De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij

Part 1

Chapter 13,447 wordsPublic domain

HAVELOCK ELLIS

DE PSYCHOLOGIE DER SEXEN DE SEXEN IN HARE VERHOUDING TOT DE MAATSCHAPPIJ

VERTAALD ONDER TOEZICHT VAN EN MET EEN VOORREDE VOORZIEN DOOR

Dr. A. W. VAN RENTERGHEM

GEAUTORISEERDE UITGAVE

BAARN HOLLANDIA-DRUKKERIJ 1915

WOORD VOORAF

De taak om een woord vooraf te schrijven bij de hollandsche uitgave van Havelock Ellis' "Studies over de psychologie der Sexen", "De Sexen in hare verhouding tot de maatschappij", heb ik met genoegen op mij genomen omdat ik innig overtuigd ben dat het lezen van dat werk aan vele mijner landgenooten ten goede zal komen door hen vertrouwd te maken met en opheldering te geven omtrent vraagpunten van hoog maatschappelijk belang betreffende het geslachtsleven. De studie van dit onderwerp toch is tot dusverre al te veel verwaarloosd gebleven en verdient ernstig ondernomen te worden opdat het publiek beter worde ingelicht omtrent deze materie en daardoor in staat gerake zich een juist en degelijk gegrond oordeel te vormen in deze zaken.

De aandachtige lezer die dit werk, van een geleerden, breed-denkenden vorscher als Havelock Ellis, tot zijn geestelijk eigendom zal hebben gemaakt, moet tot de overtuiging komen dat hem tot dusverre maar al te veel elementen hebben ontbroken en hij derhalve niet in staat was om zich een dergelijk deugdelijk inzicht in dit moeilijke vraagstuk te verschaffen.

Het is maar al te waar dat tot heden bij velen de sexueele kwestie in kwaden reuk stond. De vele vooroordeelen van godsdienstigen, conventioneelen en moreelen aard die eene ernstige, opene bespreking er van bezwaarlijk maken doen elken schrijver, die zich de behandeling van dat onderwerp tot taak heeft gesteld, zich wapenen met geduld en lijdzaamheid.

Nog in veel sterkere mate dan heden ten dage gold dit vooroordeel in den tijd dat Havelock Ellis het reuzenplan tot zijne Encyclopedie ontwierp, aan de volvoering waarvan hij 30 jaren van spannenden arbeid heeft ten koste gelegd. De eerste 15 jaren besteedde hij aan het verzamelen en ordenen van de noodige bouwstoffen, waarna hij--als inleiding tot zijn meesterwerk--"Man en Vrouw" schreef. Hierop liet hij achtereenvolgens in den loop van andermaal 15 jaren de zes deelen volgen waarmede zijn arbeid ten einde werd gebracht.

In het slotwoord van het laatste deel van de reeks, het boek dat hier aan het Nederlandsch publiek wordt aangeboden, wijst Schrijver op den grooten tegenstand die zijn arbeid ondervonden heeft en op de verdachtmaking waaraan hij zelf van de zijde zijner landgenooten is blootgesteld geweest. Een ware vervolging viel de uitgave van het eerste deel van zijn arbeid in Engeland ten deel, zoodat hij zich wel genoodzaakt zag de volgende deelen niet meer in zijn vaderland maar in het gastvrije en meer liberaal gezinde Amerika te doen verschijnen.

In de Vereenigde Staten, zoomede in Duitschland vond het werk een goed onthaal, werd het met de noodige waardeering ontvangen en niet lang duurde het of de Schrijver mocht zich verheugen in de eer, zijn arbeid, behalve in de Duitsche taal, ook in het Fransch, Spaansch en Italiaansch vertaald te zien.

Het lijkt vaak wel een wanhopige taak, merkt H. E. op in bovengemeld slotwoord, om met vrucht te strijden tegen domme vooroordeelen. En op geen gebied bestaan zij in zulke mate als op dat van het sexueele vraagstuk.

Het eenige wat ons troosten kan is de vaste overtuiging dat, als we eenige generaties verder zullen zijn, die vooroordeelen ook zullen opgeruimd wezen.

Als men de natuur tot richtsnoer neemt en steunt op hare wetten die niet door 's menschen geest zijn gemaakt, dan weet men ook dat tijd en eeuwigheid onze bondgenooten zijn tot het doen doordringen van de waarheid. Men oefene slechts geduld en vreeze niet!

De mensch sterft, maar zijne denkbeelden die men ten doode had willen opschrijven, leven voort.

Al mochten boeken als dit op den brandstapel worden geworpen, toch zullen de denkbeelden daarin vervat uit de vlammen oprijzen en zich in de volgende generatie vervormen tot menschelijke zielen.

De geneesheer in zijn spreekkamer, de onderwijzer op de school, de predikant op den kansel, de journalist in de pers, werken mede tot die vormverandering.

En voortdurend heeft die omvorming plaats; zij gaat langzaam maar zeker.

Havelock Ellis is overtuigd dat menigeen zijne opvatting van de sexueele kwestie niet zal deelen; de een zal haar wellicht te behoudend, de ander haar te revolutionair vinden.

Er zijn toch steeds menschen die zich krampachtig aan het verleden vasthouden en anderen die nieuwe ideeën met geestdrift aanvaarden.

Maar de wijze kiest den gulden middenweg, weegt en wikt het voor en het tegen van beide zienswijzen. Hij beseft dat we voortdurend ons bevinden in een tijdperk van overgang. Het tegenwoordige vormt eenvoudig het punt van overgang van het verledene tot het toekomstige en met beide moeten wij rekenschap houden. Een wereld zonder overleveringen kan men zich evenmin voorstellen als men zich een leven denken kan zonder beweging. Waar Heraclitus bij het eerste opleven der moderne philosophie terecht beweren mocht dat men geen tweemaal baden kan in eenzelfden stroom, weten wij heden dat de stroom niet ophoudt met vloeien en een oneindige cirkelgang vertoont. Nooit houdt het morgenrood op te gloren aan den horizont zoomin als ooit de zon vergeet onder te gaan.

Het past ons dus het naderend daglicht, zoodra de zon opkomt, te begroeten en wij voelen ons verplicht het ondergaan van de zon te eeren wegens het stervend licht dat eens aanving te gloren. Wij zelf zijn in de zedelijke wereld de lichtdragers en het kosmisch proces is in ons belichaamd. Als wij willen is het ons voor een spanne tijds gegeven de duisternis die ons pad omringt te verlichten.

Met den fakkel in de hand streven wij voorwaarts als in den fakkelloop der ouden door Lucretius als symbool van het leven gekozen. Achter ons ijlt de wedlooper die ons gaat voorbijsnellen. Laat ons gansche streven gericht zijn op het aan zijn hand toevertrouwen van de helderstralende brandende toorts, terwijl wij zelf in de duisternis verdwijnen.

De schrijver heeft zich loffelijk weten te beperken, zijn onderwerp niet uitgeput. Voor elk onderdeel had hij stof genoeg om wel een heel boek te vullen. Toch mocht hij erin slagen zoo volledig mogelijk te zijn, den lezer te boeien en hem nooit door langdradig zijn of in herhalingen vallen te vervelen.

Het boek is een vraagbaak, niet alleen voor ouders, opvoeders, geneesheeren, onderwijzers, maar in het algemeen voor ieder genoegzaam ontwikkeld mensch in wien de drang bestaat om zich op veilige wijze een weg te banen op het voor zoo velen--meestal tot hunne schade--onbekend gebied van het geslachtsleven.

Het vormt in vele opzichten eene aanvulling, een complement op het in 1908 in Hollandsch gewaad verschenen boek van Prof. Auguste Forel: "Het sexueele vraagstuk" waarvan onlangs een tweede uitgave verschenen is.

In de bedoeling van de uitgevers ligt het om de vijf voorafgaande deelen eveneens in de hollandsche vertaling te doen verschijnen als het mocht blijken dat de belangstelling van het publiek in Havelock Ellis' arbeid groot genoeg is om die uitgave te wettigen.

Dr. A. W. VAN RENTERGHEM.

Amsterdam, October 1915.

INLEIDING

In de andere deelen van deze "Studies" [1], heb ik mij voornamelijk bezig gehouden met de geslachtsdrift met betrekking tot haar voorwerp en ik heb derde personen buiten beschouwing gelaten, evenals de invloeden der omgeving, die toch machtig inwerken op die drift en hare bevrediging. Wij kunnen echter niet zonder meer deze betrekking van de geslachtsdrift tot derde personen en tot de maatschappij in haar geheel, met al haar van ouds ingestelde tradities, voorbijgaan. Wij moeten het geslacht beschouwen in zijn betrekking tot de maatschappij.

Daarbij zullen wij, beknopter dan in die andere deelen, de vele en belangrijke vraagstukken, die zich aan ons voordoen, kunnen behandelen. Bij de beschouwing van de meer speciale vragen der sexueele psychologie betraden wij een verwaarloosd gebied en het was noodzakelijk een zorgvuldige en nauwkeurige analyse door te voeren, zooals in vele opzichten nog nooit tevoren op deze kwesties beproefd was. Maar als wij komen aan de betrekkingen tusschen geslacht en maatschappij, behoeven wij voor het meerendeel niet zulk een verwaarloozing te ontmoeten. Het onderwerp van ieder hoofdstuk in dit deel zou gemakkelijk het onderwerp kunnen uitmaken van een afzonderlijk deel en heeft dat ook dikwijls uitgemaakt; en de literatuur over vele van deze onderwerpen is al zeer uitgebreid. Het zal daarom mijn voornaamste doel zijn, niet om feiten op te sommen, maar om beurtelings ieder onderwerp zoo duidelijk en beknopt mogelijk te behandelen met betrekking tot die grond-principes van de sexueele psychologie, die--voor zoover de gegevens het toelaten--in de andere deelen zijn uiteengezet.

Het kan misschien aan sommigen toeschijnen, dat ik mij bij deze uiteenzetting had moeten bepalen tot het tegenwoordige en dat ik niet ook een zoo ruimen blik had moeten slaan op den loop van de geschiedenis der menschheid en de tradities van het geslacht. Het zou vooral wel kunnen schijnen, dat ik te sterk den nadruk gelegd heb op den invloed van het Christendom op het vormen van sexueele idealen en het ontstaan van sexueele instellingen. Dat, ik ben er van overtuigd, is een dwaling. Het is omdat deze dwaling zoo dikwijls begaan is, dat de bewegingen van vooruitgang onder ons--bewegingen die nooit in eenige periode van de geschiedenis der maatschappij kunnen ophouden--door velen zoo ernstig worden misverstaan. Wij kunnen aan onze tradities niet ontkomen. Een "eeuw van het verstand" is er nooit geweest en kan er nooit zijn. De ijverigste zoogenaamde "vrijdenker", die naar hij meent het gezag van het Christelijk verleden geheel afwerpt, staat nog onder den invloed van dat verleden. Als de tradities daarvan hem niet geheel en al in vleesch en bloed zijn overgegaan, dan zijn zij toch samengeweven met de maatschappelijke instellingen waarbij hij is opgegroeid en zij werken in zelfs op zijne wijze van denken. De nieuwste wijzigingen in onze instellingen hebben onvermijdelijk den invloed ondervonden van den vroegeren vorm van die instellingen. Wij kunnen ons niet duidelijk voor oogen stellen waar we zijn, nòch waar we heen gaan, als we niet weten waar we vandaan komen. Wij kunnen de beteekenis van de veranderingen om ons heen niet begrijpen en wij kunnen ze niet met hoopvol vertrouwen onder de oogen zien, als wij niet bekend zijn met de richting van de groote stroomingen, die alle beschaving in eindeloozen kringloop voortbewegen.

Bij de uiteenzetting der sexueele vragen, die in zeer ruime mate aangelegenheden zijn van maatschappelijke hygiëne, zullen wij ons dus nog op psychologisch standpunt stellen. Zulk een standpunt ten opzichte van deze zaken is niet alleen gewettigd, maar ook noodzakelijk. Uiteenzettingen over maatschappelijke hygiëne, die zuiver medisch zijn of zuiver juridisch of zuiver moreel of zuiver theologisch leiden niet alleen tot conclusies, die dikwijls lijnrecht tegenover elkaar staan, maar ze leenen zich klaarblijkelijk niet tot toepassing op de samengestelde menschelijke persoonlijkheid. De voornaamste taak, die wij voor ons hebben, moet zijn vast te stellen wat de gezamenlijke behoeften en ideeën van beschaafde mannen en vrouwen het best uitdrukt en bevredigt. Zoo dat, terwijl wij wel voortdurend medische, wettelijke en moreele eischen in het oog moeten houden--die alle in sommige opzichten beantwoorden aan de eene of andere persoonlijke of maatschappelijke behoefte--het toch hoofdzaak is te voldoen aan de eischen van de geheele menschelijke persoonlijkheid.

Wij moeten op dit standpunt den nadruk leggen, omdat het wel eens schijnt, dat geen dwaling méer voorkomt onder hen, die over hygiënische en moreele sexueele vraagstukken schrijven, dan deze, dat zij het psychologisch standpunt buiten beschouwing laten.

Zij zullen b.v. staan aan de zijde van beperking op sexueel gebied of aan de zijde van het emancipeeren, maar zij stellen zich niet duidelijk voor oogen, dat zulk een eng punt van uitgang niet voldoet aan de behoeften van samengestelde menschelijke wezens. Van het meer-omvattend psychologisch standpunt erkennen wij, dat wij aan elkaar tegenover gestelde aandriften, die beide evenzeer gronden in het menschelijke psychische organisme, tot samenwerking moeten brengen.

In de andere deelen van deze "Studies" heb ik getracht mij te onthouden van het uitdrukken van eenige persoonlijke meening en, voor zoover dat mogelijk was een volkomen objectieve houding te handhaven. In deze poging ben ik, naar ik vertrouw, geslaagd, als ik mag oordeelen uit het feit, dat ik bewijzen van sympathie en van goedkeuring ontvangen heb van alle soorten van menschen, niet minder van den rationalistischen vrijdenker dan van den orthodoxen-geloovige, van hen, die onze meest heerschende ethische beschouwingen deelen, zoowel als van hen, die ze verwerpen. Zoo moet het ook zijn, want wat ook onze maatstaf ter bepaling der waarde van gevoelens en van levensgedrag is, het moet altijd nuttig voor ons zijn te weten, wat precies de gevoelens zijn van menschen en hoe die gevoelens strekken om in te werken op hun gedrag. In dit deel echter, waar maatschappelijke tradities noodzakelijk in overweging moeten komen en waar wij den groei van deze tradities in het verleden en hun waarschijnlijke ontwikkeling in de toekomst uiteen moeten zetten, daar heb ik niet de hoop, dat de objectiviteit van mijn houding den lezer even duidelijk zal zijn. Ik moet hier vaststellen, niet alleen, wat de menschen feitelijk voelen en doen, maar welke neiging tot ontwikkeling naar mijn meening hun voelen en hun handelen heeft. Dat is alleen maar een kwestie van appreciatie, met hoe ruimen blik en hoe voorzichtig men zich ook daartegenover stelt; het kan geen zaak zijn van absoluut bewijs. Ik hoop, dat zij, die mij vroeger gevolgd zijn, nog geduld met mij zullen hebben, zelfs als het hun onmogelijk is altijd de conclusies aan te nemen, waartoe ik zelf gekomen ben.

HAVELOCK ELLIS.

Carbis Bay, Cornwall, Engeland.

INHOUD

Hoofdstuk I blz.

Moeder en kind 3

Het recht van het kind om zijn voorouders te kiezen.--Hoe dit gedaan wordt.--De moeder is de naaste bloedverwant van het kind.--Moederschap en vrouwenbeweging.--De enorme beteekenis van het moederschap.--De sterfte onder de zuigelingen en de oorzaken daarvan.--De voornaamste oorzaak ligt bij de moeder.--De behoefte aan rust tijdens de zwangerschap.--Het veelvuldig vóorkomen van ontijdige geboorten.--De taak van den Staat.--Nieuwste vorderingen in puericultuur.--De kwestie van coïtus tijdens de zwangerschap.--De behoefte aan rust gedurende den zoogtijd.--De plicht van de moeder haar kind te zoogen.--De economische vraag.--De plicht van den Staat.--Nieuwste vooruitgang in moederbescherming.--Het mislukken van openbare kinderbewaarplaatsen.

Hoofdstuk II

Sexueele opvoeding 33

Zorg voor het kroost is even zoo noodig als kroost.--Vroege uitingen van de geslachtsdrift.--Moeten die als normaal beschouwd worden?--Het sexueele spel van kinderen.--Het liefdegevoel in de kinderjaren.--Zijn stadskinderen geslachtelijk eerder rijp dan kinderen van het land?--De kinderlijke voorstellingen over de herkomst van de kinderen.--De noodzakelijkheid met de sexueele opvoeding van de kinderen vroeg te beginnen.--Het belang van vroeg oefenen in verantwoordelijkheid.--Het verkeerde van de oude leer der stilzwijgendheid over geslachtszaken.--Het nadeel is grooter waar het meisjes geldt.--De moeder is de natuurlijke en beste leermeesteres.--De ziekelijke invloed van kunstmatige geheimzinnigheid in sexueele zaken.--De literatuur over de sexueele opheldering der jeugd.--Aard van de taak der moeder.--Sexueele opvoeding op de school.--De waarde van botanie.--Zoölogie.--Sexueele opvoeding na de puberteit.--De noodzakelijkheid den invloed van kwakzalver-literatuur te verijdelen.--Het gevaar dat voortkomt uit het niet tijdig voorbereiden op de eerste menstruatie.--De juiste houding tegenover het geslachtsleven der vrouw.--De dringende noodzakelijkheid van hygiëne der menstruatie tijdens de eerste jeugd.--Zulk een hygiëne is te vereenigen met de gelijkstelling der geslachten op opvoedkundig en maatschappelijk gebied.--De invaliditeit van vrouwen komt voornamelijk voort uit verwaarloozing der hygiëne.--De goede invloed van lichaamsoefening op vrouwen en de slechte invloed der athletiek.--De nadeelen van het onderdrukken van het gemoedsleven.--De noodzakelijkheid om jonge menschen de waardigheid van het geslachtsleven te leeren.--Invloed van deze factoren op het lot der vrouwen in het huwelijk.--Lezingen en toespraken over sexueele hygiëne.--De rol van den dokter in de sexueele opvoeding.--De invoering in de wereld der idealen tijdens de puberteit.--De plaats van het godsdienst- en zede-onderwijs.--De plechtigheden van natuurvolken bij het inleiden in de geslachtsrijpheid.--De sexueele invloed van literatuur.--De sexueele invloed van kunst.

Hoofdstuk III

Sexueele opvoeding en naaktheid 87

De houding van de Grieken tegenover de naaktheid.--Hoe de Romeinen die houding wijzigden.--De invloed van het Christendom.--Naaktheid in de Middeleeuwen.--De ontwikkeling van den afschuw voor de naaktheid.--Daarmede samengaande veranderingen in de voorstelling van de naaktheid.--Preutschheid.--De romantische beweging.--Het ontstaan van een nieuwe wijze van voelen jegens de naaktheid.--De hygiënische beschouwing van de naaktheid.--Hoe kinderen gewend kunnen worden aan naaktheid.--Naaktheid staat niet vijandig tegenover zedigheid.--Het instinct van lichaamstrots.--De waarde van naaktheid in de opvoeding.--De æsthetische waarde der naaktheid.--Het menschelijk lichaam als een van de voornaamste levenwekkende factoren van het leven.--Hoe naaktheid aangekweekt kan worden.--De zedelijke beteekenis der naaktheid.

Hoofdstuk IV

Het waardeeren van de geslachtsliefde 109

Het begrip geslachtsliefde.--De houding van het middeleeuwsche ascetisme.--St. Bernard en St. Odo van Cluny.--Het wijzen van de asceten op het bij elkaar liggen van de sexueele- en de excretie-organen.--De liefde als een sacrament der natuur.--De voorstelling van de onreinheid van wat betrekking heeft op het geslacht bij natuurvolken in het algemeen.--Theorieën over den oorsprong van deze voorstelling.--Het anti-ascetische element in den bijbel en het eerste Christendom.--Clemens van Alexandrië.--De houding van den heiligen Augustinus.--De erkenning van de heiligheid van het lichaam door Tertullianus, Rufinus en Athanasius.--De hervorming.--Het sexueele instinct beschouwd als dierlijk.--Het menschelijke sexueele instinct gelijkt niet op dat van het dier.--Wellust en liefde.--De definitie van liefde.--Liefde en namen voor liefde zijn onbekend in sommige deelen van de wereld.--Romantische liefde heeft zich eerst laat ontwikkeld bij het blanke ras.--Het mysterie van het sexueel verlangen.--De kwestie of liefde een begoocheling is.--De geestelijke zoowel als de physieke bouw van de wereld berust voor een deel op geslachtsliefde.--Het getuigenis van mannen van intellect voor de alleen-heerschappij der liefde.

Hoofdstuk V

De beteekenis der kuischheid 133

Kuischheid is onafscheidelijk van de waardigheid der liefde.--Het verzet van de 18de eeuw tegen het kuischheids-ideaal.--Onnatuurlijke vormen van kuischheid.--De psychologische basis van de ascese.--Ascese en kuischheid als deugden bij natuurvolken.--De beteekenis van Tahiti.--Kuischheid onder barbaarsche volken.--Kuischheid onder de eerste Christenen.--Worstelingen van de heiligen tegen de aanvechtingen van het vleesch.--De fictie van de Christelijke kuischheid.--Het verdwijnen ervan in de Middeleeuwen.--"Aucassin et Nicolette" en de nieuwe romance van kuische liefde.--De onkuischheid van de Noordelijke barbaren.--De boeten van de kerk.--Invloed van de renaissance en van de hervorming.--Het verzet tegen de jonkvrouwelijkheid als een deugd.--De moderne opvatting der kuischheid als een deugd.--De invloeden, die de deugd der kuischheid bevorderen.--Kuischheid als een wijze van tucht.--De waarde van kuischheid voor den kunstenaar.--Welke waarde het volk hecht aan potentie en impotentie.--De juiste definities van ascese en kuischheid.

Hoofdstuk VI

Het vraagstuk der sexueele abstinentie 165

De invloed van de traditie.--De theologische voorstelling van wellust.--Neiging van deze invloeden om de sexueele moraal te degradeeren.--Het resultaat daarvan de vorming van het vraagstuk der sexueele abstinentie.--De protesten tegen sexueele abstinentie.--Sexueele abstinentie en genialiteit.--Sexueele abstinentie bij vrouwen.--De voorstanders van sexueele abstinentie.--Bemiddelende houding.--Onbevredigende resultaten van de geheele discussie.--Critiek op het begrip sexueele abstinentie vergeleken met onthouding van voedsel.--Geen volledige analogie.--De moraal van sexueele abstinentie is geheel negatief.--Is het de plicht van den dokter buitenechtelijk geslachtsverkeer aan te raden?--Meeningen van hen die dit al of niet als plicht beschouwen.--De beslissing moet vallen tegen het geven van zulk een raad.--De dokter gebonden door de maatschappelijke en moreele denkbeelden van zijn eeuw.--De dokter als hervormer.--Sexueele abstinentie en sexueele hygiëne.--Alcohol.--De invloed van lichamelijke en geestelijke inspanning.--De ontoereikendheid van de sexueele hygiëne op dit gebied.--De onwerkelijke aard van het begrip sexueele abstinentie.--De noodzakelijkheid het door een meer positief ideaal te vervangen.

Hoofdstuk VII

Prostitutie 201

I. "De orgie":--De godsdienstige oorsprong van de orgie.--Het carneval.--De orgie erkend door de Grieken en Romeinen.--De orgie bij natuurvolken.--Het drama.--Het door de orgie bevorderde doel.

II. "Oorsprong en ontwikkeling van de prostitutie":--De definitie van prostitutie.--Prostitutie onder natuurvolken.--De voorwaarden waaronder prostitutie als bedrijf ontstaat.--Geheiligde prostitutie.--De dienst van Mylitta.--Het uitoefenen van de prostitutie met het doel een huwelijksgift te verkrijgen.--Het ontstaan van de wereldlijke prostitutie in Griekenland.--Prostitutie in het Oosten.--Indië, China, Japan, enz.--Prostitutie in Rome.--De invloed van het Christendom op de prostitutie.--De poging de prostitutie te bestrijden.--Het middeleeuwsch bordeel.--Het optreden van de courtisane.--Fullia D'Aragona.--Veronica Franco.--Ninon de Lenclos.--Latere pogingen de prostitutie uit te roeien.--Het politie-toezicht op de prostitutie.--De nutteloosheid wordt langzamerhand erkend.