De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 16
Het was echter niet zoozeer aan deze meer geestelijke zijden, maar aan de zijde der hygiëne, dat de negentiende eeuw haar voornaamste praktische bijdrage leverde tot de nieuwe wijze van voelen jegens de naaktheid.
Lord Monboddo, de Schotsche rechter, een pionier voor vele moderne denkbeelden, had zich reeds in de achttiende eeuw de hygiënische waarde van "luchtbaden" duidelijk voor oogen gesteld, en hij heeft die nu gewone naam uitgevonden. "Lord Monboddo" zegt Boswell, 1777 (Leven van Johnson, uitgegeven door Hill, deel III, p. 168) "vertelde mij, dat hij iederen morgen om vier uur wakker werd, en dan voor zijn gezondheid opstond en naakt in zijn kamer rond wandelde, met het raam open, wat hij noemde "een luchtbad nemen"". Er wordt ook gezegd, ik weet niet op wiens gezag, dat hij iederen morgen zijn dochters een luchtbad liet nemen op het terras. Een ander bekend man van dezelfde eeuw, Benjamin Franklin, werkte soms naakt in zijn studeerkamer op hygiënische gronden, en maakte eens een dienstmeisje, naar men zegt, aan het schrikken, door zoo, onaangekleed, de deur te openen in een oogenblik van gedachteloosheid.
Rikli schijnt de apostel te zijn geweest van luchtbaden en zonnebaden, beschouwd als een systematische methode. Hij stichtte licht- en luchtbaden meer dan een halve eeuw geleden in Triëst en overal elders in Oostenrijk. Zijn motto was: "Licht, waarheid en vrijheid zijn de beweegkrachten, die voeren naar de hoogste ontwikkeling van physieke en moreele gezondheid". De mensch is geen visch, verklaarde hij; licht en lucht zijn de eerste voorwaarden voor een hoog georganiseerd leven. Zonnebaden voor de behandeling van een menigte verschillende ontredderde toestanden zijn nu algemeen ingesteld en de meeste systemen van natuurgeneeswijze hechten groote waarde aan licht en lucht, terwijl men in de geneeskunde algemeen begint te erkennen, dat die invloed geenszins kan worden verwaarloosd. Dr. Fernand Sandoz zet in zijn Introduction à la Thérapeutique Naturiste par les agents Physiques et Dietétiques (1907) zulke methoden zeer begrijpelijk uiteen. In Duitschland zijn zonnebaden in ruimen kring gewoon geworden; zoo schrijft Lenkei (in een geschrift, dat geresumeerd wordt in de British Medical Journal, Oct. 31, 1908) ze met veel succes voor bij tuberculose, rheumatische aandoeningen, gezetheid, bloedeloosheid, neurasthenie, enz. Hij houdt het er voor, dat hun eigenaardige waarde ligt in de inwerking van het licht. Professor J. N. Hyde, van Chicago, gelooft zelfs ("Licht-honger in de voortbrenging van Psoriasis", British Medical Journal, Oct. 6, 1906), dat psoriasis veroorzaakt wordt door gebrek aan zonlicht, en het best genezen kan worden door het toepassen van licht. Deze meening, die echter niet algemeen aangenomen is in haar onvermengden vorm, steunt hij vindingrijk door het feit, dat psoriasis neiging heeft zich te vertoonen op de meest blootgestelde deelen van het lichaam, waarvan men denken kan, dat ze van nature de grootste hoeveelheid licht krijgen en noodig hebben, en door de afwezigheid van de ziekte in heete landen en onder de negers.
De hygiënische waarde van naaktheid blijkt uit de robuste gezondheid van de natuurvolken, de geheele wereld door, die naakt loopen. De kracht van de Ieren heeft men ook in verband gebracht met het feit, dat (zooals de Itinary van Fynes Morrison aantoont) beide seksen, zelfs onder personen van hooge maatschappelijke klasse gewend waren naakt te loopen, behalve dat ze een mantel droegen, vooral in de meer afgelegen gedeelten van het land, nog in de zeventiende eeuw. Overal waar de primitieve rassen de naaktheid plaats laten maken voor kleeding, neemt tevens de neiging tot ziekte, sterfte en degeneratie opmerkelijk toe, hoewel we niet moeten vergeten, dat het gebruik van kleederen gewoonlijk samengaat met de invoering van andere slechte gewoonten. "Naaktheid is de eenige toestand, die krachtige en gezonde natuurvolken gemeen hebben; op ieder ander punt misschien verschillen zij", merkt Frederik Boyle op in een geschrift ("Natuurvolken en kleederen", Monthly Review, Sept. 1905) waarin hij veel bewijsgronden bijeenbrengt voor het hygiënisch voordeel van den natuurlijken menschelijken staat, waarin de mensch "geheel aangezicht is".
Het is in Duitschland geweest, dat een terugkeer tot de naaktheid met verstand en kracht is aangeraden, voornamelijk door Dr. H. Pudor in zijn Nackt-Cultur, en door R. Ungewitter in Die Nacktheit (het eerst gepubliceerd in 1905), een boek, dat in ruimen kring gecirculeerd heeft in vele edities. Deze schrijvers raden met enthousiasme de naaktheid aan, niet alleen op hygiënische, maar op moreele en artistieke gronden. Pudor beweert speciaal met nadruk, dat "naaktheid, zoowel in gymnastiek als in sport, een methode is van genezing en een methode van herleving"; hij raadt co-educatie aan bij deze naakt-cultuur. Ofschoon hij groote eischen stelt aan de naaktheid--daar hij meent dat al de naties, die deze eischen in den wind geslagen hebben, snel achteruit zijn gegaan--is Pudor minder hoopvol dan Ungewitter met betrekking tot een spoedige overwinning over de vooroordeelen die aan de naakt-cultuur in den weg staan. Hij vindt, dat de onmiddellijke taak opvoeding is, en dat een praktisch begin het best kan gemaakt worden met den voet, die vooral behoefte heeft aan hygiëne en oefening; een groot deel van het eerste deel van zijn boek is gewijd aan den voet.
Daar de kwestie tegenwoordig beschouwd wordt door die opvoedkundigen, die evenzeer gevoelen voor hygiënische als voor sexueele overwegingen, worden de eischen van de naaktheid, voor zoover het jonge menschen betreft, beschouwd als een deel van de physieke en moreele hygiëne. De vrije aanraking van het naakte lichaam met lucht, water en licht, komt ten goede aan de gezondheid van het lichaam; gemeenzaamheid met het zien van het lichaam neemt kleingeestige begeerten weg, ontwikkelt het schoonheidsgevoel en komt ten goede aan de schoonheid van de ziel. Deze dubbele beschouwing van de zaak heeft ongetwijfeld veel gewicht in de schaal gelegd bij die leeraars, die nu gewoonten goedkeuren, die een paar jaar geleden, haastig veroordeeld zouden zijn als "indecent". Er is ook nog een groot verschil in meening over de grenzen, tot welke de gewoonte van naaktheid kan doorgevoerd worden, en ook over den leeftijd, waarop zij beperkt moet worden. Het feit, dat de volwassen generatie van heden opgegroeid is onder den invloed van den ouden afschuw van de naaktheid, is een onvermijdelijke hinderpaal voor alle mogelijke revolutionaire veranderingen in deze kwesties.
Maria Lischnewska, een van de bekwaamste voorstandsters van de methodische inlichting aan kinderen in sexueele zaken (op. cit.), stelt helder voor oogen, dat een gezonde houding tegenover het lichaam de grondslag is van een goede opvoeding voor het leven. Zij bevindt, dat het voornaamste bezwaar, dat men voor zulk een opvoeding ontmoet, is "de afschuw van den beschaafden mensch voor zijn eigen lichaam". Zij toont aan, dat er geen twijfel aan kan zijn, dat zij, die bezig zijn met de moeilijke taak te werken in de richting van het afschaffen van dien bijgeloovigen afschuw, een moreele taak van het grootste belang op zich genomen hebben.
Walter Gerhard wijst er op, in een wel doordacht en verstandig geschrift over de opvoedkundige kwestie ("Ein Kapitel zur Erziehungsfrage", Geschlecht und Gesellschaft, vol. 1, Heft 2), dat het de volwassene is, die opvoeding noodig heeft in deze zaak--evenals in zooveel andere zaken van sexueele inlichting--aanmerkelijk meer dan het kind. Ouders voeden hun kinderen van de eerste jaren af op in preutschheid, en vleien zich te vergeefs, dat zij daardoor hun kuischheid en moraal hebben vermeerderd. Hij vermeldt zijn eigen vroege leven in een tropisch land en het gewend zijn aan naaktheid van den beginne. "Niet voordat ik naar Duitschland kwam, toen ik bijna twintig jaar was, kwam ik tot de ontdekking, dat het menschelijk lichaam indecent is, en dat het niet vertoond moet worden omdat het "verkeerde aandriften zou wekken". Niet voordat het menschelijk lichaam geheel aan mijn gezicht onttrokken was en nadat mij voortdurend verteld was, dat er iets onfatsoenlijks achter kleeren verborgen was, heb ik dat kunnen begrijpen.... Tot dat oogenblik had ik niet geweten dat een naakt lichaam, door het enkele feit van de naaktheid, erotische gevoelens kon opwekken. Ik had erotische gevoelens gekend, maar die waren niet ontstaan door het zien van het naakte lichaam, maar waren langzamerhand opgebloeid uit de vereeniging van onze zielen". En hij trekt de eindconclusie dat, al was het alleen maar om de wille van onze kinderen, wij moeten leeren ons zelf op te voeden.
Forel (Die sexuelle Frage, p. 140), spreekt in geheel denzelfden geest als Gerhard en merkt op, dat preutschheid in kinderen kan worden gekweekt of tegen gegaan. Ze kan gekweekt worden door overmatigen angst bij het bedekken van hun lichamen en het verbergen voor hen van de lichamen van anderen. Ze kan tegen gegaan worden door hen zich voor oogen te doen stellen, dat er niets in het lichaam is, dat onnatuurlijk is en waar wij ons over behoeven te schamen, en ook door het baden van de seksen te zamen aan te moedigen. Hij wijst (p. 512) op de voordeelen van het bekend geraken van kinderen met de volwassen vormen, die zij eens zullen aannemen, en hij veroordeelt het gedrag van die dwaze personen, die denken, dat kinderen reeds de erotische gevoelens van volwassenen over het lichaam bezitten. Dat is zoo ver er vandaan het geval te zijn, dat kinderen dikwijls niet in staat zijn het geslacht van andere kinderen te onderkennen, afgescheiden van hun kleeren.
Op het Mannheimer Congres van de Duitsche Vereeniging ter Bestrijding van Venerische Zieken, speciaal gewijd aan sexueele hygiëne, vermeldden de sprekers steeds weer de noodzakelijkheid van het gemeenzaam zijn met het naakte lichaam. Zoo leggen Eulenburg en Julian Marcuse den nadruk op het belang van luchtbaden, niet alleen om de physieke gezondheid van de jonge menschen, maar in het belang van een rationeele sexueele oefening. Höller, een onderwijzer, die op hetzelfde congres spreekt (op cit. p. 85) gaat, nadat hij aangedrongen heeft op het gemeenzaam zijn met het naakt in kunst en literatuur, en na geprotesteerd te hebben tegen het pasklaar maken van gedichten voor jonge menschen, voort: "Door bepalingen over zwembroekjes is nog nooit een ziel van moreelen ondergang gered. Iemand, die geleerd heeft, in vrede het naakt in de kunst te genieten, wordt door het naakt in de natuur alleen aangedaan als door een kunstwerk". Enderlin, een ander onderwijzer, die in denzelfden geest spreekt (p. 58), wijst er op, dat naaktheid niet sexueel of immoreel op het kind werken kan, omdat de sexueele aandrift nog niet duidelijk uitgesproken is, en hoe eerder hij ingeleid wordt in het naakt in de natuur en in de kunst, des te minder hebben natuurlijk de sexueele gevoelens neiging zich vroegtijdig te ontwikkelen. Het kind wordt zoodoende immuun tegen onreine invloeden, zoodat later, wanneer voorstellingen van het naakt tot hem gebracht worden met de bedoeling zijn lichtzinnigheid op te wekken, zij niet bij machte zijn hem kwaad te doen. Het is voor het gemeenzaam zijn met het naakt in de kunst van belang, dat ze op school onderwezen wordt, want de meesten van ons moeten, zooals Siebert opmerkt, reinheid leeren door de kunst.
Naaktheid bij het baden, merkt Bölsche op in zijn Liebesleben in der Natur (vol. III, pp. 139 et seq.) hebben wij reeds eenigermate; wij hebben er behoefte aan in lichaamsoefeningen, eerst voor de beide seksen afzonderlijk; dan, als wij aan het idee gewend geraakt zijn, voor beide geslachten te zamen. We moeten verkrijgen de macht om de lichamen van individuen van de andere sekse te zien met zooveel zelfbeheersching en zulk een natuurlijk instinct, dat zij voor ons on-erotisch worden en dat we ze kunnen aanzien zonder erotische gevoelens. Kunst, zegt hij, toont ons, dat dit mogelijk is in de beschaving. Wetenschap, voegt hij er aan toe, komt hetzelfde gezichtspunt te hulp.
Ungewitter (Die Nacktheit, p. 57) raadt ook aan, jongens en meisjes te zamen bezig te houden met spelen en lichaamsoefeningen, geheel naakt in luchtbaden. "Op deze wijze", meent hij, "zou het gymnasium een school voor moraal worden, waar jonge menschelijke wezens in staat zouden zijn hun reinheid zoolang mogelijk te bewaren door het aan elkander gewoon geraken. Meteen zouden hun lichamen gehard worden en ontwikkeld en de vatbaarheid voor het waarnemen van schoone en natuurlijke vormen gewekt". Voor hen, die "moreele" twijfelingen hebben over de zaak, vermeldt hij de gewoonte in ver verwijderde landelijke districten van jongens en meisjes, die te zamen geheel naakt baden en dit zonder eenig sexueel bewustzijn. Rudolf Sommer raadt eveneens aan, in een uitmuntend artikel getiteld "Mädchenerziehung oder Menschenbildung?" (Geschlecht und Gesellschaft, Bd. i, Heft 3), dat kinderen gewend moeten worden aan elkanders naaktheid al in de vroege jeugd in het familieleven van huis en tuin, bij spelen en voornamelijk bij het baden; hij merkt op, dat ouders, die kinderen hebben van éen sekse alleen, om de wille van hun kinderen intieme verhoudingen moeten zoeken met een familie, die kinderen hebben van denzelfden leeftijd van het andere geslacht, zoodat ze te zamen kunnen opgroeien.
Het is nauwelijks noodig er bij te voegen, dat het cultiveeren van de naaktheid altijd moet samengaan met eerbied voor de natuurlijke instincten van ingetogenheid. Als de gewoonte van naaktheid de jonge menschen er toe bracht een verminderden eerbied te ondervinden voor hun eigen persoonlijkheid of voor die van andere menschen, dan zouden de voordeelen te duur gekocht zijn. Dit is voor een deel een zaak van gezond instinct, voor een deel van verstandige oefening. Wij weten nu, dat de afwezigheid van kleederen weinig verband houdt met de afwezigheid van ingetogenheid, en dat het verband, dat er is, van omgekeerde orde is, want de natuurvolken, die naakt loopen, zijn gewoonlijk meer ingetogen dan zij, die kleederen dragen. Het gezegde, aangehaald door Herodotus in de oude Grieksche wereld, dat "Een vrouw haar ingetogenheid aflegt met haar hemd" was een geliefkoosde tekst van de Christelijke Vaders. Maar Plutarchus, die ook een moralist was, had reeds daartegen geprotesteerd aan het einde van de Grieksche wereld: "In het geheel niet", verklaarde hij, "zij, die ingetogen is, kleedt zich in haar ingetogenheid, als zij haar tunica aflegt". "Een vrouw kan naakt zijn", zooals Mrs. Bishop, de reizigster, tot Dr. Baelz, in Japan, opmerkte, "en toch zich als een dame gedragen" [43].
De kwestie is gecompliceerd bij ons, omdat ingestelde tradities van streng verbergen een verhitheid gekweekt hebben, die een aanstootelijke beleediging is voor naakte ingetogenheid. In vele landen, waar de vrouwen gewoon zijn bijna of geheel naakt te zijn in tegenwoordigheid van hun eigen landgenooten, daar bedekken zij zich zoodra zij zich bewust worden van de begeerige, onderzoekende blikken van Europeanen. Stratz vermeldt dit overheerschen van dezen impuls van beleedigde kuischheid in Japan, en zegt, dat hij zelf die niet verwekte, alleen omdat hij dokter was en bovendien lang in een ander land (Java) gewoond had, waar de gewoonte van naaktheid ook overheerschend is [44]. Zoolang als deze onnatuurlijke verhitheid bestaat, wordt een vrije, onvermengde naaktheid moeilijk gemaakt.
Ingetogenheid is echter niet de eenige natuurlijke aandrift, die in beschouwing komt met betrekking tot de gewoonte van de naaktheid. Het schijnt waarschijnlijk, dat bij het kweeken van de gewoonte van naaktheid wij niet alleen een moreel en hygiënisch voorschrift ten uitvoer brengen, maar dat wij wettig vrij baan geven aan een instinct, dat op sommige tijden van het leven, vooral in de jeugd, spontaan en natuurlijk is en misschien zelfs gezond gebaseerd op de tradities van het ras in de sexueele keuze. Onze strenge conventies maken het voor ons onmogelijk de wetten der natuur te ontdekken, daar wij ze al dadelijk verstikken. Het kan wel zijn, dat er een rythmische harmonie en overeenkomst is tusschen impulsen van ingetogenheid en impulsen van ijdelheid, hoewel wij ons best gedaan hebben om de natuurlijke wet te verbergen onder onze domme en perverse bij-wetten.
Stanley Hall, die den nadruk legt op het belang van de naaktheid merkt op, dat wij met de puberteit alle reden hebben, om aan te nemen, dat in den natuurlijken staat er een zekere instinctieve trots is en neiging tot vertoonen, die de nieuwe plaatselijke ontwikkeling vergezelt, en hij haalt de opmerking aan van Dr. Seerley, dat de impuls om de sexueele deelen te verbergen vooral sterk is bij jonge mannen, die slecht ontwikkeld zijn, maar dat hij niet merkbaar is bij hen, die meer dan middelmatig ontwikkeld zijn. Stanley Hall (Adolescence, vol. II, p. 97) maakt ook melding van de veelvuldigheid, waarmee niet alleen "deugdzame jonge mannen, maar zelfs vrouwen, min of meer genieten van de gelegenheden, waarbij zij de schoonheid van hun vormen kunnen vertoonen zonder terughouding, niet alleen aan hen zelven en aan menschen die zij lief hebben, maar ook onder goede voorwendsels, aan anderen".
Velen hebben ongetwijfeld deze neiging opgemerkt, vooral bij vrouwen, en vooral bij haar, die zich bewust zijn van een mooie physieke ontwikkeling. Madame Céline Renooz meent, dat de neiging overeenkomt met een diepgeworteld instinct bij vrouwen, dat zich weinig of niet bij mannen openbaart, die daarom getracht hebben hun eigen mannelijke opvattingen van kuischheid aan de vrouwen op te dringen. "In het werkelijk leven van het jonge meisje tegenwoordig is een oogenblik, waarop zij met een verborgen atavisme de trots van haar geslacht voelt, de intuïtie van haar moreele meerderheid en dat zij niet begrijpen kan, waarom zij de oorzaak ervan moet verbergen. Op dit oogenblik weet zij, geslingerd tusschen de wetten der Natuur en van maatschappelijke conventies, ternauwernood of de naaktheid haar moet afschrikken of niet. Een soort van verwarde atavistische herinnering brengt haar in herinnering een tijd voordat kleederen bekend waren, en openbaart haar als een ideaal uit het paradijs de gewoonten van dat menschelijk tijdperk". (Céline Renooz, Psychologie Comparée de l'Homme et de la Femme, pp. 85-87). Misschien werd dit duister gevoeld door het Duitsche meisje (vermeld in Kalbeck's Life of Brahms), dat zeide: "Men geniet tweemaal zooveel van muziek als men gedécolleteerd is".
Van het standpunt, waarmee we hier voornamelijk te doen hebben, zijn er drie wegen, waarop het cultiveeren van naaktheid--voor zoover ze toegestaan is door de publieke opinie--neiging heeft invloed uit te oefenen: 1. Ze is een belangrijk element bij de sexueele hygiëne van jonge menschen, die een gezonde kennis en gebrek aan nieuwsgierigheid invoert in een sfeer, die eens overgegeven was aan preutschheid en verhitheid. 2. Het effect van naaktheid is gunstig voor hen, die wat ouder zijn ook, in zoover ze er toe leidt om het gevoel voor schoonheid aan te kweeken en tonische en troostende invloeden te verschaffen van natuurlijke kracht en bekoring. 3. De gewoonte van naaktheid heeft, bij haar begin tenminste, een dynamischen psychologischen invloed ook op de moraal, een invloed, die uitgeoefend wordt in het stellen van een krachtige en positieve moraal in de plaats van de enkel negatieve en schuchtere moraal, die in deze sfeer geheerscht heeft.
Misschien zijn er niet veel volwassenen, die zich duidelijk voor oogen stellen de intense en heimelijke concentratie van de gedachten van veel jongens en sommige meisjes op het probleem van den lichaamsbouw van het andere geslacht, en den tijd, het geduld, en de intellectueele energie, die zij bereid zijn te besteden aan de oplossing van het probleem. Dit wordt meest in het geheim gedaan, maar niet zelden vertoont de verborgen aandrang zich met een plotseling geweld, dat in de blinde oogen der wet beschouwd wordt als een misdaad. Een Duitsch rechtsgeleerde, Dr. Werthauer, heeft onlangs geconstateerd, dat, als er een voldoende mate van bekendheid was met de natuurlijke organen en de functies van het andere geslacht, dan negentig percent van de onzedelijke daden van jonge mannen met meisjes zouden verdwijnen, want in de meeste gevallen zijn dat geen aanvallen, maar alleen het onschuldig, hoewel onbedwingbaar resultaat van een onderdrukte natuurlijke nieuwsgierigheid. Het is volkomen waar, dat niet weinig kinderen moedig elkanders medewerking inroepen bij het vaststellen van de zaak en dat zij haar oplossen tot elkander's wederkeerige tevredenheid. Maar zelfs dit is niet geheel voldoende, want het doel wordt niet openlijk bereikt en op een gezonde wijze, met een gepaste onderschikking van wat specifiek sexueel is, maar met een bewustheid van verkeerd-doen en een uitsluitende opmerkzaamheid op het enkele physieke feit, dat onmiddellijk leidt tot sexueele opwinding. Als gemeenzaamheid met het naakte lichaam van het andere geslacht openlijk verkregen wordt en zonder gevoel van ongepastheid, bij werk of bij spel, in lichaamsoefening en gymnastiek, bij het loopen en bij het baden, van de eerste jaren van het kind af, dan gaan geen ongezonde resultaten samen met de kennis van de essentieele feiten van physieken bouw, die op zulk een wijze natuurlijk verkregen zijn. De verhitheid en de preutschheid, die gelijkelijk het sexueele leven in het verleden vergiftigd hebben, zijn evenzeer onmogelijk gemaakt.