De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 38
Er wordt soms gezegd, dat het overheerschend veel voorkomen van de prostitutie onder meisjes, die vroeger dienstboden waren, komt, doordat zoo ontzettend veel dienstmeisjes verleid worden door den heer des huizes of door de jonge heeren van de familie, waar zij dienen, en zoo de straat op gedreven worden. Dit is ongetwijfeld in een zeker aantal gevallen, misschien soms in een vrij aanzienlijk aantal, een beslissende factor, maar het schijnt wel nauwelijks de hoofd-factor te zijn. Het bestaan van betrekkingen tusschen dienstboden en heeren des huizes, moeten we bedenken, sluit geenszins noodzakelijk verleiding in. In een groot aantal gevallen is de dienstbode in een huishouden, in sexueele zaken, eer de leermeesteres dan de leerling. (In "The Sexual Impulse in Women", in een ander werk van mijn hand, heb ik de rol besproken, die dienstmeisjes spelen als inwijdsters in sexueele zaken van de jonge jongens, in de huishoudens waarin ze geplaatst zijn). De meer preciese statistieken der oorzaken van de prostitutie geven zelden verleiding aan als de voornaamste oorzaak in meer dan ongeveer 20 percent van de gevallen, hoewel dit klaarblijkelijk een van de beweegredenen is, die het gemakkelijkst te bekennen is (zie ante p. 256). Verleiding door een of anderen werkgever vormt maar een deel (gewoonlijk minder dan de helft) zelfs van deze gevallen. Het speciale geval van verleiding van dienstboden door den heer des huizes kan dus geen zeer groote rol spelen als factor bij de prostitutie.
De statistieken over de afkomst van onwettige kinderen hebben ook eenige betrekking op deze zaak. In een serie van 180 ongehuwde moeders, die geholpen zijn door den Berlijnschen bond voor moederbescherming, worden bijzonderheden gegeven over de bezigheden der moeders, en voor zoover mogelijk, ook van de vaders. De moeders waren voor een derde dienstmeisjes, en de groote meerderheid van de rest waren winkeljuffrouwen, of meisjes, die thuis werkten. Bij de vaders (van de 120 gevallen) kwamen bovenaan werklui (33), dan kooplui (22); maar een klein aantal (20 tot 25) kon beschreven worden als "heeren", en zelfs dit aantal verliest iets van zijn beteekenis als er op gewezen wordt, dat sommige van de meisjes ook van de middelklasse waren; in negentien gevallen waren de vaders getrouwde mannen (Mutterschutz, Januari, 1907, p. 45).
De meeste autoriteiten in de verschillende landen zijn van meening, dat meisjes, die prostituée worden (gewoonlijk tusschen de vijftien en de twintig jaar) haar maagdelijkheid op jeugdigen leeftijd verloren hebben, en in de groote meerderheid der gevallen door mannen van haar eigen klasse. "Het meisje uit het volk valt door het volk", zeide Reuss in Frankrijk (La Prostitution, p. 41). "Het zijn haars gelijken, werklieden evenals zij, die de eerste vruchten plukken van haar schoonheid en haar maagdelijkheid. De man van de wereld, die haar met goud en juweelen belaadt, krijgt alleen wat zij overlaten". Ook Martineau (De la Prostitution Clandestine, 1885) toonde aan, dat prostituées gewoonlijk onteerd worden door mannen van haar eigen klasse. En Jeannel, in Bordeaux vond reden om te gelooven, dat het niet voornamelijk haar meesters zijn, die dienstmeisjes verleiden; zij gaan dikwijls in dienst, omdat ze op het land verleid zijn, terwijl luie, begeerige en domme meisjes van het land naar de stad gestuurd worden om te dienen. In Edinburg vond W. Tait (Magdalenism, 1842), dat soldaten meer dan eenige andere klasse in de gemeenschap de verleiders zijn van vrouwen, en dat vooral de Hooglanders in dit opzicht bekend zijn. Soldaten hebben deze reputatie overal, en vooral in Duitschland vindt men steeds, dat de tegenwoordigheid van soldaten in een plaats op het platteland, zooals bij de jaarlijksche manoeuvres, de oorzaak is van onkuischheid en onwettige geboorten; zoo is het ook in Oostenrijk, waar lang geleden Gross-Hoffinger heeft geconstateerd, dat soldaten verantwoordelijk waren voor ten minste een derde van alle onwettige geboorten, een aandeel, dat geheel buiten verhouding is tot hun aantal. In Italië vond Morro, bij zijn onderzoekingen naar de oorzaak van het verlies der maagdelijkheid bij twee en twintig prostituées, dat tien zich min of meer spontaan gaven aan minnaars of meesters, dat tien zwichtten in de verwachting van een huwelijk, en dat twee verkracht waren (La Pubertà, p. 461). Het verlies van de maagdelijkheid, hoewel het misschien niet de eerste oorzaak van de prostitutie is, leidt er toch dikwijls toe. "Als een deur eenmaal opengebroken is", zeide een prostituée tot hem, "dan is het moeilijk ze gesloten te houden". In Sardinië zijn, zooals A. Mantegazza en Ciuffo vonden, prostituées zeer dikwijls dienstmeisjes van het land, die reeds onteerd zijn door mannen van haar eigen klasse.
Deze beschavingsfactor van de prostitutie, de invloed van weelde en opwinding en verfijning, die het meisje uit het volk aantrekken, zooals de vlam de mot aantrekt, blijkt uit het feit, dat het de bewoonsters van het land zijn, die voornamelijk voor de bekoring bezwijken. De meisjes, wier jonge ontvlambare en orgiastische impulsen, soms aangewakkerd door een klein aangeboren gebrek aan zenuw-evenwicht, latent gebleven zijn in de saaie eentonigheid van het leven op het land, vinden eindelijk haar volkomen bevrediging in de loopbaan van prostituée. Voor het stadsmeisje, dat in de stad is geboren en opgevoed, heeft deze loopbaan gewoonlijk niet veel aantrekkingskracht, tenzij zij van het begin af aan opgevoed is in een omgeving, die haar predisponeert om ze te kiezen. Zij is van haar jeugd af gewoon aan de prikkels van de steedsche beschaving en zij bedwelmen haar niet; zij is, bovendien beter in staat op zich zelf te passen dan het meisje van het land, en ze weet te veel van de werkelijke feiten van het leven der prostituée, om zeer verlangend te zijn haar loopbaan te kiezen. Bovendien bezit de familie waartoe zij behoort, waarschijnlijk ook een aangeboren of verkregen weerstandsvermogen tegen de evenwicht-verstorende invloeden, dat het hun mogelijk gemaakt heeft zich in het stadsleven staande te houden. Zij is immuun geworden tegen de vergiften van dat leven [205].
In alle groote steden is een groot deel, zoo niet de meerderheid van de inwoners, gewoonlijk buiten de stad geboren (in Londen zijn maar vijftig percent van de hoofden van gezinnen bepaald vermeld als in Londen geboren); en het is dus niet te verwonderen, dat ook prostituées dikwijls van buiten de stad komen. Toch blijft het een feit van beteekenis, dat een zoo typisch steedsch verschijnsel als de prostitutie, in zoo ruime mate van nieuwe leden voorzien wordt van het land. Dit is overal het geval. Merrick noemt de streken op, waar 14.000 prostituées vandaan kwamen, die in de Millbank gevangenis terecht kwamen. Middlesex, Kent, Surrey, Essex en Devon zijn de graafschappen, die bovenaan staan, en Merrick taxeert het aantal voor Londen uit de vier graafschappen, die Londen vormen, op 7000, of de helft van het geheel; militaire steden, zooals Colchester en marine-havens, zooals Plymouth, voorzien Londen van veel prostituées; Ierland levert er veel meer dan Schotland, en Duitschland veel meer dan eenig ander Europeesch land, terwijl Frankrijk bijna in het geheel niet vertegenwoordigd is (Merrick, Work Among the Fallen, 1890, pp. 14-16). Het is natuurlijk mogelijk, dat de verhoudingen onder haar, die in een gevangenis komen, niet nauwkeurig de verhoudingen weergeven der prostituées in het algemeen. De lijsten van het Londensche reddingshuis van het Leger des Heils wijzen er op, dat zestig percent van de meisjes en de vrouwen van buiten komen (A. Sherwell, Life in West London, hoofdst. V). Dit is precies dezelfde verhouding die Tait een halve eeuw vroeger, onder prostituées in het algemeen, in Edinburg vond. Sanger zegt, dat van de 2000 prostituées in New-York er wel 1238 in het buitenland geboren waren (706 in Ierland), terwijl van de overige 762 de eene helft geboren was in den staat New-York, en een beslist (hoewel de juiste getallen niet aangegeven zijn) nog kleinere verhouding in de stad New-York. Prostituées komen uit het Noorden--waar het klimaat onpleizierig is, en waar fabrieksarbeid en zittende bezigheden het meest voorkomen--veel meer dan uit het Zuiden; zoo zond Maine, een koude, gure zeestaat, vier en twintig van deze prostituées naar New-York, terwijl Virginië, op denzelfden afstand liggende, dat er naar denzelfden maatstaf gerekend twee en zeventig moest gestuurd hebben, er maar negen zond; er was een zelfde verschil tusschen Rhode Island en Maryland (Sanger, History of Prostitution, p. 452). Het is leerrijk hier den invloed op te merken van een somber klimaat en eentonigen arbeid op het aanwakkeren van de begeerte naar een "leven van pleizier". In Frankrijk is er, zooals op een kaart in het werk van Parent-Duchâtelet aangetoond wordt (deel I, pp. 37-64, 1857) als het land verdeeld wordt in vijf gordels, die van Oost naar West loopen, een voortdurende vermindering in het aantal prostituées dat iedere gordel naar Parijs zendt, naarmate we verder Zuidwaarts komen. Weinig meer dan een derde schijnt tot Parijs te behooren, en, evenals in Amerika, is het het ernstige en hard werkende Noorden met zijn betrekkelijk koud klimaat, dat het grootste contingent levert; zelfs in het oude Frankrijk merkt Dufour op (op. cit., deel IV, hoofdst. XV), was prostitutie, zooals blijkt uit de fabliaux en romans, minder schandelijk in de langue d'oil dan in de langue d'oc, zoodat zij ongetwijfeld zeldzaam was in het Zuiden. Op een later tijd zegt Reuss (La Prostitution, p. 12) dat "bijna al de prostituées uit Parijs van buiten komen". Jeannel merkte op, dat van de duizend prostituées uit Bordeaux er maar zes en veertig in de stad thuis behoorden, en Potton (Appendix bij Parent-Duchâtelet, deel II, p. 446) zegt, dat van bijna vier duizend prostituées uit Lyon er maar 376 uit Lyon zelf waren. In Weenen merkt Schrank, in 1873, op, dat van meer dan 1500 prostituées er maar 615 in Weenen geboren waren. De algemeene regel is, zooals we zullen gezien hebben, hoewel de variaties vele zijn, dat weinig meer dan een derde van de prostituées van een stad stadskinderen zijn.
Het is opmerkelijk dat deze neiging van de prostituée om van ver naar steden toe te komen, deze zwervende neiging--die zij tegenwoordig gemeen heeft met de kellners--niet een modern verschijnsel is. "Er zijn weinig steden in Lombardije, of Frankrijk, of Gallië", schreef de heilige Bonifacius, "waar niet een echtbreekster is of een prostituée van de Engelsche natie", en de heilige schrijft dit toe aan de gewoonte der pelgrimstochten naar buitenlandsche heilige plaatsen. In den tegenwoordigen tijd is er geen duidelijk merkbaar Engelsch element onder de prostituées van het vasteland. Zoo zijn in Parijs volgens Reuss (La Prostitution, p. 12) de buitenlandsche prostituées in afnemende orde Belgisch, Duitsch (Elzas-Lotharingen), Zwitsersch (vooral uit Genève), Italiaansch, Spaansch, en eerst dan Engelsch. Kenners in deze zaak zeggen dat de Engelsche prostituée, in vergelijking met haar zuster van het vasteland (en vooral uit Frankrijk), niet voordeelig uitkomt, omdat ze gewoonlijk hebberig is in geldzaken en niet zeer bekoorlijk.
Het is de beschaving, hoewel niet het fijnste en het beste in de beschaving, die meer dan iets anders vrouwen roept tot de prostitutie. Het is noodig er op te wijzen dat ook de man door diezelfde beschaving tot de prostitutie gedreven wordt. De gewone en op onwetendheid berustende veronderstelling, dat de prostitutie bestaat om de grove zinnelijkheid van den jongen ongehuwden man te bevredigen, en dat, als hij geleerd heeft grove sexueele impulsen te bedwingen of er toe gebracht is vroeg te trouwen de prostituée geen bezoek zal ontvangen, is volkomen onjuist. Als alle mannen heel jong trouwden, dan zou niet alleen het geneesmiddel erger zijn dan de kwaal--het is hier de plaats niet dat punt verder te bespreken--maar het middel zou de kwaal niet genezen. De prostituée is iets meer dan een kanaal om overtollige sexueele energie af te voeren, en haar aantrekkingskracht houdt in het geheel niet op te bestaan als mannen getrouwd zijn, want een groot aantal van de mannen die prostituées bezoeken, zoo niet de meesten, zijn getrouwd. En toch, of zij getrouwd zijn of ongetrouwd, de beweegreden die hen naar de prostituée voert, is niet uitsluitend wellust.
In Engeland, merkt een schrijver, die goed op de hoogte is, op, dat "de waarde van het huwelijk als moreele factor blijkt uit het feit, dat al de betere prostituées in Londen bijna geheel onderhouden worden door getrouwde mannen", terwijl ook in Duitschland, zooals in een belangwekkende serie van herinneringen van een vroegere prostituée, Beichte einer Gefallenen door Hedwig Hard (p. 208), gezegd wordt, de meeste mannen, die prostituées bezoeken, getrouwd zijn. Deze bewering is waarschijnlijk overdreven. Neisser zegt dat maar vijf en twintig percent van gevallen van gonorrhoe voorkomen bij getrouwde mannen. Deze opgave is waarschijnlijk onjuist in omgekeerden zin, omdat getrouwde mannen zich in het verkeer met prostituées meestal zeer in acht nemen, meer dan de jonge en ongetrouwde mannen. Wat de beweegreden aangaat, die getrouwde mannen tot de prostitutie brengt, vertelt Hedwig Hard uit haar eigen ervaringen een voorval, dat leerzaam en ongetwijfeld typisch is. In de stad, waar zij rustig als prostituée woonde, werd een man van den hoogsten maatschappelijken stand door een vriend bij haar geïntroduceerd, en bezocht haar regelmatig. Zij had dikwijls zijn vrouw gezien en bewonderd, die een van de gevierde schoonheden van de plaats was en twee lieve kinderen had; man en vrouw schenen elkander zeer genegen, en ieder benijdde hen hun geluk. Hij was een man van verstand en beschaving, die Hedwig's liefde tot boeken aanmoedigde; zij geraakte zeer aan hem gehecht en eens waagde zij hem te vragen hoe hij zijn lieve, mooie vrouw kon verlaten om naar iemand toe te gaan, die niet waard was haar schoenriemen los te binden. "Ja, kind", antwoordde hij, "maar al haar schoonheid en ontwikkeling geeft mij niets voor mijn hart. Zij is koud, koud als ijs, fatsoenlijk en bovenal phlegmatiek. Vertroeteld en verwend als zij is, leeft zij alleen voor zich zelf; wij zijn twee goede kameraden en niets meer. Als ik bijvoorbeeld 's avonds uit de societeit kom en naar haar bed ga, misschien wel een beetje opgewonden, dan wordt ze zenuwachtig en vindt het ongepast, dat ik haar wakker maak. Als ik haar kus, dan verdedigt zij zich en vertelt mij, dat ik verschrikkelijk naar sigaren en wijn ruik. En als ik misschien meer probeer, dan springt ze uit bed, wordt boos alsof ik haar aanviel, en dreigt uit het raam te springen als ik haar aanraak. Dus laat ik haar om den wille der vrede met rust en kom hier". Er kan geen twijfel aan zijn, dat dit de ondervinding is van veel getrouwde mannen, die graag geliefde zoowel als vriendin in hun vrouwen zouden vinden. Maar de vrouwen hebben, met een verscheidenheid van oorzaken, bewezen, dat ze niet in staat zijn de sexueele makkers te worden van haar echtgenooten. En de echtgenooten, zonder dat ze gedreven worden door eenigen sterken hartstocht of door begeerte naar ontrouw, zoeken buitenshuis wat ze thuis niet vinden kunnen.
Dit is niet de eenige reden, waarom mannen prostituées bezoeken. Zelfs mannen, die gelukkig getrouwd zijn met vrouwen, die in de voornaamste opzichten bij hen passen, ondervinden dikwijls na eenige jaren huwelijksleven, een geheimzinnig verlangen naar afwisseling. Zij zijn hun vrouwen niet moe, zij hebben niet de minste wensch of bedoeling om haar te verlaten, zij willen haar, als zij het helpen kunnen, niet de minste pijn veroorzaken. Maar nu en dan worden ze door een onweerstaanbaren, en onwillekeurigen drang er toe gebracht een tijdelijke intimiteit te zoeken met vrouwen, met wie ze voor niets ter wereld zich voor goed zouden willen binden. Pepys, wiens Diary, afgezien van de andere verdienstelijke eigenschappen ervan, een psychologisch document van waarde is, levert een zeer karakteristiek voorbeeld van deze soort van impuls. Hij heeft een jonge, lieve vrouw getrouwd, aan wie hij zeer gehecht is, en hij leeft gelukkig met haar, op een paar nu en dan voorkomende twisten na, die spoedig door kussen uit den weg geruimd zijn; zijn liefde gaat samen met jaloezie, een jaloezie, die, zooals hij toegeeft, volkomen onredelijk is, want zij is een trouwe, liefhebbende vrouw. Toch kan Pepys, eenige jaren na zijn huwelijk, en midden in een leven van ingespannen beroepsbezigheid, de verleiding niet weerstaan de tijdelijke gunsten te zoeken van andere vrouwen, zelden prostituées, maar bijna altijd vrouwen van lagen maatschappelijken stand--winkeljuffrouwen, vrouwen van werklieden, fatsoenlijke dienstmeisjes. Dikwijls is hij er mee tevreden haar naar een rustig bierhuis mee te nemen, en zich een paar gewone vrijheden te veroorloven. Soms weigeren zij absoluut meer dan dit toe te staan; als dat gebeurt dankt hij herhaaldelijk den almachtigen God (zooals hij 's avonds in zijn Diary schrijft), dat hij bewaard is gebleven voor verleiding en voor tijd- en geldverlies; telkens weer is hij geneigd de gelofte te doen, dat het niet weer zal gebeuren. Toch gebeurt het altijd weer. Pepys is volkomen waar tegenover zich zelf; hij doet geen poging zich te rechtvaardigen of te excuseeren; hij weet, dat hij voor de verleiding bezweken is; het is een impuls, die nu en dan over hem komt, een impuls, dien hij niet in staat schijnt te zijn lang te weerstaan. Ondanks dit alles blijft hij een achtenswaardig en ijverig ambtenaar, en in de meeste opzichten een tamelijk deugdzaam man, met een echten afkeer van lichtzinnige menschen en onbeteekenende praatjes. De houding van Pepys wordt met onvergelijkelijken eenvoud en openhartigheid uiteengezet, omdat hij deze dingen voor zijn eigen oogen alleen neerschrijft, maar zijn geval is in werkelijkheid dat van een groot aantal andere mannen, misschien wel van den typischen homme moyen sensuel (zie Pepys, Diary, ed. Wheatley; e.g., deel IV, passim).
Er is een derde klasse van getrouwde mannen, minder groot in aantal, maar niet onbelangrijk, die gedwongen zijn prostituées te bezoeken: de klasse van sexueel geperverteerde mannen. Er zijn vele redenen, waarom zulke mannen kunnen wenschen te trouwen, en in sommige gevallen trouwen ze vrouwen, met wie zij den eigenaardigen vorm van sexueele bevrediging, waarnaar ze verlangen, kunnen verkrijgen. Maar in een groot aantal gevallen is dit niet mogelijk. De conventioneel opgevoede vrouw kan zichzelf er niet toe brengen zelfs maar aan een volkomen onschuldige fetischachtige gril van haar echtgenoot toe te geven, want die is te vreemd aan haar gevoelens en te onbegrijpelijk voor haar ideeën, zelfs als ze oprecht verliefd op hem is; in vele gevallen zou de echtgenoot niet durven vragen en ternauwernood zelfs wenschen, dat zijn vrouw er zich toe zou leenen de fantastische of misschien vernederende rol te spelen, die zijn wenschen eischen. In zulk een geval wendt hij zich natuurlijk tot de prostituée, de eenige vrouw, wier beroep het is in zijn bijzondere behoeften te voorzien. Het huwelijk heeft dezen mannen geen verlichting gebracht, en zij vormen een groot aantal cliënten van elke prostituée in iedere groote stad. De meest gewone prostituée van eenige ervaring kan gevallen meedeelen van haar eigen bezoekers, geschikt om een verhandeling over psychopatische sexualiteit te illustreeren. Het is hier voldoende een aanhaling weer te geven uit de bekentenissen van een jonge Londensche prostituée (Strand), zooals ze van haar lippen zijn neergeschreven door een vriend, aan wien ik het document dank; ik heb alleen een paar alledaagsche woorden in meer technische termen veranderd. Nadat ze beschreven had hoe, toen zij nog een dorpskind van dertien jaar was, een rijke, oude heer dikwijls kwam en zich aan haar en andere meisjes vertoonde, en hoe hij eindelijk gearresteerd werd en gevangen genomen, sprak zij over de perversiteiten, die ze ontmoet had, sedert zij prostituée was geworden. Zij kende een jongen man van ongeveer vijf en twintig jaar, gewoonlijk in een sportpakje gekleed, die altijd met een paar levende duiven kwam, die hij in een mand meebracht. Zij en het meisje, waar ze mee samenwoonde moesten zich ontkleeden, de duiven nemen en ze den nek omdraaien; hij stond dan voor haar, en als de nekken omgedraaid werden, trad bij hem geprikkeldheid op. Eens ontmoette zij een man op straat en hij vroeg haar of hij met haar mee mocht gaan en haar schoenen mocht likken. Zij stemde toe en hij nam haar mee naar een hotel, betaalde een halve guinje voor een kamer, en, toen ze ging zitten, kroop hij onder de tafel en likte haar schoenen, die vol modder waren; meer deed hij niet. Dan waren er dingen, zeide zij, die te vuil waren om te vertellen; bv. een man kwam met haar en haar vriendin naar huis, en liet haar in zijn mond urineeren. Zij had ook verhalen van geeseling, meestal van mannen, die de meisjes met de zweep sloegen, zeldzamer van mannen, die graag door haar geslagen werden. Een man, die iedere keer een nieuw riet meebracht, sloeg haar vriendin tot bloedens toe. Zij kende een anderen man, die niets deed dan haar hard op de billen slaan. Nu wortelen al deze dingen, die tot het gewone dagwerk van de prostituée behooren, in diepe en onweerstaanbare impulsen. Zij moeten een of anderen uitweg vinden. Maar alleen op de prostituée kan men rekenen, omdat haar belang en haar opvoeding het meebrengen, om den natuurlijken tegenzin tegen zulke handelingen te boven te komen en wenschen te bevredigen, die, als ze niet bevredigd werden, misschien andere en gevaarlijker vormen zouden aannemen.