De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 12
"Het schijnt gebleken te zijn", besluit A. E. Giles ("Some Points of Preventive Treatment in the Diseases of Women", The Hospital, April 10, 1897) "dat dysmenorrhea voor een groot deel voorkomen kan worden door te letten op de algemeene gezondheid en opvoeding. Korte werkuren, vooral van staand werk; veel lichaamsbeweging in de open lucht--tennissen, roeien, fietsen, gymnastiek, en wandelen voor hen die dit niet kunnen doen; regelmaat in maaltijden en voedsel van behoorlijke kwaliteit--niet voortdurend thee en koffie met koek; vermijden van te groote inspanning en van te veel vermoeienis; dit zijn eenige van de voornaamste dingen, die de aandacht vereischen. Laat meisjes studeeren, maar langzamer; zij zullen hetzelfde doel bereiken, maar wat later". Het voordeel van vrije beweging en oefening voor het geheele lichaam is ongetwijfeld zeer groot, zoowel wat betreft de sexueele en algemeen physieke gezondheid als het geestelijk evenwicht; om het zoover te brengen, is het noodig, zware en knellende kleedingstukken te vermijden, meer in het bijzonder rondom de borst, want juist in krachtig ademhalen en uitzetting van de borst, meer dan in eenig ander opzicht, staan meisjes achter bij jongens (zie bv. Havelock Ellis, Man en Vrouw, hoofdst. IX). In vroeger tijd lag het groote bezwaar voor de vrije lichaamsoefening van meisjes in het ideaal van vrouwelijk gedrag, dat in zich sloot een gemaakte dwang op iedere natuurlijke beweging van het lichaam. Tegenwoordig wordt dat ideaal niet met zooveel ijver gepredikt als vroeger, maar de traditioneele invloed ervan bestaat nog in zekere mate, terwijl er verder de moeilijkheid is, dat gepaste tijd en gelegenheid en aanmoediging in het geheel niet algemeen verschaft worden aan meisjes voor het ontwikkelen en oefenen van de stoei-instincten, die werkelijk een ernstig deel zijn van de opvoeding, want door zulk vrij oefenen van het geheele lichaam wordt het stelsel van zenuwen en spieren, de basis van alle levensactiviteit opgebouwd. De verwaarloozing van die opvoeding is tegenwoordig duidelijk zichtbaar in den bouw van onze vrouwen. Dr. F. May Dickinson Berry, Medisch examinator aan de Technical Education Board van de London County Council, bevond (British Medical Journal, May 28, 1904) dat van meer dan 1500 meisjes, die de bloem van de scholen vertegenwoordigen, sinds zij beurzen gekregen hadden, die haar in staat stelden tot scholen van een hoogeren rang op te klimmen, 22 percent een zekere mate van zijdelingsche kromming van den ruggegraat hadden, terwijl zulke gevallen zeer zeldzaam waren onder de jongens. Op dezelfde wijze vond Miss Lura Sanborn onder een dergelijke klasse van de beste meisjes van de normaalschool in Chicago (Doctors' Magazine, Dec., 1900) er 17 percent met kromming van de ruggegraat, in sommige gevallen van een zeer groote beteekenis. Er is geen reden, waarom een meisje niet een even rechte rug zou hebben als een jongen; de oorzaak kan alleen liggen in de onvoldoende ontwikkeling der spieren, die in de meeste van de gevallen geconstateerd werd, soms samengaande met anaemia. Hier en daar is er tegenwoordig, onder de betere maatschappelijke klassen, ruime gelegenheid tot ontwikkeling van spierkracht bij meisjes, maar in het algemeen is er geen voldoende gelegenheid voor zulke oefeningen onder de werkende klasse; vooral in dat deel ervan dat nadert tot de lagere middelklasse, is er, hoewel haar leven bestemd is om gevuld te zijn met een voortdurenden druk op het zenuw- en spierstelsel door werk thuis of in winkels etc., gewoonlijk een minimum van gezonde oefening en physieke ontwikkeling. Dr. W. B. Sellman van Baltimore ("Causes of Painful Menstruation in Unmarried Women", American Journal Obstetrics, Nov., 1907), legt den nadruk op de prachtige resultaten, verkregen met lichaamsoefening voor jonge vrouwen en door ze te oefenen in het zorgen voor haar lichaam en het doen uitrusten van haar zenuwstelsel, terwijl Dr. Charlotte Brown, in San Francisco terecht aandringt op het inrichten in alle steden en dorpen van gymnastiekvelden in de open lucht voor vrouwen en meisjes, en het hebben van een gebouw, behoorende bij iedere groote school, voor oefening in physieke kennis, handenarbeid en huishoudelijke kennis. Het verstrekken van speciale speelplaatsen is noodig waar lichaamsoefening van meisjes zóo ongewoon is, dat ze een hinderlijke mate van belangstelling veroorzaakt van de andere sekse, hoewel, als ze een gewoonte sedert onheugelijke tijden is, ze kan gehouden worden op de weide van het dorp zonder in het minst de aandacht te trekken, zooals ik in Spanje gezien heb, waar men ze wel in verband moet brengen met de physieke kracht van de vrouwen. Op jongensscholen worden spelen niet alleen aangemoedigd, doch verplichtend gesteld; maar dit is in het geheel geen algemeene regel op meisjesscholen. Het is niet noodig, en het is zelfs zeer ongewenscht, dat de daar aangenomen spelen, die van jongens zouden zijn. Vooral in Engeland, waar de bewegingen van vrouwen zoo dikwijls gekenmerkt worden door onhandigheid, hoekigheid en gebrek aan bevalligheid, is het van het hoogste belang, dat er niets gedaan zal worden om deze eigenaardigheden te versterken, want waar kracht geweld insluit daar hebben wij een gebrek aan voldoende samenwerking van zenuwen en spieren. Zwemmen, als het mogelijk is, en vooral sommige vormen van dansen, zijn uitmuntend geschikt om de lichamelijke bewegingen van vrouwen, zoowel krachtig als harmonieus te ontwikkelen (zie b.v. Havelock Ellis, Man en Vrouw, hoofdst. VII). Bij het Internationale Congres van schoolhygiëne in 1907 (zie o.a. British Medical Journal, Aug, 24, 1907) zeide Dr. L. H. Gulick, die vroeger de leiding had van de lichaamsoefeningen in de openbare scholen van New-York, dat men in de lagere en hoogere scholen in New-York, na vele proeven bevonden had dat het dansen van de volksdansen de allerbeste lichaamsoefening was voor meisjes. "De dansen, die uitgekozen waren, brachten groote spiermassa's van het lichaam tot samentrekking en hadden daarom een grooten invloed op ademhaling, bloedsomloop en voeding. Bovendien konden zulke bewegingen, wanneer ze als dansen gedaan werden, drie of viermaal zoo lang volgehouden worden zonder vermoeidheid te veroorzaken dan gewone gymnastiek. Vele volksdansen waren nabootsingen, een zaai- en oogstdans, dansen die bewegingen van ambachten uitdrukken (de schoenmakersdans), andere die aanval en verdediging voorstellen of het achtervolgen van wild. Zulke bewegingen van zenuwen en spieren zijn, om zoo te zeggen, zoo oud als het ras en passen in het dagelijksch leven van den mensch en neemt men eenmaal aan, dat de volksdansen inderdaad een voorstelling geven van de geschiedenis van het zenuw en spierstelsel van den mensch, en volstrekt niet zijn eenvoudige, doellooze bewegingen, dan behoorde op grond van deze biologische overwegingen aan de combinatie van volksdansen de voorkeur gegeven te worden boven onuitgezochte en zelfs boven op physiologische gronden aangenomen bewegingen. Uit een aesthetisch gezichtspunt kwam de zin voor schoonheid, zooals ze vertoond wordt bij het dansen, veel meer voor dan de aanleg om te zingen, te schilderen of te boetseeren".
We moeten er altijd aan denken dat, als wij de speciale eischen van de natuur der vrouw erkennen, wij daarom nog niet instemmen met het geloof, dat hoogere opvoeding ongeschikt is voor een vrouw. Die vraag mag nu als afgedaan beschouwd worden. Er is daarom nu geen behoefte meer aan den koortsigen ijver van de eerste leiders van vrouwenopvoeding, om aan te toonen, dat meisjes precies opgevoed kunnen worden alsof ze jongens waren en minstens even goede opvoedkundige resultaten geven. Thans is die ijver niet alleen onnoodig, maar nadeelig. Het is nu meer noodig om aan te toonen, dat vrouwen speciale behoeften hebben, juist zooals mannen speciale behoeften hebben en dat het even slecht is voor vrouwen, en daarom voor het menschdom, haar te dwingen de speciale wetten en beperkingen voor mannen aan te nemen, als het verkeerd zou zijn voor mannen, en daarom voor het menschdom, om mannen te dwingen de speciale wetten en beperkingen voor vrouwen aan te nemen. Iedere sekse moet trachten het doel te bereiken door de wetten te volgen van haar eigen natuur, hoewel het toch wenschelijk blijft dat, zoowel op school als in het leven, zij zoover als dat mogelijk is naast elkaar kunnen werken. Het groote feit, dat men altijd in herinnering moet houden is, dat niet alleen vrouwen in physieke afmeting en physieken bouw teerder en fijner zijn dan mannen, maar dat in een, onder mannen geheel onbekende mate, haar zwaartepunt neiging heeft verlegd te worden door de serie van rhythmische sexueele curven, volgens welke zij altijd leven. Zij zijn dus eerder uit haar evenwicht te brengen en iedere soort van druk of inspanning--van hersenen, zenuwen of spieren--heeft meer kans ernstige stoornissen teweeg te brengen en vereischt een nauwkeurig aanpassen aan haar speciale behoeften.
Het feit, dat het inspanning in het algemeen is, en niet alleen wetenschappelijke studiën, die schadelijk zijn voor jonge vrouwen, wordt voldoende bewezen, als er nog een bewijs noodig is, door het feit, dat sexueele belemmering en physieke en nerveuse instorting met groote veelvuldigheid voorkomen bij meisjes die in winkels of in fabrieken werken, zelfs bij meisjes die in het geheel nooit naar school zijn geweest. Zelfs onmatigheid in lichaamsoefeningen--die nu niet zoo heel zelden voorkomt als reactie tegen de onverschilligheid van de vrouw voor physieke oefening--is slecht. Fietsen is heilzaam voor vrouwen, die kunnen rijden zonder pijn of ongemak, en volgens Watkins is het zelfs heilzaam in vele toestanden van een ziek en verkeerd bekken, maar overdadig fietsen is verkeerd. Dit blijkt uit de resultaten bij vrouwen, vooral doordat het stijfheid van het perineum veroorzaakt in die mate zelfs dat bevallingen onmogelijk zijn en operatie noodig maken. Ik mag er wel bijvoegen, dat hetzelfde bezwaar geldt voor veel paardrijden. Op dezelfde wijze is alles wat schokken veroorzaakt aan het lichaam, geneigd om gevaarlijk te zijn voor vrouwen, omdat zij in de baarmoeder een teer geëquilibreerd orgaan bezitten, dat op verschillende tijden in gewicht wisselt; zoo zou het bv. onmogelijk zijn om voetbal aan te raden als een spel voor meisjes. "Ik geloof niet", schreef Miss H. Ballantine, directrice van het Tassar College Gymnasium aan Prof. W. Thomas (Sex and Society, p. 22), "dat vrouwen ooit, hoe ze zich ook oefenen, mannen kunnen nabij komen in hun physieke præstaties; en", voegt zij er verstandig bij, "ik zie niet in waarom ze dat zouden moeten". Er schijnen inderdaad, zooals reeds aangetoond is, redenen te zijn waarom ze het niet moeten, vooral als zij moeders denken te worden. Ik heb opgemerkt dat vrouwen, die een zeer gezond en athletisch leven in de open lucht geleid hebben, wel verre van altijd de gemakkelijke bevalling te hebben die wij zouden mogen verwachten, uiterst moeilijke tijden hebben, die het leven van het kind in gevaar brengen. Toen ik deze opmerking maakte tegen een beroemd verloskundige, wijlen Dr. Engelmann, die een vurig voorstander was van lichaamsoefening voor vrouwen (bv. in zijn presidenteele rede "The Health of the American Girl", Transactions Southern Surgical and Gynæcological Association, 1890), antwoordde hij, dat hij zelf deze opmerking gemaakt had, en dat gymnastiekonderwijzers, zoowel in Amerika als in Engeland, hem van zulke gevallen onder hun leerlingen verteld hadden. "Ik ben", schreef hij, "precies van uw meening [wat den ongunstigen invloed van spierontwikkeling bij vrouwen betreft]. Athletiek, d.i. overdreven lichaamsoefening, doet den bouw van het meisje naderen tot dien van den man; dit is zoo, hetzij het komt door sport of door noodzakelijkheid. De vrouw, die er aan toegeeft nadert tot het mannelijke in haar kenmerken; dit wordt duidelijk in verminderde sexueele intensiteit en in verhoogde moeite bij de bevalling, met ten slotte verminderde vruchtbaarheid. Gezonde gewoonten verbeteren vrouwelijke eigenschappen, maar mannelijke spierontwikkeling vermindert ze, hoewel het waar is dat de boerin en de werkende vrouw goede weeën hebben. Ik heb nooit spierontwikkeling voor meisjes aangeraden, alleen lichaamsoefening, maar ik heb er misschien te veel van gezegd en ze te zorgeloos aanbevolen. Op scholen en universiteiten echter is ze tot nu toe eer onvoldoende dan te veel; alleen de rijken hebben te veel golf en athletische sport. Ik ben bezig nieuw materiaal te verzamelen, maar uit wat ik al gezien heb, ben ik overtuigd van de waarheid van wat u zegt. Ik ben bezig het punt te bestudeeren en zal de verklaring nauwkeurig bewerken". Iedere publicatie over dit onderwerp werd echter verhinderd door den dood van Engelmann, eenige jaren later.
Een behoorlijke erkenning van den specialen aard van de vrouw, van haar bijzondere behoeften en haar waardigheid, heeft een beteekenis, nog verder strekkend dan het belang ervan voor opvoeding en hygiëne. De tradities en de oefeningen, waaraan zij hierbij onderworpen wordt, hebben een fijne en verstrekkende beteekenis, hetzij zij goed zijn of slecht. Als haar, stilzwijgend of uitgesproken, geringschatting voor de eigenaardigheden van haar eigen sekse geleerd wordt, dan ontwikkelt zij natuurlijk mannelijke idealen, die doorloopend haar kijk op het leven minder helder kunnen maken en haar praktisch werk kunnen verwringen; men heeft bevonden, dat wel vijftig percent Amerikaansche schoolmeisjes mannelijke idealen hebben, terwijl vijftien percent Amerikaansche en niet minder dan vier en dertig percent Engelsche schoolmeisjes graag mannen wilden wezen, terwijl er nauwelijks een enkele jongen was, die een vrouw wilde zijn [32]. Met dezelfde neiging kan in verband staan dat verzuim om gemoedsaandoeningen aan te kweeken, hetwelk, door een noodlottig overdreven maar onvermijdelijke reactie van het tegenovergestelde uiterste, soms de moderne opvoeding van vrouwen gekenmerkt heeft. Bij de mooi ontwikkelde vrouw is het verstand overal doordrongen van gevoel. Als er een overdreven en eenzijdige ontwikkeling van het verstand is, dan vertoont zich een neiging tot disharmonie, die het karakter verandert of de volkomenheid ervan benadeelt. In dit opzicht heeft Reibmayr opgemerkt, dat de Amerikaansche vrouw als een waarschuwing kan dienen [33]. Binnen de sfeer der gemoedsbewegingen zelf, kan men hier bijvoegen, is er een neiging tot disharmonie in vrouwen, die berust op den tegenstrijdigen aard van de gevoelens die door de traditie haar zijn ingeprent, een tegenstrijdigheid, die teruggaat tot de identificatie van heiligheid en onreinheid bij het begin van de beschaving. "Ieder meisje en iedere vrouw", schreef Hellmann, in een baanbrekend boek, dat een gezond principe tot buitensporige uitersten dreef, "leert haar geslachtsdeelen beschouwen als een kostbare en heilige plaats, die alleen genaderd mag worden door een echtgenoot of onder speciale omstandigheden door een dokter. Terzelfder tijd wordt haar geleerd, deze plaats te beschouwen als een soort van closet, over welks bezit zij zich zeer moet schamen, en waarvan het noemen alleen reeds haar een pijnlijke blos moet veroorzaken" [34]. De gewone vrouw, die niet nadenkt, neemt de ongerijmdheid van deze tegenstelling zonder vragen aan en raakt gewend zich aan ieder van deze onvereenigbaarheden aan te passen, al naar omstandigheden. De meer nadenkende vrouw werkt een eigen theorie uit voor zichzelf. Maar in zeer veel gevallen oefent deze noodlottige tegenstelling een fijnen verderfbrengenden invloed uit op den geheelen kijk op natuur en leven. In sommige gevallen, bij vrouwen van gevoelig temperament, ondermijnt en vernielt ze de psychische persoonlijkheid.
Zoo heeft Boris Sidis een geval vermeld, dat de ongelukkige resultaten doet zien, wanneer men een ziekelijk gevoelig meisje de leer van de onreinheid der vrouwen inprent. Zij was in een klooster opgevoed. "Terwijl zij daar was, was haar het geloof ingeprent, dat de vrouw een vat is van misdaad en onreinheid. Hiervan scheen zij te zijn doordrongen geraakt door een van de nonnen, die zeer heilig was en zelfvernietiging in praktijk bracht. Met het begin van haar menstruatie en met het observeeren daarvan in andere meisjes, was deze leer van de vrouwelijke onreinheid des te sterker in haar gevoeligen geest gedrukt". Het ontglipte echter aan haar bewuste herinnering en kwam alleen op den voorgrond in later jaren na de uitputting en de vermoeienis van aanhoudend kantoorwerk. Toen trouwde ze. Nu "heeft zij een vreeselijke afschuw van vrouwen. De vrouw is voor de patient: onreinheid, vuilnis, de verpersoonlijking zelf van vernedering en misdaad. De wasch van het huis mag niet gegeven worden aan een waschinrichting, waar vrouwen werken. Niets mag op straat opgeraapt worden, zelfs niet het meest kostbare voorwerp, misschien kon een vrouw het hebben laten vallen". (Boris Sidis, "Studies in Psychopathology" Boston Medical and Surgical Journal, April 4, 1907). Dat is het logisch gevolg van veel van wat volgens de traditie aan meisjes gegeven wordt. Gelukkig biedt de gezonde geest een natuurlijken weerstand tegen het algeheel aannemen er van, maar toch blijft het in eenige mate bestaan en oefent een noodlottigen invloed uit.
Het is echter niet alleen in haar relaties tot haarzelf en haar sekse, dat de gedachten en de gevoelens van een meisje neiging hebben om verwrongen te worden door de onwetendheid of de valsche tradities, waardoor zij zoo dikwijls zorgvuldig omringd is. Haar geluk in het huwelijk, haar geheele volgende loopbaan, wordt in gevaar gebracht. De onwetende jonge vrouw moet altijd veel wagen, wanneer ze de deur binnengaat van het onverbreekbaar huwelijk; zij weet waarlijk niets van haar man, zij weet niets van de groote wetten der liefde, zij weet niets van wat zij worden kan en, wat nog erger is, zij weet zelfs niet, dat ze niets weet. Zij loopt gevaar het spel te verliezen, terwijl zij nog bezig is met te beginnen het te leeren. Tot zekere hoogte is dat geheel onvermijdelijk, zoo lang wij er aan vasthouden, dat een vrouw zich door het huwelijk moet verbinden aan een man, eer zij den aard ondervonden heeft van de krachten, die dat huwelijk in haar kan ontketenen. Een jong meisje meent, dat ze een zeker karakter heeft; zij richt haar toekomst in in overeenstemming met dat karakter; zij trouwt. Dan bemerkt zij, in een groot aantal gevallen (vijf van de zes, volgens den romanschrijver Bourget), binnen een jaar of zelfs binnen een week, dat zij zich geheel en al vergist heeft in zichzelf en in den man, dien zij getrouwd heeft; zij ontdekt in zich een ander ik en dat ik verfoeit den man, waaraan ze gebonden is. Dat is een mogelijk lot, waartegen alleen de vrouw in wie reeds liefde is gewekt, zich als tamelijk goed beschermd kan beschouwen.