De Nederlandse Kerken En De Joden 1940 1945 De Protesten Bij Se

Chapter 15

Chapter 15463 wordsPublic domain

De bovengenoemde publicaties waren geen officiële stukken, bij de opstelling waarvan de Hervormde Kerk als zodanig betrokken was. Ze kwamen voort uit het initiatief van enkele predikanten. De Hervormde Synode heeft, maart 1941, overwogen een brochure te publiceren - Israël als teken. Het manuscript lag klaar: een korte uitleg van Romeinen 9-11 en een analyse van Jodenhaat als een haat gericht tegen God zelf: "Door het antisemitisme wordt de Christelijke Kerk zelf in haar wortels aangetast." Aan de leden van de Synode werd verzocht om schriftelijk commentaar op het concept te geven. Maar juist in die tijd vond de arrestatie van ds. Gravemeyer plaats en men heeft toen de publicatie van "Israël als teken" niet aangedurfd. [4.4] Wel werd, zomer 1941, een Herderlijk Schrijven opgesteld en in september verzonden aan alle kerkenraden, met het verzoek de inhoud te bespreken en ook door te geven aan de gemeente. Over de Joden wordt uitvoerig gesproken. Uiteengezet wordt dat het gebod om de naaste lief te hebben hen in geheel dezelfde mate betreft als welke andere naaste ook." Men volgt dan min of meer de hier boven geciteerde stelling IV uit Wat wij wel en wat wij niet geloven. Dat is te begrijpen, want van beide stukken was dr. J. Koopmans een van de opstellers. "Israël is voor ons het toonbeeld en teken van Gods vrije genade". Wel heeft het "Christus niet erkend, maar verworpen." Nu zijn zij "niet meer 'Israël' in de oorspronkelijke zin, zij zijn 'Joden'. "Een jood is een mens uit Israël, die Jezus Christus verwerpt. Daarin zijn zij ons een teken van de menselijke vijandschap tegen het Evangelie. - Het gedeelte over Israël besluit als volgt:

Daarom zien wij in Israël een teken van Gods onveranderlijke trouw, waardoor Hij in Zijn barmhartigheid een toekomst openhoudt ook voor wie zich het meest vijandig betonen. De gemeente van Jezus Christus weet zich gehouden tot de voorbede voor de Joden. En zij roept hen, op grond van de oude, nog steeds geldende beloften, terug tot hun Messias. [4.5]

Buskes zou later opmerken: "Om de eigenlijke vragen, die aan de orde waren en de ' gemeente in onzekerheid en verwarring brachten, loopt de synode heen. In de bezettingsjaren was een eerste vereiste, concreet en antithetisch te spreken. Dat gebeurt in dit herderlijk schrijven niet.(...)

<67>

Klaar en duidelijk wordt doorgegeven wat de Bijbel over Israël zegt: Israël is het teken van 1) Gods vrije genade, 2) de menselijke vijandschap tegen het Evangelie, 3) Gods onveranderlijke trouw. De gemeente wordt opgeroepen voor de Joden te bidden. Over het Antisemitisme wordt echter in alle talen gezwegen. De vraag, wat wij voor de vervolgde Joden hebben te doen, wordt niet gesteld en dus ook niet beantwoord. Dit eerste herderlijke schrijven was uitermate zwak, omdat het volstrekt tijdloos was." [4.6]