De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 34
De wijzen, waarop verschillende factoren van omgeving en suggestie samenwerken om een meisje tot prostitutie te verleiden, worden aangeduid in het volgende gezegde, waarin een correspondent, als man van de wereld, zijn eigen conclusies over de zaak heeft uiteengezet: "Ik heb tamelijk veel ervaringen gehad met lichte vrouwen van allerlei soort en ik kan zonder aarzelen zeggen, dat niet meer dan 1 percent van de vrouwen die ik gekend heb, als beschaafd konden worden beschouwd. Dit wijst er op, dat zij altijd van lage afkomst zijn, en de verschrikkelijke gevallen van overbevolking, die dagelijks aan het licht komen, geven aanleiding te denken dat reeds op zeer jeugdigen leeftijd het gevoel van schaamte verloren gaat, en dat lang vóór de puberteit een zekere gemeenzaamheid met sexueele zaken ontstaat. Zoodra zij oud genoeg zijn, worden deze meisjes door haar minnaars verleid; de gemeenzaamheid, waarmee zij sexueele zaken beschouwen, neemt de terughouding weg die een meisje beschermt, dat haar jeugd in fatsoenlijken kring heeft doorgebracht. Later gaan de meisjes in fabrieken en winkels werken; als zij mooi en aantrekkelijk zijn hebben zij betrekkingen met chefs en meesterknechts. Dan brengt de lust tot opschik, die zoo'n grooten factor vormt in het vrouwelijk karakter er haar toe de "maitres" te worden van een man met geld. Een merkwaardig ding in deze verhouding is, dat zij zelden genot vinden bij haar beschermers, en dat ze aan de ruwer omarmingen van den een of anderen man, die in stand dichter bij haar is, zeer dikwijls een soldaat, de voorkeur geven. Ik heb niet veel vrouwen gekend die verleid waren en verlaten, hoewel dit een voorstelling is, die door prostituées dikwijls van de zaak gegeven wordt. Kellnerinnen nemen een groote plaats in in de gelederen van de prostitutie, voor een groot deel ten gevolge van haar verslaafd zijn aan den drank; dronkenschap leidt bij vrouwen altijd tot laksheid in de moreele terughouding. Een andere machtige factor voor het overgaan tot de prostitutie ligt in den glans van den opschik, waarmee gepronkt wordt door den eene of andere vriendin, die dit leven reeds aangenomen heeft. Een meisje, dat hard werkt, om te leven ziet een vriendin, die misschien een bezoek brengt in de straat waar het hard werkende meisje woont, prachtig gekleed, terwijl zijzelf ternauwernood genoeg kan verdienen om te eten. Zij maakt een praatje met haar modieuse vriendin, die haar vertelt hoe gemakkelijk zij geld kan verdienen, ze legt haar uit welk een levensgoed de sexueele organen zijn, en spoedig is er een nieuweling tot de gelederen der prostitutie toegetreden".
Het heeft eenig belang de redenen die meisjes leiden tot prostitutie te beschouwen. In sommige landen vindt men dienaangaande gegevens van menschen, die van ambtswege met de publieke vrouwen in aanraking komen. In andere landen is het regel dat meisjes, voor zij als prostituées worden ingeschreven, de redenen opgeven waarom zij de loopbaan wenschen te betreden.
Parent-Duchâtelet, wiens werk over prostituées in Parijs nog als gezaghebbend geldt, heeft het eerste overzicht van deze soort gepubliceerd. Hij bevond, dat van de vijf duizend prostituées er 1441 geïnfluenceerd waren door armoede, 1425 door verleiden van minnaars, die haar verlaten hadden, 1255 door het verlies van ouders door den dood, of door eenige andere reden. Bij zulk een overzicht wordt het geheele aantal in 't algemeen verklaard door ellende, dat is door economische oorzaken alleen (Parent-Duchâtelet, De la Prostitution, 1857, deel I, p. 107).
In Brussel werden gedurende een tijdvak van twintig jaren (1865--1884) 3505 vrouwen ingeschreven als prostituée. De oorzaken, die zij aangaven waarom zij deze loopbaan wenschten te betreden, geven een ander beeld dan dat, hetwelk door Parent-Duchâtelet gegeven wordt, maar misschien een dat meer betrouwbaar is, hoewel er eenige bepaalde en merkwaardige inconsequenties in zijn. Van de 3505 verklaarden 1523 dat uiterste armoede de oorzaak was van haar degradatie; 1118 bekenden vrijuit dat haar sexueele hartstochten de oorzaak waren; 420 schreven haar val toe aan slecht gezelschap; 316 zeiden dat zij genoeg hadden van haar werk en dat het haar verveelde, omdat de moeite zoo groot was en het loon zoo klein; 101 waren verlaten door haar minnaars; 10 hadden ongenoegen gehad met haar ouders; 7 waren door haar echtgenooten verlaten; 4 konden het niet vinden met haar voogden; 3 hadden familietwisten; 2 werden door haar echtgenooten gedwongen zich te prostitueeren, en 1 door haar ouders (Lancet, Juni 28, 1890, p. 1442).
In Londen bevond Merrick, dat van de 16.022 prostituées met wie hij in aanraking kwam gedurende de jaren dat hij kapelaan was aan de Millbank-gevangenis, 5061 haar huis of haar betrekking vrijwillig hadden verlaten voor "een leven van pleizier", 3363 gaven armoede op als de oorzaak; 3154 waren "verleid" en daarna op straat geraakt; 1636 waren door huwelijksbeloften bedrogen en door minnaar en betrekkingen verlaten. Over het geheel, zegt Merrick, dat 4790 of bijna een derde van het geheele aantal haar overgaan tot de loopbaan direct aan mannen toeschrijven, 11.232 aan andere oorzaken. Hij voegt er bij, dat van hen, die armoede als oorzaak opgaven, een groot aantal lui en onbekwaam was (G. P. Merrick, Work Among the Fallen, p. 38).
Logan, een Engelsch stadszendeling met een groote mate van bekendheid met prostituées, verdeelde ze in de volgende groepen: 1. Een vierde van de meisjes zijn dienstboden, vooral in herbergen, bierhuizen enz., en zoo in het leven der prostitutie ingeleid; 2. een vierde komt van fabrieken enz.; 3. bijna een vierde wordt door koppelaarsters geleverd, die provincie-steden, markten enz. bezoeken; 4. een laatste groep omvat aan den eenen kant haar, die door armoede, indolentie of een slecht humeur er toe gebracht zijn prostituée te worden, dingen, die haar ongeschikt maken voor gewone beroepen, en aan den anderen kant kant haar, die verleid zijn door een valsche huwelijksbelofte (W. Logan, The Great Social Evil, 1871, p. 53).
In Amerika heeft Sanger rapport uitgebracht over de resultaten van onderzoekingen, die gedaan zijn over twee duizend New-Yorksche prostituées aangaande de oorzaken, die haar er toe gebracht hebben haar beroep te kiezen:
Armoede 525 Neiging 513 Verleid en verlaten 258 Drank en dranklust 181 Slechte behandeling door ouders, betrekkingen of echtgenooten 164 Als een gemakkelijk leven 124 Slecht gezelschap 84 Overreding door prostituées 71 Te lui om te werken 29 Verkrachting 27 Verleid op schepen van landverhuizers 16 Verleid in herbergen voor landverhuizers 8 ---- 2000
(Sanger, History of Prostitution, p. 488).
Ook in Amerika heeft Professor Woods Hutchinson zich onlangs in verbinding gesteld met ongeveer dertig vertegenwoordigers in verschillende groote centra van het wereldverkeer, en hij noemt als volgt de antwoorden op zijn vragen aangaande de leer der oorzaken van de prostitutie.
Percent. Liefde voor vertoon, weelde en luiheid 42.1 Slechte behandeling thuis 23.8 Verleiding, waarbij zij onschuldige slachtoffers waren 11.3 Werkloosheid 9.4 Erfelijkheid 7.8 Primair sexueel verlangen 5.6
(Woods Hutchinson, "The Economics of Prostitution", American Gynaecologic and Obstetric Journal, September 1895; Id., The Gospel According to Darwin, p. 194).
In Italië waren in 1881 van de 10.422 ingeschreven prostituées van den leeftijd van zeventien en ouder, de oorzaken van de prostitutie als volgt in klassen verdeeld:
Ondeugd en verdorvenheid 2752 Dood van ouders, echtgenoot enz. 2139 Verleiding door een minnaar 1653 Verleiding door een werkgever 927 Verlaten door ouders, echtgenoot, enz. 795 Zucht naar weelde 698 Dwang door minnaar of ander persoon buiten de familie 666 Dwang door ouders of echtgenoot 400 Om ouders of kinderen te onderhouden 393
(Ferriani, Minorenni Delinquenti, p. 193).
De redenen door Russische prostituées aangegeven voor het kiezen van haar beroep zijn (volgens Federow) de volgende:
38.5 percent onvoldoende loon. 21.0 ,, verlangen naar amusement. 14.0 ,, verlies van betrekking. 9.5 ,, overreding door vrouwelijke bekenden. 6.5 ,, ontwend zijn aan de gewoonte van te werken. 5.5 ,, verdriet, en om een minnaar te plagen. 0.5 ,, dronkenschap.
(Opgesomd in Archives d'Anthropologie Criminelle, Nov. 15, 1901).
1. De Economische oorzaak van de Prostitutie.--Schrijvers over de prostitutie beweren dikwijls, dat economische omstandigheden ten grondslag liggen aan de prostitutie en dat de voornaamste oorzaak ervan armoede is, terwijl prostituées zelf dikwijls verklaren, dat het bezwaar om op andere wijze een bestaan te verdienen de voornaamste oorzaak was, die haar er toe gebracht heeft deze loopbaan te kiezen. "Van al de oorzaken van de prostitutie", schreef Parent-Duchâtelet een eeuw geleden, "vooral in Parijs, en waarschijnlijk in alle groote steden, is er geen die ernstiger is dan gebrek aan werk en onvoldoend loon". In Engeland zegt Sherwell, dat ook de moraal in hooge mate afhangt van den handel [160]. Zoo is het ook in Berlijn, waar het aantal prostituées in slechte jaren toeneemt [161]. Dat is ook het geval in Amerika, evenals in Japan; "de oorzaak der oorzaken is armoede" [162].
Zoo wordt overal door onderzoekers open en in het algemeen gezegd, dat de prostitutie in ruime mate en algemeen een economisch verschijnsel is, dat een gevolg is van de lage loonen van vrouwen of van plotselinge depressies in den handel. We moeten er echter bijvoegen, dat deze algemeene gezegden aanmerkelijk gewijzigd worden, in het licht van de nauwkeurige nasporingen gedaan door zorgvuldige onderzoekers. Ströhmberg, die 462 prostituées nauwkeurig onderzocht, ontdekte, dat er maar éen onder was, die armoede aangaf als de reden, waarom ze het beroep koos, en bij onderzoek bleek deze opgave een onbeschaamde leugen te wezen [163]. Hammer bevond, dat van de negentig ingeschreven Duitsche prostituées er niet éen haar loopbaan gekozen had uit gebrek of om een kind te onderhouden, terwijl sommige de straat op gingen terwijl ze nog geld hadden, of zonder dat ze wilden betaald worden [164]. Pastor Buschmann, van het Teltow Magdalena gesticht in Berlijn bevindt, dat het niet gebrek is, maar onverschilligheid voor moreele overwegingen, waardoor meisjes tot de prostitutie komen. In Duitschland wordt, voordat een meisje op het politieregister wordt ingeschreven, gepaste zorg gedragen, dat haar een kans gegeven wordt in een asyl te komen en werk te krijgen; in Berlijn waren, in den loop van tien jaar, maar twee meisjes--van de duizend--bereid van deze gelegenheid te profiteeren.
De moeilijkheid, die Engelsche reddingshuizen ondervinden om meisjes te vinden, die zich willen laten "redden" is bekend. Dezelfde moeilijkheid vindt men in andere steden, zelfs waar geheel andere toestanden heerschen; zoo ondervindt men in Madrid, volgens Bernaldo de Quiros en Llanas Aquilaniedo, dat de prostituées, die in de asyls komen, ondanks al de toewijding van de nonnen, tot haar oude leven terugkeeren, zoodra ze de asyls verlaten hebben. Terwijl de economische factor bij de prostitutie ongetwijfeld bestaat, berust de ongemotiveerde veelvuldigheid en de nadruk, waarmee hij op den voorgrond wordt gebracht en aangenomen, klaarblijkelijk voor een deel op onwetendheid aangaande de werkelijke feiten, voor een deel op het feit, dat zulk een onderstelling spreekt tot hen, die de zwakheid hebben alle maatschappelijke verschijnselen uit economische oorzaken te verklaren en voor een deel op de duidelijke aannemelijkheid ervan [165].
Prostituées komen voornamelijk voort uit de gelederen der fabrieksmeisjes, dienstmeisjes, winkeljuffrouwen en kellnerinnen. In sommige van deze betrekkingen is het moeilijk het geheele jaar door werk te vinden. Zoo worden vele modistes, kleermaaksters en naaisters prostituée, als het de slappe tijd is in het bedrijf, en ze gaan weer aan haar werk als het seizoen begint. Soms wordt het geregelde dagwerk aangevuld door prostitutie 's avonds. Er wordt gezegd, en misschien is dat waar, dat amateur-prostitutie van deze soort in Engeland zeer veel voorkomt, daar ze niet tegengegaan wordt door de voorzorgen, die, in landen waar de prostitutie geregeld is, de geheime prostitutie moet in acht nemen, om inschrijving te ontgaan. Er zijn bepaalde waschgelegenheden en kleedkamers in het centrum van Londen, die, naar men zegt, door de meisjes gebruikt worden om zich op de gebruikelijke wijze te blanketten, en om het blanketsel er ten slotte weer af te wasschen, voor zij naar huis gaan [166]. Het is zeker, dat in Engeland een groot deel der ouders, die tot den werkmansstand behooren en zelfs tot de lagere middelklasse, onbekend zijn met den aard van het leven, dat hun eigen dochters leiden. We moeten hieraan ook toevoegen, dat de ouders voor dit gedrag van de dochter nu en dan de oogen sluiten of het zelfs aanmoedigen; zoo schrijft een correspondent, dat hij "steden in Engeland kent, waar de prostitutie niet beschouwd wordt als iets schandelijks, en dat hij zich vele gevallen kan herinneren, waarin het huis van de moeder door de dochter gebruikt wordt met goedvinden van de moeder".
Acton zegt in een goed boek over de prostitutie in Londen, geschreven in het midden van de laatste eeuw, dat de prostitutie "een overgangsstadium is, waar een onnoemelijk groot aantal Engelsche vrouwen in verkeert" [167]. Deze bewering werd toen met nadruk bestreden door vele ernstige moralisten, die weigerden toe te geven, dat het voor een vrouw, die in zoo'n diepe put van vernedering gevallen was, mogelijk was om er ooit weer fatsoenlijk en wel uit te komen. Toch is het zeker waar wat een groote proportie vrouwen betreft, niet alleen in Engeland, maar ook in andere landen. Zoo zegt Parent-Duchâtelet, de grootste autoriteit over de Fransche prostitutie, dat "prostitutie voor het meerendeel alleen maar een overgangsstadium is; gewoonlijk wordt het al in het eerste jaar verlaten; er zijn maar zeer weinige prostituées, die prostituée blijven tot haar dood". Het is echter moeilijk zich precies te vergewissen in hoeverre dat waar is; er zijn geen feiten, die zouden kunnen dienen als een juiste basis voor nauwkeurige taxatie [168], en het is niet mogelijk te verwachten, dat fatsoenlijk getrouwde vrouwen zouden toegeven, dat zij ooit "op de straat" geweest zijn; zij zouden het misschien niet eens zich zelf altijd willen bekennen.
Het volgende geval, dat wel is waar geboekt is meer dan twintig jaar geleden, is tamelijk typisch voor een bepaalde klasse onder de lagere rangen van de prostituées, waarbij de economische factor een groote rol speelt, maar waarin we niet te haastig moeten aannemen, dat hij de eenige factor is.
Weduwe, dertig jaar oud, met twee kinderen. Werkt in een parapluiefabriek in het East-End van Londen, verdient achttien shilling per week met hard werken, en vermeerdert haar inkomen door nu en dan 's avonds de straat op te gaan. Zij komt meestal in een rustige straat, die dicht bij een groot stedelijk eindstation ligt. Zij is een vrouw met een aangenaam, bijna waardig voorkomen, rustig gekleed op een wijze, die alleen de aandacht trekt doordat de rokken tamelijk kort zijn. Als ze aangesproken wordt, zal ze misschien antwoorden, dat ze wacht "op een vriendin", op geaffecteerde wijze over het weer spreken, en langs haar neus weg haar aanbod doen. Zij zal een man naar een van de stille winkelstraten in de buurt brengen, of ze zal hem met zich mee naar huis nemen. Zij neemt iedere som aan, die de man kan of wil geven; soms is het een sovereign, soms is het sixpence; gemiddeld verdient zij een paar shilling per avond. Zij had nog maar tien maanden in Londen gewoond; vroeger woonde ze in Newcastle. Zij ging daar de straat niet op; "omstandigheden veranderen een mensch", merkt zij zeer verstandig op. Hoewel ze niet gunstig over de politie spreekt, zegt zij, dat ze zich niet met haar bemoeit, zooals met sommige van de meisjes. Zij geeft de politieagenten nooit geld; toch zinspeelt ze er op, dat het soms noodig is hun wenschen te bevredigen, om met hen op goeden voet te blijven.
Men moet altijd in gedachten houden, want het wordt soms door de socialisten en maatschappelijke hervormers vergeten, dat, terwijl de druk van de armoede een bepaalden invloed uitoefent op de prostitutie, in zooverre, dat hij de gelederen doet toenemen van de vrouwen, die door ontucht in haar levensonderhoud trachten te voorzien, zoodat de armoede wel degelijk kan beschouwd worden als een factor van de prostitutie, toch nooit eenige praktisch mogelijke verhooging van het arbeidsloon direct en alleen tot afschaffing der prostitutie zou kunnen leiden. De Molinari, een economisch-theoreticus merkt op, dat "de prostitutie een industrie" is, en dat, als andere concurreerende bedrijven vrouwen voldoende hooge loonen kunnen bieden, zij niet zoo dikwijls aangetrokken zullen worden door de prostitutie; hij gaat voort met er op te wijzen, dat hiermee de kwestie in het geheel niet opgelost is. "Evenals iedere andere industrie wordt de prostitutie beheerscht door den eisch van de behoefte, waaraan ze beantwoordt. Zoolang die behoefte en die eisch blijven bestaan, zullen zij een aanbod uitlokken. Het is de behoefte en de eisch, waarop we moeten werken, en misschien zal de wetenschap ons de middelen verschaffen dat te doen" [169]. Op welke wijze Molinari verwacht, dat de wetenschap de vraag naar prostituées verminderen zal, is niet duidelijk uitgedrukt.
Niet alleen moeten we toegeven, dat geen praktisch uitvoerbare verhooging van de loonen, aan vrouwen in gewone industrieën betaald met mogelijkheid kan wedijveren met de loonen, die tamelijk aantrekkelijke vrouwen van zeer gewone bekwaamheid met de prostitutie verdienen [170], maar wij moeten ook bedenken, dat een toename in den algemeenen welstand--die alleen een verhooging van de loonen van vrouwen gezond en normaal kan maken--een verhooging in de loonen van de prostitutie met zich brengt, en een toename in het aantal prostituées. Zoodat, als goede loonen moeten dienen om de prostitutie tegen te gaan, wij alleen kunnen zeggen, dat men met de eene hand meer terug neemt dan men met de andere geeft. Dit is zoo duidelijk, dat Després in een nauwkeurige moreele en demographische studie over de verdeeling van de prostitutie in Frankrijk tot de conclusie komt, dat wij de oude leer, dat "armoede prostitutie veroorzaakt" moeten omkeeren, daar prostitutie regelmatig toeneemt met weelde [171], en dat, naar mate een departement in weelde en voorspoed toeneemt, ook het aantal zoowel van ingeschreven als van vrije prostituées in dat departement vermeerdert. Hier schuilt echter een fout, want, terwijl het waar is, dat, zooals Després beweert, weelde naar prostitutie vraagt, zoo is het ook waar, dat een rijke gemeenschap de uitersten van armoede zoowel als van rijkdom in zich sluit, en dat het onder de armere elementen is, dat de prostitutie haar nieuwelingen vindt. De oude bewering "armoede veroorzaakt prostitutie" is nog geldig, maar ze is gecompliceerd geworden en veranderd door de samengestelde verhoudingen van de beschaving. Bonger heeft, in zijn knappe discussie over de economische zijde van de kwestie, zich den breeden en diepen grondslag van de prostitutie voor oogen gesteld, waar hij tot de conclusie komt, dat ze "aan den eenen kant de onvermijdelijke aanvulling is van de bestaande wettige monogamie, en aan den anderen kant het resultaat van de physieke en psychische ellende, waarin de vrouwen van het volk leven, en ook het gevolg van de ondergeschikte positie van vrouwen in onze hedendaagsche maatschappij" [172]. Een nauwkeurige economische beschouwing van de prostitutie kan ons geenszins tot den wortel van de zaak brengen.
Eén omstandigheid alleen moest al voldoende zijn geweest, om aan te toonen, dat de onbekwaamheid van vele vrouwen, om door arbeidsloon in haar dringendste levensbehoeften te voorzien, in geenen deele de voornaamste oorzaak is van de prostitutie: een groot deel der prostituées komt voort uit de gelederen der dienstmeisjes. Van al de groote groepen van loonarbeidsters zijn de dienstboden het meest vrij van economische zorgen; zij betalen niet voor voedsel en voor woning; dikwijls hebben zij het even goed als haar meesteressen, en in een groot aantal gevallen hebben zij minder geldzorgen dan deze. Bovendien voorzien zij in een bijna algemeene behoefte, zoodat er nooit zelfs voor maar zeer middelmatig bekwame dienstboden eenige nood is, dat ze zonder werk zullen zijn. Nu is het wel waar, dat zij een zeer groot lichaam vormen, dat natuurlijk een bepaald contingent nieuwelingen aan de prostitutie moest leveren. Maar als wij zien, dat huiselijke dienst het voornaamste reservoir is, waaruit de prostitutie vloeit, dan moet het wel duidelijk zijn, dat het verlangen naar voedsel en onderdak geenszins de voornaamste oorzaak is voor de prostitutie.
We kunnen hieraan toevoegen, dat, hoewel de beteekenis van dit overheerschend veel voorkomen van dienstmeisjes onder prostituées zelden erkend wordt door hen, die meenen, dat wegnemen van de armoede tevens is afschaffen van de prostitutie, het niet buiten beschouwing gelaten is door de meer nadenkende onderzoekers van maatschappelijke vraagstukken. Zoo wijst Sherwell er terecht op, dat tot zekere hoogte "de moraal op en neer gaat met den handel", en hij voegt er bij, dat het, tegenover het belang van den economischen factor, een feit is, dat zeer tot nadenken stemt en op iedere wijze indruk maakt, dat de meerderheid der meisjes, die het West-End van Londen bezoeken (88 percent, volgens de boeken van het Leger des Heils) voortkomt uit den huiselijken dienst, waar de economische strijd niet ernstig gevoeld wordt (Arthur Sherwell, Life in West London, hoofdst. V, "Prostitution").