De Nederlandse Kerken En De Joden 1940 1945 De Protesten Bij Se

Chapter 20

Chapter 20715 wordsPublic domain

Alle bij het I.K.O. aangesloten kerken ondertekenden dit protest, maar de Gereformeerde vertegenwoordigers vroegen wat betreft de publieke afkondiging om uitstel. Delleman vermeldt:

De Gereformeerde Kerken hebben zich daarbij niet kunnen aansluiten, aangezien in het I.K.O. van de zijde der Herv. Kerk het voorstel tot kanselafkondiging onverwacht werd gedaan, ten einde nog vóór de indiening van het protest de voorlezing te doen plaatshebben. Van de zijde der Gereformeerde Kerken werd meegedeeld, dat het niet mogelijk zou zijn aan de kerkenraden tijdig de nodige mededelingen te doen toekomen; een voorstel om de beslissing een week uit te stellen werd niet aanvaard. Aangezien het in het voornemen lag van de Gereformeerde Kerken, dat binnen korte tijd een bidstond zou worden uitgeschreven, werd in de bidstond van 7 maart 1943 de nood van de wereld en in het bijzonder de nood van ons volksleven voor de troon van Gods genade gebracht.

Nu achten wij bidden aanbevelenswaardig, maar tijdens de hierboven aangekondigde bidstond werd nu juist niet gezegd wat er wel in het protest gezegd was: Nadat diverse plaatselijke kerken naar de redenen voor het niet aflezen geïnformeerd hadden, stuurde de synode - na raadpleging van deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid - een brief naar de kerkenraden, waarin men zich achter de handelwijze van deputaten stelde en, behalve het reeds bovengenoemde argument, nog aanvoerde: "een publiek getuigenis dient om principiële redenen slechts in zeer bijzondere gevallen te geschieden." Bovendien zou het bedoelde adres in de kerken worden voorgelezen voordat het aan Seyss-Inquart was toegezonden, "hetgeen in strijd was met de door de kerken tot dusver gevolgde en door ons als juist geoordeelde praktijk." [7.1] Maar waren dit alle redenen? Ook De Jong kwam daar niet uit. [7.2]

<105>

Later, in deel 13, noemt de Jong dan een reden die noch door Delleman, noch door de synodale brief vermeld was: "Ook trof het hen (de Gereformeerden) pijnlijk dat de Hervormden samen met de kleinere protestantse kerken, maar zonder overleg met hen, reeds alle nodige stukken hadden opgesteld." [7.3] Helaas ben ik er niet in geslaagd te weten te komen, uit welke bron de Jong hier put.

Het blijft verwonderlijk dat een militant man als oud-minister van defensie Van Dijk, die zomer 1942 onmiddellijk tot afkondiging van het telegram had besloten, nu blijkbaar aan de (te) voorzichtige kant bleef. Nu is ds. F.C. Meijster stellig betrokken geweest bij de beslissing om ditmaal niet af te kondigen: het moderamen (bestuur) was daartoe immers, met deputaten voor de correspondentie met de Hoge Overheid, gemachtigd (zie hfdst. 2, b). Ds. Meijster was, behalve praeses (voorzitter) van de synode, ook praeses van de kerkeraad van Rotterdam. In de notulen van een vergadering van die raad, welke onder zijn leiding stond, vond ik vermeld:

Het adres van 22 februari aan Seyss-Inquart is niet ter kennis van de gemeente gebracht. Hierover wordt gesproken, alsmede over de bedoeling van de zinsnede: 'Om der wille van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend aan daden van onrecht, omdat men zich daardoor aan het onrecht medeschuldig maakt'. Aan ouderlingen en diakenen zal een afschrift van dit adres worden ter hand gesteld. [7.4]

De bedoeling van de uit het protest geciteerde zinsnede lijkt ons glashelder; maar om deze aansporing tot ongehoorzaamheid aan de bezettende macht publiekelijk voor te lezen en eventueel zelf te volbrengen, daar had men blijkbaar moeite mee...

Wegens zijn lid-zijn van het Nationaal Comité (een overkoepelende geheime organisatie, waarin hij fungeerde als de militaire specialist) werd dr. J.J.C. van Dijk op 1 april 1943 gearresteerd. Dr. A.A.L. Rutgers volgde hem op in het I.K.O.

Ruim twee maanden na de afkondiging - op zaterdagavond 1 mei - werd ik door twee agenten gegrepen en opgesloten in de cel van het politiebureau. Ik was na achten op straat geweest, ofschoon de Duitsers vanwege de uitgebroken staking "avondklok" hadden gedecreteerd. Gelukkig wisten de agenten niet dat mijn broer (die wist te ontsnappen) en ik zo juist een oproep hadden aangeplakt om de staking voort te zetten.

<106>

Een van de twee agenten was Gereformeerd. Ik vraag me af of hij de moed zou hebben gehad om me te laten lopen, als het hierboven besproken protest ("medewerking maakt medeschuldig") ook in onze kerk was afgelezen.