De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 43
"De strijd tegen de syphilis is alleen mogelijk als wij het er over eens zijn, dat de slachtoffers er van beschouwd moeten worden als ongelukkig en niet als schuldig... Wij moeten het vooroordeel opgeven, dat geleid heeft tot het ontstaan van den naam "schandelijke ziekten", en dat verbiedt van dezen geesel van het gezin en der menschheid te spreken". In deze woorden van Duclaux, de vermaarde opvolger van Pasteur aan het Instituut Pasteur, in zijn edel en bewonderenswaardig werk L'Hygiène Sociale zien wij ons den eenigen weg aangewezen, daar ben ik van overtuigd, waarlangs we de rationeele en met goed gevolg bekroonde behandeling kunnen naderen van het groote maatschappelijke probleem der venerische ziekten.
Het hooge belang van dezen sleutel tot de oplossing van een probleem, dat dikwijls onoplosbaar geschenen heeft, begint tegenwoordig overal erkend te worden, in alle landen. Zoo zegt een beroemd Duitsch autoriteit, Professor Finger (Geschlecht und Gesellschaft, Bd. 1, Heft 5), dat venerische ziekte niet moet beschouwd worden als een wel-verdiende straf voor een liederlijk leven, maar als een ongelukkig toeval. Het schijnt echter in Frankrijk geweest te zijn, dat deze waarheid met den meesten moed en de meeste humaniteit verkondigd is en niet alleen door de volgelingen van de wetenschap en de geneeskunde, maar door velen, die zeer wel een verontschuldiging hadden kunnen vinden, waardoor ze zich niet zouden behoeven te mengen in een zoo moeilijke en ondankbare taak. Zoo hebben de broeders, Paul en Victor Margueritte, die een schitterende en eervolle plaats innemen in de tegenwoordige Fransche letterkunde, zich onderscheiden door te pleiten voor een meer humane houding jegens de prostituées, en voor een meer moderne methode bij het behandelen van de kwestie der venerische ziekten. "De ware methode tot voorbehoeding is die methode, die het duidelijk maakt aan allen, dat syphilis niet is een geheimzinnig en vreeselijk iets, de straf voor de zonde van het vleesch, een soort van schandelijk kwaad, dat gebrandmerkt is door den vloek der Katholieken, maar een gewone ziekte, die behandeld kan worden en genezen". We kunnen opmerken, dat de tegenzin om te erkennen dat men lijdende is aan venerische ziekte, in Frankrijk minstens even groot is als in eenig ander land; "maladies honteuses" is een gesanctionneerde term in Frankrijk, evenals "loathsome disease" in Engeland; "in het ziekenhuis", zegt Landret, "kost het veel moeite een erkenning te verkrijgen van gonorrhoe, en we mogen ons gelukkig rekenen als de patient het feit erkent, dat hij syphilis gehad heeft".
Geen verkeerdheden kunnen bestreden worden, voordat zij erkend zijn, eenvoudig en openlijk, en voordat ze eerlijk besproken zijn. Het is een veelbeteekenend en zelfs symbolisch feit, dat de bacteriën van een ziekte zelden tieren als zij blootgesteld zijn aan de vrije stroomen van frissche lucht. Geheimzinnigheid, vermomming, verborgenheid leveren de beste voorwaarden voor hun kracht en verspreiding, en deze begunstigende voorwaarden hebben wij eeuwen lang aan de venerische ziekten verschaft. Het is niet altijd zoo geweest, zooals ook het overleven van het woord "venerisch" zelf in dit verband, met zijn verwijzing naar een godin, alleen al voldoende aantoont. Zelfs de naam "syphilis", genomen uit een romantisch gedicht, waarin Fracastorus een mythologischen oorsprong vond voor de kwaal, legt getuigenis af van hetzelfde feit. De romantische houding is inderdaad evenzeer uit de mode als de houding van huichelachtige en bedeesde geheimzinnigheid. We moeten deze ziekten onder de oogen zien op dezelfde eenvoudige, directe en moedige wijze als reeds met goed gevolg gedaan is in het geval van pokken, een ziekte, die de menschen, van ouds op gelijken voet stelden met syphilis, en die werkelijk eens bijna even vreeselijk was in haar verwoestingen.
Op dit punt ontmoeten we echter hen, die zeggen, dat het niet noodig is een soort van erkenning te toonen voor venerische ziekten, en die het immoreel vinden iets te doen, dat toegevendheid in zich zou sluiten voor hen> die aan zulke ziekten lijden; zij hebben gekregen wat zij verdienen en men kan ze rustig laten omkomen. Zij, die dit standpunt innemen, plaatsen zich zoo ver buiten het gebied der beschaving--om nog te zwijgen van moraal of godsdienst--dat ze wel buiten beschouwing kunnen gelaten worden. De vooruitgang van het ras, de ontwikkeling der menschelijkheid, in feiten en in gevoelens, hebben samengewerkt om een houding uit de wereld te helpen, waarvan het een beleediging is voor natuurvolken, haar de houding van een wilde te noemen. Toch is het een houding, waar we rekening mee moeten houden, want ze heeft nog waarde in de oogen van de menschen, die te zwak zijn om weerstand te bieden aan hen, die met mooie moreele phrasen goochelen. Ik heb zelfs in een medische omgeving de bewering gehoord, dat venerische ziekten niet gelijkgesteld kunnen worden met andere infectieziekten, omdat ze "het resultaat van een handeling van den wil" zijn. Maar al de ziekten, ja, al de voorvallen en ongelukken van lijdende menschelijke wezens, zijn evenzeer het onwillekeurige gevolg van handelingen van den wil. De man, die overreden wordt, terwijl hij de straat oversteekt, de familie, die vergiftigd wordt door ongezond voedsel, de moeder, die de kwaal krijgt van het kind, dat zij oppast, deze allen lijden als onwillekeurig gevolg van de handeling van den wil tot het bevredigen van een of ander fundamenteel menschelijk instinct--het instinct van werkzaamheid, het voedingsinstinct, het liefde-instinct. Het sekse-instinct is even fundamenteel als ieder ander van deze, en de onwillekeurige nadeelen, die kunnen volgen op de wilsdaad om ze te bevredigen staan op precies hetzelfde niveau. Dit is het essentieele feit: een menschelijk wezen is gestruikeld en gevallen bij het volgen van de menschelijke instincten, die hem aangeboren zijn. Ieder mensch, die dit essentieele feit niet ziet, maar alleen den een of anderen ondergeschikten kant ervan, geeft blijk van een geest, die verdraaid en verwrongen is; hij kan geen aanspraak op onze belangstelling maken.
Maar zelfs als we het standpunt innemen van den would-be moralist, en overeenkomen, dat ieder maar moet lijden voor wat hij zelf verdiend heeft, dan is het nog lang geen feit, dat al degenen, die venerische ziekten opdoen, in eenigerlei beteekenis krijgen, wat ze verdienen. In een groot aantal gevallen hebben zij de ziekte op de meest onwillekeurige wijze opgeloopen. Dit is natuurlijk waar bij het groote aantal kinderen, die bij de conceptie of bij de geboorte geïnfecteerd worden. Maar het is ook waar op een nauwelijks minder absolute wijze bij een groot aantal personen, die op lateren leeftijd geïnfecteerd zijn. Men kan Syphilis insontium, of syphilis van de onschuldigen, in vijf groepen verdeelen: (1) het groote heir van syphilitisch geboren kinderen, die de ziekte erven van vader of moeder; (2) de voortdurend weer voorkomende gevallen van syphilis, door dokters, vroedvrouwen en minnen in hun beroep opgedaan; (3) infectie als resultaat van liefde, zooals bij het eenvoudige kussen; (4) toevallige infectie door contact of door het gemeenschappelijk gebruik van voorwerpen en werktuigen van het dagelijksch leven, zooals koppen, handdoeken, scheermessen, messen (zooals bij de besnijdenis), enz.; (5) de infectie van vrouwen door haar mannen [236].
Erfelijk aangeboren syphilis behoort tot de gewone pathologie van de kwaal en is een hoofdelement in het maatschappelijk gevaar ervan, daar ze verantwoordelijk is voor een enorme kindersterfte [237]. De gevaren van extra-genitale infectie bij de beroepswerkzaamheden van dokters, vroedvrouwen en minnen worden ook algemeen erkend. In het geval van minnen, die geïnfecteerd worden door de syphilitische kinderen van haar werkgevers aan haar borst, is de straf, die aan de onschuldigen opgelegd wordt al bijzonder hard en misplaatst. Vooral de invloed van geïnfecteerde vroedvrouwen uit de lagere klassen is gevaarlijk, want zij kunnen in haar onwetendheid het kwaad ver om zich heen verspreiden; zoo wordt het geval vermeld van een vroedvrouw, wier vinger geïnfecteerd raakte bij het uitoefenen van haar plichten, en die direct of indirect honderd personen infecteerde. Kussen is een bijzonder gewone bron van syphilisinfectie, en van al de extra-genitale streken is de mond de plaats, waar syphilisgezwellen verreweg het meest voorkomen. Het is waar, dat in sommige gevallen, vooral bij prostituées dit het gevolg is van abnormale sexueele aanrakingen. Maar in de meeste gevallen is het het gevolg van gewone en lichte kussen, zooals tusschen jonge kinderen, tusschen ouders en kinderen, tusschen minnenden, vrienden en bekenden. Typische voorbeelden, die ik vermeld vond, zijn die van een kind, dat door een prostituée gekust was, dat geïnfecteerd raakte en daarna zijn moeder en zijn grootmoeder infecteerde; van een jonge, Fransche bruid, die op haar trouwdag besmet werd door een van de gasten, die haar, volgens Fransche gewoonte, na de plechtigheid op de wang kuste; van een Amerikaansch meisje, dat, van een bal terugkomende, bij het afscheid, den jongen man, die haar naar huis gebracht had kuste, en die zoo de ziekte kreeg, die zij niet lang daarna op dezelfde wijze overbracht op haar moeder en haar drie zusters. Zij, die dit alles niet weten en die niet nadenken, zijn geneigd te lachen over hen, die wijzen op de ernstige gevaren van kussen in het wilde. Maar het blijft toch waar, dat menschen, die niet intiem genoeg zijn om den staat van elkaar's gezondheid te kennen, ook niet intiem genoeg zijn om elkaar te kussen. Infectie door het gebruik van huishoudelijke artikelen, linnen, enz. is, terwijl het betrekkelijk zeldzaam is onder de betere klassen der maatschappij, uiterst gewoon onder de lagere klassen en onder de minder beschaafde volken; in Rusland zijn, volgens Tarnowsky, de voornaamste autoriteit, zeventig percent van alle gevallen van syphilis in de landelijke districten, het gevolg van deze oorzaak en van gewoon kussen, en een speciale conferentie in St. Petersburg in 1897, ter overweging van de methoden om venerische ziekten te behandelen, sprak dezelfde opinie uit; hetzelfde schijnt waar te zijn voor Bosnië en verschillende deelen van het Balkan schiereiland, waar syphilis onder de boeren bevolking zeer veel voorkomt. Wat de laatste groep aangaat, krijgen, volgens Bulkley in Amerika, gewoonlijk ongeveer vijftig percent vrouwen syphilis onschuldig, voornamelijk van haar echtgenooten, terwijl Fournier zegt, dat in Frankrijk vijf en zeventig percent getrouwde vrouwen met syphilis geïnfecteerd zijn door haar mannen, meestal (zeventig percent) door echtgenooten, die zelf vóor het huwelijk geïnfecteerd werden en meenden, dat ze genezen waren. Onder mannen is het aantal met syphilis besmetten, die bij toeval geïnfecteerd zijn, hoewel kleiner dan bij vrouwen, toch nog zeer groot; men zegt, dat het minstens tien percent is, en misschien is het een veel grooter aantal gevallen. De nauwgezette moralist, die verlangt, dat ieder zal hebben wat hij verdient, moet toch nog dringender wenschen te voorkomen, dat onschuldigen lijden inplaats van de schuldigen. Maar het is absoluut onmogelijk voor hem deze twee doeleinden te vereenigen; syphilis kan niet terzelfder tijd vereeuwigd worden voor de schuldigen en afgeschaft voor de onschuldigen.
Ik heb alleen van syphilis gesproken, maar bijna alles, wat gezegd is over de toevallige infectie met syphilis, geldt evenzeer of nog meer voor gonorrhoe, want ofschoon gonorrhoe niet door zooveel kanalen in het lichaam dringt als syphilis, is het een meer voorkomende, zoowel als een listiger en meer zich verbergende ziekte.
De literatuur over de Syphilis Insontium is buitengewoon omvangrijk. Er is een bibliographie aan het einde van Syphilis in the Innocent van Duncan Bulkley, en een uitgebreid résumé over de kwestie in een Leipziger inaugurale dissertatie door F. Mozes, Zur Kasuistik der Extragenitalen Syphilis-infektion, 1904.
Maar zelfs, als we ter zijde stellen het groote aantal venerisch geïnfecteerde menschen, waarvan we in den engsten en meest conventioneelen moreelen zin kunnen zeggen, dat ze "onschuldige" slachtoffers zijn van de ziekte, die ze opgeloopen hebben, dan blijft er nog veel over deze kwestie te zeggen. Men moet zich herinneren, dat de meerderheid van hen, die venerische ziekten opdoen door onwettigen, sexueelen omgang, jong zijn. Zij zijn jongelingen, onwetend aangaande het leven, eerst pas van huis gekomen, nog onontwikkeld, onvolledig opgevoed en gemakkelijk door vrouwen te bedriegen; in vele gevallen hebben zij, naar zij meenden, een "aardig" meisje ontmoet, wèl niet strikt deugdzaam, maar, naar hun toescheen, boven iedere verdenking van ziekte verheven, hoewel zij in werkelijkheid een clandestiene prostituée was. Of zij zijn jonge meisjes, die wèl opgehouden hebben volkomen kuisch te zijn, maar die niet al haar onschuld verloren hebben, en die zichzelf niet beschouwen, en ook door anderen niet beschouwd worden, als prostituées; dat is inderdaad een van de rotsen, waarop het systeem der politie-contrôle zich te pletter loopt, want de politie kan de prostituées niet vroeg genoeg te pakken krijgen. Van de vrouwen, die syphilitisch zijn, zijn, volgens Fournier twintig percent geïnfecteerd vóór zij negentien jaar oud waren. De leeftijd, waarop infectie het meest voorkomt, is voor vrouwen twintig jaar (in de landelijke districten achttien), en voor mannen drie en twintig jaar. In Duitschland vindt Erb, dat vijf en tachtig percent mannen met gonorrhoe de ziekte opgedaan hebben tusschen den leeftijd van zestien en vijf en twintig, terwijl een zeer klein aantal geïnfecteerd wordt na de dertig. Deze jonge wezens geraakten voor het meerendeel in een val, die de Natuur met haar verleidelijkste lokaas voorzien had; zij waren gewoonlijk onwetend; niet zelden werden zij bedrogen door een aantrekkelijke persoonlijkheid; dikwijls waren zij door hartstocht overweldigd; meermalen was alle voorzichtigheid en ingetogenheid verloren geraakt in den roes van den wijn. Uit een waarlijk moreel standpunt waren zij ternauwernood minder onschuldig dan kinderen.
"Ik vraag", zegt Duclaux, "als een jonge man of een jong meisje zich overgeeft aan gevaarlijke liefkoozingen, of de maatschappij dan genoeg gedaan heeft om ze te waarschuwen. Misschien zijn haar bedoelingen goed geweest, maar toen precies weten noodig werd, heeft een dwaze voorzichtigheid haar terug gehouden, en ze heeft haar kinderen zonder reisgeld gelaten.... Ik wil zelfs verder gaan, en zeggen, dat in een groot aantal gevallen de echtgenooten, die hun vrouwen besmetten, onschuldig zijn. Geen mensch is verantwoordelijk voor het kwaad, dat hij doet zonder het te weten en zonder het te willen". Ik mag wel weer in de herinnering brengen het veelbeteekenend feit, waar reeds op gewezen is, dat de meeste echtgenooten, die hun vrouwen infecteeren, de ziekte opdeden vóór het huwelijk. Zij traden het huwelijk in, meenende, dat hun ziekte genezen was, en dat zij met hun verleden gebroken hadden. Dokters hadden soms (en kwakzalvers dikwijls) tot dit resultaat bijgedragen door een te sanguinisch taxeeren van den tijd, noodig om het vergif te vernietigen. Een zoo groot autoriteit als Fournier meende vroeger, dat de met syphilis besmette persoon veilig verlof kon gegeven worden tot trouwen drie of vier jaar na den datum van infectie, maar nu, met vermeerderde ondervinding strekt hij den tijd uit tot vier of vijf jaar. Het is ongetwijfeld waar, dat, vooral als de behandeling grondig en stipt geweest is, de ziek geworden constitutie in de meeste gevallen in een korter tijd dan deze onder volkomen contrôle kan gebracht worden, maar er is altijd een zeker aantal gevallen, waarin de infecteerende krachten nog jaren lang blijven bestaan, en zelfs als de syphilitische echtgenoot niet meer in staat is zijn vrouw te infecteeren, dan kan hij nog in een toestand zijn, die een ongelukkigen invloed oefent op zijn nageslacht.
In bijna al deze gevallen bestond er min of meer onwetendheid--wat maar een ander woord is voor onschuld, naar wat wij gewoonlijk onder onschuld verstaan--en als dan eindelijk, na de gebeurtenis, de feiten eenigszins openlijk aan het slachtoffer worden uitgelegd, dan roept hij dikwijls uit: "Dat heeft niemand mij verteld!" Het is dit feit, dat den pseudo-moralist veroordeelt. Als hij er voor gezorgd had, dat moeders de sexueele feiten aan haar kleine jongens en meisjes uitlegden van hun jeugd af aan, als hij (zooals Dr. Joseph Price met nadruk verlangt) de gevaren der venerische ziekten op de Zondagsschool onderwezen had, als hij openlijk van den kansel gepreekt had over de verhoudingen van de seksen, als hij er voor gezorgd had, dat iedere jongeling bij het begin van de puberteit eenige eenvoudige technische kennis van den huisdokter kreeg over sexueele gezondheid en sexueele ziekte--dan zou, al zou er nog behoefte zijn aan medelijden voor hen, die afgedwaald zijn van een pad, dat altijd moeilijk te begaan zal zijn, de vermeende moralist in ieder geval eeniger mate zonder schuld uitgaan. Maar hij heeft zelden ook maar een vinger uitgestoken om iets van deze dingen te doen.
Zelfs zij, die misschien niet een houding van persoonlijke moreele onverdraagzaamheid jegens de slachtoffers van venerische ziekten zullen willen laten varen, doen goed zich te herinneren, dat, daar de openlijke uiting van hun onverdraagzaamheid kwaad sticht, en op zijn best nutteloos is, het voor hen noodig is in het belang van de maatschappij zich te onthouden van het uitspreken van hun meening. Zij zouden niet minder vrij zijn hun eigen persoonlijk gedrag in de striktste overeenstemming te brengen met hun superieure moreele gestrengheid; en dat is voor hen tenslotte de hoofdzaak. Maar in het belang van de maatschappij is het voor hen noodig datgene aan te nemen, wat zij misschien beschouwen zullen als de conventie van een zuiver hygiënische houding jegens deze ziekten. De dwalenden worden door een houding van moreele afkeuring onvermijdelijk zóó afgeschrikt, dat zij tot methoden van verbergen komen, en deze veroorzaken een eindelooze keten van maatschappelijke nadeelen, die alleen door openlijkheid uit den weg geruimd kunnen worden. Zooals Duclaux met zooveel ernst gezegd heeft: het is onmogelijk met succes tegen de venerische ziekten te strijden, als we er niet toe overgaan onze vooroordeelen, of zelfs onze moraal en onzen godsdienst buiten beschouwing te laten, maar ze zuiver en eenvoudig te behandelen als een gezondheidskwestie. En als de pseudo-moralist nog moeite heeft mede te werken tot het genezen van dit maatschappelijk kwaad, dan mag hij wel bedenken, dat hij zelf--evenals wij allen, hoe weinig wij het ook weten--in de laatste vier eeuwen zeker een groot aantal met syphilis en gonorrhoe besmette voorouders gehad heeft. Wij zijn allen te zamen verbonden, en het is dwaas, zoo niet onmenschelijk, ons eigen vleesch en bloed te verachten.
Ik heb de houding van hen, die de moraal opgeven als een reden om geen notitie te nemen van de maatschappelijke noodzakelijkheid van het bestrijden der venerische ziekten, nogal in bijzonderheden besproken, omdat, al mogen er weinigen zijn, die ernstig en bewust zoo'n tegen-maatschappelijke en onmenschlievende houding aannemen, er zeker velen zijn, die blij zijn, dat er zoo'n mooi excuus bestaat voor hun moreele onverschilligheid of hun geestelijke traagheid [238]. Als zij in aanraking komen met dit groote en moeilijke probleem, dan vinden zij het gemakkelijk het geneesmiddel te geven der conventioneele moraal, hoewel zij er wel van overtuigd zijn, dat dit geneesmiddel al lang op groote schaal zonder resultaat is gebleken. Zij geven er met veel drukte de voorkeur aan het nuttelooze dikke eind van de wig aan te wenden op een punt, waar alleen met veel handigheid en voorzichtigheid het dunne einde kan ingebracht worden.
Het algemeen aannemen van het feit, dat syphilis en gonorrhoe ziekten zijn en niet noodzakelijk misdaden of zonden, is de voorwaarde voor iedere praktische poging deze kwestie te behandelen als een kwestie van gezondheid in plaats van politie-toezicht. De Scandinavische landen van Europa zijn de pioniers geweest in praktische moderne hygiënische methoden van behandelen van de venerische ziekten. Er zijn verschillende redenen, waarom dit gebeurd is. Al de sexueele problemen--de sexueele liefde zoowel als de sexueele ziekten--hebben in deze landen lang op den voorgrond gestaan, en een afwijzen van preutsche huichelarij schijnt hier duidelijker uitgesproken te zijn geweest dan ergens anders; wij zien dezen geest, bij voorbeeld, krachtig belichaamd in de tooneelstukken van Ibsen, en tot zekere hoogte in de werken van Björnson. Het moedige en energieke temperament van het volk dwingt hen tot praktisch ingrijpen in sexueele moeilijkheden, terwijl hun sterke onafhankelijkheidsinstincten hen afkeerig maken van de bureaucratische politie-methoden, die in Frankrijk en Duitschland gebloeid hebben. Zoo zijn de Scandinaviërs de natuurlijke pioniers geweest van de methoden ter bestrijding der venerische ziekten, waarvan men nu algemeen begint te erkennen dat zij de methoden zijn van de toekomst, en zij hebben het eerst ten volle, het systeem georganiseerd, dat venerische ziekten plaatst onder de gewone wet en ze behandelt als andere besmettelijke ziekten.
De eerste schrede bij het behandelen van een venerische ziekte is er de erkende beginselen van aangifte op toe te passen. Iedere nieuwe toepassing van het principe stuit evenwel op tegenstand. Het is zonder resultaat, het is een onverantwoordelijke inquisitie in de zaken van het individu, het is een nieuwe belasting op den druk bezetten praktiseerenden medicus, enz. Zeker zal aangifte op zich zelf niet den voortgang van eenige besmettelijke ziekte tegengaan. Maar ze is een essentieel element in iedere poging om het voorkomen van de ziekte te bevorderen. Tenzij wij de juiste bijomstandigheden, locale variaties, en tijdelijke zwenkingen van een ziekte precies kennen, zijn wij geheel in het duister en kunnen we alleen maar in het wilde om ons heen slaan. Alle vooruitgang in algemeene hygiëne is vergezeld geweest door de vermeerderde aangifte van ziekte, en de meeste autoriteiten zijn het er over eens, dat die aangifte nog verder uitgestrekt moet worden, terwijl iedere kleine ongeriefelijkheid die hierdoor aan individuen veroorzaakt wordt van gering belang is, vergeleken bij de groote publieke belangen, die op het spel staan. Het is waar, dat een zoo groote autoriteit als Neisser twijfel uitgesproken heeft over den invloed van de aangifte bij gonorrhoe; de diagnose kan niet onfeilbaar zijn en de patienten geven dikwijls valsche namen op. Deze bezwaren zijn echter klein; een diagnose kan maar heel zelden onfeilbaar zijn (hoewel op dit gebied niemand zooveel gedaan heeft voor juiste diagnosen als Neisser zelf), en namen zijn niet noodig voor de aangifte, en worden ook niet vereischt in den vorm van gedwongen aangifte, die eenige jaren geleden in Noorwegen bestond.