziekten komen minder voor onder de armen, dan onder de rijken [249]. De zorgvuldige medicus acht het zijn plicht, zelfs als zijn patient een geestelijke is, te vragen of hij syphilis gehad heeft, en de geestelijke van den meest streng correcten levenswandel erkent de noodzakelijkheid van zulk een vraag; hij zal misschien glimlachen, maar hij zal zich zelden beleedigd gevoelen. De verhouding tusschen man en vrouw is nog veel intiemer en belangrijker dan die tusschen dokter en patient, en een vrouw is niet ontheven van de noodzakelijkheid van zulk een vraag aan haar toekomstigen echtgenoot door de overtuiging, dat het antwoord zeker gunstig moet zijn. Bovendien kan het in sommige gevallen zeer goed zijn, dat zij, als zij voldoende ingelicht is, het middel kan worden om hem, eer het te laat is, te bewaren voor de schuld van een te vroeg huwelijk en de noodlottige gevolgen daarvan, en dat zij zoo zijn altijddurende dankbaarheid verdient. En zelfs als zij er niet in slaagt die te verkrijgen, dan heeft ze toch nog haar plicht jegens zichzelf en jegens het toekomstig geslacht, dat haar kinderen zullen helpen vormen, te vervullen.

In de meeste landen begint men overtuigd te worden van de noodzakelijkheid om jonge vrouwen, evenzeer als jonge mannen, met betrekking tot de venerische ziekten in te lichten. Zoo vindt in Duitschland Max Flesch, in zijn Prostitution und Frauenkrankheiten, dat men alle meisjes aan het einde van haar schoolleven moest inlichten omtrent de ernstige physieke en maatschappelijke gevaren, waaraan vrouwen in het leven zijn blootgesteld. In Frankrijk eischt Duclaux (in zijn L'Hygiène Sociale) met nadruk, dat vrouwen niet langer onwetend moeten worden gehouden. "Reeds nu", zegt hij, "kunnen dokters, die tegen hun wil door hun ambtsgeheim medeschuldigen van den echtgenoot geworden zijn, u vertellen van de ironische blikken, die zij somtijds ontmoeten, als zij trachten een vrouw te misleiden aangaande de oorzaken van haar kwalen. De dag van opstand tegen de maatschappelijke leugen, die zooveel slachtoffers gemaakt heeft, begint te naderen, en dan zult ge genoodzaakt zijn vrouwen te leeren wat zij moeten weten om zich tegen u te beveiligen". Het gaat in Amerika precies zoo. Hervorming op dit gebied, zegt Isidore Dyer, moet als devies voeren het motto, "Kennis is Gezondheid", zoowel voor het lichaam als voor den geest, voor vrouwen zoowel als voor mannen. In een discussie, geopend door Denslow Lewis, op de jaarlijksche vergadering van de American Medical Association in 1901 over de bestrijding van de venerische ziekten (Medico-Legal Journal, Juni en September 1903), was men het er onder de sprekers tamelijk wel over eens, dat de voornaamste methode de opvoeding was, de opvoeding van vrouwen evenzeer als van mannen. "Opvoeding is de eenige weg tot verbetering", verklaarde een van de sprekers (Seneca Egbert, uit Philadelphia) "en we zullen nooit veel vooruitkomen, voordat iedere jonge man en iedere jonge vrouw, zelfs vóór zij verliefd worden en verloofd raken, weten wat venerische ziekten zijn, en wat het zeggen wil als zij iemand trouwen, die er aan lijdt". "Voedt vader en moeder op, en zij zullen hun zoons en dochters opvoeden", roept Egbert Grandin uit, vooral met betrekking tot gonorrhoe (Medical Record, May 26, 1906); "Ik leg den nadruk op de dochter, omdat zij het meest zal lijden door de besmetting, en het is haar recht te weten, dat zij op haar hoede moet zijn zoowel voor den lijder aan gonorrhoe als voor den alcoholist".