De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 29
Het is gemakkelijker, het opwekken van sexueele impulsen te vermijden dan ze door hygiënische maatregelen tot zwijgen te brengen als ze eens opgewekt zijn. Daarom moeten in de kindsheid en jeugd al deze maatregelen met verstand in acht genomen worden, om iedere voorbarige sexueele opwinding te voorkomen. In een groep van stevige normale kinderen gaan invloeden, die we zouden kunnen verwachten dat ze sexueel zouden werken, ongemerkt voorbij. Aan het andere uiterste is een andere groep kinderen zoo neurotisch en vroegtijdig gevoelig, dat geen voorzorgen hen zullen beschermen tegen zulke invloeden. Maar tusschen deze groepen zijn er andere kinderen, waarschijnlijk verreweg het grootste aantal, die weerstand bieden aan lichte sexueele aansporingen, maar die misschien voor sterker of langduriger invloeden bezwijken, en aan deze kunnen de zorgen van sexueele hygiëne met voordeel besteed worden [99].
Na de puberteit, als de spontane en innerlijke stem der sekse zich ieder oogenblik plotseling kan doen hooren, worden soms alle voorzorgen over boord geworpen, en zelfs de jongeling of het jonge meisje, dat er het meest op uit was de idealen van kuischheid te bewaren, kan dikwijls weinig meer doen dan wachten tot de storm voorbij is. Het komt soms voor dat een lange periode van sexueelen storm en drang spoedig na de puberteit zich voordoet en dan wegsterft, hoewel er weinig of geen sexueele bevrediging geweest is, om gevolgd te worden door een periode van betrekkelijke kalmte. We moeten ons herinneren dat bij vele, misschien wel bij de meeste individuen, mannen en vrouwen, de sexueele begeerte, anders als bij honger of dorst, na een langdurigen strijd teruggebracht kan worden tot een min of meer kalmen staat, die, verre van nadeelig te zijn, zelfs nuttig kan zijn voor de lichamelijke en geestelijke kracht in het algemeen. Dit kan gebeuren hetzij sexueele bevrediging verkregen is of niet. Als er nooit eenige bevrediging van dien aard geweest is, dan is de strijd minder hevig en spoediger voorbij, tenzij het individu van zeer erotisch temperament is. Als er bevrediging geweest is, als de geest vervuld is niet alleen met wenschen, maar met vreugdevolle ondervinding, waaraan het lichaam ook gewend is geraakt, dan is de strijd langer en neemt meer pijnlijk de gedachten in beslag. De verlichting echter, als ze komt, is soms meer volkomen en heeft meer kans verbonden te zijn met een toestand van psychische gezondheid. Want de grondondervindingen van het leven brengen onder normale omstandigheden niet alleen intellectueele gezondheid, maar gemoedsvrede. Een overwinning op de sexueele begeerten, die niet te eeniger tijd een bevrediging van deze begeerten genoten heeft, veroorzaakt zelden resultaten, die zich aanbevelen als rijk en mooi.
In deze worstelingen zijn er echter geen blijvende overwinningen. In het geval van een groot aantal personen kan, hoewel er emotioneele veranderingen kunnen zijn, die afhangen van een menigte omstandigheden, nauwelijks gezegd worden, dat er een overwinning is. Of zij geven altijd toe aan de impulsen, die op hen aanstormen, of zij verzetten zich altijd tegen die impulsen, in het eerste geval met berouw, in het tweede met ontevredenheid. In beide gevallen wordt veel van hun leven, op den tijd dat het leven op zijn krachtigst is, verspild. Bij vrouwen, als zij toevallig sterke hartstochten hebben en roekelooze impulsen tot overgave, kunnen de resultaten zeer ontzenuwend zijn, zoo niet verwoestend voor het algemeene psychische leven. Het is inderdaad aan deze oorzaak, dat sommigen de veel voorkomende middelmatigheid van het werk van vrouwen op artistiek en intellectueel gebied meenen te moeten toeschrijven. Vrouwen van intellectueele kracht zijn dikwijls, zoo al niet gewoonlijk, vrouwen van sterke hartstochten, en als zij weerstand bieden aan de neiging om op te gaan in de plichten van het moederschap, dan worden haar levens dikwijls verspild in gevoels-conflicten en haar zieleleven verarmd [100].
De mate, waarop sexueele abstinentie en de worstelingen, die ze in zich sluit, het individu het geheele leven door kan tegenhouden en in beslag nemen wordt goed duidelijk gemaakt in het volgende geval. Een dame, krachtig, stevig, en over het algemeen gezond, van groote intelligentie en hoog karakter, heeft den middelbaren leeftijd bereikt zonder te trouwen of ooit sexueele verhoudingen te hebben. Zij was een eenig kind, en toen ze tusschen den leeftijd van drie en vier jaar oud was, lichtte een vriendinnetje, die een jaar of zes ouder was, haar in over de gewoonte van met haar sexueele deelen te spelen. Zij was op dezen leeftijd echter geheel zonder sexueele gevoelens, en ze geraakte op natuurlijke wijze van de gewoonte af, zonder eenige kwade gevolgen, toen zij de buurt en de nabijheid van dit meisje verliet, ongeveer een jaar later. Haar gezondheid was goed en zelfs schitterend, en zij ontwikkelde zich krachtig tijdens de puberteit. Op den leeftijd van zestien echter was een geestelijke schok de oorzaak, dat het quantum der menstruatie eenige jaren lang verminderde en tegelijk met deze vermindering trad vanzelf spontaan sexueele opwinding voor het eerst op. Zij beschouwde zulke gevoelens als abnormaal en ongezond, en spande al haar krachten van zelfbeheersching in om ze te weerstaan. Maar kracht van wil had geen macht om de gevoelens te verminderen. Er was voortdurende en gebiedende opwinding, met het gevoel van trilling, spanning, druk, uitzetting en kieteling, misschien vergezeld van eenige congestie in de ovariën, want zij voelde, dat er aan de linkerzijde een netwerk van sexueele zenuwen was, en eenige jaren later werd retroversie van den uterus ontdekt. Zij leidde een werkzaam leven met vele plichten, maar ze kon geen bezigheid verrichten zonder dezen ondergrond van sexueele overgevoeligheid, die voortdurende zelfbeheersching eischte. Dit ging min of meer acuut zoo door vele jaren lang, toen de menstruatie plotseling geheel ophield, lang vóór den gewonen leeftijd van het climacterium. Op denzelfden tijd hield de sexueele opwinding op en werd zij kalm, vredig en gelukkig. Verminderde menstruatie ging samen met sexueele opwinding, maar overvloedige menstruatie en de algeheele afwezigheid ervan gingen beide vergezeld van verlichting van de opwinding. Dit duurde twee jaar. Toen werd zij, voor een lichte anaemie, onderworpen aan een lange en in haar geval onoordeelkundige behandeling met onderhuidsche inspuitingen van strychnine. Van dien tijd af, vijf jaar geleden, tot nu toe, is er voortdurende sexueele opwinding geweest en moet zij altijd op haar hoede zijn, dat ze niet door een sexueelen aanval overweldigd wordt. Haar ellende wordt verergerd doordat haar tradities het haar onmogelijk maken (behalve onder zeer buitengewone omstandigheden) op de oorzaak van haar lijden te zinspelen. "Een vrouw is al van tevoren in het nadeel", schrijft zij. "Zij mag nooit tot iemand over zulk een onderwerp spreken. Zij moet haar tragedie alleen doorleven, glimlachend zooveel zij kan onder den druk van haar verschrikkelijken last". Haar lijden nog vermeerderend, heeft zij zich twee jaren geleden gedrongen gevoeld haar toevlucht te nemen tot masturbatie, en dat heeft ze sedert omstreeks eens in de maand gedaan; dit brengt niet alleen geen werkelijke verlichting, het laat prikkelbaarheid na, slapeloosheid en donkere kringen onder de oogen, en is ook een reden tot berouw voor haar, want zij beschouwt masturbatie als volkomen abnormaal en onnatuurlijk. Zij heeft getracht zich verlichting te verschaffen, niet alleen door de gewone methoden van physieke hygiëne, maar door suggestie, Christian Science, enz., maar alles tevergeefs. "Ik mag zeggen", schrijft zij, "dat het de meest hartstochtelijke wensch van mijn hart is van dezen keten los te komen, opdat ik de verschrikkelijke jarenlange weerstandsspanning kan laten verslappen, en op mijne wijze gelukkig zijn. Als ik deze ellende eens in de maand had, eens in de week, zelfs tweemaal in de week, dan zou het kinderspel zijn ze te boven te komen. Ik zou mijn toevlucht niet willen nemen tot onnatuurlijke middelen, in hoe geringe mate ook. Maar ook zelfbeheersching kan men niet steeds ongestraft in praktijk brengen, en ik heb soms een gevoel, of het niet langer uit te houden is".
Terwijl het dus een enorm groot voordeel is in de physieke en psychische ontwikkeling, als de uitbarsting van hinderlijke sexueele emoties vertraagd wordt tot de puberteit of den jongelingsleeftijd, en terwijl het een zeer groot voordeel is, nadat die uitbarsting heeft plaats gehad, in staat te zijn de heerschappij over deze emotie te verkrijgen, zou het toch een waardelooze, ja een gevaarlijke overwinning zijn, die geen bevrediging met zich bracht, om de sexueele natuur geheel te vernietigen. "Als ik maar drie weken geluk gehad had", zeide een vrouw, "dan zou ik niet met het lot twisten, maar het geheele leven zoo volkomen ledig te doorleven, dat is verschrikkelijk". Als zulke ledige zelfbeperking uit beleefdheid een deugd genoemd kan worden, dan is het maar een negatieve deugd. De personen, die haar bereiken, als het resultaat van aangeboren zwakke sexueele ontwikkeling, hebben (zooals Gyurkovechky, Fürbringer en Löwenfeld allen gelijkelijk opgemerkt hebben) een deugd gemaakt van hun zwakheid. Vele anderen, wier instincten minder zwak waren, hebben, als zij de sexueele begeerten in hun eerste jeugd met minachting verjoegen, bevonden, dat in het latere leven die vijand met tienvoudige kracht en misschien in onnatuurlijke vormen terugkeert [101].
De opvatting van "sexueele abstinentie" is, zooals we zien, een volkomen valsche en kunstmatige opvatting. Ze is niet alleen slecht aangepast aan de hygiënische zijde van de zaak, maar ze roept ook geen echt moreele motieven op, want ze is uitsluitend egoïstisch. Ze wordt eerst echt moreel en waarlijk inspireerend, als we ze veranderen in de altruïstische deugd van zelfopoffering. Als we dat gedaan hebben, zien we, dat het element van abstinentie er in ophoudt tot het wezen ervan te behooren. "Van Zelfopoffering", schrijft de auteur van een boek, handelende over het sexueele leven, "wordt erkend dat het de basis is van deugd; de edelste voorbeelden van zelfopoffering worden ingegeven door sexueele liefde. Sympathie is het geheim van altruïsme; nergens is sympathie meer werkelijk en volkomen dan in de liefde. Moed, zoowel moreel als physiek, waarheidsliefde en eergevoel, ondernemingsgeest en de bewondering voor moreele waardigheid, worden ingegeven door liefde, meer dan door iets anders in de menschelijke natuur. Het celibaat ontzegt zich die inspiratie, of beperkt den invloed ervan, naar de mate van zijn ontzegging van sexueele intimiteit. Zoo beteekent het opzettelijk aannemen van een voortdurend ongehuwd leven het beperken van de emotioneele en moreele ondervindingen in een mate, die, van het ruime wetenschappelijke standpunt uit, niet gerechtvaardigd wordt door een van de voordeelen, die volgens vrome gedachten er uit voort komen" [102].
In een gezonde, natuurlijke orde zijn al de impulsen geconcentreerd in de vervulling van behoeften, niet in het zich ontzeggen ervan. Bovendien is het in deze speciale kwestie van sekse onvermijdelijk, dat de behoeften van anderen, en niet alleen de behoeften van het individu zelf, iemands gedrag zullen bepalen. Het zijn meer bepaald de behoeften van de vrouw, die den bepalenden factor vormen; want deze behoeften zijn veel meer verscheiden, samengesteld en bedriegelijk, en in het letten op de bevrediging ervan vindt de man een bron van eindelooze erotische satisfactie. Men zou kunnen denken, dat het invoeren van een altruïstisch motief hier enkel de eisch is van theoretische moraal, die er op staat, dat er een stevige rem zal zijn op het dierlijk instinct. Maar, zooals we den geheelen loop van dit boek door telkens weer zullen zien, is het zoo niet. Het dierlijk instinct zelf stelt dezen eisch. Het is een biologische wet, die door de geheele zoölogische wereld heerscht en op welke het algemeen voorkomen van het hof maken berust. Bij den mensch alleen is ze gewijzigd, omdat bij den mensch de sexueele behoeften niet zoo volkomen geconcentreerd zijn op reproductie, maar min of meer het geheele leven doordringen.
Terwijl van het standpunt van de maatschappij, evenals van dat der natuur, het doel en oogmerk van de sexueele impuls de voortplanting is, en niets dan de voortplanting, is dat in het geheel niet waar voor het individu, waarvan het hoofddoel moet zijn zich harmonisch uit te leven met die gepaste consideratie voor anderen, die de levenskunst eischt. Zelfs als sexueele verhoudingen niet het minste verband hadden met de voortplanting--zooals sommige stammen in Midden-Australië meenen--dan zouden ze toch nog te rechtvaardigen zijn, en werkelijk een onmisbaar hulpmiddel vormen voor de beste ontwikkeling van het individu, want alleen in een zoo intieme verhouding als die der seksen hebben de mooiste gaven en neigingen volle vrijheid. Zelfs de heiligen kunnen de sexueele zijde van het leven niet ontgaan. De beste en meest volkomen heiligen, van Jeronimus tot Tolstoy--zelfs de verdienstelijke Franciscus van Assisi--hadden in hun verleden al de ondervindingen opgezameld, die samenwerken tot de volkomen verwerkelijking van het leven, en als dat niet zoo ware, zouden ze te minder heiligen geweest zijn.
Het element van positieve deugd begint dus eerst daar, waar het beheerschen van de sexueele impuls het standpunt van strenge en steriele abstinentie te boven is gekomen en geworden is niet alleen een opzettelijk weigeren van wat er slecht is in het sexueele, maar een opzettelijk aannemen van wat er goed in is. Eerst op dat oogenblik wordt zulk een beheerschen een werkelijk deel van de groote levenskunst. Want de levenskunst, evenals alle andere kunsten, is niet vereenigbaar met strengheid, maar ze ligt in het weven van een voortdurende harmonie tusschen weigeren en aannemen, tusschen geven en nemen [103].
De toekomst behoort klaarblijkelijk aan hen, die langzaam aan bezig zijn gezondere tradities te maken voor den bouw van het leven. Het "probleem van sexueele abstinentie" zal meer en meer aan waarde verliezen. Dan blijven de groote werkelijkheid der liefde, de groote werkelijkheid der kuischheid. Zij zijn eeuwig. Tusschen die twee is er niets dan harmonie. De ontwikkeling van de eene sluit de ontwikkeling van de andere in zich.
We hebben dit probleem van "sexueele abstinentie" ernstig moeten behandelen, omdat we de tradities van tweeduizend jaar achter ons hebben, die gegrond zijn op bepaalde idealen van sexueele wet en sexueele vrijheid, te zamen met de langdurige poging om gewoonten te vormen, die min of meer op die idealen berusten. Wij kunnen niet onmiddellijk aan deze tradities ontkomen, zelfs als wij zelf de geldigheid ervan in twijfel trekken. Wij moeten niet alleen hun bestaan erkennen, maar we moeten ook het feit aannemen, dat zij nog eenigen tijd in een groote mate de gedachten en zelfs tot op zekere hoogte de daden van bestaande gemeenschappen moeten beheerschen.
Dat is zeker jammer. Het brengt mee het invoeren van een kunstmatigheid in een werkelijk natuurlijke orde. Liefde is werkelijk en positief; kuischheid is werkelijk en positief. Maar sexueele abstinentie is onwerkelijk en negatief, streng genomen misschien onmogelijk. De gevoelens van hen, die op het belang ervan den nadruk leggen, berusten hierop, dat een physiologisch proces goed of kwaad kan zijn al naar dat het uitgevoerd wordt onder bepaalde uiterlijke voorwaarden, die het geoorloofd maken of ongeoorloofd. Een daad van sexueelen omgang onder den naam van "huwelijk" is weldadig; precies dezelfde daad, onder den naam van "gebrek aan zelfbeheersching" is verderfelijk. Geen physiologisch proces, en nog minder eenig geestelijk proces, kan zulk een beperking verdragen. Men zou even goed kunnen zeggen dat een maal goed of slecht wordt, verteerbaar of onverteerbaar, afhankelijk van het feit of al dan niet een gebed uitgesproken is voor dat het gebruikt wordt.
Het is daarom te betreuren, omdat zulk een opvatting in zijn wezen onwerkelijk is en er op deze wijze een element van onwerkelijkheid ingevoerd wordt in een zaak van het grootste belang voor het individu en de maatschappij beide. Kunstmatige geschillen zijn opgeworpen, waar geen reden voor geschil behoeft te bestaan. Er is een strijd gevoerd, gekenmerkt door al de verwoedheid, die twisten kenmerkt over metaphysische en pseudo-metaphysische verschillen, die geen concrete basis hebben in de werkelijke wereld. Zooals in zulke gevallen gebeurt, was er ten slotte geen werkelijk verschil tusschen de twistenden, omdat het punt, waarover zij het oneens waren, onwerkelijk was. In waarheid had iedere zijde gelijk en had iedere zijde ongelijk.
We zien, dat het noodig is dat de balans in evenwicht gehouden wordt. Een absolute vrijheid is slecht; een absolute abstinentie--zelfs al worden sommigen door hun natuur of door de omstandigheden er krachtig toe gedrongen ze aan te nemen--is ook slecht. Zij zijn beide even ver verwijderd van het goedige evenwicht der natuur. En we zien, dat de kracht, die op natuurlijke wijze deze balans in evenwicht houdt, het biologische feit is, dat de daad der sexueele vereeniging de bevrediging is van de erotische behoeften, niet van éen persoon, maar van twee.
HOOFDSTUK VII
PROSTITUTIE
I. De Orgie.--De godsdienstige oorsprong van de orgie.--Het losbandigheidsfeest.--Erkenning van de orgie door de Grieken en Romeinen.--De orgie onder natuurvolken.--Het drama.--Het doel, beoogd door de orgie.
II. De oorsprong en de ontwikkeling van de prostitutie.--De definitie van prostitutie.--Prostitutie onder natuurvolken.--De voorwaarden, waaronder beroeps-prostitutie ontstaat.--Geheiligde prostitutie.--De dienst van Mylitta.-- Het uitoefenen van de prostitutie met het doel een huwelijksgift te verkrijgen.--Het ontstaan van de wereldlijke prostitutie in Griekenland.--Prostitutie in het Oosten: Indië, China, Japan, enz.--Prostitutie in Rome.--De invloed van het Christendom op de prostitutie.--De poging om de prostitutie te bestrijden.--Het middeleeuwsch bordeel.--Het ontstaan van de courtisane.--Tullia d'Arragona, Veronica Franco, Ninon de Lenclos.--Latere pogingen om de prostitutie uit te roeien.--Het politietoezicht op de prostitutie.--De nutteloosheid hiervan wordt langzamerhand algemeen erkend.
III. De oorzaken van de prostitutie.--Prostitutie als een deel van het huwelijkssysteem.--Het complex van oorzaken voor de prostitutie.--De motieven, aangegeven door de prostituées.--(1) De economische factor van de prostitutie.--Armoede is zelden het hoofd-motief voor de prostitutie.--Maar de economische druk oefent een zeer werkelijken invloed uit.--Het hooge percentage van de prostituées geleverd door de dienstboden.--Beteekenis van dit feit.--(2) De biologische factor van de prostitutie.--De zoogenaamde geboren prostituée.--De aangehaalde identiteit met den geboren misdadiger.--Het sexueele instinct bij prostituées.--De physieke en psychische eigenaardigheden van prostituées.--(3) De moreele noodzakelijkheid als een factor in het bestaan van de prostitutie.--De moreele voorstanders van de prostitutie.--De moreele houding van het Christendom jegens de prostitutie.--De houding van het protestantisme.--Nieuwere voorstanders van de moreele noodzakelijkheid van de prostitutie.--(4) Waarde van de beschaving als een factor van de prostitutie.--De invloed van het stadsleven.--De behoefte aan opwinding.--Waarom dienstmeisjes zoo dikwijls prostituée worden.--De geringe rol, die de verleiding speelt.--Prostituées komen in grooten getale van het land.--De lokstem van de beschaving trekt vrouwen naar de prostitutie.--De overeenkomstige aantrekking wordt door mannen gevoeld.--De prostituée als kunstenares en als leidsvrouw van de mode.--De bekoring van het vulgaire.
IV. De tegenwoordige houding der maatschappij tegenover de prostitutie.--Het verval van het bordeel.--De neiging tot humaniseeren van de prostitutie.--De pecuniaire zijde van de kwestie.--De Geisha.--De Hetere.--De moreele opstand tegen de prostitutie.--Vuile ondeugd gegrond op dure deugd.--De gewone houding tegenover prostituées.--De wreedheid hiervan is absurd.--De noodzakelijkheid de prostitutie te hervormen.--De noodzakelijkheid het huwelijk te hervormen.--Deze beide behoeften hangen nauw met elkaar samen.--De daarbij in aanmerking komende dynamische betrekkingen.
I. DE ORGIE
De traditioneele moraal, de godsdienst en de ingestelde conventies te zamen voeren niet alleen tot het uiterste van strenge abstinentie, maar ook tot dat van ongebonden uitspatting. Zij prediken en idealiseeren het eene, maar zij drijven hen, die er niet naar kunnen leven, tot het tegenovergestelde uiterste. In de groote eeuwen van den godsdienst gebeurt het zelfs, dat de gestrengheid van het voorschrift der abstinentie min of meer opzettelijk getemperd wordt, doordat men nu en dan uitbarstingen van losbandigheid toestaat. Zoo komt het tot de orgie, die in de middeleeuwsche dagen bloeide, en die in de ruimste beteekenis van het woord een algemeen verschijnsel is, omdat zij in iedere geordende en werkzame beschaving, die opgebouwd is op natuurlijke energieën, die door min of meer onvermijdelijke beperkingen gebonden zijn, een functie te vervullen heeft.