De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 33
Wanneer we van Ninon de Lenclos hooren in verband met geld, dan is het niet, dat ze een gift ontvangt, maar alleen, dat ze een oude schuld terugbetaalt aan een vroegeren minnaar, of een groote som teruggeeft, die bij haar onder haar veilige hoede achter gelaten was, terwijl de eigenaar in ballingschap verkeerde. Zulke voorvallen wijzen allerminst op de prostituée van welke eeuw ook, zij wijzen eer op verhoudingen, die zouden kunnen bestaan tusschen vrienden. Het karakter van Ninon de Lenclos was in vele opzichten verre van volmaakt, maar zij vereenigde vele mannelijke deugden, en vooral eerlijkheid, met een temperament dat over het geheel zeker vrouwelijk genoemd mag worden; zij had een afkeer van huichelarij, en zij werd nooit beïnvloed door geldelijke overwegingen. Zij was bovendien nooit roekeloos, maar behield altijd een zekere zelfbeperking en matigheid, zelfs bij eten en drinken, en gebruikte, naar ons verteld wordt, nooit wijn. Zij was, zooals Sainte-Beuve opgemerkt heeft, de eerste, die zich duidelijk voor oogen heeft gesteld, dat er dezelfde deugden moeten zijn voor mannen en voor vrouwen, en dat het dwaas is alle vrouwelijke deugden tot éene terug te brengen. "Onze sekse is belast met alle beuzelachtigheden", schreef zij, "en de mannen hebben voor zichzelf alle eigenschappen bewaard, die er op aan komen: Ik heb van mezelf een man gemaakt". Zij kleedde zich soms als man als ze paard reed (zie b.v. Correspondence Authentique van Ninon de Lenclos, met een goede introductie door Emile Colombey). Bewust of onbewust vertegenwoordigde zij een nieuw vrouwelijk denkbeeld op een tijd, toen--zooals we in veel vergeten romans door vrouwen van dien tijd geschreven zien kunnen--de gezichtskring der vrouwen zich begon uit te breiden. Zij was de eerste en ongetwijfeld in éen opzicht de uiterste vertegenwoordigster van een kleine en uitstekende groep Fransche vrouwen, onder wie George Sand de mooiste persoonlijkheid is.
Zoo is het nutteloos de geschiedenis van de prostitutie te versieren met den naam van Ninon de Lenclos. Een gedemoraliseerde oude prostituée zou nooit, zooals Ninon, aan het einde van haar lange leven, in staat geweest zijn de liefde en de achting van vele van de beste mannen en vrouwen van haar tijd te behouden of te verwerven; zelfs aan den gestrengen Saint-Simon scheen het toe, dat er in haar kleine hof een decorum heerschte, dat de grootste prinsessen niet bereiken kunnen. Zij was niet een prostituée, maar een vrouw van een persoonlijkheid met een eigen karakter, zelfs niet zonder eenige genialiteit. Dat zij niet na te volgen was, behoeven we misschien niet zeer te betreuren. Op het laatst van haar leven, in 1699, schreef haar oude vriend en vroegere minnaar Saint-Evremond, met maar een klein beetje overdrijving, dat er weinig prinsessen en weinig heiligen waren, die niet hun hof of hun klooster zouden verlaten om met haar van plaats te verwisselen. "Als ik van tevoren geweten had, wat mijn leven zou zijn, dan had ik mij opgehangen", was haar dikwijls aangehaalde antwoord. Het is inderdaad een op zich zelf staand gezegde, misschien niet meer dan de uitdrukking van een stemming van het oogenblik; men kan er wel te veel notitie van nemen. Meer waarlijk karakteristiek is het mooie gezegde, waarin haar Epicurische philosofie naar Nietzsche overhelt; "La joie de l'esprit en marque la force".
Het vrijmoedig goedkeuren van de prostitutie door de geestelijke of zelfs door de wereldlijke macht is, sinds de Renaissance, meer en meer een uitzondering geworden. Het tegenovergestelde uiterste, te trachten de prostitutie uit te roeien, is ook in de praktijk volkomen verlaten. Er zijn inderdaad sporadische pogingen gedaan de prostitutie met krachtige hand neer te drukken, zelfs in zeer moderne tijden. Het wordt nu echter erkend, dat in zulk een geval het geneesmiddel erger is dan de kwaal.
In 1860 gevoelde een burgemeester van Portsmouth het als zijn plicht te trachten de prostitutie te onderdrukken. "In den eersten tijd van zijn burgemeesterschap", zegt een door de "Select committee" voor de wet op besmettelijke ziekten gehoorde getuige (p. 393), "werd er een order uitgevaardigd, dat aan iederen bierhuis- en tapperijhouder met vergunning in de gemeente, waarvan men wist, dat hij vrouwen, vrouwen van verdachte zeden herbergde, een proces zou aangedaan worden en dat hij waarschijnlijk zijn concessie zou verliezen. Op een goeden dag werden ongeveer drie of vier honderd van deze ongelukkige schepsels alle tegelijk de straat op gedreven, en zij stelden zich op in een groote troep, vele van haar met alleen een hemd aan en een rok; met een menigte dronken mannen en jongens met een fluit en een viool achter zich aan trokken ze verscheiden dagen door de straten. Zij marcheerden alle naar het werkhuis, maar om vele redenen werden ze niet toegelaten... Deze vrouwen dwaalden twee of drie dagen lang rond zonder schuilplaats, en men gevoelde, dat het geneesmiddel erger was dan de kwaal; daarom werd de vrouwen toegestaan naar haar vroegere woonplaatsen terug te keeren".
Dergelijke proeven zijn in later tijd in Amerika genomen. "In Pittsburg, in Pennsylvanië werden de bordeelen in 1891 gesloten, de bewoonsters werden op straat gezet en de inwoners van die plaats weigerden haar huisvesting en zelfs voedsel. Een sterke protestbeweging door het geheele land, bij deze beleediging der humaniteit, veroorzaakte een reactie, die leidde tot een toestand, die in het geheel niet beter was dan de vroegere". In hetzelfde jaar kwam ook een dergelijk geval voor in New-York, met dezelfde ongelukkige resultaten (Isidore Dyer, "The Municipal Control of Prostitution in the United States", report presented to the Brussels International Conference in 1899).
In plaats van deze pogingen kwam men er toe de prostitutie te controleeren, ze half officieel te dulden, waardoor de autoriteiten in staat gesteld werden er contrôle over uit te oefenen, en zooveel mogelijk tegen de nadeelen ervan te waken door medisch onderzoek en politietoezicht. Het nieuwe bordeel-systeem verschilde van de oude middeleeuwsche bordeelen in vele opzichten; het omvatte een regelmatig medisch onderzoek en het trachtte iedere concurrentie door prostituées zonder vergunning daarbuiten, te onderdrukken. Bernard Mandeville, de schrijver van de Fable of the Bees, een scherpzinnig denker, was een groot voorstander van dit systeem. In 1724, in zijn Modest Defense of Publick Stews betoogt hij, dat "het aanmoedigen van het openlijk toelaten van de prostitutie niet alleen de meeste van de verkeerde gevolgen van deze ondeugd zal voorkomen, maar zelfs de mate van ontucht in het algemeen verminderen zal en ze zal terugvoeren tot de engste grenzen, waarin ze kan vervat worden". Hij stelde voor vrije prostitutie tegen te gaan door bij akte van het Parlement speciale privileges en vrijheden aan bordeelen te geven. Zijn plan omvatte het oprichten van honderd bordeelen in een speciaal stadsgedeelte, waar twee duizend prostituées en honderd flinke en ervaren matrones met dokters en chirurgijns zouden kunnen wonen, zoowel als een commissie om het geheel te overzien. Mandeville werd echter beschouwd als een cynicus of erger, en van zijn plan werd geen nota genomen of het werd met minachting behandeld. Het was overgelaten aan het genie van Napoleon om tachtig jaar later, het systeem van de "maisons de tolérance" in te stellen, dat tijdens het grootste deel van de vorige eeuw voor de vorming van de verhoudingen der prostitutie in Europa zulk een groote beteekenis gehad heeft, en nog heden in zijn overblijfsels aanleiding geeft tot groote meeningsverschillen.
Over het geheel kunnen we echter zeggen, dat het systeem van inschrijven, onderzoeken en controleeren van prostituées nu tot het verleden behoort. Veel strijd is er over deze kwestie gevoerd; van het meeste belang is de strijd, die in Engeland jarenlang over de wet op de besmettelijke ziekten (Contagious Diseases Acts) gevoerd is en die men vinden kan in het 600 bladzijden groote bericht van een speciaal comité voor deze wet, dat in 1882 uitkwam. De meerderheid van de leden van dit comité was vóor het aannemen van de wet, die desniettegenstaande in 1886 verworpen werd; sinds dien tijd is er geen ernstige poging gedaan haar weer aan te nemen.
Tegenwoordig vindt het oude systeem, hoewel het nog in veel landen blijft bestaan met de trage onbehouwenheid van eens ingestelde stichtingen, geen algemeene goedkeuring meer. Zooals Paul en Victor Margueritte naar waarheid gezegd hebben, in een scherp onderzoek naar de verschijnselen van door den staat gecontroleerde prostitutie zooals zij die in Parijs vonden, is het systeem "om te beginnen barbaarsch en bovendien bijna zonder uitwerking". De deskundige wijst iederen dag duidelijker op het gebrek aan uitwerking, dat het heeft, terwijl de psycholoog en de socioloog steeds meer overtuigd worden, dat het barbaarsch is.
Het kan echter in het geheel niet gezegd worden, dat er eenige overeenstemming tusschen de autoriteiten op dit gebied verkregen is. Het is klaarblijkelijk zoo dringend noodig een dam op te stellen tegen den vloed van ziekte en ellende, die direct voortkomt uit het verspreiden van syphilis en gonorrhea, en indirect uit de prostitutie, die de voornaamste verspreidster van deze ziekten is, dat we ons niet kunnen verwonderen, dat menigeen begeerig grijpt naar ieder systeem, dat een vermindering van het kwaad schijnt te beloven. Tegenwoordig echter hebben zij, die het best bekend zijn met de werking van het contrôle-systeem, zich ten duidelijkste voor oogen gesteld, dat de veronderstelde vermindering voor het grootste gedeelte denkbeeldig is [153], en dat ze in ieder geval verkregen wordt ten koste van het kunstmatig produceeren van andere verkeerdheden.
In Frankrijk, waar het systeem van inschrijven en van contrôle op de prostituées langer dan een eeuw bestaat [154], en waar dus de gevolgen ervan, als die er zijn, duidelijk merkbaar moeten wezen, ondervindt het bijna hartstochtelijke tegenkanting van bekwame mannen van iedere klasse der gemeenschap. In Duitschland is de tegenstand tegen geregelde contrôle langen tijd door wel-toegeruste deskundigen gevoerd, met Blaschko uit Berlijn aan het hoofd. Ook in Amerika wordt dit systeem verworpen. Gottheil uit New-York vindt, dat contrôle van gemeentewege op de prostitutie "geen succes heeft en ook niet wenschelijk is". Heidingsfeld komt tot het besluit, dat het systeem van regeling en contrôle, dat in Cincinnati in zwang is, weinig goed en veel kwaad gedaan heeft; onder dit stelsel zijn onder de particuliere patienten in zijn eigen kliniek gevallen van syphilis en gonorrhea gemiddeld beide toegenomen; "onderdrukken van de prostitutie is onmogelijk en contrôle is onpraktisch" [155].
In Duitschland worden de pogingen tot regeling der prostitutie het strengst vastgehouden, met gevolgen, die in Duitschland zelf als ongelukkig worden beschouwd. Zoo straft de Duitsche wet met een geldboete de hoofden van gezinnen, die onwettigen sexueelen omgang in hun huis toelaten. Dit is bedoeld om de prostituée zonder vergunning te treffen, maar inderdaad moedigt het de prostitutie aan, want een paar fatsoenlijke jonge menschen, dat besluit een verhouding aan te gaan, die zich later tot een huwelijk ontwikkelen kan, en die niet onwettig is (want buitenechtelijke sexueele omgang per se is niet in Duitschland, zooals in de verouderde wetten van verschillende Amerikaansche staten, een strafbare misdaad) wordt door de achterdochtige politie aan zooveel last en ergernis onderworpen, dat het voor het meisje veel gemakkelijker is prostituée te worden en zich onder de bescherming der politie te plaatsen. De wet was hoofdzakelijk gericht tegen hen, die prostituées uitbuiten. Maar in de praktijk werkt ze anders. De prostituée moet buitensporig hooge huren betalen, zoodat haar huisheer feitelijk leeft van de opbrengst van haar bedrijf, terwijl zij haar beroep met grootere inspanning en op ruimer schaal moet drijven om haar zware onkosten te dekken (P. Hausmeister, "Zur Analyse der Prostitution", Geschlecht und Gesellschaft, deel II, 1907, p. 294).
In Italië zijn de meeningen over deze zaak zeer verdeeld. Het regelen van de prostitutie is achtereenvolgens aangenomen, afgeschaft en weer aangenomen. In Zwitserland, het land van regeeringsproeven, zijn in verschillende kantons verschillende stelsels toegepast. In sommige wordt geen enkele poging gedaan zich met de prostitutie te bemoeien, behalve onder speciale omstandigheden; in andere is alle prostitutie, en zelfs ontucht in het algemeen, strafbaar; in Genève mogen alleen prostituées, die er geboren zijn, haar bedrijf uitoefenen; in Zürich is sinds 1897 de prostitutie verboden, maar er wordt voor gezorgd, dat er geen moeilijkheden in den weg gelegd worden aan de vrije sexueele verhoudingen, die niet om winst begonnen zijn. Met deze verschillende regelingen staat, naar men zegt, de moraal in Zwitserland over het algemeen tamelijk wel op hetzelfde niveau als elders (Moreau-Christophe, Du Problème de la Misère, deel III, p. 259). Dezelfde conclusie geldt voor Londen. Een onpartijdig waarnemer, Félix Remo (La Vie Galante en Angleterre, 1888. p. 237) kwam tot de conclusie, dat, niettegenstaande Londen's vrije handel, het vrije bestaansbedrijf van de prostitutie, de excessen op alcoholgebied, de deugden van allerlei soort, "deze stad een van de meest moreele hoofdsteden van Europa is". De emancipatie op dit gebied in de laatste jaren is gebleken uit het afschaffen van het systeem van de regeling op de prostitutie door Denemarken in 1906.
Zelfs de vurigste voorstanders van de regeling van de prostitutie erkennen, dat niet alleen de geest van de beschaving eerder ongunstig dan gunstig is aan het systeem, maar dat in de vele landen, waar het stelsel in stand blijft, de ingeschreven prostituées grond verliezen in den strijd tegen de heimelijke prostitutie. Zelfs in Frankrijk, het klassieke land van van politie-wege gecontroleerde prostituées, zijn de "maisons de tolérance" sinds langen tijd gestadig in aantal afgenomen, in het geheel niet omdat de prostitutie afneemt, maar omdat volks brasseries en kleine café-chantants, die gewoonlijk bordeelen zonder vergunning zijn, de plaats ervan innemen [156].
De regeling op grooten schaal van de prostitutie in beschaafde centra wordt tegenwoordig inderdaad nog slechts door weinigen aangeraden, alleen nog door eenige voorstanders van de nieuwere school. Op zijn hoogst wordt ze op bepaalde plaatsen onder speciale omstandigheden wenschelijk geacht [157]. Zelfs zij, die nog gaarne de prostitutie volkomen onder contrôle van de politie zouden willen hebben, erkennen nu, dat de ondervinding aantoont, dat dit onmogelijk is. Daar vele meisjes haar loopbaan zeer vroeg beginnen, zou een gezond systeem van regeling er geen bezwaar in moeten zien als vaste prostituées in te schrijven zelfs meisjes, die nog weinig meer dan kinderen zijn. Dat is echter een logische conclusie, waartegen de moreele zin en zelfs het gezonde verstand van een gemeenschap zich instinctief verzet. In Parijs mogen meisjes niet ingeschreven worden als prostituée voor zij den leeftijd van zestien bereikt hebben en sommigen vinden dien leeftijd zelfs te laag [158]. Bovendien kan de ingeschreven vrouw, als zij ziek wordt, of haar positie moede is, altijd uit de handen van de politie weg glippen en zich ergens anders vestigen als clandestiene prostituée. Iedere starre poging om de prostitutie in handen der politie te houden leidt tot hinderlijke bemoeiing met de daden en de vrijheid van respectabele vrouwen, die zeker ondragelijk moeten zijn in iedere vrije gemeenschap. Zelfs in een stad als Londen, waar de prostitutie betrekkelijk vrij is, heeft het politietoezicht aanleiding gegeven tot lasterlijke aanklachten van politieambtenaren tegen vrouwen, die niets hoegenaamd gedaan hebben, dat een verdenking tegen haar zou kunnen rechtvaardigen. Het ontsnappen van de geïnfecteerde vrouw aan het politietoezicht heeft, dat is duidelijk, de uitwerking, dat het gezondheidsniveau van ingeschreven vrouwen schijnbaar verhoogd wordt, en de statistieken van de politie geven nog verder op misleidende wijze een te mooi beeld door het feit, dat de bewoonsters van bordeelen gemiddeld ouder zijn dan clandestiene prostituées en tegen ziekte immuun zijn geworden [159]. Deze feiten beginnen nu tamelijk wel bekend en erkend te worden. De staatsregeling op de prostitutie is niet gewenscht, op moreele gronden om de reden, waarop dikwijls de nadruk is gelegd, dat ze alleen toegepast wordt op éen sekse, en op praktische gronden, omdat ze geen uitwerking heeft. De maatschappij vergunt de politie de prostituée te hinderen met kleine plagerijen wegens "aanhalen", "onbetamelijk gedrag", enz., maar ze is er niet langer van overtuigd, dat zij onder absolute contrôle van de politie behoort te staan.
Het probleem van de prostitutie schijnt, als we het nauwkeurig bezien, nu nog in dezelfde positie te zijn, waarin het te allen tijde in den loop van de laatste drie duizend jaren geweest is. Om echter de werkelijke beteekenis van de prostitutie te begrijpen, en tot een rationeele houding tegenover haar te komen, moeten we ze van een ruimer standpunt beschouwen; we moeten niet alleen de evolutie en de geschiedenis ervan bestudeeren, maar evenzeer de oorzaken, de verhoudingen en de verdere sociologische perspectieven ervan. Als wij op die wijze het probleem van een ruimer standpunt beschouwen, dan zullen we zien, dat er geen verschil bestaat tusschen de eischen van ethische en die van maatschappelijke hygiëne, en dat de werkzaamheid van beide gelijkelijk besloten ligt in de progressieve verfijning en zuivering van beschaafde sexueele verhoudingen.
III. DE OORZAKEN VAN DE PROSTITUTIE.
De geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van de prostitutie stelt ons in staat te zien, dat de prostitutie niet een toevallig bijkomstig iets is van ons huwelijks-systeem, maar dat het een essentieel bestanddeel is, dat tegelijk met de andere bestanddeelen ervan voor den dag komt. De geleidelijke ontwikkeling van de familie op patriarchale en grootelijks monogame basis, maakte het hoe langer hoe moeilijker voor een vrouw over haar eigen persoon te beschikken. Zij behoorde in de eerste plaats aan haar vader, wiens belang het was haar zorgvuldig te bewaken, totdat er een echtgenoot zou komen, die rijk genoeg was om haar te koopen. In de verhooging van haar waarde ontwikkelde zich geleidelijk het nieuwe denkbeeld van de marktwaarde der maagdelijkheid, en waar een "maagd" vroeger beteekend had een vrouw, die vrij was met haar eigen lichaam te doen wat zij wilde, werd de beteekenis ervan nu veranderd en begon het te beteekenen een vrouw, die van den omgang met mannen uitgesloten was. Als zij van haar vader overgedragen werd aan een echtgenoot, dan werd ze nog met dezelfde zorg bewaakt; echtgenoot en vader hadden er gelijkelijk belang bij hun vrouwen te beschermen tegen ongehuwde mannen. De toestand, die zoo ontstond, leidde tot het bestaan van een groote groep jonge mannen, die nog niet rijk genoeg waren om vrouwen te verkrijgen en een groote groep jonge vrouwen, die nog niet tot vrouw gekozen waren, en waarvan velen niet konden verwachten ooit te zullen huwen. Op zulk een punt van de evolutie is de prostitutie klaarblijkelijk onvermijdelijk; ze is niet zoozeer de onontbeerlijke aanvulling van het huwelijk, als wel een essentieel deel van het geheele systeem. Sommige van de overtollige of verwaarloosde vrouwen vinden, terwijl zij haar geldswaarde realiseeren en misschien meteen tradities doen herleven van een vroegere vrijheid, een maatschappelijken werkkring, door haar gunsten te verkoopen om de tijdelijke begeerten te voldoen van de mannen, die nog geen vrouw hebben kunnen krijgen. Zoo is iedere schakel in den keten van het huwelijkssysteem vast aaneengesnoerd en een cirkel gevormd.
Maar terwijl de geschiedenis van de opkomst en de ontwikkeling der prostitutie ons doet zien welk een onverwoestbaar en essentieel element de prostitutie is van het huwelijks-systeem, dat sinds lang in Europa bestaan heeft--onder verschillende toestanden van ras, staatkunde, maatschappij en godsdienst--verschaft het ons toch niet in ieder opzicht de feiten, die noodig zijn om tegenwoordig tot een bepaalde houding jegens de prostitutie te komen. Om de plaats van de prostitutie in ons bestaand systeem te begrijpen, is het noodig, dat we de voornaamste factoren van de prostitutie analyseeren. We kunnen die het gemakkelijkst leeren begrijpen, als we de prostitutie, naar volgorde, van vier gezichtspunten bekijken. Deze zijn: (1) economische noodzakelijkheid; (2) biologische predispositie; (3) moreele voordeelen; en (4) wat genoemd kan worden de waarde ervan voor de beschaving.
Terwijl deze vier factoren van de prostitutie mij degene toeschijnen, die ons hier voornamelijk aangaan, is het nauwelijks noodig er op te wijzen, dat vele andere oorzaken samenwerken om prostitutie te veroorzaken en te wijzigen. Prostituées zelf trachten dikwijls andere meisjes er toe te brengen dezelfde paden in te slaan; er moeten nieuwelingen gevonden worden voor bordeelen, waardoor we "den handel in blanke slavinnen" krijgen, die nu in vele deelen van de wereld krachtdadig bestreden wordt; terwijl al de vormen om meisjes tot dit leven te verleiden begunstigd worden door alcoholisme, dat dikwijls de prostitutie als het ware voorbereidt. Gewoonlijk zal men vinden, dat verscheidene oorzaken samengewerkt hebben om het meisje op den weg der prostitutie te voeren.