De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij

Part 36

Chapter 363,453 wordsPublic domain

Morasso (Archivio di Psichiatria, 1896. afl. 1) heeft geprotesteerd tegen een enkel zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées op grond van zijn eigen opmerkingen. Er is, zegt hij, een categorie van prostituées, onbekend aan wetenschappelijke navorschers, die hij noemt die van de Prostitute di alto bordo. Onder haar zijn de teekenen van degeneratie zoowel physiek als moreel, niet in grooteren getale te vinden, dan onder vrouwen, die niet tot de prostitutie behooren. Zij vertoonen alle soorten van karakters, terwijl sommigen van haar een groote verfijning bezitten; ze worden voornamelijk gekenmerkt door een ongewone mate van sexueele begeerte. Zelfs onder de lagere groep van de bassa prostituzione beweert hij, dat wij een overheerschen vinden van sexueele, zoowel als van professioneele karakters eer dan teekenen van degeneratie. Het is voldoende nog een getuigenis aan te halen, zooals het vele jaren geleden gegeven is door een vrouw van hoog verstand en karakter, Mrs. Craik, de romanschrijfster: "De vrouwen, die vallen, zijn in het geheel niet de slechtste van haar stand", schreef zij. "Ik heb het hooren bevestigen door meer dan een vrouw--door eene vooral, wier ondervinding even groot was als haar welwillendheid--dat vele van haar behooren onder de beste, meest verfijnde, intelligente, waarheidlievende, en liefhebbende. "Ik weet niet hoe het komt", zeide zij dan, "of juist haar meerderheid haar ontevreden maakt met haar eigen stand--arbeiders zijn dikwijls zulke ruwe, boersche kerels!--zoodat zij gemakkelijker ten prooi vallen aan mannen, die in stand boven haar zijn: of dat, hoewel deze theorie veel menschen zal stuiten, andere deugden nog kunnen bestaan en bloeien, volkomen afgescheiden van, en na het verlies van dat, wat wij gewend zijn te beschouwen als de onmisbare eerste deugd van onze sekse--kuischheid. Ik kan het niet verklaren; ik kan alleen zeggen, dat het zoo is, dat sommige van mijn meest belovende dorpsmeisjes het eerst in het verderf zijn geloopen; en dat sommige van de beste en trouwste dienstmeisjes, die ik ooit gehad heb, tot schande kwamen, en als ik ze niet te hulp was gekomen en ze op weg had geholpen het kwaad weer goed te maken, ongetwijfeld "gevallen vrouwen" zouden geworden zijn"." (A Woman's Thoughts About Women, 1858, p. 291). Verschillende schrijvers hebben den nadruk gelegd op de goede moreele eigenschappen van prostituées. Zoo noemt in Frankrijk Despine eerst haar ondeugden op zooals (1) gulzigheid en drankzucht, (2) leugenachtigheid, (3) opvliegendheid, (4) gebrek aan orde en slordigheid, (5) wispelturigheid, (6) behoefte aan beweging, (7) neiging tot homosexualiteit; en dan gaat hij voort haar goede eigenschappen te specificeeren: haar moederliefde en haar kinderliefde, haar hulpvaardigheid voor elkaar; en haar weigeren elkaar aan te klagen; terwijl zij dikwijls godsdienstig zijn, soms bescheiden en gewoonlijk zeer eerlijk (Despine Psychologie Naturelle, deel III, p. 207 et seq.; wat de Siciliaansche prostituées betreft cf. Càllari, Archivio di Psichiatria, afl. IV, 1903). De hulpvaardigheid voor elkaar, die dikwijls in ellende getoond wordt, wordt in hooge mate geneutraliseerd door beroeps-achterdocht en jaloezie.

Lombroso meent, dat de basis van de prostitutie gevonden moet worden in moreele onnoozelheid. Als we door moreele onnoozelheid een toestand moeten verstaan die nauw verwant is aan krankzinnigheid, dan is deze bewering dubbelzinnig. Er schijnt geen duidelijke verhouding te zijn tusschen prostitutie en krankzinnigheid, en Tammeo heeft aangetoond (La Prostituzione, p. 76), dat het veelvuldig voorkomen van prostituées in de verschillende Italiaansche provincies in omgekeerde verhouding staat tot het veelvuldig voorkomen van krankzinnigen; naarmate de krankzinnigheid toeneemt, neemt de prostitutie af. Maar als we meenen een mindere mate van moreele achterlijkheid--dat is te zeggen, een stompheid in ontvankelijkheid voor de gewone moreele beschavingsoverwegingen, die, terwijl ze direct voortkomt uit den verhardenden invloed van een ongunstige jeugd-omgeving, ook kan berusten op een aangeboren aanleg--kan er geen twijfel aan zijn of moreele achterlijkheid wordt zeer dikwijls onder prostituées gevonden. Het zou ongetwijfeld aannemelijk zijn te zeggen, dat iedere vrouw, die haar maagdelijkheid geeft in ruil voor een onvoldoende weergave een achterlijke is. Als zij zich geeft uit liefde, heeft zij op zijn slechtst, een dwaze vergissing begaan, zooals jonge en onervaren menschen ieder oogenblik kunnen begaan. Maar als zij bepaald het plan heeft zich te verkoopen, en als ze dat doet voor niets of voor bijna niets, dan is het een ander geval. De ondervindingen van Commenge in Parijs zijn in dit opzicht leerzaam. "Voor veel jonge meisjes", schrijft hij, "bestaat er geen schaamtegevoel, zij ondervinden geen gemoedsbeweging als zij zich volkomen ongekleed vertoonen, zij geven zich aan den eersten den besten, waarvan zij niet weten, of zij hem ooit weer zullen zien. Zij hechten geen waarde aan haar maagdelijkheid; zij worden onteerd onder de vreemdste omstandigheden, zonder de minste gedachte aan of zorg over de daad, die zij doen. Nòch eenig gevoel, nòch eenige berekening, drijft haar in de armen van een man. Zij laten zich gaan zonder nadenken en zonder reden, bijna als een dier, uit onverschilligheid en zonder genot". Hij kende vijf en veertig meisjes tusschen den leeftijd van twaalf en zeventien, die door den eersten den besten onbekende, dien ze nooit terug zagen, onteerd werden; zij verloren haar maagdelijkheid, naar Dumas zegt, zooals zij haar melktanden verloren, en ze konden geen aannemelijke reden opgeven voor haar verlies. Een meisje van vijftien jaar, dat vermeld wordt door Commenge en dat bij haar ouders woonde, die haar alles gaven wat ze noodig had, verloor haar maagdelijkheid, doordat ze toevallig een man ontmoette, die haar twee francs aanbood, als ze met hem mee wilde gaan; ze deed het zonder aarzelen en begon spoedig uit zichzelf mannen aan te spreken. Een meisje van veertien jaar, die ook behagelijk bij haar ouders woonde, gaf haar maagdelijkheid op een kermis voor een glas bier, en begon van toen af zich aan te sluiten bij prostituées. Een ander meisje van denzelfden leeftijd, die op een Kermesse in den draaimolen wilde draaien, bood zich aan, aan den man die de machine bediende, voor het genoegen van eenmaal rond te draaien. Nog een ander meisje van vijftien jaar, op een ander feest, bood haar maagdelijkheid voor hetzelfde tijdelijke genoegen. (Commenge, Prostitution Clandestine, 1897, p. 101 et seq.). In de Vereenigde Staten legt Dr. W. Travis Gibb, behandelend geneesheer aan de "New York Society for the Prevention of Cruelty to Children", dezelfde getuigenis af van het feit, dat in een tamelijk groot deel van gevallen van "verkrachting" het kind het gewillige slachtoffer is. "Het is bepaald aandoenlijk" zegt hij (Medical Record, April 20, 1907), "te bemerken hoe een stuiversstuk of een kwartje voldoende zijn om de deugd van deze kinderen te koopen".

Indien we willen onderzoeken in hoeverre prostituées aangeboren physieke afwijkingen vertoonen, dan is het gelaat de ruwste en meest voor de hand liggende toetssteen, hoewel hij niet de meest preciese is en evenmin de meeste bevrediging geeft. Toen in Frankrijk, ongeveer 1000 prostituées wat haar uiterlijk betrof in vijf groepen verdeeld werden, vond men, dat slechts zeven tot veertien percent tot de eerste groep behoorden, nl. tot de groep van haar, waarvan men zeggen kon, dat ze jeugd en schoonheid bezaten. (Jeannel, De la Prostitution Publique, 1860, p. 168). En Woods Hutchinson, die een uitgebreide bekendheid met Londen, Parijs, Weenen, New York, Philadelphia en Chicago bezit, zegt, dat een mooie of zelfs maar aantrekkelijk-uitziende prostituée zeldzaam is, en dat het gewone schoonheidsniveau lager is dan in eenige andere klasse van vrouwen. "Voor welke andere verkeerdheden", merkt hij op, "de fatale macht van de schoonheid verantwoordelijk gesteld mag worden, ze heeft niets te maken met prostitutie" (Woods Hutchinson, "The Economics of Prostitution", American Gynaecological and Obstetric Journal, September, 1895). We moeten natuurlijk altijd in de gedachten houden, dat deze taxaties iets van haar waarde verliezen, doordat ze voornamelijk gebaseerd zijn op het onderzoek van vrouwen, die het duidelijkst tot de klasse der prostituées behooren en reeds door haar beroep ruw zijn geworden.

Als we tot de conclusie mogen komen--en over dit feit zal waarschijnlijk niet getwist worden--dat mooie, aangename, en harmonisch gevormde gezichten eer zeldzaam dan gewoon zijn onder prostituées, dan mogen we daarentegen zeggen, dat nauwkeurig onderzoek een groot aantal physieke abnormaliteiten aan den dag zal brengen. Een van de vroegste belangrijke physieke onderzoekingen op prostituées was die van Dr. Pauline Tarnowsky in Rusland (het eerst gepubliceerd in Vratch in 1887, en later als Etudes anthropométriques sur les Prostituées et les Voleuses). Zij onderzocht vijftig prostituées uit Petersburg, die niet langer dan twee jaren in een bordeel gewoond hadden, en ook vijftig boerenvrouwen van zooveel mogelijk denzelfden leeftijd en geestelijke ontwikkeling. Zij vond, dat (1) de prostituée kleiner schedel-middellijn had; (2) dat acht en veertig percent verschillende teekenen vertoonde van physieke degeneratie (onregelmatigen schedel, asymmetrie van het gezicht, afwijkingen in het harde verhemelte, tanden, ooren, enz.). Deze neiging tot afwijkingen onder de prostituées was tot zekere hoogte verklaard, toen er gevonden werd, dat ongeveer vier vijfde van haar, ouders hadden, die aan den drank verslaafd waren, en bijna een vijfde de laatst overlevenden van groote families waren; zulke families zijn dikwijls voortgebracht door gedegenereerde ouders.

Het veelvuldig voorkomen van erfelijke degeneratie is ook door Bonhoeffer onder Duitsche prostituées opgemerkt. Hij onderzocht 190 prostituées in de gevangenis in Breslau, die dus tot een meer abnormale klasse behoorden dan gewone prostituées, en hij vond, dat er 102 erfelijk gedegenereerd waren, meest met een of beide ouders dronkaards; 53 vertoonden tevens zwakzinnigheid (Zeitschrift für die Gesamte Strafwissenschaft, Bd. XXXIII, p. 106).

Het meest nauwkeurige onderzoek van gewone niet-misdadige prostituées, zoowel anthropologisch als wat het overheerschen van afwijkingen aangaat, is in Italië gedaan, hoewel niet op een voldoend aantal personen om absoluut beslissende resultaten op te leveren. Zoo onderzocht Fornasari zestig prostituées, voornamelijk uit Emilia en Venetië, en ook zeven en twintig andere uit Bologne; de laatste groep werd vergeleken met een derde groep van twintig normale vrouwen uit Bologne (Archivio di Psichiatria, 1892, afl. VI). Er werd bevonden, dat de prostituées van een kleiner type waren dan de normale individuen, met smaller hoofden en grooter gezichten. Zooals de schrijver zelf zegt, waren de personen die hij onderzocht, niet voldoende in aantal om ver strekkende generalisaties te rechtvaardigen, maar het kan toch de moeite waard zijn eenige van zijn resultaten op te sommen. Bij dezelfde grootte vertoonden de prostituées grooter gewicht; bij dezelfden leeftijd waren ze kleiner dan andere vrouwen, niet alleen van de gegoede, maar van de arme klasse: de lengte van het gezicht, de bizygomatische doorsnee (hoewel niet de afstand tusschen de jukbeenderen), de afstand tusschen de kin en de uitwendige ooropening, en de afmeting van de kaak waren alle grooter bij de prostituées; de handen waren, in vergelijking van den palm, langer en breeder dan bij gewone vrouwen; de voet was ook langer bij prostituées, en de dij was, in vergelijking van de kuit grooter. Het is opmerkelijk, dat bij de meeste bijzonderheden, vooral wat de metingen van het hoofd betreft, de variaties onder de prostituées veel grooter waren dan onder de andere vrouwen, die onderzocht werden; dit kan voor een deel, hoewel niet geheel, verklaard worden uit het iets grootere aantal van de eersten.

Ook Ardu gaf (in hetzelfde nummer van de Archivio) het resultaat van zijn onderzoekingen (op initiatief van Lombroso verricht) over het veelvoudig voorkomen van abnormaliteiten onder de prostituées. De personen waren vier en zeventig in aantal en behoorden tot de Clinica Sifilopatica van Professor Giovannini in Turijn. De abnormaliteiten, waarnaar onderzoek gedaan werd waren: mannelijke verdeeling van haar in de schaamstreek, op de borst en de ledematen, al te sterke haargroei op het voorhoofd, linkschheid, atrophie van den tepel, en tatoeëeren (dat maar eens gevonden werd). Ardu's verhandelingen over een andere serie onderzoekingen van vijf en vijftig prostituées door Lombroso, geven tot resultaat, dat mannelijke plaatsing van het haar gevonden wordt bij vijftien percent, tegen zes percent bij gewone vrouwen; eenige mate van hypertrichosis in achttien percent; linkschheid in elf percent (maar bij normale vrouwen wel twaalf percent volgens Gallia); en atrophie van den tepel in twaalf percent.

Guiffrida-Ruggeri (Atti della Società Romana di Antropologia, 1897, p. 216), vond bij het onderzoek van acht en twintig prostituées onregelmatigheden in de volgende orde van afnemende frequentie: neiging van de wenkbrauwen elkaar te ontmoeten, gebrek aan symmetrie van het hoofd, druk aan den wortel van den neus, onvoldoende ontwikkeling van de kuiten, hypertrichosis en andere afwijkingen van haar, vooruitstekend jukbeen, vooruitspringend voorhoofd en abnormale inplanting van de tanden, Darwinsche oor-tuberkel, dunne verticale lippen. Deze kenteekenen zijn ieder afzonderlijk van weinig of geen belang, hoewel ze te samen niet zonder beteekenis zijn als een aanwijzing van algemeene afwijking.

Later komt Ascarilla, in een uitgebreide studie (Archivio di Psichiatria, 1906, afl. VI, p. 812), over de vingerafdrukken van prostituées tot de conclusie, dat zelfs in dit opzicht prostituées eenigermate een klasse vormen, die morphologische inferieuriteit vertoont met normale vrouwen. De modellen vertoonen ongewone eenvoudigheid en gelijkvormigheid en de beteekenis hiervan wordt aangetoond door het feit, dat een zelfde gelijkvormigheid vertoond wordt door de vingerafdrukken van krankzinnigen en doofstommen (De Sanctis en Toscano, Atti Società Romana Antropologia, deel VIII, 1901, afl. II.)

In Chicago heeft Dr. Harriet Alexander, te zamen met Dr. E. S. Talbot en Dr. J. G. Kiernan in het Bridewell of verbeteringshuis dertig prostituées onderzocht; alleen de "domme" klasse van beroepsprostituées komen in deze instelling, en het kan daarom geen verwondering wekken dat zij meer bepaalde teekenen van degeneratie vertoonden. In ras waren bijna de helft van degenen die onderzocht werden Keltisch Iersch. Bij zestien waren de zygomatische processen ongelijk en zeer in het oog springend. Andere asymmetrieën van het gezicht waren gewoon. In drie gevallen waren de hoofden van Mongoolsch type; zestien waren epignatisch, en elf prognatisch; vijf vertoonden remming van den groei van het gezicht. Brachycephalie was overheerschend (zeventien gevallen); de rest was mesaticephalitisch; geen was dolichocephalitisch. Abnormaliteiten in den vorm van den schedel waren er vele, en vijf en twintig hadden verkeerd gevormde ooren. Vier waren beslist krankzinnig, en een was een epileptica (H. C. Alexander, "Physical Abnormalities in Prostitutes", Chicago Academy of Medicine, April 1893; E. S. Talbot, Degeneracy, p. 320; Id., Irregularities of the Teeth, vierde uitgave, p. 141).

Het schijnt over het geheel wel, voor zoover het bewijsmateriaal op het oogenblik strekt, dat prostituées niet volkomen normale vertegenwoordigsters zijn van den stand, waarin zij geboren zijn. Er is een keuze-proces geweest van individuen, die door haar aangeboren eigenschappen afwijken van het normale gemiddelde, en die dus in lichte mate ongeschikt zijn voor het normale leven [184]. De psychische eigenaardigheden, die met zulk een afwijking samengaan, zijn niet altijd bepaald ongunstig; het licht neurotische meisje van lagen stand--dat niet houdt van hard werken, uit geringe energie, en dat misschien gulzig is en zelfzuchtig--kan zelfs een verfijning boven haar stand schijnen te bezitten. Terwijl er echter onder prostituées een neiging tot afwijking is, moet het duidelijk erkend worden, dat die neiging gering is zoolang wij de geheele klasse van prostituées onpartijdig beschouwen. Die navorschers, die tot de conclusie zijn gekomen dat prostituées een zeer gedegenereerde en abnormale klasse zijn, hebben alleen maar speciale groepen van prostituées geobserveerd, meer speciaal degenen, die dikwijls in de gevangenis gevonden worden. Het is onmogelijk een juist denkbeeld te vormen van prostituées als we ze alleen in de gevangenis bestudeeren, evenmin als het mogelijk zou zijn een juist denkbeeld te vormen van dominees, dokters of advocaten door ze alleen in de gevangenis te bestudeeren; dit blijft waar, al komt een veel grooter deel der prostituées dan van de leden der meer geachte beroepen in de gevangenis; dat feit verklaart ongetwijfeld voor een deel de grootere abnormaliteit van prostituées.

We moeten natuurlijk in de herinnering houden dat de speciale levensvoorwaarden van prostituées er toe leiden het optreden van bepaalde beroeps-eigenaardigheden te veroorzaken, die volkomen kunstmatig verkregen zijn en niet aangeboren. Zoo kunnen we verklaren de geleidelijke wijziging van de vrouwelijke secundaire en tertiaire sexueele eigenaardigheden, en het optreden van mannelijke eigenaardigheden, zooals de veel voorkomende diepe stem, enz. [185]. Maar als we voldoende rekening houden met deze kunstmatig verkregen eigenaardigheden, blijft het toch waar, dat de vergelijking der uitkomsten van de verschillende onderzoekingen die tot dusverre gedaan zijn, mogen ze dan niet geheel overtuigend zijn, er toch op schijnen te wijzen dat, zelfs afgezonderd van het overheerschen van kunstmatig verkregen afwijkingen, de beroepskeuze, die individuen afzondert van de algemeene bevolking van een zelfde maatschappelijke klasse, die anthropometrische eigenaardigheden hebben; deze varieeren, maar behooren toch tot dezelfde soort. De gedane waarnemingen schijnen aan te duiden, dat prostituées over het algemeen niet in gewicht boven het middelmatige zijn, niet in gestalte; dat ze korter armen hebben, hoewel de handen langer zijn (dit is zoowel in Italië als in Rusland gevonden); zij hebben dunner enkels en zwaarder kuiten en betrekkelijk nog zwaarder dijen. De geraamde schedelinhoud, de omtrek en de doorsnede van den schedel zijn eenigszins beneden het middelmatige, niet alleen wanneer ze vergeleken worden met respectabele vrouwen, maar ook in vergelijking van misdadigsters; er is een neiging tot brachycephalie (in Italië en Rusland beide); de wangbeenderen springen gewoonlijk vooruit en de kaken zijn ontwikkeld; het haar is donkerder dan bij respectabele vrouwen, hoewel niet zoo donker als bij dieveggen; het is gewoonlijk overvloedig, niet alleen op het hoofd maar ook op de schaamdeelen en elders; men heeft bevonden, dat de oogen bepaald donkerder waren dan die van hetzij respectabele vrouwen, hetzij misdadigsters [186].

Voor zoover het bewijsmateriaal gaat, dient het om aan te toonen, dat prostituées over het algemeen het type naderen dat we zooals in het voorafgaande deel aangetoond is, met reden kunnen beschouwen als speciaal te wijzen op ontwikkelde sexualiteit. Het is echter onnoodig deze kwestie te bespreken voordat onze anthropometrische kennis van prostituées meer omvattend en meer precies is.

3. De moreele rechtvaardiging van de prostitutie.--Er zijn moralisten--zij zijn er altijd geweest en vele van hen zijn menschen wier opinie de ernstigste achting verdient--die meenen, dat mits de hygiënische voorwaarden verbeterd worden, het bestaan van de prostitutie geen ernstig probleem ter oplossing biedt. Ze is, zeggen zij, op zijn slechtst, een noodzakelijk kwaad, en, op zijn best, een weldadige instelling, het bolwerk van het tehuis, de onvermijdelijke keerzijde van het huwelijk. "De immoreele bewaakster van de publieke moraal", is de definitie van prostituées gegeven door een schrijver, die de zaak van een laag standpunt beschouwt, en een ander, die de zaak meer verheven bekijkt, schrijft: "De prostituée vervult een maatschappelijke zending. Zij is de bewaakster van de maagdelijke kuischheid, het afvoerkanaal voor overspelige begeerte, de beschermster van getrouwde vrouwen, die een laat moederschap vreezen; het is haar rol op te treden als schild voor "het gezin"". "Als vrouwelijke Decii", zeide Balzac in zijn Physiologie du Mariage van prostituées, "offeren zij zich op voor de republiek en maken van haar lichamen een borstwering ter bescherming van respectabele families". Op dezelfde wijze noemde Schopenhauer prostituées "menschelijke slachtoffers op het altaar der monogamie". Lecky vereenigt, in een vele malen aangehaalde passage der rhetorica [187] het hoogere en het lagere standpunt over de prostituée in de menschelijke maatschappij, en hij tracht er zelfs een priesterlijk karakter aan te geven. "Het uiterste type van de ondeugd", verklaarde hij, "is ten slotte de meest krachtdadige bewaakster van de deugd. Als zij er niet was, zou de ongerepte reinheid van onnoemelijk veel huizen besmet zijn, en niet weinige van de vrouwen, die in den trots van haar niet in verleiding gebrachte kuischheid aan de prostituée denken met een siddering van verontwaardiging, zouden zonder haar de ellenden van berouw en van wanhoop gekend hebben. Op die eene onteerde en onwaardige gestalte zijn al de hartstochten geconcentreerd, die de wereld met schande hadden kunnen vullen. Zij blijft, terwijl geloofsbelijdenissen en maatschappijen opkomen en te gronde gaan, de eeuwige priesteres van de menschelijkheid, bezoedeld door de zonden van het volk" [188].

Ik weet niet, of de Grieken ernstig gedacht hebben over de moreele rechtvaardiging van de prostitutie. Zij hadden haar geen bijzonder hinderlijke vormen laten aannemen en voor het grootste deel waren ze bereid haar te aanvaarden. De Romeinen namen ze gewoonlijk ook aan, maar, naar ons toeschijnt, niet zoo gemakkelijk. Er was een strenge, ernstige, bijna Puriteinsche geest in de Romeinen van de oude garde en soms schijnen zij de behoefte gevoeld te hebben zich te verzekeren, dat de prostitutie werkelijk moreel te rechtvaardigen was. Het is van belang op te merken, dat zij zich graag in de herinnering brachten dat Cicero gezegd had, dat hij blij was als hij een man uit een bordeel zag komen, omdat hij anders misschien de vrouw van zijn buurman onteerd zou hebben [189].

De maatschappelijke noodzakelijkheid van de prostitutie is het oudste van al de argumenten van moralisten, die het dulden van prostituées prediken; en als we de eeuwige geldigheid aannemen van het huwelijkssysteem, waarmee tegelijk de prostitutie zich ontwikkeld heeft, en van de theoretische moraal, die op dat systeem gebaseerd is, dan is dit een zeer krachtig, zoo niet een onweerlegbaar argument.