De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 26
Talrijke beroemde gynaecologen hebben als hun overtuiging vermeld, dat sexueele opwinding een geneesmiddel is voor verschillende ongesteldheden in de sexueele organen van vrouwen, en dat abstinentie een oorzaak is van zulke ongesteldheden. Matthews Duncan zeide, dat sexueele opwinding het eenige geneesmiddel is voor amenorrhoea; "het eenig menstruatie-bevorderend geneesmiddel, dat ik ken", schreef hij (Medical Times, Feb. 2, 1884), "wordt niet gevonden in de Pharmacopae: het is erotische opwinding. Er is geen twijfel aan de waarde van erotische opwinding". Anstie verwijst in zijn werk over Neuralgia, naar het weldadige gevolg van sexueelen omgang op dysmenorrhoë, en hij maakt de opmerking, dat de noodzakelijkheid van de volle natuurlijke uitoefening van de sexueele functie blijkt uit de groote verbetering in zulke gevallen na het huwelijk, en vooral na de geboorte van een kind. (Wij moeten opmerken, dat niet alle autoriteiten dysmenorrhea verbeterd vinden door het huwelijk; sommige meenen, dat de kwaal er dikwijls door verergerd wordt; zie, b.v., Wythe Cook, American Journal Obstetrics, Dec., 1893). De beroemde gynaecoloog Tilt noemde al vroeger, met nadruk (On Uterine and Ovarian Inflammation, 1862, blz. 309), de slechte gevolgen van sexueele abstinentie, doordat ze prikkeling en misschien eenigszins acute ontsteking van de ovariën te voorschijn roepen, en hij merkt op, dat ze vooral veel voorkomen bij jonge weduwen en bij prostituées, die in verbeteringsgestichten geplaatst worden. Intens verlangen, merkte hij op, veroorzaakt organische bewegingen, gelijkende op de bewegingen, die noodig zijn voor de bevrediging van de begeerte. Deze brandende verlangens, die alleen maar gedoofd kunnen worden door hun wettige bevrediging, worden nog verder verhoogd door den erotischen invloed van gedachten, boeken, schilderijen, muziek, die dikwijls sexueel nog meer prikkelend zijn dan vleeschelijke omgang met mannen, maar de opwinding, die zoo te voorschijn geroepen wordt, wordt niet verlicht door dien natuurlijken terugval, die op iedere levensaanzwelling zou moeten volgen. Nadat hij gewezen heeft op de biologische feiten, die de uitwerking aantoonen van psychische invloeden op de ontwikkelingskracht van de vrouwelijke geslachtsorganen bij dieren, gaat Tilt voort: "Ik mag hieruit gerust besluiten, dat dergelijke prikkels op den geest van vrouwen een opwekkende uitwerking kunnen hebben op de ovulatie organen. Ik weet herhaaldelijk van menstruatie, die in den verlovingstijd onregelmatig, overvloedig of abnormaal was bij vrouwen, bij wie niets dergelijks te voren was voorgekomen; dit maakte dan de behandeling van chronische ovaritis en van ontsteking van den uterus noodzakelijk". Bonnifield, van Cincinnati (Medical Standard, Dec., 1896) meent, dat onbevredigde sexueele begeerte een belangrijke oorzaak is van catarrhale endometritis. Het is wel bekend, dat gezwellen van den uterus in een zekere betrekking staan tot de organische sexueele activiteit, en dat sexueele abstinentie, voornamelijk de lang voortgezette ontbering van zwangerschap, een zeer belangrijke oorzaak is van de kwaal. Dit wordt bevestigd door een analyse van A. E. Giles (Lancet, Maart 2, 1907) van honderd vijftig gevallen. Zes en vijftig van deze gevallen, meer dan een derde, waren ongetrouwde vrouwen, hoewel ze bijna alle over de dertig jaar oud waren. Van de vier en negentig getrouwde vrouwen, waren vier en dertig nooit zwanger geweest; van haar, die zwanger geweest waren, waren zes en dertig niet zwanger geweest in de laatste tien jaar. Zoo waren acht en veertig percent òf nooit zwanger geweest, òf ze waren ten minste de laatste tien jaar niet zwanger geweest. Het blijkt dus duidelijk, dat verhindering van de sexueele functie, hetzij die abstinentie van sexueelen omgang met zich brengt of niet, een belangrijke oorzaak is van febroide uterusgezwellen. Balls-Headley, uit Victoria, (Evolution of the Diseases of Women, 1894, en "Etiology of Diseases of Female Genital Organs", Allbutt en Playfair, System of Gynaecology), meent, dat onbevredigd sexueel verlangen een factor is bij zeer vele ongesteldheden van de sexueele organen bij vrouwen. "Mijn meeningen", schrijft hij in een particulieren brief, "berusten op een zeer speciaal gynaecologische praktijk gedurende twintig jaar, in welken tijd ik zeven duizend diagnosen bizonder zorgvuldig heb opgemaakt. De normale vrouw is sexueel goed gevormd en haar sexueele gevoelens eischen bevrediging door het voortbrengen van het volgende geslacht, maar onder de beperkende en vooral nu abnormale omstandigheden van de beschaving ondergaan sommige vrouwen erfelijke atrophie, en zijn de uterus en de sexueele gevoelens zwak; bij anderen van gemiddelde goede locale ontwikkeling staat het gevoel onder druk; bij weer anderen zijn de gevoelens zoowel als de organen sterk en als normaal gebruik onthouden wordt, komen er verkeerde gevolgen. Als wij deze vele verscheidenheden van aangeboren ontwikkeling wat de verschillende toestanden van maagdelijkheid, steriel of vruchtbaar huwelijk betreft, in gedachte houden, dan dringt zich de wijze van ontstaan en de ontwikkeling der ziekte aan den geest van den medicus op, en er is voor hem niet meer aanleiding tot verwondering, dan er is voor den wiskunstenaar, die de kegelsneden bestudeert, als hij de grondslagen ervan heeft leeren kennen. Het vraagstuk is opgeworpen: Zijn een aantal niet met elkander verband houdende vrouwenziekten uit de lucht komen vallen, of zijn deze kwalen noodzakelijkerwijze een gevolg van de omstandigheden eener onnatuurlijke levenswijze?" We kunnen er aan toe voegen, dat Kisch (Sexual Life of Woman), die toch tegen iedere overdreven waardeering van de gevolgen van sexueele abstinentie protesteert, meent, dat ze bij vrouwen niet alleen vele plaatselijke ongesteldheden, maar ook nerveuse stoornis, hysterie, en zelfs krankzinnigheid ten gevolge kan hebben, terwijl bij neurasthenische vrouwen "geregelde sexueele omgang een actief weldadige uitwerking heeft, die dikwijls opvallend is".
Het is van belang op te merken, dat de slechte gevolgen van sexueele abstinentie bij vrouwen, naar de meening van hen, die op het belang er van den nadruk leggen, in het geheel niet alleen te wijten zijn aan onbevredigde sexueele begeerte. Zij kunnen aanwezig zijn, zelfs als de vrouw zelf niet het minste bewustzijn heeft van sexueele behoeften. Dit werd veertig jaar geleden duidelijk aangetoond door den scherpzinnigen Anstie (op. cit.). Bij vrouwen vooral, merkt hij op, "schijnt een zekere rustelooze overgroote werkzaamheid van geest, en misschien van het lichaam ook, de uiting te zijn van den onbewusten wrok der natuur over de verwaarloozing der sexueele functies". Zulke vrouwen, voegt hij er bij, hebben zich vrij gehouden van masturbatie "ten koste van een voortdurende en bijna woeste werkzaamheid van geest en spieren". Anstie had opgemerkt, dat sommige van de ergste gevallen van nervositeit en neurasthenie, die hij "spinale prikkeling" noemde, dikwijls samen gaande met een gevoelige maag en bloedarmoede, beter worden met het huwelijk. "Het kan niet ontkend worden", gaat hij voort, "dat een zeer groot aantal van deze gevallen bij ongetrouwde vrouwen (die verreweg het grootste getal vormen van lijderessen aan ruggemergsprikkeling) voortkomen uit deze bewuste of onbewuste prikkeling, die onderhouden wordt door een onbevredigde sexueele behoefte. Het is zeker, dat zeer veel jonge menschen (vooral vrouwen) geplaagd worden door de prikkeling van de sexueele organen zonder ook maar de minste bewustheid te hebben van sexueele begeerte, en dat zij het treurig schouwspel opleveren van een mislukt leven zonder ooit de ware reden te kennen van het ongeluk, dat hen ongeschikt maakt voor al de actieve plichten van het leven. Het is een opmerkelijk feit, dat er zelfs voorbeelden zijn kunnen van twee zusters, die dezelfde soort van nerveuzen aanleg geërfd hebben, beiden geplaagd door de verschijnselen van ruggemergsprikkeling en beiden waarschijnlijk lijdende door teruggedrongen sexueele functies, maar waarvan de eene rein van geest kan zijn en volkomen onbewust van de werkelijke oorzaak van haar moeilijkheden, terwijl de andere een slachtoffer is van bewuste en vruchtelooze sexueele prikkeling". In deze zaak kan Anstie beschouwd worden als een voorlooper van Freud, die met groote fijnheid en ontledingskracht de leer ontwikkeld heeft van den overgang van teruggedrongen sexueel instinct bij vrouwen in ziekelijke toestanden. Hij meent, dat de nervositeit van tegenwoordig voor een groot gedeelte te wijten is aan de nadeelige werking op het sexueele leven van dat terugdringen van natuurlijke instincten, waarop onze beschaving opgebouwd is (Misschien kan men de duidelijkste korte opsomming van de ideeën van Freud over deze kwestie vinden in een zeer suggestief artikel, "Die Kulturelle Sexualmoral und die Moderne Nervosität", in Sexual-Probleme, Maart 1908, herdrukt in de tweede serie van de Sammlung kleiner Schriften zur Neurosenlehre, 1909). Wij bezitten de geschiktheid, zegt hij, onze sexueele activiteiten te sublimeeren of te veranderen in andere activiteiten van een psychisch daarmee verwant, maar niet-sexueel karakter. Dit proces kan echter niet uitgevoerd worden in een onbegrensde mate, evenmin als de verandering van warmte in mechanisch werk in onze machines. Een zekere mate van directe sexueele bevrediging is voor de meeste gestellen noodzakelijk en de verzaking van deze individueel verschillende mate wordt gestraft met verschijnselen, die wij wel als ziekelijk moeten beschouwen. Het proces van het sublimeeren leidt, onder den invloed van de beschaving, tot sexueele perversies en psycho-neuroses beide. Deze twee toestanden staan nauw met elkaar in verband, wat blijkt uit de wijze, waarop Freud het proces van hun ontwikkeling beschouwt; zij staan tot elkaar als positief en negatief, en dan zijn sexueele perversies de positieve pool en psycho-neurosen de negatieve. Het gebeurt dikwijls, merkt hij op, dat een broeder sexueel pervers kan zijn, terwijl zijn zuster met een zwakker sexueel temperament, een zenuwlijderes is, wier symptomen een wijziging zijn van de perversies van den broeder; terwijl in veel families de mannen immoreel zijn en de vrouwen rein en verfijnd, maar zwaar nerveus. Die vrouwen, die geen tekort aan sexueele impuls hebben, lijden toch onder denzelfden druk van de beschaafde moraal, die ze in neurotische toestanden drijft. Het is een zeer ernstige onbillijkheid, merkt Freud op, dat de standaard der beschaving voor het sexueel leven dezelfde is voor alle menschen, omdat, hoewel sommigen hem, door hun gestel, gemakkelijk kunnen aannemen, hij voor anderen de zwaarste psychische opofferingen in zich sluit. Het ongetrouwde meisje, dat zwak van zenuwen geworden is, kunnen we niet aanraden verlichting te zoeken in het huwelijk, want zij moet sterk zijn om het huwelijk te "verdragen", terwijl wij een man aanraden in geen geval te trouwen met een meisje, dat niet sterk is. De getrouwde vrouw, die de teleurstellingen van het huwelijk ondervonden heeft, vindt gewoonlijk geen weg ter verlichting, dan door haar deugd op te geven. "Hoe strenger zij opgevoed is, en hoe volkomener zij onderworpen is geweest aan de eischen van de beschaving, des te meer vreest zij deze wijze van ontkomen, en in dezen strijd tusschen haar wenschen en haar plichtgevoel zoekt ook zij haar toevlucht--in de neurose. Niets beschermt haar deugd zoo zeker als de ziekte". Als we den invloed van de enge "beschaafde" opvatting van de sexueele moraal op vrouwen van een nog ruimer standpunt beschouwen, heeft Freud opgemerkt, blijkt, dat die niet beperkt is tot het voortbrengen van neurotische toestanden; hij raakt de geheele intellectueele geschiktheid van vrouwen. Haar opvoeding ontzegt haar iedere belangstelling voor sexueele kwesties, hoewel zulke kwesties van het hoogste belang voor haar zijn, want zij prent haar het oude vooroordeel in, dat iedere nieuwsgierigheid in zulke zaken onvrouwelijk en een bewijs van slechte neigingen is. Zoo worden zij afgeschrikt van het denken, en het weten verliest zijn waarde. Het denkverbod strekt zich automatisch en onvermijdelijk uit ver buiten de sexueele sfeer. "Ik geloof niet", eindigt Freud, "dat er een tegenstelling is tusschen intellectueel werk en sexueele werkzaamheid, zooals door Möbius verondersteld werd. Ik ben van meening, dat het ontwijfelbare feit van de intellectueele inferioriteit van zoo vele vrouwen voortkomt uit de belemmering in het denken, die haar opgelegd wordt met het doel haar sexualiteit te beteugelen".
Het is eerst in de laatste jaren, dat dit probleem erkend is en in het oog gevat, hoewel eenzelvige denkers, zooals Hinton, zich scherp bewust zijn geweest van het bestaan ervan; want "treurende deugd", zooals Mrs. Ella Wheeler Wilcox het uitdrukt, "schaamt zich meer voor haar smart dan ongelukkige zonde, omdat de wereld tranen heeft voor deze en voor gene alleen spot". "Het is een bijna cynische trek van onze eeuw", schreef Hellpách eenige jaren geleden, "dat ze voortdurend het probleem behandelt van prostitutie, van politie-contrôle, van den leeftijd, waarop toestemming tot sexueelen omgang gegeven kan worden, van de "blanke slavernij", en dat zij den moreelen strijd van de vrouwelijke ziel voorbijgaat, zonder eenige poging om haar brandende vragen te beantwoorden".
Aan den anderen kant zien we, dat medische schrijvers niet alleen met veel moreel vuur beweren, dat sexueele omgang buiten het huwelijk altijd en volkomen onnoodig is, maar bovendien voor de onschadelijkheid en zelfs voor de voordeelen van sexueele abstinentie pleiten.
Ribbing, de Zweedsche professor, raadt, in zijn Hygiène Sexuelle sexueele abstinentie buiten het huwelijk aan, en beweert, dat ze onschadelijk is. Gilles de la Tourette, Féré, en Augagneur in Frankrijk zijn het daarmee eens. In Duitschland zegt Fürbringer (Senator and Kaminer, Health and Disease in Relation to Marriage, deel I, p. 228), dat zelfbeheersching mogelijk is en noodig, hoewel hij toegeeft, dat ze toch in buitengewone gevallen ernstige schade kan doen. Eulenburg (Sexuale Neuropathie, p. 14), betwijfelt of wel iemand, die overigens een verstandig leven leidde, ooit ziek werd, of meer beslist neurasthenisch door sexueele abstinentie. Hegar ontkent in zijn antwoord op de argumenten van Bebel in zijn welbekend boek over vrouwen, dat sexueele abstinentie ooit satiriasis of nymphomania kan veroorzaken. Näcke, die herhaaldelijk het vraagstuk der sexueele abstinentie behandeld heeft (bv., Archiv für Kriminal-Anthropologie, 1903, deel I en Sexual-Probleme, Juni 1908), houdt staande, dat sexueele abstinentie, op zijn ergst zeldzame en lichte ongunstige gevolgen kan hebben, en dat ze niet meer kans heeft om krankzinnigheid te veroorzaken, zelfs bij individuen die er aanleg voor hebben, dan de tegenovergestelde uitersten van sexueele excessen en masturbatie. Hij voegt er bij, dat voor zoover zijn eigen waarnemingen betreft, de patienten in krankzinnigengestichten maar zelden lijden onder hun gedwongen sexueele abstinentie.
Het is echter in Engeland, dat de deugden van sexueele abstinentie het luidst en met den meesten nadruk verkondigd zijn, soms inderdaad met een groot gebrek aan verstandige matiging. Acton zet, in zijn Reproductive Organs het traditioneele Engelsche standpunt uiteen, evenals Beale in zijn Morality and the Moral Question. Een meer bekend vertegenwoordiger van hetzelfde gezichtspunt was Paget, die in zijn verhandeling over "Sexueele Hypochondriasis", sexueelen omgang verbond met "diefstal of leugen". Ook Sir William Gowers (Syphilis and the Nervous System, 1892, p. 126) verkondigt de voordeelen van "ongeschonden kuischheid", meer speciaal als een methode om syphilis te vermijden. Hij is echter niet zeer hoopvol, zelfs wat zijn eigen geneesmiddel aangaat, want hij voegt er bij: "Wij kunnen maar weinig grond vinden voor de hoop, dat de kwaal zoodoende belangrijk zal verminderen". Hij zou echter aan het individu toch kuischheid willen prediken en doet het met al den ijver van een middeleeuwsch monnik. "Met al de kracht, die kennis, welke ik bezit en met de autoriteit, die ik heb, geven kan, verklaar ik, dat geen mensch nog ooit in het minst er slechter aan toe was, omdat hij zelfbeheersching in praktijk bracht, of er beter aan toe, omdat hij dat niet deed. Van de laatsten zijn allen moreel slechter geworden; een duidelijke meerderheid is er ook physiek op achteruit gegaan; en voor geen klein deel is het resultaat, en dat zal het altijd zijn, volkomen physieke schipbreuk op een van de vele scherpe, puntige rotsen, die op den levensweg voorkomen en die niemand kan vermijden". In Amerika geldt hetzelfde standpunt in ruimen kring en Dr. J. F. Scott betoogt in zijn Sexual-Instinct (tweede druk, 1908, hoofdst. III) met veel kracht en met een grooten woordenvloed ten gunste van sexueele abstinentie. Hij wil zelfs niet toegeven dat de zaak van twee kanten beschouwd kan worden, hoewel als hij hierin gelijk had, de lengte en de kracht van zijn betoog onnoodig zouden zijn geweest.