De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 4
Tegenwoordig wordt alleen in Frankrijk de dringende behoefte aan rust gedurende de laatste maanden der zwangerschap duidelijk in het oog gehouden en eenige ernstige en officieele pogingen zijn aangewend om er in te voorzien. In een belangwekkende Parijsche verhandeling (De la Puériculture avant la Naissance, 1907) heeft Clappier veel mededeelingen samengebracht, die betrekking hebben op de pogingen, die nu gedaan worden om de kwestie praktisch te behandelen. Er zijn vele Asiles in Parijs voor zwangere vrouwen. Een van de beste is het Asile Michelet, in 1893 gesticht door de "Assistance Publique" van Parijs. Dit is een sanatorium voor zwangere vrouwen, die in het midden van de achtste maand zijn. In naam worden alleen Fransche vrouwen toegelaten, die een jaar haar domicilie in Parijs hebben gehad, maar inderdaad schijnt het, dat vrouwen uit alle deelen van Frankrijk worden opgenomen. Zij worden bezig gehouden met nu en dan voorkomend licht werk voor de inrichting en zij worden voor dit werk betaald, en ook houden zij zich bezig met het maken van kleertjes voor het verwachte kind. Getrouwde en ongetrouwde vrouwen worden gelijkelijk opgenomen, daar alle vrouwen gelijk zijn van het standpunt uit van moederschap, en inderdaad zijn de meeste van de vrouwen, die naar het Asile Michelet komen, ongetrouwd en sommige zijn meisjes, die zich zelfs te voet gesleept hebben van Brittanje en andere ver verwijderde plaatsen van Frankrijk, om zich te kunnen verbergen voor haar vrienden in de gastvrije afzondering van deze toevluchtsoorden in de groote stad. Het is niet het minste voordeel van deze inrichtingen, dat zij ongetrouwde moeders en haar kind beschermen tegen de vele ellenden, waaraan zij zijn blootgesteld en zoo er toe bijdragen om misdaad en lijden te verminderen. Behalve de moederschapstoevluchtsoorden zijn er instellingen in Frankrijk om met hulp en raad die zwangere vrouwen bij te staan, die liever thuis blijven, maar die zoodoende de noodzakelijkheid vermijden van huiselijk werk dat niet voor haar past.
Er kan geen schaduw van twijfel zijn dat, zooals tegenwoordig in ons eigen land en eenige andere landen, die beschaafd heeten, moederschap buiten het huwelijk beschouwd wordt als bijna een misdaad, er dus de allergrootste behoefte is aan passende zorg voor ongetrouwde vrouwen, die op het punt zijn moeder te worden, een zorg, die haar in staat stelt in het geheim bescherming en verzorging te verkrijgen en haar gevoel van eigenwaarde en haar maatschappelijke positie te bewaren. Dit is noodig niet alleen in het belang der humaniteit en der publieke economie, maar ook, zooals te dikwijls vergeten wordt, in het belang der zedelijkheid, want het is zeker, dat door te verzuimen een passende voorzorg van deze soort te verschaffen, vrouwen gedreven worden tot kindermoord en prostitutie. In vroegere, meer humane tijden was het algemeen zorgen voor het heimelijk ontvangen van en zorgen voor onwettige kinderen zonder twijfel hoogst heilzaam. Het onderdrukken van de middeleeuwsche methode, die in Frankrijk langzamerhand plaats vond tusschen 1833 en 1862, leidde tot een groote toename van kindermoord en miskraam en was een onmiddellijke aanmoediging tot misdaad en zedeloosheid. In 1887 trachtte de "Conseil Général" van de Seine de heerschende verwaarloozing van deze zaak te vervangen door het aannemen van meer verlichte denkbeelden en stichtte een bureau secret d'admission voor zwangere vrouwen. Sedert dien tijd zijn zoowel kinderverlating als kindermoord zeer verminderd, hoewel zij toenemen in die deelen van Frankrijk, die geen faciliteiten van deze soort bezitten. Men meent in ruime kringen, dat de Staat de inrichtingen moest vereenigen voor het verzekeren van geheim moederschap en in zijn eigen belang de onkosten op zich nemen. In 1904 verzekerde de Fransche wet de bescherming van ongetrouwde moeders door haar geheim te waarborgen, maar zij organiseerde geen algemeene oprichting van geheime kraaminrichtingen en heeft aan de medici overgelaten het pionierswerk te doen in dit groote en menschlievende werk van algemeen belang (A. Maillard-Brune, Refuges, Maternités, Bureaux d'Admission Secrets, comme Moyens Préservatives de l'Infanticide, Thèse de Paris, 1908). Het behoort niet onder de geringste voordeelen van het dalende geboortecijfer, dat het geholpen heeft den stoot te geven tot deze nuttige beweging.
De ontwikkeling van een systeem van industrie, dat het menschelijk lichaam en de menschelijke ziel ondergeschikt maakt aan de dorst naar goud, heeft tijdelijk de belangen van het ras en zelfs van het individu verbannen uit de gedachten van de maatschappij, maar men moet wel begrijpen, dat dit niet altijd en overal zoo geweest is. Hoewel in sommige deelen der wereld de vrouwen van natuurvolken dòorwerken tot den tijd der bevalling, moet men in het oog houden, dat de arbeidsvoorwaarden in het leven der natuurvolken niet gelijken op het inspannende en voortdurende werken in de moderne fabrieken. In vele deelen van de wereld echter, mogen vrouwen niet hard werken tijdens de zwangerschap en zij worden op alle wijzen ontzien. Dit is, bij voorbeeld, zoo onder de Pueblo Indianen, en onder de Indianen van Mexico. Op dergelijke wijze wordt gezorgd op de Carolinen en de Gilbert Eilanden en in vele andere streken over de geheele wereld. Op sommige plaatsen worden vrouwen afgezonderd tijdens de zwangerschap, en op andere plaatsen worden zij gedwongen meer of minder uitmuntende regels in acht te nemen. Het is waar, dat de oorzaak, die aan deze regels wordt toegeschreven, soms de vrees is voor booze geesten, maar zij hebben niettemin dikwijls een hygiënische waarde. In vele deelen van de wereld is de ontdekking van zwangerschap de aanleiding tot een feest van meer of minder godsdienstig karakter, en veel goede raad wordt aan de aanstaande hoeder gegeven. De moderne Muzelmannen, en zelfs de Chineezen, zorgen er voor, te waken over de gezondheid van hun vrouwen, als ze zwanger zijn [7]. Zelfs in Europa in de 13de eeuw namen, zooals Clappier opmerkt, industrieele vereenigingen dezen toestand soms in aanmerking en wilden niet toestaan, dat vrouwen tijdens de zwangerschap werkten. In IJsland, waar nog veel van het primitieve leven van Scandinavisch Europa bewaard is gebleven, worden groote voorzorgsmaatregelen genomen met zwangere vrouwen. Zij moeten een rustig leven leiden, nauwe kleeren vermijden, matig zijn in eten en drinken, geen alcohol gebruiken, bewaard worden voor alle schokken, terwijl haar echtgenooten en alle anderen om haar heen haar moeten behandelen met onderscheiding, haar moeten bewaren voor vermoeienis en altijd geduld met haar moeten hebben [8].
Het is noodig op dit punt den nadruk te leggen, omdat wij ons voor oogen moeten stellen, dat de moderne beweging om de zwangere vrouw met teederheid en zorg te omringen, wel verre van enkel het gevolg te zijn van de zachtheid en verweekelijking der beschaving, naar alle waarschijnlijkheid is het terugkeeren op een hooger plan tot de gezonde practijken van die rassen, die den grondslag legden voor menschelijke grootheid.
Terwijl rust de hoofdplicht is van een vrouw tijdens de laatste maanden der zwangerschap, zijn er andere punten in haar leefregel, die verre van onbelangrijk zijn in hun invloed op het lot van het kind. Een daarvan is de kwestie van het gebruik van alcohol door de moeder. Ongetwijfeld is alcohol de oorzaak geweest van veel fanatisme. Maar de hoogdravende buitensporigheid van anti-alcoholisten moet ons niet blind maken voor het feit, dat de nadeelen der alcohol werkelijkheid zijn. Vooral op het reproductieproces, op de melkklieren en op het kind heeft de alcohol een belemmerenden en degenereerenden invloed zonder dat er eenige voordeelen tegenover staan. Het is bewezen door proeven op dieren en waarnemingen op den mensch dat de alcohol, die de zwangere vrouw tot zich neemt, vrij overgaat uit den bloedsomloop der moeder naar den bloedsomloop van den foetus. Féré heeft verder aangetoond, dat het mogelijk is door alcohol en aldehyde in te spuiten in kippeneieren tijdens den broedtijd, stilstand van ontwikkeling en misvorming te weeg te brengen in het kuiken [9]. De vrouw, die een kind in haar schoot draagt, of aan haar borst zoogt, moest er aan denken, dat de alcohol, die misschien onschadelijk is voor haarzelf, niet veel beter is dan vergif voor het onrijpe wezen, dat zijn voedsel neemt uit haar bloed. Zij moest zich bepalen tot de allerlichtste alcoholbevattende dranken in zeer matige hoeveelheden, en zij zou nog beter doen, als zij er geheel en al van afzag en in plaats daarvan melk dronk. Zij is nu de eenige bron voor het leven van het kind en zij kan niet te zorgvuldig zijn in het scheppen van een atmospheer van reinheid en gezondheid er omheen. Geen later uitgeoefende invloed kan fouten goedmaken, die in dezen tijd gemaakt worden [10].
Wat waar is van den alcohol, dat is even waar van andere sterk werkende geneesmiddelen en vergiften, die alle vermeden moesten worden zoover dat kan tijdens de zwangerschap, wegens den nadeeligen invloed, dien zij mogelijk direct op het embryo uitoefenen. Hygiëne is beter dan medicijnen, en er moet gelet worden op het diëet, dat in geenen deele overdadig moet zijn. Het is een dwaling te veronderstellen, dat de zwangere vrouw aanmerkelijk meer voedsel noodig heeft dan gewoonlijk en er is veel reden om aan te nemen, dat een zware vleeschvoeding neiging heeft steriliteit te veroorzaken, maar dat ze ook niet gunstig is voor de ontwikkeling van het kind in haar schoot [11].
Hoe lang, wordt dikwijls gevraagd, kan sexueele omgang voortgezet worden, als hij al toegelaten is, nadat de bevruchting duidelijk is vastgesteld? Dit heeft men niet altijd een gemakkelijke vraag gevonden om te beantwoorden, want bij het menschelijk paar komen altijd veel overwegingen samen om het antwoord gecompliceerd te maken. Zelfs de Katholieke theologen zijn niet heelemaal eensgezind geweest op dit punt. Clemens van Alexandrië zeide, dat, als het zaad gezaaid was, de akker moest rusten tot den oogst. Maar wij mogen wel als regel stellen, dat de kerk geneigd was den omgang te beschouwen op zijn hoogst als een vergeeflijke zonde, mits er geen gevaar was voor ontijdige geboorte. Augustinus, Gregorius de Groote, Thomas van Aquino en Dens, bij voorbeeld, schijnen deze meening te zijn toegedaan; voor sommigen is het, inderdaad, in het geheel geen zonde [12]. Onder dieren is de regel eenvoudig en gelijkvormig; zoodra het vrouwtje bevrucht is in den paringstijd, verwerpt zij iedere toenadering van het mannetje, totdat, nadat de geboorte en de zoogtijd voorbij zijn er een nieuwe paringstijd begint. Onder natuurvolken is de neiging minder gelijkvormig en heeft sexueele abstinentie, als ze voorkomt tijdens de zwangerschap, de neiging minder een natuurlijk instinct te worden dan een voorschrift van het ritueel, of een gewoonte, nu voornamelijk berustend op bijgeloof. Onder vele natuurvolken wordt abstinentie tijdens de heele zwangerschap bevolen, omdat men meent dat het zaad den foetus zou dooden [13].
De Talmud is ongunstig gestemd jegens den coïtus tijdens de zwangerschap, en de Koran verbiedt hem den geheelen tijd door, zoowel als tijdens den zoogtijd. Onder de Hindoes, aan den anderen kant, wordt de gemeenschap voortgezet tot aan de laatste veertien dagen van de zwangerschap en er wordt zelfs geloofd, dat het ingebrachte zaad den embryo helpt voeden (W. D. Sutherland, "Ueber das Alltagsleben und die Volksmedizin unter den Bauern Britischostindiens", Münchener Medizinische Wochenschrift, Nos. 12 en 13, 1906). De groote Indische medicus Susruta, echter, was tegen coïtus tijdens de zwangerschap, en de Chineezen stellen zich met klem aan dezelfde zijde.
Al naarmate de menschen zich los gemaakt hebben van de barbaarschheid in de richting der beschaving, is het dierlijk instinct van weigering na de bevruchting volkomen verloren geraakt bij vrouwen, terwijl terzelfder tijd beide seksen neiging hebben om onverschillig te worden voor die ritueele beperkingen, die in een vroegere periode bijna even bindend waren als het instinct. Sexueele omgang geraakte zoo in gebruik na de bevruchting evenzeer als er voor, als een deel van de gewone "huwelijksrechten", hoewel er toch soms een flauw vermoeden achterbleef, dat zich weerspiegelt in de aarzelende houding van de Katholieke kerk, waar we reeds op zinspeelden, dat zulke omgang een zondige toegeeflijkheid kan zijn. De moraal wordt echter te hulp geroepen, om deze toegevendheid te versterken. Als de echtgenoot in dezen tijd uitgesloten is van huwelijksverkeer, zegt men, dan zal hij verkeer buiten het huwelijk zoeken, zooals inderdaad in sommige deelen van de wereld erkend wordt dat hij wettig doen mag; daarom werken de belangen van de vrouw, die er op uit is de trouw van haar echtgenoot te bewaren, en de belangen van de Christelijke moraal, die de instelling der monogamie in eere wenscht te houden, samen om de voortzetting van den coïtus tijdens de zwangerschap te bevorderen. De gewoonte is in de hand gewerkt door het feit, dat bij beschaafde vrouwen tenminste, coïtus tijdens de zwangerschap gewoonlijk niet minder aangenaam is dan op andere tijden en door sommige vrouwen zelfs aangenamer wordt gevonden [14]. Dan is er verder nog de overweging, voor die paren die getracht hebben de conceptie te voorkomen, dat de omgang nu ongestraft genoten kan worden. Uit een hooger gezichtspunt kan zulk een omgang ook gerechtvaardigd zijn, want als, zooals al de betere moralisten over de sexueele aandrift nu gelooven, liefde haar waarde heeft, niet alleen voor zoover zij de voortplanting veroorzaakt, maar ook voor zoover zij individueele ontwikkeling bevordert en het wederzijdsch welzijn en de harmonie van het vereenigde paar, wordt deze omgang tijdens de zwangerschap moreel gerechtvaardigd.
Al in den ouden tijd echter, hebben groote autoriteiten zich verklaard tégen de gewoonte den coïtus uit te voeren tijdens de zwangerschap. Op het einde van de eerste eeuw heeft Soranus, de eerste der groote gynecologen gezegd in zijn verhandeling over de vrouwenziekten, dat sexueele omgang schadelijk is de geheele zwangerschap door en vooral schadelijk tijdens de laatste maanden. Langer dan zestienhonderd jaren schijnt de kwestie, nadat ze in handen van de theologen gevallen was, te zijn verwaarloosd van medische zijde, totdat in 1721 een beroemd Fransch verloskundige, Mauriceau, gezegd heeft, dat geen zwangere vrouw de laatste twee maanden omgang moest hebben en dat een vrouw, die neiging had tot miskraam in het geheel geen omgang moest hebben tijdens de zwangerschap. Langer dan een eeuw echter, bleef Mauriceau een pionier met weinig of geen volgelingen. Het zou lastig zijn, was de algemeene opinie, zelfs als het noodig was, om den omgang tijdens de zwangerschap te verbieden [15].
In de laatste jaren echter is er onder verloskundigen een toenemende sterke neiging geweest om met beslistheid te spreken over omgang tijdens de zwangerschap, hetzij om dien geheel te veroordeelen, of om er bij aan te manen tot groote voorzichtigheid. Het is zeer waarschijnlijk dat, in overeenstemming met de klassieke proeven van Doreste op embryo's van kippen, schokken en rustverstoringen op het menschelijk embryo ook nadeelige gevolgen kunnen te voorschijn roepen op den groei. De stoornis, die ontstaat door coïtus, tijdens den eersten tijd van de zwangerschap, kan zoodoende aanleiding geven tot misvorming. Als zulke toestanden gevonden worden in de kinderen van volkomen gezonde, krachtige en over het algemeen matige ouders, die zich zorgeloos aan coïtus hebben overgegeven in den eersten tijd van de zwangerschap, dan kan zulke coïtus op het embryo gewerkt hebben op dezelfde wijze, als wij weten dat schokken en dronkenschap werken op het embryo van lagere organismen. Hoe dit ook zij, het is zeker waar, dat bij vrouwen, die er aanleg voor hebben, coïtus tijdens de zwangerschap de oorzaak is van ontijdige geboorte; het gebeurt soms dat weeën beginnen een paar minuten na de daad [16]. Het natuurlijk instinct van dieren laat geen omgang toe tijdens de zwangerschap; het ritueele voorschrift van natuurvolken wijst in dezelfde richting; de stem van medische kennis, voor zoover zij spreekt, begint dezelfde waarschuwing te laten hooren en zal binnenkort waarschijnlijk dit kunnen doen op den grondslag van een meer soliede en samenhangend bewijs.
Pinard, de grootste der autoriteiten over puericultuur, verklaart, dat er volkomen opgehouden moet worden met sexueelen omgang tijdens de geheele zwangerschap en in zijn spreekkamer in de "Clinique Baudelocque" heeft hij een groot plakkaat geplaatst met een "Important Notice" in dezen geest. Féré was gedecideerd van meening, dat sexueele relaties tijdens de zwangerschap, vooral als zij roekeloos worden onderhouden, een belangrijke rol spelen in het veroorzaken van zenuwbezwaren bij kinderen, die erfelijk niet belast zijn en verder vrij van iedere ziekelijke infectie tijdens de zwangerschap en de ontwikkeling; hij vermeldde in bijzonderheden een geval, dat hij als afdoende beschouwde ("L'Influence de l'Incontinence Sexuelle pendant la Gestation sur la Descendance", Archives de Neurologie, April, 1905). Bouchacourt bespreekt het onderwerp in bijzonderheden (La Grossesse, pag. 177-214), en meent, dat sexueele omgang tijdens de zwangerschap zooveel mogelijk vermeden moet worden. Fürbringer (Senator en Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, vol. I, pag. 226) beveelt abstinentie aan van de 6de of 7de maand af, en de geheele zwangerschap door waar er eenige neiging is tot miskraam, terwijl in alle gevallen veel zorg en zachtheid moeten uitgeoefend worden.
Het geheele onderwerp is onderzocht in een Thèse de Paris door H. Brénot (De l'Influence de la Copulation pendant la Grossesse, 1903); hij komt tot het besluit, dat sexueele relaties gevaarlijk zijn de geheele zwangerschap door, omdat zij dikwijls ontijdige bevalling of miskraam te voorschijn roepen en dat zij gevaarlijker zijn bij primiparae dan bij multiparae.
Bijna alles wat gezegd is over de hygiëne der zwangerschap en de behoefte aan rust, heeft ook betrekking op den tijd, die onmiddellijk op de geboorte van het kind volgt. Rust en hygiëne aan den kant der moeder blijven gelijkelijk noodig in haar eigen belang en in dat van haar kind. Deze behoefte heeft men meer algemeen en meer in de praktijk erkend dan de behoefte aan rust tijdens de zwangerschap. De wetten van verschillende landen maken een tijd van rust van beroepsbezigheid na de bevalling verplichtend, en in sommige landen trachten zij te voorzien in een vergoeding voor de moeder tijdens deze verplichte rust. In geen land echter wordt het principe zoo volkomen doorgevoerd en voor zoo langen tijd als wenschelijk is. Maar het is het juiste principe en het draagt in zich de kiem, die zich in de toekomst zal ontwikkelen. Er kan weinig twijfel aan bestaan, dat wat ook de zaken zijn, en dat zijn er zeker vele, die veilig overgelaten kunnen worden aan het oordeel van het individu, de zorg voor de moeder en haar kind daaronder niet behoort. Dat is een zaak, die meer dan eenige andere de gemeenschap als een geheel raakt en de gemeenschap mag niet traag zijn in het laten gelden van haar autoriteit daarin. De Staat heeft behoefte aan gezonde mannen en vrouwen en door iedere nalatigheid bij het in acht nemen van deze behoefte laadt hij zich ernstige moeilijkheden van allerlei soort op den hals en doet nadeel aan zijn kracht in de wereld. Volkeren zijn begonnen de wenschelijkheid van opvoeding te erkennen, maar zij zijn nog ternauwernood begonnen zich voor oogen te stellen, dat het nationaliseeren van de gezondheid van nog meer belang is dan het nationaliseeren van de opvoeding. Als het noodig was te kiezen tusschen de taak, kinderen onderwezen te krijgen en de taak, ze welgeboren en gezond te hebben, dan deed men beter het onderwijs te laten varen. Er zijn veel groote volkeren geweest, die nooit gedroomd hebben van nationale systemen van opvoeding; er is nooit een groot volk geweest, dat de kunst niet kende gezonde en krachtige kinderen voort te brengen.
De zaak wordt van bijzonder belang in groote fabrieksstaten zooals Engeland, de Vereenigde Staten en Duitschland, omdat in zulke staten een stilzwijgende samenzwering geneigd is te ontstaan, die nationale doeleinden ondergeschikt maakt aan individueele doeleinden, en die in de praktijk de ontaarding van het ras in de hand werkt. In Engeland bv. is deze neiging bijzonder duidelijk zichtbaar geworden, met ongelukkige resultaten. Het belang van de werkende vrouw heeft neiging één te worden met het belang van haar werkgever; te zamen wrijven zij als het ware de belangen van het kind, dat het ras vertegenwoordigt, fijn en ontduiken zij de wetten, gemaakt in het belang van het ras, hetgeen het belang is van de gemeenschap als een geheel. De werkende vrouw wil zooveel loon verdienen als zij kan en met de kortst mogelijke onderbreking; als zij dien wensch bevredigt, handelt zij terzelfder tijd in het belang van den werkgever, die dus zorgvuldig vermijdt haar te dwarsboomen.
Dit streven aan den kant van de werkende vrouw is in het geheel niet altijd en heelemaal het resultaat van armoede en zou daarom niet uit den weg geruimd worden door het verhoogen van het loon. Lang voor haar huwelijk, toen ze nog weinig meer dan een kind was, is zij gewoonlijk er op uit gegaan om te werken, en werken is haar een tweede natuur geworden. Zij doet haar werk goed, zij heeft een goede positie en wat voor haar "hoog loon" is; zij is onder vriendinnen en mede-arbeidsters; het leven en de drukte en de opwinding van de werkkamer of van de fabriek zijn haar een aangename prikkel geworden, waar ze niet meer buiten kan. Aan den anderen kant is haar huis haar niets; zij gaat daar alleen heen om te slapen, ze gaat er den volgenden morgen met het aanbreken van den dag, of eerder, uit; zij heeft zelfs de eenvoudigste huiselijke bekwaamheden niet; zij beweegt zich in haar eigen huis als een vreemd en onhandig kind. De enkele daad van huwen kan dezen stand van zaken niet veranderen; al wil ze nog zoo graag als ze trouwt een huiselijke vrouw worden, zij mist zoowel de neiging als de geschiktheid voor huiselijkheid. Zelfs ondanks haarzelf wordt ze naar de fabriek teruggedreven, naar de eenige plaats waar zij zich werkelijk thuis voelt.
In Duitschland mogen vrouwen niet werken vier weken na de bevalling en ook niet de twee volgende weken als de dokter het noodig oordeelt. De verplichte verzekering tegen ziekte, die vrouwen dekt bij de bevalling, verzekert haar een uitkeering in dezen tijd, die overeenkomt met een groot deel van haar loon. Getrouwde en ongetrouwde moeders hebben gelijke rechten. De Oostenrijksche wet is naar hetzelfde voorbeeld gemaakt. Deze maatregel heeft geleid tot een groote afname in kindersterfte, en daardoor tot een groote toename in gezondheid van hen, die in leven blijven. Hij wordt echter beschouwd als onvoldoende, en er is in Duitschland een beweging om den tijd te verlengen, het systeem toe te passen op een grooter aantal vrouwen en het nog meer bepaaldelijk verplichtend te maken.