De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij

Part 13

Chapter 133,632 wordsPublic domain

Er is echter een zekere soort van bescherming, die men aan de bruid kan verschaffen, zelfs zonder af te wijken van onze meest conventioneele opvattingen over het huwelijk. We kunnen er tenminste op aandringen, dat zij nauwkeurig wordt ingelicht over den juisten aard van haar physieke relaties tot haar echtgenoot en dat ze gevrijwaard zal zijn tegen de schokken en desillusies die het huwelijk anders zou kunnen meebrengen. Niettegenstaande het afnemen van vooroordeelen, mag het waarschijnlijk heeten dat zelfs nu nog de meerderheid van de vrouwen uit de zoogenaamd welopgevoede klasse trouwen met alleen de meest vage en meest onnauwkeurige denkbeelden, meer of minder in het geheim opgedaan, over den aard van de sexueele verhoudingen. Een zoo hoogst intelligente vrouw als Madame Adam heeft gezegd, dat zij zich verplicht gevoelde een man te trouwen, die haar op de mond gekust had, daar ze meende, dat dit de opperste daad van sexueele vereeniging was [35], en het is dikwijls voorgekomen, dat vrouwen getrouwd zijn met sexueel geïnverteerde personen van haar eigen sekse, terwijl ze dit niet altijd wisten, maar meenden, dat het mannen waren, en die nooit haar vergissing ontdekten; het is nog niet lang geleden, dat in Amerika drie vrouwen op deze wijze achtereenvolgens met dezelfde vrouw trouwden, terwijl klaarblijkelijk geen van haar ooit de werkelijke sekse van den "echtgenoot" ontdekte. "Het beschaafde meisje wordt", zooals Edward Carpenter opmerkt, "naar het altaar gevoerd, dikwijls in de uiterste onwetendheid, en de offergebruiken die op het punt staan voltrokken te worden geheel misverstaande". Zeker zijn meer verkrachtingen gedaan in het huwelijk dan daar buiten [36]. Het meisje is vol van vaag en romantisch geloof in de beloften van de liefde, dat dikwijls nog verhoogd wordt door de verrukkingen, die beschreven worden in sentimenteele romans, waaruit ieder spoor van gezonde werkelijkheid zorgvuldig verwijderd schijnt. "Al de oprechtheid van geloof is daar", zooals Senancour het uitdrukt in zijn boek De l'Amour, "de wenschen van de onervarenheid, de behoefte aan een nieuw leven, de hoop van een oprecht hart. Zij heeft al de vermogens der liefde, zij moet liefhebben; zij heeft al de middelen tot vermaak, zij moet bemind worden. Alles drukt liefde uit en eischt liefde: deze hand gevormd voor teere liefkoozingen, een oog waarvan men het nut niet zou weten als het niet er in toestemt bemind te worden, een boezem die bewegingloos en nutteloos is zonder liefde en die verwelken zal zonder te zijn aangebeden; deze gevoelens, die zoo groot, zoo teer, zoo wellustig zijn, de eerzucht van het hart, de heldenmoed der hartstocht! Zij moet noodzakelijk de heerlijke regel volgen, die de wet der wereld heeft voorgeschreven. Die opwindende rol, die zij zoo goed kent, waar alles aan herinnert, die de dag ingeeft en die de nacht afdwingt,--welke jonge, gevoelige, liefhebbende vrouw kan zich voorstellen, dat ze haar niet zal spelen?" Maar als het werkelijke drama der liefde zich voor haar begint te ontplooien en als zij den waren aard inziet van de "opwindende rol" die zij spelen moet, dan is het dikwijls gebeurd, dat het geval veranderde; zij vindt zichzelf geheel onvoorbereid en ze wordt overweldigd door schrik en ongerustheid. Al het geluk van haar huwelijksleven kan dan afhangen van een paar toevallige omstandigheden, de handigheid en welwillendheid van haar echtgenoot, haar eigen tegenwoordigheid van geest. Hirschfeld vermeldt het geval van een onschuldig jong meisje van zeventien--in dit geval, bleek het toevallig een geïnverteerde te zijn--die er toe overgehaald was om te trouwen, maar toen ze ontdekte wat huwelijk beteekende, zich krachtig verzette tegen de sexueele naderingen van haar man. Hij wendde zich tot haar moeder, dat deze aan haar dochter den aard der "huwelijksplichten van de vrouw zou uitleggen". Maar de jonge vrouw antwoordde op de vermaningen van haar moeder: "Als dat mijn vrouwenplicht is, dan was het Uw ouderplicht geweest mij dat van tevoren te zeggen, want, als ik het geweten had, zou ik nooit getrouwd zijn". De echtgenoot, die in dit geval veel van zijn vrouw hield, trachtte acht jaar lang haar te overreden, maar tevergeefs, en eindelijk had een scheiding plaats [37]. Dat is ongetwijfeld een uiterst geval, maar hoe veel onschuldige jonge geïnverteerde meisjes komen nooit haar waren aard te weten voor nà het huwelijk, en hoe veel geheel normale meisjes worden zóo geschokt door de plotselinge inwijding in het huwelijk, dat haar mooie jeugddroomen over liefde nooit langzaam en gezond zich ontwikkelen tot het bereiken van de nòg mooiere werkelijkheden?

Vóór den leeftijd der puberteit schijnt het wel dat de sexueele inwijding van het kind--afgezien van die wetenschappelijke inlichting, die een deel zou vormen van schoolcursussen in botanie en zoölogie--het uitsluitend voorrecht moet wezen van de moeder of van haar aan wie de moederplichten zijn toevertrouwd. Bij de puberteit is meer gezaghebbende en meer nauwkeurige raad noodig dan de moeder misschien kan of wil geven. Op dezen leeftijd moet zij haar zoon of dochter een of ander van de zeer talrijke handleidingen in handen geven, waar we reeds naar verwezen hebben (bladz. 49), die de physieke en moreele zijden verklaren van het sexueele leven en de grondbeginselen der sexueele hygiëne. De jongen of het meisje is dan reeds, dit mogen we aannemen, bekend met de feiten van het moederschap en den oorsprong van kinderen, en ook min of meer nauwkeurig met den rol van den vader in hun voortbrenging. De handleiding, die nu in zijn of haar handen gegeven wordt, moet ten minste in het kort, maar bepaaldelijk handelen over de sexueele verhouding, en moet ook uitleggen, waarschuwend maar niet in een verontrustenden geest, de voornaamste auto-erotische verschijnselen en geenszins alleen de onanie. Niets dan goed kan er voortkomen uit het gebruik van zulk een handleiding, als ze met wijsheid gekozen wordt; zij zal komen in de plaats van wat de moeder reeds gedaan heeft, wat de onderwijzer misschien nog doen zal en wat later misschien zal gedaan worden door een vertrouwelijk gesprek met een dokter. Men heeft aangevoerd, dat de jongen of het meisje, aan wie zulke lectuur wordt aangeboden, ze alleen maar zal maken tot een aanleiding tot ziekelijke brasserij en zinnelijk genot. Men kan wel aannemen dat dit soms zal gebeuren met jongens of meisjes, voor wie alle sexueele feiten altijd geheimzinnig verborgen zijn gehouden en dat, als zij eindelijk de gelegenheid vinden om hun lang onderdrukte en volkomen natuurlijke nieuwsgierigheid te voldoen, zij overweldigd worden door de opwinding van de gebeurtenis. Het zou niet kunnen gebeuren met kinderen, die natuurlijk en gezond opgevoed zijn. Later, tijdens den jongelingsleeftijd, heeft ongetwijfeld het systeem groot voordeel, dat nu veel toegepast wordt, vooral in Duitschland, n.l. lezingen te houden, toespraken of rustige gesprekken met jonge menschen voor beide geslachten afzonderlijk. De spreker is gewoonlijk een met zorg uitgekozen leeraar, een dokter of ander bevoegd persoon, die voor dit speciale doel komt.

Stanley Hall maakt de opmerking, dat sexueele opvoeding in hoofdzaak moet gegeven worden door vaders aan zoons en door moeders aan dochters, en voegt er bij: "Het kan wel zijn dat in de toekomst deze soort van inwijding weer een kunst zal worden en deskundigen ons met meer zelfvertrouwen zullen vertellen, hoe we onzen plicht moeten doen tegenover de vele eischen, typen en stadiën van de jeugd, en in plaats van bedrogen te worden en verslagen, zullen wij zien dat deze leeftijd en dit onderwerp het beste uitgangspunt zijn voor de hoogste pædagogie om haar beste en meest hervormende werk te doen, zoo goed als het de grootste van alle gelegenheden is voor den godsdienstleeraar om invloed uit te oefenen". (Stanley Hall, Adolescence, deel I, pag. 469). "Op Williams College, Harvard, Johns Hopkins and Clark", merkt dezelfde beroemde leeraar op (ib., pag. 465), "heb ik het tot mijn plicht gemaakt in mijn afdeelingsonderwijs zeer kort, maar duidelijk te spreken tot jonge mannen, die ik inlichten moet, persoonlijk, als mij dat verstandig toescheen, en dikwijls, hoewel hier alleen in algemeene termen, voor studentengezelschappen; ik geloof dat ik nergens meer goed gedaan heb, maar het is een pijnlijke plicht. Hij vereischt tact en een zekere mate van flink en doortastend gezond verstand, nog meer dan technische kennis".

Het is nauwelijks noodig te zeggen, dat de gewone onderwijzer of onderwijzeres in het geheel niet geschikt is om over sexueele hygiëne te spreken. Het is een taak waarin alle, althans sommige onderwijzers geoefend moeten worden. Een begin in deze richting is gemaakt in Duitschland door het houden van cursussen voor onderwijzers over sexueele hygiëne in de opvoeding. In Pruisen werd de eerste poging gedaan in Breslau, toen de centrale schoolautoriteiten Dr. Martin Chotzen verzochten zulk een cursus te houden voor honderd vijftig onderwijzers, die de grootste belangstelling in de lezingen toonden, welke omvatten de anatomie van de sexueele organen, de ontwikkeling van het sexueele instinct, de voornaamste afwijkingen ervan, venerische ziekten en het belang van het oefenen in zelfbeheersching. In Geschlecht und Gesellschaft (deel I, afl. 7) geeft Dr. Fritz Reuther de korte inhoud van lezingen, die hij gehouden heeft voor een klasse van jonge onderwijzers; zij omvatten veelal hetzelfde terrein als die van Chotzen.

Het is niet gebleken, dat in Engeland de Minister van Opvoeding reeds stappen gedaan heeft om het houden van lezingen over sexueele hygiëne te verzekeren aan jongens die op het punt zijn de school te verlaten. In Pruisen echter toont de Minister van Opvoeding een levendige belangstelling in deze zaak, en zulke lezingen worden nu algemeen gehouden, hoewel het bijwonen ervan gewoonlijk niet verplichtend is. Eenige jaren geleden (in 1900), toen er voorgesteld werd een serie lezingen te houden over sexueele hygiëne voor de meergevorderde leerlingen van Berlijnsche scholen, onder de leiding van een genootschap ter verbetering der moraal, weigerde het gemeentebestuur zijn toestemming om de schoolkamers te gebruiken, omdat "zulke lezingen buitengemeen gevaarlijk zouden zijn voor den moreelen zin van een zoo jeugdig gehoor". Hetzelfde bezwaar is gemaakt door leden van het gemeentebestuur in Frankrijk. In Duitschland echter is er een snelle vooruitgang in de publieke opinie. In Engeland is nog weinig of geen vordering gemaakt, maar in Amerika worden stappen in deze richting gedaan, zooals door de Maatschappij voor Sociale Hygiëne in Chicago. Het moet gezegd worden dat zij, die zich in groote steden verzetten tegen sexueele opheldering van de jeugd, zich rechtstreeks tot bondgenoot maken, of zij het weten of niet, van de invloeden die misdaad en immoraliteit veroorzaken.

Zulke lezingen worden ook gegeven aan meisjes die van school gaan, niet alleen meisjes van de gegoede, maar ook die van de arme klasse, die ze zeker evenzoo noodig hebben en in sommige opzichten meer. Zoo heeft Dr. A. Heidenhain een lezing uitgegeven (Sexuelle Belehrung der aus den Volksschule entlassenen Mädchen, 1907) met anatomische tabellen, die hij gehouden heeft voor meisjes die op het punt waren de school te verlaten, en die bedoeld is haar in dien tijd in handen te geven. Salvat staat er op in een thèse de Lyon (La Dépopulation de la France, 1903), dat de hygiëne van de zwangerschap en de zorg voor kinderen een deel zou moeten uitmaken van het onderwerp van zulke lezingen. Deze onderwerpen konden echter wel tot een wat later tijd uitgesteld worden.

Iets is er klaarblijkelijk noodig behalve lezingen over deze onderwerpen. Het moet de taak zijn van de ouders of de andere verzorgers van iederen jongen man en ieder jong meisje, om het zóó in te richten dat, tenminste eenmaal in deze levensperiode, er een vertrouwelijk, persoonlijk onderhoud is met een dokter, om gelegenheid te geven voor een vriendschappelijk, vertrouwelijk gesprek over de hoofdpunten van sexueele hygiëne. De huisdokter zou het best zijn voor dezen plicht, omdat hij op de hoogte kan zijn van het persoonlijk temperament van den jongen man en met de neigingen van de familie [38]. Voor meisjes verdient een vrouwelijke dokter dikwijls de voorkeur. Sekse is feitelijk een mysterie; voor den onbedorven jongen man is ze dat instinctief; behalve in een abstracten en technischen vorm kan ze feitelijk niet het onderwerp zijn voor lezingen. In een vertrouwelijk en geïndividualiseerd gesprek tusschen den nieuweling in het leven en den deskundige kunnen vele noodzakelijke dingen gezegd worden, die in het publiek niet gezegd zouden kunnen worden, en bovendien kan de jonge man vragen stellen, die door schuwheid en terughouding moeilijk aan ouders gesteld kunnen worden, terwijl de gemakkelijke gelegenheid om ze op natuurlijke wijze aan den vakman te stellen anders zelden of nooit voorkomt. De meeste jonge menschen hebben hun eigen speciale onwetendheden, hun eigen speciale moeilijkheden; moeilijkheden en onwetendheden die soms door een woord uit den weg geruimd kunnen worden. Toch gebeurt het volstrekt niet zelden, dat zij ze meedragen vèr in het volwassen leven, omdat zij de gelegenheid niet gehad hebben, òf de handigheid en de onbeschroomdheid misten om de gelegenheid te maken, om inlichting te verkrijgen.

Men moet duidelijk begrijpen, dat deze gesprekken van medischen, hygiënischen en physiologischen aard zijn; zij moeten niet gebruikt worden om moreele platheden te debiteeren. Ze daarvoor te gebruiken, zou een noodlottige vergissing zijn. Jonge menschen zijn dikwijls zeer vijandig gezind tegenover enkel conventioneele moreele grondstellingen, en zij vermoeden de holheid ervan, niet altijd zonder reden. Het doel, dat hier beoogd wordt, is inlichting. Zeker kan kennis nooit immoreel zijn, maar er wordt niets gewonnen door kennis en moraal door elkaar te haspelen.

Als wij den nadruk leggen op den aard van de taak van den dokter in deze zaak, als zuiver en alleen die van wijze, praktische inlichting, dan is daar niets mee gezegd tegen de voordeelen en de enorme beteekenis voor de sexueele hygiëne van de moreele, godsdienstige, ideale elementen van het leven. Het is niet in de eerste plaats de taak van den dokter om deze in te boezemen, maar zij hebben een zeer intieme betrekking tot het sexueele leven, en aan iederen jongen en ieder meisje met de puberteit, en nooit vóór de puberteit, moet het voorrecht gegeven worden--en niet de plicht of de taak--om ingewijd te worden in die elementen van het leven der wereld, die tevens natuurlijke functies zijn van de jeugdige ziel. Hier is echter de sfeer van den leeraar in godsdienst of zedeleer. Tijdens de puberteit heeft hij een goede gelegenheid, de beste die hij ooit krijgen kan. Dit opbloeien van de sexe in het lichaam tijdens de puberteit, heeft zijn geestelijken tegenhanger in het terzelfder tijd opbloeien van de ziel. De kerken hebben van de vroegste tijden af de godsdienstige beteekenis van dit oogenblik erkend, want deze levensperiode hebben zij aangewezen als den tijd voor de bevestiging en dergelijke riten. Met het voortschrijden van de eeuwen worden zulke godsdienstige gebruiken weliswaar slechts formeele fossielen, oogenschijnlijk zonder zin. Maar zij hebben toch een beteekenis en kunnen weer tot leven gewekt worden. Ook moeten zij niet beperkt blijven, wat hun geest en hun innerlijk wezen betreft, tot hen die een bovennatuurlijk geopenbaarden godsdienst belijden. Zij gaan alle zedeleeraars aan: die moeten zich duidelijk voor oogen stellen, dat zij tijdens de puberteit de groote ideale aspiraties moeten inboezemen of bevestigen, die in dezen tijd neiging hebben om spontaan te ontwaken in de ziel van den jongen of van het meisje [39].

Het tijdvak van de puberteit, heb ik gezegd, is de periode waarin deze nieuwe soort van sexueele inwijding gewenscht is. Vóór de puberteit, hoewel de psychische emotie van liefde zich dan dikwijls ontwikkelt, zoo goed als soms physische sexueele emoties, die gewoonlijk vaag en verstrooid zijn, zijn bepaalde en plaatselijke sexueele gevoelens zeldzaam. Voor den normalen jongen of het normale meisje is liefde gewoonlijk een niet gespecialiseerde aandoening; het is, zooals Guyau zegt "een toestand, waarin het lichaam de kleinste plaats heeft". Bij het eerste opgaan van de zon van het geslacht ziet de jongen of het meisje, zooals Blake zei dat hij bij het opgaan van de zon zag, niet een rondgeel lichaam boven den horizon uit komen, of eenige andere physieke verschijning, maar een groot aantal zingende engelen. Met de bepaalde uitbarsting van physieke sexueele openbaring en verlangens, hetzij tijdens de puberteit of later in de jeugd, komt er een nieuwe onstuimige verontrustende invloed te voorschijn. Tegen de kracht van dezen invloed kunnen enkel intellectueele voorlichting of zelfs liefderijke moederlijke raad--de invloeden waarmee we tot dusver te doen gehad hebben--machteloos zijn. Om er macht over te krijgen, moeten wij hulp vinden in het feit, dat de puberteit de bloei is niet alleen van een nieuwe physieke, maar van een psychische kracht. De wereld der idealen ontplooit zich op natuurlijke wijze voor den jongen of het meisje met de puberteit. De tooverkracht van schoonheid, het instinct van zedigheid, het natuurlijke van zelfbeheersching, het denkbeeld van onzelfzuchtige liefde, de beteekenis van plicht, het gevoel voor kunst en poëzie, het verlangen naar godsdienstige opvattingen en aandoeningen--al deze dingen ontwaken spontaan in den onbedorven jongen of het onbedorven meisje met de puberteit. Ik zeg "onbedorven" want als deze dingen aan het kind opgedrongen zijn vóór de puberteit, wanneer zij nog geen beteekenis voor hem hebben--zooals ongelukkig veel te dikwijls gedaan wordt, meer speciaal wat godsdienstige ideeën aangaat--dan is het maar al te waarschijnlijk, dat het op dat oogenblik van zijn ontwikkeling niet behoorlijk zal reageeren op datgene waar hij anders op natuurlijke wijze gehoor aan zou geven. Onder natuurlijke omstandigheden is dit de tijd voor geestelijke inwijding. Nu, en niet eerder, is het tijd voor den godsdienst- of den zedeleeraar, al naar het geval is--want alle godsdiensten en ethische systemen kunnen zich gelijkelijk aan deze taak aanpassen--om den jongen of het meisje onder handen te nemen, niet met eenige speciale en opdringerige verwijzing naar de sexueele impulsen, maar om de ontwikkeling en manifestatie van deze psychische puberteit in de hand te werken, om indirect de jonge ziel te helpen ontsnappen aan de sexueele gevaren, door haar te laten voorlichten door een ster, die kan meewerken te voorkomen, dat ze vastraakt in de onreinheid van het vleesch.

Zulk een inwijding, het is van belang het op te merken, is meer dan een introductie in de sfeer van godsdienstig gevoel. Het is een inwijding in mannelijkheid, het moet een erkenning in zich sluiten van de mannelijke, zelfs meer dan van de vrouwelijke deugden. Dit is door de beste onder de natuurvolken wèl verstaan. Zij geven hun jongens en meisjes steeds een inwijding bij de puberteit; het is een inwijding die niet alleen opvoeding in de gewone beteekenis in zich sluit, maar een strenge discipline van het karakter, daden van uithoudingsvermogen, het beproeven van het karakter, het toetsen van de spieren der ziel, evenzeer als van die van het lichaam.

Ceremonies van inwijding in mannelijkheid--die physieke en geestelijke discipline in zich sluiten en die weken en maanden duren en nooit dezelfde zijn voor beide seksen--zijn een gewone zaak onder natuurvolken in alle deelen van de wereld. Zij omvatten bijna altijd het verdragen van een zekere mate van pijn en vermoeienissen, een wijze mate van oefenen, die de weekheid van de beschaving tè dwaas heeft laten vallen, want de geschiktheid om vermoeienis te verdragen is een grondvoorwaarde van alle werkelijke mannelijkheid. Als een verbeteringsmiddel voor deze neiging tot weekheid in de moderne opvoeding is de leer van Nietzsche zoo onschatbaar.

De inwijding van jongens onder de inboorlingen van Straat Torres is uitvoerig beschreven door A. C. Haddon (Reports Anthropological Expedition to Torres Straits, deel V, Hoofdst. VII en XII). Zij duurt een maand, omvat veel ernstige oefening, uithoudingsvermogen en uitmuntende moreele voorlichting. Haddon merkt op, dat het "een zeer goede tucht" was, en voegt er bij, "het is niet gemakkelijk om een krachtiger middel te bedenken voor snelle oefening".

Onder de oorspronkelijke bewoners van Victoria, Australië, duren de inwijdende ceremonies, zooals beschreven wordt door R. H. Mathews ("Some Initiation Ceremonies", Zeitschrift für Ethnologie 1905, afl. 6), zeven maanden en vormen ze een uitmuntende tucht. De jongens worden meegenomen door de ouderen van den stam, zij worden onderworpen aan menige proef van geduld en uithoudingsvermogen voor pijn en onbehagelijkheid, waartoe soms zelfs behooren het inslikken van urine en ontlasting; zij worden in aanraking gebracht met andere stammen, de wetten worden hun geleerd en de overleveringen van den stam, en aan het eind worden bijeenkomsten gehouden, waar verlovingen worden tot stand gebracht.

Bij de noordelijke stammen van Centraal Australië behooren tot de inwijdingsceremonies besnijdenis en gedeeltelijke opensnijding van de penis, zoowel als zware handenarbeid en vermoeienissen. De inwijding van meisjes tot vrouwelijkheid is verbonden met opensnijden van de vagina. Deze ceremonies zijn beschreven door Spencer en Gillen (Northern Tribes of Central Australia, hoofdst. XI). Bij verschillende volken in Engelsch Oost-Afrika (de Masai ingesloten) is inwijding tijdens de puberteit een groote ceremonieele gebeurtenis, die zich uitstrekt over een periode van vele maanden; zij sluit in besnijdenis bij jongens, en bij meisjes clitoridectomie, zoowel als, onder andere stammen, het wegnemen van de kleine schaamlippen. Een meisje, dat tijdens de bewerking steunt of schreit, raakt in ongenade onder de vrouwen en wordt uitgedreven uit de kolonie. Na bevredigenden afloop van de ceremonies is de jongen of het meisje huwbaar (C. Marsh Beadnell, "Circumcision and Clitoridectomy as Practiced by the Natives of British East Africa", British Medical Journal, April 29, 1905).

De inwijding onder de Afrikaansche Bawenda, zooals ze beschreven is door een zendeling, bestaat uit drie stadiën: (1). Een stadium van leering en tucht, waarin de overleveringen en heiligdommen van den stam geopenbaard worden, de krijgskunst geleerd, zelfbeheersching en uithoudingsvermogen gekweekt; dan worden de jongelingen beschouwd als volwassen. (2). In het volgende stadium wordt de danskunst beoefend, door iedere sekse afzonderlijk, overdag. (3). In het laatste stadium, dat het stadium is van volledige sexueele inwijding, dansen de beide seksen 's avonds te zamen; het tooneel, "laat zich" naar de meening van den zendeling "niet beschrijven"; de ingewijden zijn nu geheel volwassen, met al de voorrechten en verantwoordelijkheden van volwassenen (Rev. E. Gottschling, "The Bawenda", Journal Anthropological Institution, July to Dec., 1905, p. 372. Cf., een belangwekkend verslag van de Bawenda Tondo scholen door een anderen zendeling, Wessmann, The Bawenda, pp. 60 et seq.).