De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij
Part 11
Een halve eeuw geleden werd van het sexueele leven van meisjes geen notitie genomen door haar ouders en onderwijzers om redenen van preutschheid; tegenwoordig, nu geheel andere meeningen heerschen over vrouwenopvoeding, wordt er geen notitie van genomen op den grond, dat meisjes even onafhankelijk moeten zijn van haar physiologisch sexueel leven als jongens dat zijn. Het feit, dat deze noodlottige nalatigheid gelijkelijk geheerscht heeft onder zulke verschillende omstandigheden, bewijst duidelijk, dat de verschillende redenen, die er voor aangegeven worden, niets dan dekmantels zijn der onwetendheid. Met het aangroeien van kennis mogen wij met reden hopen, dat een van de voornaamste kwalen, die tegenwoordig in de jeugd niet alleen gezond moederschap ondermijnen maar ook een gezonde vrouwelijkheid, langzamerhand uit den weg geruimd zullen worden. De feiten, die nu verzameld zijn, toonen niet alleen het veelvuldig voorkomen van pijnlijke, ongeregelde en wegblijvende menstruatie bij aankomende meisjes en jonge vrouwen aan, maar ook de groote en soms blijvende nadeelen, die zelfs gezonde meisjes ondervinden, wanneer zij bij het begin van het sexueele leven onderworpen zijn aan inspanning van welken aard ook. Men kan nu zeggen, dat medische autoriteiten van beide seksen bijna of geheel eenstemmig zijn op dit punt. Eenige jaren geleden is Dr. Mary Putnam Jacobi, in een zeer knap boek, The Question of Rest for Women, tot het besluit gekomen dat "gewoonlijk gezonde" vrouwen de periode der menstruatie kunnen negeeren, maar zij gaf toe, dat zes en veertig percent der vrouwen niet "gewoonlijk gezond" zijn en een minderheid, die zoo dicht bij een meerderheid komt, kan maar niet als "quantité négligeable" buiten beschouwing gelaten worden. De meisjes zelf zijn, meegesleept door den ijver voor haar werk of vermaak, gewoonlijk onverschillig, uit roekeloosheid en onwetendheid, voor de groote gevaren die zij loopen. Maar de meeningen der onderwijzeressen hebben nu neiging overeen te komen met de medische opinie in het erkennen van het belang van zorg en rust tijdens de jeugdjaren, en onderwijzeressen zijn zelfs geneigd toe te geven, dat een jaar onthouding van hard werken tijdens de periode waarin het sexueele leven van een meisje zich vestigt, haar gezondheid en kracht kan geven, zelfs zonder nadeel op te leveren uit een opvoedkundig gezichtspunt. Met den groei van kennis en het verval van oude vooroordeelen mogen wij met reden hopen, dat vrouwen zich los zullen maken van de tradities van valsche beschaving, die haar gedwongen hebben haar glorie als haar schande te beschouwen,--hoewel het nooit zoo geweest is onder krachtige natuurvolken,--en het is bemoedigend te bevinden, dat een zoo bekend opvoeder als Stanley Hall met vertrouwen zulk een tijd tegemoet ziet. In zijn groote werk over Adolescence schrijft hij: "In plaats van schaamte over deze functie behoorde aan meisjes de grootste eerbied ervoor ingeprent te worden en moesten deze helpen om haar normaal te doen worden door eenige jaren lang geregeld op vaste tijden alle andere belangen hieraan ondergeschikt te maken, tot ze goed gevestigd is en normaal. Hooger wezens, neerziende op het menschenleven zooals wij neerzien op de bloemen, zouden deze uren de meest belangwekkende en mooiste voor ontknopping vinden. Met meer zelfkennis zullen vrouwen meer zelfrespect hebben in dezen tijd. Natuurvolken hebben eerbied voor dezen toestand: het geeft aan vrouwen een mystiek ontzag. De tijd zal misschien wel komen, wanneer wij zelfs de verdeelingen van het jaar voor vrouwen moeten veranderen, dat we aan den man zijn week moeten laten en aan haar moeten geven hetzelfde aantal Sabbathdagen per jaar, maar in groepen van vier opvolgende dagen per maand. Wanneer de vrouw haar ware physiologische rechten beseft, zal ze hier beginnen, en dan zal ze roem dragen op wat in een eeuw van onwetendheid de man haar deed denken, dat haar schande was. Het verkeerde in de leidsters van de zoogenaamde emancipatie der vrouw is, dat zij, zelfs meer dan degenen die zij zouden willen overtuigen, de waardeering van den man voor dezen toestand aannemen" [28].
Deze wijze woorden kunnen niet te diep overdacht worden. Het verkeerde in den toestand is geweest--in ieder geval in het verleden, want nu is er een meer verlicht geslacht aan het opgroeien--dat de leidsters van de vrouwenbeweging zelf dikwijls de zaak der vrouwen verraden hebben. Zij hebben de idealen van mannen overgenomen, zij hebben vrouwen gedwongen tweede-hands-mannen te worden, zij hebben verklaard, dat de gezonde, natuurlijke vrouw geen acht geeft op de aanwezigheid van haar menstrueele functies. Dit is juist het tegendeel van de waarheid. "Zij eischen", merkt Engelmann op, "dat de vrouw in haar natuurlijken staat de physiek gelijke van den man zal zijn en wijzen voortdurend op de oorspronkelijke vrouw, de vrouw bij de natuurvolken als een voorbeeld van dit onderstelde axioma. Weten zij hoe goed deze zelfde wilde op de hoogte is van de zwakheid van de vrouw en haar gevoeligheid op zekere tijden van haar leven? En met wat een zorg hij haar beschermt tegen nadeel in deze tijden? Dat geloof ik niet. Het belang om vrouwen te omringen met zekere voorzorgen op het hoogtepunt van deze groote functioneele golven van haar bestaan, werd op de juiste waarde geschat door alle volken, die leven in een aan den natuurstaat grenzenden toestand, door alle rassen in alle tijden; en onder hun betrekkelijk weinige godsdienstige gewoonten werd die, welke rust verschafte aan vrouwen, degene waar het meest aan vastgehouden werd". Het is alleen onder de blanke rassen, dat de sexueele invaliditeit van vrouwen overheerschend is, en het zijn alleen de blanke rassen, welke, ontgroeiend aan de godsdienstige ideeën waarmede de afzondering tijdens de menstruatie verbonden was, die weldadige afzondering zelf hebben over boord gegooid, in een bijna letterlijken zin het kind wegwerpend met het badwater [29].
In Duitschland heeft Tobler onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de menstruatie van meer dan duizend vrouwen (Monatsschrift für Geburtshülfe und Gynäkologie, Juli, 1905). Hij bevindt, dat bij de groote meerderheid van vrouwen tegenwoordig de menstruatie samengaat met bepaalde vermindering van de algemeene gezondheid, en vermindering van de functioneele energie. Bij 26 percent bestonden tevens plaatselijke pijn, algemeene malaise, en geestelijke en nerveuse afwijkingen; in grooter proportie komen de gevallen, waarin plaatselijke pijn, algemeene zwakke gezondheid of psychische abnormaliteit alleen voorkwamen in dezen tijd. Alleen bij 16 percent werden geen van deze symptomen gevonden. Bij een zeer kleine afzonderlijke groep waren de physieke en geestelijke functies in dezen tijd verhoogd, maar in de helft van die gevallen was er een bepaalde storing in den tijd tusschen de menstruaties. Tobler komt tot het besluit dat, terwijl de menstruatie zelf physiologisch is, al deze stoornissen pathologisch zijn.
Voor zoover Engeland betreft, werd er, bij een discussie over normale en pijnlijke menstruatie op een bijeenkomst van de British Association of Registered Medical Women op den 7den Juli, 1909, gezegd door Miss Bentham, dat 50 percent van meisjes die in goede omstandigheden verkeerden, leden aan pijnlijke menstruatie. Mrs. Dunnett zeide, dat het gewoonlijk voorkwam tusschen den leeftijd van vier en twintig en dertig, en dat het dikwijls ontstond uit het verwaarloozen van het rusten tijdens de menstruatie in de jongere jaren en Mrs. Grainger Evans had bevonden, dat deze toestand zeer gewoon was onder onderwijzeressen van de lagere school, die in haar meisjestijd hard gewerkt hadden voor examens.
In Amerika zijn verschillende onderzoekingen gedaan, die aantoonen het veel vóorkomen van stoornis in de sexueele gezondheid van schoolmeisjes en jonge vrouwen. Zoo verkreeg Dr. Helen P. Kennedy uitgebreide gegevens over het menstrueele leven van honderd vijf en twintig meisjes op de hoogeschool van ongeveer achttien jarigen leeftijd ("Effect of High School Work upon Girls During Adolescence", Pedagogical Seminary, June 1896). Slechts acht en twintig voelden geen pijn vóór de periode (zooals hoofdpijn, malaise, prikkelbaarheid van humeur), terwijl vier en veertig klaagden over andere symptomen behalve pijn tijdens de periode (vooral hoofdpijn en groote zwakte). Jane Kelley Sabine (aangehaald in Boston Medical and Surgical Journal, Sept. 15, 1904) vond in scholen in Nieuw Engeland onder de twee duizend meisjes, dat 75 percent moeilijkheden met de menstruatie had, dat 90 percent leucorrhea en neuralgia van de ovariën had en dat 60 percent haar werk twee dagen iedere maand moest opgeven. Deze resultaten schijnen meer dan gewoon ongunstig, maar zij zijn van beteekenis, omdat zij een groot aantal gevallen omvatten. De toestanden in de landen aan den stillen Oceaan zijn niet veel beter. Dr. Mary Ritter zeide (in een geschrift dat ze heeft voorgelezen voor de California State Medical Society in 1903), dat van 660 pas aangekomen meisjes aan de Universiteit van Californië, 67 onderhevig waren aan onregelmatigheden in de menstruatie, 27 percent aan hoofdpijnen, 30 percent aan rugpijnen, 29 percent hadden voortdurend constipatie, 16 percent hadden abnormale hartgeluiden, slechts 23 percent waren vrij van functioneele stoornissen. Dr. Helen Mac Murchey bevond in een belangwekkend geschrift over "Physiological Phenomena Preceding or Accompanying Menstruation" (Lancet, Oct. 5, 1901), door onderzoekingen onder honderd vrouwelijke dokters, verpleegsters, onderwijzeressen in Toronto over de aan- of afwezigheid van een en twintig verschillende menstruatie-verschijnselen, dat tusschen de 50 en 60 percent bekenden dat zij in dezen tijd neiging hadden tot onrustig slapen, tot geestelijke depressie, tot stoornis in de spijsvertering, of tot stoornis van de speciale zintuigen, terwijl ongeveer 25 tot 50 percent neiging hadden tot hoofdpijn, tot duizeligheid, tot verhoogde zenuw-energie, tot gebrek aan zenuw- en spierkracht, tot overgevoeligheid van de huid, tot vaatstoornissen, tot constipatie, tot diarrhee, tot vermeerderd urineeren, tot huiduitslag, tot vermeerderde vatbaarheid voor kouvatten, of tot hinderlijke waterige afscheiding voor of na de vloeiing der menstruatie. Dit onderzoek is van veel belang, omdat het duidelijk doet blijken, het heerschen bij de menstruatie van toestanden, die, hoewel ze niet noodzakelijk van eenig gewicht zijn, toch bepaaldelijk wijzen op een verminderd weerstandsvermogen tegen ziekelijke invloeden en verminderde geschiktheid tot werken.
Hoe ernstig bezwaar moeilijkheden door de menstruatie zijn voor een vrouw, blijkt uit het feit dat de vrouwen, die tot succes en roem komen, er zelden ernstig door schijnen geplaagd te zijn. Daar mogen we voor een deel aan toeschrijven de veelvuldigheid, waarmee leidsters van de vrouwenbeweging menstruatie behandeld hebben als een zaak van geen belang in het leven van een vrouw. Adèle Gerhard en Helene Simon hebben ook in haar belangrijk en onpartijdig werk, Mutterschaft und Geistige Arbeit (p. 312), niet kunnen vinden bij haar navragen onder vrouwen van uitstekende bekwaamheid, dat menstruatie beschouwd werd als ernstig het werk te belemmeren.
In den laatsten tijd is dikwijls, niet alleen van medische maar ook van opvoedkundige zijde, het denkbeeld ter sprake gebracht, dat aankomende meisjes niet alleen twee dagen achtereen gedurende de menstruatie moeten rusten, maar dat zij geheel vacantie van school moeten hebben het eerste jaar van haar sexueele leven. Bij een bijeenkomst van de Association of Registered Medical Women, waarvan we reeds melding gemaakt hebben, sprak Miss Sturge van de goede resultaten, die verkregen waren op een school waar in de twee eerste jaren na de puberteit de meisjes in bed werden gehouden gedurende de twee eerste dagen van iedere menstruatie-periode. Eenige jaren geleden schreef Dr. G. W. Cook ("Some Disorders of Menstruation", American Journal of Obstetrics, April, 1896), na eenige gevallen gegeven te hebben als waarover we spreken: "Het is mijn vaste overtuiging, dat geen meisje gedurende het jaar van haar puberteit zich moet bepalen tot de studie, maar ze moet een leven in de open lucht leiden". In een artikel over "Alumna's kinderen", door "Een Alumna" (Popular Science Monthly, Mei, 1904), handelend over de sexueele invaliditeit van Amerikaansche vrouwen en de zware inspanning van haar geëischt door het moederschap, pleit de schrijfster, hoewel zij geensdeels vijandig staat tegenover de opvoeding, die, naar zij verklaart, niet verkeerd is, voor rust voor het meisje in de puberteit. "Als haar hoofd haar geheele levenskracht in beslag neemt, hoe kan er dan eenige behoorlijke ontwikkeling zijn? Evenals zeer jonge kinderen eenige jaren lang al hun kracht moeten geven alleen aan physieken groei, voor wij aan de hersenen belangrijke eischen mogen stellen, zoo moet in dezen critieken tijd in het leven van de vrouw niets aan de ontwikkeling van dit belangrijke systeem in den weg staan. Een jaar, op zijn minst, moet speciaal gemakkelijk voor haar gemaakt worden, zonder geestelijke of zenuw-inspanning; en den geheelen verderen schooltijd door moet zij op de vaste tijden haar rustdag hebben, vrij van studie of te groote inspanning". In een ander artikel over hetzelfde onderwerp in hetzelfde tijdschrift ("The Health of American Girls", Sept 1907), raadt Nellie Comins een dergelijke wijze van handelen aan. "Ik ben er overtuigd van, eenigszins tegen mijn wil, dat er vele gevallen zijn, waarin het meisje geheel van school genomen moet worden, eenige maanden, tenminste een jaar lang ten tijde van de puberteit". Zij voegt er aan toe, dat het voornaamste bezwaar is, de eigen voorliefde en tegenzin van het meisje en de onwetendheid van haar moeder, die er aan gewend is te denken, dat pijn het natuurlijk lot is van een vrouw.
Zulk een periode van ontheffing van geestelijke inspanning behoeft, omdat ze het organisme krachtiger zou maken in zijn weerstand tegen mogelijken druk later, in het geheel niet verloren te zijn in den ruimeren zin van het woord, want de opvoeding, die verkregen wordt in schoolkamers is maar een klein deel van de opvoeding, die voor het leven geëischt wordt. En ze behoorde ook in het geheel niet alleen ten goede te komen aan het ziekelijke en zwakke meisje. Het tragische van het tegenwoordige verzuim om meisjes een werkelijk flinke en passende opvoeding te geven, is dat de beste en knapste meisjes er zoo dikwijls door te gronde gaan. Zelfs de Engelsche politie-agent, die, naar algemeen toegegeven wordt, in physieke kracht en kalmte behoort tot de bloem van de bevolking, is niet in staat de inspanning van zijn leven te verdragen, en men zegt, dat hij op is in vijf-en-twintig jaar. Het is even dwaas de mooiste bloemen der meisjesjaren te onderwerpen aan een druk, die, naar algemeen toegegeven wordt, te zwaar is.
Het schijnt wel duidelijk te zijn, dat de voornaamste factor in de gewone sexueele en algemeene invaliditeit van meisjes en jonge vrouwen slechte hygiëne is, in de eerste plaats bestaande in het verwaarloozen van de menstrueele functies, en in de tweede plaats in verkeerde gewoonten in het algemeen. In alle hoofdpunten, die betrekking hebben op de hygiëne van het lichaam, zijn de tradities van meisjes--en dit schijnt meer in het bijzonder het geval te zijn in Angelsaksische landen--minder goed dan die van jonge mannen. Vrouwen zijn veel meer geneigd dan mannen om deze dingen ondergeschikt te maken aan wat haar een meer dringend belang schijnt of aan een gril van het oogenblik; zij worden er in geoefend lastige en knellende kleedingstukken te dragen, zij geven niet om geregelde en voedzame maaltijden, gebruiken bij voorkeur onvoedzame en onverteerbare spijzen en dranken; zij zijn geneigd, niet te letten op de eischen van de ingewanden en de blaas, uit luiheid of kuischheid. Zij zijn zelfs onverschillig voor physieke reinheid [30]. In een groot aantal kleinere zaken, die afzonderlijk van weinig belang schijnen, werken zij een omgeving in de hand, tegen welke, daar deze niet altijd in overeenstemming is met hun speciale behoeften, aanzienlijke tegenstand noodzakelijk zou zijn, alleen reeds indien zij er ernstig aan gingen denken, zich ertegen te verzetten. Er is bevonden op een Amerikaansch Vrouwen-College, waar ongeveer de helft van de leerlingen corsetten droegen en de andere helft niet, dat bijna al de eerbewijzen en prijzen gingen naar haar, die geen corsetten droegen. Mc. Bride, die op dit feit de aandacht vestigt, maakt de opmerking: "Als het dragen van een enkel kleedingstuk dit verschil maakt in het leven van jonge vrouwen, en dat wel in den tijd van haar grootste kracht en weerstandsvermogen, hoe veel verschil zal dan een reeks ongezonde gewoonten maken, als ze een leven lang worden voortgezet? [31]