De Nederlandse Kerken En De Joden 1940 1945 De Protesten Bij Se
Chapter 19
Tot nu toe hadden de kerken op hun tegen de Jodenvervolging ingediende protesten nog geen enkel antwoord ontvangen, maar ditmaal kwam er wel een reactie en zelfs zeer snel. Op 14 juli werd ds. H.J. Dijckmeester - waarnemend secretaris van de Hervormde Synode in plaats van de gegijzelde ds. Gravemeyer - ontboden bij Schmidt. Deze deelde hem mee dat de Christen-Joden die voor 1 januari 1941 gedoopt waren, van deportaties zouden worden vrijgesteld en dat aan verzachting der maatregelen voor gemengd-gehuwden nog gewerkt werd. Schmidt verzocht ds. Dijckmeester, een en ander aan de ondertekenaars van het telegram mee te delen.
<91>
Op 15 juli vergaderde de Hervormde Synode. Daar tekende zich een lijn af die afweek van het standpunt, ingenomen door het I.K.O. Ten eerste voelde een meerderheid niet voor het indienen van een uitvoerig, schriftelijk protest. Desnoods wilde men alleen een verzoek tot de bezettende macht richten. Ten tweede vond men de (op de vergadering van het I.K.O. afgesproken) voorlezing van het telegram in de kerkdiensten van minder belang dan een "gebed, in een toon van ootmoed en schuldbesef". Wel zou het telegram in de inleiding tot het gebed worden opgenomen. We komen op de inhoud van dat gebed nog terug.
Op 17 juli hield Seyss-Inquart met zijn naaste medewerkers een z.g. Chefsitzung. Daardoor weten wij nu (maar toen wisten de kerken dat uiteraard niet) dat de Rijkscommissaris bepaald niet van plan was om de gedoopte Joden blijvend van deportatie vrij te stellen. Het ging er slechts om, door deze tegemoetkoming de kerken tot zwijgen te brengen. Zijn uiteindelijke beslissing zou afhangen van de houding der kerken. Aan Rauter werd tijdens die vergadering opgedragen, op de komende zondagen de kerkdiensten te controleren in verband met een mogelijke kanselafkondiging. [6.2]
Zoals gebruikelijk ging er een stuk uit (23 juli) naar alle plaatselijke kerken met de tekst van het af te kondigen telegram van 11 juni, en van het gebed, bestemd voor de kerkdiensten op 26 juli. Blijkbaar zijn de Duitsers daar onmiddellijk achter gekomen, want een dag later, op vrijdag 24 juli, werd ds. Dijckmeester ontboden bij de plaatsvervanger van Schmidt, Hauptmann I. Gruffke. Deze bleek op de hoogte van de voorgenomen voorlezing van het telegram en drong erop aan deze achterwege te laten: het ging volgens Gruffke om een vertrouwelijk document. Anders zou de basis voor verdere onderhandelingen verbroken zijn. Volgens ds. Dijckmeester hoorden telegram en gebed bij' elkaar: "gebed en daad zijn niet te scheiden; als een gelovige een drenkeling in het water ziet, zal hij wel een gebed voor hem doen maar ook een daad verrichten. Welnu, het telegram is zulk een daad." Waarop Gruffke de beeldspraak overnam en zei: "Maar u kunt niet zwemmen; of wel: U vraagt Schmidt om te springen, maar hij weigert."
<92>
Ds. Dijckmeester, die zelf vond dat het telegram voorgelezen diende te worden, bracht de kwestie ter Synode. Daar overheerste de gedachte dat "onder fatsoenlijke mensen de éne partij niet tot publikatie van een document mag overgaan wanneer de andere partij zich daartegen verzet". Ook vreesde men dat "wat nu voor de christen-Joden bereikt was, dan weer verloren zou gaan", aldus Touw. Zo werd aan Schmidt nog diezelfde dag (vrijdag 24 juli) bericht dat de Synode bereid was de afkondiging van het telegram in te trekken; maar mogelijk zou het bericht daaromtrent een aantal gemeenten niet tijdig meer kunnen bereiken.
Er is veel kritiek gekomen op de handelwijze van de Synode, ook vanuit de eigen kerk: gemeenteleden uit Leiden, Oegstgeest en Rotterdam betreurden in een request aan de Synode dat de beginselvastheid in het gedrang gekomen en de eenparigheid van handelen verbroken was. J.J. Buskes zou het later hebben over "dat andere, afgrijselijke argument van prof. (W.J.) Aalders: de hoffelijkheid." [6.3] De auteur van Het verzet der Hervormde Kerk, Touw, acht het fatsoensargument van de Synode naïef, maar laat "de levens van honderden" zwaar wegen. Ging het er hier niet om, "een stukje van een oor uit de muil van de leeuw te redden (Amos 3:12)?" Touw besluit dan als volgt: "Heeft de Synode inderdaad de rechte beslissing genomen? Of is zij voor een satanische verzoeking bezweken? Is zij om de levens van haar eigen leden te redden, ontrouw geweest aan haar Heer?"
e. Gebed, afkondiging van het protest
Het gebed dat "in een toon van ootmoed en schuldbesef" zou dienen te zijn, zoals we reeds vermeldden, werd wel toegestuurd aan alle Hervormde plaatselijke gemeenten - trouwens ook aan die van de andere bij het I.K.O. aangesloten kerkgenootschappen. In het gebed werd gevraagd om bewaring" opdat wij niet alleen anderen aanklagen maar allereerst onszelf. Beweeg ons door Uw Heilige Geest, zo, dat wij voor alles en in alles klagen over onze zonden."
<93>
Nu zou men met zo'n strofe nog vrede kunnen hebben, als "onze zonden" dan tenminste op enigszins actuele wijze gespecificeerd zouden zijn geworden, bijv. lafhartigheid, en gebrek aan offerbereidheid in het opkomen voor de Joodse naaste. Maar de catalogus van opgesomde zonden bleef zo algemeen, dat het nietszeggend werd. Even verder luidt het gebed: "Leer ons aanvaarden en dragen wat Gij ons oplegt, zolang het U behaagt ons te straffen, omdat wij het hebben verdiend." Zou men echt geloofd hebben dat God de oorlogsellende "oplegde" en dat Hitler als een oordeel Gods beschouwd diende te worden over "onze zonden"? Zouden het Zwitserse en het Zweedse volk, ofschoon de oorlog hun grens voorbijging, minder bedreven hebben dan het Nederlandse? "Aanvaarden en dragen" is toch wat anders dan verzet tegen de boze bieden. Wel wordt het geloof beleden in een God "die het recht doet zegepralen" en wordt er gesmeekt: "Laat Uw macht blijken, Uw recht openbaar worden." Gemist in dit gebed wordt het besef dat het onze taak is om voor de openbaarwording van Gods recht op te komen. Evenmin fraai was het gedeelte waarin voor de Joden gebeden werd:
Wij dragen bepaaldelijk aan U op het volk Israël, dat in deze dagen zo bitter wordt beproefd. Gij zult hen niet voor altijd verstoten, want bij U zijn levende beloften voor hun toekomst. Houd hen staande. Breng hen tot bekering, opdat zij de waarachtige verlossing mogen verkrijgen die Gij geschonken hebt in Christus, Uw Zoon. In het bijzonder bidden wij U voor die kinderen Israëls, die met ons verbonden zijn door eenzelfde geloof. Schenk hun de kracht om hun kruis te dragen, achter Hem aan, in wie zij hun Verlossing hebben gevonden.
Maar Paulus heeft nota bene geschreven dat God zijn volk nu juist niet verstoten heeft, en hij noemt de Joden "geliefden om der vaderen wil" (Romeinen 11 vs 1 en 28). En, hoe men ook over "de bekering der Joden" moge denken - we komen daarop terug in het derde gedeelte van dit boek -, op het moment van de massadeportaties, die zouden leiden tot massa-moord, was er toch nog wel iets anders om voor de Joden af te smeken van de God van Israël. Afgezien nog van de vraag of het juist was om de Christen-Joden apart te noemen: ook voor hen was er wel een andere bede denkbaar dan "de kracht om hun kruis te dragen".
<94>
Tegen dit soort gebeden behoefde de bezetter geen enkel bezwaar te hebben; ze speelden hem veeleer in de kaart. Toch werd het gebed door de meeste andere kerken overgenomen. Wel werd hier de kleur van wat er gebeden werd, mede bepaald door de inhoud van het scherpe protest-telegram, dat voorafgaand aan het gebed werd voorgelezen.
Later zou Touw schrijven: "Voor het vormen van een billijk oordeel moet wel in het oog gehouden worden, dat alléén de Hervormde Kerk voor de pijnlijke beslissing gesteld werd, die de andere kerken bespaard bleef' (nl. het al of niet afkondigen van het telegram). Hier evenwel vergiste Touw zich, en in zijn spoor diverse andere auteurs.[6.4] De andere kerken hebben wel degelijk bewust gekozen voor afkondiging. Soms was één enkel persoon degeen die de beslissing nam. Men kan zich afvragen hoe het besluit was uitgevallen,als op de dag van de beslissing ook de Gereformeerde synode vergaderd had en had moeten beslissen: wel of niet toegeven? De Gereformeerde synode zou pas in september weer vergaderen; Van Dijk was intussen gemachtigd om dergelijke zaken te beslissen en het schijnt dat hij geen ogenblik geaarzeld heeft. Toen ds. Dijckmeester hem het door de Hervormde Synode genomen besluit meedeelde, antwoordde Van Dijk onmiddellijk dat, wat de andere kerken ook mochten doen, het telegram in de Gereformeerde Kerken voorgelezen zou worden. Van Dijk deelde dit eveneens mee aan de vertegenwoordigers van de andere kerken, ook aan mgr. Van de Loo, die op zijn beurt de aartsbisschop informeerde inzake de Duitse eis. "Die (eis) is er overigens het bewijs van, hoezeer de Duitsers de kracht van de afkondiging vrezen, en daarom voor mij persoonlijk een reden te meer, om deze wel te laten doorgaan", aldus mgr. Van de Loo. [6.5] Hij had Van Dijk al gezegd ervan overtuigd te zijn dat de aartsbisschop in geen geval het telegram zou schrappen. Het voorlezen bleek inderdaad voor mgr. De Jong zo vanzelfsprekend dat hij de andere leden van het episcopaat pas 's maandags (na de voorlezing dus) op de hoogte heeft gesteld. 'Wij mochten toch niet toelaten,' schreef hij hen, 'dat de wereldse overheid beslist, wat in onze kerken zal worden voorgelezen, afgezien nog van de praktische bezwaren.' In dezelfde brief schrijft hij ook enkele woorden over het besluit van de Hervormde Synode. Men was te verontschuldigen, want 'de Nederlandse Hervormde Kerk heeft zwaar geleden,' bijna al haar voormannen waren gearresteerd. [6.6]
<95>
f. De kosten
Het telegram werd inderdaad op zondag 26 juli voorgelezen in de meeste kerkdiensten. De volgende dag vergaderde Seyss-Inquart met zijn medewerkers. De bijeenkomst duurde ongeveer een uur. Uit de notulen:
2. Omdat de katholieke bisschoppen - ofschoon ze er niets mee te maken hadden - zich in de aangelegenheid (van de deportaties) hebben gemengd, worden nu alle katholieke Joden nog deze week gedeporteerd. Met interventies mag geen rekening worden gehouden. Commissaris-generaal Schmidt zal op zondag 2.8.42 op een partij- vergadering in Limburg de bisschoppen in het openbaar antwoord geven. 3. Voor het geval dat ook een overwegend aantal protestantse kerken het telegram aan de Rijkscommissaris hebben laten voorlezen, worden ook de protestantse Joden weggevoerd. Tot dit doel moeten de lijsten reeds worden gereedgemaakt. [6.7]
Inderdaad hield Schmidt op zondag 2 augustus een rede waarin hij zei:
(...) Nu werd de vorige zondag, voornamelijk in de katholieke kerken, een schrijven voorgelezen waarin de geestelijkheid de maatregelen tegen de Joden, die ter beveiliging van onze strijd tegen de erfvijand van het avondland worden ondernomen, kritiseert. Ook in enige protestantse kerken werd een schrijven voorgelezen waarin een principieel standpunt werd ingenomen. De vertegenwoordigers van de protestantse kerken hebben ons echter meegedeeld dat de voorlezing van de volledige tekst niet in hun bedoeling lag, maar door technische moeilijkheden niet overal kon worden verhinderd. Wanneer echter de katholieke geestelijkheid op deze wijze blijk geeft zich niets aan te trekken van gevoerde onderhandelingen, dan zijn wij van onze kant gedwongen, de katholieke Joden als onze ergste vijanden te beschouwen en voor hun onmiddellijk transport naar het Oosten te zorgen. Dat is geschied. [6.8]
Van der Leeuw, [6.969] die over het hier volgende uitvoerige gegevens verschaft, acht het onduidelijk waarom bijv. ook de Gereformeerde Joden toen niet gedeporteerd zijn: misschien omdat er een gebrek aan kennis van de kerkelijke verhoudingen bij de bezettingsmacht was, of was het een poging om de samenwerking tussen Protestanten en Katholieken te ondermijnen? Maar Schmidt heeft ongetwijfeld geweten (hij had zijn spionnen, ook in kerkdiensten) dat in alle Protestantse kerken behalve in de Hervormde - en daar soms ook omdat het consigne "geen telegram voorlezen" niet iedere gemeente tijdig bereikt had - het telegram is voorgelezen. Er valt dan ook nauwelijks aan te twijfelen of de bezettende macht Probeerde de kerken uit elkaar te spelen.
<96>
Daarbij leek het feit dat de Protestants-gedoopte Christen-Joden niet gedeporteerd werden een concessie; in de praktijk werd het een chantage-middel. Eind februari 1944 zou Seyss-Inquart schrijven aan Bormann: Ik heb, zoals bekend is, de inmenging van de kerken in het hele Joodse vraagstuk hoofdzakelijk afgeweerd door de gedoopte Joden in een gesloten kamp in Nederland bijeen te houden". Rauters uiteindelijke bedoeling blijkt uit zijn brief van 24 september 1942 aan Himmler: Die protestantischen Juden sind noch hier, hetgeen zeggen wil: ze komen later. Aldus Herzberg (134).
Op die zondag, 2 augustus, waren in alle vroegte 213 Rooms-Katholieke Joden gearresteerd en naar Amersfoort gebracht. De volgende dag werden 44 hunner vrijgelaten: ze waren "gemengd gehuwd". De overigen gingen naar Westerbork en 92 hunner werden nog in augustus naar Auschwitz gebracht en aldaar vermoord. Onder hen waren een aantal kloosterlingen: uit het ene gezin Loeb zelfs drie broers en twee zusters; ook de bekende filosofe Edith Stein, die in haar klooster te Echt was gearresteerd, samen met haar zuster Rosa die daar portierster geworden was. Wielek vertelt: "Niemand van de Joodse vrouwen of mannen, die gedoopt en pater of non waren geworden, was aan deze deportatie ontkomen. Eén voor één hadden zij moedig en gelovig hun lot gedragen." Tegen de wil van Edith Stein werd door bemiddeling van een marechaussee de aartsbisschop te Utrecht opgebeld. Maar deze kon niets bereiken. "En de nonnen en paters in hun zwarte en bruine kloosterdracht met de goudgele ster bestegen, terwijl zij de rozenkrans door hun handen lieten glijden en het Onze Vader baden, de wagon naar Polen." [6.10] Aartsbisschop de Jong zond op 2 augustus een telegram naar Seyss-Inquart waarin hij om "barmhartigheid" vroeg. Hij heeft geen antwoord gekregen.
g. Vergeefse pogingen
Ook pogingen die tot niets leidden zijn soms het vermelden waard. We noemen er twee.
Foto 15. Dr. Edith Stein
<97>
In zijn Waar stond de Kerk? vertelde ds. Buskes:
Wij herinneren ons een vergadering (van het I.K.O.) waarin de Remonstrantse ds. Kleijn een voorstel deed, dat zeker geen praktisch resultaat zou hebben opgeleverd, maar dat toch op ons een diepe indruk maakte. De Jodenrazzia's waren in Amsterdam begonnen. Ds. Kleijn stelde voor de Nieuwe Kerk op de Dam tot een toevluchtsoord voor de bedreigde Joden te maken. De voorgangers van de verschillende kerken zouden in ambtsgewaad de toegangen tot de kerk moeten bezetten en met de Joden in de kerk moeten staan of vallen. Als demonstratie zou dit gebeuren van de allergrootste betekenis zijn geweest, een getuigenis met de daad in het hart van ons volksleven. [6.11]
Later gaf Buskes nog het volgende commentaar: "Nadat hij (Kleijn) gesproken had waren allen met stomheid geslagen. Ze waren onder de indruk. Toch maar heel even. In feite waren ze allen bang voor een publieke demonstratie. Het voorstel werd dan ook als de uiting van onwerkelijke romantiek van tafel geveegd. Ik was inderdaad de enige die uit volle overtuiging het voorstel steunde..." [6.12]
<98>
Ook bij een ander voorval was Buskes betrokken:
In onze herinnering leeft verder nog voort de tocht, die wij samen met ds. Brink op verzoek van de voorzitter van het I.K.O., dr. Van Dijk, naar Westerbork maakten. De Joden werden uit Westerbork naar Duitsland op de meest onmenselijke wijze getransporteerd. Dr. Van Dijk wilde gegevens hebben om bij de Duitsers te kunnen protesteren. Het gelukte ds. Brink en mij - ieder op eigen gelegenheid - tot vlak bij het transport door te dringen. Het was het derde transport op 21 juli 1942. Nooit zullen we vergeten wat we op de morgen van die prachtige zomerdag zagen. De Joden werden in veewagens gestopt: in elke wagon ongeveer zestig mensen. Zo'n wagon heeft een oppervlak van 21 1/2 M2. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes, alles door elkaar, met al hun bagage. De wagons werden van buiten gegrendeld. De reis zou enkele dagen en nachten duren. Medische hulp was afwezig. Particulieren - niet de Duitsers - zorgden ervoor dat in elke wagon twee emmers waren: één voor drinkwater en één als WC. [6.13]
Inderdaad heeft dr. Van Dijk bij Schmidt geprotesteerd; het heeft geen enkel resultaat gehad.
<99>
7. DE SCHERPSTE OPROEP, OOIT GEDAAN
a. De situatie (januari tot begin mei 1943)
Op 19 januari werd prinses Margriet geboren. Dat was al gauw overal bekend en was voor velen reden tot grote vreugde. De slag om Stalingrad eindigde met Duitslands nederlaag (2 febr.); generaal Paulus werd gevangen genomen. 3 dagen later werd de beruchte Nederlandse generaal Seyffardt door het verzet doodgeschoten. Omdat er aanwijzingen waren dat studenten de aanslag gepleegd hadden, werden op 6 februari grote razzia's op studenten gehouden. Er werden er een 600 gegrepen. Op 25 maart weigerden de Nederlandse artsen om lid van de Artsenkamer te worden. Op 27 maart werd het Amsterdamse bevolkingsregister in brand gestoken. Leden van het overkoepelende "Nationale Comité" (waaronder dr. J.J.C. van Dijk) werden op 1 april gearresteerd. Op 29 april maakte generaal Christiansen bekend dat alle ex-militairen terug zouden worden gevoerd in krijgsgevangenschap. Bovendien zouden nieuwe lichtingen jongemannen worden opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. Daarop braken (30 april) stakingen uit in het gehele land. Op 1 mei werd in het gehele land het standrecht afgekondigd. Op verschillende plaatsen werden stakenden in de daarop volgende dagen geëxecuteerd.
19,jan.: Leningrad is ontzet. Ik ben er stuk van gewoon. Dat is meestal met een of twee dagen weer over want dan komen er berichten, dat het nog niet zo is en dan zakt het enthousiasme weer. Maar nu worden de moffen overal teruggeslagen, en de Jappen ook, en de Prinses (Juliana) is in het ziekenhuis (voor de bevalling) en ik ben ook zo vreselijk blij dat we muisjes hebben. 29 jan.: De rantsoenen van vlees en melk zijn weer verminderd: vlees krijgen we nu 175 g. per week met been, dat is ± 135 g. zonder been. En taptemelk 3/4 1. per dag met z'n vieren, zoals bij ons. 7 febr.: Hier in Renkum is door de Grune Polizei huiszoeking gedaan bij verschillende mensen. In een huis hebben ze 3 Joden gevonden.
<101>
22 febr.: Er worden afschuwelijke dingen verteld over de behandeling van de mensen in concentratiekampen; ze hebben veel te weinig kleren aan, moeten soms met het bovenlijf bloot lopen en worden geranseld en gebeuld. Als ze een pakje krijgen, wordt er soms voor hun ogen wat uitgegapt door de moffen. En de mensen in Dachau moeten in kalkmijnen werken, en over smalle planken mei kruiwagens lopen. Heel vaak vallen ze van de planken af en dan krijgt men thuis bericht: "door een ongeval om het leven gekomen." 28 maart: Verleden week is er bij een zekere Brouwer op de Bennekomse weg een inval gedaan. Er waren 5 Joden in huis. Nu was er achter zijn huis een overdekte kuil, waarin ze bij nood konden vluchten, wat ze inderdaad ook deden. Maar de kerels die kwamen wisten dat er Joden waren, en hebben Brouwer net zo lang op zijn gezicht geranseld tot hij het zei. Het moet afschuwelijk geweest zijn. 5 april.: Alle Joden, behalve in N. en Z. Holland en in Utrecht, moeten zich melden in Vught. Ze mogen hun kostbaarheden meenemen ... 30 april.: (Eerst uitvoerig over de staking; wij staken ook: de winkel is op slot gegaan. Dan:) Voor de aardigheid wil ik even de "zwarte" prijzen van een paar artikelen memoreren: boter: 14 - 20 gld./pond vet: 14 - 25 gld./pond vlees 3 1/2 - 6 gld./pond koffie 75 - 90 gld./pond (geven de moffen) Zojuist hoorde ik dat er aangeplakt staat dat alle zaken morgen gewoon open moeten zijn, en dat het verboden is zich tussen 20 u. en 6 u. op straat te begeven. 3 mei: Vanmorgen stond er in de krant dat er 17 personen gefusilleerd zijn. 5 mei: Op de Hevea-fabriek zijn er 7 mensen gefusilleerd, wegens staking.
Op 21 januari werden de 1200 verpleegden uit de Joodse psychiatrische inrichting "het Apeldoornse Bos" gedeporteerd. Op 1 april werden ook alle gemengd-gehuwde Joodse ambtenaren ontslagen. Op diezelfde dag moesten de Joden uit de provincie naar het concentratiekamp Vught. In de loop van deze maand begon ook de "vrijwillige" sterilisatie van Joden die "gemengd gehuwd" waren. Vanaf 14 mei was voortaan aan alle Joden het verblijf in Amsterdam verboden, tenzij uitdrukkelijk van deze maatregel vrijgesteld.
<102>
b. "Wie meewerkt is medeschuldig "
Er zou iets voor te zeggen zijn om nu eerst de gebeurtenissen rondom de Protestants- gedoopte Joden weer te geven; we komen evenwel op hun lot terug in hfdst. 9 en vervolgen de chronologische behandeling van de protesten van de kerken. Het scherpste publieke protest ooit ingediend kwam tot stand mede onder leiding van de uit zijn gijzeling ontslagen en kennelijk ongebroken ds. Gravemeyer. De kanselboodschap luidde als volgt:
De gebeurtenissen van de laatste weken nopen de Kerken zich tot de gemeenten te wenden. Het is de taak der Kerk, hoe zeer ook doordrongen van eigen schuld voor God - krachtens haar van Christus' wege opgelegde roeping -, haar stem te doen horen, ook wanneer in het openbare leven de in het Evangelie verankerde beginselen worden aangetast. Zij heeft zich derhalve reeds meermalen gewend tot de bezettende macht met ernstig beklag over maatregelen, die bijzonder in strijd zijn met de beginselen die de grondslagen vormen van ons Christelijk volksleven: gerechtigheid, barmhartig- heid en vrijheid van levensovertuiging. De kerk zou immers schuldig staan, indien zij niet de machthebbers erop zou wijzen, dat ook zij aan de Goddelijke Wet onderworpen zijn. Daarom bracht zij reeds onder de aandacht van de bezettende macht: de toenemende rechteloosheid; het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers; het opdringen van een levens- en wereldbeschouwing, die lijnrecht in strijd is met het Evangelie van Jezus Christus; de verplichte arbeidsdienst als nationaal-socialistisch opvoedingsinstituut; het aantasten van de vrijheid van het Christelijk onderwijs; het gedwongen tewerkstellen van Nederlandse arbeiders in Duitsland; het ter dood brengen van gijzelaars; het gevangen nemen en het gevangen houden van velen, o.a. van kerkelijke ambtsdragers onder zodanige omstandigheden dat reeds een ontstellend aantal in de concentratiekampen het offer van hun leven moesten brengen. Thans moet zij opkomen tegen het opjagen, grijpen en wegvoeren van duizenden jonge mensen. Aan de andere kant acht de Kerk zich echter geroepen met de meeste nadruk te waarschuwen tegen haat en wraakgevoelens in het hart van ons volk en haar stem te verheffen tegen de uitingen daarvan. Niemand mag, naar het Woord van God, het recht in eigen hand nemen.
<103>
Maar evenzeer hebben zij de roeping ook dit Woord van God te prediken: "Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen". Dit Woord geldt immers als richtsnoer bij alle gewetensconflicten, ook bij die, welke door de genomen maatregelen zijn opgeroepen. Dit Woord verbiedt medewerking te verlenen aan daden van onrecht, waardoor men zich mede aan dat onrecht schuldig zou maken. De Kerken zullen dit opnieuw onder de aandacht van de Heer Rijkscommissaris brengen en zij bidden van God, dat en de bezettende macht en ons volk de weg der gerechtigheid en der gehoorzaamheid aan Zijn Woord mogen gaan.
Het bovenstaande is de versie die van alle kansels afgekondigd diende te worden in de kerkdiensten op zondag 21 februari. Seyss-Inquart ontving een iets gewijzigde versie (en in het Duits), gedateerd 17 februari, waarin de kernzinnen gelijkluidend waren aan het voor te lezen protest. De brief aan de Rijkscommissaris eindigt als volgt:
Heer Rijkscommissaris, het is in gehoorzaamheid aan haar Heer, dat de Kerken dit woord tot U moeten richten; zij bidden God, dat Hij U in Zijn weg moge leiden tot herstel van het zo ernstig geschonden recht in de uitoefening van de Macht.
In dit protest wordt "het ten dode vervolgen van Joodse medeburgers" nadrukkelijk genoemd, maar "de gebeurtenissen van de laatste weken" noopten de kerken tot dit protest. De Joden werden al maandenlang opgejaagd en gearresteerd. Het is te betreuren, dat de krachtige uitspraken in dit protest niet veel eerder van alle kansels geklonken hebben. We maken nog een paar kanttekeningen. De lijst van de acht punten waartegen geprotesteerd werd toont, hoe zeer ons volk door de bezetters in het nauw gedreven werd. Toch waarschuwden de kerken tegen "het recht in eigen hand nemen", kennelijk naar aanleiding van de aanslag op Seyffardt. Het belangrijkste was: in feite riepen de kerken op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. In de brief aan Seyss-Inquart is het zelfs nog iets scherper geformuleerd dan in de kanselafkondiging: "Om der wille van het recht Gods mag door niemand enige medewerking worden verleend aan daden van onrecht, omdat men zich daardoor aan dat onrecht medeschuldig maakt."
<104>
De politie-agenten bijv. die de opdracht kregen om Joden of ondergedoken arbeiders te arresteren, wisten nu, wat hun plicht was. Eigenlijk wisten ze dat toch al wel, ook zonder kerkelijke uitspraken, want het ging om een waarheid als een koe. Maar arglistig is ons hart en een excuus is snel gevonden, vooral als het nakomen van je plicht je duur kan komen te staan.