De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 30
De beschouwing van de orgie, mogen we zeggen, heft ons uit de enkel sexueele sfeer op naar een hooger en ruimer gebied, dat tot den godsdienst behoort. Het Grieksche woord orgeia had oorspronkelijk betrekking op het uitoefenen van riten tot godsdienstige doeleinden, hoewel later, toen de dansen van de bacchanaliën en dergelijke hun heilig en inspireerend karakter verloren, het denkbeeld, dat zulke dingen immoreel waren, door het Christendom gevoed werd [104]. Toch was het Christendom zelf in zijn oorsprong een orgie van de hoogere geestelijke werkzaamheden, die vrij waren gemaakt van de onsympathieke slavernij der klassieke beschaving, een groot feest van de armen en de nederigen, de slaven en de zondaars. En toen met de noodzakelijkheid van ordelijke maatschappelijke organisatie het Christendom opgehouden had dit te zijn, erkende het nog, evenals het heidendom dit gedaan had, de behoefte aan een orgie nu en dan. Het blijkt dat er in 743, op een synode gehouden in Henegouwen, gewezen werd op de Februari-uitspatting (de Spurcalibus in februario) als een heidensche gewoonte; toch was het juist dit heidensche feest, dat in de door de Christelijke Kerk erkende gewoonten overging als de voornaamste orgie van het kerkjaar, het groote karnaval, dat voorafging aan de lange vasten voor Paschen. De viering van den Vastenavond-Dinsdag en den voorafgaanden Zondag vormden een Christelijk bacchanaal, waaraan alle klassen deelnamen. De grootste vrijheid van beweging werd aangemoedigd; "sommigen loopen zonder eenige schaamte naakt, anderen kruipen op handen en voeten, sommigen op stelten, weer anderen bootsen dieren na" [105]. Mettertijd verloor het karnaval zijn sterkst kenmerkende trekken als bacchanaal, maar het behoudt nog zijn meest essentieele karakter als een geoorloofde tijdelijke verslapping van den druk van beperkingen en conventies, door de gewoonte opgelegd. Het middeleeuwsche losbandigheidsfeest--een brassend doorgebrachte nieuwjaarsnacht--dat van de 12de eeuw af, vooral in Frankrijk, gewoonte werd--vertoonde een duidelijk beeld van een Christelijke orgie in zijn meest uitgelaten vorm, want hier werden de heiligste kerkelijke ceremonies phantastisch geparodieerd. De kerk erkende, volgens Nietzsche, zooals alle wijze wetgevers, dat, waar groote impulsen en gewoonten moeten aangekweekt worden, er schrikkeldagen dienden ingeschoven, waarop deze impulsen en gewoonten opzij gezet kunnen worden om er zoo opnieuw naar te leeren hongeren [106]. De geestelijkheid nam in deze volksfeesten de leiding, want voor de menschen van dien tijd, zooals Méray opmerkte, "bood de tempel bevrediging voor de menschelijke behoeften in al hun schakeeringen; zij vonden hier onderricht in hun plichten, troost voor al hun smarten, bevrediging voor alle vreugden. De heilige feesten van het middeleeuwsch Christendom waren niet een overblijfsel uit den Romeinschen tijd; zij kwamen voort uit het hart der Christelijke maatschappij" [107]. Maar, geeft Méray toe, alle groote en krachtige volken van het Oosten en het Westen hebben het noodig geacht soms met hun heilige dingen te spelen.
Onder de Grieken en Romeinen is deze behoefte overal zichtbaar, niet alleen in hun tooneel en hun literatuur over het algemeen, maar in het dagelijksch leven. Zooals Nietzsche naar waarheid opmerkt (in zijn Geburt der Tragödie) erkenden de Grieken alle natuurlijke impulsen, zelfs die, welke schijnbaar onwaardig zijn, en verhinderden ze kwaad uit te richten door er kanalen voor te openen, waarin, op speciale dagen en bij speciale godsdienstige plechtigheden, het te veel aan energie kon afgevoerd worden zonder nadeel te berokkenen. Plutarchus, de laatste en meest invloedrijke van de Grieksche moralisten zegt terecht, als hij feesten bepleit (in zijn verhandeling "On the Training of Children"), dat wij "zelfs bij bogen en harpen de snaren los maken, om ze weer opnieuw te kunnen spannen". Seneca, misschien de invloedrijkste van de Romeinsche, zoo niet van de Europeesche moralisten, raadde zelfs dronkenschap nu en dan aan. "Soms", schreef hij in zijn de Tranquillitate, "moesten we zelfs komen tot den toestand van bedwelming, niet om ons in den wijn te verdrinken, maar om er diep in onder te duiken. Want hij vaagt zorgen weg en heft onzen geest op uit de diepste diepten. De uitvinder van den wijn wordt Liber genoemd, omdat hij de ziel van de dienstbaarheid der zorgen bevrijdt, ze verlost uit de slavernij, ze aanvuurt, en ze sterker maakt voor alle ondernemingen". De Romeinen waren een strenger en ernstiger volk dan de Grieken, maar juist om die reden erkenden zij de noodzakelijkheid, nu en dan aan hun moreele krachten den vrijen loop te laten, om hun veerkracht te behouden, en moedigden zij het houden van feesten aan, die door veel meer vrijheid waren gekenmerkt dan die van de Grieken. Toen deze feesten hun moreele sanctie begonnen te verliezen en in verval geraakten, was de achteruitgang van Rome begonnen.
Over de geheele wereld, de meest primitieve natuurvolken niet uitgesloten--want zelfs het leven der natuurvolken is opgebouwd op systematische beperkingen, die soms behoefte hebben aan ontspanning--wordt het principe van de orgie erkend en aangenomen. Zoo beschrijven Spencer en Gillen [108] de Nathagura of vuurceremonie van den stam der Warramunga in Centraal-Australië, een feest, waaraan door beide seksen wordt deelgenomen, waarbij al de gewone regels van het maatschappelijk leven verbroken worden, een soort van Saturnalia, waarbij er echter geen sexueele vrijheid is, want sexueele vrijheid is, we behoeven het nauwelijks te zeggen, geen essentieel deel van de orgie, zelfs als de orgie den last der sexueele beperkingen verlicht. In een geheel ander deel van de wereld, in Britsch Columbië, geloofden de Salische Indianen, volgens Hill Tout [109], dat, lang voordat de blanken kwamen, hun voorouders een Sabbath of zevende-dagfeest in acht namen om te dansen en te bidden, waartoe men bijeenkwam bij het opgaan der zon en danste tot den namiddag. De Sabbath of periodiek terugkeerende orgie,--niet een dag van druk en beperking maar een vreugdefeest, een rust van al de plichten van het dagelijksch leven,--heeft, zooals we weten, een hoofdrol gespeeld in vele van de oude geordende beschavingen, waarop de onze opgebouwd is [110]; het is zeer waarschijnlijk, dat de duurzaamheid van deze oude beschavingen nauw verbonden was met hun erkenning van de behoefte aan een Sabbath-orgie. Zulke feesten zijn werkelijk, zooals Crawley opmerkt, processen van reiniging en krachtshernieuwing, pogingen, "den ouden mensch" af te leggen en "den nieuwen mensch" aan te trekken, om met nieuwe energie den weg van het dagelijksch leven weder te betreden [111],
De orgie is een instelling, die haar beteekenis geenszins alleen voor het verleden heeft. Integendeel eischen de hooge druk, de starre routine, de grauwe eentonigheid van het moderne leven dringend oogenblikken van organische verlichting, hoewel de juiste vorm, die die orgiastische verlichting aanneemt, noodzakelijk veranderen moet met andere maatschappelijke veranderingen. Zooals Wilhelm von Humboldt zeide, "evenals de menschen lijden noodig hebben om sterk te worden, zoo hebben zij vreugde noodig om goed te worden". Charles Wagner, die in later tijd (in zijn Jeunesse) aandringt op dezelfde behoefte in ons moderne leven betreurt het, dat het dansen op de oude, vrije, en natuurlijke wijze uit de mode geraakt, of ongezond geworden is. Dansen is inderdaad de meest fundamenteele en primitieve vorm van de orgie, en degene, die het volkomenst en gezondst zijn roeping vervult. Want, terwijl het ongetwijfeld, zooals we onder de dieren zien, een proces is, waardoor sexueele tumescentie veroorzaakt wordt, is het brandpunt ervan geenszins noodzakelijk sexueele detumescentie, maar het kan zelfs een detumesceerende ontlading worden van opgezamelde spanning. Om deze reden was het, dat, ten minste in vroeger dagen, de geestelijkheid in Spanje, op moreele gronden, openlijk den nationalen hartstocht voor het dansen aanmoedigde. Onder beschaafde volken van de nieuwere tijden, begint de orgie meer en meer een vorm aan te nemen, die alleen op de hersenen werkt, die minder gezond is, omdat ze niet leidt tot harmonieuze ontlading langs motorische kanalen. In deze betrekkelijk passieve vormen echter, begint de orgie steeds duidelijker naar voren te treden. Het beroemde gezegde van Aristoteles over de functie van de tragedie als een "reiniging" schijnt een erkenning te zijn van de weldadige gevolgen van de orgie [112]. Wagner's muziekdrama's beroepen zich machtig op deze behoefte; het tooneel, nu evenals altijd, vervult een groot werk van dezelfde soort, geërfd uit de oude dagen, toen het de geordende uitdrukking was van een sexueel feest [113]. Het tooneel begint inderdaad, in den tegenwoordigen tijd meer en meer van belang te worden en te naderen tot de meer ernstige dramatische opvoeringen uit de klassieke dagen, doordat het verplaatst is naar het daglicht en naar de open lucht. Voornamelijk Frankrijk heeft het initiatief genomen tot deze opvoeringen, die een zekere analogie vertoonen met de Dionysische feesten van de oudheid en de mysterie- en moraliteitsspelen van de middeleeuwen. De beweging begon eenige jaren geleden in Oranje. In 1907 waren er in Frankrijk al dertig openluchttooneelen ("Théâtres de la Nature", "Théâtres du Soleil", enz.), terwijl men voor het eerst sinds den klassieken tijd, in Marseille een openluchttooneel opgericht heeft [114]. In Engeland heeft de belangstelling van de bevolking zich ook verder uitgestrekt naar dramatische opvoeringen, en de kort geleden ingestelde optochten, die uitgevoerd worden en waaraan deelgenomen wordt door de bevolking van de streek, die vertoond wordt in de optocht, zijn feesten van hetzelfde karakter. In Engeland zijn echter tegenwoordig de werkelijk populaire orgiastische feesten de Bank-holidays, waarmee zich nu en dan andere feesten verbinden, zooals de "Maffekings", enz., die dikwijls door betrekkelijk onbeteekenende nationale gebeurtenissen worden te voorschijn geroepen, maar die toch nog voldoende zijn om orgiastische emoties op te wekken, even echt als die van de oudheid, hoewel ze schoonheid en godsdienstige wijding missen. Het is inderdaad gemakkelijk voor enghartige en strenge menschen zulke uitingen aan te zien met een meerderheidslachje, maar in de oogen van den moralist en den philosoof oefenen deze feesten een weldadigen en voorbehoedenden invloed uit. In iederen tijd van saaie en eentonige routine--en alle beschaving sluit zulk een routine in zich--worden vele natuurlijke impulsen en functies onderdrukt; zij vervallen tot uitdroging of perversie. Tegen dit gevaar zijn deze oogenblikken van vreugdevol bijeen zijn en van levensuiting noodig, oogenblikken waarin zij niet noodzakelijk hun volle werkzaamheid bereiken, maar waarin ze in alle gevalle, zooals Cyples het uitdrukt, zich bewust kunnen worden van de groote mogelijkheid van de krachten, die ze in zich dragen [115].
II. DE OORSPRONG EN DE ONTWIKKELING VAN DE PROSTITUTIE
De meer verfijnde vormen van de orgie bloeien in de beschaving, hoewel zij, daar zij voornamelijk de hersenen prikkelen, niet de weldadigste of de meest werkzame zijn. De meer primitieve en musculaire vormen van de orgie hebben, aan den anderen kant, neiging onder den invloed der beschaving in discrediet te geraken en voor zoover mogelijk, geheel onderdrukt te worden. Dit is voor een deel de wijze waarop de beschaving de prostitutie bevordert. Want de orgie in haar primitieve vormen zoekt, als haar verboden wordt zich openlijk te vertoonen, het donker; ze verbindt zich met een fundamenteel instinct, waarvoor de beschaafde maatschappij geen volledige wettige bevrediging biedt; ze verschanst zich midden in het beschaafde leven, en vormt zoodoende een probleem, dat uiterst moeilijk en belangrijk is [116].
Er wordt gewoonlijk gezegd, dat de prostitutie altijd en overal heeft bestaan. Die bewering is in het geheel niet juist. Een soort van amateur-prostitutie wordt nu en dan bij natuurvolken gevonden, maar gewoonlijk is het niet voordat het barbarisme volkomen ontwikkeld is en een zeker stadium van beschaving nadert, dat goed ontwikkelde prostitutie gevonden wordt. Ze bestaat in systematischen vorm in iedere beschaafde maatschappij.
Wat is prostitutie? Er is veel gestreden over de juiste definitie van prostitutie [117]. De Romein Ulpianus zeide, dat een prostituée iemand was, die openlijk haar lichaam geeft aan een aantal mannen zonder keuze, voor geld [118]. Soms is er gezegd, dat een prostituée iemand is, die zich aan vele mannen geeft. Om juist te zijn, moet een definitie echter passen op beide seksen gelijkelijk, en we zouden zeker aarzelen een man, die sexueelen omgang gehad heeft met vele vrouwen, een prostituée te noemen. Het begrip van de koopbaarheid, de bedoeling de gunsten van het lichaam te verkoopen, behoort tot het wezen van het begrip prostitutie. Zoo geeft Guyot de definitie van een prostituée als "een persoon voor wie sexueele verhoudingen ondergeschikt zijn aan winstbejag" [119]. Het is echter niet juist een prostituée te definieeren enkel als een vrouw, die haar lichaam verkoopt. Dat wordt alle dagen gedaan door vrouwen, die trouwen om een huis en een middel van bestaan te krijgen, en toch, hoe immoreel dit gedrag zijn mag van een hoog ethisch standpunt, het zou niet goed zijn en zelfs misverstand veroorzaken, als we het prostitutie noemden [120]. Het is daarom beter een prostituée te definieeren als een vrouw, die tijdelijk haar sexueele gunsten aan verschillende personen verkoopt. Zoo is, volgens Wharton's Law-lexicon een prostituée "een vrouw, die zonder onderscheid met mannen verkeert voor loon"; Bonger zegt, dat "die vrouwen prostituées zijn, die haar lichaam verkoopen voor het uitoefenen van sexueele daden en hiervan een beroep maken" [121]; Richard zegt, dat "een prostituée een vrouw is, die zich openlijk geeft aan den eersten den besten voor een geldelijke belooning" [122]. Daar, ten slotte, het veel voorkomen van de homo-sexualiteit geleid heeft tot het bestaan van mannelijke prostituées, moet de definitie gesteld worden in een vorm, die geen betrekking heeft op sekse, en we kunnen daarom zeggen, dat een geprostitueerde een persoon is, die er een beroep van maakt de lusten van verschillende personen van de tegenovergestelde of van dezelfde sekse te bevredigen.
Het behoort tot het wezen der zaak, dat de daad van prostitutie als een gewoonte uitgevoerd wordt met "verschillende personen". Een vrouw, die haar onderhoud verdient door de maîtres te zijn van een man, wien zij trouw is, is geen prostituée, hoewel zij er dikwijls later een wordt en er vroeger een geweest kan zijn. Het juiste punt, waarop een vrouw een prostituée begint te zijn, is een kwestie van groot belang in landen, waar de prostituées onderworpen zijn aan contrôle. Zoo ontmoette, niet lang geleden in Berlijn, een meisje, dat de maîtres was van een rijken kavalerie-officier en door hem onderhouden werd, tijdens de ziekte van den officier toevallig een man, dien zij vroeger gekend had, en zij noodigde hem eens of twee keer uit haar te bezoeken, terwijl ze geschenken in geld van hem kreeg. Dit kwam op de een of andere wijze ter kennis van de politie, en zij werd gearresteerd en tot een dag gevangenisstraf veroordeeld als een niet ingeschreven prostituée. Bij hooger beroep werd het vonnis echter vernietigd. Liszt zegt in zijn Strafrecht, dat een meisje, dat haar geheele inkomen of een deel van haar inkomen krijgt van "vaste verhoudingen" niet ontucht als bedrijf uitoefent in den zin van de Duitsche wet (Geschlecht und Gesellschaft, Jahrgang 1, Heft 9, p. 345).
Het is niet heel gemakkelijk den oorsprong uit te leggen van de systematische beroeps-prostitutie, met het bestaan waarvan we in de beschaafde maatschappij bekend zijn. De amateur-soort van prostitutie, die soms opgemerkt is onder primitieve volken--dat is het feit, dat een man een vrouw een geschenk mag geven als hij tracht haar te overreden hem toe te staan omgang met haar te hebben--is inderdaad geen prostitutie, zooals wij die kennen. Het geschenk is in zulk een geval alleen maar een deel van een soort van hof maken, dat leidt tot een tijdelijke verhouding. De vrouw behoudt min of meer haar maatschappelijke positie en is niet gedwongen er een beroep van te maken zich te verkoopen, omdat van nu af aan geen andere loopbaan mogelijk voor haar is. Toen Cook in Nieuw-Zeeland kwam, ondervonden zijn mannen, dat de vrouwen niet onoverwinlijk waren, "maar de termen en de wijze van toestemming waren even fatsoenlijk als die in het huwelijk bij ons", en "volgens hun opvattingen was de overeenkomst even onschuldig". De toestemming van de vrienden der vrouw was noodig, en als de voorbereidende maatregelen getroffen waren, was het noodig deze "dame voor den nacht" met "dezelfde égards te behandelen, die hier noodig zijn voor de vrouw, die men voor zijn leven heeft, en de minnaar, die zich eenige vrijheden aanmatigde, waardoor daaraan tekort gedaan werd, kon er van op aan, dat hij werd teleurgesteld" [123]. Men zegt, dat op sommige van de Melaneesische eilanden de vrouwen soms voor een tijd prostituées werden of wegens haar slecht gedrag soms gedwongen werden prostituées te worden; zij werden echter niet bijzonder veracht en als ze op deze wijze een zekere mate van bezit verworven hadden, konden ze een goed huwelijk sluiten, en daarna zou het niet gepast zijn haar te herinneren aan haar vroegere loopbaan [124].
Als de prostitutie het eerst optreedt bij een primitief volk, dan gebeurt het soms, dat er weinig of geen schande aan gehecht wordt, omdat de gemeenschap er nog niet aan gewoon is geraakt, eenige speciale waarde te hechten aan de aanwezigheid van maagdelijkheid. Schurtz haalt uit het werk van een ouden Arabischen aardrijkskundige Al-Bekri eenige belangwekkende opmerkingen aan over de Slaven: "De vrouwen van de Slaven zijn, nadat ze getrouwd zijn, trouw aan haar echtgenooten. Als echter een jong meisje verliefd wordt op een man, dan gaat zij naar hem toe en bevredigt haar hartstocht. En als een man trouwt en hij ontdekt, dat zijn vrouw maagdelijk is, dan zegt hij tot haar: "Als je iets waard was, dan zouden mannen van je gehouden hebben, en je zoudt er een uitgekozen hebben, die je maagdelijkheid had weggenomen". Dan jaagt hij haar weg en ziet van haar af". Het is een soortgelijk gevoelen, dat, bij sommige volken, een meisje er toe brengt trotsch te zijn op de geschenken, die ze vóor haar huwelijk van haar minnaars gekregen heeft en ze te bewaren als een huwelijkgift bij haar huwelijk, daar ze wel weet, dat haar waarde zoo nog meer verhoogd wordt. Zelfs onder de Zuidelijke Slaven van modern Europa, die veel van hun oorspronkelijke sexueele vrijheid bewaard hebben, is deze vrijheid, zooals Krauss, die de manieren en gewoonten van deze volken nauwkeurig bestudeerd heeft, verklaart, in den grond verschillend van misdaad, losbandigheid en onkuischheid [125].
Prostitutie ontstaat, zooals Schurtz heeft aangetoond, in iedere maatschappij, waar het vroege huwelijk moeilijk is en omgang buiten het huwelijk maatschappelijk afgekeurd wordt. "Koopbare vrouwen komen overal voor zoodra de vrije sexueele omgang van jonge menschen onderdrukt wordt, zonder dat de noodzakelijke slechte gevolgen worden tegengegaan door ongewoon vroege huwelijken" [126]. Het onderdrukken van sexueele intimiteiten buiten het huwelijk is een verschijnsel van de beschaving, maar het is op zichzelf geenszins een maatstaf voor het beschavings-niveau en kan daarom al op een vroegen trap optreden. Maar het is van belang op te merken, dat de primitieve en rudimentaire vormen van de prostitutie, als zij voorkomen, alleen tijdelijk zijn, en dikwijls--hoewel niet altijd--de vrouw in de algemeene achting niet verlagen, ja, soms zelfs haar waarde als vrouw verhoogen. De vrouw, die zich voor geld verkoopt zuiver als bedrijf, zonder eenige gedachte aan liefde of hartstocht, en die door haar beroep behoort tot een klasse van paria's, door haar geheele overige sekse streng gemeden, is een verschijnsel, dat zelden ergens anders gevonden wordt dan in een ontwikkelde en beschaafde maatschappij. Het is geheel onjuist van prostituées te spreken als een overblijfsel uit primitieve tijden.
Over het geheel berusten de sexueele verhoudingen onder natuurvolken, hoewel ze soms vrij zijn vóor het huwelijk en bij gelegenheid van speciale feestelijkheden, zelden op promiscuïteit en nog minder op omkoopbaarheid. Als vrouwen van natuurvolken zich tegenwoordig verkoopen, of door haar echtgenooten verkocht worden, dan blijkt gewoonlijk dat we te doen hebben met een besmetting van de Europeesche beschaving.
Er zijn ongetwijfeld vele wijzen, waarop prostitutie als beroep tot ontwikkeling kan komen [127]. Wij kunnen het eens zijn met den algemeenen regel die Schurtz heeft gegeven, dat altijd, als de vrije vereeniging van jonge menschen verhinderd wordt onder omstandigheden, waarin het vroege huwelijk ook moeilijk is, de prostitutie zeker moet ontstaan. Er zijn echter verschillende wijzen, waarop dit principe vorm kan aannemen. Zoover als onze Westersche beschaving betreft--dat is te zeggen, de beschaving, die haar oorsprong heeft aan de Middellandsche Zee--schijnt het wel, dat de oorsprong van de prostitutie hoofdzakelijk gevonden wordt in een godsdienstige gewoonte, en dat de godsdienst, de groote bewaarder van maatschappelijke tradities, in een veranderde gedaante een primitieve vrijheid in stand houdt, die bezig was uit het maatschappelijk leven te verdwijnen [128]. Het typische voorbeeld hiervoor is dat, vermeld door Herodotus, in de vijfde eeuw voor Christus, nl. dat iedere vrouw eens in haar leven in den tempel van Mylitta, de Babylonische Venus, moest komen en zich geven aan den eersten vreemdeling, die een muntstuk in haar schoot wierp, ter vereering van de godin. Het geld kon niet geweigerd worden, hoe klein het bedrag ook was, maar het werd als een offergave gegeven en de vrouw keerde, als ze den man gevolgd was en zoo aan Mylitta geofferd had, naar haar huis terug en leefde daarna steeds kuisch [129]. Zeer daarop gelijkende gewoonten bestonden in andere deelen van West-Azië, in Noord-Afrika, in Cyprus en andere eilanden van de Oostelijke Middenlandsche Zee, en ook in Griekenland, waar de tempel van Aphrodite op de burcht in Corinthe duizend hierodulen bezat, die van tijd tot tijd aan den dienst der godin gewijd waren, zooals Strabo zegt, door hen, die een dankoffer wenschten te geven voor genaden hun bewezen. Pindarus maakt melding van de gastvrije jonge Corinthische tempel-dienaressen, wier gedachten zich dikwijls keeren naar Curania Aphrodite [130], in wier tempel zij wierook brandden; en Athenaeus vermeldt het belang, dat gehecht werd aan de gebeden der Corinthische prostituées bij een of andere nationale ramp [131].