De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij

Part 2

Chapter 23,285 wordsPublic domain

III. "De oorzaken der prostitutie":--Prostitutie als een deel van het huwelijkssysteem.--Het complex van oorzaken voor de prostitutie.--De motieven aangegeven door de prostituées.--(1) De economische factor van de prostitutie.--Armoede is zelden het hoofd-motief voor de prostitutie.--Maar economische druk oefent een zeer werkelijken invloed uit.--Het hooge percentage van prostituées geleverd door de dienstboden.--Beteekenis van dit feit.--(2) De biologische factor van de prostitutie.--De zoogenaamde geboren prostituée.--De aangehaalde identiteit met den geboren misdadiger.--Het sexueele instinct bij prostituées.--De physieke en psychische eigenaardigheden van prostituées.--(3) De moreele noodzakelijkheid een factor in het bestaan van de prostitutie.--De moreele voorstanders van de prostitutie.--De moreele houding van het Christendom jegens de prostitutie.--De houding van het protestantisme.--Nieuwere voorstanders van de moreele noodzakelijkheid van de prostitutie.--(4) Waarde voor de beschaving als een factor van de prostitutie.--De invloed van het stadsleven.--De behoefte aan opwinding.--Waarom dienstmeisjes zoo dikwijls prostituée worden.--De geringe rol die de verleiding speelt.--Prostituées komen in grooten getale van het land.--De lokstem van de beschaving trekt vrouwen naar de prostitutie.--De overeenkomstige aantrekkingskracht wordt door mannen gevoeld.--De prostituée als kunstenares en als leidsvrouw van de mode.--De bekoring van het vulgaire.

IV. "De tegenwoordige houding der maatschappij tegenover de prostitutie":--Het verval van het bordeel.--De neiging tot humaniseeren van de prostitutie.--De pecuniaire zijde van de prostitutie.--De Geisha.--De Hetere.--De moreele opstand tegen de prostitutie.--Dure deugd ten koste van vuile ondeugd.--De gewone houding tegenover prostituées.--De wreedheid daarvan is absurd.--De noodzakelijkheid de prostitutie te hervormen.--De noodzakelijkheid het huwelijk te hervormen.--Deze beide noodzakelijkheden hangen nauw met elkander samen.--De daarbij in aanmerking komende dynamische betrekkingen.

Hoofdstuk VIII

De bestrijding der geslachtsziekten 291

De beteekenis van de geslachtsziekten.--De geschiedenis der syphilis.--Het vraagstuk van den oorsprong ervan.--De groote maatschappelijke beteekenis van de syphilis.--De maatschappelijke gevaren van de gonorrhoe.--De moderne verandering in de methoden ter bestrijding van de geslachtsziekten.--Oorzaken van het verval van het systeem van politie-toezicht.--Noodzakelijkheid de feiten onder de oogen te zien.--De onschuldige offers der geslachtsziekten.--Het zijn ziekten, en geen misdaden.--Het principe van aanmelding.--Het Scandinavisch systeem.--Kostelooze behandeling.--Straf op het overbrengen van venerische ziekten.--Sexueele opvoeding met betrekking tot venerische ziekten.--Lezingen, enz.--Uiteenzetting in romans en op het tooneel.--Het "leelijke" is niet "immoreel".

Hoofdstuk IX

Geslachts-zedeleer 331

Prostitutie met betrekking tot ons huwelijks-systeem.--Huwelijk en moraal.--De definitie van het woord "moraal".--Theoretische moraal.--Hare verdeeling in traditioneele moraal en ideëele moraal.--Praktische moraal.--Praktische moraal gegrond op gewoonte.--Deze is het eenige onderwerp van wetenschappelijke zedeleer.--De reactie tusschen theoretische en praktische moraal.--Sexueele moraal in het verleden is een toepassing van economische moraal.--De vereeniging van starheid en van laksheid in deze moraal.--Het ontstaan van een bijzondere geslachts-zedeleer en de ontwikkeling van moreele idealen.--Uitingen van sexueele moraal.--Gebrek aan eerbied voor de vormen van het huwelijk.--Proef huwelijk.--Huwelijk na de conceptie van een kind.--Verschijnselen in Duitschland, Angelsaksische landen, Rusland enz.--De positie der vrouw.--De historische neiging die de gelijkheid van vrouwen met mannen begunstigt.--De theorie van het matriarchaat.--De moeder-familie.--Vrouwen in Babylonië.--Egypte-Rome.--De 18de en de 19de eeuw.--De historische neiging, die moreele ongelijkheid van de vrouw begunstigt.--De tweeledige invloed van het Christendom.--Invloed van de Germaansche gewoonte en van het leenstelsel.--De ridderschap.--De vrouw in Engeland.--De vrouwenhandel.--Het afnemen van de onderworpenheid der vrouw.--Ongeschiktheid van den modernen man om te heerschen.--Het toenemen van de moreele verantwoordelijkheid bij vrouwen.--De daarmee samengaande ontwikkeling van economische onafhankelijkheid.--Het toenemen van het aantal werkende vrouwen.--Het binnendringen van de vrouwen in de moderne industrie.--In hoe ver dit maatschappelijk te rechtvaardigen is.--De sexueele verantwoordelijkheid van vrouwen en de gevolgen ervan.--De beweerde moreele inferioriteit van vrouwen.--De "zelfopoffering" van vrouwen.--De maatschappij heeft geen belang bij sexueele verhoudingen.--De voortplanting is het eenige sexueele belang van den Staat.--De zeer hooge beteekenis van het moederschap.

Hoofdstuk X

Het huwelijk 383

De definitie van het huwelijk.--Het huwelijk in de dierenwereld.--Het overheerschen van de monogamie.--Het vraagstuk van het groepen-huwelijk.--Monogamie is een natuurlijk feit, niet gebaseerd op een wet der menschen.--De neiging den vorm van het huwelijk te stellen boven het feit van het huwelijk.--De geschiedenis van het huwelijk.--Het huwelijk in het oude Rome.--Germaansche invloed op het huwelijk.--De bruidkoop.--De ring.--De invloed van het Christendom op het huwelijk.--De groote uitbreiding van dezen invloed.--Het sacrament van het huwelijk.--Oorsprong en ontwikkeling van de opvatting als sacrament.--De kerk maakte het huwelijk tot een openbare daad.--Het kanonieke huwelijksrecht.--De gezonde kern ervan.--De ontwikkeling ervan.--De onduidelijkheden en dwaasheden ervan.--Eigenaardigheden van het Engelsche huwelijksrecht.--Invloed van de hervorming op het huwelijk.--De protestantsche opvatting van het huwelijk als een wereldlijk verdrag.--De puriteinsche huwelijks-hervorming.--Milton als de pionier voor de huwelijks-hervorming.--Zijn inzichten over echtscheiding.--De achterlijke positie van Engeland op het gebied van huwelijks-hervorming.--Critiek op de Engelsche wet op de echtscheiding.--De tradities van het kanonieke recht werken nog voort.--De kwestie van schadevergoeding bij echtbreuk.--Onderlinge verstandhouding is een beletsel tegen echtscheiding.--Echtscheiding in Frankrijk, Duitschland, Oostenrijk, Rusland enz.--De Vereenigde Staten.--Onmogelijkheid de echtscheidingsgronden wettig vast te stellen.--Echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.--De oorsprong en de ontwikkeling daarvan.--Belemmering door de tradities van het kanonieke recht.--Wilhelm von Humboldt.--Nieuwe voorstanders van echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.--De argumenten tegen het gemakkelijker maken van de echtscheiding.--De belangen van de kinderen.--De bescherming der vrouwen; de tegenwoordige neiging van de echtscheidingsbeweging.--Het huwelijk is geen contract.--Het voorstel van het huwelijk voor een zeker aantal jaren.--Wettelijke beperkingen en nadeelen in de positie van man en vrouw.--Het huwelijk is geen contract maar een feit.--Alleen de bijkomende zaken van het huwelijk, niet de essentieele, leenen zich tot een regeling bij contract.--De wettelijke erkenning van het huwelijk als een feit zonder eenige ceremonie.--Contracten over de persoonlijkheid zijn niet te vereenigen met de moderne neigingen.--De factor van moreele verantwoordelijkheid.--Het huwelijk als een ethisch sacrament.--Persoonlijke verantwoordelijkheid sluit vrijheid in.--Vrijheid is de beste waarborg voor bestendigheid.--Onjuiste denkbeelden over individualisme.--De moderne neiging van het huwelijk.--Met de geboorte van een kind houdt het huwelijk op een persoonlijke aangelegenheid te zijn.--Ieder kind moet een wettigen vader en een wettige moeder hebben.--Hoe dit bereikt kan worden.--De vaste grondslag der monogamie.--De kwestie van huwelijks-variaties.--Zulke variaties staan niet vijandig tegenover de monogamie.--De meest gewone variaties.--De buigzaamheid van het huwelijk houdt variaties in toom.--Huwelijks-variaties tegenover de prostitutie.--Het huwelijk op verstandigen en humanen grondslag.--Samenvatting en besluit.

Hoofdstuk XI

De kunst van liefhebben 463

Het huwelijk is er niet alleen voor de voortplanting.--Theologen over het "Sacramentum Solationis".--Het belang van de "kunst van liefhebben".--De grondslag van bestendigheid in het huwelijk en de voorwaarde voor juiste voortplanting.--De kunst van liefhebben is het bolwerk tegen de echtscheiding.--De eenheid van liefde en huwelijk is een principe der moderne moraal.--Het Christendom en de kunst van liefhebben.--Ovidius.--De kunst van liefhebben onder natuurvolken.--Sexueele inwijding in Afrika en elders.--De neiging tot spontane ontwikkeling van de kunst van liefhebben in de jeugd.--Flirt.--Sexueele onwetendheid bij vrouwen.--De plaats van den echtgenoot bij de sexueele inwijding.--Sexueele onwetendheid bij mannen.--De opvoeding van den echtgenoot voor het huwelijk.--Het onheil gesticht door de onwetendheid van den man.--De physieke en geestelijke gevolgen van den onbeholpen coïtus.--Vrouwen verstaan de kunst van liefhebben beter dan mannen.--Oude en nieuwe meeningen over de veelvuldigheid van den coïtus.--Verschil in sexueele potentie.--De sexueele begeerte.--De kunst van liefhebben berust op de biologische feiten van het hofmaken.--De kunst aan vrouwen te behagen.--De minnaar vergeleken bij den musicus.--Het aanzoek als een deel van het hofmaken.--Divinatie in de kunst van liefhebben.--Het belang van de preliminariën bij het aanzoek.--De onbeholpen echtgenoot is dikwijls de oorzaak van de koelheid der vrouw.--De moeilijkheid van het hofmaken.--Gelijktijdig orgasme.--De nadeelen van onvolkomen bevrediging bij de vrouwen.--Coïtus interruptus.--Coïtus reservatus.--De menschelijke wijze van coïtus.--Variaties in coïtus.--Houding bij coïtus.--De beste tijd voor den coïtus.--De invloed van coïtus in het huwelijk.--De voordeelen van afwezigheid in het huwelijk.--De gevaren der afwezigheid.--Jaloezie.--De oorspronkelijke functie der jaloezie.--Het veel vóorkomen ervan bij dieren, natuurvolken, enz. en in pathologische toestanden.--Een tegen-maatschappelijk gevoel.--Jaloezie laat zich niet vereenigen met den vooruitgang der beschaving.--De mogelijkheid meer dan een persoon tegelijk lief te hebben.--De platonische vriendschap.--De voorwaarden, die ze mogelijk maken.--Het moederlijk element in de liefde der vrouw.--De eind-ontwikkeling van de huwelijksliefde.--Het vraagstuk der liefde is een van de grootste maatschappelijke kwesties.

Hoofdstuk XII

De wetenschap der voortplanting 523

De betrekking tusschen de wetenschap der voortplanting en de kunst van liefhebben.--Sexueele begeerte en sexueel genot als de voorwaarden der conceptie.--De voortplanting was vroeger overgelaten aan luim en begeerte.--Het vraagstuk der voortplanting als een godsdienstkwestie.--Het geloof in eugeniek.--Ellen Key en Francis Galton.--Onze schuld tegenover de nakomelingschap.--Het vraagstuk natuurlijke keuze te vervangen.--De oorsprong en de ontwikkeling der eugeniek.--Het algemeen aannemen van de principes der eugeniek tegenwoordig.--De twee wegen, waarop de principes der eugeniek in praktijk worden gebracht.--Het besef van sexueele verantwoordelijkheid bij de vrouwen.--Verwerping van het opgedrongen moederschap.--Het privilege van het vrijwillige moederschap.--Oorzaken van het in minachting brengen van het moederschap.--De beperking der conceptie.--Zij wordt tegenwoordig door de meerderheid der bevolking in beschaafde landen in praktijk gebracht.--De drogrede "zelfmoord van het ras".--Zijn groote families een merkteeken van degeneratie?--Het beperken van de voortplanting is het gevolg van natuurlijken en beschaafden vooruitgang.--Het toenemen der Nieuw-Malthusiaansche ideeën en gebruiken.--Facultatieve steriliteit onderscheiden van Nieuw-Malthusianisme.--De medische en hygiënische noodzakelijkheid van de beperking der conceptie.--Voorbehoedmiddelen.--Miskraam.--De nieuwe leer van den plicht miskraam op te wekken.--In hoeverre is dit te rechtvaardigen?--Castratie als methode om de voortplanting te beperken.--Negatieve eugeniek en positieve eugeniek.--De kwestie van getuigschriften voor het huwelijk.--De ontoereikendheid van het vaststellen der eugeniek door de wetgeving.--Het scherpen van het maatschappelijk geweten met betrekking tot de erfelijkheid.--Beperking van de geschiktheid voor het moederschap.--De voor de verwekking gunstige voorwaarden.--Steriliteit.--De kwestie van kunstmatige bevruchting.--De voor de voortplanting meest gunstige leeftijd.--De kwestie van het vroege moederschap.--De beste tijd voor de voortplanting.--De voleindiging van den goddelijken levenskring.

HOOFDSTUK I

MOEDER EN KIND

Het recht van het kind om zich zijn voorouders te kiezen.--Hoe dit verwerkelijkt kan worden.--De moeder is de naaste bloedverwant in de opgaande lijn van het kind.--Moederschap en vrouwenbeweging.--De enorme beteekenis van het moederschap.--De sterfte onder de zuigelingen en de oorzaken daarvan.--De voornaamste oorzaak ligt bij de moeder.--De noodzakelijkheid van rust tijdens de zwangerschap.--Het veelvuldig vóorkomen van ontijdige geboorten.--De taak van den staat.--Vooruitgang in den nieuweren tijd van de puericultuur.--Het vraagstuk betreffende den coïtus tijdens zwangerschap.--De noodzakelijkheid van rust gedurende den zoogtijd.--De plicht van de moeder om haar kind te zoogen.--De economische vraag.--De taak van den staat.--Vooruitgang der moederbescherming.--Teleurstellingen ondervonden bij het inrichten van openbare kinderbewaarplaatsen.

De sexueele natuur van den mensch wortelt, evenals alles wat het meest essentieele in hem is, in een bodem, die lang vóor zijn geboorte gevormd werd.--In dit opzicht, evenals in alle andere, ontleent hij de elementen van zijn leven aan zijn voorouders, hoe nieuw de veranderde combinatie ook moge zijn en hoezeer die ook gewijzigd moge worden door latere omstandigheden. Het lot van den mensch ligt niet in de toekomst, maar in het verleden. Dat is, juist beschouwd, de meest levende van alle levende werkelijkheden. Ieder kind heeft dus het recht zijn eigen voorouders te kiezen. Natuurlijk kan het dat alleen doen door plaatsvervangers, door zijn ouders. Het is de ernstigste en heiligste plicht van den toekomstigen vader de eene helft te kiezen van het karakter naar voorouders en erfelijkheid van zijn toekomstig kind; het is de ernstigste en heiligste plicht van de toekomstige moeder ook zulk een keuze te doen [2]. Toen zij elkander kozen, hebben zij te zamen al de voorouders van hun kind gekozen. Zij hebben de sterren bepaald, die zijn lot zullen besturen.

Vroeger werd dit besluit, dat zooveel mogelijkheden voor de toekomst bevat, gewoonlijk genomen op een hulpelooze, blinde, bijna onbewuste wijze. Het werd òf bestuurd door een instinct, dat over het geheel nogal goed gewerkt heeft, òf beïnvloed door economische belangen van wier resultaten men dat niet kan zeggen, of het werd overgelaten aan toevalligheden, die van nòg lager orde zijn dan zuiver dierlijke aandriften en die niets dan kwaad kunnen stichten. Voor de toekomst kunnen wij alleen het geloof hebben--want alle hoop van de menschheid moet op dat geloof berusten--dat een nieuwe impuls, die het natuurlijk instinct versterken en het mettertijd onafscheidelijk begeleiden zal, den beschaafden mensch den koers zal aangeven die het ras moet nemen. Evenals in het verleden het ras over het geheel gevormd is door een natuurlijke, gedeeltelijk sexueele, keuze, die onbewust was van zichzelf en onwetend omtrent de doeleinden waar ze toe leidde, zoo zal het ras in de toekomst gevormd worden door opzettelijke keuze, zal de scheppende energie van de natuur zelf bewust worden in het brein van den beschaafden mensch. Dit is niet een geloof dat zijn oorsprong heeft in een vage hoop. De problemen van het leven van het individu zijn verbonden aan het lot van het leven van het ras en ieder keer weer zullen wij bevinden, als wij peinzen over de individueele kwesties, met welke wij hier te maken hebben, dat zij in alle punten ten slotte samenloopen naar dit zelfde doeleinde van het ras.

Daar we hier nu de sexueele betrekkingen moeten nagaan van het individu ten opzichte van de maatschappij, zal het praktisch zijn op dit punt de kwesties van voorouders terzijde te stellen en het individu te nemen zooals het, met een reeds bepaalden erfelijken aanleg, ligt onder het hart der moeder.

Het is de moeder, die de naaste bloedverwant is van het kind. Op verschillende punten in de zoölogische ontwikkeling heeft het mogelijk geschenen dat de functies, die we nu kennen als die van het moederschap, in ruime mate en gelijkelijk gedeeld werden door den vader. De natuur heeft verschillende proeven genomen in deze richting, met visschen bijvoorbeeld, en zelfs met vogels. Maar hoe nuttig en uitmuntend deze proeven ook waren en ofschoon krachtig genoeg om hun voortzetting tot op dezen dag te verzekeren, blijft het toch waar, dat de mensch niet bestemd was zich langs dezen weg te verheffen. Onder al de zoogdieren, die er vóór den mensch geweest zijn, is het mannetje een indrukwekkende en belangrijke figuur in de eerste dagen van het hofmaken, maar nadat de conceptie verzekerd is, speelt de moeder de voornaamste rol in het leven van het ras. Het mannetje moet er zich mee tevreden stellen buiten het voedsel op te zoeken en op wacht staan als het thuis is in de voorkamer van het gezin. Als ze eenmaal bevrucht is, verwerpt het vrouwtje toornig de liefkoozingen, die zij tevoren zoo coquet in ontvangst genomen heeft, en zelfs bij den mensch is de positie van den vader bij de geboorte van zijn kind niet bijzonder waardig of aangenaam. De natuur staat aan den man slechts een tweede en betrekkelijk nederige plaats toe in het tehuis, de broedplaats van het ras; hij mag zich, als hij wil, schadeloos stellen door het zoeken van avonturen en roem in de wereld daarbuiten. De moeder is de naaste bloedverwant van het kind, en gedurende den tijd van de conceptie tot aan de geboorte, kan de hygiëne van den toekomstigen mensch alleen bevorderd worden door invloeden, die werken door haar.

Zoo fundamenteel en elementair als het feit is van de overheerschende positie van de moeder voor het leven van het ras, zoo onbetwistbaar als het schijnen moet aan allen die er studie van gemaakt hebben, moeten we toch toegeven, dat het soms vergeten is of niet geteld. In de groote tijden van de menschheid is het inderdaad aangenomen als een centraal en heilig feit. In het klassieke Rome werd in een bepaalde periode het huis van de zwangere vrouw versierd met guirlandes, en in Athene was het een onschendbaar heiligdom, waar zelfs de misdadiger bescherming kon vinden. Zelfs te midden van de gemengde invloeden van tijden zoo vol van schuimend leven, als aan de opkomst van de Renaissance voorafgingen, was de ideaal mooie vrouw, zooals wij nog kunnen zien op schilderijen, de zwangere vrouw. Maar het is niet altijd zoo geweest. Tegenwoordig, bij voorbeeld, is er geen twijfel aan, dat we nog pas bezig zijn los te komen uit een periode, waarin dit feit dikwijls werd betwist of ontkend, in theorie en praktijk beide, ook door de vrouwen zelf. Dit was vooral opmerkelijk in Engeland en Amerika beide, en het ligt waarschijnlijk voor een groot deel aan de ongelukkige, dwaze verblindheid, die vrouwen in deze landen er toe bracht mannelijke idealen na te jagen, dat nu de inspiratie voor den vooruitgang in de vrouwenbeweging voornamelijk komt van de vrouwen van andere landen. Moederschap en de toekomst van het ras werden systematisch gekleineerd. Het vaderschap, zoo werd gezegd, was maar een ondergeschikte gebeurtenis in het leven van den man: waarom zou het moederschap meer dan louter een gebeurtenis zijn in het leven van de vrouw? In Engeland waren de vrouwen, door een merkwaardig verdraaiden vorm van sexueele aantrekkingskracht zoo betooverd door den glans, die de mannen omgaf, dat zij al de feiten van organische constitutie, die haar ongelijk maakten aan den man, wilden onderdrukken of vergeten, zich haar glorie tot schande rekenden en dezelfde opvoeding zochten als mannen, dezelfde bezigheden als mannen, ja dezelfde sport. Zooals wij weten was er oorspronkelijk een element van rechtvaardigheid in dezen aandrang [3]. Hij was volkomen gerechtvaardigd in zoover hij een aanspraak was op bevrijding van een kunstmatige beperking, en een eisch tot economische onafhankelijkheid. Maar hij werd noodlottig en dwaas, toen hij zich ontwikkelde in een hartstocht om, in alle opzichten, dezelfde dingen te doen, die mannen doen; hoe noodlottig en hoe dwaas kunnen we beseffen als wij ons mannen voorstellen, hartstochtelijk de wijzen van doen en de werkzaamheden van vrouwen nabootsende. Vrijheid is alleen goed, als zij is een vrijheid om de wetten te volgen van iemands eigen natuur; zij houdt op vrijheid te zijn als zij wordt een slaafsche poging anderen na te bootsen en ze zou slechts ongeluk aanbrengen als ze ooit slagen kon [4]. Tegenwoordig heeft deze beweging theoretisch opgehouden vertegenwoordigsters te bezitten, die ernstigen invloed uitoefenen. Toch vertoonen zich de praktische resultaten nog zeer zichtbaar in Engeland en de andere landen, waarin zij gevoeld is. De sterfte onder de zuigelingen is enorm en begint nog slechts, tenminste in Engeland, een neiging te vertoonen om af te nemen; het moederschap is zonder waardigheid en de levenskracht der moeders neemt spoedig af, zoodat zij niet eens haar kinderen kunnen zoogen; onwetende jonge moeders geven haar kinderen aardappelen en jenever; overal spreekt men ons van de teekenen van ontaarding van het ras, of zoo al niet van het ras, dan toch in ieder geval van de jonge individuen van tegenwoordig.

Het zou misplaatst zijn en ons te ver voeren om hier deze verscheidenheid te bespreken van praktische gevolgen van de dwaze poging, om het enorme belang van het moederschap voor het ras te kleineeren. Het zij genoeg slechts dit eene punt aan te raken: de bovenmatige sterfte onder de zuigelingen.