De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij

Part 41

Chapter 413,369 wordsPublic domain

De denker, die duidelijker en meer fundamenteel dan anderen, en het eerst van allen zich de dynamische verhoudingen van de prostitutie voor oogen heeft gesteld, was James Hinton. Meer dan dertig jaar geleden gaf Hinton, in fragmentarische geschriften, die nog onuitgegeven zijn gebleven, omdat hij ze nooit in ordelijken vorm omgewerkt heeft, krachtig en hartstochtelijk uitdrukking aan zijn gronddenkbeeld. Het kan misschien de moeite loonen een paar korte passages aan te halen uit Hinton's handschriften: "Ik voel, dat de wetten van het arbeidsvermogen ook behoorden te gelden te midden der golven van den menschelijken hartstocht, dat de verhoudingen der mechanica waar zijn en ook zullen heerschen in het menschelijk leven... Er ontstaat een spanning, een onderdrukking van de ziel, door ons moderne leven, en ze is op het punt plotseling tot een ontploffing te leiden, waarna de krachten zich opnieuw zullen ordenen. Het is een kwestie van dynamica, in moreele termen voorgesteld... Het houden van een deel van de vrouwelijke bevolking zonder uitzicht op een huwelijk, beteekent prostituées hebben, dat zijn vrouwen, die niets zijn dan werktuigen van de zinnelijkheid van den man, en dit beteekent voor velen van haar het dooden van alle zuivere liefde of de vatbaarheid daartoe. Dit is het feit, dat we onder de oogen moeten zien... Vandaag zag ik een jonge vrouw, wier leven verteerd werd door gebrek aan liefde, een geval van uiterste ellende: en zie nu den prijs, waarmee we haar slechte gezondheid betalen; voor haar slechte gezondheid betalen wij met den ondergang van een ander meisje. Dat geven wij er voor; haar ellende naar ziel en lichaam wordt gekocht door de prostitutie; wij hebben prostituées, die daarvoor zijn ... Wij leveren sommige vrouwen roekeloos aan het verderf over om een broeikasparadijs te maken voor anderen... De eene put zich uit in vergeefsche pogingen genoegens te verdragen waarvoor ze niet sterk genoeg is, terwijl andere vrouwen te gronde gaan door gebrek aan deze zelfde genoegens. Als het huwelijk dit is, is het dan niet belichaamde wellust? De gelukkige Christelijke tehuizen zijn de ware donkere plaatsen der aarde... Prostitutie voor den man, ontbering voor de vrouw--zij zijn twee zijden van hetzelfde ding, en het zijn allebei ontkenningen van de liefde, evenals weelde en ascetisme. De bergen van ontbering moeten gebruikt worden om de diepten van de overdaad aan te vullen".

Eenige van de denkbeelden van Hinton werden uiteengezet door een schrijfster, die goed met hem bekend was, in een vlugschrift, getiteld The Future of Marriage: An Eirenicon for a Question of To-day, door een achtenswaardige vrouw (1885). "Als de overtuiging eenmaal ingang heeft gevonden bij de "goede" vrouwen", merkt de schrijfster op, "dat haar plaats van eer en voorrechten verkregen is ten koste van de vernedering van anderen, dan zullen ze niet rusten voor zij die plaats verlaten hebben of een ander voetstuk gevonden hebben. Als ons onbuigzaam huwelijkssysteem tot voornaamste voorwaarde heeft het bestaan van de prostitutie, dan kan men slechts twee gevolgtrekkingen maken: òf er moet aangetoond worden, dat zij overeen te brengen is met het welzijn, zoowel moreel als physiek, van de vrouwen, die ze in praktijk brengen, òf ons huwelijkssysteem moet veroordeeld worden. Als het iemand duidelijk voor oogen gesteld werd, dan zou hij niet in ernst kunnen beweren, dat dat "deugd" is, wat alleen in praktijk gebracht kan worden ten koste van iemand anders ondeugd... Terwijl de wetten der natuurkunde zoo algemeen erkend beginnen te worden, dat niemand er van droomt een deeltje stof of kracht te willen vernietigen, passen we toch dezelfde opvatting niet instinctief toe op moreele krachten, maar wij denken en handelen alsof wij een kwaad konden uit den weg ruimen, terwijl we dàt onveranderd laten, wat er kracht aan geeft. Dit is de eenige beschouwing van het maatschappelijk probleem, dat ons hoop geeft. Dat de prostitutie zou ophouden te bestaan, terwijl alles bleef zooals het is, zou schadelijk zijn, als het mogelijk was. Maar het is niet mogelijk. Het zwakke punt van alle bestaande pogingen om de prostitutie te onderdrukken is, dat zij er tegen gericht zijn alsof zij een ding op zichzelf was, terwijl zij alleen een van de symptomen is, die voortkomen uit een algemeene kwaal".

Ellen Key, die in de laatste jaren de voornaamste apostel geweest is van een evangelie van sexueele moraal, die berust op de behoeften van vrouwen als de moeders van het ras, heeft, in ongeveer gelijken geest, zoowel de prostitutie als het starre huwelijk veroordeeld, verklarend (in haar Essays on Love and Marriage), dat "de ontwikkeling van het erotisch persoonlijk bewustzijn evenzeer gehinderd wordt door de maatschappelijk geregelde "moraal" als door de maatschappelijk geregelde "immoraliteit"," en dat "de twee laagste en maatschappelijk gesanctionneerde uitersten van sexueel dualisme, het starre huwelijk en de prostitutie, langzamerhand onmogelijk zullen worden, omdat zij met het ingang vinden van het denkbeeld van erotische eenheid niet langer zullen overeen te brengen zijn met de behoeften der menschen".

Wij kunnen den tegenwoordigen toestand, wat betreft de prostitutie, het best karakteriseeren door te zeggen, dat er aan den eenen kant een neiging is om ze te verheffen, in verband met de aangroeiende menschelijkheid en verfijning van de beschaving, een neiging, die onvermijdelijk leiden moet tot het meer en meer brandmerken zoowel van de vrouwen die prostituées worden, als van de mannen, die ze opzoeken; aan den anderen kant, maar misschien door dezelfde dynamische kracht, is er een neiging de prostitutie langzamerhand terzijde te stellen door een gelukkige concurrentie van hooger en reiner methoden van sexueele verhoudingen, die vrij zijn van geldelijke overwegingen. Deze verfijning en veredeling, deze concurrentie der prostitutie door betere vormen van sexueele liefde, zijn inderdaad een essentieel deel van den vooruitgang, naarmate de beschaving meer waarlijk gezond, krachtig en waarheidlievend wordt.

Waarschijnlijk zal deze moreele verandering vergezeld gaan van de erkenning, dat de feiten van het menschelijk leven van meer belang zijn dan de vormen. Want alle overgangen van lagere tot hoogere maatschappelijke vormen, van den natuurstaat tot de beschaving, zijn--voor zoover zij veranderingen zijn, die het leven raken--vergezeld gegaan van een langzaam en moeilijk tasten naar de waarheid, dat alleen in natuurlijke verhoudingen gezondheid en heiliging kan gevonden worden, want, zooals Nietzsche zeide, de "terugkeer" tot de natuur moest eerder de "opstijging" genoemd worden. Zoo alleen kunnen wij verkrijgen, dat uit onze harten eindelijk die vastgeroeste traditie verdreven wordt, dat er eenige onreinheid of schande is in daden van liefde, waarvoor de door het verstand voorgeschrevene en niet alleen de conventioneele voorwaarden vervuld zijn. Want het is een ijdel pogen te trachten onze wetten te verbeteren, of zelfs onze verordeningen, voordat we eerst onze harten verbeterd hebben.

Het zou misplaatst zijn hier verder in te gaan op de moreele kwestie, zooals zij zich heden ten dage begint te vormen in de sexueele sfeer. In een psychologische bespreking behoeven we alleen maar de werkelijke houding uiteen te zetten van den moralist en van de beschaving. De uitwerking van de praktische gevolgen van die houding moeten we aan moralisten en sociologen en de gemeenschap in het algemeen overlaten.

Ons onderzoek heeft tevens, zooals we mogen hopen, aangetoond, dat wie de kwestie van de prostitutie in de praktijk behandelen wil in de allereerste plaats de waarschuwing niet vergeten mag, die, wat vele andere maatschappelijke problemen aangaat, belichaamd is door Herbert Spencer in zijn vermaard voorbeeld van de gebogen ijzeren plaat. Als we trachten de gebogen plaat plat te krijgen, dan heeft het geen zin, zooals Spencer aangetoond heeft, direct op het opgebulte gedeelte los te hameren; als we dat doen, dan blijkt al gauw, dat we de zaken erger gemaakt hebben; ons hameren moet, om resultaat te hebben, zijn in de omgeving van, en niet direct òp de hinderlijke verheffing, die we willen verwijderen; zoo alleen kan de ijzeren plaat plat gehamerd worden [215]. Maar dit axioma is door de moralisten niet begrepen. De gewone, praktische hervormer heeft--van den tijd van Karel den Groote af--altijd weer zijn vuist direct laten neerkomen op het kwaad der prostitutie en hij heeft de zaken steeds erger gemaakt. Alleen door met beleid buiten het kwaad en er om heen te werken kunnen we hopen het met succes te verminderen. Door er naar te streven de verhoudingen van mannen tot vrouwen, en van vrouwen tot vrouwen te ontwikkelen en te verheffen, door onze opvattingen over sexueele verhoudingen te wijzigen, en door een gezonder en meer ware opvatting over vrouwelijkheid en over de verantwoordelijkheden van vrouwen, zoowel als van mannen, in te voeren, door, maatschappelijk zoowel als economisch, een hooger niveau te bereiken van menschelijk leven--alleen door zulke methoden kunnen wij met reden eenige vermindering en verzachting van het kwaad der prostitutie verwachten. Zoolang wij niet in staat zijn tot zulke methoden, moeten we tevreden zijn met de prostitutie, die we verdienen, en dan moeten we leeren ze te behandelen met het medelijden, en den eerbied, waarop een zoo in het leven grijpende misvorming in onze beschaving aanspraak maken mag.

HOOFDSTUK VIII

DE BESTRIJDING DER VENERISCHE ZIEKTEN

De beteekenis der venerische ziekten.--De geschiedenis der syphilis.--Het vraagstuk van den oorsprong ervan.--De groote maatschappelijke beteekenis van de syphilis.--De maatschappelijke gevaren van de gonorrhoe.--De moderne verandering der methoden ter bestrijding van de venerische ziekten.--Oorzaken van het verval van het systeem van politie-toezicht.--Noodzakelijkheid de feiten onder de oogen te zien.--De onschuldige offers der venerische ziekte.--Het zijn ziekten en geen misdaden.--Het principe van aanmelding.--Het Scandinavische systeem.--Kostelooze behandeling.--Straf op het overbrengen van venerische ziekten.--Sexueele opvoeding met betrekking tot de venerische ziekten.--Lezingen, enz.--Uiteenzettingen van de kwestie in romans en op het tooneel.--Het "leelijke" is niet "immoreel".

Het kan misschien verwondering wekken, dat in de voorafgaande bespreking van de prostitutie nauwelijks een woord gezegd is over venerische ziekten. In de oogen van vele menschen is de kwestie der prostitutie eenvoudig de kwestie van syphilis. Maar van het psychologisch standpunt, dat ons hier direct aangaat, evenals van het moreele, waarmee we indirect wel bekend moeten zijn, kan de kwestie der ziekten, die verbonden kunnen zijn en ook zoo dikwijls verbonden zijn met de prostitutie, niet in de eerste plaats van beteekenis zijn. De twee kwesties zijn, hoe nauw ze ook met elkaar in verband mogen staan, in hun grondslag verschillend. Niet alleen zouden venerische ziekten blijven bestaan, al was de prostitutie volkomen verdwenen, maar, aan den anderen kant, als we syphilis op dergelijke wijze aan contrôle onderworpen hadden, als de eenigszins er mee verwante ziekte, lepra, dan zou het probleem der prostitutie nog blijven bestaan.

Toch is het nauwelijks mogelijk, zelfs van het standpunt dat we hier innemen, de kwestie der venerische ziekten buiten beschouwing te laten, want de psychologische en moreele gezichtspunten van de prostitutie, en zelfs de geheele kwestie der sexueele verhoudingen, ondervinden, tot zekere hoogte, den invloed van het bestaan van de ernstige ziekten, die vooral door sexueelen omgang verspreid worden.

Fournier, een van de leidende autoriteiten op dit gebied, heeft terecht gezegd, dat syphilis, alcoholisme en tuberculose de drievoudige pest is van den tegenwoordigen tijd. In een veel vroegeren tijd (1851) had Schopenhauer in Parerga en Paralipomena de meening geuit, dat de twee dingen, die het moderne maatschappelijk leven onderscheiden van dat van de oudheid, het ridderlijk eergevoel en de venerische ziekten zijn; te zamen, voegde hij er aan toe, hebben zij het leven vergiftigd en een vijandig en zelfs duivelsch element ingevoerd in de verhoudingen der seksen, dat indirect invloed heeft geoefend op alle andere maatschappelijke verhoudingen [216]. Het is als een koopwaar, zegt Havelburg van de syphilis, die de beschaving overal heen gevoerd heeft, zoo dat maar zeer weinige afgelegen landen van den aardbol (zooals Centraal Afrika en Centraal Brazilië) er tegenwoordig vrij van zijn [217].

Het is ongetwijfeld waar, dat in de oudere beschaafde landen de uitingen van syphilis, hoewel ze nog ernstig zijn en een oorzaak voor de physieke ontaarding van het individu en het ras, minder ernstig zijn dan ze waren, zelfs maar een generatie geleden [218]. Dit is gedeeltelijk het resultaat van vroegere en betere behandeling, voor een deel is het mogelijk het resultaat van het syphilitisch worden van het ras, daar een zekere mate van immuniteit nu een geërfd bezit geworden is, hoewel we toch in de herinnering moeten houden, dat een aanval van syphilis niet noodzakelijk immuniteit met zich brengt tegen den werkelijken aanval van de kwaal, zelfs bij hetzelfde individu. Maar we moeten er aan toevoegen, dat, ook al is ze minder ernstig geworden, de syphilis, in de meening van velen, toch nog bezig is zich uit te breiden, zelfs in de voornaamste centra der beschaving; dit heeft men evenzeer opgemerkt in Parijs als in Londen [219].

Volgens de meening, die tegenwoordig algemeen begint te heerschen, is syphilis naar Europa overgebracht aan het einde van de vijftiende eeuw door de eerste ontdekkers van Amerika. In Seville, de voornaamste Europeesche haven voor Amerika, was ze bekend als de Indische ziekte, maar toen Karel VIII en zijn leger ze in 1495 het eerst naar Italië overbrachten, werd ze de Gallische ziekte genoemd, hoewel deze connectie met de Franschen alleen maar toevallig was; "een monsterachtige ziekte", zeide Cataneus, "die in vorige eeuwen nooit gezien is en onbekend is in de geheele wereld".

De synoniemen voor syphilis waren eerst ontelbaar. Ferrara gaf in zijn Latijnsche gedicht Syphilis sive Morbus Gallicus, geschreven vóór 1521, en uitgegeven in Verona in 1530, eindelijk aan de ziekte den naam, die er nu algemeen voor aangenomen is, waarbij hij ter verklaring van de herkomst ervan een romantische sage uitvond.

Hoewel men tegenwoordig vrij algemeen schijnt te gelooven, dat de syphilis uit Amerika naar Europa is overgebracht, bij de ontdekking van de Nieuwe Wereld, is het eerst in de allerlaatste jaren geweest, dat deze meening grond gewonnen heeft; het schijnt zelfs nu niet eens zeker, dat, wat de Spanjaarden uit Amerika mee terug brachten, werkelijk een ziekte was, die geheel nieuw was in de Oude Wereld, en niet een krachtiger vorm van een oude ziekte, waarvan de uitingen goedaardig geworden waren. Buret, bij voorbeeld, (Le Syphilis Aujourd'hui et chez les Anciens, 1890), die eenige jaren geleden tot de diepe overtuiging kwam, dat "syphilis dateert van de schepping van den mensch", en die uit een nauwkeurige studie der klassieke schrijvers tot het geloof gekomen was, dat syphilis in Rome al bestond onder de Caesars, meende, dat ze op verschillende plaatsen en op verschillende tijden uitgebroken was, en dat ze in epidemische uitbarstingen verschillende combinaties vertoonde van haar verschillende symptomen, zoo dat ze op gewone tijden voorkwam zonder opgemerkt te worden en op de tijden van meer intense uiting beschouwd werd als een tot dusverre onbekende ziekte. Zoo werd er in de klassieke tijden gemeend, denkt hij, dat ze uit Egypte kwam, hoewel hij Azië voor haar werkelijk tehuis hield. Leopold Glück heeft ook passages aangehaald (Archiv für Dermatologie und Syphilis, January 1899) uit de medische epigrammen van een dokter uit de zestiende eeuw, Gabriel Ayala, die verklaart, dat syphilis niet werkelijk een nieuwe ziekte is, hoewel er gewoonlijk gemeend wordt, dat ze dat is, maar een oude ziekte, die met tot dusverre onbekende kracht uitgebroken is. Er is echter geen enkele overtuigende reden, om te gelooven, dat syphilis in de klassieke oudheid bekend was. A. N. Notthaft ("Die Legende von der Althertums-syphilis", in het Rindfleisch Festschrift, 1907, pp. 377-592) heeft critische nasporingen gedaan naar passages in klassieke schrijvers, waarvan Rosenbaum, Buret, Proksch en anderen meenden, dat ze sloegen op syphilis. Het is volkomen waar, geeft Notthaft toe, dat vele van deze passages misschien wel op syphilis zouden kunnen slaan, en dat een of twee zelfs beter zouden passen op syphilis dan op eenige andere ziekte. Maar over het geheel leveren zij in het geheel geen bewijs en geen syphiloloog, besluit hij, is er ooit in geslaagd te demonstreeren, dat syphilis in de oudheid bekend was. Dat geloof is een mythe. Het meest verpletterende bewijs er tegen is, zooals Notthaft zegt, het feit, dat, hoewel er in de oudheid groote medici waren, die nauwkeurige waarnemers waren, niet een van hen een beschrijving geeft van de primaire, secundaire, tertiaire en aangeboren vormen van deze ziekte. China wordt dikwijls vermeld als het oorspronkelijke tehuis van de syphilis, maar dit geloof is geheel zonder grond, en de Japansche medicus, Okamura, heeft aangetoond (Monatschrift für praktische Dermatologie, deel XXVIII, blz. 296 et. seq.) dat Chineesche verhandelingen niets over de syphilis melden vóor de zestiende eeuw. In de Parijsche Academie voor Geneeskunde werden in 1900 door Fouquet photografieën gedemonstreerd van menschelijke overblijfsels, die dateeren van 2400 voor Christus, die veranderingen in het beenderenstelsel vertoonen, die duidelijk syphilitisch schenen te wezen; Fournier echter, een van de grootste autoriteiten, meende, dat de diagnose van syphilis niet kon volgehouden worden, voordat andere toestanden, die dergelijke veranderingen in het beenderenstelsel hadden kunnen teweeg brengen, geëlimineerd waren (British Medical Journal, September 29, 1900, p. 946). In Florida en verschillende deelen van Centraal Amerika, op ongetwijfeld vòor den tijd van Columbus stammende begraafplaatsen, zijn zieke beenderen gevonden waarvan goede autoriteiten verklaard hebben, dat ze niet anders dan syphilitisch konden zijn (b.v. British Medical Journal, November 20, 1897, p. 1487), hoewel we kunnen opmerken, dat nog kort geleden, in 1899, de voorzichtige Virchow constateerde, dat de syphilis van vóor den tijd van Columbus voor hem nog een open kwestie was (Zeitschrift für Ethnologie, Deel 2 en 3, 1899 p. 216). Aan den anderen kant toont Seler, de bekende autoriteit over de Mexikaansche oudheid aan, dat de oude Mexikanen een ziekte kenden, die, zooals zij haar beschreven, wel syphilis had kunnen wezen. Het blijkt echter duidelijk, dat, terwijl de moeilijkheid om zieke beenderen te demonstreeren in Amerika wel even groot is als in Europa, de demonstratie toch, hoe volkomen ze ook zijn mag, niet voldoende zou zijn om aan te toonen, dat de ziekte niet ook reeds bestond in de Oude Wereld. De plausibele theorie van Ayala, dat de syphilis van de vijftiende eeuw een hevig optreden was van een oude ziekte is in de meer moderne tijden herhaaldelijk weer in het leven geroepen. Zoo denkt J. Knott ("The Origin of Syphilis" New York Medical Journal, October 31, 1908), dat hoewel ze niet nieuw was in het Europa van de vijftiende eeuw, ze toen nieuw ingevoerd werd in een vorm, die ernstiger geworden was doordat ze van een erotisch ras kwam, zooals men meent, dat dikwijls het geval is.

Het was in de achttiende eeuw, dat Jean Astruc het geloof begon te herstellen, dat syphilis werkelijk een betrekkelijk moderne ziekte is van Amerikaanschen oorsprong, en sindsdien hebben vele autoriteiten van gewicht hun instemming met dit gezichtspunt betuigd. Aan de energie en de bekwaamheid van Dr. Iwan Bloch, uit Berlijn (het eerste deel van zijn belangrijk werk, Der Ursprung der Syphilis, werd uitgegeven in 1901) danken wij de volledige samenstelling van het materiaal, dat het bewijs levert voor den Amerikaanschen oorsprong van de syphilis. Bloch beschouwt Ruy Diaz de Isla, een beroemd Spaansch medicus, als de voornaamste getuige voor den Indischen oorsprong van de ziekte, en besluit, dat ze naar Europa overgebracht werd door de mannen van Columbus, uit Midden Amerika, meer speciaal van het eiland Haiti, naar Spanje in 1493 en 1494, en onmiddellijk daarna door de legers van Karel VIII als epidemie verspreid werd over Italië en de andere landen van Europa.

We kunnen hieraan toevoegen, dat, zelfs als we de theorie moeten aannemen, dat de centrale streken van Amerika de plaats zijn van den oorsprong der Europeesche syphilis, we toch nog moeten erkennen, dat de syphilis zich op het vasteland van Noord-Amerika zeer veel langzamer verspreid heeft dan in Europa en ook meer gedeeltelijk, en zelfs tegenwoordig zijn er Amerikaansche Indiaansche stammen, onder wie ze onbekend is. Holder heeft op grond van zijn eigen ervaringen onder Indianen en van informaties door bemiddeling van verschillende medici een statistiek gemaakt die aantoont, dat van ongeveer dertig stammen en groepen van stammen, achttien bijna of geheel vrij waren van venerische ziekten, terwijl onder dertien ze zeer veel voorkwamen. Bijna zonder uitzondering weigeren de stammen, waar syphilis weinig voorkomt of onbekend is, sexueelen omgang aan vreemdelingen, terwijl zij, onder wie zulke omgang meer voorkomt, moreel laks zijn. Het zijn de blanken, die de bron zijn van infectie onder deze stammen (A. B. Holder, "Gynecic Notes Among the American Indians", American Journal of Obstetrics 1892, No. 1).